Skip to main content

Full text of "Naauwkeurige beschryving der aardgewassen, waar in de veelerley aart en bijzondere eigenschappen der boomen, heesters, kruyden, bloemen, met haare vrugten, zaden, wortelen en bollen, neevens derzelver waare voort-teeling, gelukkige aanwinning, en heylzaame genees-krachten ... beschreeven worden;"

rr 









I 



Bi 






• l/\ 



Jt>l 









(Decoratie cAtt 



STERLING 
ANDFRANCINE 

CLAR1C 
ARX1NST1TUTE 

LIBRAIOT 






t 






r 



I 




) 



I 



NAUWKEURIGE 



BESGHRYVING 



'DER 



AARDGEWASSEN, 



TWEEDE STUK 



6 






I . 






, 




N AUWKEÜRIGE 

BESGHRYVIN 

VER 

GEWASSEN, 

ALS 

BOOMEN, HEESTERS, KRUYDEN, 
BLOEMEN. 

DERDE BOEKS TWEEDE STUK, 

Vervolgende de 

LAGE PLANTEN, KRUYDEN, 
BOLLEN en BLOEMEN. 



Namen. 



Veclcrlcy 
foortcn. 



Wat voor 
Genaarde 
zij bemin- 
nen. 



Bewaring 
in de Win- 
ter* 




CCLXIV HOOFDSTUK. 

HYACINT H. 

En zeer fchoonc , bezienswaar- 
dige , en gantfeh welriekende 
Bloem , dus genoemd in het 
Neederlandfch en Hoogduytfch; 
in het Latijn ook Hyacin- 
thus , en in het Italiaan fch 
Hiacinto. 

Hier van zijn mij in haren 
aart veele veranderlijke foorren 
bekend ; onnodig hier al te zamen verhaald te worden, 
wijl ze doch meeft alle van de zelve Bouwing en Waar- 
neeming zijn. 

Zij beminnen uyt eygener aart een goede zeer Zandi- 
j;e aarde, met matig twee-jarige Paerdc-, of cen-jafige 
Koeyemift en een weynig cen-jarige Hoenderdrek door- 
mengd ; of alleen met twee-jarige Koeyemift, indien 
de plaats, daar ze geZet zullen worden, warm of droog 
van aart is: een opene , warme, welgelccgene plaats , 
en matige vochtighcyd. Konncn tamelijk wel de Win- 
ter-koude en andere ongelcegentheedcn des tijds uyt- 
ftaan , wanneer de Winters niet al te ftreng zijn j zoo 



dat men ze dan wel ongedekt mag laten blijven. Maar 
als zich de zelve zeer fel aanftcllcn , met veel Sneeuw , 
of ook wel veel koude vochtighcyd , zoo is gcraad- 
zaam en goed , haar voor deeze fchadelijkheeden met 
Stroo , Run , of iet anders te dekken ; of te planten 
in een Zonnebal^, welke mét houte Vcnfteren op eri 
toegedaan kan worden, na de bequaamheyd of on- 
bequaamheyd des tijds. 

Men neemt ze ieder jaar in 't laatfte van de Maand Ophee- 
Jttliui uyt de aarde op, en men bewaard ze in een mmg.en 
drooge plaats. Naderhand de grond weer omgefmee- ^tcTng?" 
ten, en met nieuwe Paerdc-, of twee-jarige Koeyemift 
voorzien zijnde, worden ze met een volle Maan van 
September, of ftraks na 't ccffte Qiiartier (wijl ze niet 
boven de vijf of zës wecken zonder te verderven , 
uyt de aarde mogen blijven) weer ingezet. Hoe zulks 
dieper gefchied, hoc ze meer Afzetzels krijgen , ook 
minder van Sneeuw-w.it er o f 'veel Reegen gequdd worden. 
Men 'laat ze ook wel een jaar overftaan, zoo dat men ze 
alleenlijk in de tweede Zomer opneemt. 

Geeven in decze Landen volkomen rijp Zaad\ het Wat bij de 
welk, vergaderd zijnde met een volle Maan van i Scp- '^J n ? m 
tember, een vinger-brecdre diep moet geZayd zijn in nccmen 
een houten Vat , in de aarde geftcld. Zoo komen'er faat. 
in 't volgende Voorjaar jongen van op, die in 't vierde, 

S f vi J f <k 



<$43 Beschryving der. Kruydln, Bollen en Bloemen , III Boek , 644 



Hyacinth 
van Peru 
meteen 
witte 
Bloem: 
en met 
een blau- 
we. 



Hoe waar- 
genomen 
diend te 
worden. 



Welrie- 
kende 
Hyacinth 
uyt Vir- 
ginicn ; 
van drie- 
derley 
foorten. 



Groore 
welrie- 
kende , 
met cen 
witte 
Bloem. 



Bloemen. 
Steel. 

Bladeren. 



Kleyne 
welrie- 
kende , 
met een 
witte 
Bloem. 



Blauwe 
welric- 
kcudc. 



Aanmer- 
king. 



vijfde of zefde jaar haar cerfte Bloemen gcevcn : waar 
uyt dikmaal fchoone veranderlijke coulcurcn voortko- 
men, welke met vermaak worden aanfehouwd. Doch 
niet alleen hier door worden ze vcrmecnigvuldigd, maar 
ook aangewonnen door hare awgcgrocy de jonge Hollct- 
jens, welke men bij de opnecming van deoudeaffchcyd. 
De Hyacinthus peruviani/s flore albo, of 
Hyacinth van Peru met een witte Bloem ; en flore 
cccruleo, of met een blauv e Bloem, en andere dier- 
gelijke , uyt warme Landen voortgekomen, zijn van 
naturen teederdcr dan de andere; verderven veel lichter 
door flerkc koude. Ei? fchoon men ze met droog Turf* 
mul, Run of iet anders bedekt, of in de voorge- 
meldde Zonneba-t plant, zoo geeven ze doch elke Zo- 
mer geen Bloemen; inzonderheyd niet als ze in vette 
aarde ftaan. 

Worden derhalven veel bequamer in Potten gefield, 
gevuld met cen goede, gemecne, zandige grond, en voor 
't meefte gedeelte met 't Mol der van binnen verdorvene 
Boomen , of in plaats van 't zelve met 't Mol der ver- 
rotte Boombladeren wel door een gemengt: en 'sJVin- 
ters droog binnens huys bewaard; zoo dragen ze veel 
beeter ; en krijgen dikmaal Bloemen , onaangezien zij 
van C.'.po de bon Efpcratice , of andere hcete Geweften 
van Africa en America herwaarts gezonden zijn; voor- 
namentlijk als ze door de gchcelc Maand van /'pril 
van de ecne warme Paerdemift in de andere worden ge- 
zet. OndcrtufTchen lecverenze noyt, of zelden, rijp 
Zaad. Konnen echter aangewonnen worden door hare 
aangewafïene jonge Hollen, gelijk de voorgaande foort. 

Van de Hyacinthus Virginïanus odoratis- 
simus , of z^eer welriekende Hyacinth uyt Vtrginien, 
zijn mij in haren aart drie foortcn bekend; als: 

I. Hyacinthus Virginïanus albus odora-' 
tus major. II. Minor , of groot e en kleyne wel- 
riekende Hyacinth uyt Virginien met een witte Bloem. 
III. Hyacinthus Vjrginianus odoratus flore 
cceruleo, of Firginiaanfche Hyacinth met een wel- 
riekende blamve Bloem. 

De groot e draagd de grootfte Bloemen, zijnde lang 
van Kell^; dik van aart, van binnen hol, gelijk de 
Bloem van Tabaks ook op de zelve wijze boven open ; 
rond , zeer welriekend ; inwendig voorzien met zes 
groene en kluchtig gedrayde Draad jens, ook inwendig 
blijvende. De vcrwe is grijs-wit. Duuren eenige da- 
gen. Ruften op een dikke , ronde, bleek-groene , 
ter hoogte van drie voeten regt-opfehictende , doch 
zwakke Steel, met twee of drie hol boven malkander 
gefielde Bladeren voorzien. Welke Steel zijnen oor- 
fprong neemt uyt het middcnfle Hert der Bladeren ; 
zijnde bleek-grocn van vcrwe, tamelijk lang; voorin 
een fpits, en gemcenelijk neerwaarts gebogen punteyn- 
digende : in 't midden geuts-wijzc aan bcyde de zij- 
den met hare randen teegens malkander opflaande , 
ccven gelijk die van het Phalanginm Firginianum , of 
Phalangium uyt Virginien; ook in gedaante, fubftan- 
tie, en zachtheyd in 't aanraken de zelve zeer gelijk. 

De Hyacinthus Virginïanus odoratus mi- 
nor, of 'kleyne welriekende Hyacinth uyt Virginien , heeft 
wel de zelve gedaante en Bladeren, doch fchiet met- zijne 
Steel niet zoo hoog op. Geeft ook wat klcyner Bloe- 
men , zeer zuyvcr wit, en boven verdeeld in zes voor 
fpits toegaande Bladeren, Stars-wijze. Dceze verbaan 
zijnde, laten in onze Geweften noyt eenig volkomen 
Zaad na. Konnen echter genoegzaam vermcenhvul- 
digd worden door hare aangegroeyde Bolwortel. 

De Hyacinthus Virginïanus odoratus flo- 
re coeRuLEo , of Blauwe welriekende Hyacinth uyt 
Virginien , is die met de witte Bloemen in alles gelijk ; 
uytgczonderd dat de Bolwortel wat flerkcr en groo- 
ter valt. b 

Hier ftaat aan te merken, dat de Bollen deezer wel- 
riekende firginiaanfche Hyacinthen eens gebloeyd heb- 
bende, zelden, of noyt weer Bloemen geeven. 



Dceze firginiaanfche foortcn zijn de teederfte Van Deezc zijn 
alle. Konnen gantfchelijk geen Vorfl , Sneeuw, koude de 'tceder- 
Reegenen, of diergelijke ongelcegenthceden verdragen. üe van al 
Moeten derhalven niet alleen in Potten, maar ook in ton™"* 
een warme plaats binnens huys worden gezet, waar in en hoeden 
men , gedurende de Winter , door een yzeren Oven nalven 
vuurd. Met geen Water moet men ze begieten , maar vvaar te 
haar zeer droog houden, zoo wel in de Herffl , als in nccmen * 
de Wintertijd-, ook niet voor Af ril weer buy ten ftel- 
len : dan noch haar wel wagten voor veel vochtighcyd , 
koude nagten, en hayrtge Winden. 

Zij verliezen gemcenelijk 's Winters hare Bladeren. In wat \ 
Worden met een volle Maan van April verplant in een g ,ond tc : 
goede, zandige aarde , doormengd meteen wcynig vcrplan *' 
tweejarige kleyn-gewrcevcne Paerdemift, ccn-j^ri4 tCQ ' 
Hoenderdrek , en 't Mol der verrotte Boombladeren. 
Krijgen in deezc koude Geweften niet ieder jaar , maar- 
dikmaal eerft om 't vierde, zefde, agtfte of't tiende, 
ja veeltijds nóyt cenige Bloemen. 

■ - Indien nu dit mogt gebeuren , zoo neem Weyte Op wat 
Zeemcl, of ook wel Draf. Giet'er Reegenwater voor ecn 
op, en roer het genoegzaam door malkander, zoo zal wijze 
het Fermenteeren , ofGeften. Vul, dit gedaan zijn- 
de , een Pot ten halven daar mee; en leg daar op cen 
yingerbreed hoogte van de voorgenoemde goede aarde. 
Zet op de zelve in April ecn of twee Bollen, met de ge- 
meldde volle Maan, en bedek ze geheel met eevcn de 
zelve aarde. Leg voorts al weer daar op een duym mendeeze 
breed hoogte van de gefer ment eerde Zemel; dan weer fchoo »e 
narde, tot dat de Pot tot boven toe vol is. Steize dan Phntcn 
tot de bovenfte rand toe in varïïchc warme Paerdemift k'nTa"^ 
veertien dagen lang. Neem ze ten eyndc diens tijds^n. 
weer daar uyt , wijl de Mift niet langer hare warm- 
te behoud; en zet ze weer in nieuwe warme. Hier m 
moet men zoo lang voortgaan , tot dat de uyrge- 
komene jonge aan het wafTen zijn geraakt. Laat ze dan 
in de laatfte Paerdemift ftaan , op een goede warme 
plaats; ofneemze uyt; zoo zullen ze doorgaans, ieder 
jaar, op een hoogc Steel waflende, vecle bij malkander 
gevoegde, boven de andere licffclijk riekende , en de 
cene na de andere opengaande Bloemen geeven. 

Doch naderhand heb ik door ervarentheyd be- Andere, 
vonden , de volgende manier van vcrflamfno beeter 
te zijn. & 

Neem in het Voorjaar een kleyne Pot : doe daar en beeter 
in een gedeelte ecn-jange , Meyn-gewrecvcnc Pacrde wi J ze 
mift ; bedek die tot boven toe met een goede 
vette, zandige aarde. Zet in 't midden der zelve een 
^/teegens de volle Maan van Apr.l, zoo hoog, dat 
de bovenfte punt der Bol met de aarde gelijk'komc, 
oi ceven daar boven uytfteeke. Stel dan de Pot in 
warme Paerdemift, op een luchtige, en wel ter Zon 
geleegene plaats, of in een Zonneba^, en dekze boven van ver- 
geheel toe met een Glas; zoo dat'er niet een eenige drup- planting 
pel Water bij £an komen, en de ftralen der Zon daar op cn £ l ucc - 
konncn fpeelen. Neem , na agt of tien dagen , de Pot ki " g " 
weer uyt, en zet ze andermaal in nieuwe varflche Paer- 
demift ; dus voortgaande, tot dat de Bol een lid van 
een vinger, of watlanger, gefchooten heeft. Dan neemt 
men de Pot uyt, cn men ileldze open voor Zonen 
Reegen , wijl ze dan die beyde genieten moet. Doch 
indien'er te veel Reegen quam, zoo mag men ze nu en 
dan noch wel dekken, tot datze een gcheele vingerlans 
lieert gefchooten. ö & 

Als de Bollen in den Herffl gebloeyd hebben, mo- Hoe met 
gen ze geen Reegen meer ontfangen ; tot datze, in <*« Bollen 
haar zelven droog geworden, binnens huys worden f chandc * 
gebragt. Dus uyt de aarde opgenomen , legt men ze 
op een drooge, en voor de tor/l bevrijdde plaats wech. 
Of ook , men laatzc wel in de Pot blijven , en de 
aarde te ecnemnal uytdroogen ; tot dat men ze eynde- 
lijkweerin April op de gehoorde wijze "aan de aarde 
beveeld en de grootfte aangewafTene Bollen vandeoude, Aan „ 
of de geoloeyd hebbende, afneemt; dan ook in Potten nin™ 

verplant. 



\anwiu- 



Fol.tyr. 




rrwrnntotmv 



<*45 



H 



Y A C I N T H. 



J 



INT ÏANS KRUYD. 



646 



verplant. Deeze zijn de befte , om nieuwe Bloemen 
voort te brengen. Want die eens gebloeyd hebben , 
geeven ( gelijk alreeds hier boven gezegt is ) zelden 
voor de tweedemaal Bloemen, maar blijven gemeene- 
lijk daar na onvruchtbaar. 



KRACHT 



Doi. 1 7 
*. »7' 



Diofc 
,.63. 



D 



E N. 

alleen in de Ge- 



il Bolwortel van Hyacinth 
neeskonft gebruy keiijk» doch geenzins ter fpijs 
voor Menfchen of Beeften , vermits in de 
zelve een ige quaadaardigheyd woond , is verdrogen- 
de in den eerften , en verkoelende in den tweeden 
graad. 
'•4- - Gefloten , met Wijn vermengt , en gelegt op de 
heymlijke Leeden der kinderen, ook op de Lippen en Kin 
der jongelingen, belet daar voor een lange tijd degroeying 
des. Hayrs. 
Tntrant. £ en Drachma van de zelve met Wijn ingenomen, 
ffi'iJg"*' of de Wijn, Waarin de gekneufde Bolwonelen gezo- 
den, zijn geweeft , gedronken, verflopt het Ligchaam : 
helpt de geene, die van giftige Dieren zijn geftoken of 
gebeeten ; en doed geniakkelijk Water lojfen. 
Gaten. Vtb. Het Zaad is verdrogende tot in het Iaatfte van 
Med.simp. den tweeden graad, eevenwel middelmatig, tufTchen 
koud en warm ; daar benecvens afvagende en te zamen- 
trekkende van aart. 

Het zelve gefloten, en met Wijn gebruykt, heeft 
dè zelve werking, doch veel krachtiger. Geneert 
daarenboven de Geelzucht , en de geene , welke van 
Spinnen of Scorpioenen geftoken zijn. Stopt ook bcyde 
de buyk- en roode Loop. 



8. 



laurtnb. 

I. I. Afp 
tl. CM. 






CCLXV 

SINT 



HOOFDSTUK. 

KRUYI>. 



Namen. 




JANS 



lijkc i*o or 
tenj 



Et deezen naam in ft Neederlandfch 

bekend , word in liet; Latijn gehee- 

ten Hypericum , Perforata , en 

AndroSjEMUm: in het Hoogduytfch 

Sant Johans kraut : in 't Franfch 

Mulepertuis; en in 't Italiaanfch 

HiRERico, Perforata, en Herbadi San Gio- 

vanni. 

Veelerley Hier van zijn mij in haren aart eenige veranderlijke 

verander- f oorten bekend; namentlijk: 

I. Hypericum vulgare, of gemeen Sint Jam 
krHyd. II. non Pérfóratum, of Sint Jam kruyd, 
met niet doorboorde Bladeren, anders ook Ascyrum 
genoemd. III. Bacciferum, five Anduos./emum , 
of Sint Jans kruyd met zwarte Bezien^ anders Mans- 
bloed. geheeten. .IV. non Bacciferum, of zon- 
der Bezien. V. Tomentosum repens, of wolach- 
tig kruypende Sint Jans kruyd. VI. Arborescens, 
of tot een k[eyn Boomt je opwajfende Sint Jans kruyd. 
tot dertien VII. Hircinum fruticescens , of flruvellig Sint 
in getal Jam kruyd , flinkende gelijk een Bok. VIII. Mi- 
nimum supinum septentrionale , of kleyn ach- 
terover leggend Sint Jans kruyd uyt de Oojlerfche en 
Noorder Landen. IX. Creticum f lor e magno , 
of uyt Candien , met een groot e Bloem. X. Lati- 
folium Lusitanicum , of br eed-blader ig Sint Jam 
kruyd uyt Portugal. XI. Tomentosum supinum 
maRinum Lusitanicum, of wolachtig leggende Zee- 
Sïnt Jam kruyd uyt Portugal. XII. Pulchrum 
TRagi, of fchoon Sint Jans kruyd, van Hierony- 
mus Tragus zoo genoemd. XIII. Hypericum mi- 
nimum repens Montis Libanï , of zeer kleyn 
kruypend Sint Jam kruyd van den Berg Libanus. 
Niet alle zijn ze van de zelve Bouwing en Waarne- 
ming. 
Wat voor Echter beminnen ze al te zamen een goede , ge- 



tier voor- 
gellcld. 



meene, zandige , en met twee-jarige Paerdemift tamc- een grond 
lijk voorziene grond; een vrije, welgelecgene plaats, zij bemin»; 
en niet te veel Reegen» Verdragen in de Winter fter- ncn * 
ke koude , en geeven de meefte tijd rijp Zaad; 't welk 
met een wafTende Maan in April niet diep moet ge- 
zayd zijn ; want alleenlijk hier doorkonnenze aange- 
wonnen en vermeenigvuldigd worden ; behalven het 
Hypericum arborescens, of boomachtig Sint Jans Aanwio- 
kruyd , 't welk , ncevens eenige andere , in deeze Lan- mn 2* 
den geen volkomen Zaad geeft, doch eevenwel, ge- 
lijk ook het Hypericum hircinum , of Smt Jans 
kruyd flinkende als eenl'ol^-, kan vermeerderd en aan- 
gequeekt worden door hare bij de Wortel uytlopende 
jonge Looten, van zelfs Wortelen fchietende. 

Het Gemelddc Hypericum arborescens , of Boomach- 
boomachtig Sint Jans kruyd, waft in onze Neederlan- tj g si »t 
den op ter hoogte van twee , twee en een halve , r ns , 
ook wel drie voeten uyt hare Wortel', flruvels-wijze, 
zich verdeclende in veele Zijde-takjens : welke men al 
t'zamen bij de Wortel moet wcch neemen, indien men 
begeerd dat'er een Boomtje van voortkome. Krijgt 
korte , en bij na ronde Bladert jens , met zeer kleyne Bladeren. 
Tandjens boven als ingezaagd, gemeenelijk met drie 
opwaarts lopende Adertjens in het midden voorzien. 
De verwe is donkergroen. Komen voort aan beyde 
de zijden van hare tcedere, ronde, en voor een wey- 
nig gebogene Steelt jens; niet regt tecgens, maar bo- 
ven malkander. Zijn van naturen niet doorboord, ge- 
lijk die van het Hypericum vulgare, of gemeene 
Sint Jans kruyd, maar bitter van fmaak. Teegcns de 
Winter vallenze van zelfs af. 

De Bloemt jens fchieten voort uyt een- en twee- Bloemen, 
jarige Takjens, op de wijze van Hagedoorn; zoo mee- 
nigvuldig, dat zommige der zelve van voren tot achte- 
ren daar mee als bezayd fchijnen. Gemeenelijk zijn'er 
vijf of zes in een Trosje bij malkander gevoegd. De 
verwe is gantfeh wit. Beftaan uyt vijf Bladeren, van 
binnen voorzien met veele geele Nop jens. Als ze ee- Zaad- 
nige dagen geduurd hebben, vallenze ter neer, nala- knopjent 
tende vijf-hoekige bruyne Knopjens , doch in de 2°" d " 
zelve bij ons geen volkomen Zaad. Moeten derhal- 
ven aangewonnen worden op de eeven bier boven aan- 
geweezene wijze. 

Het Hypericum latifolium Lusitanicum, ofBreed-bla- 
br eed-blader ig Sint Jans kruyd uyt Portugal : To- J^ 1 ,^- 

MENTOSUM SUPINUM MaRINUM LUSITANICUM, ofj eggcnd S 

wolachtig leggend Portugalfch Zee-Sint Jans kruyd , Zee Sint 
en Hypericum repens minimum Montis Libanï, ^ ns ' 
of alderkleynfle kruypende Sint Jans kruyd van de Berg ? ™* ag "^ 
Libanus , zijn teeder van natuur. Brengen in deeze en alder- 
Geweften noyt rijp Zaad voort. Konnen ook de kleynfte 
harde Winter-koude gantfchclijk niet verdragen. Moe- ^ r " c d ,ans 
ten derhalven , in Potten gezet , bij den aanvang van van de 
Otlober binnens huys worden gebragt, op een luchtige Berg Li- 
plaats , waar in niet anders als bij vriezend Weer word banus « 
gevuurd , en gedurende dien tijd onderhouden met 
een weynig lauwgemaakt Rcegenwater. Niet voor in 
het Iaatfte van Maert, of 't begin van April, na ge- 
leegentheyd van de tijd, mag men ze buyeen ftellen : 
dan noch eevenwel moet men haar dekken voor kou- 
de nagten , hayrige en fchrale winden. Zij vergaan niet 
haaft, maar blijven eenige jaren lang in 't leeven. 

Het Hypericum Creticvm flore magno, ofj^M 4 "' 
Sint Jam kruyd uyt Candien, met een fchoone groote Candicn / 
Bloem, is een beziens-waardig Gewas, doch het tee- met een 
derfte van alle. Bemind een goede , zandige aarde , fc ^°^ c 
met een weynig twee-jarige kleyn -gewreevene Pacrde- gj°° m# 
mift, Veen-aarde, en het Mol der van binnen ver- 
dorvene Boomen doormengt : een warme, welgcleege- 
ne plaats, en niet te veel vochtigheyd. Blijft ook eenige 

jaren in 't leeven. 

Geeft ieder Zomer fchoone Bloemen, beftaande uyt Bloemen, 
vijf ijoud-oeele , brcede, voor rond toegaande Blade- 
ren. Drie^ vier, ook wel vijf der zelve, ziet mdn bij 
S f a malkan- 



(il 



Bladeren. 



Zaad. 



Hoe waar 
te necmen 
in de 
Winter- 
tijd. 



647 Beschryving der Kruyden, Bollen en Bloemen, III Boek, 64% 

KRACHTEN. 



/anwin- 
ning. 



Sintjans 
kruyd 
zonder 
Bezien. 



Gedaante 
der Blade- 
rea. 






Gcftalte 
der Bloe- 
men. 



7-aad. 



malkander, op de bovenfte punt van een ronde , dun- 
ne Steel , nauwlijks de lengte van een hand opfehieten- 
de : aan welke voortkomen vecle opftaandc Bladeren, 
donker-grocn verwig; onder een vinger-lid lang ; tame- 
lijk breed; aan de Steel fmal, voor aldcrbreedft, eevcn- 
wel in een punt eyndigende; doch boven kleyner; met 
veele Adert jens inwendig begaafd. In de gedagte Bloe- 
men vind men zelden rijp Zaad, ten zij bij hcete droo- 
ge jaren. 

Dccze foort kan gantfchlijk geen koude Herjft- en zelfs 
Zomer-reegenen verdragen : moet derhalven, in een Pot 
ftaande, in 't laatft van ^/>/rw^r,of't begin van Qftobcr, 
na gelecgentheyd van de bcquaamheyd of onbequaam- 
heyd des weérs, binnens huys gebragt en op een goede 
plaats gefield werden , daar ze door de Venfteren de 
lucht eu Zon mag genieten, tot dat de koude van buyten 
zulks komt te verbieden, 't Moet een plaats zijn, waar 
in niet anders als bij vriezend 'wéér werd gevuurd. Verre 
van den Oven moet de Pot ftaan, wijl deezc Plant zulk 
een haar onnatuurlijke hitte niet verdragen mag; inzon- 
derheyd gantfchlijk niet eenige dagen of weeken agter 
den anderen. Gedurende dien tijd moet men haar al- 
leenlijk een weynig lauw-gemaakt Reegen-water van 
boven geeven. Niet voor in 't begin van April , met 
een zoete lucht en Reegen , mag men ze weer buyten 
zetten. Dan ook noch haar wel wagten en dekken voor 
koude nagte/t , en fchrale winden. In decze Geweften 
kan men ze bequamer aamvinnen door hare bij de M or- 
tel uytlopende, en met'er tijd van zelfs Wortelen fchic- 
tende Jongen, met een wafTende Maan in April van de 
oude afgenomen, en in Potten vcrplant, -dan door haar 
Zaad, 

Het Androszemum non Bacciferum, of Sint 1 
Jans kruyd zonder Bezien, blijft uyt eygener aart twee 
of drie jaren lang in 't leeven. Schiet uyt een teedere , 
bruyn-verwige Feezel-wortel een , twee , en ook wel 
meer Scheuten , ter hoogte van twee voeten ; zijnde 
rond, dun , uyt den geelen bruynachtig , en van bin- 
nen groen. Aan welke voortkomen aardige Bladeren, 
zittende twee en twee altijd regt teegens malkander 
over, gelijk als kruys-wijze ; onder ontrent ten halven 
van de Steel een duym-breed , of wat meer , boven 
een; nu dus, dan weer zoo ; maar boven wel zes vin- 
geren breedte van den anderen , ook kleyner als de on- 
derftc; en tuflehen beyden de Steel als omhelzende. In 
aart en fubftantie zijn ze die van 't Hypericum vul- 
Gare , of 't gemcene Sint Jam kruyd, gelijk: onder 
een weynig rauw in het aanraken , doch boven zacht , 
anderhalf lid van een vinger , wat meer of minder , 
lang; ruym een vinger-breed ; in 't midden op'tbreedl 
fte; voor eyndigende in een gantfeh ftomp punt : bo- 
ven donker- of zwart-groen ; onder bleek-groen ; en 
aldaar rondom aan hare flegte , effene randen met kley- 
ne zwarte ftipjens vercierd : inwendig voorzien met 
eenige groote , regt-oplopende Aderen, waar uyt voort- 
vloeyen veele kleyne dwars-adertjens , helder en luch- 
tig van aart. In de mond geknauwd werdende , val- 
len ze bitter van fmaak , en genoegzaam te zamen- 
trek kende. 

Op de bovenfte punten komen te voorfchijn vier , 
Vijf, zes, of meer bij malkander te zaam-eevoegde 
lang-werpige groene Knopjens, ruftende op korte Steelt- 
jens. Al te zamen beftaan ze uyt vijf groene , IW- 
werp.gc , kleyne Bladertjes , rondom met kleyne 
zwarte Knopjes aardig vercierd: welke, de eene na de 
andere geopend werdende, vertonen matig-groote,geele 
Bloemt jens, vijf-bladerig , voor ftomp toegaande , en 
Stars-wijze gefield ; hebbende van binnen veele eccle 
lange draadjens , op welke haar laten zien kfcyne' 
geele ronde Knopje*,. Als decze Bloemtjens twee of 

ven fï\° P 7 ^r hehhQ ^ VCr * aanze in ^ar zel- 
ven, nalatende veele met zeer kleyne , ronde, dikke 
boven punngc . JMj9 ¥ ecn >^> 

Jangwcrpig-rond, zwart-verwig Zaadje. Y 



S 



Int Jans kruyd, of Hyper icum, is warm en droog seraphde 
van aart , ook verteerend?, heejende, zuy veren- Tem. sim. 
de, en dun van deelen. *I7» , 

De Bladeren , Bloemen, en Knoppen in Wijn gezo- D - /• , 
den, en daar van 's morgens en 's avonds een Roemert- cap. in. 
je gedronken , drijft, het Water der Blaas uyt. Zet de 
Maandflondcn voort. Genceft de beet en tnfleeken der 
giftige Dieren-, ookdegcene, die van binnen gefebeurd 
of gequetjl zijn ; inzonderheyd in oud Bier gekookt ; 
ook alle inwendige wonden ; en is goed voor de Koort- 
zen-, doch verftopt het Ligchaam een weynig. 

De Bladeren geftoten , en op varjfche Wonden, Ge- & g i n . ;- ; 
zwellen, Zweer en , Zeeren, en verbrandheyd gelegt , cup. 3. ' 
reynigen en heelen dezelve. 

"t Poeder der gedroogde Bladeren op vuyle , vochtige Ga i ïi6t 
Zwceren gedaan , werkt het zelve. Simp.MiJ. 

Het uytgeparftte Zap der Bloemen en Bladeren op 8 - 
alle wonden gelegt , geneeft ook de zelve ; en dood de 
wormen der Paerden. 

Het gediftilleerde Water hier van gedronken , is goed Matth.1% 
voor de vallende Ziekte ; ook voor lamme en beroerde <*}• 1 56, , 
Leeden. 

Wet Zout, van deeze Plant gebrand, met eenig Nat p/ - , A 
ingenoomen , is zeer bequaam , om te helpen de geene Z"'b 
die van 't Pleuris zijn gequeld. 

Het Zaad geftoten , en daar van een of twee Dr ach- Tra*u,l.u 
men met warme Wijn , of Vleefch-nat , gedronken , "tf-*3- 
zuyverd het Ligchaam van alle galachtige vochtigheid ;. Sl- 
opend het zelve : drijft de Steen en 't Zand der Nieren jtxxl 
af. Is goed teegens het Bloedfpouwen ; de derdedaag- 
fche Koor t zen , allerley vergif; de beeten der Slanoen , 
en der dolle Honden. 

De O/v van Sim Jans kruyd gemaakt , met warme Lu nt l t 
Wijn geLruykt is krachtig teegens het Graveel; AeenL^i 
üeelzugt; allerley ejuade Zeeren , en Gezwellen; ook 
ver koude Leeden ; fpanning en trekking der Zeenuwen » ' 
Heupen-pijn, en 'r Fierefijn , zoo warm, als men ver- 
dragen mag, daar op gefmeerd. 

De Baljfem , hier van bereyd , is zeer krachtig tot 
geneezing van alle varjfche wonden , heet gemaakt, en 
daar in gedaan zijnde. 




CCLX HOOFDSTUK. 

BILZENKRUYD. 

j.Us van een ieder in het Neederlandfch Vcrf be 
* genoemd; werd in net Latijn geheeten denamw". 
Hyoscyamus: in' 't Hoogduytfih ook 
Bilsenkraut, anders Teuffels- 
Auc,EN,en Dolk r au t: in 'tFranfch 

Hannebane,Endorm ie, en Her- 
be aux tignes: in 't Italiaanfch Hiosciamo, fus- 
quiamo, FavaPorcina, Tabacco, enHERBA 

Dl SANTA CROCF. 

Hier van zijn mij in haren *art bekend agt verander- vWran. 
Jnkefoortcn; namentlijk: b deHijke 

I. Hyoscyamus niger vvlgaris , of oemeen foortcn - 
zwart Bilzenkruyd. II. Albus Cret.cus flore 
AUREO,of Wit BUzenkruyd van CanMën met een aoud- 
geele Vloern. III. Flore Aureo P. Alp.ni , of met 
een goud-geele Bloem van Prosper Alpinus. IV. 
Albus Rotundifolius , of Wit BUzenkruyd met 
ronde Bladeren \. Albus minor Ting.tInus, 
oikjejn wit BUzenkruyd uyt Tingitanen in Africa. 
VI.Luteus, of met een geele Bloem; ook Nicotia- 
na minor , of kleyne Tabak genoemd. VII. 
Hyoscyamus Peruvianus lat.folius, of breed- 
bladeng BUzenkruyd uyt Peru ; anders ook Tabacum 
verum latifolium, of opregte breed-bla- 
obrige Tabak geheeten. VIII. Hyoscyamus 

Peru» 






r 



6+7 ■ 




ANDROSEMUMNON BACOIFEUUM.^ 



<*49 



BlLZENKRUYD. HypecoON, 



7wart 
Bilzen- 

kruyd. en 
wie, met 
ronde 
Bladeren. 



WitBil- 
zenkruyd 
van Can- 
dicn met 



PeRUVIANUS ANGUSTifOLiA , of Bilzenkruyd uyt 
Peru met /malle Bladeren , 't welk ook de naam draagd 
van Nicotiana major angustifolia, of smal- 
bladerige Tabak. Beyde de laatfte werden ook 
wel genoemd Petum, of Herba s,\ncta> weegens 
hare deugdzame klachten. Niet alle zijn ze van de zelve 
Bouwing en Waarneeming. 

Het Hyoscyamus Niger, of kwart Pilzenkruyd, 
en Albus rotund ifolius , of wit Bilzenkrnyd met 
ronde Bladeren ? beminnen uyt eygener aart zoo wel 
een drooge als bequamelijk gemeftte grond : een opc- 
ne, luchtige , vrije , \yel-gclcegene plaats , en matige 
vochtighcyd. Verdragen iclle koude , en alle andere 
ongeleegen theeden der Winter. Bloeyen in het tweede 
jaar; geevcn rijp Zaad., en verderven daar meê,wijlze 
niet langer in 't leeven konnen blijven. Moeten der- 
halven om 't andere jaar , met een waffendc A-faerifcbe 
Maan , weer op nieuws gezayd zijn ; of komen ook 
wel, door 't neergevallene Zaad , van zelfs genoeg op, 
inzonderheyd het zwart. Alleenlijk op dceze wijze 
konnen ze vermeemgvuldigd werden. 

Het Hyoscyamus albus Creticus flore au- 
Reo, of wit Bilzenkruyd met een goud-geele Bloem; en 
Flore aureo P. Alpini , of met een goud-geele 
een goud- Bloem van Profper jélpinus , beminnen een goede zan- 
gccle ^jge aarde , doormengd met een weynig twee-jarige 
mctTen 011 P aer dem\(t ;een luchtige, warme, wel-gcleegene plaats, 
goud- Zijn teeder van aart, Konnen geenerley koude, Hcrfft- 
geelc reegenen , of Vorfi verdragen. Moeten derhalven, in een 
Bloemvan pjot g e z et ^ 's Winters binnens huys op een luchtige 
nus. plaats gebragt , en met maar weynigc vochtigheyd 

voorzien werden , niet alleenlijk in deeze tijd , maai' 
£»ok in de Zomer. In 't laatfte van Maert , of 't be- 
gin van April , field men ze , met een zoete Reegen , 
weer buyten. In deeze Landen geevenzc de tweede 
Zomer volkomen Zaad , en verfterven dan. 't Zelve 
■moet met een wallende Maan van May weer gezayd 
zijn in een Pot , niet diep , maar hol ep luchtig. Al- 
leenlijk hier door kan men ze aanwinnen, 
Pewaans Het Hyoscyamus Peruvianus, Nicotiana, 
Bilzen- JPetum , of Tabacum , Peruyiftan[cb Bilzenkruyd , 
kruyd , of Q £ p re g te Tabaks zoo wel met breede 4I1 [malle r Blade- 
Tabak. YCn -> beminnen een goede , gemeene , met twee-jarige 
Pacrdemift wel voorziene grond : een warme , vrije , 
b.equaam ter Zon geleegene plaats , ,cn v.eel Water. 
Konnen geenerley Vorfi of Wmter-koffde uytftaan. In- 
dien de Zomer niet zeer goed en warm is , zoo verfter- 
ven ze , zonder eenig rijp Zaad na te laten. Is derhal- 
-ven geraadzaam , van deeze foorten een of twee Plan- 
ten 's Winters in een Pot binnens huys te brengen , op 
een luchtige plaats ; droogachtig onderhouden. Daar 
na in het midden van April de zelve , met de geheclc 
klomp aarde, weer op een warme plaats in te zetten ; zoo 
geeven ze in den Herfl rijp en overvloedig Zaad : het 
welk met een waffende Maan van April weer gezayd 
werd , niet diep ; hol en luchtig. Door geen ander 
middel als dit konnen ze aangeivonnen werden. 
Kleyne De Nicotiana minor, k[eyn e Tabaks ofHvo- 

Tabak, of SCYAMUS luteus , Bilzen-kruyd met geele Bloemen, 
Bilzen- bemind dezelve aarde , plaats , en veel water. Blijft 
gecTe mCt n * ct mecr ^ an cenc Zomer in 't leeven. Geeft voor de 
Bloemen. Winter volkomen Zaad > en verfterft daar mee. Be- 
hoefd niet weer gezayd te werden ; want daar ze eens 
heeft geftaan , flaatze, door het neergevallene Zaad, 
van zelfs genoeg op ; en kan hier door overvloedig ver- 
jneemgvuldigd werden. 
Hoe men Wil iemand Tabal^ winnen , om dezelve tot vceler- 
Tabak kan J e y nuttigheyd te gebruyken , die plukke de Bladeren 
iwinncn, fl ^ wanneer ze een weynig geel beginnen te werden 
(want dan zijn ze rijp) en leggeze dik op malkander in 
een Kelder, of donk er-vochtige plaats; zoo beginnen ze 
te zweeten. Als zulks agt of tien dagen heeft geduurd, 
moet men ze weer van den anderen leggen ; op de Zol- 
der ophangen , om te drogen , en dan voorts bewaren. 



6)0 



Het Stof, of Poeder, van deeze Tabaks, is voor alle cn doof 
Liefhebbers der Kruyden en Hoveniers zeer dienftig. Tabaks- 
Want zoo men 't ftroyd op de aarde , daar 't een of 't P ücder d « 
ander gezayd is, zoo zal 't opgekomene niet befchadigd ^Zltcn 
werden van Wormen, Slek&n, of Aardvloyen; want voor alle 
deeze ongedierten vlieden'er voor wech. De Wormen, ongedier- 
daar aan komende, fterven terftond. De Sle k]<en zwel- tcn ' 
len'er van op , als of ze van de Waterzugt waren ge- 
plaagd; en die'cr niet van fterven, kruypen wech; der- 
ven 'er niet weer ontrent komen; inzonderheyd als men 
dit een tijd lang ieder week tweemaal doet. 

De Kruys- of Doornbeeziénboomen , Koolplanten, of 00 k aller* 
Kruyden , welke Yan de gemelde fchadelijke Dieren ge- leyPlan- 
plaagd en gefchonden werden , kan men van de zelve tcn l 
yerloflen en bevrijden , als men die eerft een- twee- 
of driemaal begiet met Reegen-water , waar in opregtc 
Virginifchc Tabaks-bladeren , vijf of zes in getal, opge- 
kookt zijn geweeft, en dan , terwijl ze noch nat zijn , 
ftof van de zelve Tabal^ daar op ftroyd. 

De Karjfeboomen , 't zij klcyn of groot , ook andere Kars en 
foorten , welker teedere Takken door Luys- of andere andere, 
jonge Vliegen, groote overlaft lijden , vermits ze, door 
de daar om zittende mecnigte , van haar nodig voedzel 
werden beroofd , en daar door ligtelijk komen te ver- 
fterven, met 't gedagte Water vier, vijf, of zes dagen 
agter malkander , ieder dag tweemaal , als het vochtig 
weer is , anders maar eens , begoten , en met 't zelve 
Poeder beftroyd werdende , zullen 'er in weynig tijds 
van bevrijd zijn. Indien men naderhand dit ongediert 
Weer daar aan verneemt , zoo moet men dit middel her- 
vatten. 

Alle Oranje- Limoen- Citroen* cn andere Boomen , ok Oran. 
welker Bloemen , ook nieuwe Scheut jens , van de Mieren je- Ci- 
dikmaal niet alleen befchadicd , maar ook wel gantfeh t 1 rocn ", ?.*} 

r i j i i i-i diergclijke 

argebeeten worden , kan men al mee voor dit quaad Boomen. 
bewaren , als men aan de Stam een ring van twee of drie 
vingeren breedte Tabal^fiofkgt, en boven over de Bla- 
deren hcenen ftroyd. Want hier voor vlieden de Mie- 
ren fncllijk wecji , en komen ook niet weer , zoo lang 
de gedagte Tabaks-cirkel daar om leggen blijft. 

Daarenboven, wil iemand in zijnen Hof geheele nef- om Vlie- 
ten der Mieren verftoren , die (mijte de aarde , waar rcn-neileit 
onder zij zich verborgen houden, om verre, en ftroye te vcrlio * 
het gemelde Tabaks-poeder daar in , drie- of viermaal, 
poe ook, als hij de grond weer effen en gelijk gemaakt 
heeft, 't zelve Stof wat dik boven op de aarde; zoo ver- 
laten ze al hare Eyeren, en, zoo veel als'er niet fterven, 
vertrekken na een andere plaats. 



KRACHTEN. 

ALlc foorten van E Uzenkruyd, of Hyofcyamus, van 
welke de witte foort, of Hyofcyamus albus, voor 
• de befte, de zwarte, of Hyofcyamus niger, voor 
de flimfte werd gehouden , zijn verkoelende van aart , 
in den derden Graad. 

De Bladeren , Bloemen , Steelen , Wortelen , en het 
Zap, verwekken [aap ; verkoelen alle verhitting, uyt- 
wendig , doch matig , en niet te veel of te lang ge- 
bruykt ; anders zouden ze aan de uytwendige Leeden 
meer quaad als goed doen. Moeten inwendig gantfeh- 
lijk niet ingenomen werden ; want dan zouden ze bey- 
de Bceften cn Mcnfchen dolzinnig maken ; ook geheel 
om 't leeven brengen. 

Eevenwel , de Bladeren gefloten , met eenig Vet 
en Wijn vermengd , en Plaafters-wijze gelegt op Ge- 
zwellen en ontfeekingen , zoo der heymelijke als an- 
dere Leeden ; defgelijks op de ftharpe cn heete Zin- 
kingen der O ogen , doen dezelve vergaan. Geneezcü 
ook de beeten en feeken der Spinnen , Adderen > en 
Slangen. 

Het uytgeparftre Zap der Bladeren op het Vel der 
Mcnfchen, en deHuyd der Honden geftreeken, doen 
de Linzen en Vloyen fterven. 

J Sf } 'tZelvo 



Lu[t. I. 4. 
tnarr. 7». 
JEtun 
Strm. t. 
Gal. lib. 
Simp. 3. 
Fuchf. 
Hifi. Pi. 
^.314. 
Am. de 
Villa Nova 
in Hort. 
Santt. 
Tratf. de 
Hcrb. cap. 
2z8. 

Dio[c. ƒ.4. 
cap. 69. 
Vlln.l.if. 
cap. 9. 
Lonicir. I. 
i.cap.fS. 


















Apul ilt 
Htrb.MtJ 
eap. 4. 



6 j 1 Beschryving der. Kruyden , Bollen en Bloemen , III Boek , 6$ z 

KRACHTEN. 



DoJ. 1. 14 
e. xi. 

Ruell. I. 3 
e. ioj. 



Ditrantes 
bijl. Plant, 
fol.iiu 



Namen. 



Twee ver- 
anderlijke 

iuorccu 




Grond. 



Aanwin- 
ning. 



Breed-bla- 

dcrig Hy. 

pecoon 

meteen 

fchoone 

licht-roo- 

de Bloem. 



Bladeren. 



Bloemen. 



Het zelve Zap met Oly van Roozen in de Oor en 
, gedoken, drijft'er de fijn van Wëch, en dood ook der 
zei ver Wormen. Een wcynig daar van met Wijn ge- 
dronken , neemt Ween defmerten der Lcever en Longe. 
Verwekt Iuft tot' de Bij(l.iap. Van de Vrouwsperfoonen 
gcbruykt met een weynig Saffraan, verdrijft de pijn aan 
de Froinvlijkbcyd. 

Het Zaad gefloten , en met Meede en Honig , of 
Wijn en Zuyker ingenomen, is goed voor den Hoeft , 
en voor leepe Oogcn. Stild zoo wel der Vrouwen als 
andere Bloedvloeden. Het zelve met Wijn gefloten, en 
op de voeten gclcgt, verzacht de fmerten van 't Poda- 
gra ; geneefl de gezwellen der manlijke Leedcn , en maakt 
dun de dikke Borften. 

De rook van dit Zaad dood de Wand- en Plat- 
luyz.cn: verdrijft de kloven , 't jeul&el , de gezwellen 
aan Handen en Voeten , veroorzaakt door koude. Het 
zelve Zaad van de Vogelen en Hoenderen gegeeten wor- 
dende, doed haar fterven. 

Met de Oly, uyt dit ZWgeparfl, het Hoofd be- 
flrccken , neemt het verft and wech. 



CCLXVII hoofdstuk. 

HYPECOON. 

Us, en, mijns wectens , niet anders, 
word dit aardig kleyn Gewas in het 
Neederlandfth genoemd : in het La- 
tijn Hypecoum: in het Italiaanfch 
Hipecoo. 

Hier van zijn mij in haren aart be- 
kend twee veranderlijke foortcn ; te wecten : 

I. Hypecoum latifolium flore Phcenicio, 
of breed-bladerig Hypecoon met een fchoone , licht - 
roode Bloem. II. Hypecoum tenuifolium flore 
luteo , of Hypecoon met fmalle teedere Bladeren en 
een geele Bloem. Beyde zijn ze van eeven de zelve Bou- 
wing en Waarneeming. 

Zij beminnen een goede , gemeene, zandige, Wel- 
gemellte grond : een opene, luchtige, warme, vrije, 
genoeg ter Zon geleegene plaats , en matige vochtig- 
heyd. Blijven niet langer dan eene Zomer in 't lee- 
vcn ; geeven in den Herfjl volkomen rijp Zaad, en 
vergaan daar mee. 

Moeten derhalven met een wafTende Maan van Maert, 
of ook van September, om dat 't Zaad lang in de aar- 
de blijft leggen , weer op nieuws, ruym een flroobreed 
diep , gezayd zijn. Komen anders van zelfs dikmaal 
genoeg op door 't neergevallene Zaad, een Bokshoorn 
zeer gelijk zijnde. Hier door konnen ze alleenlijk aan- 
gewonnen en vermeerderd worden. 

Het Hypecoum latifolium flore phcenicio, 
of breed-bladerig Hypecoon met een fchoone licht-roode 
'Bloem , krijgt uyt een kort , bruynachtig Worteltje 
fchoone Bladeren , doch maar een of twee in getal , 
zijnde geheel gefcheyden in neegen deelen: ruften ech- 
ter al te zaam alleenlijk op een eenig tamelijk-lang Steelt- 
je; drie en drie bij malkander; waar van beyde de on- 
derflc drie aan haar Steelt je regt teegens malkander 
over , de derde drie in 't midden van de zelve zitten. 
Elk dcezer deelen is eeven groot ; een halve vinger 
breed ; voor fpits toegaande , aangenaam groen-ver- 
wig ; aan de randen rond-achtig getakt, en in 't mid- 
den voorzien met cierlijke Aderen. Bij de zelve fchie- 
tcn onder een of twee lange ronde Steeltjens voort ; 
op welker bovenfle punt niet meer als eene Bloem 
van de genoemde verwe word gezien ; zijnde fchoon , 
groot , en verdeeld in verfcheydene rond-achtig toe- 
gaande Bladertjens» 



HTpecoon , of Hypecoum , is koud tot in 't be- Galen, lik 
gin van den derden graad, volgens het getuy^ ^mp.Med. 
nis van Galenus , hebbende een aart van Heul, £ ltrantes 
of Papaver. bift. Plant. 

De Bladeren, Bloemen, en Mortelen in Wijn geZo-/ o/ - H 3 -- 
den, en daar van 's morgens een Roemertje gedronken, 
opend de verftopthcyd der Lcever ; geneeft de gebreeken 
der zelve, en doed gemakkelijk Water lojfen. 

De Bladeren gefloten , en met Oly , of ook met 
Wijn vermengd, reynigen allerley z.eerigheyd der 
Menfchen : ook de zeeren der Paerden , en anderer 
Beeflen. 

Het gediflilleerde Water hier van , 'defgelijks de Oly 
der zelve, of ook het daar uy tgeparftte Zap , in de Won» 
den gedaan, geneezenze. 



CCLXVIII HOOFDSTUK. 



O P. 




F ook Hyssop in het Neederlandfth Naraea.' 
genoemd. In het Latijn geheeten 
Hyssopus : in 't Hoogduytfch Ispen, 
en Isop: in 't Franfch Hyssope, en 
in 't Italiaanfch Hissopo. 

Hier van zijn mij in haren aart be- Verfchey- 
kend verfcheydene veranderlijke foorten ; te weetcn : devcran- 

I. Hyssopus vulgaris flore cccruleo , of j-" 1 ^* 
gemeene Tfop met een blauwe Bloem. II. Flore al- 
bo, of met een witte Bloem. III. Flore rubro, 
of met een roode Bloem. IV. Folio albo macu- 
loso , of met wit-bonte Bladeren. V. Folio luteo 
variegato, of met geel-bonte Bladeren. VI. Hysso- 
pus tenuifolius, of Tfop met fmalle Bladeren. Meeft 
alle van de zelve Bouwing en Waarneeming. 

Zij beminnen een gemeene, zandige, goede aarde , Grond.' 
met weynig, of geen Miti voorzien : een luchtige, 
-welgeleegene plaats , en matige vochtigheyd. Blijven 
eenige jaren lang in 't leeven. Verdragen allerley on- 
geleegentheeden der Winter: bloeyen ieder Zomer, en Zaad.' 
geeven rijp Zaad: 't welk met een wafTende Maan van 
-Maert , of April , niet diep, ook holletjes, de aarde 
word aanbevolen. Hier door konnen ze veel bcqua- 
mer aangnvonnen en vermeenigvuldigd worden , als Aanwin^ 
door hare van zelfs wortelende Takjens : die men defge- n,n S' 
lijks met een wafTende Maan in April van de oude af- 
neemt en verplant. 

Het Hyssopus tenuifolius, of fmal-gebladerde Smal-ge- 
Tfop , is van naturen veel reederder dan de andere foor- !?h dcrd . c 
ten. Bemind uyt eygener aart een gantfeh zandige onzeLan- 
aarde. Geeft in deeze Geweflen noyt eenig rijp Zaad. den zon- 
Word ook gemeenelijk door de Vorft in de Winter der Zaad. 
wechgenomen: doch ieder Voorjaar verplant zijnde, 
gelijk noodwendig gefchieden moet , blijft veel bee- 
ter over. 

Maar fchoon men in onze Landen het Zaad van Aanwin- 
deeze foort moet mirten , zoo kan men ze echter aan- nin S« 
winnen door hare teedere , dunne , lichtelijk Mortel- . 
fchietende Takjens , welke men op de boven verhaalde 
wijze van de oude afneemt en verplant. Eenige der 
zelve worden 's M'interstimncns huys droog gehouden: 
en moeten ook in den Herfft voor veel vochtigheyd ge- 
wagt en bewaard zijn. 

Het is aanmerkens-waardig, dat het Zaad van Tfop, Zeld- 
gewonnen van de foorten met een witte en met een roo- zaamheyd 
de Bloem , gezayd zijnde , geen andere als met blauwe ^aSL 
Bloemen voortbrengt, 't Zaad van deeze, op de ge- Yfops. 
noemde tijd weer in de aarde gelegt, brengt niet "al- 
leenlijk Planten met blauwe, maar ook weer met witte 
en met roode Bloemen te, voorfchijn. 

Men 



FoLïsa- 




*53 



atmerke- - ^ ^"jf °° k ' Wcl , Jn , acIlt te n*»»* dat ,de Tfop 

fok^c/d ™ C de V °^heenen gedachte W BLukreu, mtftt tijd 
Komt te veranderen in een eenverwige groenhejd. Men 
moet derhalycn altijd inleggen eenige van de alderfchoon- 
ite bonte Takjens , om Wortelen te vatten; zoo wor- 
den ze langer bewaard bij haar aardige veranderlijkheyd 
oer coulcuren. J 

KRACHTEN. 

ulï'smi \ rS ° t> l ^ H yfopm » is d ™°g en verwarmende tot 
8 X m de rden graad: ook zuy verende, opencn- 

-**ƒ«/ Lu de, afvagende van aart, en fijn van deelen. 

Sim. i. In Wijn, 't zij alleen, 't zij met Vijgen, een wcy- 
nig Ruyr, en wat Honig te zamen gekookt; of ook liet 
Poeder der gedroogde Bladeren met Wijn en Zuyker 

tv„>, / , ï?°?' g ; n 8 cnornen ' is z eer aangenaam voorde Maao; 
n.ofc. l. 3. V e r fterkt de zelve , en maakt eetensluft. Is goed voor 
een oude quade Hoeft, en andere koude gebreeken , zoo 
van de Bor/r als Longe. Neemt ook wech de verftopt- 
heyd der zelve , en de Kortademheyd. Verteerd de 
voebtighceden en flijmerigheyd der Harffenen en Zeenu- 
wen', opend de verftoptheydvan het gehcelc Inoewand- 
Trag. 1. 1. wcerftaat het vergif. Maakt dun allerley grove en taye 
c. 14. fwA/«*, de zelve door de .S>wW uytjaeende. Doed 
S;.'t4.f m V kkdi i k ^^#- verdrfftiyl^,. ^ 
Mefutslib.^ 'normen; verwekt der Vrouwen Maandftonden*. is 
Awj.^r. dienftig teegens de vallende Ziekte ; de Geel- en Milt- 
iurintes **'*'' d ° '£%"« «*»* ^ Moeder; de fteeken en bee- 
hifi. Plant. ten ^J" £'/"£' Dieren. Doed de vierde-daagfche Koort- 
fol. a*r. *w allenxken verminderen « de Menfrhpn «»n *«-,/- -.... 



Y S O p. J A C E A d 



fol.itf, 



C. 12. 

Camerar. 
I z.c.iO. 



Ken allenxken verminderen j de Menfchen een goede ver* 
we des Aangezichts bekomen. Geneert alle lopende aa- 
ten en gezwellen, niet alleen hier van gedronken, maar 
ook 't Poeder daar op geftroyd. 

Tfip 'm Edik gezoden , en dan de zelve in de Mond 
gehouden, verdrijft de Tandpijn. 
Tuchf.bijl. In Water gekookt, en opgelegt, fcheyd en verteerd 
M*,3«* het gcronnene 'Bloed: neemt ook wech de blauwe plek- 
ke» > door 't zelve veroorzaakt. 
TlinJ.%6. Het Poeder der gedroogde Bladeren met Wijn op 
te* Gezwellen en Zweer ingen gedaan, verzacht de zel- 
ve. Met Honig en een weynig Salpeeter vermengt , 
dan op de Oogen gelegt , verrterkt en fcharpt hefGe- 
xtcht. Met Wijn, Vijgen en R.uyt in Water gezoden, 
dan daar mee de Keel gegorgeld, de Mond gefpoeld en 
gewaüchen,doed al de Gezwellen der zelve rijp worden 
en vertecren. 

Dodoi.in Met het Water, of de Wijn, daar men Tfop in ge- 
^./.9- kookt heeft, Hoofd en Handen gewafTchen , geneert 

de Schurtfheyd , en quade Kranwagie der zelve. 
ldatth.li. 't Zelve verrigt ook de Tfop, geftoten en met Oly 
'•**• gemengt; of ook in Oly gezoden; wechnecmende , 
niet alleen de feburftheyd der Menfcben , maar ook die 
der Beeftcn. Dood daarenboven de Luyzen, en ver- 
jaagd de jeuking des Hoofds. 
ZoieU.1. Met de gediftilleerde Oly van Tfop de flappe en 
verkonde Zeenuwen geftreeken, verwarmd en verrterkt 
de zelve. 



CCLXIX HOOFDSTUK. 



A 



Namen. 



Verfchey- 
denc 

ver.ind.cr- 
•'jke foor- 
tenj 




E A. 



ilet alleen in het Neederlandfcb , maar 
ook in het Latijn , dus genoemd i 
in het Ital.aanfch Jaccea j in het 
Hoogduytfcb FlOCKBLÜM. 

Hier van zijn mij in haren aart 

bekend geworden deeze veranderlijke 
ioorten j ' 

I. Jacea vulgaris nigra flóre purpurfo, 
of gemeene zwarte Jacea- met een purpure -Bloem 
II. Iuorealbo, of 'met een witte Bloem. III. M\- 



6 H 



H I £ C rT™ SPTK0 ™> oPgroote eeele met 
fteekende Hoofdjens IV. Major t t CINI / TA ,£! 

«LL UR T^' of * roote £&«*»< met een purpure 
Bloem V. Camphstr» Lusitamca capite E- 
CHiNATo of wilde Portugalfcbe met een Doornachtig ' 

^met^ L ^ÈSB^^Ï ?#* 
vtt r " VaH &""" C '» f «»™>»i oCSantorie. hi " "«** 

V11I. Jacea bcctica capite Echinato, of J a - ë d ' 
ceaun Andaluz-ien , met wonderlijke doorniae Zaad- 
boofdjens. IX. Jacea Cand.da Ragusiana , of 
^eerfchoone Sneeuwwitte Jacea, grocyende ontrent 
R^guza. X. Jacea Montama laciniata, of Bera- 
Jacea met aardige gcfneedene Bladeren. XI. [acea 
Montana Gallica, of Franfche fierg-Jacea. XII. 
Jacea Ole/efolio, of Jacea met Bladeren van Olijf- 
boom, ook genoemd Ptarmica Austriaca , of 
Ptarmica uyt Ooftcnnj^ van Carolus Ci.üsius. 
Niet alle zijn ze van de zelve Houwt** en Waarnee- 
mmg. * 

Eevenwcl beminnen ze al te Zamen een goede, ge- Watvrodr 
meene , zandige , liever een ongemeftte als "emertte cen g rond 
grond j een warme , vrije , welgcleegcne plaats , en Z,J bernin ' 
weynig Water. Blijven eenige ja'en fang in 't leeven. DCQ - 
Konnen tamelijk wel de koude en andere ongelce^ent- 
heeden der Winter uytrtaan. Gecven ieder jaar Bloe- Bloemen ; 
men, maar m deeze Landen noyt, of zeer zelden , ten doch zeU 
zij met heete drooge Zomers , volkomen rijp Zaad; i cn , ri JP 
behalven het Jacea vulgaris mcra elore pur! Z " d * 

IT E °\ of & me ™ ^T te J'« ce * ™ et ee » P"rpttre 
Bloem; t welk zijne volle rijpheyd verkrijgd. 

Jacea eatifolia Hispanica, of Jacea met bree- t accau7t 
de „Uderen uyt Spaanjt ; Campestris Lüsitanica Spaanjc: 
capite Echinato , of wilde Portugalfche Jacea W Port * 
met een doornachtig Hoofd, en Jacea Centaüroides f' i uyc 
lutea Apricna Maxima , of aldergrootfte acele 
Jacea uyt Afriep konnen, buyten ftaande, niet wel 
de koude der Winter verdragen. Moeten derhalvcn , 
in Potten gezet , binnens huys droog bewaard wor- 
den ; vermitsze niet alleen door de Cbrft t maal' ook 
door veel Reegen, lichtelijk van haartceder leeven wor- 
den beroofd. 

D n/ A * CEA ° L ^ r0L1 ° - of Jacea met Bladereneend 
van Olijfboom, anders genoemd Ptarm ica Austr i a- Aderen 
ca, blijft niet meer dan cene Zomer overig: «eeft in- u' an OX ^~ 
den Herfft rijp Zaad , en verderft daar mee, Moet 
derhalven met een wafTcndc Maan van Maert of April 
op nieuws gezayd zijn in de voorhecnen befchreevene 
grond , op een warme plaats, of ook wel in een Pot, 
met diep , maar hol. Kan niet veel Water Verdragen , Bloeden, 
inzonderheyd niet de Zaadknop , wanneer hare aanee- Zaad. 
name , en in hare kracht afgefneedene ouvcrean©l]Tkc /anw » n * 
Bloem, verwelkt is. Want dan verrot ze zeer lichte- "^ 
lijk, en laat geen goed Zaad na; door welk middel zij 
echter alleenlijk vernieuwd en vermeeniavuldiod kan 
worden. ö 

Meert al de andere Worden in deeze Gewerten alleen AJtnwfn- 
vermeenigvuldigd en aangewonnen door hare aange- r,in g van 
groeydc jonge Scheut jens; welke men met een waflendc f anderö 
Maan in April van de oude afneemt, en verplant. tCn " 

Jacea Montana Gallica , of Berg-Jacea , Bcrg-> 
welke ik, door Frankrijk. reyzende , ontrent de ftad cea van 
Tours héb gevonden, fchiet uyt een bruyn-verwi^e, Frankri J k « 
tecdere, met eenige reezelen voorzien zijnde Wortel a W ° rcd ' 
zeer aardig-gertelde Bladeren , op een wonderlijke wij- 
ze ingefnèedcn , aangenaam bleek-groen van verwe , 
zacht van aart , een weynig blinkende ; ontrent een 
halve Maatvoet, of wat minder, lang; fmal; aardi" 
gefcheyden in zeer. veel ongelijke Deelen ; waar van Gedaan* 
zommige gelijk teegens malkander over, eenige neer- dcr B,3<i ^ 
waarts gebogen , andere weer opwaarts gekeerd ftaan : reD ' 
doch al te zamen voor in cen breed , mét eenige hoeken 
voorzien, .en eenfehup offpade gelijk zijnde punt cyn- 

digendc. 



<„ BEscHRYvmGDUKKRUYDBH, Bollen en Bloemen, III Bobk, 6,6 



lÜlll. 



Zaad. 



Zeer 
fchoone 
Sneeuw- 
witte Ja- 
cea van 
Raguza. 



dijende. In de Mond geknauwd vallenze met on- 
aangenaam van taak. In 't midden zijn ze begaafd 
me? een matig-brcedc Rugge; uyt fdbW J£ 
ni-tcedcre ,*fcr//«« voortkomen, doch niet, als in 
de brecde gedeelten, zichtbaar. Van naturen ftaan ze 
niet regt op, maar leggen haar gemeenehjk in het ron- 
de plat op, of eeven boven de aarde neer. 
Gelhlte Uyt welker midden een, twee, of ook wel drie 

derBloc- Steelen, opfehieten, zijnde rond, met verhecvene tec- 
dcre Strccpcn , en eenige fmal-gcpuntte en gehoekte 
Bladertjes voorzien. Tuffchcn welke , ook in t bo- 
venfte gedeelte der Steelen , de Bloemen, ruftende op 
lange, dunne, en ruygachtige Stecltjens, te : yporfchijn 
komen. Zijn matig groot , rond van ftelhng ; yan 
buytcn ruyg , van binnen gantfeh geelverwig , en 
zonder eenige reuk. Als ze zes of agt dagen lang open 
gedaan hebben , vergaan ze in haar zelven , nalatende 
een bruyn , langwerpig en tcedcr Zaadje , dat van 
hetDENsLEONis, Paerdsbloem, of Hondstong gelijk- 
vormig > ook met zulk een wolltgheyd boven voor- 
zien. . 

Tagea Candida Ragusiana , of zeer fchoone, 
Sncettw-witte Jacea , groeyendc ontrent Raguza, is 
• een zeer bevallijk en fchoon Gewas; in al zijne deelen, 
'behalvcn de Bloemen, zuyver-wit, gelijk Papier. Ver- 
gaat ook niet haaft , maar blijft eenige jaren lang m 
*t leeven. Krijgt uyt een bleek-bruyn-verwige, een 
vinger dikke, matig lange, en in eenige weynige Zijde- 
takjens verdeelde Wortel zeer aardige en beziens-waardi- 
o e bladeren; uyt 't bovenfte der zelve, digt boven 
malkander , en in 't ronde voortfehietende, in gedaante 
die van het Asplenium , of Liwonium Elegans 
Aspleniadeum , niet zeer ongelijk. Zijn niet blin- 
kende; een kleyne hand, of daar ontrent, lang; een 
duym, wat meer of minder, breed; doch voor alder- 
breedft: gefcheyden, of verdeeld, in neegen, elf , der- 
tien, of vijftien korte, en voor ftomp, of rond toe- 
gaande deelen; zomtijds regt, zomtijds fchuyns teegens 
malkander over aan hare dikke, boven platte, onder 
Gedaante half-ronde Steelen gefield. Het voor aanftaande deel 
BUdcrea" * st aldcrbreedfte ' grootfte, en rondfte; eevenwel ook 
met eenige kleyne hoeken voorzien. Dik en zacht van 
aart zijn ze. Staan ook gcmeenelijk opwaarts gekeerd, 
en fteevig; zelden neerwaarts hangende, als .alleenlijk 
door ouderdom of zwakheyd. Van buyten zijn ze hel- 
der-wit ; welke witheyd beftaat uyt een kort gefchoo- 
rene, en eeven zichtbare wolligheyd; van binnen aange- 
naam en zuy ver groen , met eenige geelheyd vermengt, 
als men ze van malkander breekt : ook vercierd met 
eenige weynige Aderen; niet zichtbaar, als in de groot- 
fte en breedfte deelen; en dan noch onder meer als 
boven. In de Mond geknauwd wordende , zijn ze 
zeer bitter van fmaak; ook een weynig te zamentrek- 
kende van aart. 



Do.l. I. j) 

Cf. 



ï 



KRACHTEN. 



'Acea is verwarmende , verdrogende , en te zamen- 
trekkende van aart. 

In Water, of Wijn, gezoden; daar mee de Keel 

gegorgeld, de Mond gefpoeld en gewafTchen , doed 

fcheyden , vergaan , en geneczen alle varjfche zweeren 

en hardigheyd van de Mond, Keel en Strot : ook der 

%e\v er gezwellen rijp worden en doorbreeken. 

Lehiï. l i. Het gediftillcerde Water deezer Plant, of het daar 

fol. 641. uytparftte Zap , heeft de zelve kracht en werking. 

Zuyverd'en geneert daarenboven allerley Wonden en A- 

pojlematien, als men de zelve daar mee wafcht. 

Tabem.lib. 1° Wijn gezoden , en 's morgens een Roemertje daar 

cnp. 11. van gedronken; of anders een Drachma van het Poeder 



CCLXX HOOFDSTUK. 

T OE B E- 

Eyde in het Ncederlandfch en Latijn Namen, 
met deezen , en , mijns wectens, tot 
noch toe met gecnen anderen naam be- 
kend: in het Hoogduytfih Stobe, en 
in 't Italiaan fih Stebe. Is een meede- 
foort van de Jacea. 
Hier van zijn mij in haren aart bekend twee onder- Tweeori- 
fcheydene foorten, als: ^ l r S£fc£, 



Seci.f. 




I, Stccbe Salamantica prima 



Clusii , of 



ten. 



der gedroogde Bladeren met Wijn nuchteren ingenomen, 
of met andere fpijzen gebruykt, is goed voor de geene, 
die van binnen ge fcheurt, gebrooken, of door eenig on- 
geval verzeerd zijn. 



eerfte Stoebe van Salamanca, befchreeven van Caro- 
lus Clusius. II. Stccbe Salamantica secun- 
da Clusii , of Stoebe van Salamanca de tweede van 
Clusius. Beyde zijn ze van de zelve Bouwig en Waar- 
neeming. 

Zij beminnen een goede, gemeene, zandige aarde, Grond, 
met een weynig twee-jarige kleyn gewreevene Paerde^ 
mirt, doormengt: een vrije, welgeleegene plaats, en 
niet veel Water; vermits ze daar door aan hare Wortel 
lichtelijk verrotten. Verdragen ongeerne de Winter- 
koude deezer Landen. Worden derhalven , in Potten Queekihg. 
{taande , in 't begin van Oiïobcr binnens huys gebragt, 
op een luchtige plaats , waar in niet als bij vriezend 
Weer word gevuurd ; gedurende deeze tijd met wey- 
nig of geene vochtigheyd onderhouden j en niet voor 
in het laatfte van Maert , met een aangename Ree-' 
gen , weer buyten gezet : dan noch eevenwel voorzich- 
tig gewacht en wel gedekt voor koude nagten en hayrige 
winden. 

Zelden blij ven ze langer dan twee jaren in 't leeven. Bloemen,. 
Geeven in de eerfte , ook in de tweede Zomer Bloemen, 
doch geen volkomen Zaad. Dan verfterven ze. Kon- 
nen ook door geen andere middelen , als door haar 
Zaad, aangeivonnen worden : 't welk, uyt Spaanje her- Aanwin- 
waarts overgezonden , met een wadende Maan van April n»ng- 1 
of May in een Pot gezayd moet zijn, niet diep, maar 
hol en luchtig. 

KRACHTEN. 

DE Bladeren, defgclijks het Zaad van Stoebe , ^;„./. 7 . 
zijn droog tot in den derden graad : daarbenee- 'cap.3. 
vens te zamentrekkend van aart. 

De Bladeren in Wijn gezoden, en daar van 's mor- Diofe. I.+ 
gens nuchteren een Roemertje gedronken ; of anders c ' I2 ' 
een Drachma van 't geftotene Zaad met Wijn ingeno- 
men, ftopt allerley vloeden des Buyks; ook de roodeLoop. 
Is goed voor zWehttzige en pefcilentiale Koortzen. Neemt 
wech de Hertklopptng. Verdrijft het Colijk. ; alle Galen. Uk. 
Darmkrimping; de koude Pis: en geneeft de etterige Simf.B. 
Öorcn , daar in gedaan zijnde : ook de geene , die 
door een hooge val , of op eenige andere wijze zich 
van binnen ver zeer d hebben. Heeld de beeten en ftee- 
ken der giftige Dieren. 

Het Zaad gefloten , en op de Wonden gelegt , rey- 
nigd en geneeft de zelve. 

Met het gediftilleerde Water de Oogen dikmaal ge- fUn.Uit, 
wafTchen , neemt der zeher fmerten en roodigheyd,wech. c. u. 



CCLXXI HOOFDSTUK. 

SERRATULA. 

Ord van een ieder, beyde in 't Needer- Namen. 
lanfeh en Latijn , dus genoemd, om , 
dat hare Bladeren aan de randen gelijk 
een Zaag getakt en aardig ingefneeden 
zijn. In 't Hoogduytfih Scharten- 
kraut : in 't Italiaan/ch Serratola . 

Hic.' 







Foi. 



t>JJ . 




<$57 Serr 



ATULA, 



IN 



Twee- 

derley 
foortcn. 



Gemeencj 

Scrracula. 



Aanwin- 
ning. 



Ameri- 

caanfchc 

Serratula. 



Grond. 



Bloemen. 



Gedaante 
der Blade- 
ren. 

. ik*- 



portel. 



Waarnee- 
iningin 
de Wincer. 



Aanwin- 
ning. 



Hier van zijn mij in haren aart tweederley foorten be- 
kend geworden, namentlijk: 

I. Serratula vulgaris , of gemeene Serratula. 
II. Serratula Americana, of Americaanfche Ser- 
ratula. Bcyde zijn ze in hare Bouwing en Waarnecming 
zeer verfchillende. 

De Serratula vulgaris ; of gemeene, is hard 
van aart. Bemind zoo een wel een goede, gemeene , 
zandige, en welgemeftte , als een kleyige aarde : meer 
een luchtige en wclgeleegene, als fchaduwachtige plaats, 
en veel Water. Blijft veele jaren in 't leevcn. Geeft 
ieder Zomer Bloemen , en bij goede tijden volkomen 
rijp Zaad: 't welk met een wallende Maan van April 
of Aiay niet diep gezayd moet zijn. Hier door wor- 
den ze aangewonnen- en vermeenigvuldigd. Maar dan 
ook door hare aangewafTene jonge Wortelen : welke 
men op de zelve tijd en Maan van de oude afneemt, 
en verplant. 

De Serratula Americana, of Serra- 
tula uyt America , is een zeer fchoon en beziens- 
waardig Gewas , doch van een veel teederder natuur 
als de gemeene. Bemind een zandige , goede aarde , 
met een weynig twee-jarige Paerdemift, Mol der ver- 
rotte Boombladeren , kleyn-gekloptc roode Steen , en 
met Zand wel door-gcarbeydde hard-gewordene Kalk 
doormengd : tamelijk veel vochtighcyd gedurende de 
Zomer', een opene, wel ter Zon geleegene plaats, voor 
alle koude Oofie- en Noorde-winden befchut. 

Blijft eenige jaren lang in 't leeven. Geeft elke Zo- 
mer Knoppen , met Schubbctjens voorzien; en uyt den 
geekn purpurachtige tf/^wwwjbeftaande uyt elf, twaalf 
en dertien langwerpige , voor flomp-rond toegaande 
Bladertjens , ruyg van aart , en van binnen met eeni- 
ge geele Feex^eltjens vercierd , veel fchooner als die 
van de vorige; doch noyt in deeze onze Geweflen eenig 
goed Zaad. 

Hare Bladeren, welke ze in den Herffl verliezen, 
zijn achter een kleyne vinger, of daar ontrent, breed; 
allenxken na vooren fpits toegaande ; een geheele vin- 

fer , wat meer of min , lang ; doch hoe hooger hoe 
leyner; ook boven onder de Bloemknop alderkleynft , 
en aldaar digt boven malkander zittende , altijd opftaan- 
de. Rauw van aart zijn ze, aangenaam-groen- verwig, 
onder bleek-wit ; hol en luchtig boven den anderen nu 
aan de eene, dan aan de andere zijde voortkomende ; 
hangende aan zeer dunne , ronde , regt-opflaande , 
geelachtige Steelt jens , gemeenelijk neerwaarts. Aan 
de kanten zijn ze zeer aardig getakt. Komen in 't Foor- 
jaar weer voort uyt een teedere, veelvoudige, Vee^el- 
achtige, welriekende Wortel. 

Deeze G«/>4^«konnengantfchelijkgeen koude Her ffl- 
reegenen, fterkc Winden , Rijp, veel min felle Vbrft ver- 
dragen; vermits ze fchielijk door de zelve van 't leeven 
worden beroofd. Moeten derhalven in 't begin van 
Ottober, of, na tijds geleegentheyd, een weynig eer- 
der , binnens huys worden gebragt , op een luchtige 
plaats, waar in niet anders als bij vriezend Weer word 
gevuurd; en gedurende de Winter moet men ze met 
llegts een weynig Reegen-water van boven begie- 
ten : in het begin van April , met een reegenachtige 
Lucht , weer buyten ftellen ; doch wel dekken en 
voorzichtig wachten voor koude nagten , hayrige of 
fcbrale winden. 

Kan hier alleenlijk aangewonnen en vermeenigvuldigd 
Worden door hare aangegroeyde jonge Looten ; welke 
men met een wafTende Maan in April van de oude af- 
neemt en verplant. 



* J 



ACOBS KRUYD. 



tfïS 



KRACHTEN. 



Gimtrar. 
Tahtnuim» 



D 



E Serratula 
den graad , 
trekking. 
De Bladeren in Wijn gezoden 



is warm en droog in den twee- 
doen zonder eenige te zamen- 



en daar van 's mor- 



gens nuchteren een Rocmcrtjc gedronken ; of ccr, 
Drachma van het Poeder der gedroogde r B lader en met 
Wijn of eenig ander Nat ingenomen , is goed teegens 
de neer zinking der Darmen, Breuken, of Gefcheurd- 
heyd: ook voor de geene, die door een hogen val zich 
van binnen verkeerd; en gebrokene , of verjluykte 
Leeden hebben , veroorzaakt door flaan of vallen. 
Want het fcheyd zter gelukkig, en verteerd het geron- 
nene Bloed. 

Het Poeder der gedroogde Bladeren in een Wond 
gcflroyd » of de zelve gewafïchen met roode Wijn , 
daar deeze Plant in gezoden is geweefl: , zuy verd de 
zelve, doed'er 't vlccfch in groeyen , en geneert: ze te 
gelijk. Met de zelve Wijn zomrijds gebet de zee- 
re Teepclen van der Vrouwen Borflen , neemt'er de 
pijn van wech. 

De Bladeren en Wortelen te zamen gefloten, en paps- 
wijze uytwendig op de Breuken, of Gefcheurtheyd ge^ 
legt, heelen 't geborftene weer te zamen. 

De Wortelen van Serratula uyt America, of Serra- 
tula Americana , zijn uyt eygener aart bitter van 
fmaak ; ook verwarmende en verdrogende tot in den 
derden graad. 

De zelve gedroogd , gefloten , en twee Drachmen 
daar van met Wijn ingenomen, doen zachtjens purgee- 
ren, en drijven uyt, zonder eenige ongelcegentheyd , 
allerley koude en flijmerigc vochten. Verflerken daar- 
enboven 't Hert, de Leever , de Longe , en alle an- 
dere inwendige deelen des Ligchaams. 

Weegens deeze goede en dienflige werkingen word 
dit Gewas van veele zeer begeerd ; en de geene die 't 
gebruyken , worden de goede gevolgen der werking 
haafl gewaar. 



lib. i , e. 13, 

■ua. s. 

Duramts 
Htrb. fol. 
4*9' 



Lohtl. Lu 
f l.6&. 
Dol. 1. 1. 
c.23. 



Matth.Lif. 
c. 1.. 



Deugden , 



der Serra- 
tula uyt 
America. 




CCLXXII HOOFDSTUK. 

SINT JACOBS KRUYD. 

fUs genoemd in het Neederlandfch , Namen, 
word in het Latijn geheeten Jaco- 
BiEA : in het Hoogduytfch Sant Ja- 
cobs blum, of ook Sant Jacobs 
kraut : in het Franfch Herke ou 
fleur di Sant Jaques : in het 
Itatiaanfih Herba di San Jacomo ; of S. Gia- 
cobo. 

Hier van zijn mij in haren aart vier onderfcheydene vier on- 
foorten bekend; namentlijk: derfchey- 

I. Jacob/EA vulgaris, ongemeen Sint Jacobs Aenc foor * 
kruyd. II. Marina , of aan de Zeekant groeyendc; 
't welk ook Cineraria , of Aschkruyd word ge- • 
heeten , weegens de ver we der Bladeren. III. Jaco- 
B/Ea Marina altera Jive viridis, of 'tweede foort 
van Zee-Sint-Jacobs kruyd; waar van de Bladeren zon- 
der wittigheyd veel groener, de Bloemengrooter, vecl- 
voudiger en holler gefield zijn. IV. JacobjEa no- 
dosa Americana , of geknobbeld Sint Jacobs kruyd 
uyt America. Niet alle zijn ze van de zelve Bouwing en 
Waarneem ing. 

Zij beminnen echter al te zamen een goede , ge- Grond, 
meene , zandige aarde ; met weynig of geen vctrig- 
heyd vermengd : een vrije, warme, en welgeleegenc 
plaats. 

De-jACOB.EA vulgaris, of gemeen Sint Jacobs Gemeen 
kruyd, blijft niet langer dan twee Zomers in 't leevcn. Sintjacobs 
Verdraagd felle koude , en allerley ongelcegenthecden kru y d * 
der Winter. Geeft in 't tweede jaar Bloemen , en in 
den Herffl volkomen rijp Zaad. 't Welk met een waf- 
fende Maan van M 'aer tof 'April de aarde word aanbevo- 
len. Alleenlijk hier door konnen ze vernieuwd en ver- 
meenigvuldigd worden. 

De Jacob/ea Marina, of aan de Zeekant groeyend ^ 3n <j e 
Sintjacobs kï'uyd x beydc de foorten, zijn teederder van Zeekant 
T t natuur 



<*>'? 



Beschryving dek Kruyden , Bollen en Bloemen , III Boek, 66 9 



tweeder- 
lcy Coort. 



eroeyend natuur. Verdragen ongeerne veel koude Herffl-reege- 
Sintjacobs nen , en ftrenge Vorft. Worden derhalven , m een Pot 
kruyd van g e ft e ld zijnde, in 't begin van Oclober binnens huysge- 
bragt, op een luchtige plaats , waar in niet als bij vrie- 
zend Weer word gevuurd : gedurende deeze tijd on- 
derhouden met flegts een weynig Reegenwater, haar 
van onder in een Pan gegeeven ; en niet voor in 't be- 
gin van Af ril weer buyten gefteld, met een zoete Ree- 
gen. Geevcn in deeze Landen noyt cenig rijp Zaad. 
Echter kan men .haar genoegzaam vermecnigvuldigen 
door hare aangewaflene en van zelfs Wortelfchietende 
Takjcns , welke men met een waflende Maan in Af ril 
van de oude afneemt, en verplant. 

De Jacob^ea nodosa Americana , of Ameri- 
caanfch Sint Jacobs kruyd met een knobbelachtige Steel, 
is een fchoon Gewas. Schiet uyt een groote, fterke , 
geel-verwige Wortel tamelijk dikke , hooge en ronde 
Steden , met veele knobbelige Leeden vercierd. Uyt 
welke voortkomen aan beyde de zijden der Steel, regt 
tcegens malkander over, op dunne Steelt jens ruftende 
Bladeren , groot , fchoon , en gemeenelijk zich een 
weynig neerwaarts buygende. Zijn aangenaam-groen 
van verwc ; aan beyde zijden met vier breede deelen, 
ook voor in een eyndi^ende , ingefneeden ; alle met 
kleyne Tandjens, en met zeer zichtbare groote Aderen 



Aanwin- 
ning. 



Amcri- 
caanfch 
S. Jacobs 
kruyd. 



Bladeren. 



inwendig voorzien. 



Grond. 



Bemind een zandige grond , met een weynig twee- 
jarige Paerdcmift en 't Mol van verrotte Boombladeren 
doormengt : een vrije , warme , welgcleegene plaats , 
en tamelijk veel vochtigheyd. Blijft lange jaren in 't 
lecven; doch geeft zelden , ten zij bij drooge Zomers, 
Zelden Bloemen, en noyt in deeze Geweften eenig Zaad. Ver- 
bloemen , draagt ongeerne koude Hcrfflreegenen , en fterke Vorfl. 
noyt aa ^Vord derhalven , in een Pot ftaande, 's Winters bin- 

in deeze ' . .. . 

Lüaden. ncns huy$ gefield op een luchtige en warme plaats; met 
zeer weynigc vochtigheyd onderhouden, en niet voor 
in 't begin van Af ril a met een aangename Lucht en 
Reegen , weer buyten gebragt. 
Aanwin- Kan in enze Landen niet anders aangewonnen wor- 
nin ü> den , dan door hare aarigegroeyde jongen; welke men 
met een waflende Maan in Af ril van de oude afneemt en 
in Potten verplant. 

KRACHTEN. 

Dod.Lxu O^ 7 ' Jacobs kruyd, of Jacobaa vulgaris , is ver- 
c. 10. ^ warmende en verdrogende tot in den tweeden 
graad ; daar ncevens een weynig zuyverende , 
vertcerendc, en fcheydende van aart. 
Efitfih.Jty. In Wijn gekookt , en daar van gedronken , doed 
c-s/i. weer voortkomen de opgehoudene of verft ofte Maand- 
Jlonden der Vrouwen. 
■ u • Het Poeder der gedroogde 'Bladeren , of het uyt- 
geparftte Zap der zelve, gedaan in hittige Wonden, loo- 
fende Gaten, en vuyle of voorteetende Zeeren, reynigt 
en geneeft de zelve. 

De Bladeren in Water of Wijn , met een weynig 
füt.'liT' Honi & daa I. bi i gedaan, gezoden, dan de Mond daar 



fol. 270. 



Ditr/intcs 



Tragush. mee gewaflehen, en de Keel gegorgeld, is goed voor 
c.97. de Sauinantic, of het Keelgez^wel : alle heet e ^weeren 
en meeren in de Keel , defgelijks der Amandelen ; 
want zij fchcyden ze en geneezen ze. De Wonden en 
hopende Gaten daar meé gewaflehen en gezuyvcrd , 
ook op alle vurigheyd gclegt , reynigen en geneezen de 
zelve. 
Proft. Al- De Bladeren van ZeeSint-Jacobs kruyd , of Ja~ 
rPh cobaa Marino, in Wijn gekookt, en daar van 's mor- 
gens nuchteren een Roemertjc gedronken , openen de 
Camtrar. vcrfloptbeyd des Ingcwands : ontfluyten en zuyveren de 
;.4.c.o4. Moeder: verwarmen ook de zelve. Neemen daaren- 
boven wech de winden, de onvruebtbaarheyd , en de 
$ l jg in &- Zijn meede goed voor 't Graveel, de Steen 
der Nieren , en der Blaas. Verwekken der Vrouwen 
Maandflonden, en geneezen allerley Wonden. 




CCLXXIII HOOFDSTUK. 

E R S. 

lEn welbekende Plant , in 't Nccder- Namen: 
landfeh dus, ook van veele Kors ge- 
heeten : in 't Latijn Nasturtium : 
in 't Hoogduytfch Kresz : in't Franfch 
Cresson : in 't Italiaanfch Nastur- 
tio, en Agretto. 

Hier van zijn mij in haren aart elf bijzondere foor- Elf bijzon- 
ten bekend; tCWeeten: derelbor- 

I. Nasturtium hortense, ofThuyn, Hof, an- tCn ' 
ders ook bijtende Kers. II. Hortense crispum, of 
gekrulde Thuyn-Kcrs. III. Minus , of kleyne Kers. 
IV. Minimum, of alderklcynfte Kers. V. Indicum, 
of Indiaan fche Kers. VI. Indicum rotundifolium, 
of Indiaanfche Kers met ronde Bladeren. VII. Lati- 
rouuM hyemale , of brecdbladerige Whrter-Kers , 
ook Barbarea genoemd. VIII. Pratense flore 
s 1 mp l t c 1 , of Kers , groeiende of Grasvelden , met een 
enkele Bloem, ook Cardamtne geheeten. IX. Flore 
pleno, of Kers met een dubbelt Bloem. X. Car da- 
min e alpina trifolia , of Berg-Cardamine met 
drie Bladeren. XI. Nasturtium aqmaticum , of 
Water-Kers. Niet alle van de zelve Bouwing en Waar- 
neeming. 

De gemcene Thuyn-Kcrs, gekrulde Thuyn-Kcrs, al- Driedcr- 
derkjeynjle Thuyn-Kers, Indiaan f :he Kers , en Indiaan- ,e y Hor ~ > 
fche Kers met ronde Bladeren , beminnen een goede , Jj 1 ' 5 wee " 
gemeene, zandige, en met oude Paerdcmift wel voor- iudiaan- 
ziene grond: een opene , warme, bequaam-geleegene fthe Kcr«. 
plaats , en matige vochtigheyd. Blijven niet meer 
dan cenc Zomer in 't lecven : geevcn in den Herffi rijp 
Zaad, en vergaan daar meê. Moeten derhalven met 
een waflende Maan van Moert op nieuws gezayd zijn. 
Want alleen door dit middel konnenze aangewonnen en 
vermccnigvuldigd worden. 

Het Nasturtium crispum hortense, of de Gekrulde 
gekrulde Thuyn-Kcrs, verheft mct'er rijd lichtelijk hare Hof-Kers. 
aangename gekruyfdheyd. Men moet derhalvcn nlrijd 
't Zaad alleenlijk winnen van 't alderfchoonfte, en het 
zelve zayen na 't laatfte quartier der Maan, zoo blijft 
het eenigc jaren in ftaat. 

Het Nasturtium Indicum, of Indiaanfche Kers, Indiaan-" 
in de aarde geplant zijnde , waft zeer weelderig voort. iche Kers ? 
Geeft een grootcn overvloed van Bloderen, doch wey- 
nigc Bloemen. Word derhalvcn veel bequamer geoor- 
deeld, dat men haar in een Pot zette; wijl ze daar in, 
door hare veelvoudige Wortelen en weynige aarde in 
hare drijvende kracht als bedwongen wordende, wey- 
nige Bladeren, maar veele fchoone Bloemen, tot aan de Bloemen: 
Winter durende, te voorfchijn brengt. Wanneer het 
Zaad, 2ijndc groot, groen -verwig, en gemeenelijk Za ad. 
twee of drie bij malkander gevoegd, rijpheyd bekomt, 
word het bleek-gcel uyt den groenen, en valt dan af; 
ook als men met de hand daar aanraakt: derhalven dik- 
maal daar na gezien moet worden. 

Het Nasturtium hyemale, anders Barbarea, Winter; 
of Winter-Kers, is hard van natuur. Verdraagt felle Kers - 
koude, en alle ongeleegentheeden des tijds. Blijft niet 
meer dan twee Zomers in 't leeven. Geeft in het 
tweede jaar volkomen rijp Zaad, en vergaat dan. Moet Zaad; en 
dcrhalven ieder foorjaar , of om 't tweede t'elkens a ? nvvin - 
weer op nieuws gezayd zijn ; niet diep. Anders komt ni " S ' 
het ook, door het neergevallene, dikmaal van zelfs ge- 
noeg voort. Kan alleenlijk hier door vermtenhvuldiod 
worden. ^ 

Het Nasturtium pratense, of Cardamine Andere 
FLORii simplicï et pleno , Cardamine , of Kers r ° orcen 
groeyende op Grasvelden , ZO o wel met een enkele als vaaKcrs - 
dubbele Bloem; trifolia, of Cardamine met drie Bla- 
deren ; minus, of/^eyneKers, en Nasturtium 

aqua- 



66 1 






Keus. Vilöè Kers. 









■661 






aqüaticum , of Water-Kers, beminnen uyt eygener 
aart een gedurig- vochtige , welgemeftte grond: meer 
•een fchaduwachtige als een luchtige plaats. Blijven ee- 
migc jaren in 't leevcn. Verdragen alle ongelccgenthee- 
;den des tijdsj en gceven meeft ieder jaar "volkomen rijp 
Zaad : 't welk met een wafTende Maan van Af ril de 
aarde moet aanbevolen zijn. Hier door worden ze ver- 
Aanwin- meenigvuldigd , maar dan ook aangewonnen door hare 
ni °g- aangegroeyde jongen; -welke men op de zelve tijd af- 
neemt en verplant. 

KRACHTEN. 



Matth.U. 
*.i49. 





Huyns-Kers, of Nafturtium hortenfe , is warm 
en droog tot in den derden graad , ook ontbin- 
dende , dunmakende , uyttrèkkende , en bran- 
dende van aart. 

In Wijn gezoden, of ook 't Zaad defgelijks gedaan, 
ien daar van 's morgens nuchteren een Rocmertje , met 
een weynïg Zuyker gemengd , gedronken , is goed voor 
Galen, M. de geene die Bloed fpounven ; de roode Loop hebben ; 
Simp. 7. idooreen hooge val verfluykte, gequetfie, lamme Lee- 
Trag. I. 1. ^ en jakken gekreegen : kortademig of engborflig zijn: 
want het fchcyd het geronnene Bloed. Verdrijft ook 
't Colijk^ en de Winden in 't tigchaam : doed gcmaklijk. 
•wateren; verfterkt het ver/land, vermits het de Harp- 
fenen zuyverd van alle vochtige dampen. Doed dé 
taye Tluymcn der 3orfl rijp worden, en de zelve IofTen. 
Maakt de geeften licht; drijft de Wormen uyt, en ge- 
-neeft de becten van Slangen en anderer giftige Dieren. 
Bmh'm. De Bladeren zelfs rauw tot andere fpijzen , of ook 

L zi- T. 1. alleen, dikmaal gegeeten , z,uyveren 't "Bloed, en hel- 
pen de geene, die van het Scheurbuyk^, of de Blauwc- 
fchuyt gequeld zijn. 
Dod. 1. 14. Het Zaad is verwarmende en verdrogende tot in 
e,, 9- den vierden graad, 't Zelve in de Mond geknauwd, 

brengt een geraakte, of -beroerde Tvng weer te regt. 
Diofc. /.i. Gefloten, of ook het Zap uyt de Bladeren geparft', 
*£#ƒ» met Edik en Honig vermengt, belet de uytvallmg des 
' ffayrs; daar op geftreeken zijnde. Verdrijft de vlek? ' 
ken der Huyd: geneeft de voort Izrnypende zeerigheyd : I 
neemt wech de hardigheyd der Milt : is goed teegens 
de Heupenpijn , ook andere verouderde en koude ge- 
breeken. Met Pecl^el vermengt , dan op Klieren en 
Bloedvinnen valt gemaakt, doed de zelve rijp worden, 
en doorbrecken. 
Thtod. Het Zaad alleen dikmaal gegeeten , ontfteld de 

Borfien. Maag en de Buykj. verwekt daar teegens lufl tot Bijfla- 
l t Mt i\ pen : ook de Maandflonden der Vrouwen : drijft de 
,'osf ' ' doode Vrucht en Nageboorte af 5 doch de zwangere 
Vrouwen moeten'er zich voor wachten. Maakt een 
groote Milt kleyn, en dood de Wormen. 

Het Nafturtium Indicum , of Indiaan fche Kers ; 
word bevonden te zijn- van de zelve aart en eygen- 
fchap. 

Het Nafturtium Hyemale, of 'Winter-Kers , is droog 
en warm in den tweeden graad. 

In Wijn gezoden , en daarvan gedronken, vermag 
alles , wat hier 'boven van de Hof-Kers is gcZcgt. Is 
noch daar beneevéns zeer goed teegens de Steen der 
Nieren en Blaas : ook tot géneezing van alle Fijlelen , 
en hopende Gaten. 
LobtlLu 't Zap, uyt de Bladeren geparft ; en daar mee ge- 
Zo/. 248. gorgeld , verdrijft de Squinantie , of het Kcelgezwel ; 
ook andere gebreeken der Keel. 

Het Nafturtium aqüaticum t of Water-Kers, word 
teegens al de voorgenoemde qualen gclukkiglijk gc- 
bruykt, en heeft met de Thuyn-Kers eenerley vermo- 
gen : gelijk ook doed het Nafturtium Fratoife, anders 
Cardamine, óf Kers; groeyendé op de Grasvelden , vol- 
gens 't oordeel van vecle. 



CCLXXIV HOOFDSTUK. 

WILDE KERS. 

P het Neederlandfch dus genoemd , verfchey- 
word in het Latijn geheeten Iberis, de namca, 
Nasturtium sylvestre, ook Le- 
pidiüm herbula : in het Hoog- 
duytfch wilder Kresz: in 't Franfch 
Cresso'n s au vage , anders Passe- 
rage sauvage, of Chasserage: in het Italiaanfch 

LEPIDIO, PlPERITE, of PlPERELLA. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend vijf verander- vijf veran} 
lij ke foorten ; namentlijk: dcrlijkc 

I. Iberis major, of groote wilde Kers; ook ge- " )ortcn ; 
nóemd Piperitis, en LepidiUm , dat is, Petper- 
kr-üyd. IL -Iberis minor vulgaris, of gemeene 
kjcyne wilde Kers ; ook geheeten Iberis Cardaman- 
tica. ITT. Iberis Petrea angustifolia , of 
fmal-gebladerde wilde Kers , groeyendé op Steen- en 
Bergachtige plaateen. IV. Minima , of alderkie'yn- 
fle wilde Kers. V. Ibfris Americana latifolia 
flore luteo , of Americaanfche wilde Kers, met 
breede ingezaagde liladeren en geele Bloemen , in decze 
Landen opfehictende tot de hoogte van vier, en wel 
vijf Maatvoctcn. Niet alle zijn ze van eevcn de zelve 
Bouwing en Waarneeming. 

Eevenwel beminnen ze al te zamen een goede, ge- Grond: 
mecne, zandigc, zoo wel gemertte als ongemcöte aar- 
de: een vrije , welgeleegene plaats , en matige vochtig- 
heyd. Verdragen fterke koude, en alle andere ongelee- 
jjentheeden der Winter. 

De Iberis minor vulgaris, of gemeene hleyne Gemeene. 
wilde Kers; Iberis Petrea angustifolia, offmal-kteyna 
gebladerde wilde Kers , groeyendé op fleenachtige plaat- yJJ«8e ; 
zen, en Minima, of alderk[cynfte wilde Kers , blijven a ider- 
niet langer als twee jaren in het leevcn. Bloeyen de kleynfté 
tweede Zomer ; . ^ee'vcn volkomen rijp Zaad , en ver- ™ lldc 
'gaan daar mcê. Moeten, derhalven t clkens , met een 
wafTende Maan van Maert of April , op nieuws ge- 
zayd zijn : doch komen ook wel van zelfs genoeg 
voort door het neergevallene Zaad. Op deeze wijze 
konnen ze alleenlijk aangeivonnen en vermeenigvuldigd 
worden. 

De Iberis major, anders Piperitis, en Lepi- Groote * 
öiuiu, of groote wilde Kers, anders Peepet kruyd ge- wilde» cii 
noemd; en Iberis Americana, of Americaanfche ^"^ 
wilde Kers, vergaan niet zoo haaft, maar blijven lan- w ,idc 
ge jaren in 't leeven. Geeven noyt in deeze Landen Kei,, 
eenig volkomen Zaad. Konnen echter aangewonnen 
worden door hare aangewaflene jonge Scheuten; welke 
men, van zelfs Wortelen gekreegen hebbende , meteen 
wafTende Maan in April van de oude afneemt en verplant. 
"Zie hier bij na het Hoofdjlul^vtn vreemde wilde 
Kers, anders ook genoemd Wisselkruyd, eft. wil- 
de Mostaart. 

KRACHTEN. 

DE groote wilde Kers , of Iberis major , is van iw. /. j£ 
naturen heet en droog tot in den derden graad, c- 1 ?- 
De Bladeren gekookt, en bij wijze van eën ™g"™ 
Saus* of óp éeriige andere manier, onder fpijzen ge- 
bruykt , maken een grage Maag, en verwekken ec- 
tensluft. 

In Wijn gezoden, en daar van 's morgens nuchte- cdmtrur) 
ren 't vierde deel van een pintje gedronken, is goed l.i.c.10^ 
voor de vallende Ziekte , de draying of zwijmeling des R " elL l *' 
Hoof ds, Waterzucht, Colijkj Geelzucht, Graveel, en c,l ° S ' 
koude Pis. Dood de Wormen : bevorderd der Vrouwen 
Maandlhnden; verzacht de gecne die in barensnood zijn; 
drijft de Nageboorte af: is zeer krachtig teegens de fat* 
tètt van giftige Dieren, en de pijn der Lendenen. 

Tt i Het 



Beschryving der Kruyden, Boeien en Bloemen, III Boek, 664 



Diofcor. 



66^ 

Het Zap, geparft uyt de Bladere», gmeeü de zwe- 
rende Oorcn, daar in gedaan zijnde. ' 

De Bladere» , of de Wortcle» , in water gezoden ; 
een weynig daar van met Honig vermengd , en daar 
mee gewafchen , doet het Hayr groeyen. Is dienftig 
teegens de Melaatsheid, de Krauwagic , en de Bleyne» 
des Monds. 

•t Zelve Water met Edik vermengd , verdrijft de 
qcznvollenbeyd van de Milt. 

Met het Zap van de Wortel gegorgeld , geneeft de 
zwellende gebreeken der Keel. 

De Wortel gedroogd, en 't Poeder daar van geftroyd 
in vuyle , fi'mkende wonde» , reynigd en droogdze; ver- 
teerd ook het overvloedige en onzuyvere vleefch in de 
zelve, en bcvoorderd de geneezing. 

Het ZW gefloten, met Honig vermengd , en zoo 
gcbruykt, is dienftig voor een Verkonde , enge Borfi. 



Verfchey- 
de namen. 




denc foor- 
ten. 



CCLXXV HOOFDSTUK. 

JUCA uyt AMERICA. 

S een beziens-waardig Gewas , werd in 
'tNeederlandfcb dus genoemd : in het 
Latijn Juca , of Hyuca canada- 
na , Gloriosa, of Americana , 
om dat ze , eerft van uyt de Nieuwe 
Wcereld, ofWefi-Indicn, in de Gewe- 
ften van Europa is overgebragt. Bij de Indianen draagd 
ze de naam van Mandiba, Manyba, Man- 
dioca, en M a n Y o o De Hoogduytfche zeggen 
•Juckf. 
Vier on- ^' er van z 'i n m 'i m naren aart b^end geworden vier 
derfchey- onderfcheydene foorten ; te weeten : 

I. Juca gloriosa , of gemeene Americaanfche 
Juca. II. Juca Americana Filamentosa; in 
Bladeren de andere wel gelijk , doch aan beydc de zij- 
den zeer aardig met lange draden , eeven als of 't hayr 
uyt ee» Paerdefiaart was , zeer vermakelijk vercierd : 
waarom ze dan ook , mijns oordeels, met regt de ge- 
melde naam van Juca filament o fa, of ' dradige , gedraad- 
dejttca, mag voeren. Jacob TredesCant, een 
Engelfchman , en Burger binnen Londen , heeft ze zelfs 
in 't jaar 1648. uyt de Barbados mee gebragt , en'er 
een van aan mij overgezonden : doch vermits ze aan de 
Wortel verrot was , heb ik ze ook niet lang konnen be- 
houden. III. Juca Brasiliana stellato mu- 
cronAto folio, of Juca uyt Brazilië» met een pun- 
tig Blad, Stars-wijze gefield. IV. Juca America- 
na obtusïfolia , of Americaanfche Juca met voor 
fiompe , Stars-wijs gevormde Bladeren ; groeyende in 
Nieuw-Spaanje , en in de meefte Caribifche Ey landen , 
als, Martinico, Domingo, Cuba, Chrifiofiel, en meer 
andere. Niet alle zijn ze van de zelve Bouwing enWaar- 
necming. 

De Juca gloriosa , et. Americana fila- 

mentosa , of gemeene Juca uyt America, en Ameri- 
caanfche Juca met draden , brengen uyt hare bruyn- 
roode, van binnen witte , dikke knobbel-wortel Blade- 
ren voort , op de wijze van de Aloë. Van aart en ver- 
we zijn ze gelijk die van Gladiolus, of het Zwaard- 
kruyd: twee voeten, of daar ontrent, lang; twee, en 
ook wel meer vingeren breed : hard, valt; ftijf uyt 
ftaande; van binnen hol, van buyten uytwaarts rond- 
achtig gedrayd; voorzien met eenige Ruage» , als vou- 
wen. Eyndigcn voor in een kort , rond, vaft , regt- 
uyt-ftaande , en Caftanien-bruyn fteekend punt. 
Zij beminnen een goede, gemeene, zandige, matig 
S^beQÜQ 1 mCt twee "i ari ge Paerdemift , een weynig een-jarige 
nen. °" Hocndcrdrck , en niet te veel Veen-aarde , wel door 
malkander gemengd en bcarbeyd , voorziene grond : 
een warme , genoeg ter Zon gelccgenc plaats, en mati- 
ge yochtigheyd. 



Gemeene 
Ameri- 
caanfche 
Juca: en 
met dra- 
den. 

Bladeren. 



Wat voor 



Zijn wel tamelijk hard van natuur ; maar konnen Hoe in de 
echter, buyten ftaande , de fterke koude en Vorfi onzer Winter , 
Landen in de Winter-tijd niet verdragen. Werden der- JJ^jj 
halven, met een walfende Maan van April in Potten 
geplant zijnde , met den aanvang van Oclober binnens 
huys gebragt ; gefteld op een luchtige plaats , daar of 
gedurig , of alleenlijk bij vriezend wcér in gevuurd 
werd; en, zoo lang ze hier ftaan , onderhouden met 
weynig lauw-gemaakt Reegen-water. Ontrent half 
April zet men ze weer buyten , met een zoete lucht en 
Reegen, om daar de Zonne-ftralen te genieten. 

In deeze Geweften krijgen ze noyt eenig Zaad. Aan eene 
Brengen echter gemeenclijk om het tweede jaar eenige p 'ant 364. 
honderden van Bloemen te gelijk op eenmaal voort uyt J^^ 
hare voornaamfte Hert-fchcut; 't welk mij A»»oj<S^2. 
en meer andere volgende jaren gebeurd is. Op dien 
tijd heb ik , voor de eerfte maal , uyt eene Plant , m 
mijnenThuyn groeyende, gezien driehonderd vier ent zefiig 
Bloemen , grijs- en wit-verwig , doch zonder eenige 
reuk. Zij hangen aan bruyn-roodc Steele» ; en doen 
haar van onder op, gelijk de Fritillar i a , of Kie- 
vitsbloem. De minfte der zelve kan de grootte van een 
Hoender-ey ophalen, of bekleeden. 

.Afgevallen zijnde , werd hare roode Steel , ontrent Wat het 
derdehalve Maat-voet, wat meer of minder, hoog op- voor CCI * 
wafTende , als ze nu geheel verdord is , voor, of in de jfev" 80 "!" 
Winter afgefneeden. Dan maakt de Plant (welke uyt deeze 
eygener aart lange jaren in 't lecven blijven, en zeer oud p 'ant ' 
werden kan) in de volgende Zomer weer een nieuw 
Hert ; 't welk in 't jaar daar na op nieuws , als te voo- 
ren, veelvoudige "Bloemen voortbrengd. 

In onze Landen werden ze alleenlijk aangnvonnen Aanwin- 
door hare bij de oude uytlopende , en van zelfs Blode- nin g« 
ren krijgende jongen ; of dikke k»obbel-wortelen, noch 
geen Bladere» gefchoten hebbende ; welke men met 
een volle Maan in April of May afbreekt , en in Pot- 
ten verplant. Met'er tijd fchietenze uyt , en groeyen 
voort. 

De [uca Brasiliana , et Americana STELr juca uyt 
lata , of Juca uyt Brazil, en uyt America met Stars- Brazil. ca 
wijze gefielde Bladeren, zijn veel teederder van natuur. uvtAmc ~ 
Konnen de koude deezer Landen , hoe warm ook gezet, 
en zonder eenige vochtigheyd onderhouden , niet lan- 
ger dan eene Winter uytftaan. 

Zij beminnen uyt eygener aart een zandige en altijd Grond, 
drooge aarde. Konnen niet verplant , noch ook in 
deeze Geweften vermeenigvuldigd werden ; vermits de 
Wortel , uyt de aarde opgenomen , terftond verderft : 
En niet anders als hier door kan men ze aanwinne». 
Zelfs in hare geboorte-plaats duurd ze niet langer als 
drie jaren. 

De Brasiliana, of ' Braziliaanfche , waft uyt cy- Braziliaan- 
gener aart in haar geboorte-land ter hoogte van zes , fche Juc3. 
zeeven , en ook agt voeten op. De Stam is ruym een 
duymdikj bruyn-verwig, van binnen grijs-wit j met St 
veelc knobbelen- begaafd , houtachtig , en boven ver- 
deeld in veele Tahjens ; waar aan de Bladere» gemeene- Bladeren; 
lijk neerwaarts hangen, gefcheyden in drie, vier, vijf, 
zes, en zeeven deelcn, wat dikachtig van aart, een vin- 
ger, wat min of meer, lang; in 't midden een duym, 
of daar ontrent , breed; voor fpits toegaande , en van 
binnen met eenige kleyne cfwars-adertjens , voort- 
komende uyt een regt-doorlopendc groote , voor- 
zien. 

Uyt het bovenftc komen te voorfchijn blcck-geelc Bloemen; 
Bloemen , gedeeld in vijf Bladert jens , van binnen ver- 
cierd met veele geele draadjens. 

Hare Wortel is wel twee of drie voeten lang ; een Wortel, 
been dik , en witachtig van verwe. 

De Americana , of Juca uyt America, fchiet Amcri . 
uyt zijne dikke, witachtige, of ook wel roode Wortel, caanfchc 
een krom en bros hout , beladen met veele knobbelen , J uca « 
met meer als vijf, of ten hoogftcn zes voeten hoog op. 
Staat niet regt na boven, maar buygd zich van naturen 

neer- 






tóy Juca uyt America. Genghber, Jobs Tranek. 



666 



neerwaarts ', en verdeeld zich in zommige grijze Tak? 
Bladeren. J ens > waar aan ^ e S/<Mfrrw, onordentlijk gefield , zoo 
wel op- als neerwaarts gekeerd , gezien werden, aan 
lange Steelt jem : in 't ronde meerder als de voorgaande, 
ook in vijf, zes, zeeven en agt dikachtige en ftijf ftaan- 
de deelen van malkander gefcheyden ; ieder een goede 
vinger lang , een duym breed ; aangenaam-groen-ver- 
wig; voor alderbreedft, en gelijk als drie-hoekig ftomp, 
echter met een kleyne punt toegaande ; en in 't mid- 
den flegts met een regt-doorgaande Rugge , doch geen 
Aderen , voorzien. Geeft geene 'Bloemen , veel min 
ecnig Zaad. 



Geen 
Bloemen 
of Zaad. 



C. Pi/o 
Hifi. Bra- 
fil.c.x. 



G. Mat- 
gravii 
Mijl. Rer. 
Nat. Braf. 
Ub.i.c.6. 



Ch. Roche- 
fort Hifi, 
Juf. Amtr. 

MfO. 



KRACHTEN. 

AL de Soorten van dit aardig Gewas , rauw gegce- 
ten, zijn vergiftigend, en doodelijk. Gekookt, 
of gedroogd , verliezen ze wel hare quaadaardig- 
heyd , doch werden echter van geene Chriftenen in de 
Geneeskonft gebruykt. De Inwoners der Nieuwe We- 
reld daar teegen s , de zelve gebraden , of gezoden , en 
tot Poeder , of Meel , gebragt hebbende , bakken'er 
Koekjens van , welke hdar dienen in plaats van Brood : 
en waar bij ze haar leeven onderhouden. Dit Brood 
noemen de Brazilianen fipeba ; de ingeboorne India- 
nen van andere Geweften'Gz^iw , of Cafavi ; de Por- 
tHgeezen Farinha. 

Ook maken ze van het Meel deezer Wortelen een 
Brij, ofPap, en van het uytgeparfttc Zap een Syroop, 
neevens andere dingen ; welke ze gebruyken teegens 
Pêrgif, oude vuyle Gezwellen, Koortzen, Roode loop , 
Teerinjr, en diergelijke qualcn : ook, om een ver- 
moeyd Ligchaam weer te verfterken. 

Het Zap deezer Wbrteïen, varfch uytgeparft, is van 
naturen zeer koud. Inwendig ingenomen , dood zeer 
fchielijk beyde Menfchen en Beeften. Doch als 't vier- 
entwintig uren lang geftaan heeft , verliefd het al zijne 
. quaadaardigheyd , en werd , niet zonder groote ver- 
wondering , onfchadelijk bevonden; dan ook gebruykt, 
't zij tot fpijs, of tot Geneesmiddelen. 



CCLXXVI HOOFDSTUK. 

GENGEBER. 

It is niet anders dan de Wortel eener 
Plant , groeyende niet meer als ander- 
halve of twee voeten hoogte boven de 
aarde ; waar van de Bladeren donker- 
groen , ontrent een voet lang , een 
goede duym breed zijn, en óp de wij- 
ze van 't Riet voortkomen ; bij veele 
genoeg bekend. Werd in 't Neederlandfch dus ; doch 
ook van zommige Gengbar , Gember > en Gym- 
ber genoemd : in 't Latijn Zinziber , of Zingi- 
ber : in 't Hoogduytfch Ingber of Ingwer j in 't 
/Vd/T/c&'GiNGENBRE , of Gingembre , in 't Ita- 
liaan fch Gengevo. 

Deeze Plant is in onze Neederlandfche Geweften zeer 
raar , en wil hier ook niet wel aarden , weegens hare 
teederheyd. Bemind een zandige , goede aarde , met 
een weynig twee-jarige Paerdemift, 't Mol uyt verdor- 
vene Boomen, en een-jarige Hoenderdrek genoegzaam 
doormengd : een zeer warme plaats , befchut voor alle 
koude Oojle- en Noor de-winden: weynig, of geen wa- 
Hoe waar ter » Moet , zelfs in 't midden van de Zomer , voor 
je nemen, veele Reegenen gedekt; in de Herffl droog gehouden; 
dan binnens huys op een warme plaats , waar in gedu- 
rig werd gevuurd, geftcld zijn. Ook moet dit al vroeg 
gefchieden , in 't midden of in 't eynd van September. 
Gedurende de Winter mag men ze gantfchlijk geen 
vochtigheyd geeven : haar ook niet weer buyten bren- 
gen voor teegens May* 



WatGeng- 
her is. 




Namens 



Grond. 



: Is van naturen zulk een vyand van de koude vochtig- u*fc waar 
69^ deezer Landen , dat men haar verdorven vind et-r lijktehouï 
men'cr eens op denkt. Ter dier oorzaak valt ze zeer den ' 
bezwaarlijk een jaar of twee te doen overblijven; ten zij 
op de gehoorde wijze wel droog gehouden t en zorg- ■' 
vuldig bewaard. 

Deeze Gengber-plant is bij mij in 't Jaar 1651. door Hoe opgtf. 
over-gezonden Zaad, met een wadende Maan van May <l ueckt » 
in een Pot , niet boven een Stroo-breedte diep , eclejrf uyt een 

j 1 1 • t „ 1 , r'S^b » overgc- 

de aarde aanbevolen : en Anno 16-65. door een groene zonóulne \ 

in Mofch in-gewondenc groote Wortel , uyt Portugal Wortel, 
ontfangen , voortgekomen. Dien zclven Zomer 'isze 
met zijne teedere, fmalle, voor fpitsze, regt-opftaande, 
die van de /mof 't Lü niet zeer ongelijk zijnde bladeren, 
opgewafTcn ter hoogte van meer dan een Maat-voet. 
Op de nu voorgeftelde wijze waargenomen zijnde, bleef 
de geheele Winter groen , en toonde aan de curieufe 
-Liefhebbers op het tweede jaar een witte Bloem , niet 
groot , en fober van geftaltc. Deeze vergaan en afge- 
vallen zijnde , verliet ook de Plant korts daar na hare 
aangename groenheyd, en wierd eyndelijk door flauw- 
te van 't leeven beroofd. 

De andere , uyt Zaad opgekomen , bleef gantfeh cn u y f 

teedcr,en fchoot nauwelijks ter hoogte van een vinger- ? aa< ! ' ? ok 
1 „,' 1 . 1 «- 1 . ö hoc t daar 

lengte op. Wierd ook , door een weynig te veel ge- me ê ging. 

noten water , in 't begin van Auguftus bleek-vcrwig , 
en verging , ter oorzaak van hare teedere aangeilokcnc 
Wortel ; onaangezien zij gedurig met hare Pot (gelijk 
ook aan de Wortel wierd gedaan) van de eene warme 
Paerdemift. in de andere gefield , cn gedurig met Gla- 
zen overdekt was gewceft. Waar teegens de gemelde 
Wortel , op zulk een wijs waargenomen , tot een zoó 
veel meerder hoogte quam op te fchieten. 



KRACHTEN. 



D 



droog, t zij geconfijt, werden gehouden voor 
hitzig , en verdrogende tot in den derden 
Graad. 

In Spijzen gebruykt, zijn ze voor de Menfchen zeef 
dienftig, om alle koude vocht igheeden te verteeren. Ver- 
•fterken een zwakke , verkoudc Maag ; de Geheugenü', . 
't Gez,igt : openen een verftopte Leever : maken cetens- 
lufl ; ftillen de Buykjoop .- ftrijden teegens 't Vergif: 
-verwekken kift tot 't echte wcrk_: verdrijven de Win- , 
den : verwarmen de Moeder : doen de Vrouwen veel • 
Melkjn hare Borften krijger!; en zijn zeer bcquaam tot : 
vermeerdering des Zaads. 

Met Anijs in Wijn gezoden , en daar van een wey- 
nig, met Zuyker vermengd, ingenomen, is zeer dien- 
ftig teegens den Hoc/l , en een verkonde Borfi. Maakt 
ook rijp de taye Fluymen , zoo dat men de zelve ligte* 
lijk kan uytwerpen. 

OndertufTchcn , Gengber te veel gebruykt , is fcha- 
delijk voor galachtige en hitzige Lieden ; want ze ont- 
fteekt het ingewand door hare verwarmende kragt. 

In roode Wijn gekookt , en dan de zelve warm in 
de mond gehouden , ftild de Tandpijn. 



CCLXXVIt HOOFDSTUK. 

JOBS TRANEN. 

P 't Neederlandfch dus genoemd : irt Namen; 
' 't Latijn Lachryma Jobi , of ook 
Lachrym a Christi , om dat haar? 
Zaad aardig de gedaante van Trane>t 
vertoond; anders Lithospermum 
majus : in 't Franfch Larmes de 
kostre Dame , of in 't Nee derland/ch ont,er Lieve 
Vrouwen Tranen : in 't Hoogduytfch Hiobs Zeher i 
'm 't Italiaanfch LAGRlME PI GlOBBE» 




Tt 



Die 



667 



Beschryving der Kruyden , Bollen en Bloemen , HIBoek , 66% 

n i . . .. j __.-• /i- cv / — -,i::t, .]_ a 



Aanwin- 
ning. 



Grond. 



Zaad. 



fit. f6. 



CCLXXVIII HOOFDSTUK. 



ANYSKRUY 
AMERICA. 



D 



Dus ge- 
noemd, 
en opge- 
quceki. 




Grond. 



Geftalte 
der Bloe- 
men. 



portel. 



Stcelen. 



Gedaante 
der Blade 
ren. 



En aangenaam , zeer welriekend Ge- 
was, door Zaadt, voor eenige jaren, 
onder meer andere, zonder naarrt uyt 
Spaanje overgezonden , en in mijnen 
Thuyn gelukkig voortgekomen , is 
van mij dus in het Necderlandfch , 
en in het Latijn Anisoides Americana genoemd, 
om dat het in alle dcelen van zich geeft ( een zeer lieflij^- 
ke reuk, gelijk de Anijs, en uyt eygener aart in Ame- 
rica groeyd. 

Deeze Plant bemind van naturen een zandige, goe- 
de aarde , met een weyuig twee-jarige Paerdemift , 
Veengrond , en een-jarige Hoenderdrek, voorzichtig 
door malkander gemengd: een warme, Wel ter Zon gCr 
leegene plaats, voor alle koude winden bewaard; en ta>- 
raelijk veel water. 

Vergaat niet haaft , maar is uyt eygener aart lang- 
leevend. Geeft de tweede Zomer (na dat ze in 't vo- 
rige jaar met een wadende Maan van May in een Pot 
is gezayd geweeft) volkomene, doch teedere en kley- 
ne Bloemen , hebbende een gedaante van het Lych- 
nis, of Jenette. In het opperfte der Stcelen ftaan'er 
vcele bij malkander gevoegd. Rieken zeer lieflijk , 
gelijk Anijs. Beftaan uyt vier Bladert jens ; van wel- 
ke zommige voor rond , doch de meefte in 't midden 
met een kleyne indrukj Herts-wijze vercierd zijn, hou r 
den ook inwendig eenige kleyne Nopjcns. De ver- 
we is bevallijk geel, Doch zelden komt'er in deeze 
Geweften eenig rijp Zaad van , ten zij met hecte en 
drooge tijden. 

De Steel en al de 'Bladeren verderven van zelfs tee- 
gens de Winter ; doch groeyen ieder Voorjaar uyt ha- 
re Wortel op nieuws weer voort. Welke Wortel tee- 
dcr, dun, en bruyn-vcrwig is. De daar uyt opfehie- 
tende Stcelen bekomen in onze Geweften de hoogte 
van anderhalve, twee, en ook wel meerder voeten. Aan 
de zelve fpruyten fchoone Bladeren ; twee vinger-lec- 
den, wat meer of minder, lang; eene vinger, of daar 
ontrent, breed; in 't midden op 't breedfte ; voor en 
achter fmal, of fpits toegaande: donker-groen en wat 
- blinkende van verwe , doch onder blcekcr. Gemec- 
nelijk zijn'cr twee en twee aan de S/eelen regt teegens 
malkander over gcfteld ; op geen bijzondere Steel tjens 



Dit Gewas blijft uyt eygener aart niet langer dan 
eene Zomer in 't leeven. Word derhalven ieder Voor- 
jaar met een volle Maan van Afyatt of April weer op 
nieuws gezayd. 

Bemind , uyt natuurlijke eygenfehap , een goede , 
gemeenc, zandige grond, met tamelijk veel twee-jarige 
Paerdemift genoegzaam doormengt : een warme, wel- 
ocJeegene plaats, en niet veel Reegen; ook niet veel ge» 
geevenc vochrigheyd. 

Brengt, doch niet anders als bij goede warme Zo» 
mers , in deeze koude Landen voor de aankomft der 
Winter rijp Zaad voort; en vergaat dan, of door 
een kleyne Rijp, of van zelfs, fchoon binnens huys 
gezet. 

KRACHTEN. 

DE Deugden deezer Plant zijn tot noch toe weyv- 
nig bekend. Eevenwel , het Zaad, waar van 
zommige lieden Pater-nosters maken, ge- 
pul verifeert ; in Rhijnfche Wijn gezoden, en daar van 
door den dag gedronken , is zeer goed teegens den Steen 
der Blaas, en 't Graveel der Nieren. 



ruftende , maar aan de voomaamfte Steel gelijk als vaft 
^ehegt zijnde : in het midden voorzien met een grootc 
regt-doorlopcnde Ader , waar uyt veel andere kleyne, 
echter genoegzaam zichtbare , zich rtot aan de randen 
.yerfpreydende , voortvloeyen. De bovenfte Bladeren 
zijn de kleynfte - 3 ook gantfeh flegt : doch de andere 
aan de randen bezienswaardig gekarteld, of getand, op 
zulk een wijze als het Spiraa van Theophraflm ; doch 
wel zoo fterk. 

Ongeeme ver.draagd deeze Plant veele of koude HoedamV 
Hcrfflreegenen 9 . ifcrke Winden-, Sneeuw, en Vorfi. in de Win- 
Word derhalvcn in het begin van Ottober , ook wel terwaartc 
later, of een weynig vroeger, na dat de tijd vereyfcht, necmcn ' 
binnens huys .gebragt ; niet dompig gezet ; nauw ge- 
wacht voor een doordringende Vorjt; gedurende de ge- 
-heele Winter maar een of tweemaal met zeer weynig 
Jauwgemaakt Reegenwater van boven begoten. Blijft 
wel zonder vuur over; doch beeter, warm gezet zijn- 
de, inzonderheyd" wanneer 't hard vriefi. Word niét 
voor in 't begin van April, of wat later, met een zoe- 
te Reegen en aangename Lucht weer buyten , en de 
Zonneftralen voorgefteld : doch ook dan voorzichtig 
bewaard en wel gedekt voor koude nagten , Sneeuwi- 
ge vochtigheid, zuure of fchrale Oojte- en Noorde- 
winden» 

Door haar Zaad wil ze zich hier, ter oorzaak van Aanwia- 
de koudheyd onzer luchtftreek , zeer bezwaarlijk la- ning. 
ten vermeenigvuldigen. Kan' echter bequamelijk aan- 
gewonnen worden, door hare aangegroeyde nieuwe Wor- 
telen, welke men, meteen waflende Maan van April 
of May , als de koude voorbij is , zeer voorzichtig 
-met een fcharp Mes van de oude afneemt, en in Pot- 
ten verplant. 

Het is verwonderens waardig, dat niet alleen de Stee- A anme rfcS 
len, Bloemen , en fchoone Bladeren deezer Plant, maar lijkhcyd. ' 
ook de Wortelen, uyt de aarde genomen, een aange- 
name Anijz,ige geur van zich geeven ; welke niet alleen 
_'t Hoofd , maar ook al de inwendige deelen des Lig. 
ehaams zeer verquikt en verfrifcht. 

KRACHTEN. 

HEt Anijskruyd uyt America , is in den vierden Deugden 
graad van naturen warm en droog; fubtyl, en 
doordringende van deelen. , 

Drijft het Water en de doode Vrucht af. Verwekt d ceze9 
de Maandfionden : geeft een goeden Adem: vermeer- kruyds . 
derd de Mell^ in der Vrouwen Borften : weerftaat het tce g en9 > 
vergif. Veroorzaakt luft tot het Echte werk.: neemt V 7 
wech de Hoofdpijn : is zeer dienflig voor onzinnige 
menfehen. Verdrijft de dorfi der Waterachtige ; en de 
hittigheyd der Koortsen. Verwarmd de Maag', is goed 
voorde Steen der Nieren en der Blaas ; verdund ook 
alle quade vochten. 

Met een weynig Honig ingenomen, doed het dik- Gebrcc- 
maal braken ophouden. Is dienftig voor de Moeder eg ken. 
en geneeft allerley flag van gezwellen. 

Ik heb door ervarentheyd bevonden , dat de Blade- Ook tot 
ren of een ge heele Tak^, gelegt .op een plaats, daar verdri J- 
zich Wandlujzcn onthouden , al de zelve doen ver-fej 1 ", 
huyzen door haar aangename en krachtige roik ; zoo zen ? T 
dat de Bediteede binnen weynige dagen van dit on^e- Mieren, 
diert gantfeh zuyver zal zijn. Verjagen defgelijks'de 
Meren , zoo dat ze niet zullen komen komen ontrent 
de plaats daar deeze PW groeyd, of eenige Bladere* 
neergelegt zijn. 

* 

- 




CCLXXIX, 



66 9 



AsPERGlE. ElUNUS VAN DlOSCORlDES. 



670 



Verfchey- 
de oamca. 




Twee 
verander- 
lijke foor' 
ten j 



CCI^XIX HOOFDSTUK. 

A S P E R G I E. 

F Aspersie , bij ieder bekend en be- 
mind , word in 't Neederlandfch niet 
alleen dus , maar ook , weegens de 
fchoonhcyd harer Vruchten, van zom- 
mige Koraalkruyd , van andere 
Sargel , maar beeter Spergel ge- 
noemd. In het Latijn Asparacus , of Spara- 
gus : in't Hoogduytfch Spargen: in 'tFranfch Asper- 
ges , of Sperages : in't Italiannfch Asparago, of 
ook Asparaci. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend twee veran- 
derlijke foorten ; namcntlijk: 

I. Asparagus sativus, of tamme Afperkte. II. 
Asparagus sylvestris , of wilde Afpergie ; ook 
genoemd Spina muris , of Corruda : van welke 
drie of vier onderfcheydene foorten worden gevon- 
den , gelijk te zien is bij de geleerde Carolus 
Clusius ; weynig verfchillcnde , als in de teeder- 
heyd en fcharpheyd harer Bladeren-*- dan ook noch 
verfcheyden van de tamme in de Bouwing en Waar- 



neemina. 



Tarame 

Afpergie. 

Grond. 



Aanwin- 
ning, en 
vermee- 
nigvuldi- 



eerft, door 
haar Zaad. 



En op wat 
voor een 
wijze 



De Asparagus sativus , of tamme Afpergie , 
bemind een zeer vette , luchtige , wel-omgerocrde en 
kleyn-gemaaktc grond : een opene, vrije, bequaamlijk 
ter Zon geleegene plaats, en veel Water. Blijft eeni- 
ge jaren lang in 't leeven. Verdraagd allerley ongelee- 
gentheeden der Winter , en geeftieder jaar gemeenclijk 
volkomcne rijpe Vrucht, van een aangenaam-roode ver- 
we, met zvvartachtig-bruyn Zaad van binnen gevuld : 
Waar door, en dan ook door hare aangegroeyde Worte- 
len , deeze foort kan aangewonnen en vermeenigvuldigd 
worden op de volgende wijze. 

Neem een Bed, of andere plaats van uwen Hof, zoo 
groot als gij wilt, en Meft het zelve zeer fterk met 
twee-jarige Koeyemift en veel Zand. Maak daar na , 
de aarde wel kleyn gewreeven zijnde, gaatjens daarin 
twee vingeren breedte diep, ieder een voet van malkan- 
der af. Werp dan , ftraks na het eerfte quartier der 
waffende Maan van Maert, in elk kiyltje twee Zaden, 
en bedek de zelve terftond met aarde: en in 't laatfte 
van OElober't geheele Bed met oude, ofookwelmet 
een koek van varfTche Koeyemift. Laat ze dus leggen 
tot in 't midden van A'facrt; of, na gelccgentheydvan 
de tijd, wat langer. Wrijf dan de Mift met uwe Han- 
den Zoo kleyn als mogelijk is , latende die leggen op 
de zelve plaats; zoo word de vettigheyd daar van door 
den reegen na beneeden tot op de Wortelen gedreeven , 
waar door ze merkelijk aangroeyen. 

Als dit dus ieder jaar verrigt is, en deeze jonge Plan* 
ten twee of drie jaren ftil geftaan hebben , worden ze 
uyt hare eerfte aarde opgenomen , en verplant in de 
tweede, daar in zij wel agt of tien jaren lang mogen 
blijven, zonder eens gerept te worden. Bij de opnee- 
ming moet men zorgvuldig zijn , dat de voornaamfte 
punten der Wortelen niet worden geftotcn of afgebro- 
ken ; want in zulk een geval zouden de Wortelen ver- 
gaan, en de Plant weer nieuwe moeten maken; waar 
door ze in het groeyen zeer zou verachteren. In de 
verplanting moet men op de volgende manier te werk 
gaan. 

Graaf uyt een Bed , 't welk nu een jaar ftil en zon- 
der Vruchten geleegen heeft , al de aarde uyt , vier 
maatvoeten, of meer diepte. Leg daar in, een halve 
voet hoog , goed Zand , zonder eenige zoutighcyd : 
daar op een-jarige Koeyemift, ter hoogte van een voet. 
Tree de zelve met uwe voeten wat digt in een. Doe 
daar op, drie vingeren breed hoog, half Schapen- en 
half Duyvenmift, met genoegzaam Zand doorarbeyd. 
Alweer op de zelve een-jarige Koeyemift , met varf- 



fche Draf of Zand doormengd. Dsn op nieuws, drie 
vingeren breedte hoog, half Schapen- en half Duyven- 
mift , ook met Zand doormengt : of indien gij zoo 
vee Duyvenmift niet bekomen kond, doe daar bij zoo 
veel Hoenderdrek, als u noch van nooden zal zijn; ook 
genoegzame Draf. Zoo voorts al wederom , tot dat 
gij , op drie vierde dcelen van een voet na , met de an- 
dere grond gelijk zijt. Lcg'er dan boven op vijf duy- 
men breedte goede, vette, zeer zandige aarde, door- 
mengd met varffche Draf, wel kleyn-gemaakr. Zet 
hier op uwe Planten , anderhalve voet van malkander: 
ieder Plant op een gemaakte hoogte , in welker mid- 
den de Kop of 't Hoofd der Plant komc te ftaan , zul- 
kerwijs , dat de Wortelen daarom hcencn een weynig 
neerwaarts in de rondte leggen. Dit moet gefchicden mcn hJcr 
in de Maand Maert teegens de volle Maan. Bedek ze ontrent 
dan met de zelve gantfeh zandige vette qrond, voor- moct te 
zien zijnde met een goed deel Draf (zuy ver en flest ge- WMk 
maakt) drie duym breed hoog, en laatze dus ftaan, SM " 
tot dat hare Wortelen , te zeer vermeenigvuldigd , 
noodwendig een weer opneeming vereyflehen; 't welk 
zelden gefchied, voor dat tien jaren voorbij zijn gelopen. 

Zommige gebruyken een geheel andere mahièr on- An dcrë 
trent de bercyding harer Afpergte-bedden ; te weeten 
deeze : 

Zij graven de zelve niet meer als twee voeten diep manier 
uyt. Vullen de uytgegravene plaats dan met goede van Plan -! 
een-jarige Koeyemift , anderhalve voet hoogte. Be- tins * 
dekken die met goede, vette , en zandige aarde, twee 
maatduymen hoog, en 2etten de Afpergie-wortelen daar 
op ; de zelve weer overleggende met zandige aarde, en 
deeze aarde weer met een-jarige Koeyemift. Deeze wij- 
ze word van veele gepreezen ; ja voor beeter dan de an- 
dere gehouden. 

OndertufTchen , indien men ieder jaar in de Maert Hoe men 
de Wortelen deezer Afpcrgien met een Vork een wey- zeer dikke 
nig oplicht, én de zelve van onder niet alleen met twee- ^ f P cr g ies 
jarige Koeyemift , doormengt met een tamelijke veel- mè'n!^ ' 
heyd van Draf, voorziet ; maar dan ook alle dove of 
verdorvene koppen daar uytzockt, en wechneemt, zoo 
zullen ze in dikie zeer aanwaflen, en geweldig rv.n^roe- 
yen , inzonderheyd, wanneerze een zandige^ grond Ge- 
nieten , welke ze van naturen geeme hebben ; 'en daar in 
verwonderlijk dil^ worden ; 't welk in een andere aarde 
onmogelijk is. 

Dus verzet zijnde , mogen ze voor de eerfte maal w at b'j 
niet afgefneeden worden, voor datze ten minftcn drie ^ e aff " ij " 
jaren hebben ftil geftaan ; want hier door zullen ze w"f r te"' 
meerder fterkte bekomen , en dies te beeter zijn. Ook neemen. 
moct men ze dan niet langer als tot den twintigflen 
Juny affnijden: waarbij noch aan te merken ftaat, dat 
men jaarlijks moet wechneemen zoo wel alle dunne 
al? dik& Scheuten. Want indien men de dil^e wou 
affnijden , en de dunne laten ftaan , zoo zouden dee- 
ze de mceftcr fpeelcn , en de Planten zoo zeer doen 
verzwakken , dat men naderhand aan de zelve geen 
goede meer zou vinden , vermits ze al 't voedzel na zich 
trekken. 

Men moet ook goede zorge dragen , dat in 't Voor- 
jaar niet alle fpruyten worden afgefneeden. Nood- 
wendig moet men eenige der befte laten ftaan, om daar 
van (indien men 't begeerd) Zaad te konnen winnen. 
Anders zouden de Wortelen te zeer in hare kracht wor- 
den gekrenkt. 

Het Zaad volkomen rijp, en in droog Weer ge- ontrent de 
wonnen zijnde ("gelijk men allerley Zaden rnoct doen) Zaidwm ': 
laat men eevenwel hare Steelen ftaan groeyen, tot op den 
twintigften van September. Dan fnijd men ze cerft af; 
veel bequamer en beeter in de afgaande als de waf- 
fende Maan. Indien het eerder komt te gefchieden, 
zoo geevenze lichtelijk noch voor de Winter nieuwe 
Scheuten, waai' door ze, in hare kracht verzwakkende, 

t volgende Voorjaar veel kjeyncr en dunner Afpergien 



Verdere 
waarnee- 
ming 



in 



te voorfchijn brengen. 



Het 



icenigc 



671 Beschryving der Kruyden > Bollen en Bloemen , III Boek, <S 71 

Het gebeurd o<# wel, dat tuflehen de oude Planten, . De wilde Afperoie, of Corrnda,in W ijn S^ookt,^, 
door het van zelfs neergevallene ZW, dikmaal jongen U goed teegens al de genoemde gebrtcken? Geneeft l *>»<r6. 



andere 
iingca. 



WilJe 
AlpcrgiC; 



Grond. 



Hoe men 
ze moet 
waarnce- 

mcn. 



Vierder- 
ley foor- 
ten hier 
van opge- 

«jufickt. 



door het van zelfs neergevallene Zaad, dikmaal jongen 
opflaan : welke men terftond zorgvuldig móet wcch- 
neemen, op dat ze de andere niet van haar vocdzel be- 
roofden. Ook moet men ieder jaar 't neergevallene 
Zaad vlijtig van de Bedden opleezen , op dat'er geen 
jongen uyt mogten voortgrocyen. 

Daarenboven word men zomtijds gewaar, dat eenige 
Afpergies met hare Wortelen een weynig om hoog rij- 
zen ; 't welk nochtans zelden in eenige Zand-grond , 
maar wel in de andere word vernomen. Hier voor , 
gelijk ook voor de koude der Winter , is zeer dien- 
ftig, dat men in 't laatftc van Oclober, of 't begin van 
November , in ieder jaar, eeven voor de Vorft , haar be- 
dekke met cen vingerbreed hoogte loutere Duyvenmift, 
en daar op Icggc, twee vingerbreed hoog, varflche, of 
ecn-jarige Koeyemift : welke men daar na in Maert met 
de handen kleyn wrijfd, en daar op laat blijven. Dus 
zalmen jaarlijks, boven alle andere, groote en delicate A- 
fpergies bekomen. 

De wilde Aspergie , in het Latijn Corruda, 
of ook (gelijk hier boven gezegt is) Asparagus syl- 
vestris genoemd, word in deeze Geweften , weegens 
hare teederheyd, niet ter fpijze gebruykt. 

Zij bemind uyt eygener aarteen zandige aarde, met 
een weynig Veengrond en twee-jarige Paerdemift door- 
mengd : een warme , wel ter Zon gcleegene plaats , en 
matige vochtighcyd. 

Kan noch koude Hcrfftreegenen , noch eenige Vbrfl 
verdragen. Word derhalven , met een wafTende Maan 
van April , in een Pot zoo wel gezayd als geplant : 
in Oclober binnens huys gebragt : de geheele Win- 
ter door droog gehouden; en in 't begin van April, 
met een reegenachtig Weer, wederom in de Lucht 
gefield. 

Ik heb hier van vier onder fcheydene foorten, uyt Por- 
tugalfch Zaad voor deezen aangnvonnen, over de 
zeeven jaren lang opgequeekt : maar noyt eenige 
Bloemen , veel min Zaad , daar aan gezien , vermits 
2e de koude deezer Landen niet konnen lijden. Waar- 
om ze ook met 'er tijd verminderden, en eyndelijk 
gantfeh vergingen. 




KRACHTEN. 



Galen. I. 6. 
XleJ.ilimp. 
Dorflen. 
lib. Herb. 
fit. '74- 
Luftian. 
1. 1. tnarr. 



D 



lenic. I. x. 
c. 148. 
JEgin.Lj. 
c. x. 
Viofc. I. x, 

t. ttz. 



E jonge Scheut jens der Afpergien , of Afpa- 
ragus, gezoden , en als een Salade met Oly , 
Edik , Peeper en Zout gegeeten , geeven een 
matig voedzel aan het Ligchaam : zijn tamelijk voch- 
tig van aart, en in den eerften graad verwarmende, ook 
afvagende. 

Voor ieder zijn ze zeer gezond : doen een klaar en 
helder Gedicht bekomen ; neemen wech de Heupen- 
pijn , en de Borflfmerten : geeven een goede verwe : 
verwekken een zachte Stoelgang ; zijn goed voor de 
Blaas, en teegens de Druppel-pü. Vermeerderen het 
Zaad; maken lult tot de Bij/laap; en doen het Water 
in de Blaas flinken. 

De Wortelen deezer Plant zijn gematigt tufTchcn 
warm en koud ; doch wat drogende , en een weynie 
afvagende van aart. 

De zelve in Wijn gekookt, en daar van ieder mor- 
gen nuchteren, eenige dagen achter malkander, een 
Rocmertje gedronken, geneeft de roode Loop: brengt 
de verftuykte Leeden weer te regt : verdrijft de pijn 
van de Moeder. Is goed voorde Geelzucht, en het 
Graveel : opend de verftopping in de Blaas, van de 
Leever en Nieren : verlicht de gebreeken der Borfl ; 
en verdrijft de Tandpijn, de Mond daar mee ge- 
wafichen. ö 

De gedroogde Wortel in de Tanden geftoken, doed 
ti^^&^^^^^l^ I "»"y™ ? cna C jonge Meuten: welke men ten halven 

hdHtiË^^^™^ ^^ ? t e r ]Ze i**t*<™ "fnijd; daar „ a , *W 

1 lcn bekomen hebbende, meteen wafTende Maan van 

April 



goed teeger... «. «v & ö *-«„.„»., 

daarenboven de betten en fteeken der vergiftige Dieren. C ' 4 " 
Verdrijft ook de pijn der Nieren. 

Het Water, waar in men deeze wilde Afpergies heeft Doi. I, 24 ; 
gezoden, de Honden te drinken gegecven , doed de c '' 3, 
zelve fterven, gelijk zommigc geloven. 



CCLXXX HOOFDSTUK. 

E R I N U S 

van DIOSCORIDES. 

fS|*&4?, It raar en weynig bekend Gewas is, Namen; 
mijns weetens, met geenen anderen, 
als deezen naam» bekend ; behalven 
dat het ook van veele word gehou- 
den voor het Echinus Galeni , 
van Matthias de Lob el genoemt 
Clinopodium minus, of wilde 
Basilicom. 

Het bemind een goede, gemeene, zandige aarde , Grond, 
met een weynig twee-jarige Koeyemift vermengd : 
een warme, vrije, wel ter Zon geleegene plaats; en 
veel Water. Vergaat van naturen niet haaft , maar Wortc ^ 
blijft lang in 't leeven. Geeft ieder Voorjaar uyt een 
lange, een kleyne vinger dikke, ronde, geelachtige, 
uytwendig met eenige witte pielden, en veele Knob- 
belt jens aan alle kanten voorziene , doch van binnen 
gantfeh witte Wortel, tamelijk veel 'Bladeren, ruften- Gedaante 
de op lange, dunne Steelt jens. Zijn niet groot; rond- der Bladc 
achtig , met ftompe kerven aan de kanten gedaagd ; rca - 
van gedaante als die van het Hedera terrestris , 
of Hondjensdraf, immers de zelve niet ongelijk : Gras- 
groen van verwe ; gemeenelijk neerwaarts hangende , 
inwendig gevuld met een wit Zap , en begaafd met een 
regt-doorgaande Ader, waar uyt verfcheydene kleyne 
dwars- Adert jens voortfehieten. 

TufTchen deeze Bladeren worden gezien vijf of zes Gertaltè 
ronde, teedere, ook met een Melkachtig Zap van bin- der Bloe ü' 
nen voorziene, ruym een hand hoog opfehietende Tak? men ' 
jens, aan beyde zijden met Bladert jens vercierd; wel- 
ke haar boven verdeelen in veele z,ij 'de-tak jens : uyt 
welker opperfte punt de Bloemen te voorfchijn komen. 
Deeze zijn uyt den witten bleek-blauw. Beftaan uyt 
vijf voor fpits toegaande Bladert jens , zich vergelij- 
kende met die van de gemeene witte Ja/mijn, en zijn* 
van binnen verrijkt met een geel Afhangz.eltje. Als ze 
eenige dagen lang open hebben geftaan , vallenze af, 
nalatende (doch niet als met zeer warme Zomers) vol- Zaad. 
komen rijp Zaad , van verwe zwart , van fmaak am- 
per. 

Verdraagt, buyten ftaande, zeer ongeerne de Win- Hoe in de 
ter-koude. Word dcrhalven met een wafTende Maan Winter 
van April in een Pot zoo wel gezayd als eeplant, een waar tc 
weynig gewagt voor veel koude Her fflreegenen: ontrent 
half OElober, wat eerder of later, na dat het Weer zich 
aanfteld , binnens huys gebragt , en op een luchtige 
plaats gefteld; daar ze door de Venfteren de Zonncftra- 
len mag genieten, zoo lang de aandringende Vbrjl zulks 
niet komt te verhinderen. Gedurende de geheele Winter 
moet ze niet als met lauwgemaakt Reegenwater van bo- 
ven onderhouden worden : daar na bij tijds weer de 
Lucht ontfangen; en in *t laatfte van Maert, met een 
zachte Reegen weer buyten gezet; eeven wel dan noch 
voor vriezende nagten en fchrale winden wel bewaard 
zijn. 

Kan in deeze onze Geweften aangewonnen worden, Aanwin- 
niet door Zaad, maar door hare bij de zijden des Wor- nin §- 
tels uytlopcndc jonge Scheuten : welke men ten halven 



JPol.óy-3 




671 Steekende Kaarden uyt America. Roomsch Netelkruyd. Ó74 



April in Potten verplant. 
men ze vermeenigvuldigen» 



Alleenlijk hier door kan 



e- 19' 



Namen. 




Grond. 



Wortel. 



Gcftalte 



KRACHTEN. 

HEt Zap, geparft uyt de Bladeren deezer Plant, 
vermengt met een weynig Zwavel en Salpeeter ; 
dan met Boomwol in de Ooren geftoken , necmt'er 
de fmerten van wech. 

Het Zaad gefloten , en met wat Honig vermengt; 
dan daar mee de Oogem beftreeken, verdrijft het loopen 
der zelve. 



CCLXXXI HOOFDSTUK. 

TEEKENDE 
KAARDEN 

AMERICA. 

jEn ongemeen en zeer fchoon Gewas, 
word in het Latijn genoemd Dip- 
sacus spinosus Americanus: in 
het Hoogduytfch Americanische 
K arte ndi stel; en in het Franfch 
Chardon Espineux des Indes. 
Deeze Plant bemind een goede, zandige aarde, met 
een weynig twee-jarige Pacrde-en Koeyemift, van bey- 
de eeven veel , wel door malkander gemengt : een 
warme , bequaam ter Zon ftaande plaats , en tame- 
lijk veel vochtigheyd in de Zomertijd. Vergaat niet 
haaft, maar blijft eenige jaren in 't leeven. 

Word met een waflendc Maan van April of May in 
een Pot gezayd. Brengt de tweede Zomer uyt hare 
dikke, in veele Talken verdeelde, langwerpige, blce- 
ke Wortel fchoone Bladeren voort, op de wijze van 
der blade- het Cirsium, zijnde een voet, of ook meer lang; 
wn ' drie vingeren, wat meer of min, breed; digt bij mal- 

kander te zamen-gevoegd ; inwendig als hol gefield ; 
aangenaam groen van verwe ; met veele doorlopende 
zichtbare Aderen, uyt een groote in 't midden, ofdoor- 
nigeRugge, voortkomende, voor in een fpits, flee- 
kend punt eyndigende ; aan de randen met fcharpe 
tanden bevallijk gedaagd, en over al met kleyne door- 
nen voorzien. 
Gedaante Geeft ook uyt hare doornige , langwerpig-ronde 
derBloe- knoppen in Julius en Augufius bleek-witte Bloemen 
die van de Scabiose niet zeer ongelijk , ruilende op 
lange, ronde, purpurachtige , en van binnen holle 
Steelen (gelijk het Dipsacus , of de Polders Kaarden)'. 
waar aan zich ook vertonen eenige kleyne Bladeren, de 
zelve , twee en twee teegen den anderen over ,. on- 
der als omvattende ; ook verre van of boven mal- 
kander gefield. Zelden echter komt'er eenig Zaad 
van , ten zij met zeer goede en zonderling-drooge 
tijden. 
Hoedanig Is reedelijk hard van aart : verdraagd echter on- 
in de win- geerne veel koude Herfflreegcnen , flerke Winden , 
terwaarte Snww , of Vorfi. Word derhalven, in een Pot 
gefield zijnde, in 't midden van O 61 ober , wat eerder 
of later, na geleegenthcyd van de bequaamheyd of on- 
bequaamheyd des tijds , boven wel droog geworden, 
binnens huys gebragt, op een plaats , daar ze ontrent 
het Venfier gedurig de Lucht kan genieten , doch zon- 
der eenige tochten of uttyging. Want hier door zou 
dit fchoon Geivas verminderen, en binnen weynig tijds 
al quijnende fierven; gelijk ook veel meer andere Plan- 
ten gebeurd, welke door zulke tochten veel eer enfehie- 
lijkcr worden wechgenomen en van 't leeven beroofd, 
als door eenige doordringende Vorfi. Gedurende de 
Winter wil ze alleenlijk met een weynig lauwgemaakt 
Reegenwater van onder begoten j in vriezend Weer 



men. 



Zaad. 



nee men. 



verre van den Oven gefield zijn , en bij tijds weer 
de Lucht genieten. In 't begin van April, of wat la- 
ter, brengt men ze, met een zoet Reegentje, weerbuy- 
ten in de Zonneflralen. 

Kan zoo wel door haar Zaad, wanneer het maar Aanwin» 
rijp geworden is, met een wafTcnde Maan van April nin S* 
of May gezayd , aangewonnen en vermeenigvuldigd 
worden , als door hare aangegroeyde jongen ; welke 
men met de zelve Aprilfche Maan van de oude afneemt, 
en verplant. 

Dit aardig en aangenaam Gewas , heeft , boven ha- Wonder- 
re fchoone aanfehouwing, waar door ze de Oogcn van ' J e r c ^" 
al hare bekijkers verlufligd , noch deeze zonderlinge va n de 
eygènfchap , dat ze meelt al de Bladeren , van onder Bladeren 
op, zoo digt in malkander fluyt, en voegt, dat'er de p"" r 
Reegen , van boven invallende, niet weer uyt kan lo- 
pen , maar lang daar in blijft flaan. Waar door ze dan 
naar zelven , dorflig zijnde , verquikt en verfrifcht. 
Want als door droogte de Bladeren al langzaam in ha- 
re kracht verminderen, en een weynig opening ma- 
ken, zoo zakt het Water, 't welk zich daar in onthou- 
den heeft, neerwaarts, en bevochtigd de Wortel zul- 
ker wijze , dat de geheele Plant weer in hare voorige 
kracht word herfleld. 

KRACHTEN. 

STeeekende Kaarden uyt America, of Diffacut fpi- Aart en 
nofis Americanus, is warm en droog tot in 't be- eu S en ' 
gin van den vierden graad; ook bitter, fcharp, cü 
geurig van fmaak. 

De Mortel in Wijn gezoden, en daar van 's mor- N- A. 
gens nuchteren een weynig gedronken ; óf de zelve f*"^'/' 
gedroogd en gepulvcrizeert , dan drie Drachmen daar NoviHl j^. 
van met Wijn warm ingenomen, verdrijft uyt het Lig- c . u. 
chaam allerley quade en koude vochten : verwarmt en 
verflerkt een zwakke , verkoude Maag. Verjaagd 
krachtig de Winden : is goed teegens het Colijkj ver- 
wekt luft tot Bijjlapen , en de Maandfionden : drijft 
het water der Blaas af, en weerflaat de beeten der 
giftige Dieren. 



CCLXXXII HOOFDSTUK. 

R O O M S C H 
NETELKRUYD. 

P het Neederlandfch dus genoemd , Namen, 
om dat het in en ontrent de Stad 
Roomen , doch ook in meer andere • 
warme Landen, overvloedig groeyd» 
word in 't Latijn geheeten Ürtica 
Romana: in 't Franfch Ortie Ita- 

LirNNè: in 't Hoogduytfch Welsche Nessel; in 't 

Italiaan fch Ortica. 

Hier van zijn mij in haren aart twee veranderlijke Tv f ec *? r " 

_ lij i-i andcrlijke 

foorten bekend ; namentlijkt fbortcn. 

I.Urtica Romana foltis ïutegrh, ofRoomfëh 
Netelkruyd met geheele Bladeren. II. Urtica Ro- 
mana eoliis incisis , of Roomfch Netelkruyd met 
gekartelde, of ingefneedene Bladeren. Bcyde zijn ze van 
de zelve Bouwing en Waarneeming. 

Zij beminnen een gemeene, zachte, of ook eèn vet- Grond, 
te, weigebouwde grond. Hebben liever een opene als 
een fchaduwachrige plaats. Groeven met veel Water, 
en ook met matige vochtigheyd. Blijven niet langer 
dan cene Zomer in 't leeven. Krijgen in den Herffi 
volkomen rijp Zaad,Qü vergaan daar mee door een kley- Zaad. 

ne Vorfi. 

Dit Zaad word ieder Voorjaar, met eón wanende A a "* lfl * 
Maan van Maert, op nieuws, niet diep, de aarde weer 
aanbevolen. Doch flaat ook , door het neergevallene, 
Vv van 




Galen. L 6 
de Simp. 
Med.fac. 

iHchf.hifi- 
U c 37- 



Diofc. I. 4 
c. 94. 



675 Beschryving der. Kruyden 

van zelfs wel op. Hier door konnen ze genoeg aange- 
wonnen en vcrmeenigvuldigd worden. 

KRACHTEN. 

DE Bladeren van Roomfch Netclkruyd, ofVrtica 
Romana; zijn verwarmende in den cerften graad; 
ook afvagende van aart. 
In Warmoes, of andere fpijzen gcbruykt, ook in 
Wijn gekookt , en daar van gedronken , maken ze 
een of en Ligchaam : drijven het Graveel af ; doen 
gemakkelijk water logen ; bevorderen der Vrouwen 
Maandftonden; en verwekken lult tot het Echte werk. 
In de rieefeh-Keetel gedaan, doen ze bet vleefch haaft 
gaar worden. 

De zelve Bladeren 



Durantes 
lib. Herb. 
fit. 323. 



Fli». I 11. 
013. 



, ■ » geftoten, met Zout vermengt, 

en op de beeten der dolle Honden , ook op allerley 
vuyle ^weeringen gelegt , geneezen de zelve. Ge- 
mengd met Oly en Wafch , dan Plaaftcrs-wijze ge- 
daan op een verharde Milt , brengen de zelve weer 
te regt. 

Het Zaad is verwarmende en verdrogende tot in den 
tweeden graad. 

Een Drachma van 't zelve geftoten ; met Wijn en 
Zuyker ingenomen , is goed voor den Hoeft, 't zwel- 
len van de Longe, en 't Pleuris. Reynigd de Borft van 
alle taye Fluimen en (jitade vochten : dood de Wormen : 
itrijd teegens het vergif; verwarmd en zuyverd de 
Moeder. 

Een halve Drachma van 't zelve Zaad 's avonds na 
den eetcn met Meedc gedronken , doed overgeeven. 
Een Drachma met Rhijnfche Wijn gebruykt, breekt 
de Steen der Nieren, en der Blaas. 



, Bollen en Bloemen , III Boek , 6 7 6 

Niet alleen hier door kan men ze bequamelijk vermec- Aanwin» 
mqyuldigen , maar ook door hare aangewaflene jongen; ning. 
welke men met de genoemde Aprilfche Maan van de 
oude afneemt, en verplant. 

Het Lamium polio caulem ambiente , ofDoove 
doove Netelen, met Bladeren aan de Steel fittende; Syl- Netelen, 
vestre floke albo , of wilde dove Netelen met een metli ladc 
witte Bloem; en Sylvestre flore purpurfo, óVstfecUit, 
wilde met een purpure Bloem , duuren niet langer dan tendc. 
eene Zomer; alhoewel die met de witte Bloemen ook Wilde, 
wel meert den tijd 's Winters overblijft. Worden S c twcc * 
derhalven ieder Foor jaar in April met een wafTende {lag- 
Maan gezayd. Komen ook, door 't uytgevalleneZ.w^, 
van zelfs wel voort; en konnen hier door genoegzaam 
vcrmeenigvuldigd worden. 

Het Lamium maculosum florf. luteo, of bon- Bonte 
te dove Netelen, met een geelc Bloem: Fcctidum flo- doove Nc- 
of ftinke nde , m<t een roode Bloem; Scu- tc ' en; 



Namen. 




Agt on- 
derfchey- 
dene foor 
ten. 



Grond. 



CCLXXXIII HOOFDSTUK. 

VERKEERD 
NETELKRUYD. 

N het Neederlandfeh niet alleen dus, 
maar ook van veele Doove Nete- 
len genoemd. In het Latijn La- 

MIUM , UrTICA INERS , of MOR- 

,tua : in het Hoogduytfch Taube 
Nessel : in het Franfch Ortie 
morte : in 't Italiaanfch Galiopsi , of Ortica 

FETLDA. 

Hier van zijn mij in haren aart agt onderfcheydene 
foorten bekend ; namcntlijk: 

I. Lamium maculosum flore luteo, of bonte 
Doove Netelen met een geele fchoone Bloem. II. Fo- 
lio caulem ambiente , of met Bladeren, rondom 
de Steel fittende. III. Sylvestre flore albo , 
of wilde met een witte Bloem. IV. Sylvestre flo- 
re purpureo , of 'wilde met een purpure Bloem. V. 
Fcctidum flore rubro, of ftinkende met een roode 
Bloem. VI. Pannonicum , of doove Netelen uyt 
Pannouien ; welke ook Galeopsis tragi , of Ga- 
leopfts van Hieronymus Tragus , en Hanekop 
word geheeten. VII. Scutatum , of Scutella- 
Ria, doove Netelen, met Zaad als een Schild, of als 
een Heimet. VIII. Lamium bulbosum America- 
num, of Amcricaanfch doof Netelkrttyd met een Bol- 
wortel. Niet alle zijn ze van de zelve Bouwing enWaar- 
nëémïng. 

Zij beminnen echter al te Zamen een goede, zan- 
dige, gemeene en welgemcfttc grond : meer een opene 
luchtige, als een donkere plaats, en veel Water. Kon- 
nen, buyten fhande , harde Vorft zonder «roote fcha- 
dc verdragen. Geeven ook meeft den tijd volkomen 
rijp Zaad- t welk met een wadende Maan van Maert 
of April, met diep gelegt, de aarde word aanbevolen. 



RE RUBRO, 

tatum, of met een Schild-z,aad; en Pannonicum, ennod °' 
of uyt Pannonicn , vergaan niet zoo haait , maar blij- andere, 
ven veele jaren in 't leeven. Staan alle ongcleegent- 
heeden der Winter geduldig uyt; en geeven, doch al- 
leen bij goede Zomers , rijp Zaad ; 't welk men op 
de voorhecnen genoemde tijd in de aarde moet leg- 
gen. Hier door worden ze genoeg vcrmeenigvuldigd; Aanwin* 
en dan ook door hare aangegroeyde jonge Scheut jens. nin S' 
Ondertuflchcn heb ik door ervarentheyd bevonden, 
dat het Zaad van Lamium scutatum, of doof Ne- 
tclliruyd met een Schild-x.aad , niet zoo haaft als dat van 
de andere te voorfchijn komt; maar zomtijds een half, 
ja wel een geheel jaar lang in de aarde blijft leggen , eer 
men 't ziet opkomen. 

Het Lamium bulbosum Americanum, of A- Ameri- 
mericaanfeh doof Netclkruyd , met een Bolwortel , is ca3n fcb 
een bezienswaardig, fchoon Gnvas , doch het teeder- f e °jf N j" 
fte van alle. Bemind een goede , zandige aarde, met meteen * 
een weynig twec-jarige Pacrdemift en 't Mol uyt ver- Bolwor- 
gane Boomcn , of in des zclvcn plaats van verrotte Boom- q L , 
bladeren, doormengt: een warme, welgeleegene plaats, 
en matige vochtigheyd. 

Geeft in deezc onze koude Geweften noch Bloem Wortel. 
noch Zaad, ten zij met zeer warme Zomers, en droo- 
ge tijden. Uyt hare ronde Wortel, die van de Ani- 
stolochia vera , of opregte ronde Ariftolochie , ia 
gedaante genoegzaam gelijk, fchieten op vijf, zes, en 
noch meerder Si e elen; een, ook anderhalve voet lano-. 
Aan welke gcmecnelijk zich vertonen vijf, en zeeven 
fchoone Bladeren, gehegt aan korte Steeltjens , twee en Bladeren, 
twee regt teegens over malkander gcftcld ; altijd voor 
in een alleen eyndigende. Zijn ovaals-wijze rond ; be- 
vallijk-groen ; niet groot, voorzien met drie groote^- 
deren in 't midden , op de wijze van Plantago, of 
Wéegbree; waar uyt veele kleync ter zijden voortfehie- 
ten : ook aan hare kanten vercierd met nette en fpitze 
Tandjens; eyndigende voor in een fpits punt. Tuffchen 
de zelve worden gedurig aan hare Steelen nieuwe uyu 
loopz,elen gezien. 

Veel koude Herfftreegenen , Storrmvindcn , Sneeuw Hoe in do 
of flerke Verft kan decze Plant gantfchlijk niet ver- Winter 
dragen. Word derhalvcn ( met een wafTende Maan waar te 
van April in een Pot gezayd , en als ze twee jaren daar neCmCD, 
in geftaan heeft, in de zelve op de eyge tijd weer ver- 
plant zijnde) in 't begin van Oclober, of een weynig 
later , na tijds geleegenthcyd , binnens huys gebraec 
op een luchtige plaats, waar in niet als bij vriezend 
Weer word gevuurd: gedurende de Winter van boven 
begoten met een weynig lauwgemaakt Reegenwater ; 
en niet voor in 't begin of op de helft van April, 
met een zoete Lucht en Reegen , weer buyten de 
Zonneftralcn voorgcfteld. 

Deezc foort kan niet (gelijk wel de andere) doof Aanw ;^ 
hare Wortel, rmar alleenlijk door Zaad aanopvonnen en ning 
vcrmeenigvuldigd worden. 

KRACH- 



677 Verkeerd Netelkruyd. 

KRACHTEN. 



Aart. 



V Er keer d Netelkruyd, of Lamium, is warm en 
droog in den eerfren graad. 
Diofc.l-4- De Bladeren, het Zap, de Netelen , of het 

c. 95-. Zaad, met Zout en Edik vermengt , en dan Paps- of 
Tim. I. *7- Plaafters-wijze gelegt op vuyle , verrotte z,eeren , de 
Tragusl.\.^ an ks r > ineetende- en ook Bloed-zsiveeren , alle ge- 
g. i. quetfte, gewondde, ge brandde Lee den, Klieren, Krop- 

zAvecrcn , het Flerejijn ; allerley andere gezwellen en 
hardigheeden , doen de zelve fchey den , verteeren, en 
geneezen. Vermogen voorts al het geene , 't welk hier 
boven van het Roomfcb Netelkruyd, of Vrtica Roma- 
na, gezegt is. 
Camerar. De wilde doove Netelen met een purpur e Bloem, of 
f.4.1.00. Lamium fylvefire jlore purpureo , in roode Wijn ge- 
zoden , en daar van gedronken , ftillen de roode Loop. 

CCLXXXIV HOOFDSTUK. 

K N A W E L. 



Namen. 



Grond. 




Aanwin- 
ning. 



Aart . en 
deugden. 



Verfcncy- 
4e namen, 



Drie on- 
derfchey- 
den« foor- 
ten. 



^.Us genoemd in 't Needer Iandfch ,word 
in 't Latijn geheeten Polygonum an- 
gustifolium, of Dttyzjcndknop met 
/malle Bladeren. 

Is uyt eygencr aart een kleyn en 
bij der aarden kruypend Gewas. Be- 
mind , door een zonderlinge eygenfehap , een opene 
vrije Lucht , een magere en gantfeh zandige grond. 
Kan matige vochtighcyd verdragen. Blijft niet meer 
dan eene Zomer in 't leeven. Want bij alle geleegent- 
heeden des tijds geeft ze voor de Winter volkomen 
rijp Zaad, en vergaat dan. Moet derhalven in ieder 
Voorjaar, met een wanende Maan van AprilofMaert, 
niet diep weer gezayd , en de aarde aanbevolen zijn. 
Doch liaan ook van zelfs genoeg op door het neerge- 
vallene Zaad. Zie hier bij na het Hoofdftuk^ van Du y- 
sendkoorn, en dat van Duysendknop. 

KRACHTEN. 

KNawel, of Polygonum anguflifolium, is koud en 
droog in den eerften graad. 
In Wijn gekookt, en 's morgens, eenige da- 
gen na malkander, een Roemertje daar van gedronken, 
helpt de geene, welke haar Water niet wei \ konnen ma- 
ken. Is ook goed voor de zulke , die van 't Graveel, 
of de Nieren/leen gequcld worden. 



CCLXXXV HOOFDSTUK. 

MUURBLOEM. 

^En welriekende , en zeer bevallige 
Plant 1 ter dier oorzaak ook wel in 
het Needcr Iandfch genoemd Steen- 
violier , wijl ze zeer veel groeyd 
op de Muuren en vervallene Steen- 
hoopen , en daar van zelfs voort- 
komt , word in het Latijn geheeten Flos keiri , 
Leucojum luteum , en Viola lutea : in het 
Hoogdnytfch Gelbe Violaten, of Violen : in 't 
Franfch Girofflees Jaunes , of Violettes Jau- 
nes : in het Italiaan/eb Viola Gialla , of anders 

VlOLE GlALLE. 

Hier van zijn mij in haren aart drie onderfcheydene 
foorten bekend geworden , te weeten : 

I. Flos keiri flore luteo pleno, of geele dub- 
bele St een-violier, II. Flore luteo plf.no pur- 
pureo mixto, oïgoude-lakenfthe Muurbloem» III.Flo* 




K na wel. Muurbloem. 67% 

RE luteo simplici, of met een enkele geele Bloens. 
Deeze alle verfchillen wcynig in hare Bouwmo en Waari 
neem ing. 

Zij beminnen uyt eygencr aart een goede zandige Grond, 
grond , met niet veel twee-jarigc Paerdemift , nee- 
vens wat kleyn-gekloptc roode Steen en Kalk , ge- 
nomen uyt oude Muuren , genoegzaam doormengt : 
matige vochtigheyd> en een opene, wel ter Zon ge - 
leegene plaats. 

Die met dubbele Bloemen, noch jong zijnde, kon- Met dub* 
nen, buyten ftaande, zelden langer als twee Winters bcle Bloc i 
de kgudc verdragen : moeten dcrhalven , met een waf- mcn ' 
fende Maan van April in Potten geplant, binnens huys 
bewaard, en gedurende de geheele Winter, op een niet 
al te warme maar luchtige plaats ftaande, met weynig 
Water onderhouden worden. Deeze foort geeft noyt 
eenig Zaad: maar alleenlijk die, welker Bloemen enkel Met enk*» 
zijn ; doch niet voor 't tweede, ook 't derde jaar, na lc * 
dat ze zijn gezayd, of van zelfs voortgekomen. Daar 
na voorts ieder jaar, zoo langzc in 't leeven blijven. 
Deeze zijn hard van aart j zoo dat ze veel Water, ftren- 
ge koude, en meer andere ongeleegcnthecden der Win» 
ter konnen uytftaan. 

Wil iemand uyt het Zaad van enkele Bloemen dub --Hoe men 
be Ie winnen , die zayc het zelve in de Maand April ? ubb f le k 
met een volle Maan. Neemc de daar van voortko- m \ n 
mende jongen al hare Zijde-fcheuten , en late haar al- 
leenlijk de middelde Hertlooten ; uyt welke men ver- 
wagt dat de Bloem zal voortfpruytcn. Indien de zelve 
ook Zijde-takjens maken, zoo moet men die dergelijks 
bij tijds wechncemen, enkclijk de regt opgaande met 
hare Bloemen behoudende. 

Van deeze moet men Zaad met een volle Maan win- uyt Zaad 
nen ; en 't zelve met een Aprilfche volle Maan weer aan ^ aQ cn ^ c * 
de aarde beveelen ; zoo zal men cyndelijk daar uyt goe- 
de dubbele Bloemen bekomen -, 't welk anders noyt zou 
gefchieden. 

Alhoewel die met dubbele Bloemen noyt Zaad geeven, Aanwin* 
gelijk alreeds gezegt is, zoo konnen ze echter op twee- mn S 
derley' wijzen aangewonnen en vermeenigvuldigd wor- 
den. 

Eerft , door hare Zijde-tak^en ; hoe nader aan de zonder 
Wortel, hoe bequamer hier toe. Deeze fnijd men, met ^ad, 
een waffende Maan van April, ten halven in, gelijk 
men de Angelieren doed , met afbreeking van al de 
Knoppen der Bloemen. Dan vuld men ze met aarde 
aan, en dus gehandeld zijnde, vatten ze genoegzame 
Wortelen. 

Ten anderen door Takjcns , welke geen Knoppen , op twee. 
of Bloemen hebben ; en die men terftond in Potten derley 
fteekt een halve vinger lang, of, na geleegentheyd van WIJ * 
hare lengte, noch dieper, tot aan de bovenfte top , in 
een fchaduwachtige plaats , daar ze van de Zonne- 
ftralen niet geraakt konnen worden. Dus moet men ze 
meer dan zes weeken lang bewaren , en dikmaal mee 
Reegenwater begieten ; zoo beklijven'er gemeenelijk 
vcele van ; en zij groeyen teegens de Winter, of in 'c 
volgende Voorjaar voort. 

KRACHTEN. 

MVurbloem, of Flos keiri, is verwarmende van Gattrut.il 
aart, dun vandeelen, en heeft een afvagende s '™t'. 
kracht. De Bloemen, gedroogd zijnde, wor- /,ƒƒ" ^J/ 
den van een ieder meelt gebruykt , öm dat ze veel krach- 
tiger zijn als de Bladeren. 

De Bladeren in Wijn gekookt, en daar van, eeni- DoJ. /.6* 
ge dagen na malkander, 's morgens een weynig ge- '•■*• 
bruvkt, drijft de doode Vrucht af; doch is gantfeh 
onaienftig voor Vrouwsperfonen welke een leevendig 
Kind dragen. 

Het uytgeparftte Zap der Bladeren en Bloemen in ^ m ^- '• h 
de Oogen gedaan , neemt de vlekken en donkerheyd der 
zelve wech : zuyverd &e Wonden, verdrijft de onrey- 
Vv 1 nigheyd 



6 79 Beschryving der Kruyden, Bollen en Bloemen, III Boek, 6io 

me heyd der Zeeren : geneeft ook de fmercen en Zwee- plant, en boven droog zijnde, in 't begin , of ten hal- men haar 
Sel van de Mond; met Honig vermengd zijnde. ven van Otlober ( na geleegentheyd van de bequaam- ^ 

De Bloemen gefloten; met Wafch en Oly gemengd; 



He Simp. 
Tem f, c. 
210. 



S^is^dan Plaaftcrs-wijze gebruykt , verbecteren de Kloven 
'scr'apiohb. des Fondament s. Met Honig gemengd , zijn goed voor 
de Sprouw der jonge Kinderen ; en allerley Zeeren van 
de Mond. In een Bad gebruykt, verwekken dtMaand- 
fionden-. geneczen de Ontfieekmgen en Apofiematien van 
de Aioeder. 

In Wijn gezoden , drijven 't water der Ulaas uyt : 
^eneezen de gebrceken van de Nieren en Leever : ver- 
fterken , en brengen weer te regt de ontftcldc en wr- 
mocyde Leeden. Zuy veren het Bloed , en verquikken 

het Gemoed. 

Twee Drachmen van het Zaad gefloten , en met 
Wijn ingenomen , jaagd af de doode Vrucht , en de 
Nageboorte. Doet ook der Vrouwen Maandflonden 
voortkomen. 



Hippeer. I. 
de Nat. 
Mulitr. 



Bcvallijk- 
heyd. 




Namen. 



CCLXXXVI HOOFDSTUK. 

STOKVIOLIER. 

,S eene der bevallijkfte Gcwajfen , die 
men eigens zou mogen vinden ; niet 
alleen weegens haren lieflijken reul^, 
maar ook om hare beziens-waardige en 
rhet oog verluftigende venve; zoo dat 
men ze met regt mag houden voor het 
fronk^cieraad eens Thttyns. Werd dus in het Needer- 
landfch genoemd: In 't Latijn geheeten Leucojum , 
en Viola alba arborescens , niet zoo zeer om 
harer Bloemen , als Bladeren wil; welke, met een ray- 
gc of grijze wolachtigheyd bedekt , wit fchijnen te 
zijn. In 't Hoogdujsfch Garten Veiel , of Leu- 
coje : in 't Franfch Violiers , of Gyrofflees 
Blanches : in 't Italiaanfch Viola bianca. 
Vecle Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden 

fchoone, eenige fchoonc veranderlijke foorten, namentlijk: 
lijkefoor- !• Leucojum incanum arborescens flore 
ten, PLEN0 rubro , of roodc dubbele Boomachtige Stok? 

violier. II. Flore pleno albo, of met een witte 
dubbele Bloem. III. Pleno purpur eo, of met een 
dubbele purpure Bloem. IV. Pleno rubro et al- 
bo VaRiegato , of met een dubbele rood- en wit- 
bonte Bloem. V. Pleno albo et purpureo va- 
riegato , of met een dubbele wit- en purpur-bonte 
Bloem. VI. Flore albo pleno folio farina- 
cno , of met een witte dubbele Bloem en grijs meelach- 
tot der- tig Blad. VII. Flore pleno caRneo, of met 
S D hie»- gC " een dMele Lijf-verwige Bloem. VIII. Flore ru- 
'voorge- BRO SIMPLICI , of met een roode enkele Bloem. IX. 
Acid. Albo simplici , of met een witte enkele Bloem. X. 

Purpureo simplici , of met een Purpure enkele 
Bloem. XT. Rubro et albo variegato simpli- 
ci , of met een rood- en wit-bonte enkele Bloem. XII. 

Al«BO ET PURPUREO VARIEGATO SIMPLICI, of 

met een wit- en purpur-bonte enkele Bloem. XIII. Flo- 
re albo simplici folio faRiNaceo, of met een 
witte enkele Bloem, en grijs meelachtig Blad. Al te za- 
men zijn ze van dezelve Bouwing en Waarneemina. 
Wat voor Zij beminnen uyt eygener aart een goede, gemcenc, 
een grond zandigc grond, beftaande uyt een deel Mol van verrot- 
te J5oom -bladeren, een deel twee- of diie-jarige geheel 
kleyn tot aarde gewordene Paerdcmift ; twee deelen ge- 
mcene zwarte grond , en twee deelen grof zand , wel 
door malkander gemengd : een warme plaats ; opene , 
vrije lucht, en matige vochtigheyd. Konnen niet wel 
verdragen veelvoudige Herfft-reegenen ( waar door ze 
aan hare Stam , eevcn bcneeden de aarde , ligtclijk in 
de Wmier tot verrotting geraken ) defgelijks koude 
of vriezende dagen. 

Moeten derhalven, in Potten of houte Vaatjens ge- 



zij bemin- 
nen. 



Hoedanig 



heyd of onbequaamheyd des tijds) binnens huys ge- W,nter 

bragt werden , op een lang de lucht genietende , wel 

°een warme plaats , maar ook zonder eenige tochten of 

zuyging , en onderhouden met weynig water. In 

Maert , met goede donkere dagen , zonder Zonne- 

fchijn (doch niet bij nagt) moet men ze weer buytcn 

ftcllen ; vermits hare voornaamfte leevens-bchouding 

in de Winter- Hcrjl- en Lente-tijd beftaat in een lange , 

of dikmaligelucht-gcnieting, zonder koude , offterke, 

zuure Winden. 

Kan iemand haar, gedurende de Winter, "bewaren moet 

in een drooee verwclfde Kelder, op een luchtiqe plaats, waarne ^ 
, t / J ™en. 

daar ze niet konnen bevriezen , zonder warmte van 

Oven of Vuur, 't welk haar haaft flap maakt, en eyn- 

delijk doet fterven, die zal bevinden, zulks beft te zijn: 

maar ook zoo haaft de vorft over is , moet hij haar 

weer van daar neemen , en een weynig lucht geeven , 

op dat ze niet mogten verfchimmclen. Zij bloeyen (van 

Zaad opgekomen zijnde) na 't tweede jaar door het 

grootftc gedeelte van de Zomer. Geeven in den Herffi 

volkomen rijp Zaad ; en blijven zelden langer dan vier 

jaren in 't leeven. 

De geene , welke dubbele Bloemen dragen , geeven Hoe mco 
noyt eenig Zaad. Werden echter door 't Zaad der 
enkele konftig aangewonnen , op de volgende wijze. 

Zay het Zaad , daar wel eer dubbele Bloemen uyt uyt enkc- 
voortgekomen zijn geweeft (waar aan men kan bemer- ,e • °yt- 
ken dat het van een coeden aart is) in de Maand April. *J c , c , kende 

r n nn ■ ' dubbele 

een weynig voor of met volle Maan m een magere, ge- Bloemen 
mcene, zandigc grond. Begiet ze zomtijds, als ze zijn kan aan- 
opgekomen , en zulks nodig is , met Reegen-water , winncn '• 
daar een weynig Tabal^, en een hand vol Aljfem in ge- tcegets 
kookt is geworden. Stroy'er dan over, terwijl ze noch Aard- 
nat zijn, Stof van Tabak , zoo zullen ze onbefchadigd vI °y en c n 
blijven van Aard-vloyen , Slckkgn , en andere Onge- Slckkcn * 
dierten. Wanneer gij ze nu de hoogte van een vinger- 
lid opgewalïen ziet , zoo verplantze in de aarde , met 
een volle Maan , ruym een halve voet van malkander; 
of anders een of twee in een Pot, niet alleen om de zel- 
ve dies te bcquamer 's Winters te mogen overhouden , 
maar ook , om daar van dies te bectcr Zaad te kon- 
nen winnen. Neem voorts met een Mes al de z,ijde- 
fcheuten daar van wech , dat'er niet meer als de mid- 
denfte Hertloot koome aan te blijven. Als deeze in 't 
volgende Voorjaar Bloemen krijgt, ontbloot men ze dek 
gclijks van al hare "Bladeren , behalven van de alder- 
bovenfte twee of drie : op dat al 't voedzel en de kracht 
der geheele Wortel alleenlijk van 't Zaad genoten werde. 
Hier door zal 't veel dikker werden als anders. Wan- 
neer 't rijp genoeg is, werd het met een volle Maan af- 
gefneeden , en een tijd lang in zijne Peulen gelaten. 
Eyndelijk in het volgende Voorjaar , op de genoemde 
tijd, weer in de aarde gelegt , met diep. Hier door zal 
men veele zeer uytfteekende en dubbele Bloemen kon- 
nen aanwinnen. 

Deeze Leucoja , of Stokviolieren , zijn van zulk Raad voor 
een aart , datze ligtelijk eeven boven de aarde of de defl auwte 
Wortel komen te verkankeren. Zonder groote moeyte Soosheyd 
kan men dit helpen ; want men bchoeft'er maar alleen- van deeze 
lijk ftof van Tabak in te wrijven. Ook werden deeze en al ' ean - 
Planten dikmaal, door een andere ongcleegentheyd der dere Phm * 
Natuur , flauw en flap ; het welk men ook aan andere """ 
Planten bevind. Terftond kan men dit quaad ween- 
neemen , door haar alleenlijk te begieten met half Ree- 
gen-water en half zoete Melk^, in een Pot wel onder- 
een gemengd. Dit verquikt op een verwonderlijke wij- 
ze niet alleen deeze , maar ook alle andere Geivaffen des 
Aardbodems. 

Behalven al de hier boven genoemde foorten van Noch "■ 
Stokyiolieren werden noch meer andere gevonden , alle cenigo 
met enkele Bloemen , en niet langer als eene Zomer du- 
rende; te wceten: 

Ï.L.EU- 



6ii 



StOKVIOLIER. ZoMERZOTfE. SALADE. 



6%i 



f 



i crc I. Leucojum rubrum annuum, of een-jarige 

foorten roode Stokyiolier. II. MarinUm Lusitanicum 
van Stok- flore PurI'uREO, of Portugalfche Zee-Stokyiolier 
violieren. mgt een p Hr p lire Bloem. III. MaRINUM Creticum , 
of Zee-Stokviolicr uyt Candiën. IV. Leucojum mon- 
TANUM FLORE LUTEO , of Berg-Stokviolier met een 
reële Bloem; welke ik, op de voor-verhaalde wijze be- 
ïandcld zijnde , dikmaal met dubbele Bloemen heb ver- 
kreegen. 
Aanwin- Deeze werden ook in de zelve aarde , op de zelve 
niDg. tijd , in Potten gezayd ; doch als ze teegens de Winter 
rijp Zaad hebben gegeeven, vergaan ze. Moeten der- 
halven ieder Voorjaar weer op nieuws de aarde aan- 
bevolen , en konncn deezer wijs eeuwig-durend ge- 
maakt werden. 
Stok- Het Leucojum sagittale Creticum, ofStol^ 

Violier violier uyt Candiën , m et een Zaadpeul , welke een Pijl 
uyt Can- n j et zeer ongelijk is, is teeder van aart. Buyten ftaan- 
e "zaad- ^ e » kanze geenzins de koude en andere ongcleegenthee- 
peul als den des tijds verdragen. Werd derhalven , in een Pot 
een Pijl. gezet zijnde , 's Winters binnens huys bewaard op de 
hier boven befchreevene wijze. Geeft in 't tweede jaar 
rijp Zaad, en verderft dan van zelfs, 
fcee- Het Leucojum marinum flore luteo , of 

violier Violier met een geele Bloem , groeyende aan de Zce- 
meteen .j^ nt . C n MaRINUM ALBUM , of Zee-violier met een 
Bloem jen witte Bloem , wafTen niet, gelijk de voorige , Struvel- 
xnet een achtig om hoog , maar gelijk andere Planten , in een 
svittc. goede , gemeene , zandige , met een wcynig Paerdc- 
mifl: door-mengde grond. Zijn hard van aart. Konnen, 
buyten ftaande , de felle koude en andere ongeleegcnt- 
heeden der Winter zonder eenige fchade verdragen. 
Geeven in de tweede Zomer volkomen Zaad. Ver- 
gaan niet haaft , maar blijven eenige jaren lang in h,et 
lecven. 



KRACHTEN. 



Aart. 



STohyiolier, of Leucojum > is matig verwarmende, 
verdrogende , en afvagende van aart. 
De Bloemen in Wijn gezoden, en daar Van zom- 
fie'n. Ub. tijds door den dag gedronken , is goed voor de eng- 
ütrb.f. borjligheyd , en voor de geene die bezwaarlijk^ haren 
x 9°' adem konnen halen. Verwekken de Maandjlonden , 

doen gemakkelijk Wateren , en ook Zweetcn ; als men 
terftond daar op te Bed gaat, en zich wel toedekt. 

Deeze Bloemen op Edik gezet, en daar van gebruykt 
in tijd vanpeft, 't zij in Spijzen gedaan , of op een an- 
dere wijze : bewaard de Menfch voor deeze befmette- 
lijke Ziekte. 
. . Voorts hebben deeze 'Bloemen de zelve kracht en 

cal. 3. Vb/, uytwerking; welke wij hier boven van de Muurbloem , 
391. of Flos Keiriy hebben aange weezen. 



CCLXXXVII HOOFDSTUK. 

ZOMERZOTJE. 



Namen. 




Eeze Bol-plant werd in het Needer- 
landfch niet alleen dus , maar ook van 
veele witte TYDELOos.of Teyl- 
roos genoemd: in 't Latijn Leuco- 
jum Bulbosum , of Viola Bul- 
bos a trifolia : in 't Hoogduytfch 

HoRNUNGSBLUMEN, ofook SCHNEETROPFFEN. 

Vier on- Hier van 2 Ü n m 'j m naren aart bekend geworden vier- 

derfchey- derley foorten; namentlijk : 
1 ' I. Leucojum bulbosum triphyllum , ofZo- 
merz,otje met drie Bladeren. II. Bulbosum hexa- 
phyllum , of Zomer zootje met z,cs Bladeren. III. 
Bulbosum hexaphyllum serotinum majus, of 
laat groot Zomer z,ot je met z,es Bladeren. IV. Leu- 
cojum BULBOSUM MINIMUM AUTUMNALEj of al- 



tCH. 



derkleynfle Zomerzotje, bloeyende in den Herffl. Al te 
zamen zijn ze van de zelve Bouwing en Waarnccming. 

Zij beminnen uyt eygener aart een goede , gemeene, Grond, 
zandige , en met twee-jarige Pacrdemift matig voor- 
ziene grond : veel Reegen : meer een fchaduwachtige 
als een wel ter Zon geleegene plaats. Staan alle koude , 
Vorfl y en andere ongelecgentheeden der Winter uyt, 
zonder eenige fchade. 

Mogen ieder jaar , ofook om 't tweede , of om 't Opnee- 
derde , in 't midden van Julius , uyt de aarde geno- rning. 
men , op een drooge plaats neergclcgt , en in Septem- 
ber , ftraks na volle Maan neergezet werden in een op 
nieuws omgefmeetene en gemeftte grond. 

Zomtijds geeven ze volkomen rijp Zaad ; 't welk Aanwin- 
men met een volle Maan der genoemde Maand , een nin S- 
halve vinger diep gelegt , aan de aarde bevceld. Hier 
door werden wel al de gemelde Soorten aangeivonnen en 
vermeenigvuldigd ; doch veel gerecder en bcquamcr 
door hare aangewaflene jonge Bollet jens , welke men 
van de oude kan neemen , eer de zelve weer ingezet 
werden. 

KRACHTEN. 

DE Krachten en Werkingen van dit aardig Bol- Krachten 
gewas zijn de Oude niet bekend geweeft; en van tot nocn 
de Nieuwe tot noch toe niet onderzogt gewor- toc mct 
den ; derhalvcn men geen berigt daar van geeven kan. zogt . 
Ondertuifchen werden deeze Bloemen van veele zeer 
bemind , en in haren Tuyn gefield , om de zelve te 
vercieren. 



CCLXXXVIII HOOFDSTUK. 

SALADE. 

Oo zeer van ieder bemind , als wel be- Namen, 
kend ; werd ook in het Needer landfeh 
Lattouvv , of Lattuw gehecten : 
in 't Latijn Lactuca : in het Hoog- 
duytfch Lattich : in 't Franfch Lai- 
ctue : en in 't Italiaanfch Lattlga. 
Hier van zijn mij in haren aart eenige veranderlijke Eenige 
foorten bekend geworden ; als ; onder- 

I. Lactuca vu lga Ris, of 'gemeene Steeklattouw. J5 hc )' dca0 
II. Crispa, of KruUSalade. III. Capitata, of C 
Krop-falade. IV. Roman a , of Roomfche Salade. 
V. Longifolia , of lang-gebladerde Salade. VI. 
Rubra , of roode Salade. Mceft alle zijn ze van eencr- 
ley Bouwing en Waarneeming ; en onder al deeze foor- 
ten werd de Krop-falade voor de befte gehouden. 

Gemeenelijk werden ze gezayd in A-Iaert , een dag Zaying. 
of drie na volle Maan , ofook, om haar zeer vroeg re 
mogen hebben , wel in Fcbruaritu , indien de tijd het 
eenigzins wil toelaten ; op een warme, wel ter Zon ge- 
leesene plaats. De Steek^lattouw zayd men dik of 

de Krop-falade hol en luchtig, in een mulle , en Grond,' 




"O 

diqt 

o 



met oude Paerdemift wel voorziene grond. Bij drooL, 
weer mag men ze wel dikmaal begieten , wijl ze daar 
door dies te beeter groeyen. 

De gedagte Krop-falade werd veel malflTer en lieflij- Vcrplan^ 
ker van fmaak , wanneer men de zelve , in haar zefdc ""£• 
Blad zijnde, uyttrekt daar ze digft ftaat, en na de vol- 
le Maan verplant op een opene , vrije , en luchtige 
plaats , ten minden ieder een halve voet van de ander. 
Deeze werden veel grooter , en dan cerft bequaam om 
gegeeten te werden , als de andere ftaande geblecvene al- 
reeds op en wcch zijn. 

Wil men ze laat hebben , zoo werden ze met de ge- Hoe mem 
noemde Maan en in de gemelde grond , doch een latc ' 
Maand na de gedagte tijd , gezayd, daar na verplant. 

Wil ook iemand gejlotene Knoppen bekomen in 't be- 00 j-j Q fo 
gin, midden, oflaatfte der Maymaand , die zaye zijn May 
Vv ; Zaad 



Knop- fa- 
lade kan 
bekomen. 



«J83 BeSCHRYVING DER K.RUYDEN , BoLLEN EN BlOEMEN , III BoEK , 684 

en dan door den dag gedronken, doed de Melk_in der 
Vrouwen Borjlcn vermeerderen. 

Het Zaad gedroogt, gcpulverifeert , en met Wijn rtiofc. / a , 
te drinken gegeeven ,is dienftig voor de beeten fciScor- c. ióö. 
poenen, en anderer giftige Dieren, 



Krul-fala- 
dc. 



Zaad hol en luchtig op een zeer warme plaats in een af- 
gaande Maan van Augufius of September-, en verplan- 
tc daar van de geene, welke in de Winter zijn over- 
Pcbleeven , in de gemelddc warme plaats , en wclgc- 
meftte grond, tuflehen volle Maan en 't laatftc Quar- 
ticr der Maand Maert , zoo zal hij zijne begeerte kon- 
nen genieten. Of wil iemand deeze Herffi-planten, 
luchtig en niet digt bij malkander gefield zijnde, in 't 
Voorjaar onverplant laten ftaan , hij zal ook niet qua- 
lijk doen; vermits deeze dikmaal beetcr worden als de 
geene die vcrplant zijn. Ondertuflchen eevenwel blij- 
ven ze harder , en zijn niet zoo mals als de geene , 
welke men in de Zomer wint. 

De Krul-falade maakt noyt eenige Knoppen; doch 
laat zich tot drie of vier malen toe affnijden, engebruy- 
ken ; t'elkcns weer nieuwe Bladeren fchietende ; eer ze 
hare Steel zet om te bloeyen. 
Slaap ver- De Lactuca soporifera odore Opii, otflaap- 
wckkendc verwekkende Salade, riekende als Opium, is van na- 
kende turen £ ecn ^ u )' tende of Krop-falade , meer een foort 
OjTiun^en van Èndivie; hebbende niet alleen Bladeren, de zelve 
hebbende gelijkvormig; maar moet ook op de zelve wijze behan- 
de gedaan- ^jj en t0C g e b nden worden. Mag dcrhalvcn ook , 
divie. "en mijns oordeels met regt , genoemd worden Endi- 
via Opioides soporifera , of (laap-makende Èn- 
divie, riekende als Opium, te weeten, zeer zwaarenon- 
lieflijk. De Bladeren zijn een hand lang; drie vinge- 
ren, wat meer of minder breed; donker-groen van ver- 
we; voor alderbreedft , rondachtig toegaande; aan hare 
randen onordentlijk gekerft; en met veele fpitzc pun- 
ten, als Doomt jens, voorzien. Deeze foort bloeyd in 't 
tweede jaar , en vergaat dan. 

Óok de Lactuca sylvestris costa sptnosa, 
of wilde Salade , met een doornige rugge in 't midden 
der 'Bladeren onder verder d, niet meer dan een jaar in 't 
leeven blijvende , word , gelijk de voorgaande foort , 
vermits hare onaangename geur, reuk, en aart, niet ter 
fpijze gcbruykt. 

Zij geeven al te zamen in deeze Geweften volko- 
men rijp Zaad, bequaam om weer gezayd te kon- 
nen werden; behalvcn dat van de Lactuca capita- 
ta, of Krop-falade , waar van 't Zaad alderbeft in Bra- 
band word gewonnen. Zie hier bij na 't Hoofdftuk^van 
Hasen-salade. 

KRACHTEN. 



Wilde Sa- 
laad, mee 
een door- 
nige rug- 
ge in de 
Bladeren. 



Zaad. 



Aart. 
Fucbf. 
Htrb. hifi. 
*. 113. 



SAlade, of Laüuca, is koud en vochtig van aart, 
tot in 't begin van den tweeden graad. Matig met 
Oly , Edik en Zout gcbruykt , is ze voor ieder 
zeer gezond gegeeten te worden, inzonderheyd voor 
de geene , die een warme en gezonde natuur hebben. 
Doch veel gezonder is ze, als men ze gekookt, of on- 
der Spinaat, of iet anders vermengt, nuttigt. 

Van al de foorten der Salade is, mijns oordeels , de 
Krop-falade, of Laüuca Capitata, de befte. Eeven- 
wel teedere, weekelijke Lieden moeten de zelve maar 
Zobcrlijk gebruyken. 
JEgin. 1. 7. Zij verwekt gemccnelijk flaap , en ook eetenslufi. 
J^3» Stild de dor f : maakt een zachte Stoelgang: verfrifcht 

Ub. Lpigr. net//Jrr/; neemt wech de walging van de Maag, en is 
1 1. goed voor de opbreekendc Gal. 

Maar zulke perfonen , die met de Longe^ucht ge- 
qucld, of Engborjlig zï)n , of zomtijds Bloedfponwen ; 
ook die begeerig zijn om Kinderen te winnen, moeten 
zich daar van onthouden ; immers ten minftcn niet veel 
daar van eeten. 

De Bladeren grpen gefloten , en gelegt op Puyften , 
't fprenkt Vuur , on andere foorten van verhittingen , 
drijven'er de brand van wech. 

In Water gezoden , en dan gegeeten met een weynig 
Boomoly en Edik, is goed voor de geene, die zich van 
de GeeUucht aangetafl vinden. 

In Wijn, of Garfle-water gekookt, en daar van nu 



Galm.lib. 
Simp. 6. 




CCLXXXIX HOOFDSTUK. 

HAAZEPOOT. 

P het Neederlandfcb dus genoemd , Namen; 
word in 't Latijn geheeten Lag op vs, 
en Pes Leporis: in 't Hoogduytfch 
Hasenfusz, en Katzenklee: in 't 
Franfch Pied de Lievre; en in 't 
Italiaan fch Lag o po. 
Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden vijf v >j f on- 
foorten; namcntlijk: derfchcy- 
T T r , , denc loor- 
I. Lagopus minor vulgaris, or kleyne gemcene ten. 

Haaz,epoot. II. Latifolius HisPanicus flore 
rubro , of Spaan fche breed-bladerige Haaz,epoot met 
een roode "Bloem. III. Angustifolius Hispani- 
cus , of Spaanfche fmal-geb lader de Haazepoot. IV. 
Supinus capite plano, of leggende Haaz.epoot met 
(legte Hoofden. V. Lagopus major pfrennis flo- 
re rubello, of groote altijd-durende Haaz,epoot met 
een roodachtige 'Bloem. Niet alle zijn ze van de zelve 
Bouwing en Waarneeming. 

Echter beminnen ze al te zamen een goede, gemee- Wat voor 
ne, zandige aarde, met twee-jarige Paerdemift een wey- ec . n e rond 
nig voorzien : een warme, wel ter Zon gelccgene plaats, ne n bemm " 
en niet te veel vochtigheyd. Blijven (uytgezonderd 
de volgende) niet meer dan eene Zomer in 't leeven. 
Worden derhalven gemeenelijk in ieder Voorjaar, met 
een waflende Maan van April, op nieuws , niet diep , 
in Potten gezayd, zonder verzet te worden ; behalvcn 
de kleyne gemecne , die in de aarde blijft, en dikmaal 
van zelfs genoeg opflaat. Geeven in goede drooge 
Zomers teegens de Winter volkomen Zaad, en ver- Zaad; en 
fierven daar meê. Konnen ook niet anders als door aar >win- 
dit, haar Zaad aangeivonnen en vermeenigvuldigd wor- mng: 
den. 

Het Lagopus major perennis flore ru bel- Groote a!- 
lo , of groote altijd-durende Haaz^epoot, vergaat niet ti i dclu - 
zoo haaft , maar blijft veele jaren in 't leeven. Geeft zepoo""" 
in deeze Geweften zelden, ten zij met zeer heete jaren, 
eenig volkomen Zaad. Is tamelijk hard van aart. Blijft 
ook wel, bij fiappc Winters, buyten ftaande, over; 
doch vergaat door fterke Vorft. Moet derhalven , al- 
tijd in een Pot geplant , 's Winters op een luchtige Hoe in de 
plaats binnens huys gezet ; met flegts een weynig lauw winrer 
Reegenwater (want door wat te veel zou ze lichtelijk ""Lel 
verrotten) onderhouden; in 't begin van April weer 
buyten gebragt, en voor te veel vochtigheyd voorzich- 
tig gewagt worden. 

Tie aanwinning en vermeenigvuldiging gefchied niet Aanwin- 
alleenlijk door haar Zaad, maar ook door hare aan- "»«*£• 
gewaffene jonge Wortelen ; welke men met een waf- 
fende Maan in April of May van de oude afneemt, en 
verzet. 

KRACHTEN. 



H 



Aazepoot, of Lagopus, is verdrogende en te za- Aart.' 
mentrekkende van aart. 
In de LicfTchen gebonden , houd in en be- Diofc. /. *' 
dwmgd de Breuken, of Gefcheurdheyd; doed ook de c ' '7' 
gezwellen van die plaats verdwijnen. 

De Bloemen, of ruyge Pootjens, in roode Wijn ge- Galen. M. 
kookt , en daar. van door den dag een weynig t'cffens sim l>- 7> 
gedronken, flopt de natuurlijke en onnatuurlijke Stoel- ff 1 '; . 
gang; doch de geene , die mot Koortsen zijn beladen, Tóu "" ' 
moeten 't met warm Water gebruyken. 

De 



rf8 j Haazepoot. Lathyrus. Steen-leeverkruyd. Damastbloem. 



irftatté De zelve 'Bloemen gedroogd , gepulverifeert , en daar 

1 4. enarr, V an een Drachm* met roode Wijn ingenomen , heeft 

l * de zelve werking. Gencefl: daarenboven de Wonden , 

de inwendige Gefcheurtheyd: is goed voor de geene 

die een hooge val gedaan hebben , en verfterkt de 

Maag. 

Dorjten. Wil iemand, die zich te vet bevind, mager worden, 

Ul'.llT ^ e eete Je Bladeren ^eezer Plant tweemaal ter weck 
■* • y ' 's avonds in een Salade, 



CCXC HOOFDSTUK. 

LATHYRUS. 

| 

Kanen, fs^—^^^f^ te^cr Gnvai is, mijns weetens, 

met gecnen anderen naam in 't Nee- 
derlandfch en Latijn bekend. Word 
in 't Hoogduytfch Platterbsen ge- 
heeten. 

Hier van zijn mij verfcheydene aar- 
dige foortcn in haren aart kundig ge- 




Vcrfchey. 
dencaar- 

digc foor- worden ; te wecten : 



ten 



I. Lathyrus annuus Americanus flore cce- 
ruleo , of ecn-jarigc Americaanfche Lathyrus met een 
fchoonc blauwe Bloem. II. Flore albo, of met een 
witte Bloem. III. Flore rubro, of met een roode 
Bloem. IV. Hispanicus flore luteo, of Spaan- 
fche Lathyrus met een geelc Bloem. V. Minor Lu- 
sitanicus, of kleyne Portttgalfche Lathyrus. VI. Cor- 
datus Lusitanicus , of Portttgalfche Lathyrus met 
Zaad na de gelijkenis van een Hert; ook wel genoemd 
Pisum cordatum, of Hert gelijkende Erwete. VII. 
Japonensis flore purpureo majore , of Lathy- 
rus uyt Japan met een groote fchoone purpure 'Bloem. 
VIII. Humii.is subterraneus , of kleyne en lage 
Lathyrus , hebbende zijn Bloem en Zaad z,oo wel on- 
der in de aarde, als daar boven: ook van Fabius Co- 
lumna genoemd Arachydna subterranea. IX. 
filrp. c°/p".' Perennis latifolius , of altijd-blijvende Lathyrus 
met breede Bladeren. X. Lathyrus perennis an- 
gustifolius, o£ altijd-blijvende Lathyrus met fmalle 
Bladeren. Niet alle zijn ze van de zelve Bouwing en 
Vi aar neeming. 

Echter beminnen ze al te zamen een goede, gemec- 
ne, zandige aarde, matig met twee-jarige Paerdemift 
voorzien : een wel ter Zon geleegene plaats, en mati- 
ge vochtigheyd : geeven teegens de Winter volkomen 
Zaad, en vergaan dan van zelfs. Worden dcrhalven 
in ieder Voorjaar , met een wadende Aprilfche Maan , 
,wecr op nieuws , een flxoobrcedtc diep , gezayd ; en 
dus eeuwigdurend gemaak. 
Altijd-du- Het Lathyrus perennis latifolius, ofaltijd- 
rende La- durende Lathyrus met breede Bladeren, veele bcziens- 
breede™" waarc % e bi j malkander gevoegde Bloemen van een aan- 
met fmalle gename verwe voortbrengende, en het Perennis an- 
Bïaderen. gustifolius, of altijd-blijvende Lathyrus met fmalle 
Bladeren , vergaan uyt eygener aart niet haaft: , maar 
blijven dikmaal meer dan vijftien jaren lang in 'tleeven. 
Konncn veele vochtigheyd , en , buytcn ftaande , de 
ftrenge koude der Winter verdragen. Geeven, bij goe- 
de Zomers, jaarlijks volkomen rijp Zaad: 't welk met 
een wadende Maan van April in de aarde gelegt zijnde, 
eerft in 't vierde jaar daar na de eerftc Bloemen te voor- 
fchijn brengt. Alleen door dit middel kan men ze aan- 
winnen en vcrmeenigvuldigen. 

KRACHTEN. 



Tab. Co- 
lumn, lil/. 



'3* 



Grond. 



/anwin- 
ning. 



■Do<U. 17. 
c. 10. 



DE F'ruchtcn van Lathyrus in Water gezoden , 
en met Melk gegceren , maken wel grof Bloed; 
doch voeden echter het Ligchaam meer als 
Boonen, 



6Z6 

Vermogen voorts alles, 't geen van de Erweten en 
Boonen is gezegt. 




CCXCI HOOFDSTUK. 

STEEN-LEEVER- 
K R U Y D. 

Lleen met deezen naam in het Nceder- Namen. 
landfeh bekend , word in het Latijn 
geheeten Lichen , of Hepatica i 
in het Hoogduytfch Stein-leber- 
kraut, ook Brunnen-leberkraut: 
in 't Franfch Hupatique : in 't Ita- 
liaanfch Epatica Figatella. 

■ Hier van zijn mij in haren aart twee bijzondere foor- Twee 
ten bekend geworden namcntlijk : foortcn.; 

I. Lichen majus, of groot Stcen-Lceverk,ruyd. IL 
Lichen minus ,of kleyn Stccn-Leeverkruyd. Beydezijn 
ze van eeven de zelve Bouwing en Waamcemin'g. 

Zij beminnen, uyt eygener aart, een gemecne har- Grond, 
de grond , gelecgen in een donkere en van natuuren 
vochtige plaats. Blijven gemcenelijk twee , of ook 
wel drie jaren lang in 't leeven , doch zelden langer. 
Verdragen Sneeuw , fterke Vorft , en allerlcy andere on- 
gelcegenthecden der Winter , zonder cenige fchade. 

Geeven ook volkomen rijp Zaad , 't welk weynig Aanwin- 
word gewonnen , vermits het gemcenelijk geheel uyt- ning. 
valt ; doch het komt ter plaats daar de Planten {taan , 
genoeg van zelfs op. Konnen ook alleenlijk hier door 
vermeenigvuldigd worden. 

KRACHTEN. 

STeen-Leevcrliruyd , of Lichen , is verkoelende en DollAf* 
verdrogende in den eerften graad; daarbenecvens c - l ï' 
een weynig te zamentrekkende van aart. 

In Wijn of Bier gezoden , en daar van 's morgens niofi. 1.4. 
nuchteren gedronken , is goed voor de Bloedgang , of ftfj. 
roode Loop : opend een verfiopte, en verkoeld de ver- L"f ltan - 
hittede Lcever; defgelijks het ontflokcnc 'Bloed. Neemt jg/ * 
wech alle hitz,igheyd en vloeying , zoo van de Tong als Plin. I. 16» 
van de Mond. Is dienftig teegens de Geelzucht , ver- ff, 4« 
oorzaakt uyt een hecte Lcever ; ook teegens allerlcy 
hitz,ige Koortsen , welke haren oor/prong uyt de Gal 
necmen. 

Gefloten, dan gelegt op het wild ï r uur, of cenige Galen. lib'. 
andere ruydigheyd , hitsige en bloedige IA 'onden , meer Sim t>-MtJ* 
andere ontfteekende Zweeren , defgelijks op de jproetc-J ' '* 
len en vleiden der Huyd , geneezen en verdrijven de 
zelve. 



CCXCII HOOFDSTUK. 

DAMASTBLOEM. 

k En Eedcl en van ieder zeer begeerd Verfcaey- 

Gcivas : word in het Necdcrlandfch de «amenj 

„1 . ■'en oor- 

niet alleen dus, maar ook van zom- f prong4 

mige Juffrouwen -violier ge- 
noemd , vermits de Italiaanfche , 
Franfche , en meer andere Vrouws- 
perfoonen deeze Damajlbloem gebruyken , om daar 
meê de Moeder te zuyveren ; en om zich te bewa- 
ren voor de tjuade Lucht. Hierom ook in het Latijn 
geheeten Viola Matronalis; dan noch Viola Da- 
mascena ; en van zommigc Hesperts. ïn 't Hoog- 
duytfch Winter-violen: in Uct Franfch Violettes 
de Dames; of ook Giropfles de Dames: in 't Ita- 
liaéinfch Viola Matronale. 

Hier 




éi 7 Beschryving der Kruyden , Bollen en Bloemen , III Boek, <58? 

Daarenboven kan men ook de gemeldde afgefneede- te letten 
ne Steden, in ftükken, ruym een vinger lang verdeeld ftaat. 
terftond een halve vinger lengte in de aarde 



Agtverao- Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden agt 

derlijke veranderlijke foorten ; namentlijk : 

Cooneai I. Viola Matronalis major plore albo ple- 
no, of groot e witte dubbele Damafibloem, in 't Franfch 
geheeten Blanche Mousqxje. II. Major flore 

ALBO PLENO LINEIS PALLIDO RUBRIS VARIEGATO, 

of groote dubbele witte Damafibloem , inwendig ver- 
eerd met bleekyoodc peepen. III. Minor flor b al- 
bo pleno , of kleyne , dubbele witte Damafibloem. 
IV. Flore pleno purpüreo, of met een dubbele pur- 
Bladeren p ure Bloem, V. Flore albo et purpüreo va- 
d "rpTr- en R"-Gato pleno , of meteen dubbele wit- en purpur- 
Lnte Da- bonte Bloem , welker Bladeren gemeenelijk kleyner , 
raaft- fmaller , ook voor fpitzer zijn als die van al de andere; 
bloem. en jnzonderheyd voorzien met breede , bleek-geele 
plekken uyt den groenen , van geen onaangename aan- 
fchouwing. VI. Flore albo simplici, of met een 
witte enkele Bloem. VII. Viola Matronalis flo- 
re SIMPLICI purpüreo , of purpure enkele Damafi- 
bloem. VIII. Viola Matronalis flore simpli- 
ci variegato, of pur pur en wit-bonte enkele Damafi- 
bloem. Alle zijn ze van eeven de zelve "Bo/nving en 
Waarneeming. 
Grond. Zij beminnen zoo wel een kleyige met Zand gebro- 

kene aarde, als een goede van naturen zandige, en met 
twee-jarige Paerdcmift genoegzaam voorziene grond : 
een luchtige , vrije , wel ter Zon geleegene plaats , en 
tamelijk veel Water. 
Soorten Geeven ieder Zomer fchoone, welriekende Bloemen; 

mee enke- doch die met enkele alleenlijk volkomen rijp Zaad. 
Konnen redelijk wel de k offc ^ en allerley andere onge- 
leegentheeden der Winter uytflaan ; doch oud wor- 
dende , konnen ze door veel Herfftreegenen lichtelijk 
komen te verrotten. Blijven zelden langer dan vier ja- 
ren in 't leeven. 

Vermits al de foorten met dubbele Bloemen geen 
Zaad te voorfchijn brengen , zoo worden ze alleen- 
lijk op de volgende wijs aangewonnen en vermeenig- 
vuldigd. 

Snij van deeze Planten al de Steelen af, een halve vin- 
ger boven de aarde, wanneer hare Bloemen ten naaften- 
bij vergaan zijn (indien 't gefchieden kan met een af- 
gaande Maan) doch voor al niet eerder; want in zulk 
een geval zou de geheele Plant lichtelijk gekrenkt kon- 
nen worden ; vermits de Steelen, afgefneeden zijnde 
terwijl ze noch in hare volle kracht ftaan, het natuurlij- 
ker wijze na boven gedreeven wordende Zap, 't welk 
haar en al de Bloemen tot voedsel verftrekt , fchielijk 
zou ontvloejen : waar door de geheele Plant krachte- 
loos worden , ja ook wel gantfchelijk 't leeven verlie- 
zen zou. Doch als de Uloemen bijna vergaan zijn ,' 
kan zulks zoo lichtelijk niet gebeuren , wijl dan het 
drijvend Zap, volbragt hebbende het geen de Natuur 
vermits ze eyfehte , verminderd; en de Steelen verlatende, zich 
noytZaad weer na de Mortel begeeft : welke , hier door meer 
geeven, voec J ze ] genietende, op nieuws veele jonge Scheut jens 
voortbrengt : die al groeyende Wortelen maken. Deeze 
fnijd men met een waffende Maan in September van de 
eW<rafmet een Mes, of men breekt ze af met de hand, 
en men verplantze in de voorgemeldde , doch varf- 
fche aarde. Hier toe is de Herffi de bequaamfte tijd 
des geheelen jaars , en overtreft hier in zeer verre de 
voortijd. 

Doch zoo deeze jonge Scheut jens noch niet Wortel 
genoeg gekreegen hadden, of dat ook de Plant zelfs, 
weegens ouderdom , gevaar liep van te zullen vergaan , 
zoo moet men dfe zelve geheel opneemen , en in zoo 
veele deelen fnijden , alsze lijden mag; zulker wijze, 
dat aan ieder deel iets van de Wortel blijve. Dus zul- 
zen ze 'nieuwe Wortelen bekomen; noch voor de aan- 
komft der Winter voorfchieten j naderhand veel fchoo- 
ner en grooter Bloemen voortbrengen; ook met minder 
gevaar, als de gcene, die men in Moert opgenomen en 
verzet heeft. 



Ie Bloe- 
men. 



Hoedanig 



men die 
met dub- 
bele Bloe- 
men, 



kan aan- 
winnen 
en waar 
op daar 
ontrent 



zijnde , 

fteeken , op een donkere en zandachtige plaats ; en 
in droog Weer dikmaal met Water begieten , zoo vat- 
ten ze haaft Wortel, en groeyen voorfpoedig voort. 

Men ziet, dat al deeze Planten dikmaal, niet alleen Hoe men 
in den Herffi , maar ook in 't Foor jaar, zeer befcha- jjceze 
digd worden van kleyne groene Wormtjens, welke van anten 
zelfs in de zelve groeyen : ja zomtijds worden ze daar 
van geheel opgegeeten. Om zulks te verhinderen , kan 
men het volgende middel gebruyken. 

Zoek al de Bladeren en Hertfcheuten deezer Planten kanbevrij. 
voorzichtig en nauwkeurig door met een Home-prik^ *J cn voor 
kei, en dood al de Wormtjens of Rups jens, die gij ge- a f cc ^ ic 
waar kond worden. Neem dan Reegen water, daar op- 
rechte Americaanfche of Virgmiaanfche Tabaks-blade- 
ren vierentwintig uuren lang in te weyk gelcegen heb- 
ben. Begiet uwe Planten daar mee , driemaal op een 
heldere droogedag, 's morgens, 's middags en 's avonds. 
Vervolg dit , t'clkens om den derden of vierden dag, 
tot vijf of zes verfcheydene malen toe, zoo zal al dit 
ongedierte fterven, en niet lichtelijk weer daar in groe- 
yen , vermits ze dit krachtig vocht op geenerley wijze 
konnen verdragen. Ook zullen de Planten zelfs dies 
te weelderiger groeyen , en weer frifch worden , fchoon- 
ze ook tot op de Wortel toe waren afgebecten geweeft : 
want dit nat is van een voedenden aait, en verfterkt de 
Planten niet weynig. 

Eeven dit zelve kan men ook verrichten door 't Poe- groene 
der of Stof van de gemeldde Tabaks alleen ; op deeze Wormt- 
manier : zuyver eerft, op de hier boven verhaalde wij- ^5 ns CQ 
ze, de Planten van de fchadelijke Wormtjens en Rup- upzc * 
z,en. Stroy dan 't gemeldde Stof 'm en over de Blade- 
ren heenen op een drooge dag ; eerft tweemaal ter week; 
daar na maar eens, tot den twintigften van November 9 
indien 't Weer zulks toelaat. Hier van fterven niet al- 
leen de groene Wormtjens , maar ook alle Slel^en , Aard- 
wormen , en ander fchadelijk ongediert , 't welk zicli 
onder deeze Gewaffcn verfchuy ld, en de zelve hinder- 
lijk is. 

De Viola Matronalis flore simplici albo witte, 
et purpüreo simplici , of witte enkele, en pur- purpure 
pure enkele Damafibloem , krijgen ieder jaar teegens de ¥} ke,e ft 
Winter een volkomen rijp Zaad; 't welk met een waf- bloem." 
fende Maan van Maert niet diep de aarde moet aanbe- 
volen zijn. Anders komen deeze foorten ook wei van 
zelfs genoeg op, door het neergevallene. Hier door 
konnen ze alleenlijk aangewonnen en vermeen igvuldigd 
worden. 

Wil iemand uyt het Zaad van enkele Bloemen dub- Hoedanig 
bele bekomen , die zaye 't zelve in de Maand van April mcn u y r - 
met een volle Maan in een goede zandige aarde, op een lleckende 
opene luchtige plaats , en lette op de jonge Planten , 
welke hier van te voorfchijn komen , alsze teegens den 
Herffi kleyne Bladert jens beginnen te krijgen , waar uyt 
in de volgende Zomer Steelen en Bloemen zouden fpruy- 
ten. Deeze moet men zeer behendig met een Penne- 
mes, zonderde lage Steel van de voornaamftc Hert- 
fcheut te befchadigen , wechneemen ; zoo dat geen an- 
dere Bloem, dan uyt hetbinnenfte Hert , kan voor den 
dag fchieten. Doch indien ze eenige Zijde-takjens 
quam te maken , gelijk zomtijds wel gebeurd , zoo 
moet men die al mee wech doen , op dat niet meer als 
de een eenige, alleen regt-opgaande Steel met hare Bloem 
kome te blijven. 

Win hier van het Zaad met een volle Maan. Zaay dubbele 
het daar na , en neem het waar op de boven verhaalde Bloemen 
wijze, zoo kond gij , op 't derde of vierde volgende jaar, kan beko " 
hier van bekomen zeer heerlijke, fchoone dubbele Bloe- men ' 
men : doch deeze zullen dan geen Zaad meer geeven, of 
ze fchoon uyt Zaad aangeovonnen zijn. Indien men ze % 
met een volle Maan t'elkens verlet, zoo zullen ze hier 
door verbeeterd, en gantfchüjknietwr/wWer^worden. 

KRACH- 



FoL S&S 




FoLfyo. ' 




■^u.j-jS. 







Fol.Spo. 




ttl.fy c 




«■* 



Fot.6 



,<„• 




^&' J J3 



FoL. 6jo. 




LAPATHUM VULGARE RUBRUM RETUSO FOLIO. 



Fcl.ópo 




flj 10$ 



fot.Ooo 




(58? 



Damastbloem. Lampsana. Pat 



ich. 



690 



KRACHTEN- 



Aart. 



Vurantes 
lib. Herb. 
fol. 476. 
Tabern.l.i 

e.7- 
Tnchf.hift 



Do L 1.6. 

Cf. 



DAmaftbloem, of Viola Matronalis, is fcharp en 
hitzich , echter niet zonder ecnigc vochtig- 
heyd; ook afvagende, doorfnijdende, en ver- 
teerende van aart. 

De Bloemen verquikken en verheugen door haren 
aangenamen reuk de treurige, zwaarmoedige menfehen. 

In Wijn gekookt, met Honig, of een weynig Zuy- 
ker , en daar van 's morgens een Roemertjc gedron- 
ken , verdrijft de Winden : is goed teegens de Kramp 
en fpanning der Zeenuwen ; ook gebrokene Lecden ; 
Hoeft , en Engborftigheyd. Doed zweeten , en zeer 
gemakkelijk^ Wateren. Verwekt der Vrouwen Maand- 
ftonden; en, daar mee gegorgeld , verdrijft de gezwel- 
len der Keel. 

De Wortelen der Damaftbloemen in Wijn gezoden, 
en de zelve gebruykt , verbecteren de gebreeken der 
Moeder. 



Namen. 




Grond. 



Zaad. 



Aanwin- 
«ing. 



Diofc. 1. 2, 
c. 142. 



Verfcney- 
de namen. 



Veelever, 
anderlijkc 
löortcn. 



CCXCIII HOOFDSTUK. 

LAMPSANA. 

iUs van een ieder geheeten ; en tot 
[1 noch toe , mijns weetens , in geene 
taal met een andere naam bekend; be- 
halven dat de Franfche het ook noe- 
men Sanues Blanchfs, en de Ita- 
lianen di Lasana, of di Landri. 
Bemind, uyt eygener aart, een gemeene, zoowel 
Zandige als geen zandige, zoo wel ongemefhe als ge- 
meitte grond: meer een donkere of fchaduwachtige als 
een luchtige plaats , en veel vochtigheyd. 

Bloeyd meer als de halve Zomer lang. Blijft niet 
meer clan een jaar in 't leeven. Geeft teegens de Win- 
ter volkomen Zaad, en word dan door een kleyne 
Rijp ter neer gelegt: derhalven ook in ieder foor jaar, 
met een wadende Maan van Adaert , op nieuws weer 
gezayd , niet diep onder de aarde. Doch komt ook 
van zelfs genoeg voort door het uytgevallene Zaad. 
Hier door konnen ze overvloedig vermeerderd wor- 
den. 

KRACHTEN. 

LAmpfana is verkoelende en verdrogende van 
aart. In Wijn gekookt, en daar van gedron- 
ken, of 't uytgeparftte Zap met Wijn ingeno- 
men , is gezond voor de Leever en Maag : ook voor 
de geene, welke van Engborftigheyd worden gequeld. 
Verdrijft de koude Pis : doed het braken ophouden : 
is dienftig teegens de Geelzucht; en vermeerderd de 
Melk,m der Vrouwen Borften. 



CCXCIV HOOFDSTUK. 

P A T I C H. 

JEERSTE AFDEELING. 

Ord in 't Neederlandfch niet alleen 
dus , maar ook van zommige Roo 
Ridder geheeten ; ook wel Perdik : 
in het Latijn Lapathum , en Ru- 
\ mex: in het Hoogduytfch , Mengel- 
* wurtz , Streyfwurtz , en Rot 
Ritter : in 't Franfch Pareille , of Lapais: en 
in 't Italiaan fch Lapatio , ofRAMBicp. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden 
veele veranderlijke foorten \ namentlijk ; 




I. LAPATHUM MAXIMUM ROTUNDir-OLIUM TLO- 
RIBUS ALBIS , Of LAPATHUM SATIVUM ROTUNDl- 

folium amplissimum flore albo ; dat is , alder- 
grootfte tamme Pat ich met ronde Bladeren en witte Bloe- 
men ; of ook Rhaponticum prosperi alpini , Alder- 
Rhaponticum van Profper Alptnus-, want dit is eevcn grootftc 
't zelve Gnvai : waar van ik een waarachtige ondervin- " mn ,' c 
ding heb bekomen uyt het overgezondene en wel op- ' 

gewaflene Zaad ; zijnde de opregte Rhabarbar , of 
Rhabarbakum verum , volgens het getuygenis 
van Athanasius Kircherus, in zijn China II- opregte 
lustrata fol. 185., die'er een kenbare Figuur heeft * habar ' 
bij gevoegd, 't welk tot noch toe ieder onbekend, im- p7o/b. Alp; 
mers onzceker is geweeft. Heeft ook eeven de zelve l *• e. f. ' 
krachten ; doch niet zoo fterk in onze Neederlandcn, K ' rc(jtri 
vermits de koude der zelve : waarom men'er ook eens i,ah'fol, 
200 veel van moet gebruyken, gelijk ik dikmaal, niet itif. 
alleen aan andere ; maar ook aan mij zelven , heb be- 
proefd en ondervonden. II. Lapathum rotuvdi- 

FOLIUM HORTENSE FIMBRIATUM, of Patich d.CT Ho- 

ven met ronde aan hare randen gelaaide of gevouwcne 
Bladeren ; in hare kracht de voorige foort niet wijken- 
de ; en die met regi voor een Rhabarbarum fim- Rbabarbar 
briatum , of Rhabarbar met gekrulde Bladeren mag met ge- 
gehouden worden. III. Lapathum lanucinosui* n™l tkle 
r>„ r , . . , Bladeren. 

L-Hinense LONGIFOLIUM , of lan g-gebladerde ruyne 

Patich uyt China , welke word gezegt de opregte Rha- 
barbar van Andr. Matthiolus ," of Rhab^.rba- opregte 
RUM VERUM MaTTHIOLI. IV. LAPATHUM HOR- Rhabarbar 

tense , five sativum longifolium, of tamme , van Matm 
anders Hof-P atich met lange Bladeren, gemeenelijk ge- th '° 1 '"' 
noemd Patientia. V. Longifolium nigrum pa- 
lustre , of zwarte lang-geb lader de Wat er-P attch , 
welke is de Britannica antiqi/orum vera , ofopregte 
opregte Britannica der Oude ; waar van in 't volqende Britannica 
HoofdJ}uk_breedcr zal gehandeld worden. VI. 'Vir- dtr0liie - 
gimanum, of Patich uyt Virginicn, welke ook Bri- 
tannica Virginiana, of Vtrginiaanfchc Britannica, 
met regt mogt genoemd zijn, gelijk in 't volgende zal 
blijken. VII. Sanguineum , of Patich met Jchoonc virgini- 
roode gelijk^ als bloedige Aderen doorlopenc Hladeren : aaniche 
ter dier oorzaak ook van veele niet onbillijk genoemd Bntanni ' 
SanguisDr-conis, of 'Drakenbloed, anders ook wel 
Lapathuivi nigrum , of zwarte Patich. VIII. A- 
cutum, of Patich met fpn ze Bladeren; ook Oxyla- 
pathum geheeten. IX. Longifolium crispum, of 
lang-gebladerde Patich met gekrulde randen. X. Hor- Spinale 
TjBN.SE , of Hof- Patich , van ieder genoemd Spina- van dnc- 
chia, of Spinagie; waar van mij drie foortcn zijn be- dcrley 
kend ; als Spinachia major , of groote Spinagie. ag ' 
minor se Mi se spinoso , of kleyne met een jl eekend 
Zaad; en Spinachia minor semine non spino- 
so, of kleyne Spinagie zonder doornen. XI. Vul ga- 
re folio minus acuto, of gemeene Patich met ftom- 
pe Hladeren ; ook wel genoemd Lapathum sylve- 
stre album folio subrotundo , of wilde witte Pa- 
tich met rondachtige 'Bladeren; en van andere Hydro- 
lapathum, of Water-Pattch. XII. Syi.vestre ru- Nochan- 
brum subrotundo folio , of roode wilde Patich dere foor- 
met rondachtige Bladeren. XIII. Unctuosum , of p*"^ 11 
fmeerachtige Patich; die ook draagd de naam van Bo- 
nus Henricus , of goeden Henrik. XIV. Fibro- 
sum , of Patich met dunne en teeder e Wortelen, van 
Plinius geheeten Bulapathum. XV. Lapathum 
VULGARE minus, of kleyne gemeene Patich. XVI. O- 

XYLAPATHUM, five LAPATHUM MINUS DENTATUM, 

of kleyne Patich met ge tandde Bladeren. XVII. O- 

XYLAPATHUM TUBEROSUM AmERICANUM , of kjey- 

ne Patich met een Knobbehvortel uyt America. Meelt, 
al te zamen zijn ze van eevcn de zelve Bouwm^ en 
Waarneeming. 

Zij beminnen uyt eygener aait een zandige, goede, Grond ' 
luchtige, en wcl-gemcfttc grond : een warme, opene, 
vrije, luchtige en bequaam ter Zon gclecgene plaats ; 
Xx ook 



* 9 x Bbschryving de* Kruyden,Bollen bh Bloemen IIIBobk, <» 

* . «_ *->-- — •'. ffefe «tf . en genomen, is goed voor de U^. «4 de 



ook veel Water. Konnen .?»«*»', fterke Wbffi, 
meer andere ongeleegcnthecden der Winter tamelijk ver- 
dragen. Geeven de meefte tijd volkomen n;p Zaad; 
Vcrfchilin en blijven veele jaren in 't lecven. 



Doch het Lapa- 



dc lang 
Icevcnt- 
heyd. 



Aan win- 
ning. 



tUM sanguineum , of Patich met bloedroode Me- 
ren; longifolium crispum, of ' lang-gebi 'aderde Pa- 
tich met krulachtige randen; Fibrosum, of met tce- 
dere, kleyne dradige Wortelt jens ; Vulgare minus, 
of kleine oemeene Patich, en Lapathum hortense 
iongifolium , of lang-bladerige Hof-Patich, meeft 
den tijd niet langer dan twee jaren : de Spinachia, 
of Spmagie, in Februari™ , of Maert, na volle Maan 
gezayd zijnde, niet meer dan eene Zomer. 
' Meeft alle foorten van Patich worden aangewonnen 
en vermeenigvuldigd door Zaad, weynig door hare 
Wortelen. Het Zaad word met een wallende Maan van 
Maert of /f pril (doch veel bceter van September of 
Oüober , vermits het doorgaans zeer lang in de aarde 
blijft leggen , eer het opkomt) een kleyne vinger breed- 
te diep de aarde aanbevolen. 

Om vroeg in 't Voorjaar bequame Spinagie te mo- 
Trocg Spi- gen hebben , moet men 't Zaad met een afgaande Maan 

b'fomen van AH g H fi lu no1 en Iucftti n zaven - Opgekomen zijn- 
c ^^ j c ( jjan men ze twce f driemaal fnijden , eer ze bc- 

gind te fchicten. Defgelijks kan men ook doen de 
geene die in 't Voorjaar is gezayd. Want zoo haaftze 
boven afgefneeden is, fchictze t'clkcns aan hare Steel 
op nieuws weer uyt , en geeft aan haren Heer , in 
plaats van een , een drie-dubbele portie. Doch zulks 
kan niet gefchieden van de Planten, welke digt bij mal- 
kander ftaan. 



Hoe men 



Aart. 



Dod. Uil. 
c.i f 



jtpul. hifi. 



Lobel. hifi 



Trag.l. I 
c. 104. 



KRACHTEN. 

AL de gemeene foorten van Patich , of Lapa- 
thum, zijn matig koud, verdrogende, en ver- 
teerende van aart. 
De Bladeren, of ook de Wortelen, in Wijn, Wa- 
ter , of ander Nat gekookt , en daar van gegeeten , 
veroorzaken een open Ligchaam ; zuy veren de Leever, 
en drijven de Gal uyt: doch zijn niet zoo aangenaam 
als de Beet. 

De Bladeren , noch groen zijnde , geftoten , met 
eenige vettigheyd vermengt, dan gelegt op Gezwellen 
en opene Zweeringen, Plaafters- wijze , doen de zelve 
fcheyden. 

De zelve met Schaaps-ongel , of Reuzel , en bruyn 
il. Mifo. Roggenbrood , als een Plaaftcr gebruykt , verdrijven 
alle hardigheyd, Klieren, Klap oor en , en andere Ge- 
zwellen. 

De Wortelen , inzonderheyd van de Patientje , of 
Lapathum hortenfc longifolium , gedroogd , en daar 
van een Drachma, met een Drachma Gengebar , in 
Wijn of ander Nat ingenomen 's morgens nuchteren, 
jaagt, zonder eenige ongeleegenthcyd , alle Fluymen en 
andere waterachtige onreynigheeden uyt de Maag wech. 
In Wijn gezoden , en daar van ieder morgen een 
Roemer gedronken, doed het Graveel en de Steen rij- 
zen en breeken ; der Vrouwen Maandenden voortko- 
men, en geeft een goede verwe aan 't Ligchaam. Ver- 
drijft de Geelzucht : ook de derdcdaagfche Koorts, als 
men twee uuren voor de aankoomft der zelve een goe- 
de Roemer hier van gedronken heeft. Eeven 't zelve 
vermag ook de Wortel, geftoten, vijf of zes uuren lang 
in Wijn geweykt, uytgeparft, en dan van die Wijn 
een kleyne Roemer vol ingenomen. Eeven deeze Wijn 
Camerar. op der uydigheyd ,'tjeukzel , fprenkt Vuur , voort lopen- 
niofc^l.'z. ^ e Z eeren * en andere uytwendigc onzuyverheeden des 
c. 140. Ligchaams geftreeken ; geneeft de zelve, 't Welk ook 
verrigt de Wortel, in Edik gekookt, en door een Zeef 
gewreeven : defgelijks 't Water, daar deeze Wortelen in 
gezoden zijn geweeft. 
Lufit. 1. 2. Een Drachma van 't Zaad ( 't welk een te zamen- 
tmn. 100. trekkende kracht heeft) geftoten, en met Wijn in- 



Pi»». 1. 20. 
f. 11. 




genomen, is goca vuui us. uwjfuwrp *,*.«%« us««/<». /#, 
Buykr en roode Loop : neemt wech de walging van ««U«j, 
de Maag. Is zeer dienftig teegens de beeten der Scor- '' 
pioenen, dolle Honden , en znderer giftige Dieren. 

TWEEDE AF DE ELI NG. 

LAPATHVM SATIVUM ROTUNDL 
FOLIUM AMPL1SSIMUM, five RHA- 
BARBARUM VERUM ROTUNDL 
FOLIUM FLORE ALBO , vel HIP- 
POLAPATHUM RQTUNDUM, five 
RHEUM ANTIQUORUM 

O F 

OPREGTE PvONDE RHABARBER. 

iRjjgd uyt een dikke , ronde , uyt eygc- Wortel, 
ner aart lang-leevende Mortel hare Blade- h J b ^ c ^ 
ren. Deeze Wortel is verdeeld in veele lan- k cncn v ~„ 
ge Zijde-fcheuten , die vangroot Centau- het ware 
rium , of Santorie , niet zeer ongelijk , ^ ^^ 
doch wclzooklcyn; uytwendig roodachtig van ver- 
we wanneer ze eerft uyt de aarde word genomen ; doch 
daar na met'er tijd drogende , word ze bruyner , of 
zwartachtig : van binnen uyt den geclen wat rofch , 
voorzien met een ronde bleek-witte ring. Is zonder 
eenige reuk; ligt, week, fponsachtig van fubjlantie, 
doch bitter van fmaak , vermengt met eenige warmte ; 
ook watlijmachtig; en geknauwd wordende, geeftze 
van zich een geele bleeke couleur , gelijk Saffraan : 
't Welk dan al te zamen zijn de opregtc teekenen, vcr- 
eyfcht in het ware Rheum , of Rhabarbcr der Oude, 
volgens 't getuygenis van Dioscorides lib. 3. de Mat. 
Med. cap. 2. en van Galenus, lib. i.dcAntid.cap. 14. 
& lib. 8. Simp. cap.de Rheo. 

De Bladeren zijn veel in getal, digt bij malkander Gedaan»» 
boven de aarde voortkomende : buygen zich niet neer- * n ft * lhn 5 
waarts, maar verheffen haar altijd een weynig boven de rc ^ °* 
grond opwaarts. Zijn zeer groot, op de wijze van Pn- 
tasites , of Pcflilentie-wortel, ontrent rond , bijna 
twee maatvoeten breed ; niet wel zoo lang ; ook veel 
kleyner; gemeenelijk voor wat fmaller en fpitzer; ech- 
ter in een ronde ftompheyd eyndigende. Aan de ran- 
den regt, effen en wat roodachtig van verwe, boven 
een weynig blinkende; donker, of zwart-groen; doch 
onder veel bleekef ; en daar bekleed met een korte 
zachte ruygheyd. Leggen van naturen niet vlak uyt- 
geftrekt , maar haar aardig vertonende in veele vouwen 
of fronjfen. Dikachtig zijn ze van fubjlantie ; in- 
wendig vercierd met zeeven groote, fterke, bleek-ver- 
vt'ige Aderen; waar uyt bijna ontelbaar veel andere kley- 
ne haren oorfprong neemen , waardig nauwkeurig be- 
zichtigt te worden. De fmaak is wat amper , of zuur- 
achtig, vermengd met eenige bitterheyd. Zonderee- 
nige reuk zijn ze. Hebben een lange Steel, daar ze op 
ruften; een duym dik, en zomtijds noch dikker: van 
boven plat , en als met een ingedrukte breede hollig- 
heyd, of geut, begaafd; van onder rond toegaande, 
ook zomtijds een weynig rood-verwig, en met veele 
uytwendige Ribbetjens , of verheevene ftreepen , om- 
vangen. 

Uyt het midden, of Hert, ziet men in 't begin van SteeL 
May gemeenelijk een cenig Steekje voortfehieten , drie, 
drie en een halve, ook wel vier geheele voeten hoog, 
zeer dik , ontrent rond ; van verwe gelijk de Bladeren; 
met veele uytwendige hoogten gelijk als ge ft reept , en 
van binnen hol. 

Aan deeze Steel komen , nu uyt de eene, dan uyt Bladerea 
de andere zijde, ook Bladeren voort , doch veel kley- aan 
ner als de onderfte, en hoe hooger hoe kleyner. Tuf- 
fchen welke, in de Maand May de Bloemen, als uyt 
bleeke Blaas jens haren oorfprong neemende, ook hare 
Steelt jens hebbende, opfehieten. Zitten zoo veelvou- 
dig, 



deicl' 



-ry.jjf 



FttLépr. * 




:77y. 



&-*yj 



Fr/. 



■ . 




. e^N*?"= — 



Lapa rli n m Sativi uu An tiqii oriun . 



<Fü/.3éOo. 



/',-/ I'., 7 




<FÜJ. 



I 




°j+- 



I.M'UI.ï )} i ; c FE 



RHABARBARUM LANUGINOSUM SIVE LABATHUM CHINENSF. T.OMr.TFOT rrTM . 



y 



Geftalte 
der Bloe- 
men. 



£aad- 

huysje. 

Zaad. 



Aanwin- 
ning. 



Geftalte 
en eygen- 
fchap der 
Wortel. 



Gedaante 
der Bladc 
ren. 






Steclcn. 



693 Patich. i 

dig , dik en .digt tros-wijz.e bij malkander , dat rhen 
bijna Dier. anders als een enkele geheele Bloem-tros ge- 
waar werd. De vcrwe is gantfeh wit. Wat kleyner 
zijn ze als die van de Vlier : gcmecnelijk neerwaarts ge- 
keerd; lieflijk van reuk. Befhan uyt zes Bladert jens \ 
waar van de uytwendigfte drie kleyner zijn dan de in- 
wendigfte. Hebben ook van binnen cenige blcek-wkte 
Afhangz,eltjens. Blijven uyt eygener aart maar alleen 
weynigc dagen goed. Vallen zelden ter neer, maar ver- 
minderen aan hare Strujken ; nalatende een tamelijk 
groot , drie-hoekig , ecrit. blcek-grocn en blinkende , 
daar na rosachtig , haaft groot werdende , blaasachtig 
Zaad-hup je : 't welk in 't begin van Junius tot zijne 
volmaakthcyd zijnde geraakt, in zich bevat een bruyn- 
verwig, drie-hoekig Zaad, doch van binnen wit. 

Dit Zaad werd in 't laatfte van April (dan komt het 
na vier weeken tijds op) of in een Pot , om binnens 
huys te mogen ftellen ,gczayd in November (doch dan 
komt het niet voor in 't volgende Voorjaar te voor- 
fchijn) meteen wafTende Maan, ontrent een kleyne 
vinger-breedte diep in de aarde gelcgt. Geeft ook, op- 
gekomen zijnde, en op een warme, wel-gemeftte plaats 
gezet , niet voor 't derde jaar zijn' eerfte Bloemen ; en 
in decze koude Ncederlanden weer volkomen rijp 
Zaad» 

DERDE AFDEELING. 

LAPATHUM HORTENSE ROTUN- 
DIFOLIUM FIMBRIATUM , five 
RHABARBARUM FIMBRIATUM 
ROTUND1FOL1ÜM: 

O F 

RHABARBER MET GEFRONSTE 
BLADEREN 

Chiet uyt een dikke , geheel ronde , regt- 
neergaande Wortel ( waar aan met'er tijd 
verfcheydene fterkc z.ijde-fchettten ovaals- 
wijze, of plat-rond , vol zwarte fireepjens , 
als aangegroeyde draadjens , voortkomen ; 
uytwendig bruyn-rood , inwendig bleek-geel van ver- 
we, rondom met veele bruync langwerpige en daar tuf- 
fchen gemengde blcek«-geele Jlreepen , gelijk men een 
firalende Zon affchilderd , aardig voorzien ; zonder 
reuk, maar zeer bitter en krachtig van fmaak; te zamen- 
trekkende , wat warm , en , geknauwd werdende , een 
weynig bijtende van aart ; wat digtcr , en niet zoo hol 
noch fponsachtig , ook- met meerder inwendige voch- 
tigheyd begaafd als de voorgemelde) verfcheydene digt 
bij malkander zittende Bladeren , zich een weynig bo- 
ven de aarde verheffende , doch niet zoo meenigvuldig 
als de voorgaande ronde Rhabarbar, noch ook zoo zeer 
opwaarts ftaande; maar zich gemeenelijk met het voor- 
ile punt meer als 't agterfte neerwaarts buygende. Zijn 
ook niet zoo rond , maar langwerpiger ; wat kleyner : 
de grootfte anderhalve Maat-voet lang , en ruym een 
voet breed ; in 't midden vercierd met een groote dik- 
ke Rngge , of Ader , hier en gintfeh getcekend met 
roode plekken ; waar uyt veel andere ter zijden na de 
randen ovaals-wijze rond te zamen komen j en ook daar 
uyt ontelbare kleyne voort-fchieten. De gedachte Bla- 
deren zijn Gras-groen van verwe; een weynig blinken- 
de , aan de randen gekruld , of gefronft ; bij de Steel 
in twee rond-tocgaande deelcn zoo wat als ingefneeden ; 
en dus in een punt, doch niet zeer fcharp, uytlopende* 
Niet wel zoo dik als die van de voorgaande foort , ech- 
ter in 't aanraken ecven zacht : weynig van fmaak , en 
gantfeh zonder reuk ; ook uyt eygener aart wat ge- 
fronft , doch op verre na zoo veel niet als de voorige ; 
maar vlakker. 

Hebben ook lange Steelen , doch veel dunner als de 
andere, ronder , ook met in- en uytwaarts gaande Jhat* 




HABARBER. ^ 

pen, 100 wel groen- als rood^verwig, vercierd; boven 
niet zoo plat, breed, noch met zoo een diepe botligbejd, 
of gent, voorzien. 

Uyt 't middel-punt deezer Bladeren fchiet een Steel Voor- ' 
voort , een , twee , en ook wel derdchalve Maat-voet naamrte 
"lang; ontrent rond; van binnen een weynig hol; uyt- Stce1, 
wendig bleek-groen , met veele ftreepen; hier en gintfeh 
met groote roode plekken voorzien : aan welke zoo aan 
de eene als de andere zijde boven malkander kleyne Bla- 
deren uyffpruyten ; waar tuiïchen veele kleyne doch 
tamelijk-lange Steelt jens, te zamen boven fpits toegaan- 
de, en een kleyne piramide vertonende , uytfchictcn. 

Aan deeze komen in de Mammaand zeer aardig voort Aardige 
ontelbare, zeer kleyne, niet meer als drie df vier dagen fteliing 
durende Bloemt jens , hier en daar als bij lecden, digt op dc c r Bloc '. 
malkander, aan tecdere, korte Steelt jens neerwaarts han- 
gende ; en niet qualijk de gedaante van een Parruyl^ 
voorftellende. De verwe is groen ; doch uytwendig 
vercierd met eenige roodachtige teederheydi en inwen- 
dig met vier of vijf geele afhangzeltjens , gelijk men 
wel ziet in die van de AcfrosA rotundipoliA Ro- 
man a , of ronde Roomfche Zuring. Bcftaan uyt zes 
Bladert jens ; van welke de uytwendige drie de kleyn- 
fte , de andere drie de grootfte zijn. Deeze Bloemen 
vergaan niet in haar zelvcn : vallen ook niet ter aarden Zaad- 
neer ; maar werden in tcegendcel hoe langer hoc groo- jW-'J*' 
ter; en vertonen zich daar na drie-hoekig, boven breed, aa ' 
en onder fpits ; alzoo dan onder hare drie Bladert jens , 
nu gelijk als een drie-hoekig Blaasje verbeeldende, ver- 
bergende een drie-hoekig Zaad-buysje;eertt. Lijf-ver wig 
van couleur , en zeer fchoon blinkende : doch in het 
laatfte van Jttnius , en in 't begin van Julius , werd 
het bruyner , en bevat een drie-hoekig Lcever-verwig 
Zaad. 

Dit Zaad in de Maand van April met een wafTendc Aanwin 
Maan de aarde bevolen zijnde , komt haaftig voort : nin g- 
geeft in het derde jaar daar na zijne eerfte Bloemen , en 
vervolgens in onze Landen rijp Zaad. 't Uytgevallenc 
'flaat ook wel zomtijds van zelfs op. Indien het 'mOtto- 
■ her of November in een Pot werd gelegt , en binnens 
nuys gefield , zoo komt het vroeg in 't Voorjaar voor 
den dag. Begeerd dan een goede , luchtige , warme 
plaats ; ook uyt eygener aart een wel-gemeftte grond *, 
en blijft veele jaren lang in 't leeven. 

VIERDE AFDEELING. 

RHABARBARUM , five LAPATHUM 
LANUGINOSUM CHINENSE LON- 
GIFOLIUM , vel VERUM MAT* 
THIOLI. 

Dat is : 

LANG - GEBLADERDE WOLLIGE 
PAT1CH uyt CHINA: 

O F 

OPREGTE RHABARBER van 
MATTHIOLUS. 

,En zeer eedel Gewas , door de Heere des Gedaante 
Heemels en der Aarden gefchapen toten cygen- 
; zonderlinge bevoordeling van der Men- j^P . cr 
fchen gezondheyd, heeft een lang-Ieeven- 
de , dikke Wortel , bijna rond; ruym een 
halve voet , of twee hand4>reed lang ; voorzien met 
verfebcydene over al gintfeh en herwaarts uytfchie- 
tende, tamelijk-diftke en korte Veez.el-wortcltjens\ van 
verwe uytwendig donker-bruyn * of uyt den roflen 
zwaï tachtig j doch van binnen geel, doorlopen mee 
eenige roode Aderen, van een bevallige aanfehouwing} 
welke, wanneer de ^r/f/droogd, vergaan* Deeze is 
vochtig van aart , en bewaard in zieh een lijmig Zap j 
%\ % uy« 




6o j Beschryving dek Kruyden , Boelen en Bloemen , III Boek , 6 9 6 

Pedacius Dioscor ides lib. 3. cap. 2., daar hy van 
deeze Stof fpreekt. Defgclijks Claudius Galenus 
in zijn eerfle Boekjvan de Medicijnen , welke Jlrijden tee* 
gens '/ Vergif \ cap. 14., ook in 't 8. bockyxn de krach- 
ten der Kruiden, onder 't Hoofdfiuk^de Rhf.o, of van 
de Rhabarber \ dan noch de Schriften van meer andere 
Geleerde Mannen , te veel in getal , om de zelve hier 



uyt den rooden geel. Is, in de mond geknauwd, zeer 
bitter en onaangenaam van fmaak. 
Gcftaltc Uyt de gemelde Wortel komen voort veelvoudige 

cu Bladeren , digt bij malkander, en al te zamen gelijk als 

uyt het Hert of de bovenfie top des Wortels ; echter de 
eene boven de andere met een wonderlijke orde uyt- 
fteckende. De lengte is van een hand , of wat meer- 
der ; onder zoo fmal , dat ze zomtijds de breedte van 
een vinger, of duym, niet overtreffen ; doch hoe meer 
na voren , hoe breeder j voor aan de punten alderbreedft; 
van ontrent drie vingeren ; ook daar gantfeh rond toe- 
lopende. Zijn voorzien met een zachte ruygheyd, al- 
fcijzonder- derzigtbaarft aan de randen ; doch daar niet mgefnee- 
hceden e i e „ i maar effen, liegt, en zonder eenige vouwen: bo- 
dcr Bladc- yen begaa fj met een me erder en aangenamer groen- 
hcyd , als onder ; ook inwendig met een regt-door- 
gaande groote Ader , of Ruggc , waar uyt veele kley- 
ne , ter zijden uytlopendc , en zich daar een weynig 
rondachrig ftellende , voor-fchieten. Doorgaans ftaan 
ze opwaarts gekeerd \ eevenwel krommen ze zich voor 
aan , op de wijze van een Pluym , of Vogel-Struys-vee- 
dcr , met een goede bevallijkheyd neerwaarts. Bitter 
zijn ze van fmaak , matig dik , en zacht in 't aanraken. 
Naderhand werden ze van onder eerft geel ; beginnen 
dan in haar zelven te verdorren , en vallen op de aarde 



neer. 



Steel. 



Gedaante 
der Bloe- 
men. 



Zaad, zeer 
zelden rijp 
in onze 
Landen. 



Grond. 



Hoe in de 
Winter 
waar te 
neemen. 



Uyt haar middelfte Hert komt jaarlijks een eenige 
Steel te voorfchijn j drie vingeren breedte , wat meer 
of minder , boven de inwendigfte en hoogde liladeren 
uytfteekende j niet dik van aart , maar teeder , en van 
een bevallijk groen omvangen. In 't bovenfte deel der 
zelve komen voort verfcheydene ovaals-wijze-ronde en 
dikke knopjens , agt , tien of twaalf in getal , ruftende 
op korte Steeltjens ; nu uyt de eene, dan uyt de ande- 
re zijde der voornaamfte Steel groeyende* Deeze ope- 
nen zich eerft van onder , en zoo vervolgens de een na 
de ander , en vertonen dan bleek-blauwe Bloemen , 
van geen onaangename aanfehouwing. In grootte en 
gedaante zijn ze die van het Leucojum inc.anum ar- 
borescens , of der Stokyiolieren niet zeer ongelijk. 
Zomtijds beftaanze uyt vier, doch meeft uyt vijf voor 
rond toegaande Bladen jens ; onlieflijk van reuk, en 't 
Hoofd bezwarende. Gefloten of gekneufd werdende, 
gceven ze van zich een blauw-vcrwig Zap. 

Als ze eenige weynige dagen hebben open geftaan , 
vergaan ze in haar zelven , en op de aarde neergevallen 
zijnde , laten ze een Zaad na , doch 't welk in deeze 
onze Gewcften noyt, of zeer zelden, en niet anders als 
bij hcete drooge Zomers, zijne volkomenheydverkrijgd. 
Dcrhalven dit zeer fchoone Gewas in deeze Neederlan- 
den zeer bezwaarlijk kan aangewonnen werden. 

Deeze Plant bemind uyt eygener aart een goede , 
zandige aarde, voorzien met twee-jaiïge Paerde- en een 
•weynig een-jarige Koeyemift , wel door-een gearbeyd : 
in de Zomcr-tijd een opene warme plaats , en niet zoo 
veel vochtigheyd als de andere Soorten. Moet ook in 
de Winter, binnens huys ftaande, op een drooge, luch- 
tige , en warme plaats , gedurende dien tijd alleenlijk 
met een weynig lauw-gemaakt Reegen-water een- of 
tweemaal van boven befprengd zijn, vermits ze dan niet 
veel vochtigheyd kan verdragen , en door een weynig 
te veel fchielijk zou verrotten, 't Welk ik zelfs door 
ervarentheyd, tot mijn groot lecdweezen, heb onder- 
vonden aan drie uyt China over Batavia gezondene en 
wel over-gekomene Wortelen, in mijnen Hof, tot mijn 
groot vermaak, genoegzaam uytgefchoten zijnde. 

KRACHTEN. 



te noemen. 



DE aart en eygenfehap deezer Planten is veele wel 
bekend , en wijdlopig genoeg befchreeven ge- 



Schrijvers, 
welke van 
deRha- _«_^- ' .,» ^ " ° - o- 

barber , worden: waarom ik ook onnodig oordcelc, ter 

handelen. deezer plaats daar van te handelen. Wil iemand van de 

zelve een volkomene kennis hebben , die kan leczen 




zogt 



CCXCV HOOFDSTUK. 

SCORBUTS, 

anders 

BLAUWESCHUYTS. 
K R U Y D ; 

of 

OPREGTE 

BRITANNICA 

der Oude Vriefen. 

It zeer eedel , krachtig , en voor alle 
Menfchen een zeer noodwendig Gewas 
( meer als agthonderd jaren verborgen 
en gantfeh vergecten , eevenwel voor 
dien tijd onze Voorouderen zoo wel 
bekend , zoo dikmaal met alle vlijt ge- 
zoo veel gebruykt geweeft , tot geneezing van 
zoo veele gebreeken) mag, mijns oordeels, met goe- 
de reeden van een ieder dus genoemd werden , vermits 
het de Scheurbuykj of Blauwefchuyt, te eenemaal wcch 
neemt, en alle Menfchen daar van verloft. 

Werd ondertuffchen ook in het Neederlandfch ge- 
noemd SCHURFTLOOFSBLADEKEN , en WaTF.R- 

r iddfr , om dat dit Kruyd van Naturen in een voch- 
.tige aarde voortkomt, en de Schurfthcyd , Ruydigheyd, 
Zeerigheyd, op 't Vriefch gezegt R 1 d , of Ru ed , ver- 
drijft. De Oude Vriefen hebben 't geheeten Britan- 
hica , Britannica, Brittannica, Brita- 
nica , alle eenerley beteekening hebbende ; of ook 
wel Vryftanica , om dat men'er de Tanden mee 
wrijft. 

't Woord Britanhica heeft zijnen oorfprong niet 
genomen van Britannica, waar meê Engelland 
werd beteekend , gelijk zommige dromen ; maar dit 
Kruyd is dus genoemd geworden wecgens zijn eygene 
aart en kracht teegens allerley ongeleegenthecden des 
Monds , Tandfmerten , en inzonderheyd teegens de 
Scorbut , of Blauwschuyt , van welke meeft alle 
Menfchen, als van een aangeboornc Landziekte, in dee- 
ze koude , lage , vochtige Neederlandcn zeer gequeld 
werden ; boven alle andere middelen hier toe dienftig, 
en weergadeloos. 

De naamBRiTANHicA geeft dit klaarlijk genoeg te 
kennen. Want de oude Frieten noemden in hare on- 
verbafterd gebleevene Spraak ( gelijk ze noch heeden 
veelerwecgen in Vriesland doen) een wech-vloeyend eh 
daar door verminderend ding , 't welk noodwendig te 
zamen gehouden , gedrukt, wel vaft aan malkander ge- 
hegt, en gefloten moeft worden (gelijk men, wanneer 
de Scheurbuykjn de Mond zit , het Tandvleefch moet 
doen , wijl dit quaad het zelve verteerd , de Tanden 
gantfeh los maakt, en eyndelijk doet uytvallen) Bri- 
ten en Brit. 't Woord tan beteekend niet anders 
als dat , waar bij een d is gevoegd, te weeten tand ; 
en hica beduyd zoo veel als een uytwerping ; 't welk 
noch heedenfdaag in Grocninger- en Friesland, ook an- 
derweegen , in gebruyk is. Want een krachtige en 
haaftige uytwerping der Winden door de Keel geeft men 

de 



Bijzonde- 
re lof van 
dit Gewas; 
nu meer 
dan 800. 
jaren on- 
bekend 
geweeft. 



Andere 
namen. 



Oorfprong 
van de 
naam Bri- 
tannita, 



en wat de 
zelve in 't 
oude 
Vriefch be- 
teekend. 



JFoLJpj.' 




6 97 



Opregte Britannica; 



Korte 
Reedcn- 
voeringen 
over de 

woorden 



Brit, Brit- 
ten, Tor-, 
ven, Ven, 
of Veen, 
Britangel , 



Brirten- 

•berg, Bri- 

tannia, 

Niehrit, 

Oldebrit, 

'tHuyste 

Britten, 

&c 



'én den 
oorfprong 
deezer 
namen ; 
waar na 
weer ge- 
keerd 
werd tot 
't Kruyd 
Britanni- 
ca. 



Diofcor. 
hb. 4. c. 1. 
"Bün. I. 3. 
tap. i.liè- 
ar c, j.o 
/. 27. e. 1. 
hb. 4. e. 1 f, 
Cal. Hb. f 
eap. 8+. 
JEgm.i 7. 
Mtiits, 1. 1 , 



&c. 



de benaming van hik t en als de Kiekens , noch in de 
Eyercn beflotcn, tot hare volkomenheyd geraakt zijn- 
de , de zelve door-pikken , zulks werd Hikken ge- 
heeten. 

Zoo dat dan Britanhica niet anders te kennen 
geeft , als een Kruyd teegens de Scorbut , Scheurbuyk^, 
of blauwfihuyt , en andere quade Toevallen des /Vfonds, 
inzonderheyd der Tanden , om 't vleefch van de zelve 
te tarnen te houden , en uyt te drijven de waterige , 
flijmerige , vloeyendc onreynigheeden , waar door 't 
gedagte vleefch afneemende werd verteerd : zijnde en 
blijvende dus een oud, opregt Vricfch woord, 

Maar dan noch, het woord Br it en Britten be* 
teekend bij de gemelde Vriefen ook een hoog-geleegene 
plaats; met Moeras of Water omringd , Ven , of 
Veen geheeten; en noch heeden dcezen dag vind men 
in deeze vochtigheyd dit Kruyd Britannica groe- 
ven. De daar uyt gegravcne Aarde > in de lucht ge- 
droogd zijnde , wierd voortijds Britten , Bret-- 
ten , en Breeten genoemd , welke woorden tot 
noch toe in Vriesland en de Provintie Groeningen in ge- 
bruyk zijn gcbleeven : inzonderheyd werden de klcyne 
{lukken der zelve zoo geheeten ; alhoewel nu meeft: 
Turven; dat is, Tor, Dor, of Droog, en Ven , of 
Veen, beteekenende, te zaam-genomen dorre, drooge 
Veenaardex hier van daan is 't, dat een ftuk Lands, met 
Grachten , Sloten , of Gruppen , omcingeld , en ge- 
fcheyden , noch op deeze uur een Venne werd ge- 
noemd. 

En wie zou niet mogen voor waarheyd houden , dat 
de zeer oude Stad Venetien voortijds dien naam 
heeft bekomen , om dat ze gebouwd is op zulk een 
holle, van naturen Veenige , brofle, moeraffige aar- 
de , uyt 't water fteekende. Hier van daan is ook ge- 
fproten de naam van Britangel , zijnde een zooda- 
nige Hoogte , ooftwaarts boven het Dorp Winfchoten 
gelccgen; waar op nu een Fortrcs of Schans is gebouwd, 
behoudende noch heeden dien zelven Naam , alhoewel 
gemeenelijk door verbaftering en onbedagtelijk gezegt 
de Bourtange. 

Defgelijks werd noch op deezen dag de Hoogte in 
Oofl-Vriesland , bij het Karfpel , voortijds Cymbi rs 
wold , maar nu verkeerdelijk Simerswold gehee- 
ten, Br 1 ttenberg genoemd ; en in Engelland voe- 
ren twee Steeden de naam van Brittigton en Bri- 
ton , om dat ze aan Rivieren op hoogc plaatzen zijn 
geftigt. Eeven hierom heeft Engelland oudtijds de 
naam vanBmTANNiA gekreegen. Dus noemd men 
ook eenige Dorpen in de Groeningfche Provintie Nie- 
brit, Oldebrit, Mittelbrit, ENGELBRIT , 
Letterbrit, &c. , om dat ze leggen op een Hoog- 
.te, omringd van Waterachtig, of Mocraflig Land. 

Uyt de zelve oorzaak voerd 't Huys te Britten 
deeze benaming , waar van de Fondamenten noch in on- 
ze tijden gezien zijn ; gebouwd van de Roomfche Key- 
zer Ca yus Caligula (gelijk daar van fchrijft Jo- 
HANNEj,CHRisTOVALLUbC,\LVETUS,in zijn Reys- 
boek van de Kroning des Konings Philippi van 
Spaan je) en van de Romeynen gehouden voor een Wa- 
penhuys. Want 't lag op zulk een Hoogte , van waar 
men over 't Water heenen de aankomft der Vijanden 
kon verneemen. Doch wij moeiten niet te verre van 
ons oogmerk afwijken. 

't Gedagte Scheurbvykskruyd voerd in 't Latijn 
geen anderen naam als dien van Britannica , zoo 
wel bij de oude Grielfche als Latijnfche Schrijvers ; 
waar van men kan nazien Dioscorides, Plinius, 

GALENUS , PAULUS -^GINETA , AviCENNA , 

en meer andere oude vermaarde Autheuren ; en werd , 
weegens de voortreflijke deugden , zeer hoog ge- 
roemd : is nochtans zelden of noy t van haar gezien , veel 
min van eenige der nieuwe Kruyd-befchrijveren tot noch 
toe regt , maar de oude Vriefen genoeg , bekend gc- 
weeft. Ook hebben al de oude Griekfche en Latijn- 



6 9 % 



fche Geneesmeefters, welke ten tijde van Julius Cae- 
sar en meer andere volgende Keyzercn , onder 't Room* 
fche Heyr in de Neederlanden waren , wijl ze de Taal 
der briefen niet verftonden, veel min de zelve door an- 
dere woorden konden uytlcggen of beteekenen , de rc- 
te Vriesfche naam deezes Kruyds zoo wel in 't Griekfch 
als in 't Latijn behouden , en hare Schriften ingelijfd. 
Echter heeft men 't ook , mijns oordeels , beercepen 
onder de naam van Lapathum longifolium ni- 
GRumPalustre, of zwarte lang-geb lader de Water-* 
ridder, weegens de zwarte Wortel, welke in geene der 
andere foorten van Lapathum of Patich , door geheel 
Europa van zelfs voortkomende , gevonden werd ; en 
de grootc gelijkheyd , welke het , doch alleen in de 
uyterlijke gedaante , met de Patich , Rho-rittcr , of 
Roo-ridder , fchijnd te hebben. 

Deeze Britanhica komt uyt eygener aart zeer Waar dit 
krachtig voort door geheel Vriesland , Groeningerland , Kruyd 
Gelderland , Overyjfel , en Holland , in moeraffige > S roe y d> 
Veenige , waterachtige , ongezonde plaatzen , en qua- 
de, Salpeeterige, giftige, flijmerige aarde, daar gemee- 
nelijk veel Adderen en Slangen werden gevonden , ook 
aan de kanten der Grachten en Sloten. Échter ftrijd dit 
Kruyd zoo geweldig teegens alle Vergif, en de Scheur- 
bityk^, dat het elk , die 't gcbruykt , binnen weynig 
tijds te cencmaal daar van bevrijd. Ja ook, hoe de Wa- Zonder* 
teren , daar 't bij groeyd , quaadaardiger zijn , hoe de lingezeld- 
zelve meer ongezondheyd en Blauwfchuyt in der Men- f aa "J" 
fchen Ligchamen verwekken, hoc ze meer doen pur- ^ ' 
geeren de geene die'cr van drinken ( waarom ook onze 
daar van gebrouwene Bieren meer opening maken als 
andere van ander water gebrouwen ) hoe deeze Plant 
krachtiger van natuur, en teegens dit quaad meer werk- 
zaam is. 

De opmerkende konncn hier uyt verneemen de Aanmer* 
wijsheyd en gocdheyd des -Almacht igen Scheppers ; die elk king. 
Land heeft begiftigd met zoodanige Gewajfen , als be<- 
quaam zijn tot geneezing der Ziekten, welke de daar in 
wonende Menfchen meeft, onderworpen zijn , ter oorzaak 
van de fchadelijkheyd der Lucht , slardg , of Wateren. I 

Waar bij dan noch komt , dat de vergiftiging van een 
giftig Dier door eeven 't zelve Dier werd teegengeftaan, 
verbeeterd, en geheel kragteloos gemaakt, 't Ware te 
wenfehen , dat de krachten , welke God in de dingen 
gelegt heeft , van ons vlijtiger onderzogt, en aizoo aan 
ons beeter bekend wierden. 

De Britannica groeyd ook wel in de Hoven, of Britannica 
andere vochtig en luchtig gelcegene plaatzen , zoo dat ' n de Ho- 
de Zon 't mceftc deel des dags daar op kan fpeelen. De£ ven ' 
gelijks in een donker oord: of, dikmaal met water be- 
goten werdende , in een luchtige , holle , met twee- 
jarige Koeye- , eenjarige Paerdemift en zand genoegzaam 
voorziene en door-werkte aarde. Schiet anders noyt zoo 
hoog opwaarts , noch geeft zulke krachtige TiUdercn : 
doch gemeenelijk ieder jaar volkomen rijp Zaad. 

Verdraagd uyt eygener aart geweldige Sneeuw, Ha>- Hardhcyd. 
gel, fterkc Vorjl , en allerley andere ongeleegentheeden 
der Winter ; zoo dat men deeze Plant zonder moeyte 
bewaren , en genoegzaam aamvinnen kan. 

Hare Wortel is zeer fterk , Pek-zwart van buytên , Gedaante 
zelden van verwe veranderende , fchoon ze ook m een *■ j r Wor * 
gantfeh zandige,ja geheel witte grond ftond; behalven 
dat ze wel zomtijds bleck-zwart werd gezien : doch als 
men ze varfch uyt de aaide opneemt , en door- fnijd, vind 
men ze van binnen gantfeh zuyver en wit. Straks daar 
na werd ze tuflehen geel en rood ; de verwe van Rha- 
barber niet zeer ongelijk zijnde. Vervolgens gedroogd 
weidende , is ze bruyn. Hare geftalce is lang , dik en 
breed, gelijk die van al de Roo-ridderen , of Patich, in- 
zonderheyd als ze ten ouderdom is gekomen ; geenzins 
zoo kleyn , als Dioscorides, die ze noyt gezien 
heeft , daar van fpreekt. Is ook vol Zap of voch- 
tigheyd. 

Uyt deeze Wortel fchietcn ieder Voorjaar , in 't Iaat- Gedaanf* 
Xx 5 ftc 



Sfam- 
/teelcn. 



699 Beschryving der. Kruyden , B 

derBIadc-ftevan^ri/, of begin van M<ty , eenige , niet veele :> , 
Bladeren voort , de langfte aller foorten van Lapa- 
THUMofPATicw; hol en luchtig; altijd opwaarts ge- | 
keerd, met hvc Steden digt bij en boven malkander als 
uyt eene plaats der Hertel fpruytende. Zijn ruym een, 
anderhalve , ook ( na dat de Planten jong of oud , 
Icleyn of groot , luchtig of donker gefteld zijn) wel 
twee gcheelc voeten lang; gcmecnclijk drie of vier VUfc 
geren breed; blauwachtig donker-groen van verwe,doch 
onder veel bleekcrj en droevig , niet blinkende : voor 
fpits toegaande: in 't midden aldcrbrecdft ; en daar voor- 
zien met een dikke ^Idcr , of Rugge ; waar uyt zeer veel 
andere , teederc , eerft regt-uyt , dan na de randen 
rondachtig te zamen of in malkander lopende , bleek- 
groen van couleur , voortkomen. De gemelde Blade- 

Sreelcn ren zi ï n wat dikacIui S van fubftantie : Z° mti J ds aan dc 
d/rBlade- randen weynig of niet; zomtijds wat meerder gekruld; 
ren. inzonderheyd de Bladeren , zittende aan de opfchieten- 

de Steel , en dan fmaller werdende. Onder ruften ze 
op een tamclijk-lange , zeer dikke , boven platte , on- 
der met Ruggetje™ of uytfteekende Streep jens rondach- 
tiq toegaande , en gemeeneiijk onder een weynig rood- 
achtig zijnde 6W : welke roodheyd in de MoeralTige 
plaatzen meerder is , als in de ftaande Wateren , of aan 
de kanten der Sloten in een zandige of kleyige grond. 
In de mond geknauwd werdende , bevind men ze zeer 
te zamen-trekkendc. In 't laatfte van Julius beginnen 
ze weer te vergaan. 

Uyt 't middenfte Hert ziet men voortfehicten een , 
twee , ook wel drie Steden , na dat de Plant jong of 
oud is; twee, drie, ook zomtijds wel vier voeten hoog; 
rond, van zulk een veiwc, als de Bladeren onder; van 
binnen hol : aan welke de Bladeren , hoe hoger hoe 
klcyner , nu uyt de eene dan uyt de andere zijde , bo- 
ven malkander voortkomen ; zoo wel een weynig neer- 
waarts hangende , als opwaarts gekeerd ftaande. Tuf- 
fchen de zelve werd men gewaar eenige uytfchietende 
Zijde-takjens , luchtig en niet zoo veelvoudig gefteld , 
als wel in de andere foorten van Paticb gezien werd ; 
rondom voorzien met veele , hol en luchtig aan korte 
Steelt jens afhangende ronde Knop jens, boven een wey- 
nig rosachtig. 

Deeze in 't laatft van Junius , of 't begin van Ju- 
lius, zich openende , vertonen kleyne , drie-bladerige , 
groote Bloemt jens, hebbende inwendig twaalf witte af- 
hangz,eltjens\ welke, na verloop van twee dagen, fchie- 
lijk daar uyt vallen , of in de zelve verdorren , zoo dat 
men de Bloemen van binnen leedig ziet : daaren- 
boven aan beyde de zijden harer Bladert jens een ruyg, 
witachtig Topje , of eenige witte ruygheyd, welke men 
in geene van al de andere foorten , bchalven die van de 
Britannica VirginiaNA, of Firginiaanfche Bri- 
tannica , bemerkt ; werdende boven met drie andere 
kleyner , fmaller , groen-verwige Bladert jens gelijk als 
overdekt. Als ze eenige weynige dagen hebben open 
geftaan , vergaan ze niet in haar zelven , vallen ook niet 
af; maar werden in teegendeel grooter, en bewaren on- 
der dezelve een kleyn drie-hoekig Zaad) als 't rijp ge- 
worden is Caftanien-bruyn van verwe. 

't Zelve op een donkere plaats , met een waflende 
Maan van Otlober in de aarde, of in Maert in een Pot, 
een kleyne vinger diep gezayd , en dikmaal met water 
voorzien zijnde , komt binnen eenige wecken te voor- 
fchijn ; doch 't geen in Ollober gezayd werd , zelden 
voor in 't foor jaar. De jonge hier van uytgefprotene 
Planten geeven niet voor 't derde en vierde jaar daar 
na hare cerfte Bloemen en nieuw Zaad. 

Zij vergaan uyt eygencr aart niet haaft, maar blijven 
veele jaren in 't leeven. Konnen bezwaarlijk door hare 
Wortelen , doch genoegzaam door haar Zaad aangewon- 
nen werden, gelijk alreeds gezegt is. 



ollen en Bloemen , III Boek, 700 



Bloem- 
knoppens. 



Bloemen. 



Zaad. 



Aanwia- 
ning, 



door haar 
Zaad. 



D 



lijken 
Drank, 



KRACHTEN. 

E Bladeren deezer zeer ecdele Plant zijn koud in Aart d Cr 
1 den eerften j droog in 't begin van den derden Bladeren , 
Graad. 

De Wortel , defgelijks koud in den eerften , droog cn d 
in 't laatft van den derden Graad , in den Mond ge- Wortel, 
knauwd werdende, is geweldig afiringeerende ; en trekt, 
veel meer als de Bladeren , of der zelver Zav , de lip- 
pen , tong en keel door een aangename bitterheyd te za- 
men ; ook droogdze het fpeekzel en alle vochtigheyd 
des monds op , gelijk de Oude daar van gefchreeven 
hebben. 

De Bladeren , wanneer ze , 't zij droog of groen , K rac j lt 
zonder iet anders daar bij te doen , werden geknauwd , der Blade- 
en zachtjens door de keel gelaten , verligten de dorft ; ,CM - 
veroorzaken een goede verdouwing der Maag: neemen 
de hitzigheyd van de zelve wech : vervrolijken het^f- 
mocd : drijven het Water uyt , en verfterken al de in- 
wendige deelen des Ligchaams. Eevcn 't zelve doet 
het Zap, varfch uyt de Bladeren geparlr, en, meteen 
weynig Wijn en Zuyker vermengd, ingenomen. 

Van deeze heerlijke Plant kan men de volgende voor- Zeer 
treflijke Drank, bereyden. voomef- 

£i. Foliorum Britannica. Afaniptilos ditos. 
Radicum Britannica V net at [ex* 
Glycyrrhyz>& Dracbmas ditos* 
Ztnxjtberis Drachmam unam. 
Sacchart r Uncias (jn.it nor. 
Vini Gallici albi optimi libras qttatnor. 
Incidantur & Contundantur omniafimul grojfo mo- 
do , atcjue ad tertia ferme partis confumptionem 
coquantur. 
Of in 't Neederlandfch : Neem twee handen vol van te berey. 
de Bladeren deezer Britannica. Vier of zes oneen van den van 
de Wortel. Gengebar een drachma. Zoethottt twee *j z P 
drachmen : en Zuyker vier oneen. Snij het te zamen pi ant> 
tot kleyne ftukjens ; en kookt het in een Kan goede 
Franfche Wijn , tot dat'er een Pintje van vermin- 
derd is. 

Die van cjcezen Drank ieder morgen nuchteren , tot gewif- 
veertien dagen , of wat langer, agter-een, 't vierdedeel & genee- 
van een Pintje gcbruykt , zal daar door verdrijven al de !j ,n f u 3 ". 
hem quellende Scorbut , Scheurbttykj of Blauw fchuyt DU yk,of 
(van Plinius genoemd Stomacacen , en Scelotyrben). Bhuw- 
De Tanden en 't gantfche Gebeent zal weer in voorigen ^ xu y tt 
goeden ftaat werden hcrfteld, en verfterkt: al het bloed 
gezuyverd. Eeven hier door werden ook geneezen de 
gebreeken der Milt en Leevcr; allerley Buyk- cn Bloed' 
loop ; een auadc Borfl ; neervallende Zinkingen 3 en lo- 
pende Gaten. Deeze Drank zal verdrijven de overvloe- 
dige vochten des gcheelen Ligchaams ; alle z,eennwach- 
tige deden beveftigen : de Maandjlonden der Vrouwen, 
als ze te veel zijn , en alle andere Bloed-vloeyingen ft op- 
pen ; deezer wijs de natuurlijke Ligchaams-warmte be- 
waren. Is ook zeer goed voor Breuken, of Gefcheurd- 
beyd; Jlijve, trekkende, of beevendc Leeden: de krampy 
en lammigbeyd; hitsige Koortsen, en meer andere dier- 
gelijke qualen. Defgelijks voor de geene, die, 't zij in 
Spijs of Drank, vergif in 't lijf hebben gekreegen. Ook 
voor de geene die dikmaal moeten braken , en nauw- 
lijks konnen binnen houden 't geen ze gegeeten en ge- 
dronken hebben. 

Wanneer men deeze Bladeren niet groen kan beko- en daarcfl* 
men , 't welk in de Winter onmogelijk is , moet men bov . cn | eT 
de zelve gedroogd ftoten , en in Wijn met Zuyker, of V ™tetc 
Honig, en een weynig Edik daar bij gedaan ; of anders 
in Water, Zuyker en Azijn, inzonderheyd als'er Koorts 
bij gaat, of ook wel in Garfte-water , als de geleegent- 
hcyd zulks vereyfcht, zoo lang zieden, tot dat het Nat 
de dikte van Honig bekomt. Hier van mag men zon- 
der eenige fchroom een weynig t'effens gebruyken tee- 
gens de Tandpijn, Scheurbuyk, en de andere hier bo- 
ven 



tware ge 
brecken. 



Heylzame 
Zalf. 



7oi Opregte 

ven genoemde gebreeken. Indien toen fa groene Bla* 
deren kan machtig worden zoo moet men die op de zel- 
ve wijze in Wijn kooken. 

Het Zap, of de voehtigheyd uyt de Bladeren , of 
uyt de Bladeren en Wortelen te zamen, geparft, en een 
weynig met wat Zuyker gekookt, o( in fa Hondsda- 
gen in de Zon gefteld, tot dat het dik word, geneeft 
zeer fpoedig de beeten van dolle Honden en andere gif- 
tige Dieren, als Adderen , Slangen , en zoo Voorts» in 
de Wonde gedaan zijnde: defgelijks vuyle en als voor 
ongeneesbaar gehoudene gezwellen ; dunnetjes op een 
doek geftreeken, en daar op gelegt : of ook de groene 
Bladeren zelfs daar op gedaan ; doch ieder morgen en 
avond vervarfcht. 

Eeven 't zelve verrigt het Zap, uyt de Bladeren ge- 
parft; of ook men maakt'er een Zalf van, zeer dienftig 
teegens al de voorgeftelde gebreeken en ongemakken. 
Dit Vnguentum trekt niet alleen allcrley vergif 'en on- 
reynigheyd uyt, maar zuyvcrd ook de Wonde, droogd 
ze op , en iluytze weer toe. Is goed voor de Roos, 
't Sprenktvuur , fa Kanker , en de Talken of Speenen 
aan 't Fondament, 
ontrent de . D " alles is niet alleen in deeze tijden bij ons op 
geboorte nieuws onderzocht , en zoo bevonden , maar ook voor 
CH V S J * zo ° vee ^ c honderd jaren onze Voorouderen ten dcelen 
SeyneD°" bckcnd geweeft. Ter welker oorzaak deeze Plant van 
zeer hoog de Romcynen, doeze voor en na Christi geboorte in 
geacht, de Gcwcften van Holland , Vriefland en geheel Nee- 
der land teegens onze Foorvaderen oorlog voerden , zoo 
zeer hoog geacht wierd , dat ze die, als een dierbare 
fchat, mee na halten en andere ver-afgeleegenc Landen 
hebben gevoerd. 
Waardoor Doch als voor ruym agt honderd jaren de Gotthen 
tenhey? * en Noormannen ons Vriefland tot in de grond verdier- 
gekomen : ven , Menfchen en Beeften uytroyden , zoo is , ter 
oorzaak van deeze ellendige vcrwoefting, de kracht van 
dit Gewas, en zelfs de kennis van 't zelve, in eengant- 
fche vergeetelheyd geraakt , tot op deezen onzen tijd : 
in welke dit Krujd , als nieuwclijks herboren , de 
nu leevende Vriezen weer gegeeven is , en 't zelve 
haar hier voor oogen word gefteld , om het te leeren 
kennen. 

Het Zap, zoo uyt de Bladeren als Wortel, met een 

•t Poeder" we y. ni S Zu y kcr gezoden tot het dik word als een Rhob 

lang kan ' ( b 'J Avicenna en andere Arabifcbe Schrijvers dus 

bewaren, genoemd, en in alle Apotheekcn genoeg bekend) kanen 

moet men bewaren in een Rams-hoorn, of y vore Doos, 

of Bus van Zilver, ook Tin, of Glas; en dus zal 't de 

geheele Winter over goed blijven. In zulke Vaten 

moet men ook doen het hier van gemaakte Poeder, 

om gedurig te konnen gebruyken : 't welk ook wel in 

Wijn mag worden opgekookt. 

Men maakt daarenboven van dit Zap een gorqelwa- 
ter , om daar mee te zuyvcren en te gencezen de hit- 
<zigheyd en andere gebreeken fasMonds en der Keel: ook 
wel een Plaafter, Slikking, Syroop, Olie, en diergelij- 
ke, waar van men in'tbrecde kan na zien mijn Latijn/eb 
werk, de Herba Britannica. 

Het Zaad een weynig gedroogt, dan gepulverizeert, 

trekt van naturen t' zamen. Is goed voor alle Squinantien, 

of gezwellen, verft opping en verft ik&ng der Keel; fwel- 

ling der Amandelen , Huyg , en Bloedgang. Gcnceft 

ook allcrley andere quaadaardige gezwellen , en beeten 

der giftige Dieren , daar in geftroyd. 

Plinü Vi- Eeven 't zelve vermogen ook de Bloemen, van Pli- 

BONEs,en NIUS gehecten Vibones , om dat de Oude Vriezen 

fche C de 2c ' ve Virong noemden ; 't welk bctcekend zoo 

woord veel als een onnat uur lij\ gezwel of hardigheyd, verga- 

Vibonc» der d uyt quade vochten, te verdrijven, want Virong 

betekend. " te Zaam £ ezet ^ ^ X en ^ ONG * Komt of van Vien, 
' dat is, verdrijven, verfprejden; en van Bon c, te ken- 
nen geevendc een onnatuurlijk^ gezwel , noch hecden 
op deezen dag de Bong geheeten ; te weetcn , een har- 
digbeyd, of gezwel in de Keel, van de Genees-gelcerde 



weer be- 
kend ge- 
worden. 



Hoe men 



Britannica. 7ot 

fa naam van Angina , ook van Sqmnamie, gegeevenj 

t welk gemeenchjk overkomt de gecne, die zeer van 'e 

JcW^wordengcqucld, zoo dat ze nauwelijks iets ' 
door de Keel konnen krijgen. 

Noch verder: deeze Bloemen in Fonteyn of Putwa- Verdew 
ter een Kleyn halfuur lang opgekookt met een weynig 'lengden 
Edik , wel toegedekt in 't kooken , verdrijft binnen dcr U1 °* 
weynig tijds de Roos, daar opgelegt zijnde: trekt uyt "*"' 
de wonden alle vuurighcyd; ook het doode vleefch, ver- 
oorzaakt door 't daar in gekomene Vuur: fluyt de zel- 
ve toe, en gcnceft ze voorfpocdig. 

De Wortel gedroogt, of daar van een gedeelte geno- Dcr Wor- 
men, en eenige uuren, of ook wel minder, in de Mond tel ' 
gehouden , neemt binnen een korte tijd wech alle7W- 
pijn; en de zwelling van 'tTandvleefch , veroorzaakt 
door fa Scheurbuyt, en andere ongclcegentheeden des 
Monds; maakt ook 't zelve weer vaft. Daar na faTart* 
den zomtijds gewreeven met het Poeder deezer Wortel , 
behoud de zelve zeer lang in een goede ftaat, en verhin- 
derd meerder Tandpijn, 

't Zelve docd ook het Zap, met Franfche Wijn en Des Zaps. 
een weynig Edik tot op ontrent de helft toe verkookt, 
en dan m de Mond gehouden. 

Ook word uyt deeze Plant gemaakt een Tandpoe- Treffelijk 
der, zeer nodig teegens alle SchcHrbttyl^, lojfe Tanden, Tandpoe- 
zwelling van het Tandvleefch, en meer andere dierge- ecnsTo'fle 
hjke ongcleegentheedcn. De wijze, op welke 't Zelve tonden , 
moet bereyd worden , is de volgende: Gczwol- 

IJt. Radicum Britannica Vncias quatnor. ,cn J^ nd * 

Galanga Alajbris Drachmam nttam en Scheur. 

& femis. hiivk. 

Cyperi Rotundi Drachmam tinam. 
Myrrhe. 
Maftiches. 

Thuris, ana Drachmam femis. 
Sacchari albiffimi Vnciam imam. 
Syrupi i corticibus Citri Drachmas duat. 
Mifceantur , terantur omnia, cjr fat pttlvts fob* 
tilifjimus. 
Of in 't JVeederlandfch: neem van deeze gedroogde Wor- Hoe tebe- 
telen vier oneen. Groote Galanga-wortel anderhalve re ï dea > 
Drachma. Ronde Cyperus-wortel een Drachma. Myr* 
the, Maftix, en Wierook^, van elk een halve Drach- 
ma. Brood-zuyker een once, en Syroop van Citroen- 
fchellen twee Drachmen. Dit alles bij malkander ge- 
daan , geftoten , gewreeven , en een fijn Poeder daar 



Gorgel- 
water. 



Deugden 
van het 

Zaad. 



van gemaakt. 



Neem hier van een weynig in de Mond; wrijf er de en te ge* 
Tanden en het Tandvlcefch meê , zoo zult gij met ver- bru y ktQ ' 
wondcring bevinden , hoe goed het u doen zal , en 
hoe haaftig gij van de gcmeldde qualen verloft zult zijn. 

Om deeze Wortel wel te droogen , en tot gencezin» De tijd, 
van .de gcmeldde gebreeken te konnen bewaren , moet wanneer 
men ze uyt hare natuurlijke geboorte-plaats opneemen woneïen 1 
in 't begin van May, want ter dier tijd uyrgcfcho- 
tcn hebbende, kan men ze eerft regt kennen. Maar 
indien men de zelve op vochtige plaatzen in de Ho- 
ven heeft geplantt en aangequeekt , zoo kan men ze 
altijd met volle Maan van September of Oélober uyt- 
halen. En dan is ze (mijns oordeels) zoo krachtig, 
ja krachtiger, als in de Mavtijd; vermits ze 's Win* 
ters door fterke Vorft lichtelijk fchade kan lijden ; waar 
van ze in den Herfft gantfchelijk bevrijd is. Dan 
heeft ook de Wortel het Zap alreeds na zich getrok- 
ken, wijl ze in dien tijd gecne Bladeren of iet anders 
te voeden heeft j en is dernalven in volkomener ftaat 
van krachten. 

Daarenboven mogen (volgens mijne mcening) dee- uytdc aar- 
ze Wortelen door de geheele Zomer worden uy tgeno- (,e mo« 
men , als maar de Plant niet fchiet , of eenige Bloe- neemcn ' 
men geeft. Want dan blijft ook in haar een volko- 
mene kracht , of ze fchoon "Bladeren zonder eenige 
opfehierende Steelen heeft gekreegen ter plaats daar ze 
van zelfs is voortgekomen. 

De 



Wanneer 
de Blade- 
ren, Bloe- 
men en 't 
Zaad moe- 
ten afge- 
nomen 
zijn. 



Authcu- 
ren, welke 
andere 

kruyden 



Beschryving der Kruyden, Bollen en Bloemen , III Boek , 704 

ceelachti" Zap van zich gecvende ; voorts is ze zonder 
reuk. 



hebben 
gehouden, 
doch zeer 
qualijk, 
voor het 
opregtc 
■Britanni- 
ca. 



Namen. 



Befchrij- 
ving van 
de Wortel 



703 

De Bladere» Bloemen, en het Zaad (om, gedroogd 
zijnde , altijd ten gebruyk te konnen hebben ) moet 
men plukken en afneemen met een volle Maan , of 
ftraks daar na , eevcn voor de Hondsdagen ( indien 't 
Zaad dan zijn volkomene rijpheyd heeft bekomen ; 
't welk echter zelden voor 't laatfte der zelve gebeurd) 
vermits ze anders alle in de genoemde dagen door der 
Zonnen hitte fchielijk verminderen, verderven, en dus 
krachteloos v/orden gemaakt. 

Eyndelijk , uyt dit alles is genoegzaam blijkclijk , 
dat deeze oprecte Britannica niet is de Bistor- 
ta, Natcnvortcl; Betontca, Betonie; Prunella, 
Brunelle; Pulmonaria, Longckruyd; Pyrola, Win- 
ter-groen ; Persicaria, Perzenkruyd ; Plantago 
aquatica , W.itcr-Wcegbree ; Damasonium , een 
foort van Doronicum ; Halim us , Zce-porcellain ; 
Cochle-aria , Leepclblad\ Becabunga , Beekbunge, of 
eenige andere diergelijke Plant , gelijk PedaciusDios- 

CORIDES , JoHANNIS RuELLIUS , AlWATUS LuSI- 

tanus , Hieronymus Tragus, AnGUILLARA , 

CONRADUS GESNERUS , ReMBERTUS DoDONyEUS , 

Matthias Lobeuus , Carolus Clusius, Ja- 
cobus Dalechampius, Joachimus Camerarius, 

JOHANNES BAUHINUS, JoHANNFS BoD.EUS A StA- 

PBt , en meer andere gemeend hebben. Geene van al 
de genoemde Planten hebben zoo een eedele kracht , 
om onze aangtboorene qua al en gemeene Landziekte , 
't Scheurbttykj of de Blauwfchuyt , te geneezen , als 
onze opregte Britannica, waar van al voor zeeven- 
tien honderd jaren de onloochenbare blijken zijn ge- 
zien. De Romeinen , ten tijde van Cajus Julius 
C>esar in deeze Needer landje he Geweften gekomen , 
wierden ellendig van deeze plaag aangevallen , maar 
alle door dit Kruyd , haar eerft getoond door de in- • 
geborene Friezen, fpocdig geholpen. Waarom ze ook, 
de krachten van dit Gewas nu kennende , het zelve 
na Romen aan den Keyzcr zonden , voor een zeer 
koftclijkgefchenk. 



CCXCVI HOOFDSTUK. 

VIRGINIAAN SCHE 

P A T I C H 

of 
AMERICAANSCHE 

BRITANNICA. 

iEn zeer voortreffelijk Geivas , wee- 
gens de zonderlinge deugden, waar 
mee het begaafd is , word dus in 't 
Neederlandfch geheeten. In 't Latijn 
LapathumVirginianum, en Bri- 
tannica Americana. 
Heeft in deeze Geweftcn een dikke , tamelijk lange 
Wortel^zich verdeelende in veele Zijde-tak^en,cn voorzien 
met verfcheydene Vcezel-worteltjens> uytwendig on- 
trent Caftanic-bruyn-verwig,ook in de grond eenwey- 
nig geelachtig, doch hoe ouder hoe bruyner; van bin- 
nen roodachtig-geel , gelijk de opregte Rhabarber ; doch 
't aldcr-inwendigfte ronde Ptt , of Alara ^ bruyn-rood 
in de dikfte en oudfte Wortelen : daarenboven vercierd 
met een fchoone witte ronde Ring. Digt en vaft is ze 
van fubftantie; alhoewel naderhand, alsze een weynig 
gcleegen heeftom te droogen,voozer, of fponsachtiger. 
Vcrlieft dan ook zijne witte Ring , en word gantfeh 
van eenerley vcrwe, te weeten, donker-geel. Van na- 
turen is ze vol vochtigheyd ; bitter van fmaak, en te 
zamentrekkendej als men ze in de Mond knauwd een 




eenige ... 

Uyt deeze Wortel komen voort beziens-waardige Gedaante 
'Bladeren, doch niet veel in getal, digt boven malkan- van de 
ker uyt de aarde fpruytende. Eerft uytkomende, krul- ^aruyt 
lenze zich aan de randen een weynig uytwendig om.f^ 
Staan meer om hoog als om laag. Zijn ongelijk van de 
grootte ; noch geen Steel om te bloeyen gecvende de 
kleynftc , maar Bloemen voortbrengende de grootfte y 
te weeten, de onderfte met hare Steel daar ze op ruften, 
ontrent anderhalve voet lang; achter zes of zeeven vin- 
geren breed , en daar op het breedfte ; van waar ze al 
fangzaam fmallcr wordende, voor eyndigen in een fpits 
punt, met 't welk ze zich gemeenelijk een weynig krom- 
omdrayen. Matig dik en vet zijn ze van aart ; boven 
«ras-qroen, doch zonder glans, met eenige roodigheyd, 
en vecle roflche plekken en ftippelcn voorzien ; onder 
uyt den groenen blauwachtig; doorgaans aan de randen 
rood , en daar aardig gcfronft. Hebben in 't midden Beziens: 
een rc<*t-doorlopendc roodachtige groote si der, of Rug- waardige 
ge, uyt welke veele kleyne, ook gemeenelijk roode , kaderen, 
haar na de randen rond in malkander drayende , en 
alzoo ten eynde uytfchietendc, voortvloeyen , gelijk 
in deeze Figuur na 't leeven is afgeteekend ; doch 
van onder vertonen ze geen of weynig roodheyd. Als 
men deeze Bladeren in de Mond knauwd, vallenze zuur 
van fmaak, en zeer te zamemrekkend. Ruften op 
korte en dikke roode Steden , vijf vingeren , wat 
meer of minder lang ; onder rond , met verfchey- 
dene Ribbetjens geftreept ; boven gantfeh plat en 
effen. 

In Junius komt uyt der zclver midden gemeenelijk Bloemen; 
een eenige Steel te voorfchijn , onder ruym een duym Stec1, 
dik ; tuffchen de drie en vier voeten hoog , rond , met 
vecle uy tfteekendc Streep jens vercierd ; van binnen hol; 
groen-verwig; doch over al aan elk Lid, of voet van 
de Steden der Bladeren rondom , een vingerbreedte of 
daar ontrent hoog, rood van verwe. Aan deeze Steel 
komen, nu uyt de eene, dan uyt de andere zijde, ver- 
fcheydene Bladeren voort, boven malkander, gemee- 
nelijk wat neerwaarts hangende , veel klcyncr als de 
voorgemeldde ; ook hoe hpoger hoe klcynder; eynde- 
lijk zoo fmaal als een ftroo; en aldaar na buyten zoo zeer 
omgekruld, dat ze als een dubbel blaadje gelijk fchij- 
nen, en niet meer als de middenfte Rugge of Ader 
kan gezien worden. Welke Bladert jens naderhand , 
als de Bloemen zijn voortgekomen, zich weer om, en 
los winden ; haar dan vertonende als de andere Bla- 
deren. 

. Uyt de middenfte Hertfcheut , of het bovenfte Befchrij. 
punt ( in het eerfte alleenlijk hier, niet tuffchen de v '°g 
Bladeren aan deeze Steel , gelijk in meeft al de andere 
foorten der Patich word gezien ) fchietcn in de Maand 
Jnlitts de Bloemen voort : welke naderhand haar ver- 
deden in eenige lange, hol-geftclde , en fmalle zijde- 
takjensy waar aan onder bij de voornaamfte Hertfleel 
eenige weynige Bladert jens , doch niet zoo hoog als 
men aan de Britannica vera antiquorum , of 
opregte Britannica der Oude , gewaar word , met de 
Bloemen te voorfchijn komen. 

Welke Bloemen met hare wit-ruyge Knop jens ( die der BlcV 
in geene van al deeze foorten , dan alleen in deeze mcQ "' 
Americaansche Britannica en in de opregte 
Britannica der Oude Vriezen worden verno- 
men ) aan hare Bladcrtjens die van de gemeldde op- 
regte Britannica der Oude in alles , niets uytgezon- 
derd, zoo wel van binnen als van buyten, gantfeh 
gelijk zijn ; ook op de zelve wijze , doch wat flap- 
per , neerwaarts hangende. Echter vallen de drie 
kleyne bovenfte Bladert jens gemeenelijk wel zoo rood. 



Wanneer ze nu eenige weynige dagen lang al hangen 
de hebben open geftaan, vallenze niet af, maar worden, 
aan hare Steelt jens blijvende, grooter, en laten nader- 
hand achter een bleek-bruyn , drie-hoekig , blinkend 

Zaad, 



_Zaad. 



IK. 



V'*°3 



-t'ot.joz. 




Fol. jo.t.. 




703 



VlUCïNÏAANSCHE PaTICH. 



Winter. 



Zaad , 't welk zijne volkomentheyd verkrijgd in de 
Maand September. 
Aanwin- Het zelve word met een wafTende Maan van Maert 
^"g of April een kleyne viner breedte diep in een Pot , of 
Zeepvaatje , de aarde aanbevolen > zoo komt het , na 
verloop van een korte tijd, te voorfchijn; doch geeft 
niet voor 't derde jaar daar na de ecrfte Bloemen. Zoo 
lang deeze hier uyt voortgekomene Planten noch niet 
gebloeyd hebben, zijn de Bladeren wat korter, ook 
ronder, als daar na. 
Waarnee- Doch vermits de zelve in deéze koude Geweften zeer 
mingindequalijk fterke Vorfl konnen verdragen > zoo moeten ze 
's Winters binnens huys gefteld , of anders , buytcn 
blijvende, op een zeer warme plaats, befchut tcegens 
het Oojlen en 't Noorden, gezet, genoegzaam met ftroo 
of Turfmul bedekt worden. Echter is noch geraad- 
zaam , altijd een Plant of twee daar van binnens huys 
te houden, om, indien de buyten-ftaande te niet gin- 
gen, niet geheel van deeze foort beroofd te zijn : in- 
zonderheyd ook , indien men de Wortelen der zelve 
's Winters wil gebruykert. OndertufTchen vertrouw 
ik vaftclijk, dat ze in Uraband, frankrijk en andere 
warmer Landen , 's M 'inters , zonder haar te dekken , 
genoeg zonder fchade zouden konnen goed blijven; 
vooral, als ze warm gefteld wierden , en vochtigheyd 
genoeg genoten; vermits ze in de Zomer veel Water be- 
geeren uyt eygener aart; ook beminnen een goede, vet- 
te, zandige aarde. 



Deugden, 
weynig 
minder 
als die van 
de opregte 
Britannica 
der Oude. 






Hoe de 
Indianen 
in America 
't Zap tee- 
gens ver- 
gif ge- 
bruyken. 



Wortels 

aart. 



Uyt Arnc 
caanfch 
Zaad op- 
gequeekt. 



KRACHTEN. 

DEeze Americaanfche Britannica word gebruykt, 
niet alleen teegens de gebreeken des Monds en 
der Keel, maar ook tot geneezing van Honden, 
en van.de Scorbut , of Blamvfchuyt , anders gemeene- 
lijk gezegt Schcurbttyk. Men ondervind ook, dat ze 
teegens dit gebrek weynig minder krachtig is , als de 
voorbefchrecvene opregte Britannica der Oude. Strijd 
daarenboven zeer krachtig teegens allerley vergif, en is 
dienftig teegens veele andere inwendige gebreeken der 
Menfchen. 

Waarom dan ook de Indianen in veele Geweften van 
America 't Zap deezer Planten gedurig in een Hoorn 
bij haar dragen; om , wanneer ze in een Gevegt teegens 
malkander, 't welk dikmaal gebeurd , zich door een 
vergiftige Pijl gewond bevinden , terftond iets daar van 
in de Wonde te konnen gieten : 't welk dan ftraks , of 
immers in een zeer korte tijd, niet alleen 't gif gantfeh 
krachteloos maakt, maar ook de Wonde geneejl , en haar 
alzoo buyten alle gevaar fteld ; daar ze anders gewiffe- 
lijk, zonder eenige andere hulp, zouden moeten fter- 
ven , weegens de felheyd des ontfangenen vergifs. Geen 
ander Gewas kennen ze, 't welk zulk een krachtige wer- 
king heeft teegens 't vergif, als dit. 

De Wortel is floppende en te zamentrekkende van 
aart. Heb echter ondervonden, dat ze, varfchuytdc 
aarde genomen , en daar van gegeetcn , zeer zacht en 
zoet doed purgeeren. 

Dit zeer eedel Gewas hebben mijn oogen voor de eer- 
fte maal gezien in 't jaar 1656. , voortgekomen van 
Zaad, uyt Virginien en Nieitw-Neederland gekreegen, 
door Monfr. Jan van Weli , Koopman te Amfter- 
dam, mij toegezonden; en de aanfehouwing daar van 
gaf mij een zonderling groot vermaak. 





BULAPATHUM VAN pLINIUS. 704 

CCXcVlIt HOOFDSTUK. 

BULAPATHUM 

van PLINIUS. 

An naturen een klcyn en aardig Gf Namen.' 
was; met deezen naam in het Needer- 
landfeh bekend ; "of ook wel gchceten 
Osse-Patich , vermits de Bladeren 
in gedaante en ftelling, echter niet in 
grootte, de Tongen der Ojfen een wey- 
nig gelijk fchijnen. In 't Latijn BulApathum Pli- 
nti, ot Lapathum Fibrosum: in het Grickfch Bu- 

h.CiTTd.&ór. 

Heeft een tecdere , bruynachtige, of bleek-verwige, Wortel, 
dunne, korte, vcezelige , en gantfeh niet knobbelige 
Wortel (gelijk anders alle andere foortcn van Phttch of 
R.HORITTER hebben); bittcrachtig van fmaak , als ze 
geknauwd word. 

Uyt de zelve fchicten op veele Bladeren, in 't ronde Gedaante 
bij malkander uyt de aarde, van welke zommige haar ^ n . . e ". 
plat op de grond neerleggen , andere zich een weynig <j er ii] a üc- 
opwaarts verheffen. Hangen aan tamelijk korte Steelt- ren. 
jens : zijn die van het Lapathum sanguineüm, of 
Rhoridder met roode gelijk bloedige Aderen, in ge- 
daante en grootte zeer gelijk; ook achter aan de Steel 
alderbrecdft; van daar allenxen fmaller wordende , en 
voor in een punt eyndigende. Hebben echter geen 
roode, maar bleek-groene Aderen, zomtijds een wey- 
nig rood gevlekt. De groote Ader loopt in 't midden 
regt door; waar uyt veele kleyne ter zijden voortvloe- 
yen. Zij zijn een hand breed , wat meer of minder 
lang ; twee groote vingeren breed. De verwe is don- 
kcr-groen, doch onder blceker. Aan de randen zijn ze 
flegt; eevenwel zomtijds zich een weynig omflaande; 
doch niet Vomvs-wij^e geplooyd; matig dik vznftsb- 
fiantie, en, in de Mond geknauwd , wat zuur en te 
zamentrekkende van aart, vermengd met een weynig 
bitterheyd. 

Uyt haar middenfte Hert komt meeft den tijd maar Stee!, 
een eenige Steel voort, ontrent anderhalve voet lang , 
bijna rond, met eenige Streepen en roodachtige plel^ 
ken voorzien ; van binnen gantfeh niet hol. De ver- 
we is niet wel zoo groen als de Bladeren zijn, maar een 
weynig bleeker. Is na boven toe in twee of drie deelen 
gefchcyden ; en aldaar omvangen in 't geheel van vier 
of vijf kleyne Bladert jens, hol en dun verfpreyd ; aan Knopjcns.* 
welke aan alle kanten, en niet bij artikelen, rondom 
veele ronde groene Knop jens te voorfchijn komen . ru- 
ftende op kleyne , korte, eerft regt-uytftaande, maar 
daar na zich wat neerwaarts buygende Steclijcns. Als 
deeze geopend worden , vertonen zich groene , drie- 
bladerige Bloemt jens , van binnen begaafd met eenige 
bleeke Afhangz*eltjens. Eenige dagen lang blijven ze 
goed. Vallen daar na niet ter aarden neer , maar blij- 
ven ; worden grooter , en verbergen eyndelijk onder 
haar , als ze tot hare volkomentheyd zijn geraakt, een 
kleyn , Caftanien-bruyn , blinkend , en drie-hoekig Zaad. 
Zaad. 

Het zelve moet men met een wafTende Maan van Aanwin* 
Maert of April aan de aarde beveelen , ontrent een mn 2' 
vinger breed diepte. Na drie of vier wecken tijds zal 
het dan te voorfchijn komen : noch in de zelve Zo- 
mer weer Bloemen en Zaad geeven ; doch daar mee ver- 
fterven. 

Doch indien de jonge Planten niet voor in de Zomer Aanmeï. 
of teegens den Herffl , zich vertonen, gelijk al veel- kln B' 
maal gebeurd, zoo blijven ze de Winter over; inzon- 
derheyd binrtens huys gezet zijnde : geeven dan in 't 
volgende Voorjaar Bloemen, en in 't laatfte van May 
volkomen rijp Zaad» 



Yy 



KRACH- 



CcbruyV. 



Namen. 



Wond. 



Bcfchrij. 
ving der 
Bladeren. 



Uyt de 
zelve 
voort- 
fchieten- 
de Steel. 



705 



t> « ir nTTVnrM tallen en Bloemen , III Boek, 106 

Beschhyving der nruyden, DOLLLN un 

voort . en dus kan deeze Plant overvloedig aangewonnen 
worden. 

Het OXYLAPATHUM MINUS DENTATUM , Ot l^eyn Kleyn p a , 

■ I I n/ . f...,.' ^^l'/vm* rr*/*f- Hr-t- nn rrrj ri.-U — 



KRACHTEN. 



-An de krachten en deugden der Patich-foor- 
tcn in 't gemeen, en haar gebruyk in de Ge- 
neeskonft , is hier boven in het CCXCIV. 
Hoofdstuk gehandeld. 



V: 




Gedaante 
der Bloe- 
men. 



Zaad. 



Aanwin- 
ning. 



CCXCIX HOOFDSTUK. 

GEMEEN KLEYN 

RHORIDDER, 

of 

P A T I C H. 

Ynde van naturen een kleyn en teeder 
Gewas , groeyd in drooge en ftcen- 
achtigc , maar wcynig in vochtige 
plaatzen. Bemind echter, en kan ook 
verdragen veel Water , inzonderhc) d 
in de Zomertijd. Word dus genoemd 
in 't Neederlandfch : in 't Latijn Lapathum vulga- 

RE MINUS, Of OXYLAPATHUM. 

Krijgt uyt een dunne , met eenige teedere foc^el- 
worteltjens om vangene, een hand breed lange, uyt-en- 
inwendig blcck-geele Wortel , verfchcydene "Bladeren, 
al te zamen onder als uyt eene plaats digt aan malkan- 
der voortkomende. Zijn kleyn , en maar ontrent een 
vinger lang; achter aan de Steel een duym of daar on- 
trent breed, doch allenxen fmallcr wordende, en voor 
in een fpits punt eyndigende. De verwc is donker- 
groen , doch onder blceker. Leggen plat op de aarde 
neer , of verheffen zich ook wel een weynig boven de 
zelve. Slegt en effen zijn ze; aan de randen een wey- 
nig rood ; en aldaar teeder ingefneeden : in 't midden 
voorzien met een regt-doorlopcnde Ader , waar uyt 
veele zeer kleyne, ter zijden uytgaande, voortfehietcn. 
Geknauwd wordende, hebben ze weynig of geen zon- 
derlinge fmaak. 

Uyt haar middenfte Hert fchiet gcmccnelijk maar 
een eenige Steel op, zeer dun en tceder van aart; een 
voet, ook anderhalve, wat meer of minder, hoog; 
van binnen hol ; ontrent rond ; met eenige Ribbetjens 
geftreept; bruynachtig van verwe; na boven toe, niet 
hoog van de aarde, verdeeld in vijf, zes of zeeven 
Zijdc-takjcns , uyt beydc de zijden boven malkander 
voortkomende t waar aan eenige kleyne Bladert jens 
hangen ; groevende nu uyt de eene, dan uyt de an- 
dere zijde; ook hol en luchtig boven malkander ge- 
field ; en aan hare randjens niet zoo zeer als de onder- 
fte, maar alleenlijk weynig, of met getand. 

Tuflchen welke in 't ronde , en bij artikelen , de 
Bloemen , aan kleyne en zeer fubtile Steelt jens gehegt, 
neerwaarts hangende worden voortgebragt. G.intlch 
kleyn zijn ze, blcek-grocn van verwe; van binnen 
voorzien met eenige gcele Afl)angz,eltjens, en beftaan- 
dc uyt drie Bladert jens. Als ze drie, vier, of ook 
wel vijf dagen , na da: de Lucht heet of gematigd is, 
hebben geopend gewceft, vergaan ze niet in haar zclven 
noch .vallen op de aarde neer (gelijk ook niet die van 
al de vóorgemcldde foortcn) , maar blijven ftaan, wor- 
den hoe langer hóe grooter ; en , hare volmaakthcyd 
bekomen hebbende , verbergen onder haar een zéér 
kleyn, drie-hoekig, bruyn-vcrwig , blinkend Zaad: 
't welk jaarlijks van zelfs neer vallende , genoeg op- 
Anders word het ook met een waffende Maan van 
September, Maert of April op een luchtige , varfch omge- 
worpene plaats, de aarde , niet diep gelcgt , aanbevo- 
len. Dan komt het door de gchcclc Zomer genoegzaam 



Paticb metgetandde BladcrtjcnMiomt met het nu ge- tich met " 
meldde in hoogte, ftelling, vcr^e der Bladeren &c. jganAte 
gantfchclijk over een , behalven alleen dat de gedach- 
te Bladeren met Hoekjfns, of Tandjcns, aardig voor- 
zien zijn. 

KRACHTEN. 

DE krachten deezer gemcene kleyne Rhoridder zijn Krachten. 



begrecpen onder de andere foorten van Patich , 
voorgefteld onder het CCXCIV. Hoofd- 



stuk. 




CCC HOOFDSTUK. 

LAPATHUM 

tuberofum Americanum : 

of 

PATICH 

met een Knobbelwortel uyt 
Araerica. 

Eezc zeldzame Plant groeyd in onze Opge- 
! jV<r^fr/rf»^/c/ttGeweftenontrcnt,doch queekt. 
nauwelijks, anderhalve voet hoog. Is 
in mijnen Hof Anno 1675. , door 
overgezonden Zaad uyt de Amcri- 
caanfche Landen , gelukkig voortge- 
komen. 

Krijgd uyt een korte, dikke, hoekige, knobbelige, Wortel, 
langwerpig-ronde , van binnen geheel witte, van buy- 
ten donker-geele, en met verfchcydene Veez,ehvortélt- 
jens omvangen zijnde Wortel, in 't begin van May , 
of 't laatfte van April, aardige Bladeren ; zes vingeren 
breedte , wat meer of minder, lang, en in 't midden 
twee breed; ook aldaar rondachtig , alhoewel voor in 
een ftomp punt eyndigende; en benceden na de Wortel Bladeren, 
als op een lange, fmalle voet ruftende ; bovendonker- 
groen, onder een weynig blceker; als ze cerft uyt de 
aarde voortkomen roodachtig van aart ; zomtijds met 
eenige weynige roode plekjens vercierd ; gemeenelijk 
aan de kanten effen en flegt; in 't midden voorzien met 
een fterke Ader; waar uyt veel andere kieyne ter zij- 
den , tot aan de randen uy tvloeycnde , voortfehie- 
ten. In de Mond geknauwd, zijn ze niet onaangenaam 
van fmaak; doch een weynig zuurachtig, en wat te 
zamentrekkendc. In 't laatfte van Auguftus verliezen ze 
allenxen hare kracht; en in 't begin van September ver- 
gaan ze gantfchclijk. 

Tuffchcn de zelve, uyt de Wortel, komen voort, in 't Stcelen. 
laatfte van Jmius, en 't begin van Jultus, een, twee, 
of ook wel drie Steden t'cffens , na gelecgentheyd 
van de oudheyd en dikheyd des gedachten Wortels ; 
ruym een voet hoogte opfehietende. Zijn tceder en rond; 
ook bekleed met een aangename groenheyd ; waar aan 
zomtijds een , zomtijds geen , ook wel twee kleyne 
B lader 7 j 'ens gr ocy en. Boven welke uyt de top der Stee- B,adcrt " 
len drie, vijf, ja dikmaal zeeven langwerpig-ronde, en jenS ' 
gelijk als een weynig gehoekte Knopjens voortkomen. Knopjcns. 
Als deeze de eene na de andere open gaan , vertoo- 
ncn zich de Bhemtjens bleekrood van verwe. Heb- 
ben ook een geheel ander gedaante en ftelling , als die 
der voorgemeldde foorten van Lapathum, of Patich: 
zijn ook, alhoewel anders voor haar zei ven niet groot, 
veel grooter; doch haar rond, vlak, of plat leggende, 

en 



Patic'h üyt America. Lavendel. Töngeblaö, 



Bloemen : 



zonder 
Zaad na te 
laten. 



Aarde ; en 
waarnce- 

ming. 



Zonder- 
linge, 
deugden 
deczer 
Plant. 



707 

en als te zaam-gevoegdj ruftende op korte en zeer dun- 
ne Steelt jens. Beftaan uyt zes teedcre BI adert jens ; 
welke inwendig zeer fmal , maar na buyten wat bree- 
der , en aldaar op de wijze van Cyanus , of de Koorn- 
bloem, met drie Punt jens ingefneedenj ook van binnen 
met zommige weynigc zeer kleyne geele Knop jens voor* 
zien zijn. Als ze eenige, doch niet vcele dagen hebben 
opengeftaan, vallenze af» Hebben tot noch toe geen 
volkomen Zaad in dceze Necderlandfche Geweften na- 
gelaten j 't welk , weegens de zeer groote deugden dec- 
zer Plant , zeer te beklagen is. Want zij kan met groot 
voordeel gebruykt worden in bijna allerley foorten van 
Ziekten, en op zulk een wijze als men wil. 

Zij bemind van naturen een zandige vette grond, 
veel Water in de Zomertijd , en een warme , wel ter 
Zon gelecgenc plaats. Kan gantfchelrjk niet verdragen 
de yi int er-koude en Vorfi deezer Landen. Word der- 
halven , in een Pot geplant zijnde, 's Winters binnens 
huys bewaard , en droog gehouden* 

KRACHTEN. 

DE Wortel is aangenaam en zoet van fmaak ; 
vochtig en koud in den eerften graad, 't Zap 
.^is, zeer goed in allerley hitsige Koortz.cn en an- 
dere krankheeden : want het neemt niet alleen de brand 
weclv, maar ook hetverquikt, verfterkt het Hert, en 
al de inwendige dcelen. Maakt een graage Maag: ver- 
drijft de fcharpheyd des Waters, en verzacht de Blaas. 
Is zeer bcquaam voor de gebreeken der Borft en der 
Keel. Werkt op 't alderkrachtigftc teegens 't vergif , 
't zij inwendig ingenomen, of uytwendig Plaafters-wij- 
2e opgelegt. 



CCCI HOOFDSTUK. 

LAVENDEL. 



70S 



Namen. 



Vier on- 
derfchey- 
denc foor- 
ten. 



Grond. 



Bloemen ; 
doch hier 
noytZaad. 
Aanwin- 
ning. 



Lavendel 
met gc- 
fneedenc 

Uladercn. 



'StfEs^'d&tJs in 't Neederlandfch genoemd ; niet 

^SV<S alleen om hare zonderling-goede kragt , 

"§4^ï\ li maai ' °°k weegens hare bevallijke geur 

^^1 Wieder aangenaam. In het Latijn La- 

«jÊ^jfe VENDULA SPICA, of NMIDUS ItA- 

- h li ca: in het Hoogduytfch Laven- 
der: in het Franfch Lavande ; en 
in het Italiaanfch Lavanda. 

Hier van zijn mij in haren aart en natuur bekend vier 
onderfcheydene foorten , als: 

I. Lavendula major latifolia , of groote , 
brecd-bladerige Lavendel. II. Minor tenuiore fo- 
lio , of kleyne Lavendel met fmaller Bladeren. III. 
Flore albo, of met een witte Bloem. IV. Laven- 
dula folio dissecto, of Lavendel met gefnecdene 
Bladeren, van Carolus Clusius genoemd Multi- 
fida, of Multifido folio, dat is , vcelbladerig. 
Niet alle zijn ze van de zelve Bouwing en Waarnee* 
ming. 

Zij beminnen een goede gemeene, en matig gemeft- 
te grond; een opene vrije lucht, een warme ofwel ter 
Zon geleegene plaats, en veel Water. Blijven lange ja- 
ren in 't leeven: verdragen felle koude, en alle andere 
ongcleegenthccdcn der Winter. Geeven jaarlijks aardi- 
ge Bloemen , doch in deezc Landen noyt eenig rijp 
Zaad^ Worden echter genoegzaam vermeenigvuldigd 
door hare veelvoudige Zijde-takjens : welke men t'el- 
ïcens om 't tweede of derde jaar met de oude opnee- 
men , en in een nieuwe grond , tot aan de boven- 
fte toppen, weer in zetten moet. Dus krijgen ze bin- 
nen weynig tijds al te zamen nieuwe Wortelen , en 
groeyen voort. 

De Lavendula folio dissecto, o? Lavendel 
met gefnecdene "Bladeren, zijnde van aart veel tcederder 
dan de andere, verdraagd geenzins veel koude Hcrjjh 



reegenèn, Rijp, of eenige Vorft, Moet derhal ven, in 
een Pot gezet zijnde, in Oüobcr binnens huys worden 
gebragt, op een luchtige plaats, daar gantfeh niet, of 
alleen bij fterke Vbrft voor een kleyne tijd, door een Hoe in dd 
yzere Oven word gevuurd j en gedurende de Winter wintcr 
onderhouden met zeer weynig laauwgemaakt Reegen- J^J 
water, door een Pan van onder : want door maar wat 
te veel zou deeze Plant fchielijk verderven. In Macrl 
moet ze bij goede dagen zomtijds weer buyten zijn «e- 
fteld, om dies te eerder de lucht te genieten, tot behou- 
ding haars leevens, maar geenzins moet men ze de nagt 
over laten ftaam 

Geeft in deeze Geweften , warm gezet zijnde, in Lavendel 
den Herffl volkomen rijp Zaad-, 't welk in April, met mcE Za ^* 
een waffende Maan, weer in Potten gezayd moet zijn * 
niet diep i hol en luchtig. Alleenlijk hier door konnen 
ze aangewonnen worden. Zelden blijven ze in deeze 
Landen langer dan twee Zomers in 't leeven* 



KRACHTEN. 



1 



LAvendcl, of Lavendula, is verwarmende en ver- A ar »; 
droogende tot in 't begin van den derden graad ; 
daarbeenevens fijn van ftof, en dun van declen. 
Met de Bloemen in Wijn gekookt , en daar van jrw£,i 
gedronken * drijft uyt de Winden > de Nageboorte, de da'. ' 
doode Vrucht, en 't water van de Blaas. Doed der Mattf] -l-^ 
Vrouwen Maandflondcn voortkomen : helpt de koude £ƒ ' gl { .. 
Pis : opend de verftoptheyd van de Leever. Verzacht Metl.MiL 
de hardigheyd van de Moeder en Milt. Verbeeterd de c - IO - 
Maag. Is goed voor de vallende Ziekte , de Jigt , f^Z*' 
Beeving, r Bcroerdbeyd , opftijging van de Moeder i Ver- /j/.'jcjT'* 
fterkt de ver koude en vermoeyde Zcenuwcn ; verkoude 
Hardenen, ver krompene Lccden, en diergelijke onge-> 
Ieegentheeden. Verlicht daarenboven den arbeyd der 
barende Vrouwen: 't welk ook vermag een halve Dracht 
ma van het Zaad deezer Plant-, van Endivie, en van 
Weegbree elk twee Scrupelen, en een Scrupel Peeper, 
te zamen geftoten ; daar na ingenomen met drie oneen 
Water van Endivie, en drie oneen van Glaskruyd, of 
Parietaria. 

De Bloemen alleen in Wijn gediftilleert , en daar Lonk. t. « 
van een weynig gedronken, verfterkt de Tong: neemt '■ »«8. 
wech de flauwte van 't Hert; de Tand- en Hoofdpijn: *" ch f hi ft- 
verbeeterd de lamme Leeden, daar mee gewaiTchen. Is camlVr. 
goed voor de Hoofdz-wijmcling , Berocrdheyd , GecU l. i.e. 8. 
z,ucht, en Hert klopping. Het zelve verrichten de Bloe- fjrf'"- 
men, enkelijk gedroogd, geftoten, met wat Cancel, ^'f^f' 
Notemufcaat, en Nagelen vermengd, dan met Wijn Taèern. 
ingenomen. /. a. c.ij, 

Een Conferve van deeze Bloemen gemaakt , en daar 
van 's morgens nuchteren de grootte van een Mufcaat- 
nootop'tpunt van een Mes genuttigd, is ook zeer 
goed teegens de gemeldde Gebreeken. 

De Bloemen bij de Kleederen gelcgt , geeft aan dö DoJ.l.Qi 
zelve een goede reuk j bewaard ze daarenboven voor c . 6. 
Motten en Wormen. 

De Oly , welke van deeze Plant , en de Bloemen , 
gediftillecrt zijnde, word gewonnen , gemeenelijk ge- 
noemd Speel^, of Spijkc-oly, is zeer krachtig van reuk; 
daarbeneevens verwarmende en verfterkende van aart* 
Word dikmaal gebruykt om mcê te fmeeren* 



cccii Hoofdstuk. 

TONGEBLAD. 

Eeft deezen naam in 't Neederlandfch verfchc-y 
bekomen, weegens de gelijkheyd der de namen. 
Bladeren met een Tong, Word in 't 
Latijn geheeten Laurus Alexan- 
drina , of ook Bislingua : in 'c 
Hoogduytfch Hauckbladt , of ook 
Yy 1 Aüffen* 




/ 



709 



ir r^xr TCmT™ en Bloemen, III Boek, 710 
Beschryving der Kruyden , 15 u , _ 

in hcc Franfcb Laurier Alexan- 
avx Languf.s; en in het Jta- 



of ook Lauro Alessan- 



foortcn. 




Grond. 



waar cc 
necmen 



Bloemen 



AuffenblAdt 
drin, en HtRBE 
liaanfch Hippoglosso 

Twee bij- D Hic°r'van zijn mij in haren aart bekend geworden twee 
zondere bijzondere foorten ; namcntlijk: 

J. De alreeds gcmclddc Laurus Alexandrina , 

ofTc 

der 

komen. 

rette Tomeblad, welke op hare Bladeren geen andere , 

IfTongctjens, heeft. Beyde zijn ze van de zelve Bou- 

win e en ll.uirnceming. 

Zij beminnen uyt eygener aart een goede , gemce- 

ne , zandi-e , en met twee-jarige kleyn-gewrcevene 

Paerdemift "tamelijk wel voorziene grond : een vnje , 

luchtige, genoegzaam ter Zon gelcegene plaats, en veel 

Water. Zijn tamelijk hard van natuur: konnen ech- 

"° cinde ter, buytcn blijvende, de {ixc^W int er -koude in dee- 

ze Landen niet wel verdragen. Móeten derhalven, in 

Potten geplant, 's Winters binnens huys gezet, met 

matige vochtighcyd onderhouden , en niet voor in 't 

laatfte van Alaert, of 't begin van April > na tijds ge- 

Iccgcntheyd , met een reegenachtige Lucht weer buy- 

ten gezet worden. 

Zij geeven in deezc Geweften bij heete en goede 
Zomers ( ecvenwel niet altijd ) uyt het midden harer 
Bladeren kleyne, Stars-wijze getandde Bloemt jens, be- 
ftaande uyt zes fmallc Bladert jens , welke drie en drie 
boven malkander zitten, en tuflehen den anderen door- 
fpeelen ; blcek-groen van verwc : in 't midden voor- 
zien met een langwerpig paarsachtig, tamelijk ó\k Knop- 
je; inzonderheyd de eerftgenoemde foort : doch noyt 
Aanwin- cen ^ Zaad. Konnen echter bequaamlijk aangeteeld 
ning. en vermeenigvuldigd worden door hare aangewaflene 
jonge Wortelen; welke men met een wadende Maan 
in Adaert of April van de oude afneemt , en ver- 
plan tt. 

KRACHTEN. 

Burantts ' f ~*0>igeblad> of Laurus Alexandrina, is verdroo- 
/;'/. HtrL gende, ook wat fcharp en bitter van aart. 

f7wV?« * n ^'"' n 8 cz °dcn , en daar van een Roemer 

c. 8. ' gedronken , of de Bladeren gedroogd , gefloten , en an- 
JEgm. 1. 7. derhalf Jood daar van met Wijn ingenomen , drijft uyt 
iïj£ 1 . de Nageboorte , ook 't water der Blaas , en de koude Pis. 
c. 147. I s g°ed tcegens 't Graveel, en de Gefcbeurtheyd : vcr- 
Lufit. I. 4. hinderd het *rj//c/?j>/«* der Moeder; verwekt de Maand- 
trmr. iii-jlonden; doed de Vrouwen gemak^elij\baren ; en helpt 
de Afocdcr-opfitjgiug in een korte tijd. 

Eeven 't zelve vermag ook het Poeder van de ge- 
droogde Wortelen. 



zonder 
Zaad. 



Tmg.L 
c., V . 



Dit Poeder , beyde van de Mortelen , en van de 
Bladeren, droogd Wonden en allcrley vuylc Zweeringen 
op , als men 't daar over ftroyd. 



CCCIII HOOFDSTUK. 

L I M O N I U M. 



Namen. 




Vijf on- ^__ ^T___ 



Oerd , zoo wel in 't Needer landfch, 

als in het Latijn en andere Spraakcn , 

mijns wectens, geencn anderen naam 

dan deczen ; bchalven dat de Italianen 

Limonio zeggen. 

Van dit aardig Gewas zijn mij in 

denc lbor- harcn aart bekend geworden vijf onderfcheydene foor- 
ten ; namcntlijk ■ 

T. Limonium Marinum Belgicum , of Nee- 
derlandfch Zee-Limonium. II. Latifolium Lusi- 
tanicum, of breed-bladerig Limonium mt Portugal. 
III. Minus, anders Tenulfqlium Lusitanicum, 



ten. 



of kim , kleyn-bladerig Limonium uyt Portugal. IV. 
Elegans Svriacum Jivc Aspleniadeum, offeboon 



Limonium ujt Syrien, anders eedel Limonium met Bla- 
deren van Afplemum. V. Limonium cap.tatum 
AMERicANüM.of veel-knoppigLimonium uyt America. 
Niet alle van eenerley Bouwmg. 

Zij beminnen gemeenelijk een goede , zandige , Grond, 
luchtige, met een weynig twee-jarige klcyn-gewreevc- 
nc Paerdemift en 't Mol van verrotte Boombladeren ge- 
noegzaam doormengde grond : een openc , warme , 
wel ter Zon gelcegene plaats , en tamelijk veel Wa- 
ter. Verdragen, buyten geftcld zijnde, ongcerne de 
Winter-koude. Worden derhalvcn , met een waflende Breed bl«. 
Maan van April in Potten geplant zijnde, 's Wvnters d«ig.; er, 
binnens huys gebragt , op een luchtige plaats ; be- tU g y a " f( . P h 0N 
waard zonder groote warmte, en met een weynig lauw- Limo- 
gemaakt Reegenwater onderhouden. Wij fpreeken niunu 
dit van het Limonium latifolium Lusitanicum, 
of brecd-bladerig Portugalfcb Limonium , en van het 
minus Lusitanicum, of kleyn Portugalfcb Limo- 
nium. Welke beyde foorten in decze Landen Bloe- 
men, maar noyt eenig rijp Zaad te voorfchijn brengen. 
Worden echter genoegzaam vermeenigvuldigd door Aanwin, 
hare aangewaffene Wortelen^ welke men met een waf- nin S* 
fende Maan in April van de oude afneemt, en in Pot- 
ten verplant. , 

Het Limonium Belgicum Marinum, of Nee- Needer. 
derlandfch Limonium, groeyende aan de Zeekant, is land fth. 
van een harden aart. Verdraagd fterke Vbrfi, en alle a [ u £~ 
ongeleegentheeden der Winte r , zonder moeylijkheyd. 
Geeft, bij goede Zomers, volkomen rijp Zaad : het 
welk met de gedagte Maan van April wil gezayd zijn 
in een vochtige, met zout Zee-zand vermengde grond. 
Word ook noch op de voorgedachte wijze vermeenig- 
vuldigd door hare Wortelen , en blijft veel jaren lang in 
het leeven. 

Het Limonium Elegans Syriacum , five A- Heerlijk 
spleniadeum , dat is , heerlijk^ Limonium uyt Syrien , L . ,mo ' . 
of met Tladeren van Steenvaarn , boven al de andere Syriea. 
van een bevallijke aanfehouwing, is veel teederder van 
aart. Brengd in deeze Geweften voort uyt een vinger- 
dikke, bruyn-verwige, en voor fpits-toegaan de Wor- Wortel. 
tel, veelvoudige fchoone Bladeren, haar op de aarde 
een weynis* in 't ronde verheffende. Staan regt uyt. 
De grootfte zijn een kleyne hand lang; voor twee vin- 
geren breed ; achter fmal ; in veele rond-toegaande 
deelen ingefneeden , gelijk het Afplenium , of Steen- Bladeren. 
vaam • hard van aart ; een weynig ruygachtig ; don- 
ker-groen; ftomp toelopende: voor begaafd met een 
kleyn fpitsje, gelijk een Doomt je; en in 't midden met 
een regt-doorgaande Ader ; waar uyt veel andere kleyne 
voortfpruyten. 

Uyt haar Hert komen te voorfchijn verfcheydenc Steden." 
ronde, ftijf-ftaande, gelijk als gevleugelde opfchietcn- 
de Stee/en ter hoogte van ontrent anderhalve voet ; ver- 
eerd met ecnige gantfeh fmalle , ruym twee vinger- 
breed lange, en twee, drie, of vier bij malkander ge- 
voegde , voor fpits toegaande Bladert jens ; tufTcticn 
welke andere , ook gevleugelde , doch korter Zijde- Bloemcn ; 
takjens uytfpruyten : op welker voorfte punten veele 
d.gt bi, een gefchikte, boven breede, ruyge Hoofdjens , 
or Knoppen, groeyen: waar uyt veele ronde, holle, 
aan de randen een weynig gekartelde , blauw-verwi- 
ge, kleyne, lang-durende Bloemen opfehicten : en uyt 
haar midden noch andere kleyner, doch hooger uyt- 
waflende gantfeh witte Bhemtjens aardig voortko- 
men. • ° 

iwT f ° 0rt . a ben ? ind lv cen «ndige aarde, met twee- Grond, 
jarige Paerdemift, het Mol uyt verdorvene Boomen , 
en e™ wcymg ^ • ■ Hoenderdrek doo d 

Zomer in t Jee ven. Geeft in deeze koude Geweften 

V0 llZ g ^^ V blj ^° ede J aren in den H "tf dikmaal 
volkomen rijp Zaad, cn verderft daar mee : doch Zaad. 



moet 



Tui. 



'&.XOJ. 



raL 



oL.Ji 




7ii 



I M O N I U M. 



Aanwin- 
ning. 



Ameri- 

ca.inlch 

Limo- 

nium, 

mcc veele 

Knoppen. 

Grond , en 
plaats. 



Bloemen. 



Zelden 
rijp Zaad. 



Bladeren. 



Hoe waar 
te nce- 

men, 



en in de 
Winter te 
wachten. 



Kan hier 
niet wel 
aange- 
wonnen 
worden. 



moet voor koude Winden en Herfftreegencn voorzich- 
tig zijn gewagt : zou anders niet tot zijne volmaakthcyd 
geraken , maar veel eer verrotten. 

Alleenlijk door dit Zaad kan deeze foort aangnvon- 
nen en vermccnigvuldigd worden. Het zelve moet 
men, met een wadende Maan in Af ril of May , luch- 
tig in een Pot zayen , niet boven een ftroobrecd 
diep. Niet meer als een , of ten hoogftcn twee 
Planten, mag men in eenePot, in 't midden, ongerept 
laten ftaan. De andere moet men'er uyt-ncemen, in 
andere Potten zetten , en zes of agt dagen lang voor de 
Zon wachten. 

Het LlMONIUM CAPITATUM AmeRICANUM , of 

Americaanfch Limonium met veele Knoffcn , boven 
aan de Steden tuflehen twee Bladeren, op lange Steel t- 
jens, zes , agt , ja dikmaal tien in getal bij malkander 
voortkomende , is een aanzienlijke Plant , groeyende 
ontrent drie en een halve voet hoog; ook wel hoger, 
na dat de Zomers warm of koud zijn. Bemind een 
goede zandige aarde, met een weynig een-jarige kleyn- 
gewreevene Hocnderdrek en het Mol der van bin- 
nen verdorvene Boomen genoegzaam doormengt : een 
opene , warme , bequaam ter Zon geleegene plaats , 
inzonderheyd bewaard voor alle koude Oojle- en Noor- 
de-winden. 

Vergaat niet haaft , maar word van naturen oud. 
Brengd ieder jaar, voornamentlijk bij warme Zomers , 
kleyne, viergebladerde, voor fpits toegaande Bloemen 
voort, boven uyt hare gefchubde Hoofdjens, die van 
het Cyanus, of de gemeene Koornbloem , niet ongelijk, 
doch grooter. De verwe is bleek-geel. Zelden gee- 
venze in deeze Geweften eenig rijp Zaad. 's Winters 
verheft deeze Plant boven hare Steden en Bladeren ; 
echter altijd aan hare Wortel ontrent de aarde eenige 
der zelve behoudende ; welker gedaante zich al vrij 
zeer vergelijkt met die der Citroen-bladeren. Zijn een 
kleyne hand lang, drie vingeren breed, voor fpits toe- 
gaande; donker-groen-verwig ; fcharpachtig, of rauw 
in 't aanraken , en voorzien met een regt-doorlopen- 
de Ader, waar uyt veel andere kleyner voortvloeyen. 
Aan hare Steel zitten ze twee en twee regt teegens 
over malkander ; doch voor jn een eyndigende. In 
het volgende Voorjaar fchieten uyt deeze weer nieu- 
we voort. 

Deeze foort verdraagd in de Zomer veel , maar altijd in 
de Zon warm gemaakt Heegenwater; doch wil in den 
Herffl weynig vochtigheyd. Kan niet wel Storm- 
winden, Hagel, Vorjl , en diergelijke ongeleegenthee- 
den uytftaan. Word derhalven , met een waffende 
Maan van Af ril 'm een Pot gezayd of geplant zijnde, 
in 't begin van Ottober, wat eerder of later, na dat het 
Weer zich aanfteld , binnens huys gebragt , op een 
luchtige plaats , doch zonder eenige tocht of zuyging. 
Maar als nu de koude begind te vermeerderen, neemt 
men ze van daar wcch , en men verplantze, daar ze 
de warmte des vuurs door een Oven kan genieten , 
wijl ze die geerne verdraagd , doch niet digt bij den 
Oven. Mag ook , gedurende de geheele Winter , 
maar alleenlijk een of tweemaal een weynig lauwge- 
maakt Reegenwater van boven ontfangen. Niet voor 
in 't begin, of ten halven van Af ril, mag men ze weer 
buyten zetten , met een zoete lucht , en aangename 
reegen; doch voorzichtig gedekt voor koude nagten , 
en bewaard voor Sneeuwachtige vochtigheyd. 

Kan , in deeze koude Landen , niet wel aange- 
wonnen worden , vermitsze noch volkomen Zaad, 
noch bij de Wortel ( ten zij met langzaamheyd van 
tijd) eenige uytloof zielen verkrij'gd, welke of van zelfs 
W 'ortel vatten , of bequaam zijn mogtcn , om inge- 
[needen te worden. 



A V A $. 



KRACHTEN. 



7H 



Llmomum is verkoelende van aart. De Bladeren G«le n .l. 7 . 
zijn warm en droog in den eerften graad ; ge- MeAsimf, 
knauwd wordende van een aangename reuk. In^ f ' 
Wijn gekookt , of de Wortel , een weynig opge- 
droogd zijnde, het zelve gedaan , en van dit Nat een 
halve once , of wat minder , gedronken , drijft hec 
Water, de Steen, de Nageboorte, en alle onreynigheyd 
der Moeder af. 

Het Zaad is zuur van fmaak; en heeft een te zamen- Dio/c. ƒ.4; 
trekkende kracht. Gedroogd, gefloten , en daar van c - IÓ - 
twee Scrufden eenige dagen achter malkander 's mor- 
gens nuchteren met Wijn ingenomen , is zeer dienftig 
teegens de roode- en andere Loof. Doed ook ophou- 
den de overvloedige Maandflonden der Vrouwen, en is 
dienftig teegens meer andere gebreeken. 




CCCIV HOOFDSTUK. 

LAVAS. 

jlet alleen in het Neederlandfch dus , Namen. 

" maar ook dikmaal Lubstock , van 
zommige Lavetse, van andere Lub- 
stickel genoemd: in het Latijn Le- 
visticum, en Ligusticum: in hec 
Hoogduytfch Leib stock el : in hec 
Franfch Livesche, of Liveche; en in 't Italiaanfch 

LlGUSTICO. 

Deeze Plant bemind uyt cygener aart een gemeene, Grond, 
doch meer een zandige , wcl-gemeftte grond , en ta- 
melijk veel Water. Heeft immers zoo Hef een donke- 
re , als een opene, vrije plaats. Geeft in deeze kou- 
de Geweften niet altijd , maar alleen in goede warme 
Zomers , een weynig Zaad. Als dit , 't welk echter Zelden 
zelden gebeurd, zijne rijpheyd heeft bekomen , word Zaad - 
het, met een wafTende Maan van Maert , ruym een 
ftroobreed diep , in de aarde gelcgt. 

Hier door kan ze vermccnigvuldigd; doch noch be- Aanwin- 
quamer aangewonnen worden , door hare bij de Wortel mng * 
uytgefchotene jongen ; welke men op de genoemdde 
tijd van de oude afneemt, en verplanr. Is hard van 
aart. Kan veele koude Reegenen, Sneeuw, Ha^el, fter- 
ke Vorfi , en alle andere ongeleegentheeden des tijds , 
zonder fchade uytftaan. 

KRACHTEN. 

LAvas , Lubfiocl^,) of Lcvefiicum , is warm en 
droog tot in 't begin van den derden graad. 
De Bladeren en Wortelen in Wijn gezoden , 
en daar van een Roemertje 's morgens nuchteren ge- 
dronken, drijft uyt de Winden; ftrijd teegens alle ver- 
gif; verwarmd het ingewand; is goed voor een koude 
Maag ; Schurftheyd , en andere gebreeken der Huyd. 
Zuyvcrd en geneert de Zeeren en Zwerrcn .- maakt 
een fcharp Gedicht; een z,uyver en fchoon Vel, als rnen 
de Oogen daar mee wafcht, en 't Aangezicht dikmaal 
daar mee wrijfd. 

De groene Bladeren geftoten , en op varjfche Won- 
den gelcgt , geneezen de zelve. In een Bad gedaan , 
doen krachtig zweeten ; neemen wcch de onzuyvere 
vleien der Huyd, en verwekken der Vrouwen Aiaand- 
fionden. 

Het Zaad, of de gedroogde Wortel, gepulverifcerr, 
en daar van een halve of geheele Drachma met Wijn 
ingenomen ; doed gemakkelijk wateren , drijft de 
Maandflonden voort , ook de achterblijvende Nage- 
boorte. Geneeft de offlijging van de Moeder; de bee- 
ten der Slangen en dolle Honden, ook van andere gif- 
tige Dieren. 

?Y 1 Hec 



DoJ. 1. 1 ol 
t.16. 

Galen. Ui. 
Simp. 7. 



Durantes 

bijl. Plant, 
fol.ifj. 



Tuchf. UB. 

Her h. ca f. 
X 9 X. 



Diofc. I. 3. 
c. S 8. 

Trng. I. I. 
c. 141. 



tr Wnrirw en Bloemen, III Boek, 714 

Beschrwing der Kruyden , ÖOLLL ^ ^^ op ^ wft ^ 

. ■ _^ ,.,o,-n,rr ger Uiccu , . „„„J «-«-.ponnf-lr Irnm- 



Trcflijk 
middel 



713 

rik bedekt P zi|ndc ; daar na de <MQgg 

die kookzel, 200 warm als men tg 
verdragen kan , en zoo lang daar in gchou 
het geheel koud is geworden, geneeft deeze zeer fmer- 



T U K. 



Namen. 



Het Zaad 
overge- 
zonden 
uyt Ame- 
rica. 




Hoedanig 
gezand,- 



CCCV H O O F D S 

WINDEND 
PAERDSHOEFYZER. 

Us in het Neederlandfch genoemd , 
word in het Latijn geheeten Ferrum 

FQUINUM VOLUBILE, of CONTRA- 

venenum: van de Spaan j aarden Cos- 
trAyerva. Is een raar, zeer fchoon, 
ongemeen Gewas: waar vao 't rond en 
zwartachtig-bruyn & ZW in het jaar 1*5*. mij toege- 
zonden is van de Heer Jacobus Zwanenburgh, 
Conful der Neederlanders te S. Lucar in Spaanje, met 
dit opfehrift : Een Zaad uyt America, met de laatfie 
Spaanfche Scheepen overgebragt ; 't welk. mij van de 
Schipper is mee gedeeld : wiens Mortel van de Spaan- 
jaarden zeer hooggeacht word, vermits ze. (een drach- 
ma, of wat minder, daar van gebruykl) veerkrachtig 
werkt teegens alle vergif. 

Dit Zaad, in 't begin van Maert gelegt op een varf- 
fche Paerdemift in een Glas, en daar op Salpeeterwater 
gegoten zijnde (teweeten, Reegenwater, waar in een 
half Etmaal, of wat langer, een weynig Salpeerer had 
geleegen_) tot dat het daar onder bedolven was, daar na 
't zelve Glas gezet boven op de yzere Oven, waarin 
gedurig zachtjens wierd gevuurd, in een weynig Zand, 
begon binnen weynigc dagen te zwellen : daar na te 
barften. Doe nam ik het daar uyt ; en leyde het in 
een Pot, niet dieper als een ftroobreedte. Stelde ook 
de Pot warm ontrent den Oven. In 't laatfte der zel- 
ve Maand Maert begon 't zich boven de aarde te ver- 
en aangc- toonen. Daar na de Zon door de Venfteren ; vervol- 
queekt. gens bij goede warme dagen de Lucht buytcn genie- 
tende, fchoot dien Zomer, zonder eenige verhindering 
vanGewormt, Aardvloycn, Slekken, of ander onge- 
dierte ('t welk ook noyt gefchied aan de Planten, waar 
van 't Zaad in zulk Water is gelegt geweeft ) ter hoog- 
te van drie voeten op. In 't tweede jaar noch hoger; 
en bragt ook in den Herfft twee of drie Bloemen te 
voorfchijn : doch vergingen weer zonder eenig Zaad 
na te laten. 

Deeze Plant is van naturen zeer tecder. Bemind 
een goede bcquamc grond , beftaande uyt drie deelen 
gemecne aarde, twee deelen grof Zand, zondereeni- 
ge zoutigheyd ; een deel twec-jarige kleyn-gewree- 
vene Paerdemift , en een deel een-jarige Duy vemift , 
genoegzaam door malkander gemengd : een opene , 
vrije , wel ter Zon geleegene plaats , befchut voor 
alle koude Ooflc- en Noorde-winden ; en wevnie 
Water. J ö 

Hare ronde Wortel is niet flegt, maar zeer oneffen 
vol SpUeten, en kleyne Knobbelen, met verfcheydene 
ter zijden uytwaflende Veezcl-ivorteltjens voorzien ; 
ontrent een vinger, wat meer of min dik; uytwendig 
bruynachtig van vcrwe, van binnen wit, met veele grau- 
we '■ Meren , Marmers-wijze , doorwerkt ; van reuk 
lieflijk aangenaam. 
Bladeren. . Uyt de zelve komen voort zeer fchoone beziens- 
waardige Bladeren, ontrent een vingerlid lang; een vin- 



Grond. 
Plaats • 



JVortel. 



■ cn alzoo verdeeld in twee rond-tocga.mdc ftom- 
den, en alzoo v ^ w de 

pe punten , doch »WF ^ w ^ 

" ; ook o?'t breedftevan 'tBlad, ontrent de Steel, drie 
onde ojriekjens, of Stippelen, zittende dne-hockig, 
n plaafs van Nagelen. Deeze Bladerenen aangenaam Bloemen. 
~ersvig, doch onder een weymg bleeker; teeder 
?an aart, en ruftende op korte Steeltjens. De Bloem 
is rond. Heeft, open zijnde, buyten-om veele kley- 
ne witte Bladert jens van boven ; maar word van bin- 
nen voor zoo veel ik heb konncn bemerken , veel , ot 
verfcheyden-verwig. Is ook in 't midden vercierd met 
eenige hoog-uytfchietcnde Feezeltjens. Niet lang du- 
ren m, maar vallen in onze Geweften, na verloop van 
eenige dagen, ter aarden neer. 

Zij word niet alleen door de geheelc Zomer droog Hoedanig 
gehouden , maar ook in de Maanden Anguflm en Sep- ;nc„ d«« 
tember voor veel vochtigheid, windige dagen en koele Wlntenijd 
nachten nauw-keurig gewagt: ook op de helft van Sep- 
tember,* of een weynig later, na tijds gcleegentheyd , 
binnens huys gebragt, en voor de Venfteren gefield , 
om bij goede dagen der Zonnen glantfeh te mogen ge- 
nieten , zoo lang mogelijk is. Daar na moet men ze 
op een warmer plaats zetten , waar in 's Winters door 
een yzere Oven gedurig word gevuurd , na gelccgent- 
heyd van de koude ; tewceten, eerft om den anderen, 
daar na ieder dag ; ook dagelijks , als de Forfi zulks 
komt te vereyfTchen, twee-, of driemaal; 's morgens 
ontrent ten zeeven , 's middags ten een , en 's avonds 
weer ten zes of zeeven uuren, op dat het daar de ge- 
hecle nagt door warm, en de Vbrfi buytcn blijve. 

Mag ook in deeze geheele Wintertijd, waar in zij mo« 
al hare Bladeren, en dunne ronde Steelen verheft, niet ]J£" ncc ' 
de minfte vochtigheyd genieten ; want hier door zou 
ze lichtelijk worden aangeftoken , en vergaan. Niet 
voor half April moet men ze weer buyten ftellen, met 
een aangename Lucht , en zachte Reegen : dan noch 
eevenwcl haar met een Glas wel dekken en voorzich- 
tig wachten , zoo wel voor veel warme als koude voch- 
tigheyd, hayrige, fchrale winden , en koude nagten. 

Word id deeze Landen alleenlijk aangewonnen en Aanwin- 
vermeenigvuldigd door Zaad , op de hier boven ge- ning * 
meldde wijze. Ondertuflchen , een ftuk van de Wortel 
gebroken, maakt ook wel Knoppen, oiOogen, en dan 
uytfchietende, groeyd voort. 

KRACHTEN. 

DE Wortel van dit windend Paerdshoefyzer , of Aart. 
Ferrum equinum volubile, is een weynig rieken- 
de van aart ; warm en droog tot in 't begin van 
den tweeden graad. 

De zelve gedroogd , en vier Drachmen daar van al cn zeer 
knauwende ingenomen ; ook anderhalve of tweeDrach- 7°£ '"*„». 
men, kleyn tot ftof geitoten, in een half pintje warme 
"Wijn 's avonds of 's morgens gebruykt, verdrijft zeer 
krachtig de fmerten van alle imvendige deelen des Lig- 
chaams : inzonderheyd tweemaal 's daags ingenomen, 
en daar op warm toegedekt , om te fwecten. Is on- 
gelooflijk-goed teegens allerley foorten van vergif, wijl 
't der zelven kracht t'eenemaal wechneemt, en door de 
Stoelgang uytdrijft. Het toond terftond zijne werken- 
de natuur daar teegen , als een vyand en overwinner 
van 't zelve. 

Verwekt daarenboven eetenslnfl ; neemt wech alle van de 
onnatuurlijke hitte, onaangezien men zou mcenen, dat vVortel 
ze , als warm van aart , de zelve zou vermeerderen. 
Drijft het Water en Graveel af : verquikt de inwendige 
Geeften, en maakt een vrolijkjGemoed. 

Een deel van deeze gedroogde Wortel in Wijn te deczer 
weyken gelegt, en daar van dagelijks , 's morgens, of PUr*. 
na den eeten, 't vierde deel Yau een pintje gedronken, 

bewaard 



7i y Windend Paerdshoefyzer. Lelie. Maybloem. 



7i* 



bewaard de mehfchen voor de Pcft: helpt dcjpijs ver- 
teeren : verftcrkt de Maag, en jaagd de Winden uyt. 
Indien iemand van dcczen drank zoo veel nuttigd twee 
of driemaal ter week, hij zal bevinden, dat hij altijd 
frifcb en wel-gefleld zal blijven ; ook in veele jaren van 
geene ziekten zal aangevallen worden. 



CCCVI hoofdstuk. 



E. 



Namen. 




Oo zeer van een ieder bemind» wcc- 

gens hare fchoone gedaante , verwe , 

en aangename reuk, als wel bekend. 

Voerd deeze naam in het JVeeder- 

landfch. Word in het Latijn gehec- 

. — -X^T^ ten Lilium: in het Hoogduytfch Li- 

lien, en Gilgen: in 't Franfch Lis; en in 't Ita- 

liaanfcb Giglio, of Liiio. 

Vcelerlcy Hier van zijn mij in haren aart bekend veele beziens- 

ondcr- waardige foorten , met verfcheydentheyd vat; Bloemen', 

fcheydene namcntli j k . 

foorten ' 

vanBloe- I» LlLIUM ALBUM VULGARE LATIFOLIUM , of 

men 5 gemeene witte Lelie met breede 'Bladeren. II. Album 
flore pleno , of witte Lelie met dubbele Bloemen. 
III. Byzantinum pr/ecox , of vroege Lelie van 
Conftantinopel. IV. Rubrum Italicum pr^ecox, 
of vroege roode Lelie uyt Italien. V. Cruentum 
bulbiferum, of Bloedroode Lelie met Bolletjens, tuf- 
fchen de Bladeren aan de Steden voortkomende. VI. 
Cruentum non bulbiferum , of bloed-roode Le- 
lie ronder Bolletjens. VII. Cruentum flore ple- 
no, of Bloedroode Lelie met een dubbele Bloem; eeven- 
wel niet ieder, maar alleen om 't tweede of derde jaar 
dubbel. VIII. Montanum flore luteo puncta- 
to , of Ber g-Lelie met een gejlippelde geele Bloem. IX. 

fcier voor- Montanum flore luteo non punctato , of 

FtrieoüT B er g- Leiie met een g eele Bloem zonder ftippelen.X. Mon- 
gcul. tanum punctatum album, of witte gejlippelde 
Berg-Lelie. XI. Non punctatum, of witte onge- 
fiippelde Berg-Lelie. XII. Montanum flore puu- 
purascente punctato, of purpur -e Her g-Lelie met 
ftippclen. XIII. Non punctatum, ofpurpure Berg- 
Lelie zonder Jlippclen.XlV . Byzantinum serotinüm, 
of late Lelie van Conftantinopel ; anders Martagon 
Constantinopolitanum ; of Martagon van Conjlan- 
tinopel gezegt. XV. Bysantinum serotinüm flore 
Miniato, of 'late Lelie van Conjlantinopel , met een zeer 
fchoone Menic-roode venve; van veele geheeten Mar- 
tagon Pomponii , of Martagon van Pomponius. 

XVI. Lilium Persicum , of Perziaanfche Lelie. 

XVII. Majus Morini , of groote Lelie van Morin. 

XVIII. Montanum Canadense flore luteo, of 
Berg-Lelie van Canada met kleyne geele Bloemen; en 
dan noch meer andere. Al te zamen , behalven alleen 
de laatftgenoemde , zijn ze van ecnerley Bouwing en 
Waarneeming. 

Grond, en Zij beminnen uyt eygener aart een goede gemeene, 
plaats. zandige , luchtige en bequaam-gemeftte grond ; een 
opene , vrije , wel-geleegene plaats , en veel Reegen. 
Verdragen felle koude, en alle andere ongelecgen thee- 
den des tijds zonder eenigc fchade. Worden om het 
vierde jaar, in 't laatfte van Jn'ius , uyt de aarde op- 
genomen , en terltond , na dat men de grond wel om- 
gefmeeten, ook op nieuws gemcfr. heeft, weer daar in 
Opnee- gezet. Moeten niet lang uyt de aarde blijven , of 
ming.cn zouden in 't volgende jaar bcfwaarlijk Bloemen konnen 
dragen. Men moet ook meefl al de Bollen van mal- 
kander affchcyden , en de zelve ieder bijzonder , vier 
vingeren breed diep, zetten ; zoo zullen ze veel beeter 
dragen ; ook grooter Bloemen voortbrengen. Worden 
ook deczer wijze zeer vcrmeenigvuldigd. 

Wil iemand van deeze foorten late, en ook vroege 



aanwin- 
uing 



Om vroc- 



Bloemen zien, zoo zette hij de Bollen boog, en ook an- geen lat* 
dere diep; want dan zullen de hoo»c vroeger, de diep- Bloemen 
gezette later* Bloemen gecven. te beko " 

Het Lilium Montanum Canadense flore Lelfevan 
luteo, of Lelie van Canada met aardige geele Bloc*- Canada. 
men , is veel teederdcr van aart ; en verdraagd zeer on- 
geerne de felle koude der Winter in deeze Geweiten. 
Moet dcrhalvcn in een Zonncbak , of Pot gezet , en 
's Winters binnens huys gebragt : ook 's Zomers niètj voor 
dat hare Bladeren ganrfch vergaan zijn, uyt de aarde 
opgenomen , en terftond weer in een varflche grond 
vcrplant worden. Anders zoud gij haar haaft tay of 
flap zien ; en dan zouden ze al langzaam verderven. 

KRACHTEN. 

DE Bladeren en Wortelen van witte Lelie , of *'- '• ?• 
Lilium album , zijn verdrogende , afvagendc , en /'"ƒ ' 
verteerendc van aart; doch de Wortelen meer als 
de Bladeren. 

De Bladeren in roode Wijn gekookt , en op ou- 
de Wonden gelcgt , geneezen de zelve in een kor- 
te tijd. 

Gefloten, met Wijn en Honig gemenfd, zijn goed Apulej. 
teegens het Sprcnktvttiir , de verft tiykthcyd der Leedcn, h 'fi- vlant ' 
de beetcn of ftecken der Slangen , en anderer giftige C ' 

TA- 1 1 •• I S 

Dieren, daar op gelegt zijnde. Necmen ook van de 
Huyd wech alle vlekken en jproetclcn; doen de rimpelen 
des Aangezicbts vergaan. 

De Wortelen in Wijn of Edik gezoden, en drie p/;„. /. X \. 
dagen lang op de Likdoornen gelegt , verweeken de c. 19. 
zelve. Eevcn deeze Wortel met Boom- of Roo2cn- 
oly doormengd , heeld de gebrandbeyd der Lecden ; 
doed daar hayr op groeyen : verdrijft de bardigbeyd 
der Moeder: geneeft allerlcy Zeeren, Zweeren , en 
Wonden. 

De Wortelen en Bloemen in Wijn gekookt , en daar DoJ. 1. 7. 
van gedronken, is goed voor de Miltzucbtige; en voor c - *■ 
die met Breuken zijn gequeld. Maakt ook een week 
Ligchaam : jaagd door de Stoelgang uyt het geronnene 
en onzuyvere Bloed. 

De Bloemen gediflilleert, en daar mee gewafïchcn , Diofc. f. 3.' 
maakt een zuyver en blank Aangezicht. Met wat Ca- c - u6 - 
neel en Saffraan ingenomen , is goed voor de barende c 
Vrouwen; de flauivbeyd des Herten ; om de Nageboor- 
te te doen' rijzen : voorts tecgens de Waterzucht , en 
heete Leever , de Heefcbbcyd ; en docd de verlorene 
Stern weer komen. 

De Oly, of Zalf , uyt deeze Bloemen gemaakt, en RutU.de 
tot een plaafter bereyd , verzacht alle bardigbeyd, en ^ at - st - 
gezwellen. Brengt weer te regt de verrekte ZeenkWen ; ' 3 ' c ' 
Beroerdheyd , Lammigheyd , en de Kramp. 



CCCVII HOOFDSTUK. 

MAYBLOEM. 

N het Nccdcrlandfcb niet alleen dus', Namen, 
maar ook wel Lelie vanden DalE 
genoemd, Word in het Latijn gehee- 
ten Lilium convallium; Lilium 
vernum, en Ephemerum non Le- 
thale : in het Hoogdtiytfcb Meyln- 
blumlein, ofMEYENREisz i in 't Franfcb Muguet: 
in 't Italiaanfcb Lilio Convallio. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend vier onder- vicron- 
fcheydene foorten ; namcntlijk: 

I. Lilium convallium majus, of groote M.ty- 
bloem. II. Convallium flore alro, of May- 
bloem van een witte couleur. III. Florr purpureo, 
of purpure Maybloem. IV. Lilium convallium 
minus , of kjcyne Maybloem ; ook genoemd Unifo- 
lium, of Eenblad. 




dene Ioor- 
ten. 



Zij 



Grond. 



Aanwin- 
ding. 



D»J. I 7. 

f . 8. 



Durante/ 
lib. Simp. 
Jol. 2 ƒ9. 
uir. de vlU 
vov. Traclt 
de Herb. 
cnp. 1)6. 
Borjlen. 
lib. Herb. 

f cl. in. 

Lome. I. 2. 
c 231. 



Camcr/ir. 
/.J.f.81. 



717 Beschryvinc der. 

Zij groeven, uyt cygener aart , in allerley flag van 
grond doch licfft in een zand.gc, 200 wel ongemeft 
als reme/r. Beminnen een donkere of fchaduwachtige 
l g cs en veel Water. Verdragen de felle ^ der 
Winter. Gecven wel zomtijds volkomen rijp Zaad , 
doch worden zelden daar door vermccmgvuldtgd; maar 
veel meer aangewonnen door hare aangewaflene jongen: 
welke, als ze vijfjaren hebben /til gedaan , opgeno- 
men, en met een waflènde Maan van Maert of April, 
van dcMttfcafgefcheydcn zijnde, vcrplantt moeten wor- 
den. Zouden, indien dit niet gefchiedde, lichtelijk in 
hare Bloemen komen te verminderen, wijl ze te zeer door 
malkander groeyen. 

KRACHTEN. 

DE Bladeren deezer welriekende Maybloem , of 
Lilnim Convallium, zijn, zoo wel als de Bloe- 
men zelfs, warm en droog van aart; daar nee- 
venszeerverteerende, dunmakende, en fijn van ftof. 

De Bloemen in Wijn alleen , of met Bloemen van 
Lavendel en Rofmarijn gezoden , of gediftilleert , en 
daar van een weynig gedronken , is krachtig teegens de 
Bcrocrdheyd ^Lammigheyd, Flerejijn , Hoofdzwijme- 
ling, vallende Ziekte, bcetcn xzn giftige Dieren, en al- 
lerley Oog-gcbrecken , daar in gedaan. Verfterkt het 
Hert, de Har jf enen, Geheugens, en Leever. Doed 
de verlorene fpraak. weer komen ; ontdoed en geneeft 
alle Zweeringen : neemt wcch de Hert klopping ; helpt 
de Vrouwen, in barens-nood, tot een gemakkelijke ver- 
loffing. Verftcrkt de Maag', verjaagd alle gebrecken, 
uyt vochtige Harffcnen voortgekomen; en is dienftig 
voor de geene , welke vergif in het Ligchaam hebben 
gekreegen. 

De Oly, gemaakt van decze Bloemen, verzacht won- 
derlijk de Jigt der Voeten, en de fmerten van alle pijn- 
lijke Lceden; daar op geftreeken zijnde. 

De Wortelen gedroogd, gepulvcrifcert, en daar van 
iets in de Neus opgehaald, doed Niez.cn, zonder eeni- 
ge de min/Ie ongeleegentheyd , en ontlaft de Harffenen 
van alle flijmcrige vochtigheeden. 



CCCVIII HOOFDSTUK. 

VLASKRUYD. 



Kruyden, Bollen en Bloemen, III Boek 718 

NKU YJJ ' r,. j ' m „a. Worden dcrhalven, in ieder Voor. 



Namen. 




En wel bekend en zeer gelieft Ge- 
wat , weegens de bequaamheyd en 
hoognoodigheyd des gebruyks voor 
de Menfchcn door de gantfche tijd 
haars leevens. Is ook het eerfie , 
't welk haar, ftraks na hare geboorte, 
en 't laatfte, 't welk haar na hare dood word gegeeven. 
Voerd, mijns weetens, in 't Needer landfeh geenen an- 
deren naam. Word in 't Latijn gehceten Linum : 
in 't Hoogduytfch Flasch : in 't Franfcb du Lin : 
in 't Italiaanfch Lino. 
Z«on- Hier van zijn mij in haren aart zes onderfchevdene 

denc foor- f °° rtCn bekend > nam entlijk : ' 

I. Lïnum sativum, of gemeen VUskruyd. ÏI. Lï- 
NUM CATHARTICUM MINIMUM , of zeer M e y„ pur . 

geerend Vlaskruyd. III. Flore lutfo, of Vlas (rnyd 
met een geele Bloem. IV. Akborescens , of Boom- 
achtig Vlaskruyd. V. Linum Oriëntale, of Oofl- 
Inëaanfch Vlaskruyd. VI. Linum umbilicatum , 
0i zeer klcyn Vlaskruyd met een -witte Bloem, en een 
Navel gelijkvormig Zaad. Niet alle zijnzc van de zel- 
ve Kotrwing en Waarneeming. 

Echter beminnen ze al te zamen,behalven eenefoort, 
meer een zand.ge als kleyige , en welgemeftte grond : 

PniZ ne ' Vn)e ' J beqUaam tCr Zon g'leegene Plaats. 
Blijven niet meer dan eenc Zomer in 't leeven. Gec- 
ven teegens den Herffl volkomen rijp Zaad, en ver- 



dene foor 
ten. 



Grond. 



fterven daar meê. Worden dernaiven, ,n ieuer roor- Aanwifu 
jaar, in Maert ö( April, met een wallende Maan wccr mng. 



op nieuws gezayd; endaar door genoegzaam vermec* 

"'*Het Linum sativum , of gemeen Vlaskruyd , üAauM» 
van deezc eygenfehap , dat het , ter plaats daar 't »£jg»* 
zayd word ƒ al 't Medici uyt den aardbodem na zich * ca ^ 
trekt, makende de zelve dor en onvruchtbaar. Ook is 
aanmerkenswaardig, dat het, hoe dichter gezayd hoe 
fijner Vlas geeft : in teegendeel, hoe holler , of ondich- 
ter, hoe groover. „.•,„, 

Het Linum arborescens, of tot een Boomtje op- vlaskruyd 
waffende Vlas, is een aardige Plant, door Zaad, uyt [*«» 
Portugal gezonden, bij mi] Anno 1Ö54. gelukkig voort- opwafTcn. 
gekomen. Bemind een goede, luchtige, warme, wel de , gc . 
ter Zon gelcegene plaats, en matige vochtigheyd. Blijft J^g 
zeer lang in 't leeven. Geeft gemeenelijk ieder jaar komen.' 
geele , bezienswaardige Bloemen , fpruytcnde uyt de 
bovenfte punten der Takjens , en beftaande uyt vijf 
ronde 'Bladert jens ; maar zelden volkomen rijp Zaad 
in deeze koude Landen, ten zij met zeer warme, droge 
Zomers. Beyde'tZaadcn de Knop is eeven als die van 't 
gemeene Vlaskruyd. 

In ons koud Gewcft fchiet het twee voeten , zom- Bladcrca. 
tijds lager, zomtijds ook hooger op. Verfpreyd zich, 
als men 't voorzichtig opfnoeyd , boven in veele ronde 
Takjens , bekleed met een zwarte Bafi ; waar aan de 
Bladeren veelvoudig in 't ronde groeyen. Zijn een vin- 
gerbrced , wat meer of minder , lang; in breedte en 
gedaante die van de Myrtus media Tarentina , 
of middelbare Tarentijnfche Myrtus, zeer gelijk. 

Kan gantfchelijk geen koude Herffl -reegenen , Adifl, Hoe men 
fterke M inden, of eenige Vorfi verdragen. Word der- p? czc - 
halven, met een wallende Maan van April 'm een Pot, winter 
't zij gezayd, 't zij geplant zijnde, in 't begin van Otlo- moet 
ber, wat eerder of later, na geleegenthcyd van 'z Wéér, waar " c e- 
binnens huys gebragt, op een plaats, daar het de Lucht mca ' 
kan genieten, tot dat de koude van buyten zulks komt ' 

te verbieden. Gedurende de geheele I'l 'in ter moet men 
deeze Plant met flegts een weynig lauw reegen water 
van boven begieten; en de zelve niet voor in het begin 
of ten halven van April, met een aangename Luchten 
zoete Reegen , weer buyten in de Zonne-ftralen Hel- 
len. Maar dan noch haar wel wachten , en voor- 
zichtig dekken voor koude nachten, hayrige, offchra- 
le winden. 

KRACHTEN. 

HEt Zaad van Vlaskruyd, of Linum , 't welk Cahn. lib. 
van deeze Plant alleenlijk in de Geneeskonft sim P> 7- 
word gebruykt , is verwarmende in den ecr- 
ften graad : iu vochiighcyd en droogte matig tuffchcn 
bcyden. 

In Wijn gekookt, en daar meê de gezwellen gewaf- *«*& '•*• 
fchen, zuyverd de zelve. Met Oly en Anijs in Wa- c ' W' 
ter gezoden ; dan van buyten om den hals geflagen , 
geneeft de Sejumantie , of 't Keel-geznvel; ook andere 
zwelling der Keel. 

Het zelve Zaad met Honig , Oly, en een weynig ■*>'*ƒ'• '•** 
Wijn gekookt.; dan Paps-wijze gebruykt, doed fchey- c ' "* 
den, en vermorwd alle in- en uytwendige gezwellen. 
Lijnzaad gefloten , eii met Rozijnen gegeeten, verdrijft 
de fmerten, en verftoptheyd der Leever. 

In Water gezoden, en dikmaal in de Oooen gedaan, Buranm 
jcharpt het Gezicht. Warm zijnde , en in een doek^/^' 
laten trekken, dan op de gebrandheyd gelegt , geneeft f 
dezelve. Eeven dit Water door een C$erie' m de 
Moeder en Darmen gedaan, verzacht de fmerten dee- 
zer Ligchaams-deelen. 

Lijnzaad gehoxen , en dan, of ook geheel* cc- Hippe*: 
geeten flopt het Lijf. Met Honig vermengd , en **"- * 
dus, gebruykt, verzacht de Hoeft, en zuyverd de*'' 4 '* 

De 



<Ty 



. X.O 



o. 



r,/ 7 . 



7i». 




-*&>*'/' 



/■*». 




719 



V L A S K R U Y D, WïLdVlaSKRUYD* 



?i© 



Dtd.lii' ^ c Ofy u y fc ^ xt ^ aae * 8 e P ar ^ » verzacht allerley 
f .»4- hardighcyd> en verbeeterd alle gekrompene Zeenuwen , 
ook der zelver trekking en fpanning. Éevcn deeze Oly 
met ftiiijnfchc Wijn gebruykt , is goed teegens het 
Graveel. Met Roozewater vermengt , verzacht de pijn 
der Takken aan 't Fondament» 



CCCIX HOOFDSTUK. 

WILD VLASKRUYD. 



Namen. 




Us genoemd in het Neederlandfch , 
word in 't Latijn gehecten Li nar ia, 
of Linum sylvestre: in 't Hoog- 
duytfch Leinkraut , Krotten- 
flachs, en wilder Flachs • in 't 
Franfch Lin sauvage: in het Ita- 
liaan/bh Li nar ia. 
Vccle aar- Hier van zijn mij in haren aart bekend veel aardige 
dige foor- en bezienswaardige foorten; namentlijk : 

tcn ' I. LlNARIA. REPENS CCCRULEA, of kruypend Wild 

Vlaskruyd met kjeyne bleck^blamve Bloemen, II. Pan- 
nonica flore pallido, oï wild Vlaskruyd uyt Pan- 
nonien met een bleeke Bloem* III. Panijonica flo- 
re cccruleo, of uyt Pannonien met een blauwe Bloem. 

IV. Flore purpureo, of met een purpure Bloemt 

V. Pannonica flore variegAto , of Pannonifch 
wild Vlaskruyd met een bonte twee-verwige Bloem. VI* 
Angustifolia flore cccruleo AMPLo/of fmal- 
gebladcrd wild Vlaskruyd met een fchoone , groot e, Hee- 

tot veer- mels-blauwe Bloem. VII. Sedifolia, of met Bladeren 
? cn van kleyn Huyslook. VIII. Flore luteo , of met 

™i c f e H ot . ee» gccle Bloem. IX. Austriaca flore alro odo- 
geftcld. rato , of Oojïenrijks wild Vlaskruyd met een witte 
welriekende Bloem. X. Valentina trifolia , of 
met een drie-bladerig loof van Valencien* XI. Lusi- 
tanica , of uyt Portugal. XII. Cretica semine 
odorato , of uyt Candien , met welriekend Zaad, 
XIII. Linaria scoparia , of Becz,em wild Vlas- 
leruyd, wijl men in" Italien Beezemen daar van maakt : 
anders ook genoemd Osyris , of Belvedère Ita- 
lorum ; om dat het met een vermakelijke groen- 
heyd vercierd zijnde, zeerfclioon, Pyramidcns-wij^e, 
epwaft j geevende den aanfehouwers een aangena- 
me oogenluft. XIV. Linaria baccifera , of wild 
Vlaskruyd met Beften ; behalven noch meer andere. 
Niet alle zijn ze van ceven de zelve Bouwing en Waar- 
neeming. 

Echter beminnen ze al tezamen een goede, gemce- 
ne , zandige , zoo wel een öngemeftte als gemeftte 
grond : een opene Lucht , een warme , wclgeleegefie 
plaats , en tamelijk veel Water. Geeven teegens de 
Winter rijp Zaad, en dan vergaan zommige der ge- 
noemde foorten door een weynig koude; te weeten : 
het Linaria repens cccrulea , kruypend wild Vlas- 
irtaaral- kruyd met een kleyne bleekblauwe Bloem: Südifolia, 
leen een met Bladeren van kleyn Huyslookj Valentina tri- 
folia , drie-gebladerd wild Vlaskruyd van Valencien , 
en Linaria scoparia, of wild Vlaskruyd, bequaam 
om Beezemen van te maken ; 't welk in onze Landen 
zelden, als met droogc warme Zo mers, rijp Zaad be- 
komt. Derhalven moeten de gemeldde foorten ieder 
Voorjaar, met een waflende Madn van April, op nieuws, 
niet diep, weer gezayd worden. 

Al de andere , namentlijk Linaria pannonica 
flore pallido, Pannonifch wild Vlaskruyd met een 
bleeke "Bloem : Flore cccruleo, meteen blauwe 
Bloem: Flore purpureo, met een purpure Bloem : 
Flore variegato , of twee-venuige Bloem ; An- 
gustifolia flore cccruleo amplo , fmal-qebla- 
derdc, meteen qy-oote Hecmcls-blauwc "Bloem: Flore 
luteo , met een geele Bloem : Austriaca flore 
albo odorato , Ooftennjkfcbc met een welriekende 



Grond. 



Welke 



jaar, 



en welke 

langer 

duren. 



witte Bloem; en Linaria Lusitanica , of Portu^ 
galfch wild Vlaskruyd s vergaan niet zoo haaft , maar 
blijven meerder jaren in 't lecven. Konnen reedelijk wel Aanwirii 
de koude en andere ongeleegentheden der V\ 'inter uyt- mn g« 
ftaan r geeven ook, bij goeden tijden, jaarlijks genoeg- 
zaam rijp Zaad ; 't welk met de voorgemclddc Maan 
van April in de aarde word gclcgt. Hier door konnen 
ze genoeg vermeenigvuldigd worden ; en dan noch door 
hare de grond doorlopende jonge Scheut jens i welke men 
op de zelve genoemde tijd, van de oude neemt. 

Het Linaria angustifolia flore cccruleo Smal-ge- 
amplo , of fmal-geb lader d wild Vlaskruyd met een - d . cr y, 
groote Heemels-blauwe Bloem, heeft een zeer teedere , kruyd mrf 
korte, bleck-bruyne , Wortel. Geeft uyt de zelve, en eengroot^ 
ook wel ceven boven de aarde , verfcheydene Scheut- Pecnwli* 
jensi een voet, wat meer of minder hoog, geheel dun, m ocm . 
doch gantfeh taay en buygzaam, rond, en uyt den 
blauwen-groen-vcrwig : aan welke groeyen vccle zeer 
fmallej digt boven malkander gcftelde Bladeren, nu Uyt Bladeren, 
de eene, dan uyt de andere zijde in het ronde voortko- 
mende; een vinger-breed lang, achter digt aan de Steel 
gchegtj voor fpits toegaande, uyt den blauwen-groeni 
doch aan zommige Bloemdragcnde Scheuten wat groo- 
tcr, gelijk in de bijgaande Figuur te zien is. Van 
naturen ftaan ze meer om hoog als neerwaarts gekeerd: 
in 't midden met geen zichtbare Adert jens, maaralleen 
met een kleyn Ruggetje voorzien. 

Uyt de bovenfte Hert-punten komen te voorfchijn Gedaaöfö 
verfcheydene bezienswaardige "Bloemen , ruftende op der lil08 * 
korte zeer dunne Steelt jens ; de een na de ander open- 
gaande* Zijnruym een halve Ducaton 'tin ronde groot* 
zich vlak open-doende : zonder eenige reuk. Bcftaan 
uyt vijf zeer fchoone Hecmels-blauw-vcrwigc Blade- 
ren-, onder fmalft, boven brcedft , en daar rond toe- 
gaande. Na verloop van vierentwintig uuren vallenze 
ter aarden neer; doch ieder dag komen 's morgens weer 
nieuwe te voorfchijn. Deeze laten na ronde, doch als 
met eenige Ribbetjens , en boven op met een fcharp 
Puntje vercierde Huysjens, gevuld met een langwerpig- ^ aad> 
rond, bruyn, blinkend Zaadje, dat van het gemecne ^^J. 
Vlaskruyd zeer gelijk. Als dit Zaad zijne volkomcne 
rijpheyd heeft bekomen , openen de Huysjens zich bo- 
ven, en fcheyden haar in vijf dcelen. 

Plet Linaria Valentina trifolia, of drie-ge- Drie-ge'. 

bladerd wild Vlaskruyd, «roeyd uyt een teedere, wit- blad f rd 

i , • i j i W,IJ vla5J 

verwige Wortel, (niet onaangenaam van imaak, doen j. rllJ . d vart 

op 't laatfte wat fcharp in de Keel) , een JMaatvoét , Valcncien* 
wat meer of minder, hoog. Krijgt uyt de zelve zom- 
tijds veclc , zomtijds maar twee of drie Steelen; dun, 
rond i bleek-grocn , doch onder bij de aarde een wcy-> 
ni» purpurachtig. Waar aan de Bladeren voortkomen Bladeren* 
in 't ronde bij drieën , hol en luchtig boven malkander: 
alhoewel men ook aan zommige weynige Steden zom- 
tijds niet meer dan twee en twee teegens den anderen 
over ziet zitten. Dikachtig zijn ze , en z.lcht van aart, 
gemeenclijk inwendig een weynig hol gefteld: een vin- 
ger, wat min of meerder, breed; een lid van een vin^ 
ger, of wat meer lang; voor in een ftomp punt eyndi- 
gende; aan de randen erfenenflegt; niet glad; bleek- 
of wit-groen van verwe ; alleenlijk voorzien met drie 
Aderen, niet wel zichtbaar, maar als in de Huyd in- 
wendig blijvende, op de wijze van Plantago of Weeg- 
bree. In de Mond geknauwt wordende, zijn ze niet on- 
aangenaam van fmaak, alhocwelcr een bitterheyd, of 
viezigheyd bij gaat. , 

Uyt de bovenfte Toppen fchieten ayrswijzc boven ™» e öi 
malkander de Bloemen voort, welke zich van onder 
de een na de ander openen. Zijn van een wonderlij- 
ke gedaante, zeer aardig zittende in 't midden van vijf 
langwerpige groene Bladert jens-, matig vangrootte, na 
de gedaante van een Lcetiwen-mnyl , Helms-wijze ge- 
fteld ; wit-vcrwig , in 't midden geel i boven welke 
twee witte langwerpige BUdcrtjcns , als twee Ezels- 
oor en , haar teegens malkander opftecken. Hebber* 

' ZZ OTiOttf 



BtSCHRY VING DER 



Indcr ccn purpurachtig fpits punt, op zulks een ma- 

• er ; mn achter aan de Bloem van Confolida Re- 

tfVArfpoorc,, ziet. Na verloop van cenigc 

nalatende 



KwmrcH-.BourKi* Bloemen, IIIBohk, m 



nier, 
gulis 



Cn' valenze op' de aarde neer , nalatende eemge 
f^werpis-ronde en dikke Zaadhuysjens^ gefteld in t 



Zaad. langwerpig 



Wild Vlas- 
kruyd van 

Candia. 



Hoe in de 
Winter 
waar te 
necmen. 



Bloemen. 



Zaad. 

en noch 
weer an- 
der Zaad. 



Aanwin- 
ning. 



Aart. 

Dnranttt 
lib. Herb. 
Jol- 160. 
Dod.l.6. 
c.16. 



JDorJltn. 
hifi. Plant, 
fol. 173. 



vuld met een zwart-bruyn hoekig Z/M*/'- 

Het LlNARIA CRETICA SEMINB ODORAT O , ■ Ot 

*i« Vlaskruyd van Gtfldic», met een welnekend ZW, 
zijnde een aangenaam en fchoon O»*-, **«! d <*" 
goede zandige aarde, met tweejarige Paerdemift , en 
ccn weynig der verrotte Boombladeren doormengt: een 
opene," warme, wel ter Zon (bande plaats , en matige 
vochtigheyd. Word met een wadende Maan van April 
in een Pot, niet boven een Stroobreed diep , gezayd; 
of anderweegen opgekomen zijnde, daar in vcrplant. 
Kan gantfchclijk geen koude ^rffi-reegenen fterke 
Winden, Mijt, of Vorfl verdragen. Word derhalven 
in het begin van Oüober gefield in een plaats binnens 
hiw, daar ze de Lucht kan genieten , tot dat de uyt- 
wendige *?*/*, of Vorfl, door de Vcnftcren dringen- 
de, zulks komt te verbieden. Dan moet men ze wel 
voor de gedachte Vorfl wachten, zonder haar echter de 
warmte des vuurs te doen gevoelen, indien het eemg- 
zins voorbij gegaan kan zijn; vermits ze de zelve on- 
gcerne verdraagd. Mag ook niet meer als een of twee- 
maal, gedurende de gmtfche Winter , met een weymg 
latiwgemaakt Rcegenwater begoten worden van boven. 
In 'c begin van s/pril moet men ze met een zoete Lucht 
en Reegen weer buyten brengen : dan noch cevenwel 
haar zorgvuldig wachten voor koude rijpende nagten, en 
fchrale zoo Öofle- als Noorde-winden ; teegens de zelve 
haar wel dekkende. 

Zij geeft, in deeze koude Geweften, in de eerftc 
Zomer blauwe vijf-gebladerde Bloemen, uyt de punten 
harer teedere Takken voortkomende, welke nauwelijks 
een voet hoog opfehieten , ook met kleyne, korte, 
fmalle Bladert jens omwafTen zijn : doch geen volko- 
men Zaad: 't .welk echter in 't volgende jaar zijne rijp- 
heyd verkrijgt; zijnde kleyn, zwart, en welriekend. 
Doch de Natuur hier mee zich noch niet voldaan hebben- 
de, drijft uyt het midden der Steelen een ander Zaad 
tuflehen de Bladeren uyt ; kleyn , rond , grijs-wit- 
vcrwig , en neerwaarts hangende gelijk een Druyf- 
trosje, van een aardige aanfehouwing. Het kan in dee- 
ze Landen tot geen volkomentheyd geraken , gelijk 
wel veellicht in heeter Geweften. Echter kan deeze 
foort bequaamlijk aangavonnen en vermeen igvuldigd 
worden door 't ccrft-gemeldde rijpgewordene Zaad, op 
de voorgedachtc tijd en Maan gezayd. Zelden blijven 
ze in ons Land langer dan twee jaren in 't leevcn. Zie 
hierbij na 't Hoofdftitl^vzn Passerine , welke Plant 
een meede foort van 't wild Vlas is. 

KRACHTEN. 

Wild Vlaskruyd, of Linaria, is warm en vocht 
van aart. 
In Wijn gekookt , en daar van 's mor- 
gens nuchteren een Roemertje gedronken, drijft uyt 
't water der Blaas; de Nageboorte, de Maandflonden ; 
en is goed teegens vergif, ook voor de gebrecken der 
Oogen. Neemt wech de vlekken des Aangezicht s : ver- 
drijft de Nieren-, Lenden-, en Moeder -fmerten-, def- 
gelijks de verftoptheyd van de Blaas en Nieren. 

Het uytgeparftte Zap der Bladeren en Bloemen is 
goed voor de Roos, en teegens de Kanker* daar mee 
gewaflehen. Ook 
des Ligchaams. 



teegens allerley heete Gezwellen 




CCCX HOOFDSTUK. 

PAERLEKRUYD. 

N het Neederlandfch niet alleen dus, Namen.; 
maar ook van zommige Steenzaad 
oenoemd. In 't Latijn Milium So- 
Ïis, of ook Lithospermum : in 't 
JfoogduytfchPzRLKRAVT,in'tFra»fcb 
Gremil, of Herbe aux perles: en 
\n\Tt altaan fch Litospermo. » 

Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden drie D„c on- 
onderfcheydenc foorten , te wecten : d«S. 

I. Lithospermum hortense , gemeen oï Hof- ^ 
Paerlekruyd. Repens Anchus/e facie , of kruy- 
pend PaerlekrUjd met een gedaante van Anchufa. 111. 
Lithospermum surrectum minimum, of alder- 
kleynfle regt-opflaandc Paerlekrujd. Niet alle zijn ze van 
de zelve Bomving en Waarneeming. 

Eevcnwcl beminnen ze al te zamen een goede , ge- Grond.;' 
meene, zandige, doch luchtige, wcl-gemefttc grond; 
een opene, vrije, bequaam ter Zon gelcegcne plaats, 
en tamelijk veel Reegen. Verdragen Sneeuw, Hagel, Aart. 
felle Vorjl, en alle andere ongelcegenthecdcn der Win- 
ter, zonder cenige mocylijkhcyd.' Blijven (doch niet 
alle) lange jarcn'in 't leevcn, en geeven de meefte tijd 
volkomen rijp Zaad: bchalvcn het Lithospermum Zaad. 
repens Anchuste facie , of kruypend Paerlekrujd 
met een gedaante van Anchufa \ 't welk in deeze Lan- 
den wel ieder jaar bloeyd, maar noyt ecnig rijp Zaad 
bekomt. 

Het Lithospermum surrectum minimum, of™ ^ 
alderkleynfle regt-opjlaande Paerlekruyd, blijft niet lan- rcgt " p. 
ger dan eene Zomer in 't leevcn , en vergaat van zelfs , flaandc 
als 't Zaad in den Herffl rijp geworden is. Word der- Pacrle- 
halven ieder Voorjaar, met een waflehde Maan in April, ruy '■ 
op nieuws weer gezayd , niet diep , in een warme plaats. 
Hier door kan deeze foort , gelijk ook het Litho- 
spermum hortense , of Milium solis , gemeen 
Parelkruyd , alleenlijk aangewonnen en vermeenigvul- 
digd worden. 

Het Lithospermum repens Anchus/e, facie, Kruypend 
of kruypend Paerlekruyd met een gedaante van Anchu- ^* £ 
fa , kan men niet anders vermeerderen ; dan door ha- 
re Scheut jens , welke men in de aarde legt, en als ze 
Wortelen gekreegen hebben van de oude afneemt, en 
verplant. • 

KRACHTEN. 

'Et Zaad van Paerlekruyd, of Milium Solis, ^"" ! - l -ï- 
is verwarmende en verdrogende tot in den twee- *'* 1, 
den graad. 

Twee Drachmen van 't zelve gepulverifcert, en met Diofc. /.;.' 
Rhijnfchc Wijn ingenomen, drijft af het Graveel, en c ' l)S ' l 
het water der Blaas. Is goed teegens de koude Pis, en Ci '"' lm ' 
voor de geene die van een Druypert gequeld worden; Gal. I. 8. 
ook voor de Blaas-fmerten. Met Melk uyt der Vrou- S" n P-f l,c ' 
wen Borftcn gebruykt , helpt zonderling de Vrouwen 
in arbeyd zittende. 

CCCXI HOOFDSTUK. 

ZEEVENGETYDEN- 
K R U Y D. 

P het Neederlandfch niet alleen dus , Verfchey- 
maar ook van veele Lotuskruyd denaroca ' 
genoemd: in 't Latijn Lotus her- 
ba, Lotus sativus, en trifolium 
odoratum ; in het Hoogduytfch Sie- 
bengezeytenkraut , of korter 

Sie- 





y%l Z E E \riNG E T YD E N k\ Y U D. M 



Vcele ver- 
anderlijke 
foortcn. 



.: . 



tot tien m 
getal hier 
voorge- 
ftcld. 



Grond > en 

Plaats. 



Welke 
foorten 
maar al- 
leen eene 
Zomer 
leeven. 



2eeven- 
gctijden- 
kruyd in 't 
Koorn 
waflende. 



Bloemen. 



Andere, 
langer du- 
rende 
foortcn. 



tfeeftcr- 



Siebengezeit, om dat het, gelijk zommige meencn, 
x.eevenmaal op eenen dag zijne bevallijkerf#£. veranderd. 
In 't Franfch Tkefplf. odoriferant; en in het Ito- 
liaanfeh Loto Domestico. 

Hier van zijn mij in haren aart veel aardige verander- 
lijke foorten bekend geworden j namentlijk : 

I. Lotus siliquosus quadrangularis flore 
rubro , of ZeeVengetijdcnkruyd met vierhoekige Peu- 
len , en een roode Éloem, ook gchecten Lotus tetra- 
conolobus. II. Siliquosus quadrangularis 
flore luteo , of Lotuskruyd met een vierhoekige 
Peul en geele Bloem. III. Ornithopoides, five flo- 
re luteó siliqua Ornithopodii , of met een 
geele Bloem, en Peul als een Vbgelvoet. IV. Vesica- 
rius Hispanicus , of Spaanfch Lotuskruyd met 
Blaasjens. V. Siliquosus Coronatus Marinus, 
of gekroond Zee-Lotuskrttyd. VI. SiLioyosus co- 
ronatus palustrjs Lusitanicus, of Portugal fch 
gcl^roond Lotuskruyd met Peulen , groeiende, in Water- 
achtige plaateen. VII. Segetum flore luteo 
globoso , of Lotuskruyd wajfende- in 't Koorn , met 
een ronde, geele, Knops-wtjzc Bloem. VIII. Praten- 
sis siliquosus, of met Pe/tlijens, voortkomende in 
Gras-velden. IX. Barbari/e frutex Dalecham- 
pii , of Heejlerachtig Lotuskruyd uyt Barbaryen, ge- 
teekend van Jacobus Dalechampius. X. Lotus 
frutex ei.egans incanus, of Zeevengetijden Jlru- 
vcl-kpayd met aardige ruyge Bladeren ; en dan noch 
meer andere. Niet alle zijn ze van de zelve Bouwing en 
Waarnceming. 

Echter beminnen ze al te zamen een goede, zandige, 
gemeenej en met twee-jarige Paerdemift tamelijk voor- 
ziene grond: een opene, warme, wel ter Zon gelcegc- 
ne plaats , en matige vochtigheyd. Geeven in den 
Herffl gemeenelijk volkomen Zaad. 

Het Lotus sativus, of gemeen tam Zeevengetij- 
denkruyd : Siloquosus quadrangularis flore 
rubro, met vierhoekige Peulen en een roode Bloem : 
Siloquosus coronatus Marinus, of gekroond Zee- 
Lotuskruyd : Siliqua Ornithopodii, <mct Peulen 
van Vbgelvoet: Vesicarius Hispanicus, ttyt Spaan- 
je met Hlaasjens ; en Lotus segetum flore luteo 
globoso, of in 't Koorn wajfende Zeevengetijdenkruyd 
met een ronde geele, Knops-wijze Bloem, blijven niet 
meer dan eene Zomer in 't leeven. Geeven, bij goe- 
de tijden , teegens de Winter , rijp Zaad , en ver- 
fterven daar mcê. Worden derhalvcn ieder Voorjaar 
in April, met een wadende Maan, weer op nieuws 
gezayd, niet diep in de aarde, en deezer wijs vermee- 
nigvuldigd. 

Het hatfo-genoemde Zeevengetijdenkruyd, 'm 't Koorn 
wajfende , fchiet zelden meer dan een voet hoogte 
boven de aarde op ; verdeeld zich echter in veele bleek- 
groene ronde Zij de-t akj ens ; waar aan veele Bladeren 
voortkomen, nuuytdecene, dan uyt de andere zij- 
de , niet hoog boven malkander j ruftende op korte 
Steelt jèns , en in drieën gefteld , op de wijze der 
andere foorten. TufTchen de zelve komen te voor- 
fchijn de Bloemtrojfen , tamelijk groot , veel in ge- 
tal , en gevoegd op korte Steelt jens, van een aardige 
aanfehouwing. 

Het Lotus siliquosus quadrangularis flo- 
re luteo , Zeevengetijdenkruyd met een geele Bloem 
en vierhoekige Peultjens : Siliquosus coronatus 
palustris Lusitanicus, of Portugal 'fch Lotuskruyd, 
wajfende in waterachtige plaatzen , met een Kroons- 
wijze gefielde Bloem en Zaadpeulen : . Barba rije fru- 
tex Dalechampii , of Heejlerachtig Lotuskruyd uyt 
Barbaryen , befchreevcn van den hoog-geleerden Da- 
lechampius ; en Lotus frutex elegans incanus , 
of Zeevengetijden firuvclkruyd met zeer fchoone ruyge 
Bladeren , vergaan niet zoo haaft, maai- blijven cenige 
jaren in 't leeven. 

Het Heejlerachtig Lotuskruyd uyt Barbaryen , be- 



ncemen ia 
Winter. 



A L L O O T E. 724 

fchreevcnvan Dalechampius, groeyd in deeze Landen a ... . . 
op tot de hoogte van derdehalve, ook wel drie voeten, tusk'uyd 
Heeft onder al de andere foorten de fterkfte en breedfte uyt Barb». 
BUderen,.Herts-wijze gefteld, voor breed-rond , en r > en ' 
onder fmal toegaande; uyt den groenen blauw-ver- 
wig. Krijgt , als de kleyne Bloemt jens vergaan zyn , 

.veele korte bij malkander gevoegde Zaad-peultjens. 

Het Zeevengetijden ftruvelkruyd met fchoone ruyge Zeeven-' 
Bladeren , bekomt in onze Geweften nauwelijks de g eti J dcn 
hoogte van twee voeten. De Bladeren zitten veel- J™ 1 ^ 
voudig in getal aan hare Steeltjens. Zijn een weynig ruyge BI*, 
blinkende, fmal en langwerpig; voor voorzien met een deren, 
kleyn puntje, als een doomt je. Hare Bloemen komen 
veel grooter, als die van de voorgaande, te voorfchijn, 
in 't bovenfte van hare meenigvuldig-verdeelde, ronde 

.en ruyge Steeltjens, uyt gantfeh ruyge en langwerpige 
Knopjens. 

Deeze nu gemeldde foorten buyten ftaande, verdra- Hoedanig 
.gen ongeerne felle Vorjl , en diergelijkc ongeleegent- waar te . 
heeden der Winter. Moeten derhalven, in Potten ge- Jj c "~ 
plant, en in Oclober voor veel koude Her fjlree genen ge- 
wagt geweeft zijnde, binnens huys worden gebragt, 
op een luchtige plaats, waar in niet als bij harde Vorji 
door een Kagchel word gevuurd. Gedurende dien tijd 
moet men ze flegts met een weynig lauw Reegenwater 
van boven begieten, en in 't begin van April, met een 
aangename Lucht en Reegen , weer buyten ftcllen. 
Dikmaal geeven ze volkomen Zaad: 't welk dan, met 
een wafTende Maan van April of May , de aarde word Aanwio- 
aanbevolen , niet boven een ftroobreed diepte gelegt. nin g-. 
Hier door kan men deeze foort vermeenigvuldigen ; en 
dan ook noch door langzaam-aangewaffene jongen ; die 
men met de gemeldde Aprilfche Maan van de oude 
neemt, en verplantt. 

Het Lotus quadrangularis , T)f tet rag o- Zeeven-; 
nolobus flore luteo, laat zich ook wel door hare getijden- 

Scheut jens vermecnigvuldiacn, als men die meteen vol- k ™ } L d T^ 
1 A/i »r & r ~r • rr ■■ 1 • ,-. n . vierhoeki- 

ie Maan van May of j-umus afinijd, in een Pot fteekt, g C Peulen, 

zes wecken lang op een donkere plaats fteld , en zona- en geele 

tijds met Reegenwater van boven begiet. Want dan BloeDieQ * 

krijgen ze Wortelen, en groeyen voort. Dit heeft mij . 

de ervarentheyd geleerd, doe ik niet meer als een kleyn ningT 

en flecht Plantje van deeze foort had over behouden , 

en derhalven door de nood gedwongen wierd , een 

proef hier van te neemen . 

Het Lotus elegans frutex incanus is 't tee- Zeeven- 

derfte van alle, waarom men'er qok in de Her fft en Win- g cr, ' d f a 
, 11 lcruvel- 

ter zeer nauw acht op moet neemen , zonder daar ontrent kruyd. 
iets te verzuymcn. 



KRACHTEN. 

ZEevengetijdenkruyd, of Lotus fativus, is van aart Galen. 1. 7. 
tuffchen koud en warm; daar beneevens eenwey- s,m $- 
nig verdrogende en Verteerende. 

De Bladeren en 't Z^in Wijn gekookt, en daar Lonic. hifi. 
van gedronken, doed wateren; neemt wech de brand* 1 f ol '*& 
van de Blaas ; de opflijging van de Moeder, en der 
zelver fmer ten ; ook van alle andere Leeden. Is goed 
voor een eerft beginnende Waterzucht ; de derdedaag- 
Jche Koorts, en de beet en der giftige Dieren. 

De Bladeren, Bloemen, en 't Zaad in Edik en Ho- 
nig gekookt: dan daar van een Roemertje ingenomen, 
word gepreezen teegens vergif. 

Het Zap deezer Bladeren met Honig vermengt, ver- Futhf. UB» 
drijft de vlekken der Oogen; doed de Vliezen en Wolken *'•ƒ■ *87. 
vergaan, daar in cedaan zijnde, en maakt een helder,. '°{ c ' ** 
Gezicht. 

De Oly, waar in de Bloemen en Bladeren geweykt of Camerar. 
geinfondeert zijn geweeft, is dienftig voor alle varffche l -V c '*S* 
Wonden; Breuken of Gefcheurtheyd; Gezwellen aan 't 
Fondament, en vcrjiuykte Leeden. Verfterkt zonder- 
ling de Zeenuwen: verzacht de harde en koude gezwel- 
len; vermits ze verteerd, verzoet, en verdrijft. 

Zz i CCCXH 



W BESCmWlNGDERKnUYDEN^OtXENENBtOEMEN^HBoEK, *« 
'*) Deeze eeheele Plant gedroogt, en de Panden u 



Namen. 




CCCXII HOOFDSTUK. 

MALLOOTE. 

Iet alleen in het Neederlandfch dus , 
maar ook van vecle Melilote ge- 
noemd : in het Latijn Melilotus: 
in het Hoogduytfch Grosser Stein- 
klüe, of Barenklee: in 't Franfch 
Melot; en in het Italiaanfch Me- 

liloto. 
vcclc ver- Hier van zijn mij in haren aart deeze veranderlijke 
anderlijke f oorren kenbaar geworden. 

fooreco. ^ Melilotus officinarum vulgaris flore 
luteo, ofgemeene.Malloote met een geele Bloem, ge- 
bruykeÜjk in de winkelen der Aporheekeren. II. Flo- 
re albo', of met een -witte Bloem. III. Italicus 
maximus, of aldergrootjle Italiaanfche Melilote. IV. 
Italicus siliquosus , of Peul-dragende Italiaan- 
fche Melilote. V. Annuus odoratissimus Lusi- 
tanic vs, of z,eer •welriekende Portugal fche Mallotc. 
VI. Inodorus supinus Lusitanicus , of leggen- 
de Portugalfche Melilote ronder eenige reuk. VII. 
Melilotus sylvestris, of -wilde Mallote; en dan 
noch meer andere. Niet alle zijn ze van de zelve Bou- 
wing en Waarneeming. 

Zij beminnen een goede , zandige , wcl-gemeftte 
grond: een luchtige, vrije, genoegzaam ter Zon ftaan- 
de plaats , en matige vochrigheyd. Geeven in den 
Herfft volkomen Z$ tod, en worden dan door een klcy- 
ne Rijp van 't leeven beroofd, of vergaan van zelfs; 
vermits ze niet langer dan eene Zomer konnen duren. 
Worden derhalvcn ieder Voorjaar , met een waflende 
Maan van April, weer aangewonnen door het gedachte 
Zaad , niet meer dan een ftroobreedte diep in de aar- 
de gelegt. 

Het Melilotus officinarum flore luteo , 
et albo, of geele, en witte Melilote, in alle Apothee- 
ken gebruykelijk , vergaan niet in 't eerfte'jaar, maar 
in 't tweede, na dat ze volkomen rijp Zaad hebben ge- 
gceven. Verdragen ook in de Winter fterke Vorfi , en 
allerley andere ongeleegentheeden des tijds zonder ee- 
nige fchade. 

Het Zaad word met de zelve Aprilfche Maan , als 
boven, gezayd; en hier door konnen ze alleenlijk ver- 
menigvuldigd worden. 



Deeze geheele Plant gedroogt , en de PaertleH te 
eeten gegeeven, verftrekt haar tot een aangenaam voed* 
zei, en maakt haar vet. 




Grond. 



tonwin- 
ning. 



.Gemeene 
Malioote. 



Aanwin- 
oiag. 



Avtrr. lib, 
Simp. cap. 

ik lib. 7, 
Med.Simp 
fac. 

Camerar^ 
l. w.tf. 



Trag.l.i. 

'I' 

DoJ.l. 19. 
Mo. 



'Ruell. I. 3. 

*.3r. 



Vitfc.ly 
«.48. 

Rafis lib. 
Simp. cap 
29. 



KRACHTEN. 

MAlloote, of Melilote, is verwarmende en ver- 
drogende in den eerften graad; daarbeneevens 
een weynig te zamentrek kende, zuyverendé, 
fcheydende, verteerende, en rijp makende van aart. 

De Bladeren en Bloemen in Wijn gekookt, en daar 
van een ltoemcrtje gedronken, verzacht de fmerte der 
Nieren, en andere inwendige Ligchaams deden. Drijft 
het water der Blaas voort ; ook 't Graveel ; en maakt 
rijp de Fluymen op de Borfi. 

HetuytgcparftteZ^indcO^wgedaan, maakt een 
helder Gedicht. Doed ook fcheyden en verteeren de 
Vliez.cn en Schellen der Oogen. 

Het zelve Zap vermengt met Edik en Roozen-oly, 
verdnjft de Hoofdpijn ,. daar mee beftreeken zijnde 
Met zoete Wijn gemengt , en in de Ooren gedaan ' 
neemt'cr de pijn van wecli. 

De gedroogde Bloemen gefloten, dan met Wijn en 
Galnooten vermengt, geneeft de anode Schurftheyd des 
Hoof ds, daaropgefrreeken. 

De Bloemen ^met Rozijnen in Wijn gezoden , en op 
allerley gezellen gelegt, inzonderheyd op die der bel 
™l*jke Leeden, verzachten de zelve. J 

Daar van een Pl aa ft cr gemaakt, en opgelcgt , ver- 
momd ook aüe W^ ;< *. re ^ ï Y 



CCCXni HOOFDSTUK. 

K L E Y N 
MAANKRUYD. 

■ 
En kleyn en aardig Gewas, dus in 't v er fch 
Neederlandfch genoemt: in 't Latijn denamen. 
Lunaria, en Lunaria Botrytis 
om dat het in 't midden uyt geeft 
een kleyn Steelt je, kluchtig vercierd 
met veele Druyfs-wijz>c Knopjens, ge- 
lijk het Botrijskruyd : in het Hoogduytfch Mond- 
kraut, of ook Mondraute: in het Franfch Tau- 
re, of Lunairë: in het Italiaan/bh Lunaria del 
Grappolo, of Minore. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend twee verander- T WC e 
lijke fooiten ; te weeten : foortcn.' 

I. Lunaria Botrytis major ramosa, of groot 
getakt Maankruyd , met veele Druyfs-wijze gefielde 
Knopjens. II. Lunaria Botrytis minor, of kleyn 
Maankruyd, ool^ met Knopjens, Druyfs~wijz,e gefield. 
Beyde zijn ze van eeven de zelve Bouwing en Waar- 
neeming. 

Zij beminnen uyt eygener aart een goede, zandi-Groad «d 
ge, luchtige, meteen weynig twee-jarige, kleyn-ge- plaats. ' 
wreevene , tot aarde gewordene Paerdcmift , en het 
Mol van verrotte Boombladeren genoegzaam door- 
mengde grond : een opene , luchtige , wel-geleegene 
plaats , en niet te veel Reegen. Verdragen in onze 
Landen ongeerne veel fcharpe , bijtende , Sneemviae 
vocht igheyd, en fterke Verft. Moeten derhalven, in Hoe waai 
een Pot geplant zijnde, m Otlober binnens huys ge- «nee. 
bragt worden, op een luchtige bcquame plaats, waar mcn - 
in gantfeh niet , of alleen bij harde Vorft , word ge- 
vuurd : gedurende deeze tijd met zeer weynig Reegen- 
water onderhouden; en in 't laatfte van Maert, of 't 
begin van April, weer buyten gefteld zijn. 

Krijgen hier noyt eenig rijp Zaad. Worden ech- Aanwin, 
ter aangnvonnen en vermcenigvuldigd door hare jonge nin g- 
aangewaflene Vytloopz.elen. Verliezen midden in de 
Zomer hare Bladertjens : op welke tijd zij opgeno- 
men , van hare nieuw-aangewafTene Worteltjens ont- 
bloot maar terftond weer ingezet mogen worden. 
Doch dan moet men ze bewaren voor de hitte der 
Zon ; en tot in 't laatft vmAugufiusMhn op een don- 
kerachtige plaats. Daarenboven moet men haar wisten 
voor veele Herfftreegenen : zoo fchieten ze weer uy t , en 
maken t volgende jaar, in 't laatfte Van April , of het 
begmvm May, nieuw Loof. 

a^r L UNA f IA . BoTRYTIS MA J°* ^MOSA , • of Groot ge* 
getakt Maankruyd met veele Dncyfs-wiJK.e eeflelde takt Ito. 
Kmpjem ■ , van zommige in het Hoogduytfch ook ge- ^^ , 
noenjd Widertho* , fchiet zelden hooger op dan Cft 

Z ft". Tlf' «J^?»* ™ handbreed ïange, S^V 
een ftroo dikke , onder fpits toegaande , zwartachti- ftcldc . ' 
ge, van binnen geel-verwige Wortel, beftaande u V t Kn ° PJCnfc 
S Tt rccelworteltjens; md.Uo^l- 
^, rdcnde ' 7" 'g^n zonderlinge fmaak. Uyt 

BlaJrtt hlete ü ,n , t begin Van M f> bezienswaardige 
r:: Uftei ; de °P Steeltjens/^ vinger-lel- wortel. 
71: ru 7 ° fni,nder ' bng, dikachtig, en volsteden. 
Zap, ge^heyden in verfcheydene deden, oï Takjcns Bhdcicai 
gemeenehjk regt teegens over malkander gefteld -welk; 

Jtt/? C) : ig ingefteeden. De on- 
Ïootfte 1 ^ *k M T' 1 voortko ^ende , zijn de 

v ^e is'dont CPfte de kle y nfte en teederfte ' D ° 
verwe is donker-groen , met eenige blcekheyd ver- 

mengt. 



Fvt'jxó'&jiQ 




7i7 Kleym Maankruyd. Maankruyd mr Chymistêü. Vygëboon. yiZ 



Bloem- 
fteelcn 
me 



mengt. Zijn in 't midden , en van alle punten , met 
eenige teedere Adert jens doorlopen : dikachtig van aart; 
inwendig vochtig. De bovenfte tecderftc gceven zich 
op verre na zoo breed niet uyt als de onderftc; zijn 
ook niet zoo groen-verwig, maarals met een korte blee- 
kt niygheyd omvangen. 

In de Maand van Junius komen tuflehen de zelve 
:l ' n in 't midden uyt de Wortel een, twee , of ook wel 
jens, doch zomtijds, na geleegenthcyd van de grootte en {lerkte 
zonder des Wortels, drie Ste elen t'efFens te voorfchijn , zijnde 
Bloemen. ze s vingeren breed, wat meer of minder hoog; ontrent 
rond; een ftroo, en wat meerder, dik, inwendig Zap- 
pig ; uytwendig bekleed met een aangename groen- 
hcyd ; en boven verdeeld in verfchcydene hayrach- 
tige Zijde-takjcns , nuuytdecene, dan uyt de andere 
zijde boven malkander voortkomende : beladen met 
veele kleyne , ronde , aardige Knopjens , Druyfs-wij- 
x.e; doch zonder eenige andere Bloemen, of Zaad : 
•welke naderhand verflauwende , in haar zelven ver- 



gaan. 



KRACHTEN. 



Matth.lt. 
c. itf. 

lob el l.U 
fol. 984. 
Dnrantes 
lib. Herb. 
fol. 267. 
Camerar. 
J.3.*. 103. 

2W. /• S' 
f .n. 



Zeld- 
zaamheyd 
aan de 

Bceft«n. 



KLeyn Maankruyd , of Lunaria Botrytis , is 
koud en droog ; ook een weynig te zamentrek- 
kende, zuy verende, en heelende van aart. 

Gedroogt , gepulverifeert , en daar van een Drach- 
ma met Wijn of cenig ander Nat ingenomen; of ook 
wel in Wijn gekookt, en daar van gedronken, is zeer 
goed voor de verfiuykte en verrukte Leeden ; voor alle 
in- en uytwendige Wonden , quade Zweeringen , en de 
Gefche'urtheyd: voor de Leevcr zucht ige; voor die Bloed 
fpouwen, en voor die een Druypert hebben. 

Het zelve Poeder met roode Wijn te drinken ge- 
geeven, is dienftig voor de roode- en Witte Woeden 
der Vrouwen ; defgelijks teegens de Bloedgang , of 
roode Loop, 

De Bladeren groen gefloten , en alzoo gelegt op 
Wonden , opene Gaten, en andere Zweeringen, genee- 
zen de zelve. 

Het Zaad, of de Knopjens deezer Plant, worden 
van zommige voor vergiftig gehouden ; zoo dat de 
Koeyen en Paerden, daar van eetende, fiervin. Doch 
als men haar ftraks daar op de Bladeren te eeten geeft, 
zoo word deeze quaadaardigheyd terftond wcchgeno- 
men, en de Beeften behouden haar leeven. 



CCCXTV HOOFDSTUK. 

MAANKRUYD 

der CHYMISTEN. 



Namen. 




Ok, gelijk het voorgaande, een kleyn 
en aardig Gnvas. Word in 't Nee- 
der landfeh dus genoemd. In 't La- 
tijn Lunaria Chymicorum : in 't 
Hoogduytfch Mondkraut von die 
Chyiviisten : in het Franfch Lunai- 
re de Chemistes; en in 't Italiaanfch Lunaria di 
Alchimisti. 
Grond, en Bemind uyt eygencr aart een geheel zandige , goede 
Plaats. aarc j e } mec een WC ynig cen-jarige Paerdemifl door- 
mengt : een opene , vrije , warme plaats , en matige 
vochtigheyd in de Zomertijd. Verdraagt ongeerne 
Hoe in de felle Vorfi in deeze Geweften. Moet derhalvcn , in 
1,1 een Pot geplant zijnde, in Oüober binnens huys wor- 

den gebragt , op een luchtige plaats , zonder of met 
Vuur : gedurende de Winter onderhouden met een 
weynig lauwgemaakt Reegen water , vermitszein dien 
tijd door een weynig te veel lichtelijk zou aangeftoken 
worden, en verrotten. Niet voor half April mag 



waar te 
pcemen 



:•> 



men ze weer buytcn de Zonncftralen voorftclkn , mec 
een aangenamene zachte Reegen. 

In deeze koude Landen word ze aangewonnen, niet Aanwin, 
alleen door haar Zaad, wanneer 't zijne rijpheyd niogt nin S- 
bekomen ('t welk hier zelden gebeurd, ten zij bij hee- 
te Foor jaren) met een waflende Maan van April in een 
Pot gelegt , gevuld met goede zandige aarde, zonder 
eenige Mift, ontrent een kleyne vingerbrced diep ; maar 
ook door eenige wcynige jonge Scheut jent , met lang» 
heyd van tijd voortkomende. Welke men , als ze 
bequaam zijn , niet de gemelddc Aprilfche Maan af- 
neemt en verplant. 

Dit bezienswaardig en teeder Gewas heeft in onze Gedaanre 
koude Geweften een dikke, ronde, een vinger óf daar ^ c ^ or ' • 
ontrent lang zijnde Wortel, met eenige kleyne en wey- 
nige hol van malkander gefielde Feezelen voorzien ; 
onder wat dunner toelopende, inwendig wit, van buy- 
tcn bleek-bruyn van verwe; rondom met veel (zom- 
tijds meer als twintig ) kleyne , ronde Knobbelt jehs , 
ontrent eeven verre ordentlijk van den anderen gefield, 
begaafd. 

Uyt de zelve komen voort, in 't begin van May , Waar uyt 
of in laatfle van April , niet meer dan twee kleyne " ict n,ccr 
Bladert jens, ieder twee vingerleeden , wat meer of min- kïcVnc" 
der , lang ; een halve vinger of wat meer breed , in 't Bladcrt- 
midden op 't breedfte ; voor en onder aan de Wortel J cns voort. 
in een verminderend flomp punt cyndigende. Ruften komcn * 
op geene Steelt jens, maar fpruytcn zonder de zelve als 
uyt de Wortel ; doch eeven boven de aarde zich ver- 
heffende. Zijn aan de randen niet gezaagd, maar ef- 
fen en (legt; in 't midden voorden met een regt-door- 
lopende groote Ader ; waar uyt veifcheydcne kleyne, Hare ge- 
ter zijden uytvloeyende, voortfehicten : boven, na de ftaltc * 
Zon gekeerd , begaafd met een zeer bevallijkc uyt den 
groenen bleek-blauw blinkende couleur, doch van on- 
der bleeker. 

Uyt welker midden opfehiet een eenig Steelt je, zoo Blocm- 
lang als de middenfte vinger, wat meer of min ; on- ftcelt J c - 
der een ftroo dik, doch na boven wat dunner; rond , 
gantfeh ruyg; vercierd met een fchoone, wat blinken- 
de, aangename bleek-pürpure verwe. Op des zelven En eenig» 
bovenfte punt ziet men een eenige Bloem-, niet groot; 1Jlocracn * 
ook niet aan de frnd gefnecden, maar zich boven in 't 
ronde openende, geheel hol van binnen; niet qualijk 
vertoonende de gedaante van een Kopje, of Beekertje ; 
vercierd met een verwonderens- waardige , fchoone , 
blinkende , donker-blauwe verwe ; waar onder eenige 
als zwarr-donker-blauwe fireepen doorlopen. Als ze 
zommige dagen open geflaan heeft, Vergaat ze in haar 
zelven , en valt af ; nalatende een ronde , doch ook 
zomtijds wat gehoekte Knop , eerfl uyt den bruynen 
groenachtig , daar na blinkend bleek-blauw , voorzien 
met eenige donker-blauwe fireepen, eeven gelijk deBloe- Zaad- 
men, doch fterkcr ; ontrent op de wijze en na de ge- ^j? ' en 
daante van het Herba paris", of Wolfs-bezie. Zom- 
tijds is ze met Zaad gevuld. 

KRACHTEN. 

DEeze aardige Plant , uyt eygener aart groeven- Gebruyk , 
de op zommige Bergen in Hongaryen en ^- omMn 
heemen , waar van het Zaad mij uyt Weenen ^r^-'lver 
is toegezonden geweeft door den Ed. Heer N. Whv- t c mak ca. 
derhout , word van eenige curieuze Chymifien in die 
Geweften gebruy kt, om van Ouikzjilver goed , vafi Zil- 
ver te maken j en heeft ter 'dier oorzaak de gemeldde 
naam bekomen. 



Zz 5 



ceexv 



™ Beschkyving de* KruydeN, Bollen en Bloemen , III Boek , 73 o 

719 JJESO-. ^ ^^ _ ^^ fW | en ^ergej^e onreyni g. 



cccxv. 

V Y G 



Nam«n. 




HOOFDSTUK. 

EBOON. 

Us in het Neederlandfch genoemd , 
het 'Lattin eeheeten ] u- 

PINUS 



word in het .Ld//;'» g< 

daar van daan ook wel 

on?. laai Lupinen : in het 

in het 



Zesderley 
(oortcn. 



Bloemen 
dereerfte 
iooit. 



en 

Taal Lupinen 
Hoogduytfch Feigbohnen : in het 
Franfih Lupins; en in 't Italiaanfcb 
Lupino. 
Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden z,ts 
foorten; namentlijk: 

I. LUPINUS MAJOR LATIFOLIUS CGCRULEO FLO- 

re ET purpureo variegato , of groote breedbla- 
'Aanmer- dcfr f^'jg^ 00 " mct " n blauwe en purpur-bonte Bloem: 
kelijkhcyd welke, eenige dagen open gefhan hebbende, hare pur- 
van de pur-roode frrcep gantfeheujk verheft , en te eenemaal 
Veranderd in een aangename withcyd , zonder verder- 
vin": zoo dat op cene Steel boven malkander te gelijk 
gezien worden met een zonderling vermaak, zoowel 
blauw en wit , als blauw en pur pur bonte Bloemen. II. 
Lattpolius cccruleus medius , of middelbaar 
brecd-bladerige Vijgeboon met een blauwe Bloem. III. 
Minor cccruleus angustifolius , of kleyne blau- 
we Vijgeboon met fmalle Bladeren ; ook genoemd 
Lupinus sylvestris, of Wilde Vijgeboon. IV. Flo- 
RE CARNFO purpurascente , of Vijgeboon met een 
donkere lij fverwige couleur, V. Flore albo, of met 
een witte Bloem. VI. Lupinus flore luteo odo- 
Rato, of Vijgeboon met een geelc welriekende Bloem. 
Alle zijn ze van eeven de zelve Bouwing en Waarnee- 
ming. 

Zij beminnen een goede, gemeene, zandige, wey- 
nig gemefttc grond ; een opene lucht : een warme , 
wcl-gelccgene plaats ; en matige vochtigheyd. Blij— 



Grond. 



Zaai. 

/anwin- 
ning 



Cal. lib. 
Sim f. 6. 



Afuhj 



ven niet langer dan eene Zomer in 't lecven. Gee- 
ven voor de Winter volkomen rijp Zaad, en vergaan 
dan van zelfs. 

Moeren derhalven in ieder Voorjaar , met een waf- 
fende Maan van Maert of April , weer op nieuws zijn 
gclegt in een varfch-omgefmectene aarde , niet boven 
een halve vinger breed diep. Deezcr wijs konncn ze al- 
leenlijk vermeenigvuldigd worden. 

KRACHTEN. 

DE Vruchten vm Vijgebooncn , of Lupinen, zijn 
warm en droog in den tweeden graad ; ook 
verdeelende, verteerende, dunmakende, en af- 
vagende van aart; doch onbequaam om ter fpijs te ge- 
bruyken, vermits ze zwaar te verteeren vallen , en grof 
bloed veroorzaken. 

De Lupinen gefloten , en de kinderen , 



hifi. floot. ~7 f""" 8 tllulcu » en ae Kinaeren , s morgens 

«y.110. nocn "Stèren, op de Navel gelegt, of met Honig 
D.ofc.l. i. ingenomen; of ook in Wijn gezoden, en nuchteren 
*.*3*. daar van gedronken , is een dienftig middel , om de 

normen te dooden, en uyt te drijven. 
Avtrr.lib. Het zelve Poeder, of Meel, is goed teegens óeWrat- 
*>*-c. 39 . ;en; ook voor de Spanen of Tafen aan 't Fondament, 
daarop geftroyd zijnde. Met Meel van Garftenmout 
en Water vermengt, verzacht allerJey Gezwellen enA. 
Mematien- daar opgelegt. Op de pefitlentiale Kar- 
bonkglen gedaan , als men 't met Edik vermengt heeft 
doed de zelve uytbrecken. 

£* 1 "" iw c ze l ve f eel in Water en Edik > ° r °° k »* « 

"onig gekookt, en op blauwgejlagene Pletten , Klie- 

Svdën a,dC Ge *- Wellen B^' doed de zelve 

lUieyden, verteeren. en vergaan. 

f^'"- neemfer ■,«, ; 11 fih °°" C " ki "" r A '«l'^h, ; 

ffr/,r h Z Zich /r $"• frf'"' m Z—rffirHicb, 
fii. „6. van ween : defgcluks van de huyd alk Scbïrfihejd, 



heeden. 
Het Water, gcdiftilleert van de Bloemen, vermag 

eeven 't zelve. 



CCCXVI HOOFDSTUK. 

WOU W E. 

An al de ingezeetenen der Necderlan- N , 
den dus genoemd , word in het La- 
tijn geheeten Lutum herba; lu- 
tea, ofLUTEOLA: in 't Hoogduytfch 
Streichkraut. 

Hier van zijn mij in haren aart be- Twee 




foort 



en. 



kend twee onderfcheydene foorten ; namentlijk : 

I. Lutea vulgaris, of gemeene Wouw. II. Lu- 
teola Cannarinoides cjretica » of gcel-verwige 
Womv van Candien , met een gedaante van Hen nip. 
Beyde zijn ze niet van de zelve Bouwing en Waar- 
neeming. 

Zij beminnen een gemeene, goede, zandige, ma- Grond, c » 
tig , en ook met twee-jarige Pacrdemift wel voor- plaats, 
zicne grond : een opene lucht ; wclgeleegene warme 
plaats , en tamelijk veel Water. Konnen redelijk wel 
ielle koude, en alle andere ongcleegentheeden des tijds 
uytftaan. 

Het Lutum herba , of gemeene Wouw , blijft Gemeene 
niet meer dan twee Zomers in 't leevcn. Geeft in 't Wouw. 
tweede jaar rijp Zaad, en vergaat daarmee. Moet 
derhalven ieder Voorjaar, of ten miniten om 't twee- 
de, door 't zelve Zaad , niet diep in de aarde gelegt, 
.weer vernieuwd worden. Dikmaal komt het, door 't 
uytgevallene, genoeg van zelfs op. Alleen hier door 
kan men ze aanwinnen. 

Het LüTEOLA CANNABIOIDES CRETICA, ofgeclr- Geel-ver* 

venvige Wouiv van Candia , met een gedaante van wl g c 
Hemup , geeft uyt hare een vinger of duym dikke, ™Tcm- 
zoo wel in- als uytwendig geel-verwige Wortel ( ver- dia. 
<leeld , rond , fterk , met veele kleyne knobbeltjens Wortel, 
voorzien , met een geelachtig Zap begaafd , en zeer 
bitter van fmaak ) verfcheydene Steelen , vier , ook steden, 
wel vijf voeten hoog opfehietende ; eerft groen-blin- 
kende, maar daar na geelachtig wordende; van een aan- 
gename aanfehouwing, gemeenelijk een vinger dik, en - 
met veele flreepen voorzien. Waar aan rondom , op 
de wijze van Hennip , veele fchoone Bladeren groeyen; 
nu uyt de eene, dan uyt de andere zijde, boven mal- 
kander. Zijn een hand , wat meer of minder lang ; 
vijf, zes, en zeeven vingeren breed; in zeeven, en 
ook neegen deelen, diep en a&r&g gefhetden .- waarvan 
men de onderde vier tot aan de regt-doorgaande Steel 
als van den anderen gefcheyden ziet : zomtijds regt tee- 
gens over malkander, doch wel meert d'een een wey- 
nig boven de ander zittende : waar teegen s de bovenfte • 
onder als gevleugeld (op de wijze van het Thapsia Gedaante 
major latifolia, groot brecd-bladerig Thapfia , of en ftcllin S 

Ook Van'tCENTAURTUM MAJUS ALPINUS FLORB LU . der BIade * 

teo, of groot Berg-Santorie met een ^eele Bloem) aan "*' 
malkander vaft houden : zijnde niet alle eeven groot , 
maar aan de eene of de andere zijde kleyner; voor al- 
tijd in een uytlopende, 't welk gemeenelijk 't grootfle 
van allen is; en doorgaans met twee hoeken, ook ee- 
nige wel drie of vier, ingefneeden; alle echter in een 
zeer fpits en langachtig punt eyndigende; rondom met 
kleyne en groote , eevenwel fubtyle Tandjens cierlijk 
gezaagd: tcedcr en zacht van aart: boven helder a roe n- 
vcrw.g lichtelijk geel wordende, en zonder eenige 
glantfch, onder veel lichter, en van naturen blinkende. 
Ieder deel is begaafd met een Adertje; niet regt in 't 
midden maar doorgaans eenzijdig zittende, gelijk men 
ziet in het Helleborus n.ger trifoliatus , of 
zwarte dae-gebladerde Nieswortel: waar uyt zeer veele 

kleyne 



J''o/.y%.' 



! 




wmétSm - 



EIJTEOLA CAN1STABHSTOIDES CRETICA. 



73* 



W O UW E. H'OPPE. Peepu. 



kleyne teederc ," geheel boven krom ter zijden uytlo- 
pende, voortfehieten. De fmaak deezcr 'Bladeren, 
als men ze in de Mond knauwd, is bitter. Ruften 
op heldere , of bleek-blin kende Steelt jens , gemcene- 
lijk opwaarts gekeerd ; boven met een kleyn geutje 
plat , onder rond , ontrent twee of drie vingerbrced 
lang. 

Geftalte Tuifchen de zelve , in het bovenfte, of de top der 
dcr Steelen, vertoonen zich (op de wijze van Cannabis 

Bloemt- of Hennip) vecle korte, Ayrs-wijze te zaam-gevoeg- 
jeni. de Bloemt jens (indien men ze dien naam mag gceven), 

en tufTchen de zelve ook fmalle teedere Bladert jens* 
Eerft zijn ze groen ; maar worden daar na geel. Beftaan 
uyt zeeven, agt, en neegen groene Knopjcns , ofAf- 
hangzeltjens, een ftroobreed, wat min of meer, lang; 
ontrent vierkant, in 't midden voorzien met een inwen- 
dig Streepje. Een lange tijd blijven ze hangen; en eyn- 
delijkgcel geworden zijnde, vallen ze neer , zonder in 
deezc Gcweften eenig Zaad na te laten. 
Langdu- Dceze foort vergaat niet haaft, maar blijft veele ja- 
righcyd. ren in 't leeven. Wil in de Winter op hare Wortel 
met Run bedekt zijn; vermits ze zomtijds door de Aor/? 
wel befchadigd word. Is derhalven niet quaad , dat 
men altijd iets daar van in een Pot binnens huys beware 
teegens de aankomft: der Wintertijd. 
Aanwin- Schoon ze geen Zaad geeft , zoo kan men ze echter 
»'' n g« in onze Landen aanwinnen door hare aangegroeydeW^r- 
telen; welke men met een wadende Maan in April van 
de oude afneemt , en verplant. 



73* 



KRACHTEN. 



Gebruyk. 



W 



'O uw, ofLuteola, heeft in de Genccftkonfl tot 
noch toe geen gebruyk of nuttigheyd gehad. 
Is alleen dienftig voor de Vcrwers, om aan de 

Wolle , ook Linne-lakenen , een geele, Goud-seele , 

ook groene verwe te gceven. 



CCCXVII HOOFDSTUK. 



H O 



E. 



urnen. 




wee 
lóortco 



Y veele zoo wel bekend , als gedurig 
gebruy keiijk. Word in het Needer - 
landfeh gemeenelijk dus, of ook Hop- 
pekruyd genoemd. In het Latijn 
geheetcn Lupulus : in het Hoog- 
duytfch Hopffen : in het Franfch 
Houblon : en in het Italiaanfch Lupolo, of ook 

BRUSCANDOLA, 

Hier van zijn mij in haren aart twee bijzondere foor- 
ten bekend, namentlijk: 

I. Lupulus sativus of Mas, tamme Hop , of 
Hop mannetje. II. Lupulus sylvestris. of Fce- 
mina, wilde Hop , of Hop wijfje: wel van naturen 
niet wild', maar alleen dus genoemd , om dat ze voort- 
komt zonder eenige Bouwing , Oejfening en Waar- 
neeming. 
rond, en Beminnen een lofle, zandigc, en vetgemefttc grond: 
laats. een vrije , wel ter Zon gcleegcne plaats , en matige 
vochtigheyd. Gecven , bij goede tijden , volkomen 
rijp Zaad. Blijven veele jaren in 't leeven. Worden 
in de Winter , door fterke Vorfl , niet lichtelijk be- 
fchadigd. Moeten ieder Voorjaar, in de Maert, van 
hare doodc flruyken gezuyverd, en op nieuws met goe- 
de Mift verzorgd zijn. 

Konnen aangewonnen en vermeenigvuldigd worden , 
niet alleen door haar Zaad , 't welk met een afgaande 
Maan van April of May niet diep in de aarde word 
gelegt; maar ook op noch twee andere wijzen. Eerfi, 
door hare aangewaflene Wortelen. Ten anderen door 
eenige afgefneedene nieuwelij ks uytgelopene jonge Ran- 
ken , die men met een afgaande Maan van Maert in- 



lanwin- 
ing. 



H 



fteekt: waar op ze fpoedig Mortel vatten; zoo fterk 
als de oude opfehieten , en noch dien zelven Zomer 
Vruchten dragen. 

Wil iemand van deeze Planten goede bequame Hoemeo 
Vruchten winnen, die neeme in de Maand Maert wech g° cde 

de helft, of wat meer, van hare ionae Scheuten, zoo , Vrut 1 ht f n 

i i i • 1 •• i ° Kan bek.»» 

worden ze krachtig ; krijgen vecle en grootc Bloemen; mcn . 

anders weynige, maar veel Bladeren. 

Deeze jonge Scheuten opgezoden , en genuttigd Gebruyk 
voor een Salade, of als Afpergien, beyde van de wilde 
en tamme, zijn zeer gezond voor een ieder. 

Men kan ook deeze Planten gebruyken , om Priee- deezer 
len , Zomerhuysjens , Bogen , en diergelijke te beklee- M»»wp" 
den ; op dat men in heete dagen daar onder een aange- 
name fchaduw mogt genieten. 

KRACHTEN. 

Op , of Lupulus Saliïlaritts , is warm en droog Durantn 
in den tweeden graad ; ook openende , afva- l l b ' ^" b ' 
gende, en door naren zwaren reuk het Hoofd Lome. 'lx. 
bezwarende. c. 26*. 

Word niet alleen gebruykt tot dcBierbrotiwino,maair Tl " u l ' lu 
ook teegens verfchcydene gebrceken, veroorzaakt door p^V /„yf. 
melancholij\ Bloed. Tl. c ;8. 

De jonge Scheut jens gegeetcn als een Salade, zijn iragusl *• 
aangenaam, goed, en gezond , voor alle oude Lieden, J^J'j ,, 
ook voor het gehccle Ingewand. Want ze verwek- c .i\. 
ken een zachte Stoelgang, en doen het water der Blaas tufit/m* 
fchieten. 1 2 - emrr '-- 

De zelve Scheut jens in Wijn gezoden , en daar van 
gedronken , ftrijd teegens allerley vergif: helpt de 
Wat er zucht igc, en de gecne die fchurfttg, of met an- 
dere onreynighceden der Huyd beladen zijn ; die een 
verflopte Borft , of de Geelzucht hebben. De zelve 
gekookte Scheut jens op de Milt gelegt , geneezen de 
Milt-gebreeken. 

De Bladeren, jonge Scheut jens , en de Bel-bloemen 
in Wijn gekookt, en daar van een Rocmertje 's mor- 
gens nuchteren gedronken, opend de verfiopthcyd der 
Leever , Milt en Nieren : zuy verd het Bloed , en is 
goed voor langdurende Koortzen. 

Het uytgcparitte Zap met Zuyker tot een Syroop Lob fl 1. 11 
gekookt, is goed teegens de Geelzucht ; hitzig Bloed, f oL 7J -1 * 
galachtige, en ook andere Koortzen. Opend de ver- 
flopping van het Ingewand. 

Een halve Drachma van het gepulvcrifècrde Zaad 
met Wijn ingenomen , drijft het water van de Blaas 
voort : doed der Vrouwen Maandflonden voortkomen, 
en dood de Wormen. 




CCCXVIII HOOFDSTUK. 

P E E P E R. 

Us genoemd in het Neederlandjch , Vier on- 
in het Latijn Piper : waar van in In- , crlc ']^" 
1 • • 1 •• 1 e 1 dene loor» 

dien vier bijzondere foorten worden ge- tcn , 

vonden ; meefr. al te zaam verfchillen- 
de in hare gedaante, en ftellingderS/.r- 
deren ; te weeten : 
I. Piper longum , of lange Peeper ; welke al- 
leen aan zijn Steelt je groeyd. II. Piper ^thiopi- 
cum , of Peeper uyt Moorenland , welke fros-wijze te 
zamen hangd. III. Piper album, of witte Peeper, 
gehouden voor de befte van alle. IV. Piper nigrum, Der zelve* 
of onze gemeene zwarte Peeper ; welkers gedaante in de "amen. 
bij gaande Figuur na 't leeven is afgeteekend. Word 
op het Hoogdnytfch geheeten Ppefper ; in het Franfch 
Poivre : m 't Italiaanfch PePe, of Pevere nero: in 't 
Arabifch Fulfel of Filfil. Van de Malabaren Mo- 
lang a: van de andere Indianen Lada, Meriche , en 
MoROis;doch de langePcepcr PiMPiLUMof Pepilim. 

Zij ' 



Hoe ze 

walt 



Wortel. 



rca 



Vruchten. 



of oneffen ; van binnen gevuld mee een wit Marg : 
waar uyc ter zijden verfchcydene Zijde-takjens voort- 
komen; en aan de zelve fchoone Z?W"w, doorgaans 
Gcdamte drie en drie bij malkander gevoegd. In gedaante zijn ze 
en Helling dj e van onze gemeene Peereboomen niet zeer ongelijk ; 
der lilade- ^ en vicr v i n g cr brecd lang; twee en derde halve vin- 
gerbreed ; in 't midden alderbrecdft, doch voor in een 
kort punt eyndigende : aan de randen effen en flegt ; 
hard tn ftijf van aart; boven donker-groen-verwig en 
blinkende, onder blecker: in 't midden voorzien met 
een regt-doorgaande groote Ader; uyt welke veel an^ 
dcre vloeyen , door 't gehcele Blad lopende. Ruften 
op korte Steden. In de Mond geknauwd wordende* 
vallenze wat bijtende van aart; doch geeven een aange- 
name geur van zich. 

Uyt de voorfte punten, ook wel ter zijden van de 
voornaamftc Stede», ziet men voorrfpruyten de Vruch- 
ten, of Peeper-troffen , zonder Bloemen. Zijn een vin- 
ger , wat meer of minder lang ; neerwaarts-hangende; 
niet zeer dik; voor fpits toegaande. Beftaan uyt der- 
tig , veertig , ook wel vijftig ronde Korlcn. Blijven 
groen, tot datzc eyndelijk in haar zclvcn droogen; ver- 
volgens bruyn , en daar na zwart worden. 

Als men dit Zaad op zijnen tijd de aarde bevceld, 
ziet men het binnen weynigc dagen te voorfchijn ko- 
men. Alleenlijk hier door kan dceze Plant aangewon- 
nen ; vermcenigvuldigd , en eeuwigdurend gemaakt 
worden. 

KRACHTEN. 

DE Peeper is verwarmende en verdrogende van 
aart, rot in 't laatfte van den derden graad; ook 
doordringende, dunmakende, verdeden de, ope- 
nende, en een weynig tot zich trekkende. 

Verdrijft de Winden; droogd op alle vochtigheeden : 



II. FloRE rubro simplicï, met een 

VARIEGATO SIM- 

IV. Flore RU- 



ir^mmrw Bollenen Bloemen, III Boek, 734 
733 Beschryving der Kruyden, & 

Zij waft uyt eygener aart gelijk .onze Hop; zich win* 
dendeom een ftok of boom, bij wclkeze gezayd of 
geplant word; zou anders langs de aarde neer kruypen, 
vermitsze zich van zelfs niet kan oprechten. Hoe ze 
ouder word, hoe ze meerder Vruchten draagd. 

Geeft ieder jaar uyt hare bruyn-verwige , Korte , 
niet diep in de aarde fchictende Wortel nieuwe Steden; 
zijnde rond, Gras-groen; gemeenclijk wat Knobbelig, 



Aanwin- 
ning. 



Aart der 
Pecpcr, 



en ge- 

Gcnccs- 1 venvarrr| d en verfterkt de Maag : verwekt eetensluft ; 

middelen, neemt wech de dttyfterheyd van 't Gezicht : eenige da- 
gen achter malkander 's morgens nuchteren drie ge- 
hcele Korlen ingenomen, is goed voor de Water duch- 
tige ; teegens vergif; en neemt wech de Tandpijn, als 
men ze in Water kookt, en 't zelve, noch warm, in 
de Mond houd. 



CCCXIX HOOFDSTUK. 



Namen. 




NETTE. 



N het Neederlandfch niet alleen dus , 
maar ook Christus Ooge genoemd: 
in het Latijn Lychnis , Oculus 
Christi , of Cceli Rosa : in het 
Hoogduytfch Frauwen Roselein , 

HlMMELS ROSELEIN , ofookWl- 

derstosz: in het Franfch Oeilletes, of Oeille- 

tes de Dieu: in 't Italiaanfch Lichkide. 

Verander-, Hier van zijn mij in haren aart veele fchoone, veran- 

Ljkc foor. derlijke foorten bekend geworden ; van welke wij hier 

(wijl ze niet alle van de zelve Bouwing en Wtarneeming 

2ijn) een weynig in 't bijzonder zullen fpreeken. 

Eerfte I. Lychnis coronaria, ofjenette, is voortijds 

Serie? 8CbrUykt g cwo "fen, om daar mee Kranfen en Kroonen 

n J te vercieren. Hier van ziin mii viif h'mnr 



flag. 



zijn mij vijf bijzondere foorten 
bekend, namentlijk: I. Lychnis coronaria flore 
albo simplicï , of Kroon- Jenette met een witte 



enkele Bloem. 

roode enkele Bloem. III. Flore 
pl 1 c 1 , met een bonte enkele Bloem. 
bro pleno, meteenroode dubbele Bloem. V. Flo- 
re albo pleno , of met een witte dubbele Bloem. 

Al te zamen beminnen ze een goede, gemeene, zan- Wat VOoT 
dige aarde, voorzien met een weynige twee-jange -" aard, 
Paerdemift; en matige vochtigheyd , inzonderheyd n ^ ra *- 
in de Herffl en Wintertijd: een opene, wclgeleegene 
plaats. Verdragen tamelijk wel de koude en andere 
oneeleegentheeden der Winter. Geeven m 't tweede 
jaar volkomen Zaad; en blijven zelden langer dan drie 
of vicr jaren in 't leeven. 

Het Lychnis coronaria flore pleno AL-Kroon- 
bo , et rubro, of Kroon-Jcnctte met een witte en Jcnette 
roode dubbele Bloem , geeven noyt eenig rijp Zaad. ™jj£ cn e 
Konnen echter aangewonnen worden door jonge Scheut-- met e J Q 
jens, Wortelen gekrecgen hebbende , 't zij van zelfs , roode 
of 't zij een weynig ingefneeden , gelijk men de Ange- j^ be,e 
lieren doed. Met een wallende Maan van April neemt oem * 
men ze voorzichtig van de oude af, en men verplantze, 
of in de aarde , of in Potten , om 's Winters binnens 
huys te konnen bewaren , op een luchtige plaats, on- 
derhouden met weynig vochtigheyd. 

Is iemand begeerig, om uyt enkele Bloemen dubbele Hoc men 
te winnen , die nceme een cen-jarige /'/<?;;/ , en fnijde bij j^?"^ ' ' 
tijds daar van af alle uytgcfprotcne Scheuten , zoo Bloemen 
dat'er maar eenc, uyt het midden van 't Hert voortko- kan win- 
mende, blijve , en daar aan niet meer dan een eenige UCD * 
boven uytfteekcnde Bloem gelaten worde. Hier van 
Zaad gewonnen hebbende, zaay hij het zelve niet diep 
in een Pot , met een volle Maan van April. Als het 
ruym een vingerlid hoog opgefchoten is, vcrplantte hij 
't opgekomene met een volle Maan in de aarde; en nee- 
me daarvan, op de vorige wijze, al deZijdetal^en wech; 
zoo zal hij ten langften op 't vierde jaar zeer fchoone 
dubbele 'Bloemen zien. 

II. Lychnis byzantina, anders ook in 't Latijn Tweede 

FLOS CONSTANTINOPOLITANUS , of HlEROSOLY-*° or !i cn 

mitanus, word in 't Neederlandfch geheeten Bloem J^" ercy 
van Constanti no polen ; en in 't Hoogduytfch Je- 
rusalems-blum. Hier van zijn mij bekend vier 
onderfcheydene foorten ; teweeten: I. Lychnis by- 
zantina flóre MINIATO pleno, of dubbele Menie- 
roode Bloem van Conftantinopden. II. Flore Mi- 
niato simplicï, met een enkele Menie-roode Bloem. 
III. Flore albo simplicï , met een enkele witte 
Bloem. IV. Variegato simplicï, of met een bonte 
enkele Bloem. 

Zij beminnen al te zamen een goede, luchtige, zan-^ ron ^' 
dige grond , met twee-jarige Paerdemift genoegzaam 
voorzien: een warme, vrije, en wel ter Zon geleegcne 
plaats. Verdragen veel Reegen , fterke koude, en meer 
andere ongeleegentheeden des tijds. Geeven , bij goe- 
de drooge Zomers , volkomen rijp Zaad , behalven Zaad. 
die met dubbele Bloemen. Blijven lange jaren in 't lee- 
ven ; en worden bequaamlijk aangewonnen, niet alleen Aanwin- 
door het gedachte Zaad , 't welk met een walTende "'"g- 
Maan van April of May , ter diepte van een ftroo- 
brced, in de aarde gclegt moet zijn; maar ook door 
aangegroeyde jonge Scheut jens , die men met een 
toeneemende Aprilfche Maan van de oude afneemt en 
verplant. 

III. Lychnis sylvestris is van zesderley foor- wilde Je. 
ten. I. flore simplicï rubro, of wilde Jenette ^^ 
met een enkeleroode Bloem. II. Flore simplicï albo, £;£„ƒ 
met een enkele witte Bloem. III. Flore simplicï Grond. 
pallido, met een enkele bleeke Bloem. IV. Flore 

albo pleno, met een witte dubbele Bloem. V. Flo- 
RE rubro pi.eno, met een roode dubbele Bloem; ge- 
noemd Lychnis odontitis , of Ocimastrum. 
VI. Sylvestris flore albo Lusitanica, of wil- 
de Portugalfche Jenette met een witte Bloem. 

Dceze beminnen de boven gemelde grond; de zelve 

plaats, 



Foi :^o. 




A^ORICAKITIS 



/ 



'35 



Jenütte. Majoraan. 



plaats , en niet te veel vochtigheyd.. Blijven eenige 
jaren lang in 't leeven , en gecven volkomen rijp Zaad; 
't welk met een volle Maan van Macrt of -April , niet diep 
gelegt, de aarde moet aanbevolen zijn ; want alleen hier 
door konnen ze vermeenigvuldigd worden ; behalvcn 
Zaad. die met dubbele Bloemen , welke noyt ecnig Zaad 
voortbrengen. Echter worden ze aangewonnen door 
hare jonge, noch geen Bloem gefchoten hebbende Tak- 

Aanwin- i cm: we ^ e > ' f z 'j aan narc 'Pl**t gelaten , ten halven 
ning. ingefneeden , en met aarde bedekt zijnde ; of in de 
Maand May met een volle» of noch waffende Maan af- 
gebrooken ( niet afgefneeden ) , in een Pot geftoken ', 
zes wecken lang buyten de Zon gezet op een donkere 
plaats, en met Reegen water dikmaal begoten, genoeg- 
zaam Wortelen bekomen. 
Wolachti- IV. Lychnis tomentosa marina, of Wol- 
ge Zee- achtige Zce-Jenettc , krijgd in deeze Landen noch 
Jcncttc. Bloem noch Zaad. Bemind de gcmeldde grond , de 
zelve plaats, en niet te veel vochtigheyd. Verdraagd 
tamelijk-wel de koude der Winter. Blijft eenige jaren 
in 't leeven j en word alleenlijk ve rmeenigvuldigd door 
hare aangegroeyde Wortelen. 
Nochan- V. Het Lychnis secunda , tertia, sexta 
dere foor- ET OCTAVA clusii, of de tweede, derde, zefde 
ten van en agtfle foort der Jenetten , befchreeven op het 289. 
jene en. 2 ^ Q> ^^ ^ rarg Planten van de zeer geleerde Heer 
Carolus Clusius t delgelijks Lychnis pusil- 
la Cretica , of kfeyne Jenette van Candia : Se- 

GETUM LUSITANICA FLORE RUBRO PULCHRO , 
of Portugalfche Jenette in 't Koorn waffende met een 
fchoone roodc Bloem : Lusitanica flore rubel- 

LO FOLLICOLO ROTUNDO STIPATO , of PortUgal- 
fche yenettc met een roodachtige Bloem, en een rond- 
ingcdrongene di%e .Zaadknop ; Lusitanica. flore 
Coccineo elegantissimOj of Portugalfche Jenct- 
te met een trefijke fcharlakene Bloem-, en Lychnis 
HIRSUTa M I n IM A Lobeli i , of kkyne rujge Jenette, 
van de beroemde Heer Matthias de Lob el aan- 
geteekend, beminnen de zelve aarde , en weynig Wa- 
ter. Blijven niet meer dan eene Zomer in 't leeven. 
Geeven, bij goede jaren , tcegens de Winter gemecne- 
Zaad. lijk rijp Zaad, inzonderheyd als ze warm, of in Potten 
gcfteld zijn ; en vergaan daar mee. Moeten derhalven 
ieder Voorjaar weer op nieuws , niet diep , gezayd 
Aanwin- v/orden. Opgekomen zijnde, mag men ze, ter oor- 
ning. zaak van hare teederheyd , niet opnecmen , of verplan- 
ten. Zie hier bij na de Hoofdflnk^en van Vl i egen et, 
en Vaccaria. 
Smivel- ^ et Lychnis fruticescens Myrti folia, 
Jenette, of Struvel- Jenette met Bladeren van Myrtus , is van 
met Bla- ce n teedere aart. Kan de koude der Winter niet ver- 
Myrtus! an ^ ra S cn ' Moet derhalven , in een Pot geplant zijn- 
de , binnens huys worden gebragt , op cen luchtige 
plaats , en daar , zoo lang de Winter duurd , droog 
gehouden zijn : zou anders lichtelijk befchimmclcn en 
verrotten. 

KRACHTEN. 



736 



Durantes 
lil. Herb. 
fol. Xf6. 



Gal l. 7. 
Simp.MeJ. 
JEgm. I. 7. 

Diofc. l.$. 
c. 114. 



DE Bladeren van Jenette , of Lychnis , gefto- 
.ten , erf op de quet zuren van Beenen en Voe- 
ten ; ook op oude Zweeren gelegt , geneezen 
de zelve. 

Twee Drachmen van 't geftotenc Zaad ( zijnde heet 
en droog tot in den tweeden graad) met Wijn inge- 
nomen, jaagd uyt de galachtige vochten; en genceft de 
geene, welke van Scorpiosnen, of andere giftige Dieren 
geftoken zijn. 



CCCXX HOOFDSTUK. 




MAJORAAN. 

En aangename, welriekende, zeer Namen, 
begeerde en bekende PUnt , word 
in het Neederlandfch niet alleen dus 
maar ook Mariolein genoemd - 
in het Latijn Majorana : in het 
Hoogduytfch Majoran , óf ook 
Meyran: in het Franfch Mar iole ine ; en in het 
Italiaanfch Maggiorana; of ook Amaraco. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend vijf onder- vijf on : 
fcheydene foorten ; namentlijk: dcrilhey- 

I. Majorana nobilis annua , of Eedele dcnc foor -- 
Mariolein, maar eene Zomer durende. II. Nobilis 
perpetua, of eedele Mariolein , welke eenige jaren 
lang in flaat blijft. III. Anglica perennis , of 
Engelfche Mariolein, altijd durende. IV. Majora- 
Na arborescens, of flrnvcllige Mariolein. V. Ma- 
jorana origanitis Lusitanica, of Portugal- 
fche Majoraan, riekende als Orege. Niet alle zijn ze 
van de Zelve Bouwing en Waarneeming. 

Ecvenwel beminnen ze al te zamen een goede, ge- Grond, 
meene, zandige , en met twec-jarïgc Paerdcmift wei- 
voorziene grond : eenopene, warme, vrije, bequaam 
ter Zon geleegene plaats, en tamelijk veel Reegen. 

Het Majorana nobilis annua , of eedele Eedele 
Mariolein , ieder jaar vergaande, geeft in deeze Lan- Mario '- 
den noyt eenig rijp Zaad. Is zeer teedcr van aart ; <£„ j a ™ **' 
en vergaat met de aankomft van de Winter. Moet durende, 
derhalven ieder Voorjaar weer aange^vonnen worden 
door Zaad , uyt heete Geweften overgezonden , en 
in de aarde gelegt met een waffende Maan van May. 

De Majorana nobilis perpetua , of <&De\vinter 
Winter overblijvende eedele Major aan, wil geernc ge- overb,I J- 
zet zijn op cen zeer warme plaats , befchut voor alle Jowanf^ 
koude Oofle- en Noorde-winden. Dus blijft ze op het 
langfte drie jaren leevendig ; maar krijgd gantfchelijk 
geen Zaad. 

De Majorana Anglica perennis, of altijd- Altijd du- 
durende Engelfche Mariolein , is hard van aart ; aller- ren( *e En * 
ley ongeleegcntheeden der Winter zonder eenige fcha- fj ioki,, 
de verdragende. Word van naturen zeer oud; en qceft 
bij goede heete Zomers (gelijk die der jaren 1652. 
166 j. 1669. zijn geweeft) volkomen rijp Zaad, maar 
anders niet in deeze Geweften. Het zelve moet in de 
Maand May, met een wafTende Maan , niet boven een 
ftroobreed diep, op een warme plaats worden gezayd. 
Hier door kan deeze foort vermeenigvuldigd worden ; 
en dan ook noch door hare aangegroeyde jonge Worte- 
len ; welke men met een wadende Maan van Macrt of 
uipril van de oude afneemt, en verplanü. 

De Majorana Origanitis Lusitanica» Mariolein 
of Mariolein uyt Portugal, riekende als Orege, is van u >' c Por : 
een teedere aart. Kan Sneeuw , Vorfi , en andere on- J."^ 2$" 
geleegenthceden der Winter gantfchelijk niet verdra- Orege. 
gen. Moet derhalven, in cen Pot gcfteld, 's Winters 
binnens huys worden gebragt , op cen luchtige plaats , 
waar in niet anders als bij vriezend Weer word ge- 
vuurd ; en gedurende dien gcheelen tijd onderhouden 
met flegts een weynig lauw-gemaakt Reegen water, van 
boven daar op gegoten. Bij tijds, met goede dagen, 
moet men ze weer buyten zetten , doch wel dekken 
voor koude nagten en fchrale winden. 

De Majorana arborescens, of Mariolein Marjolein; 
opfehietende tot een kleyn Boomt je , ter hoogte van een tcnde'cöt 
voet, of wat meer, is, gelijk de vorige , van een tee- een kleyn 
dere natuur. Moet ter dier oorzaak, in een Pot ge- Boomtje. 
plant, en 's Winters voor veel Water (gelijk ook in den 
Herffl) gewacht, binnens huys bewaard, en gezet zijn 
op een luchtige plaats , waar in niet als bij vriezend 
Weer word gevuurd. Niet voor in 't begin van April, 
Aaa of 



Steden. 



73 ; Beschryving DER 

of" wat later, magmenze weer buyten brengen ; maar 
tZmk hl S cnoeg Z? amdekken MrW 
^en/W^. Zubufteen^ejarenin t leeven, 
indien men hare Bloemen dikmaal alfnijd. 

Geeft uyt hare Wortel, of boven de aarde, verfchey- 
dene vierkante licht-bruyne Steelt jens; welke men moet 
wcchnecmen , en niet meer als eene laten blijven om 
dies te bequamer tot de gcftalte van een Boomtje te kon- 
Bfadcrt- ncn gebragt worden. Waar aan dan voortkomen klev- 
fet ne ronde Bladertjens, ™™ ^ twee teegens malkander 
« ook over ; -onder bekleed met een grijswitte wolligheyd ; 
felTzon- doorgaans toegevouwen , en ruftende op korte Steelt- 
Jer Zaïï &. Tuflctö welke uytfpruyten , kleyne witte >knop- 
W en in 't bovenfte der Z%» kleyne witte Bloemt- 
jens, uyt grys-vvitte ruyge Knoppen. .. 

In decze Landen komt'cr noyt cenig rijp ZW var 



in dit 
Land. 



Aanwin- 
ning. 



D0J.I.9. 

Cl. 



Echter kan decze foort genoegzaam Aangewonnen en 1 wr- 
meenhvuldigd worden door hare bij de Wr/r/ of bo- 
ven de aarde uytfchietcnde;'^ £*<*™> ingefneeden , 
of van zelfs geworteld zijnde. Met een wallende Maan 
van sJpril of Maj moet menze van de oude fcheydcn,cn 
in andere Potten verplantten. 

KRACHTEN. 

MAriolcin , of Majorana , is verwarmende en 
verdrogende van aart tot in den tweeden graad; 
ook openende, verdunnende, verfterkende, en 
fijn van dcclen; van elk zeer bemind, en in fpijzen ge- 
bruykr, weegens de goede geur. 
- ... In Wijn gekookt , en daar van gedronken, of het 
Swj.'c'.ii. uytgeparftte Zap , of ook 't Toeder der Bladeren, met 
n)ofc\.\. Wijn ingenomen , verteerd alle koude gebreeken des 
'•47- Hoof ds: verwekt de Maand/tonden: jaagd uyt het wa- 

Shnpteap'. t£r van de Blaas ' cn alle andcre w* terachti g vochtig- 

a86. ' heeden. Genceft alle ongeleegenthecden des Ligchaams, 

Maith.l.i, veroorzaakt door koude. Is goed voor een eerft aan- 

c " i °' gekoméhe Waterzucht,- de Koudepis; en voor blauw- 

gejlagene of geftotene pielden , daar mee geftreeken ; 

doed het geronnene Bloed fcheyden : verfterkt het In- 

gewand y de Harffenen , en de Maag : drijft uyt de 

Winden, en is dienftig in de vallende Ziekte ; ook voor 

de Leever en Milt. 

Major aan gedroogd, gepulverifeert , of het uytge- 

parftte Zap in de Neus op-gefnuift,doed niezen; neemt 

MetiiMed. wecn ^ e verflopping des Hoof ds, cn reynigd de Harffe- 

Lobel. 1. 1. nen van alle flijmerige vochtigheyd. Op de voort eet en- 

fel. ƒ38. de zweeringen gelegt, doed de zelve verminderen. Met 

wat Zouten Edik vermengt, dangclcgt op de beetenen 

fteeken der giftige Dieren, genceft de zelve. 

De Oly, van decze Plant gediftil leert, met Vet van 
een Haas, en een wcynig Mufcus, de barende Vrouwen 
ingegeeven, bevorderd zeer haren arbeyd. Is defgelijks 
goed teegens al de genoemde gebreeken. 



Ctmerar. 
/. 3 . f .4i. 
Fern. I. f . 



CCCXXI HOOFDSTUK. 

T H Y M I A E N. 



Kruyben, Bollen en Bloemen , III Boek , 73 8 

Tbymiaen V. Angustifolïus auReus , of met 
fmallegeele, gelijk als Goudene Bladeren VI. Thy- 
mus latifoliüs ARGENteus , or Thymiaen met 
breede en witte gelijk ais Zilvere Bladeren. Niet alle 
zijn ze van de zelve Bouwing en Waarneming. 

Al te zamen ccvenwel beminnen ze uyt eygener aart 
een poede, gemcene , zandige aarde, met flegts een 
weynio twee-jarige Paerdemift vermengt ; vermits ze 
gcenzins veel vcttighcyd konnen verdragen ; een war- 
me, luchtige, wel ter Zon gcleegene plaats , en veel 
Water. Blijven ecnigc jaren in 't leeven. Konnen ta- 
melijk wel fterke koude, en alle andere ongeleegenthee- 
den der Winter uytftaan. Krijgen ook dikmaal bij goe- 
de Zomers volkomen Zaad; 't welk met een waffendc 
Maan van May een ftroobreed diep de aarde word aan- 
bevolen. 

Hier door konnen ze bequamelijk worden vermce- 
nigvuldigd : doch veel beeter , volgens mijn oordeel , 
door hare van zelfs Wortel gefchoten hebbende Takjens; 
waar ontrent decze wijze ftaat te volgen. 

Graaf, t'elkens om het tweede of derde jaar , uwe 
Planten uyt de aarde , met een waffende Maan van 
Maert. Verdeel ze van malkander, na gelecgentheyd 
harer grootte; en zet ze terftond weer in een varfch- 
omgefmeetcne grond, met de genoemde Mift een wey- 
nig voorzien ; zoo diep , dat'er alleenlijk de bovenfte 
groene toppen komen uyt te fteeken. Dus fchietenze 
veelvoudige Wortelen, en worden overvloedig vermeer- 
derd ; want ieder Steelt je krijgt in 't bijzonder Worte- 
len. Het voorgemeldde Zaad komt veeltijds , zonder 
gezayd te worden , uyt het neergevallene van zelfs ge- 
noeg op. 

Het Thymus Creticus, of Thymiaen van Can- 
dia, enMARiNUS Lusitanicus, of Zee-Thymiaen 
uyt Portugal, zijn van een teederder aart. Geeven in 
deeze koude Geweften geen volkomen Zaad. Kon- 
nen ook, buyten ftaande, de Winter-vorfi op geencrley 
wijze verdragen ; maar worden fchielijk door de zelve 
wechgenomen. Moeten derhalven , in Potten geplant, 
in Oclober binnens huys worden gefteld op een luchti- 
ge, geen warme plaats; en gedurende de geheele Win- 
ter met flegts een weynig vochtigheyd van boven voor- 
zien zijn. In 't laatfte van Maert, of begin van April, 
na tijds gelecgentheyd , moet men ze met een zach- 
te Reegen weer buyten brengen , en zeer warm zet- 
ten. 

Het Thymus latifoliüs argenteus , of 
breed-bladerig verzilverd Thymiaen, cn angustifo- 
lius auReus, of fmal-geb lader d verguld Thymiaen 
ziet men met'er tijd zijne fchoonheyd verliezen , eneyn- 
delijk geheel groen worden. Doch lichtelijk kan men 
dit voorkomen , wanneer men altijd de fchoonfie en 
bont/Ie Talken inlegt ; daar na , Wortelen verkreegen 
hebbende, op de alreeds genoemde tijd verplant. Maar 
niet in May , gelijk veele doen. Want vermits dan 
gemeenelijk drooger Wéér cn grooter hitte is, zoo ziet 
men, dat het meefte-deel der zelver gantfchelijk ver- 
gaat. Men kan hier bij na zien het Hoofdfluk^ waar 
in gehandeld word van de wilde Thymus. 



Grond. 



Zaad.' 



Aanwin- 
ningi 



hoe de" 
zelve beft 
kan ge- 

lchicdea. 



Thymiaan 
van Can- 
dien: en 
Zee-Thy- 
miaan uyt 
Portugal. 



Breed-bla- 
derig ver- 
zilverd; en 
fmal-bla- 
derig ver- 
guld Thy- 
miaau. 



Namen. 




Zes bij- 
zondere 
foorten. 



»F anders korter van de Neederlanders 
genoemd Thym , word in het La- 
tijn gcheetcn Thymus, of Thy- 
M'-m: in het Hoogduytfch Welsch 

,QUENDEL , of Ook THYMIAN J 

in het Franfch Thym : in het Ita- 
liaan fch Th 1 mo. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend zes bijzondere 
foortcn ; te weeten : 

I. Thymus vur garis latifoliüs, ofgemee- 
ve breed-bladerige Thymiaen. IL Vulgaris an- 
gustifolius , ofgemeene Thymiaen met [malle Bla- 
deren. III. Cretica , of Thymiaen uyt Candia. 
IV. Marinus Lusitanicus, oï Portugal fche Zee- 



KRACHTEN. 

THymiaan , of Thymus , is verdrogende en verwar- Ga{ - l - & 
mende in den derden graad ; ook doorfnijdende sim l' 
en afvagende van aart. 
In Wijn gezoden , en daar van met wat Zuyker ge- Serap. M>: 
dronken , is goed voor de Engborftigheyd : opend de sim h ca t' 
verftoptheyd van het Ingovand: verwekt het water van JJ^j, J. 
de Blaas, ook de Maandflonden ; zuyverd de irnvendi- c.44. 
ge deelen: doed de Vrucht voortkomen; jaagt uyt dc Tra S- 1 - 1 * 
Nageboorte; de Wormen, en alle flijmerige vochtig- 0, I2> 
heeden. Maakt een klaar Gezicht , als men'er dik- 
maal de Oogen mcê bet. Verfterkt de Maag, en 
het geheele Ingewand. Is "dienftig voor de zwaar- 
moedige 




Vier on- 
derfchcy- 
dene foor- 
ten* 



Grond. 



739 TrIYMlAEN* £ 

ftioedige Van Öeefti Verdrijft de Winden, en ftrijd 
teegens het vergif. Is voor elk , in fpijzen gebruykt; 
zeer aangenaam. 
■Durantts Dit Kruyd gedroogd, gepulverizcert , en daar van 
hifi. Plant, drie Drachmen met wat Zout en Oxymel ingeno- 
J° l ' *W' men -, drijft uyt het Ligchaam alle nue Fluymen , en 
heète , bijtende , Galachtige vochtigheyd ', ook de on- 
reynighcyd des Bloedt. 
Terncl.l.6. Thymiaen 'm Wijn gekookt, met Garftenmecl ver- 
Meth.Med. mengt, en daar van een plaafter gemaakt , verdrijft de 
fmerten van het Sciatica, of dé Heup-jigt; van de Moe- 
der ; en de Buyk^rimping , daar op gclegt. 



CCCXXII HOOFDSTUK. 

P O L E Y E. 

l^f5j^^|y|jg,Us in het Kteederlandfch , maar ook 
van zommige Pulbye genoemd, ge- 
lijk ook zoo in het Hoogduytfch. In 
het Latijn Pulegium , of Pul- 
léjum , om dat het, door haren reuk, 
de Vlooyen niet alleen verdrijft , maat 
bok doodt, volgens 't bericht vanLoBEL. In 't Franfch 
Pouliot; en in 't Italiaanfch Pulegio. 

Hier vah zijn mij in haren aart bekend vier ondcr- 
fchcydene föörteh ; namèntlijk i 

I. Pulegium vulgare, öf gemeene Poley, óok 
geheeten regiuM , of de Koninglijke. II. Cervi- 
NUM, of Harten-P oley. IIÏ. Sylvestrej of 'wilde 
Poley. IV. Pulegium Lusitanicum, of Portu- 
galfche Poley, Niet alle zijn ze van de zelve Bouiving en 
Waarnècfning. 

Zij beminnen echter al té zamen een goede , gemee- 
ne, zandigé , eri met twee-jarigé Paerdcmift tamelijk 
voorziene grond : ook van naturen veel vochtigheyd , 
of eert waterachtige aarde : eén operiëj Vrije * en wel- 
geleegene plaats. Ceeven in onze Landen, bij goede, 
warme Zomers, zomtijds volkomen rijp Zaad. Ver- 
dragen felle Vorfl en andere ongeleegentheeden der Win- 
ter zonder grOote fchade. 

Het Pulegium cêrvinum , of Harten-P oley , 
geeft in deeze Geweften noyt eenige 'Bloemen of Zaad. 

Het Pulegium Lusitanicum, of Portugalfche 
Poley , in onze Landen warm gezet , brengt volkö- 
men rijp Zaad voort. Is de teedérfte foort van alle. 
Verdraagt óngeerne veel koude Herfflreegchen, Winden 
óf eenige harde Vorfl. Moet derhalven , in een Pot 
geplant of gezayd zijnde, in Oüober binnens huys wor- 
den gebragt; op een luchtige plaats, zonder eenige vuur- 
Warmte (vermits die haar fchadelijkcr is als de Vorfl ) 
bewaard, en gedurende dien tijd met zeer weynig Ree- 
genwater voorzien zijn:; anders zouden ze lichtelijk ver- 
rotten , en dus 't lecven verliezen. 

Deeze foort brengt bij ons aardige Bladeren voort, 
die vah het Pulegium Regium , of Koninglijke 
Poley, zeer gelijk. De grootfte zijn een vinger breed, 
en 't lid eencr vinger lang; doch achter aan hare korte 
Steelt jens op 't breedft« ; voor rondachtig-ftomp toe- 
gaande. Gemeènelijk (taan de randen aan beyde de 
zijden een weynig teegens malkander Getits-wijze op. 
Zijn wat ruyg van aart ; rondom aan de kanten met 
Korte Tandjens als gedaagd; donker-gröen van verwe ; 
doch onder bleeker : iri het midden voorzien met een 
regt-döorgaande Ader ; waar ttyc verfchcydene andere 
klcyne en fmalle ter zijden opwaarts voortfehieten. De 
reuk is zeer fterk en krachtig, het Hoofd een weynig be- 
zwarende. Zitten aan beyde de zijden van hare ronde, 
gemeènelijk na de aarde neerwaarts buygende , onder 
gtocn-verwigc , boven purpure*S7«/f»,en hangen door- 
gaans na beneederié 
Knopjcns. TufTchen welke, zoo wel ónder* én in het midden, 
als boven ,- veel teederder Steelt jens voorfchieten j niet 



Zaad. 



Hartcn- 
Poley. 

Portugal- 
fche Po- 
ley. 



Gedaante 
der Blade 
ren. 



Steden. 



y 



3óJi i. 9: 

C. Ij". 

Gal. H6. 6* 

Simf. MeJ. 
Apitlej. 
bijl. Pltintt 
c.yi. 
Buell. l.j. 
c. lö. 

Lome. l.ii 
c. 103. 



O L fe V E. Ö k E G E* J7 4a 

wel geheel rond, gelijk de andere, maar ontrent vier- 
kant; doch ook ruyg van aart j rondom begaaft met 
veele groene Knop jens boven malkander, neemende ha- 
ren oorfprong tufTchen de Bladert jens. In de Maanden Bloerat; 
Julius, Auguflus en September komen uyt de zelve de J cnS ' 
Bloemtjenste voorfchijn ; zijnde kleyn, bleek-blauw- 
verwig: beftaande uyt vier langwerpige , of ovaalswij- 
ze ronde en ruygc Bladenjens; hebbende in 't midden 
vier opftaandc bleek^verwigc draadjens, en daar op vier 
rondachtige, kleyne, ontrent purpurc Knop jens. Als zo 
vergaan zijn , laten ze in den He rffl achter (inzonderheyd 
op efcn warme plaats ftaandc.) een kleyn, bruyn , en 
ontrent rond Zaadje. 

Al deeze foorten konnen in deeze Geweften aange- Aanwint 
wonnen worden ; niet alleen door Zaad, 't welk met nin K« 
een waflende Maan van April niet diep in de aarde moet 
gclegt zijn; maar Ook door aangegroeyde en van zelfs 
Wortel gevat hebbende jonge voortkruy pende Schcut- 
jens ; die men In September of April met de genoemde 
Maan afneemt en verplant; 

KRACHTEN» 

POley i of Pulegium , is warm en droog tot in den 
derden graad; ook fijn van dccJcni 
De Bladeren gedroogt, gepulverifcert, en daar 
van met Wijn ingenomen; of groen in Wijn gekookt, 
en daar van gedronken, verwekt de Maandjionden : zuy - 
verd de 'Borjl van alle Fluymen ; drijft uyt het water 
der Blaas , de doode Vrucht, de Gal, en het Graveel. 
Maakt een helder Gezwicht: is goed voor de Gefcheurd- 
heyd, de Miltzucht; helpt de Vrouwen 'm barensnood, 
des morgens en 's avonds gebruykt : zuy verd het Aan- 
gezicht} daar meê gewaffchen; ook het Bloed. Helpt 
de geene , die van giftige Dieren geftoken of gebecten 
zijn. Neemt wech de jeukerigheyd des Ligchaam s } daar 
mee beftreeken zijnde. Is daarenboven dienftig voof 
de Geel- en Waterzucht; defgelijks voor Long- en Lep- 
verzuchtiae Menfchen. Zuy verd de oude Zeeren ; ge- 
neert de blaauw-geflagene Leeden; ook de krimping en 
trekj<i»g der Zeenuwen. 

Het gedroogde Kruyd gefloten , met Garftenmceï 
vermengt , en op heete gezwellen gclegt , verzacht de 
pijn der zelve, en is goed voor de brand. 

Met Wafcn vermengt, tot een plaafter gemaakt, en 
zoo opgelegt , verdrijft alle Puyflen, Wratten, Over- 
gewaffen, en diergelijke ongeleegentheeden^ 



CCCXXIII HOOFDSTUK* 

O R E G E 

Iet alleen dus m her Neederlandfch , Naraëö; 
maar ook van zommige Grove Ma- 
jor aan genoemd. In het Latijn ge- 
heeten Origanum i in het Hoog- 
duytfch Wolgemuth, ofook Dost: 
in het Franfch Origan , of Ma- 
riolaine Bastarde ; en op het Italiaanfch O* 

RIGANO. 

Hier van zijn mij in haren aart ^///bijzondere ibor- Vijf bij-, 
ten bekend; namèntlijk: zondere 

I. Origanum verum Iteracleoticum, Jïve * 

HisPanicum, dat is, Spaan fche ± of opregte Orege j 
aldorbert voortkomende bij de Stad Heraclea. II. Vul- 
gare album, of gemeene Orege met een wittcBloemi 
III. Vulgare purpureum, of gemeene Orege met 
een pur pure Bloem* IV/ Vulgare f lor e rubi- 
cundo, öf gemeene Orege met een bloed-roode 'Bloem; 
V. Origanum tuberosum Ambricanum,- of . 
Americaanfche Orege met veele geknobbelde Wortelem 
Öp de laatft'c foott na zijn ze alle van de zelve Bonw'mg 
en W^fneeming. 

Aaa' S Zij 



Taehf.ljiJÏL 
Fl.c.16. ' 




Zud. 



niug. 



Amcri- 



741 BESCHRYVlNGDEIlKRtrTOIIN,B 

e™* Zi', beminnen een goede, gemeene, 200 wel ffeem- 

ne zandi-e, als andere, gemeftte, en ook ongerneft- 
^rondf êen opene , welgelecgene plaats; veelc en 
ook «éarfee vochtigheyd. Konncn felle Vorft , en al- 
Jcrlev andere ongeleegcntheedcn der Winter uytftaan. 
Blijven lange jaren in 't leeven j en gecven gemeenebjk 
jaarlijks rijp Zaad: 't welk met een waffcndeMaan van 
Mam of April de aarde, niet diep gclegt, bevolen 
zijnde, overvloedig voortkomt. Hier door konncn ze 
/«win- genoeg vermeenigvuldivd worden : en dan ook noch 
door hare aangegroeyde van zelfs wortelende jongen ; 
welke men met de genoemde Maan in April van de oude 
afneemt en verplant. 

Het Origanuw tuberosum Americanum, or 
caaQfchc Americaanfch Orege met geknobbelde Wortelen , van een 
Orcgemct aar(: j- e bevaJJijkc aanfehouwing , hangende bij rond- 
fddew'or- achtigc veelvoudige Knobbelen ahLeeden wonderlijk aan 
telen. malkander , waar uyt veelc Veezehvorteltjens voortfehie- 
ten , is teederder van aart dan al d'anderc. Bemind een 
^ foad • goede zandige aarde; met een weynig twce-jarigePaer- 
demift, en 't Mol der van binnen verdorvene Boomen 
doormengt: een warme, wel ter Zon geleegenc plaats, 
en tamelijk veel vochtigheyd. 
Stcclen. Blijft lange jaren in 't leeven. Geeft in ieder Voor- 
jaar uyt hare Wortel verfcheydene ronde Steelen, een, 
Bladeren. en ook wel anderhalve voet hoog; aan welke de Blade- 
ren weerzijds teegens malkander voortkomen; zijnde in 
grootte die van de gemeene Orege niet zeer ongelijk j 
blcek-rood van verwe ; rauw of fcharp in 't aanraken ; 
aan hare flegre randen gemccnelijk een weynig omge- 
kruld ; en inwendig voorzien met verfcheydene Adert- 
jens, uyt cene voortkomende. 
Bloemen. Uyt de bovenfte Toppen ziet men voortfehieten de 
Bloemen , aan roode Steelt jens neerwaarts hangende , 
gelijk Vtngerhoeden. Zijn langwerpig, rond, niet zeer 
dik. De verwe is als gemengt uyt rood en geel. In- 
wendig zijn ze begaaft met eenige roode Veezeltjens. 
Als ze eenige dagen open hebben geftaan, vallenze af, 
zonder in onze Gewefren eenig goed Zaad na te laten. 
Hoe in de Deeze foort kan geenzfns verdragen eenige koude 
^ r tc t r e Herfjlreegenen, fterkc Winden, of felle Varft. Word 
necmen. derhalven met een wadende Maan van April in een Pot 
gezayd , doch niet voor in het volgende jaar verplant. 
In 't begin van Ottober, wat eerder of later , na tijds 
geleegentheyd , binnens huys gezet , op een luchtige 
plaats, ontrent het Vcnfter, doch daar geene tochten 
of wind-zuy gingen zijn ; om daar de Zon , zoo lang 
het de koude van buyten cenigzins wil toelaten, te mo- 
gen genieten. Kan tamelijk wel de warmte des vuurs 
verdragen ; doch verre van den Oven. Gedurende 
deeze tijd moet men ze voorzien met een weynig lauw 
Reegenwatcr , liever van onder als van boven. Laat 
's Winters, wel zommige Steelen en Bladeren vallen ; 
maar behoud echter eenige groenheyd, met een aange- 
name roodheyd uyt den geelen aardig vermengt. Als 
de Vorft voorbij is, laat men haar de Lucht genieten »e- 
ïijk te voren : en word met een zachte Reegen in 't be- 
gin of ten halven van April weer buyten gebragt , 
doch wel gedekt en gewagt voor Sneeuwachtige voch- 
tigheyd , koude nagten , hayrige en fcbrale Oofte- of 
Noordov inden. 

Aanwin-- Zij word in deeze Gewcften alleenlijk aangewonnen 
mng. door hare aangegroeyde Wortel, met veele knobbelen 
( gelijk aheeds gezegt is ) leedens-wijze wonderlijk aan 
■malkander gefchakeld. Deeze word, met een waflTen- 
dc Maan in April, voorzichtig van de oude afgefchcy- 
den , en in een Pot verplant. 



ollen en Bloemen, III Boek, 741 



KRACHTEN. 



Galen. Hè. 
Simp.Med 
8. 



OXege, of Origanum, is verwarmende en ver- 
drogende tot in den derden graad ; ook door- 
lijdende en dunmakende van aart. In fpijzen 
gedaan , is aangenaam en gezond voor ieder. 



men 

de Winden , 

geene, welke 



In Wijn gekookt, en daar van gedronken , of de ge- Rafij h 
droogde Bladerea gepulverifeerr, en met Wijn ingeno- He. , 7 .' 
maakt eetensluft ; verfterkt de Maag ; Verdrijft 

ftrijd teegens alle vergif; helpt ook de ^rnr.tt, 
.. .. vergif in 't Ligchaam hebben gekreegenj $*>*. 
of van eenig giftig Dier geftoken of gebeeten zijn. 
Doed gemakkelijk Wateren j de Maandftonden voort- Dhfe. i h 
komen; drijft uyt de zwaarmoedige, galachtige Voch- ***** 
ten ; is dienftig voor de Waterzuchtige , en Schurft igc. 
Met Zuyker of Honig gebruykt, zuyvcrd de Longe, 
dcBorft, engeneeft de Hoeft, dikmaal genuttigt: de 
inwendige Breuken, of Gefcheurtheyd; ook de ver krom- 
pene ofverftuykte Leeden. 

Het uytgcparftte Zap van Orege is goed voor de Vfchf.h',fl t 
Huyg, zwelling der Amandelen, en alle inwendige ^ l0 ?- 
zweeringen van Mond en Keel. Het zelve door de S imp. c 'at. 
Neusgaten opgetrokken , zuyverd het Hoofd van alle 300. 
catharreuze Zinkingen, en fiuymige vochtigheyd. Doed S™f' ,/ö ' 
de geelheyd der O ogen , en Geelzucht vergaan. Met ' ' ( ' Mid ' 
Meikin de Ooren gegoten, verzacht de fmerten, ook 
het zuyzen en 1 uyt en der zelve. 

Orege verjaagt, door zijnen reuk, de Mieren. Het Camtrar. 
Poeder der Bladeren met Pek vermengt, en daar van een S' c ' * s ' 
plaaftcr gemaakt, opend, en doed rijpen de zwc ere n en 
Bloedvinnen. 

Een Drach'ma van het Zaad gcpulverifeert , en 's mor- 
gens , eenige dagen achter malkander , met Wijn inge- 
nomen , zuyverd de Moeder , en maakt de Vrouwen 
vruchtbaar. 

De Wortel van het Americaansche Orege is van Krachten 
naturen koud , te zamentrekkende , en een weynig bit- van 
ter van fmaak. 

Zes Drachmen daar van in een weynig Water ge- de Wortel 
kookt, en ingenomen, neemt wech de hitzigheyd van d" Ame- 
de Maag, en verfterkt de zelve. Is goed voor aller- ^ caanfche 
ley Gezwellen. Helpt en verfterkt de geene, welke met * ' 
de Teering zijn beladen. Een once daar van rauw ge- 
bruykt, geneeft alle foorten van Buykc en Blocdloop. 




CCCXXTV* HOOFDSTUK. 

B O K-O R E G E. 

En aardig en kleyn Geivas , word Naracn . 
metdeezen, en, mijns weetens, gee- 
nen anderen naam in 't Neederlandfch 
genoemd. In het Latijn geheeten 
Tracoriganum; en'm't Ifaliaanfih 
Tragorigano. 
Hier van zijn mij in haren aart bekend drie verander- Drie ver- 
lij ke foorten; teweeten: anderlijkc 

I. Tragoriganum Creticum latifolium, of foorten ' 
Bol^orege met breede Bladeren van Candia. II. Tra- 
goriganum HlSPANICUM ANGUSTIFOLIUM , of 
Spaan fche Boktor ege met fmalle Bladeren. III. Tra- 
goriganum perforatum cccRULEUM , of door- 
geboorde Bokzorege met een blauwe Bloem. Alle zijn ze 
van de zelve Bouwing en Waarneeming. 

Zij beminnen een zandige , "goede , gemeene aarde, Grond, 
meteen weynig twee-jarige kleyn-gewreevene Paerdc- 
-mift en 't Mol van verrotte Boombladeren doormengt : 
een opene, vrije Lucht, een zeer warme plaats, en niet 
te veel vochtigheyd. Gecven in deeze koude Gewc- 
ften Bloemen , maar geen volkomen rijp Zaad. Zijn Bloemen, 
tceder van aart, en blijven eenige jaren lang in 't lee- 
ven uyt cygener Natuur; doch in deeze Landen zel- 
den langer dan cene Zomer, vermits ze de ongcleccent- 
heyd der Herfjlreegenen, koude der Winter, en de on- 
natuurlijke hitte des vuurs (binnens huys ftaandc ) 
gantfeh niet verdragen konnen. Wat vlijt men ook 
aanwend om haar voor dit alles te bewaren , zoo blij- 
ven ze echter zeer zelden over. Konncn derhalven niet Ainwin . 
aangewonnen worden , als alleenlijk door nieuwe uyt „ing 

warme 



■FotjfS. 




LYSIMACHIA SPICATA PURPUREA,! (/FOLIO SUBROTUNDO,OCYMI FACIE. 



74? BoK-ÓHECE. VeMIUK. DüL- OF DoLAPPUL. GouÜENAPPEL. 744 



Doorge- 
boorde 
Bokorcge 
met blau- 
we Bloe- 
men. 



Bladeren. 



Bloemen. 



warme Landen onrfangen Zaad', 't welk men met een 
WafTende Maan van May niet diep in een Pot zayd, 
zonder 't opgekomene te verzetten. 

Het TrAGORIGaNTJM PERFORAflTM CCCRULÉUM) 

of doorgeboorde Bol^orege met blauwe Bloemen , fchict 
uyt zijn teeder, bmyn Worteltje 'm deeze Landen ruym 
een hand hoogte opwaarts , zich verdcelende in veele 
teedere, ronde, riryge en bruyn-verwige Takjens, ge- 
lijk de Thymiaen t aan welke de B lader tjens, ruftende 
op korte dunne St eelt jen s , op de wijze van Acacia , 
Scerpioidts , en diergclijkc, voortkomen , Zeeven , nee- 
gen i of meerder in getal; altijd twee en twee regt tee- 
gens over malkander gefield, en voor in een cyndigen- 
dc. Zijn fcharp, welriekende, als Thym. Geknauwd 
wordende , geeven ze van zich een geur gelijk de Kun. 
Zijn een weynig langwerpig, myg, bleek-^groen van 
verwet in 't midden voorzien met een klcyn Ruggetje, en 
rïlet veele ronde als doorgeboorde gaatjens , zeer aardig 
vercierd. Aan de randen zijn ze flegt ; echter begaaft met 
zulk een hayrige ruygheyd » dat ze gelijk als gekarteld 
fchijncn. Ook worden aan de Steelt jens noch meer andere 
gezien, niet zoo als deeze, maar als zonder Steelt jens daar 
uyt voortkomende; in 't ronde, vier, zes, of agtdigt op 
malkander te zaam gevoegd : daar na eenige langwer- 
pige, bleck-groene Blaas jens <, oCHuysjensy aan hetbo- 
venfte der Steeltjens, gelijk men aan het Clinopodium , 
of wilde Bafilicom , vind. Uyt welke voortfch'teten 
fchoonc , blauwe , vicrbladerige Blocmtjens. Deeze 
vergaan zijnde , laten , doch alleen in heete Zomers , 
een kleyn Zaad na, dat van de Major aan in verwe- en 
gedaante niet ongelijk. 

KRACHTEN. 

BOk^orege , ofTragoriganum , is verdrogende en ver* 
warmende tot in den derden graad ; ook een wey- 
nig te zamentrekkende van aait. 
Diofc.1.1. * n Wijn gezoden, en daar van 's morgens nuchte- 
c. 3;. ren gedronken , doed de Gal verminderen. Drijft Uyt 
het water der "Blaas, verfterkt de Maag',, en verwekt 
ectenslujl. Strijd teegen s liet vergif; doed der Vrou- 
wen Maandftonden voortkomen , en is -Zeer dienftig 
voor de. Milt- en Long^uchiige : defgelijks voor de 
Engborftigc, en voor den Hoeft, met wat Zuyker ver- 
mengt zijnde. 
Vurantes Met Garftenmecl gemengt, en op koude gezwellen 
Ub.Hcrb. gclcgt, maakt de zelve week, en doed ze verteeren. 

fol. 461. 

CCCXXV HOOFDSTUK. 

V E D E R I K. 



Zaad. 



JEgin. I. 7- 



Namen. 




Verfchcy- 
dene aar- 
dige en 
beziens- 
waardige 
foortenj 



Oerd deezen naam in 't Needer landfeh, 
of ook gezegt Wederik. In 't La- 
tijn gehecten LysiviAchia , na den 
Koning Lysimachus, Zoon van A- 
gathocles ; welke men zegt de eer- 
fte uytvinder van de krachten deezer 
Plant te zijn geweeft : in het Hoogduytfch Weyde- 
rich : in het Franfch Soucy d'eaü , Pellebos- 
se , en Couneillé : in het Italiaanfch Lisima- 
chia. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden 
verfcheydenc aardige en bezienswaardige foorten; na- 
mentlijk : 

I. Lysimachia cccrulea major spicata, of 
groote Veder il^, met een blauwe geayrde Bloem. IL Mi- 
nor spicata cccrulea, of klcync Vedcrikj, met een 
blauwe geayrde Bloem. III. Lutea major vera , 
of opregte groote Vederil^ met een geele Bloem ; ook 
Salicaria genoemd. IV. Lutea mïnor, of kley- 
ne Vederik^met een gecle Bloem. V. Lutea florê 
globose , of met een gcele ronde Bloem. VI. Ga- 



leRiculata, of Veder il^ met een blauwe geheim» 
de Bloem; ook Herba Judaica, of Jodenkruyo^ 
gehecten. VIL Siliqjjosa folio salicis, of Ve- 
derik^s mtt Veulen en Bladeren van Willïgeboomen; van 
zommige voor het Cham^enerium van Conradus 
Gesnerus gehouden, VIII. StlicmiosA sylvestris hier vöör- 
Major , of groote wilde gepeuldc Vederik. IX. Me- § cftcl . d toc 
dia sylvestris siliqposa, of middelbare wilde getal.' " '* 
Vederik^ met Peulen. X. SiliQjjosa minor sylves- 
tris , of kleyn e gcpeulde Veder ik. XI. Purpurpa 
spicata major, of groote Vederil^met een purpttre 
geayrde Bloem. XIL Minor spicata purpurea* 
of kjcyne Veder ikjnet een geayrde pur pur e "Bloem. XI II. 
Flore alijo, of Vederik, met een w'itte Bloem. XIV. 
Lysimaceïia Americana repens i of kruypènde 
Amertcaanfche Vederikj ook wel genoemd Lysima- 
chia siliqjjosa hirsuta magno floré > dat is * 
ruyge Veder il^met Peulen en groote Bloemen. Niet alle 
zijn ze van de zelve Bouwing en Waarneeming. 

Echter beminnen ze al te zamen een gemeene^ 2an- Grond, 
dige, welgemeftte grond t een vrije, luchtige, be- 
quaam-gelcegene plaats, en veel Water. Blijven meeft 
"lange jaren in 't lecven. Geeven dikmaal , inzondcr- 
"heyd bij goede Zomers , volkomen rijp Zaad. Kon- Zaad. 
nen, zonder eenige fchade, Hagel, Sneeuw , fcÏÏeVorft, 
en alle andere ongelccgentheeden der Winter verdra- 
gen. Worden aangewonnen , en vermecnigvuldivd , niet Aanwia- 
alleen door Zaad, 't welk met cen wafTende Maan van nin S 
Macrt, niet diep , in de aarde moet gelegt zijn; maar 
ook door hare aangegróeyde Wortelen , op de ge- 
noemde tijd, of in April, van de oude afgenomen -, 
en verplant. 

Het Lysimachia siliqjtosa major* media , Zaad en 

:mtnor , of groote , middelmatige , en kjeyne Vederik an . nivln - 
•7 J 1 1A J ri v ning der 

met Zaad-peulen; ook Americana repens, o\ krity- f 00 * ten 

pende Amcricaanfche Vederik^ blijven niet langer dah die maaf 
een jaar in 't leeven. Geeven teegens dè Winter volko- ? cr ] 3 aar 
men rijp Zaad, en vergaan daar mee. Door het neer- 
gevallene komen ze dikmaal van zelfs genoeg op. An- ven 
ders word het Zaad met een wafTende Maan van Sep- 
tember of Maert in ieder jaar de aarde, niet diep daar 
in gelegt, weer aanbevolen; en hier door deeze Planten 
t'elkens weer vernieuwd*. 



in 't lec- 
ven blij- 



KRACHTEN. 

VÈderikj of Lyfimachia, is koud en droog, ook 
te zamentrekkende van aart. 
Het Kruyd zelfs , of de Wortelen , in roode 
Wijn gekookt * en daar van gedronken ; of het uyt- 
geparftte Zap ; of ook het Poeder der gedroogde Bla- 
deren , met de gemeldde Wijn ingenomen , flild de 
onnatuurlijke Vloeden der Vrouwen ; de Bloedgang ; 
het Bloed-fpotnven ; verfterkt de Maag ; verwekt ee- 
tensluft ; is goed teegens de Pefi, en meer andere hiu 
z.ige Ziekten. Verkoeld ook een heete Leever en 
Longe. 

De Bladeren van Vederikj, groen of gedroogd , op 
Wonden gelegt, of in de Neusgaten geftoken, doed het 
bloeden van de een en de andere ophouden. 

Dit Kruyd gebrand , dood en verjaagt door de rook 
en reuk de Muggen en Vliegen * verdrijft de Slangen 
en Adderen. 

De Bloemen van geele Vcderii^, of Lyjïmachia flore 
lutco , in Loog gekookt , en 't Hoofd dikmaal daar 
mcê gewaflehen , maakt blinkend en fchoon Hayr. 
Doodt ook de Luyz,en en Vlooycn: verfterkt daaren- 
boven het Hoofd. 



Gakn.I. 7. 
Med.Simf. 
fac. 
Teibern.l.i. 

f.134- 

RueU.l.%. 

r.78. 

Do Jon. I. J( 



Tragi l. ii 
c. /o. 

Diofe . /• 4. 
c. 3. 

Tlin. 1. 16) 
cis- 



Aaa 3 



cccxxvr 



745 



Beschkyving de* Kruyden,Boll E m en BloemenJIIBoek , j<6 

Hier van zijn mij in haren aart bekend vier bn.zon-* ier ^ 

r . ^..nrln 1.' • y.nrii ii — 



H 



OOFDSTUK. 



Namen. 




Twee bij 

zondere 

foortcn. 

\ 



Grond. 



CCCXXVI 

DUL* of DOLAPPEL. 

S^-ra^Us in het Neederlandfch genoemd, 

" ''word in het Lanjn ^hmcnUA- 

lum insANUM: in het Hoogduytfch 

MELANTZAN > Of DOLL-APPBL I in 

het Fronfch Verangenes, oFPom- 
mes d-amoür ; en in t ItaUoanfch 

MELANZANE,0f00kPETRANGIANE. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden 
twee veranderlijke foorten; alsi 

I.MaLUM INSANUM FOLIO SPINOSO, of DoUffel 

met doormge Bladere». IL Malum insanum fo- 
lio non spinoso, of Dolappel met geen doormge -Bla- 
dere». Beyde zijn ze van de zelve Bouwing en Waar- 
neeming. . 

Zij beminnen een goede zandige aarde, met genoeg- 
zame tweejarige Paerdemift, het Mol van verrotte 
Boombladeren, en een-jarige Hoenderdrck door mal- 
kander gemengt: een opene, warme, wel ter Zon ge«- 
leegene plaats, 'bevrijd voor alle koude Oojle-en Noor do- 
winden. Zijn van naturen tccder, en konnen niet lan- 
Teeder- ger als cene Zomer in 't leeven blijven. Worden der- 
heyd, en halven met een wadende Maan van Moert of Aprd niet 
hoc waar k ovcn een ftroobrced diep in een Pot gezayd, en dik- 
maal begoten met Reegen water, in de warmte der Zon 
lauwgemaakt; ook gedurig vochtig gehouden door een 
druypend lapje, met 't cene eynd uyt een Pot vol van 
het gemelddc Water hangende, en in deeze Pot drup- 
pelende. Inofteegens den Herflt moet men ze v&orzich- 
tig wachten voor koude Reegenen cnflerketVinden, ver- 
mits ze daar door zeer gekrenkt worden. 

In een e Pot mag niet meer als cene Plant ftaan , of 
ten hoo<*ften twee, na de geleegentheyd harer grootte, 
ontrent in 't midden; en daar in moet men ze ongerept 
,,„„.,,, „, laten. Dus geevenze in deeze koude Landen niet al- 
yruchten. leen Bloemen, maar ook, bij zeer heete en drooge Zo- 
mers , groote en volkomene Vruchten ; anders noyt. 
Waar na zij verfterven, of door een kleyne Rijp van 't 
leeven worden beroofd. Moeten derhalven in elk 
Koof 1 jaar, op de gemcldde tijd en plaats, door Zaad 
weer óp nieuws aangewonnen en vermeenigvuldigd 
worden. 

KRACHTEN. 



te nee 
men. 



ïaying. 



Bloemen. 



„ 1 \^Olappel, of Malum wfanum, is koud en voch- 

Durantu | 1 - rr in- r- j 

Ub. Htrb. I J lI £ van aart "• ondienihg om gegecten , of m de 

/ö/.iSo. ■*— ^ Geneeskonft gebruykt te worden. Want zij 

Bod, /. 14. va | t 2Wa ar te verteeren, en heeft eenige quaadaardig- 

'camtrar. ncvc * kij zich. Geeft daarenboven aan 't Ligchaam 

£4. c. 74. weynig voedzel ; verwekt vecle vochten ; verftoptheyd 

der inwendige dcelen , Hoofdpijn ; zwaarmoedigheid , 

en ook dikmaal Koortz.cn. 



CCCXXVII HOOFDSTUK. 

GOUDENAPPEL. 

jj amen Q gjffi ^hjrthflffM de fchoonheyd en vermaaklijk- 
heyd harer verwe in 't Neederlandfch 
dus, en ook wel Appel der Lief- 
de genoemd. In andere talen heeft 
| ze namen van de zelve beteekening : 
want in het Latijn word ze geheeten 
Pomum Amorïs , of Aurea Mala: in het Hoog- 
duytfch Goltapffel : in het Fronfch Pommes d'o- 
rees, of Pommes d'amour : in 't ItaUoanfch Pomo 
d'oro, of Pomi d'amore. 




en, 



dcre foorten; namentlijk : zond crc 

I. Pomum Amorïs rubrum mAjus , of groote l00 "cn. 
Appel der Liefde. II.Rubrum minus, of kleyne roode 
Goudenappel. Ut Fructü luteo majore , of 
groote Coudenoppel met een gecle Vrucht* IV. Pomum 
Amorïs fructü luteo minore, of Appel der Lief- 
de met een kleyne Vrucht. Alle zijn ze van eeven de zel- 
ve Botnving en Woornecmingk 

Zij beminnen een goede, gemeene , zandige, of Grond, 
andere luchtige , doch met veel twee-j arige Paerdemift 
doormengdc grond : een opene , luchtige, warme, 
vrije , wel ter Zon geleegenc plaats 5 en veel Water, 
wanneer ze beginnen groot te worden. Blijven niet Ian- Vrucht 
ger dan eencZomcr'm't leeven. Geeventeegensde Win- 
ter volkomene rijpe Vruchten , en worden dan door een 
kleyne Vorfl van 't leeven beroofd. 

Worden dcrhalven ieder Voorjaar, met een waflen- Aanwia> 
de, of aangaande Maan van April, weer op nieuws , h,n S- 
niet diep, gezayd; en hier door kan men ze eeuwig- 
durend maken. Zoo gantfeh weelderig groeven ze 
in hare Steelen en Bladeren, dat men een of tweemaal 
de voornaamfte Scheuten der zelve moet affnijden, in- 
zonderheyd als de Vrucht zich gezet heeft. Want 
hier door bekomt ze dies te meer Lucht en Zon ; 
derhalven ook dies te vroeger en beetcr hare rijp- 
heyd. 

KRACHTEN. 

G O udenappel , of Pomum Amorïs , is 2eer Vél 4 - Dod. 1 14. 
koelende en verdrogende Van aart ; ook onbe- c ' * 0, 
quaam om gegceten te worden; want zij geeft 
aan 't Ligcïhaam een Ongezond en waterig voedzel. 

Het Zap , uyt de Bladeren geparft , en de Oogen Lobtl. 1,(1. 
daar mee gebet, ftild het hopen , en de brand der Pl-fol.au 
zelve 

De Vruchten of Appelen zelfs in Oly gekookt , en Camerar. 
èenige dagen in de Zon gefteld, daar na gepulverifeert, '•4* f '74' 
en gelegt op de Kromvagie , of Schurftheid , ook Op 't 
Sprenklvuur, verdrijft deeze qualen. 

■ ■ — ! ' ■ ■ ' ■*» 

CCCXXVIII HOOFDSTUK. 

NAGTSCHADE. 

Ord in 't Neederlandfch , mijns wee*- 
tens, met geenen anderen naam als dec- 
zen genoemd ; behalven dat zommige 
zeggen Naschade, en Naschaje* 
In het Latijn Solanum , of Sola- 
trum: in het Hoogduytfch Nacht- 
schade: in 't Franfeh Morelle : in 't Italiaan fch 
Solatro, en ook Morella. 

Hier van zijn mij in haren aart veele veranderlijke 
foorten bekend; namentlijk: 

I. Solanum hortense officinarum , of Hof- 
Nagtfchade , in der Apotheekeren winkelen gebruyke- 
lijk. II. VesiCarium , of Nagtfchode met Zaad- 
blaas jens\ ook genoemd Alkekengi, of ' Joden-kerffe. 
III. VesicaRium Indicum, of Indiaanfche Nagt- 
fchode met Zaadblaasjens. IV. Vesicarium nï- 
grum , of zwarte Nagtfchode , ook met "Blaasjens ; 
welke van veele word genoemd Pisum cordatum , 
dat is, een Hert-gelijkende Ërweete. V. Spinosüm 
Indicum , of Indiaanfche Nagtfchode met Doornen. 

VI. Somniferüm, of Jlaapverwektfende Nagtfchode. 

VII. Lethale , of Somniferüm majus , groote 
floapverwekkende, oUoodlijke Nagtfchode. VIII. Po- 
mi ferum , of Appeldr ogende Nagtfchode. IX. Po- 
miferum i^THiopicuM spinosum, of doomiqc Ap- 
peldr ogende Nagtfchode uyt Moorenland. X. Pomi- 

TERUM i£THlOPICUM. NON SPINOSUM , of Appel- 

dro- 




Namea. 



Veele ver- 
anderlijke 
foorten. 



van welke 
hier der- 
tien in ge- 
tal wordcd 
voorge- 
dragen. 




SOLANUM SPINOSISSIMUM AKBORESCENS ATHIOPICUM. 



74/ 



Nagtschad 



E. 



Grond. 



Gcbruylcc- 
Jijkc Hof- 
Nagtfcha- 
de. 



InJinan- 
fche en 
iEthiopi- 
fche loor- 
tcn van 
Nagtfcha- 
dc. 



Slaapver- 
wekkende 
en dood- 
lijkcNagt- 
fchade , 
&c. 



Eetbare 
Nagtfcha- 
de met 
Uolletjens. 



dragende Nagtfchade uyt Moorenland zonder Doornen. 

XI. SOLANÜM SPINOSISSIMUM ARBORESCENS JE- 

thiopicüm , of Boom-wordende Nagtfchade uyt Moo- 
renland met veelvoudige fchriklijke Doornen. XII. La- 

NUGINOSUM SPINOSUM ARBORESCENS jEtHIOPI- 

cum , of wollige en doornige Boom-Nagtfchade uyt 
Moorenland. XIII. Solanum tuberosum escu- 

LENTUM FLORE ALBO ET CCERULEO, of JVagtfcbade 

met eetbare , gezonde Bollet jens, ook geheeten Papas 
Peruanorum , of Papajfen van Peru ; 200 met een 
witte , als blauwachtige Bloem; behalven noch meer 
andere. Niet alle zijn ze van de zelve Bouwing en H aar- 
neeming. 

Ecvenwel beminnen ze al te zamen een goede , ge- 
meene , zandige , met twee-jarige Koeye- en Paerde- 
mift ( van elk eeven veel ) genoegzaam voorziene 
grond: een opene, vrije Lucht, een warme wclgeleege- 
ne plaats, en tamelijk veel Water. Gecven volkomen 
rijp Zaad. 

Het Solanum officinarum , of gebruykelijk^ 
Hof-Nagtfchade , blijft uyt eygencr aart niet langer dan 
eene Zomer in 't lecven. Word ieder Voorjaar, met 
een waffende Maan van Maert ,v/cei:op nieuws gezayd. 
Of komt anders uyt 't neergevallene van zelfs genoeg te 
voorfchijn. Hier door kan deeze foort aangewonnen, 
en altijd-durende gemaakt worden. 

Het Solanum vesicarium Indicum , of In- 
diaan fche Nagtfchade met Blaas jens : Spinosum In- 
dicum , of 'Indiaan fche Nagtfchade met doornen : 
Vesicarium nigkum, of zwarte Nagtfchade met 
B laas jen s : Pomiferum ./Ethiopicum , oï Jip f el- 
dragende Nagtfchade uyt Adoorenland : Pomiferum 
^Ethiopicum spinosum, of Moorenlandfche titel- 
dragende Nagtfchade met Doornen , en Solanum po- 
miferum jEthiopicum non spinosum, of Aff el- 
dragende Nagtjchade uyt Moorenland zonder Doornen, 
blijven ook niet langer dan een jaar in 't leeven. Wor- 
den derhalven ieder Foor jaar in April met de gemeld- 
'de Maan weer op nieuws , niet diep , in Potten gezayd, 
en gefteld in een heete , wel ter Zon geleegene plaats ; 
ook onderhouden met matige vochtigheyd: zoo krij- 
gen ze , bij goede Zomers , volkomen rijp Zaad, en 
vergaan daar mee. Men moet'er niet meer als een , of 
ten hoogften twee , in eene Pot laten , ter oorzaak van 
de veclheyd der Wortelen, die ze maken. 

Het Solanum vesicarium , of Alkekengi , 
Nagtfchade met Za.td-blaasjens ; Solanum somni- 
ferum , Jlaapverwel^cnde Nagtfchade, en Solanum 
lethale , doodlijke Nagtfchade , vergaan niet zoo 
haaft, maar blijven eenigc jaren in'tleeven. Konnen ta- 
melijk wel de Winter-houde verdragen , en geeven jaar- 
lijks rijp Ziad: 't welk men op de voorgenoemde tijd 
en Maan de aarde moet aanbeveelen. Hier- door wor- 
den ze bequamclijk vermeerderd; en dan ook noch 
door hare voortlopende Wortelen. Echter blijft het 
Solanum somniferum niet altijd over; maar word 
wel lichtelijk door een harde Vorfl wechgenomen. 
Sterft ook gemeenelijk in deeze Gewcftcn met het 
tweedejaar, en geeft zeer qualijk volkomen Zaad. 

Het Solanum tuberosum esculentuM, of eet- 
bare Nagtfchade, met bruyne, ook met cenige kleync 
holligheedcn , of gaat jens ( waar uyt de Veezchvortelcn 
fpruytcn) voorziene, onerïenc, doch rondachtige, en 
om te cetcn bcquamc Bollet jens, vergaat niet zoo haaft, 
en begeerd een zeer vette grond , ook veel Water. 
Geeft in onze Landen zelden rijp Zaad: verdraagt 
ook ongeerne de fterke koude der Winter. Word ech- 
ter jaarlijks genoegzaam aangewonnen door hare veel- 
voudige jonge Bolletjens : welke men met een volle 
Maan van Oèlober uyt de aarde op neemt ; in droo» 
Zand bewaard , om 's Winters tot fpijze te konnen "e- 
braykt worden ; en cenige daar van in Maert of 
April , met de zelve Maan , weer inzet, in een al- 
tijd nieuwlijks-omgefmeeterje , wel-gemeftte grond. 



'74$ 



Waar toe men gemeenelijk de l*fte en grootfte Bol. 
len Uyrkicft. ° 

Het Solanum pomiferum ^Ethïopicum , of Appctdra; 
Appeldragende Nagtfchade uyt Moorenland'. krijgt uyt f^r k 
een veelvoudige bruyn-verwige Wortel een tamelijk dik- de Srt 
Re, ronde Steel, in onze Gewcftcn ter hoogte van an- Mooren- 
derhalve of twee voeten opfehictende, van buyten een ,and ' 
weynig blinkende, van binnen wit, en zich boven ver- 
deelende in veele Zijdetakjens; aan welke voortkomen, 
nu uyt de eene, dan uyt de andere zijde, veele onor- 
denrhjk boven malkander gefielde Bladeren, meer han- 
gende als opftaande. Zijn ongelijk van grootte, en die Gedaante 
van het Solanum hortenfe , of der gemeene Nagtfchade der Blade. 
niet zeer ongelijk; doch de onderftc wel zoo groot, en rCQ ' 
meerder met punten ingefneeden : de bovenfte in tee- ' 
gendeel (bloeycnde) kleyner ; een weynig of niet 
blinkende ; donker-groen van verwe ; dun en teeder 
van aart; lichtelijk na 't geel trekkende, en neervallen- 
de : in 't midden voorzien met een regt-doorgaande 
groote Ader, waar uyt veele andere vloeyen; en ruften 
op korte Steelt jens. 

Tuflchcn deeze worden voortgebragt twee, drie , Gcrtalte 
of vier Bloemt jens bij malkander, hangende aan korte der BIoo" 
Steelt jens. Beftaan uyt vijf witte en voor fpits-toe- men * 
loopende Bladert jens ; inwendig gevuld met eenigc 
korte, kleyne gcele Nopjens. Als ze zommige dagen 
open geftaan hebben, vergaan ze in haar zelven , en 
laten dan na een groote, bezienswaardige, eerft groene, 
daar na fchoon-rood blinkende Vrucht , die van het Vrucht. 
Pomum Amoris, of 'Goudenappel , niet ongelijk. De ge- 
daante is plat-rond, vercierd met veele inwaarts gaande 
holligheedcn (welk men ook ziet in het Pomum Amoris 
frutlit luteo , of gcel-verwige Go uden appel) , dcfgclijks 
boven , regt in 't midden , met een kleyne Kroon. Is Zaad. 
inwendig gevuld met een rond , plat , geel-verwio- 
Zaadje , zeer overeenkomende met dat van het Capf- 
cum Brazilianum, of Braziliaanfche Peeper. Als het 
zijne volkomene rijpheyd heeft gekreegeD, verfterft de 
gehecle Plant. 

Defgelijks doed het Solanum pomiferum JE- Doornige 
thiopicum spinosum , of Doornige Appeldragende A PP c ldra- 
Nagtfchade uyt Moorenland. De Bladeren deezer foort fw c ha- 
zijn wat grooter : ook de Stieten met een grijs-witte de uytyg- 
ruygheyd, en eenigc korte blecke Doomt jens aardig bc- tbiopicn. 
kleed. Doch de zelve ziet men aan de Bladeren regt in 
't midden op de regt-doorgaande groote Ader alleenlijk 
zitten. De Vrucht is rond , en liegt , wat kleyner als 
die van de voorige foort. 

Het Solanum spinosissimum arborescens M- Boom- 
thiopicum , of een Boom-wordende Nagtfchade uyt wordende 
Moorenland , met veelvoudige fchriklijke Doornen , is Na g tfcha * 
een bezienswaardig Gnvas , in onze Geweften gemee- Moïrcn- 
nchjk opfchietcnde ter hoogte van twee voeten. Ver- land, mee 
gaat niet zoo haaft, maar blijft eenige jaren lang in 't vceIvou d'- 
leeven. Als men 't opfnoeyd, krijgt het de gedaante j^J^ 
van een aardig Boomt je ; en metter tijd uyt een geel- ncn. 
achtige en fterk-riekende Wortel een houtachtige Steel, 
zich verdeclende m verfcheydene Zijde-tahjcns , zoo 
wel na onder als boven. Is rond ; zoo dik als een vin- 
ger; in 't eerfte donker-groen en blinkende, maar na- 
derhand Kaftanien-bruyn wordende , inzonderheyd 
bovcn-waarrs : aan alle kanten voorzien met veele 
kleyne, witte, wollige Nopjens, en meenigvuldigc, 
fterke, onder blcek-witte, boven geele Doornen ; ook 
inwendig met een wit Pit of Alnrg. 

Aan deeze Steeion rondom komen voort veele fchoo- Gedaante ; 
ne Bladeren, ruftende op dikke en matig-lange doorni- en won- 
ge Steden. Zijn vijf vingerenbreedte , wat meer of ljke 
minder, buyten de Steel lang ; vier, en ook drie vin- fclfap'der ' 
geren breed; zich al te zamen halfrond neerwaarts buy- Bladeren. - 
gende. Als men ze met de hand aanraakt, geeven ze 
een onaangename en zware reuk van zich. De onder- 
ftc zijn niet zoo zeer als de bovenfte in zeer veele groo- 
l te en kleync, doch alle ftomp of rond toegaande deelen 

gefnecdoï 



74 BeSCHRYVING DER 
r J in 't midden voorzien met een fterke , uyt 

¥"l !l C roeT, van onder bleek-witte, en aldaar 
den l>™ynen groene, vcck 

Boven Sn e een weynig blinkende, donkergroen 
KScBjk na het geef trekkende; maar onder vee 
btL- en zoo wel onder ah boven metmeemgv uU ge 
intfch ft«ke2J«r«» wonderlijk begaaft. Uyt- 



Kruyden , Bollen en Bloemen , III Boek, 7 Jo 

KRACHTEN. 

NAttfchade, of Solanum hortenfi offcinarum , is G ,/ Wi/i8 
verkoelende van aart tot in den tweeden graad, Med.s imf [ 
en zeer te zamentrekkendc. Moet derhalven 



witte, ganticn ïrenw: .*•««"/««»» > « , . -, 

wendig 8 hebben ze weynig of geen reuk , ook .„de 
Mond geknauwd wordende, geen (maak; doeh z.,n 
een weynig te zamentrekkendc; en daar na , met eemgc 
fcharpheyS de Mond en Tong _b„tende of fteekende 



Dloem- 
knoppen. 



Bloemen. 



Vruchten. 



Zaad. 



Aanwin- 
w'ng. 



Wollige 
en Door- 
nige Nagt- 
fchade uyc 
Mooren- 
lanJ > 



een mee- 
de-foort 
van de 
voorgaan 
de, en 
waar in 
verfchil- 
lcnde. 



Aanwin- 
ning. 



op de' wijze van het Arum , óf Kalfsvon , doch niet 

E °Tuflchen de zelve, aan de voornaamfte Steel , groei- 
jen de Ztjdetakjens : maar de Bloemknoppen, tamelijk 
dik en wat langwerpig , komen te voorfchijn regt uyt 
de Steel zelfs (en niet, gelijk men in andere Geween 
ziet, tuflehen de */*fcr«0 aan ronde, uyt den groe- 
nen bruyne Steelt jeus, een lid ecner vinger lang , en 
met klcyne Doomt jen bezet. Als dceze haar de een na 
de ander openen , vertoonen zich uyt den bruynen 
pui pure Bloemen-, in vijf punten ten halven, en niet 
zoo diep als de Borrago , of gemeen* Bernagie, ïnge- 
fneeden, doch van de zelve grootte. Hebben in het 
midden een lang, dik, en fchoon geel-verwig, met 
verfchcydene Ruggen vercierd zijnde Knopje. Als ze 
agt, tien of twaalf dagen hebben open geftaan , vallen ze 
op de aarde neer , nalatende een fchoone blinkende , 
eerft groen en wit gemarmerde, daarna, zijn volko- 
menthcyd krijgende , geel-wordende Vrucht ; zijnde 
rond ; zoo groot als die van het Pomum Amoris fruttu 
rttbro , 'of roode Appelen der Liefde; gevuld met veel- 
voudig, plat, ontrent rond, eerft geel-verwig daarna 
na het bleek-bruyn trekkend Zaad, niet ongelijk dat 
van het Capficum Brafiliannm , of Braziliaanfihe 

Peeper. 

Zelden bekomt dit Zaad in onze Geweften zijne 
volkomcne rijpheyd-, ten zij met zeer warme Zomers. 
Dan word het met een wallende Maan van^/>r/7gezayd 
in een Pot, gevuld met goede zandige aarde; en rot in 
M.iy toe gezet in warme Paerdemift. Opgekomen zijn- 
de, moet men de Pot 's Winters binnens huys ftellen, 
op een luchtige plaats, waar in niet, als bij vriezend 
Weer gevuurd word. 

Het SOLANUM LANUGINOSUM SPINOSUM ARBO- 

rfscens /Ethiopicum, of wollige en doornige Nagt- 
fchade uyt Moorenland, zijnde een meede-foort van de 
voorgaande , en ecven dcfgclijks ecnige jaren in 't lee- 
vcn blijvende, grocyd uyt eygener aart niet boven de 
anderhalve voet hoogte. Heeft ook veel klcyner en 
minder Doornen. De Bladeren zijn niet zoo lang, maar 
wel zoo breed; noch zoo veelvoudig en diep, maaral- 
leen een weynig , en niet zoo veel als de alder-ondcrftc 
van de voorgaande foort, ingefneeden; doch hangen op 
de zelve wijze neerwaarts gebogen. Zomtijds zijn ze aan 
de randen een weynig gelijk alsgefronft ; in zich gantfeh 
korthayrig-ruyg van aart ; van fubftantie dikker ; ook 
blcekcr en grijzer van couleur; doch van geen bijzon- 
dere fmaak, noch zoo zeer bijtende, of, met de hand 
gewrecven wordende , zoo zwaar van reuk. Echter is 
dceze foort de voorgaande zeer gelijk in depurpure ver- 
we aan 't bovenfte der Steelcn (zijnde 't onderfte en 't 
middenftc groen, met een vale of blcek-gecle ruygheyd 
overtogen), defgelijks in de ftelling, verwe en gedaan- 
te der Bloemen ; de fl'egte rondheyd , en het inwendig 
Zaad der Vruchten, behalven in de couleur van dceze, 
welke fchoon-rood is. 

De Zaying, Bouwing en Waarneeming komt over 




is geworden. 



jaar na dat hetgezayd 



en zeer - 
geenzins inwendig gebruykt worden; ook niet uytwen- 
die , anders als met groote voorzicht.ghcyd. 

Eevenwel, de groene Bladeren gcltoten met Meel tuft. r ^ 
van Garftenmout, kan met groot nut gelegt worden op gg». 
fa Roos, de Kanker, de voorteetende Zweer mgen , c >7 {'M. 
Klieren, en 't Sprenktvuur. 

Het uytgeparftte Zap vermengt met Wittebrood, Derjien. 
en op hitsige Oogen gedaan , neemt'er de brand van %?• ilm, 

WeCn * -7 J/7 

De Vruchten van Nagtfihade met Zaadblaasjens , Diofe.1,^ 
of Solanum Veficarium, raauw gegecten , of in Wijn c -7». 
gekookt, en daar van gedronken, neemt wech de Geel- 
zucht; drijft voort het water van de Blaas; dejteendcr 
Nieren, en is goed voor de Leever. 

Het Solanum Sommfcrtim , of flaapverw ellende Tucb/.hi}, 
Nagtfihade ; is , inwendig ingenomen , zeer gevaar- c. ió,-. 
lijk , ja doodelijk. Drie Drachmen van de gedroogde »°£ '• 'f 
Wortel met eenig nat een menfeh ingegeeven , maakt 
hem onzinning, of dol; maar vier Drachmen veroor- 
zaakt hem de doodt. 

De ronde Mortelen van het SolanttmTuberofumEfcu- LaurrnS. 
lentum , of Papas Peruanorum ; Nagtfihade met eetbare £ *■ -*# • 
Bolwortelen, ter fpijze gebruykt met een goede faus, gelijk ' c '*' 
men over de ArticiokJ^cn doed , zijn* zeer gezond voor 
elk , inzonderheyd voor oude Mansperfoonen. Verfter- 
ken de Maag., en 't geheele Ligchaam; maken goed 
Bloed, en verwekken lujl tot 't echte werk. 



CCCXXIX HOOFDSTUK. 

MANDRAGORA, 

Yt eygener aart een laag Geivas; waar Namen, 
van de Wortel ten dccle de gedaante 
van een Menfeh vertoond , word in 
het Neederlandfih , Latijn , Franfih 
en Italiaanfih met geenen anderen naam 
genoemd ; behalven dat zommige 
Francotfin Mandegloirh zeggen; de Hoogduytfihcn 
Alraun. 

Hier van zijn mij in haren aart twee bij zondere foor- Twee bij- 
ten bekend geworden , als : zondere 

I. Mandragora mas, of Mandragora mannetje, loortc^ • 
II. Mandragora focmina , of Mandragora Wijf- 
je. Beyde zijn ze van de zelve Bouwing en Waarnee- 
ming, 't Mannetje geeft ronde, het wijfje Peerswij z,* 
Vruchten. 

Zij beminnen een goede, luchtige, zandige, en met Grond.' 
twee-jarigc Paerdemift tamelijk voorziene grond : een 
warme, opene, wel ter Zon geleegenc plaats, genoeg 
bewaard voor koude Oofle- en Noordeivindcn , ook rce- 
delijk veel Water. 

Konnen de koude der Winter vrij wel verdragen, als Vruchten, 
men ze in November dik genoeg overdekt met Stroo ; en ^ 
Turfmul , of Run , en in de Maert weer ontdekt. 
Krijgen ook dan in de Zomer dikmaal volkomcne Vruch- 
ten : welker Zaad met een wafTcnde Maan van April 
niet boven een ftroodbrcedte diep moet gelegt worden 
in de aarde eens Pots. Hier door konnen ze alleenlijk 
worden aangewonnen. 

KRACHTEN. 

DE Bafl , of Schors, der Wortel van Mandra- GaUn.l-1- 
gora , welke meeft word gebruykt , is koud j m f„%. 
en droog tot het laatfte van den derden, of 5im p, ,.41, 
het begin van den vierden graad ; daarenboven verdo- 
vende 




Fol.fSz. 




7j t Mandragora. Berg-slangenkruyd. Marum. 



vende en flaap-Verwekkcnde van aart. De Vrucht ech- 
ter is niet zoo zeer verkoelend, 
p/w. I. is- .. Eevenwel is ongcraadzaam , 't een of 't ander inwcn- 
«.13- dig te gebruyken , ter oorzaak van hare quaadaardig- 

heyd, ja doodlijkheyd. 
Diofc.l.4- De groene Bladeren, of Wortelen , met Meel van 
€.i6. Garftenmout vermengt, gefloten, en dan gelegt op al- 
lerley hcete Gezwellen , ontfleckmgen , of verhittin- 
gen , doen de zelve fcheyden , en de brand verdwij- 
nen. 

De zelve geftoten , dan met Honig en Oly ver- 
mengt , geneezen de fieeken en becten der giftige Die- 
ren. 

De Wortelen , of de Bafl der zelve, in Wijn geweykt, 
of in Wijn gekookt, en dan een weynig daar van ge- 
dronken, verwekt (laap , en docd alle fmerten verdo- 
ven. Word derhalven te drinken gegeeven de geene , 
welke men eenig lid wil afzetten , of branden. 



75* 



Durantes 
hifi. Plant, 
fit, *74- 

duf. Ub. 

Plant. ƒ. 
c. 3 . 
Irag.l.X. 

(.110. 




Gedaante 
der Blade- 
ren, 



CCCXXX HOOFDSTUK. 

B ERGSLANGEN- 
K R U Y D. 

Namen! MBMM^Kb» En aardig en ongemeen Govas , in 

gedaante uytwendig gefteld gelijk de 
Mandragora , doch boven alle andere 
Gewajfen van een verwonderenswaar- 
dige aanfehouwing , word in 't Nee- 
landfch dus genoemd : in het Latijn 
Serpentaria mirabilis Montana ; of ook wel 
Sidereon , ter oorzaak van de fchoone gedaante der 
Bloemen , zich vergelijkende bij zeer bevallijke roode 
Starren : in het Hoogduytfch Berg-Schlangen- 

KRAUT. 

Wortel. Deeze Vlant groeyd van naturen niet hoog ; noch 
fchiet met hare Wortel diep in de aarde ; welke vanbuy- 
ten uytdengrijzendonker-paarfch,van binnen wit; on- 
trent een duym, wat meer of min, dik, rond, en ge- 
meenelijk in drie deelen gefcheyden is , waar uyt ver- 
fcheydene dunne Veezelwortelen voortkomen. 

Uyt de zelve ziet men in 't laatfte van Maert, of 
begin van April, alleenlijk vier Bladeren voortfehieten ; 
een weynig, op de wijze van Mandragora, boven de 
aarde verheeven. Hebben ook zeer kleyne Steelen, op 
welke ze ruften. Staan niet regt om hoog, maar leg- 
gen vlak op de aarde neer. Zijn ontrent de middenfte 
vinger van eens menfehen handlang; een vingerlid, of 
ook wel een weynig meerder, breed; voor fpits toe- 
gaande; omtrent de Wortel alderbreedft : niet zeer dik 
in 't aanraken ; ook niet ingezaagd , maar aan de randen 
en zon- gantfeh flegt : boven uyt den groenen bleek-blauw- 
dcrlinge verwig , zeer kluchtig ; onder bleeker : in 't midden 
ÏJeyd"™" wonderlijk voorzien met een dikke Ader (uyt welke 
de daar in eenige andere kleyne ter zijden uytloopen ) ; zijnde een 
zijnde leggende Slang zeer wel gelijk-vormig , wiens Mond 

fenShng geli ^ als °P eI ? ftaat ' met een S ri J s > of bleek-wit Hoofd, 
cygentlijk " ocn ' l overige is donker-blauw. 't Hoofd, daar ze 
gelijk ' alderdikft is, ftaat na de punt der Bladeren; de Staart, 
zijnde A- het dunfte, na de Wortel gekeerd; regt anders als in alle 
andere Gewajfen. Dit Hoofd des Aders eyndigd ook 
niet in de fpits ze punt des Blads, maar blijft'er noch 
een goed gedeelte van af; en uyt de Mond loopt 
noch een hleyn Adertje, zich uytftrekkende tot in 't ge- 
meldde Blad-punt. 

Regt in 't midden der vier genoemde Bladeren komt 
in 't laatfte van May (zomtijds wel wat eerder "of later) 
een eenige Bloem voort, zeerfchoon,envaneenverwon- 
dcrens-waardige aanfehouwing, gelijk een drie-ditbbele 
Starre aardig op malkander gefteld; en gelijk als zon- 
der Steel geboren uyt 't Hert der Wortel; ook verhee- 
ven een weynig boven de Bladeren > welke maar ceven 



Een ecni- 
ge een 
driedub- 
bele Star 
gelijk 
zijnde 
Bloem , 
zeer be- 



boven de grond ftaart , ja gelijk als daar op ruften, 
t midden zijn ze elk als rond ; doch ten halven gefnee- waardig, 
den m veele kleyne Bladeren, voor gantfeh fpits, ceven 
gelijk dcjlralen van een Star , toegaande. Het getal , 
waar uyt ze te zamen beftaan , is vierentwintig ; ieder 
orde van agt. Zijn vercierd met een zeer behagelijke 
en een weynig blinkend hoog-rood , zoo veel de bo- 
venfte agt betreft, welke de kleynftc en fmalfte van al- 
len , ook met een verheevene rondheyd in 't midden 
voorzien zijn. De middelfte agt vallen wat goud-gee- 
ler. De ondei'fte agt, vermits ze niet zoo veel lucht 
konnen genieten, ziet men niet verder als ten halven 
van hare voorfte punten fchoon donker-rood : welker 
middenfte blad , regt tuiTchen de twee laagfte bladeren 
der Plant, onder aan de punt is vercierd met een ron- d °ch in 
dighcyd, hangende als een klcyn Knopje, van de zelve ™* e Urt * 
couleur, zeer bevallijk. Deeze zonderlinge en wel be- der Zaad» 
zienswaardige "Bloem blijft eenige weynigc dagen ge- 
heel open ftaan. Verdort dan mct'er "tijd in zich 
zelvcn, en vergaat, zonder in deeze Geweften eenig 
Zaad voort te brengen , gelijk de ervarentheyd ons 
gelecrt heeft. 

Dit Berg-Slangenkruyd bemind uyt eygener aart Hoedanig 
een gantfeh luchtige en zandige grond, met twee-jari- mcn . dceztf 
ge Pacrdemift , een weynig een-jarige Hoenderdrek , p,^ ge 
en het Mol der van binnen verdorvene Boomcn ge- 
noegzaam doormengt: cenopene, warme, vrije, wel 
ter Zon geleegenc plaats, gantfchelijk befchut voor alle 
koude Ooflc- en Noorde-windcn ; ook een matige Voch- 
tigheyd. Verdraagt ongcerne fterkc Wind, felle Pbrfi 
in de Winter , Sneeuw of Hagel. Moet derhalvcn , 
met een SvafTende Maan van slpril in een Pot gefteld 
zijnde, in 't laatfte van September, eer de nagt-njp aan- -j 

komti binnens huys gebragt worden op een goede plaats, 
daar ze de Lucht mag genieten door de Venfteren , • tot 
dat het begint te vriezen. 

Gedurende deeze tijd moet men de Plant, met flegts ftaat in agt 
een weynig lauwgemaakt Reegenwater van boven be- te ncc ' 
gieten; -ook , zoo 't mogelijk is , haar bewaren zon- men * 
der haar veel of langdurige warmte des vuurs te doen 
gevoelen. Ontrent half April, of wat later , na dat 
het Weer zich aanfteld, moet men ze buyten de Zon- 
ne-ftraalen wederom voorftellen , met een zachte Lucht 
en aangename Reegen ; doch ook dan noch haar voor- 
zichtig wachten , en 's avonds dekken voor Sneeuw- 
achtige vochtigheid , koude nagten , hayrige en fchrale 
Oojle- en JVoorde-windcn. 

Kan in deeze koude Neederlanden op geen andere Aamvin- 
wijze, en dat noch zoberlijk, aangetvonnen en vermee- " in 2 doot ' 
nigvuldigd worden , als door haar uyt Stiermark^ of Hunpa-"^ 
Hongaryen ( daar deeze Plant in Bergachtige plaatzen »7 cn: 
van naturen voortkomt) varfch overgezonden Zaad-, 
het welk met een wadende Maan van Maert of A- 
pril een kleyne vinger diep de aarde in een Pot 
word aanbevolen, en zomtijds met niet te veel Reegen- 
water, lauwgemaakt, van boven befprengt. 

Eevenwel kan de aanwinning, of liever opvol^in^ , En bij den 
noch op een andere wijs gefchieden, waar van ik zelfs Autocur 
de ervarentheyd heb. 

In 't jaar 1645. wierd de Mortel dcezer Plant, zon- door een 
der Bladeren , in Mos gewonden , mij over Neuren- hem toe " 
berg toegezonden. Met een bijzondere yver Ieyde %q^\^ 
ik de zelve , na den aanvang van September , eerft 
in een gemeene ongemeftte aarde ; doch wou niet 
wel voort. In het volgende jaar , met een wallende 
Maan in de zelve Maand, nam ik ze weer op, en 
fteldeze in de voorheenen gemeldde goede , wclbe- 
reydde Zand-grond. Doe fchootze vroeg in 't l r oor- welke 
jaar krachtig uyt , en kreeg de verhaalde wonderlijke ee evcn ja- 
Bloem; ook volmaakte aanmerkenswaardige Bladeren; [? j " s 
welke ze ieder jaar, tot zeeven achter malkander ( dus geblocyd 
lang, en niet langer, is ze in mijnen Thnyn, met op- beef j. 
merking van een groot getal lief hebbers, gezien ge- 
worden ) weer liet vallen ? in 'c midden van de Zo- 
Bbfr mcr 



ir„ T ,™rxT BntLEN en Bloemen, III Boek, 754 

m B E SCHRYVmGDERKRim>EN,BottENE ^ All U , k to doo f km 

9 .. _^jl~~,A*. Tn Seotember nam ik de *** ° ,u . _ _ ' mtÊ mavuldiven. 



■ rj^^^^fr^zr^ 



Wortel weer 

ervan 

lijn 



en verzette ze ; 



«tM U bevonden de bequ^mfte rijd te 



K 



RACHTEN. 



Krachten 

deezcr 

Plant, 



D' 



Pto , en de Schors der 
kneuft, en op de bee- 



E Bladeren deezcr 
«V«/, een weynig ge 
m* der 57^*, Adderen, 

derer £/ƒ"£' X)/«w gejegt 

vergif uyt 



en an- 

trekken zeer krachtig het 

Staan ook het inwendige gif teegen , in 

en zoo gebruykt. Bewaren al de in- 



rendiftón'des LigA'aams voor zulk een ongelee- 

gentheyd, inzonderheyd 't Hert , zoo dat het daar van 

geenzins kan befchadigd worden. . 

en-». Van de zelve Wijn 's morgens nuchteren t vier- 

bruyklin dedeel van een pintje gedronken, of ook van het 

dcGenccs- Water &„ d eeze Bladeren, of de Wortel alleen, 

konit. ,,_ L.ir :., « M «^n zijn, is zeer goed 

, en allerley hitsige 



een kleyn half uur in gezoden 
voor de Pefl , 0*4<& Z«c/tf 
Koortz.cn. 



Dit alles vermag defgelijks de H'orre/, gedroogd, 
en daar van een Drachma 's morgens met goede Fran- 
fche Wijn en een weynig Theriac ingenomen. 



Naam. 



Twee on- 
derichey- 
dene foor- 
ten. 




Crond. 



Hoe waar 
te nce- 

mcn. 



Teederen 
aart. 



Aanwin* 
oing. 



CCCXXXI HOOFDSTUK. 

M A R U M. 

En kleyne, doch welriekende Plant, 
mijns weetens tot noch toe in gee- 
nc taal met een andere naam ge- 
noemd. 

Hier van zijn mij in haren aart 
twee onderfcheydene foorten bekend; 
te weeren : 

I. Marum verum, of Commune Hfspanicum, 
opregte , of gemeene Spaanfche Marum. II. Ma- 
rüm Creticum arborescens, of boomachtig Ma- 
rum- van Candien , 't welk van breeder en grooter 
Bladerenis. Beyde zijn ze van de zelve 'Bouwing qt\ 
Waarneeming. 

Zij beminnen, uyt een natuurlijke eygenfehap, een 
goede, gemeene, zandige aarde, met een weynig twee- 
jarige kleyn-gewreevene Paerdemift en het Mol van 
verrotte Boombladeren voorzien: een warme, vrije, 
wel ter Zon geleegene plaats , voor alle koude winden 
befchut; en weynig Water. 

Konnen geenzins eenige koude nagten, Herfflreege- 
nen , Sneemv , Hagel , of Vbrfl verdragen. Moeten 
derhalven , in Potten gezet , in 't laatfte van September 
of begin van Otlober binnens huys op een luchtige 
plaats, waar in niet gevuurd word, gefteld; met flegts 
een weynig lauwgemaakt Reegenwater een- of twee- 
maal , gedurende de geheele Winter, van boven be- 
fprengt ; in 't begin van April , met een aangename 
Lucht en Reegen, weer buyten gebragt ; maar ook dan 
noch voor koude nagten en hayrige Winden wel en voor- 
zichtig gedekt zijn. 

Zij vallen van naturen teeder van aart. Vergaan 
niet haaft; maar blijven eenige jaren in 't lee ven. Het 
Marum verum, of opregte Marum , geeft ieder jaar 
"Bloemen (welke men tijdelijk moet aflnijden, of an- 
ders zou de Plant in groot gevaar van te verderven 
ftaan ; kan ook in deeze Geweiten bezwaarlijk in de 
Winter bij 't leeven behouden worden), doch noyt bij 
ons eenig rijp Zaad. 

Als men het zelve bekomt , uyt warmer Landen 
overgezonden, moet men 't met een waflende Maan 
van April of May in Potten zayen. Opgekomen zijn- 
de, mag men de jonge Planten niet verzetten, ten 



aanwinnen en vermcinigvuldigt 
Marum Creticum arborescens 



Het Marum Creticum arborescens , of Boopacb. 



tens, in "deeze Landen noyt eenige Bloem. vvo,u dUi 
echter aangewonnen door hare afgefneedene Taljns ; 
welke men met een waflende Maan »n ApnlofAu- 
trim in Potten fteckt; op een fchaduwacht.gc plaats, 
en zomrijds met Reegenwater een weynig begiet : waar 
op ze Wortelen krijgen. " 

Het Marum verum, of opregte Marum , in dce- Opregte 
ze Nccdcrlandfche Geweiten een aardige en teedere Marum, 
Plant, van een ieder zeer bemind, weegens de aan- 
gename geur, groeyd van naturen Struvelachtig. Kan 
ook, met langheyd van tijd, opgequeekt worden tot een 
teeder Boomt je , een voet of anderhalf hoog , en een 
kleyne vinger dik. 

Krijgt uyt een veelvoudige , bleek-bruyne , fterk Wortel: 
geurige, en, in de Mond geknauwd wordende , met 
eenige bitterheyd vermengde Wortel, een houtachtige 
fubfiantie , grauw van verwe: uyt welke groeven vee- 
Ie teedere, uyt den groenen witachtige Takjens , een Takjen». 
halve hand, of wat meerder lang. Aan de zelve fpruy- 
ten veele Bladert jens , die van de Thymus latifolius , 
of breed-bladerige Thymiaen, in ftelling, gedaante, en 
grootte, niet zeer ongelijk; te weeten, een ftroobreed, Bladeren; 
wat meer of minder, lang, achter aan de Steel op het 
breedfte , ook aldaar zomrijds gelijk als twee-hoekig 
gefteld; voor in een ftomp punt eyndigende, en twee 
en twee op dunne Steelt jens ruftende , altijd regt teegen 
over malkander aan de Steel zittende ; hol en luchtig de 
eene boven de andere: boven na de Zon gekeerd groen» 
en blinkend, doch onder witachtig; zacht in 't aanra- 
ken , van een aangename reuk , en krachtige geur ; 
in de Mond geknauwd, bitter van fmaak, In 't mid- 
den ziet men een regt-doorgaande Ruggetje of Ader ; 
waar uyt eenige weynige andere ter zijden voort- 
vloeyen ; doch alleen van onder , niet van boven , 
zichtbaar. 

De Bloemt jens komen voort uyt zeer wollige, vijf- Bloemen^ 
puntige , en uyt den groenen-rofTche Huysjens, op 
de bovenfte punten , of Hertfcheuten der Takjens % 
ayrs-wijze boven malkander , op de manier van Hyf- 
fopus, of Tfop, gefteld; purpur-verwig; van een aan- 
gename reuk; beftaande uyt twee Bladert jens, in de 
gedaante van een geopende Leeuwen-mond. Als ze eeni- 
ge dagen open geftaan hebben , vergaan ze in haar zel- 
ven, en vallen eyndelijk ter aarden neer, zonder in onze 
Geweften eenig Zaad na te laten. 

KRACHTEN. 

MArum y een zeer aardige welriekende Plant iAart, en 
is fcharp en bitter van fmaak; verwarmende en gebruyk. 
een weynig te zamentrekkende van aart. Door 
hare lieflijke geur verfeiktze de Hérfenen; neemt de 
Hoofdpijn wech , en doed Niezen. 

Groen, of droog, gefloten, en op de voorteetende jy'tofe.U $• 
Zweeringen , ook andere koude Gezwellen gelegt, doed e. 49. 
de zelve verminderen. 

In Wijn gezoden, en daar van 's morgens nuchteren camersr. 
een Roemertje gedronken, verfterkt het Hert; ver-'- * M5 ' 
warmt de Maag ; jaagd uyt de Winden ; opend de 
verftoptheyd der Leever; ftrijd teegen het vergif; ver- 
wekt der Vrouwen Maandjlonden; is ook zeer dien- 
ftig voor de Geel- en Waterachtige. 




CCCXXXH 



7iS- 




MARRUBIUM MAJUS TOMEKTOSTJM. 



7H Malrove. Móemukhuyd. Paerdsblöhm. 

CCCXXXII HOOFDSTUK. 

M A L R O V E. 




Zeeven 
verander- 
lijke foor 
ten. 



Nam«. r'9^UWS9Hft * et a ^ een ^ us m ^ et Ncederlandfch , 

maar ook van veele witte Andoorn 
genoemd. In het Latijn Marru- 
biuMj of Prassium; in het Hoog- 
duytfch weisz Andorn, en Ma- 
robel: in het Franfch Marrubin, 
of Marrochemin; en in 't Italiaanfch Marrobio. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden zee- 
ven veranderlijke foorten, namentlijk: 

I. Marrubium nigrum , five Ballotte , of 
zwarte Andoorn, anders 'Ballotte. II. Album vut- 
care, of gemeene witte Malrove. III. Aquati- 
cum, Water , of in vochtige f laateen groevende An- 
doorn. IV. Creticum, of Malrovc uyt Candia. 
V. Hispanicum , of Spaan fche Andoorn. VI. Ro- 
tondifolium Montis Libani , of Malrove van 
den Berg Ltbanus met ronde Bladeren. VII. Mar- 
rubium MAJUS LANUGINOSUM , Jïve ToMENTO- 
Sum, of groot e Andoorn, met ruyge, of zeer wollige 
Bladeren. Alle zijn ze van ccven de zelve Bouwing en 
Waarneeming. 
Grond. z »j beminnen een goede gemeene, zoo wel zandige 

als andere , doch luchtige en welgemeftte grond : een 
opene, warme, genoegzaam ter Zon geleegene plaats» 
en tamelijk veel Reegen. Blijven zelden langer als drie, 
of ten hoogften vier jaren in 't leeven. Verdragen , 
buyten (taande, de koude der Winter-, en geevcn op 
't tweede jaar volkomen rijp Zaad. 't Welk met een 
wallende Maan van April of Maert de aarde, niet diep, 
wederom bevolen word. 't Neergevallene komt ook 
dikmaal genoeg van zelfs op. Door dit middel kon- 
nen ze alleen aangewonnen worden, 

Het Marrubium rotundifolium montis Li- 
bani, of rond-gcbladerde Malrove van den Berg Li- 
banus , Vroeg opgekomen zijnde, geeft niet alleen in 
't tweede, maar ook meeft den tijd in 't eerfte jaar een 
bequaam rijp Zaad. 

Groeycr in deeze Geweften weynig hooger als een 
Maatduym. Vermits ze van naturen kleyn is en blijft, 
zoo geeft ze ook zelden meer als eene regt-opfehie- 
tende«Sïe<r/, zijnde vierkant, en met een wit te wollig- 
heyd bekleed. Aan de zelve waflen kleyne, rondach- 
tige Bladert jen s , twee en twee altijd regt teegen s over 
malkander gefteld; hebbende de verwe en gedaante van 
't gemeene witte Malrove ; ook diergelijke Bloemen en 
Zaad, doch wat kleyner. 

Het Marrubium majus tomentosum, of groo- 
te Andoorn met zeer wollige Bladeren , krijgt uyt een 
teedere, blcek-bruyne Wortel verfcheydene in de rugge 
leggende, echter twee, derdchalve, ook wel zomtijds 
de grootfte en middenfte drie geheele Maatvoeten hoog 
oplchietendc Steelen, helder en aangenaam-groen, met 
ecnige wolligheyd bekleed : uyt welke vecle kleyne 
Zijdetakjens voorfpruyten , waar aan fchoone zeer 
ruyge Bladeren groeyen, zittende teegens over malkan- 
der , vertonende de gedaante van een Hert ; ongelijk 
van grootte; de grootfte ruftende op geheel ruyge en 
Gedaante matig-lange Steelt jens. Zijn een kleyne vinger 'lang; 
derzelve. achter twee vingerleeden breed, voor allenxcn fmaller 
wordende, en in een ftomp fpits punt eyndigendc: aan 
de randen met ronde tanden, niet diep, maar eeven- 

felijk ingejaagd, met een ruyge bleel^tvitte wolligheyd 
ekleed : boven donker-groen , lichtelijk na het gcelc 
trekkende, doch onder veel bleeker : zacht in 't aanra- 
ken ; bitter van fmaak ; inwendig met een regt-door- 
lopende Ader , en dan noch met verfcheydene andere, 
van onder regt opgaande, vercierd ; waar uyt ontelbare 
kleyne diep-ingedrukte,en door 't gantfche Blad lopen- 
de Adert jens voortfpruyten. 



Aanwin- 
ning. 



Rond-gc- 
bladcni 
Malrovc 
van den 
Berg Li- 
banus. 



Groote 
Andoorn 
met zeer 
wollige 
Bladeren. 



TufTchen welke Bladeren rondom de Steel voort- Knoppen. 



komen veele digt bij een gefielde, langwerpige, groe- 
ne » ruyge Knopjens , op de wijze van de andere foor- 
ten: waar uyt, in de Maand Julms , aardige, doch 
geen groote Bloemt jens zich laten zien, in de geftalte Bloemen» 
van een fmallc opgefpalkte Leasen-mond. Het onder- 
fte gedeelte is wit, met groote purpure ftreepen en flip., 
pelen getcekend; maar het bovenfte gantfeh wit en zeer 
ruyg : teegens 't welk van binnen rongs-wijze vier pur- 
pure draadjens, boven begaafd met gecle, ronde, kley- 
ne KnopjenSf ftijf opftaam Als ze zich drie of vier da- Zaad, 
gen open hebben vertoond, vergaan ze in haar zelven, 
en laten eyndelijk na een kleyn, langwerpig j en als drie- 
hoekig bleek-bruyn^-verwig Zaadje. 

KRACHTEN. 

MAlrove, of Marrubium, is warm rn den twee- &&m.l 7. 
den , en droog in den derden graad; daarenbo- c ' 3 " 
ven verteerende en purgeerende van aart. 

In Wijn gezoden, en daar van 's morgens nuchtercri TMg.Lt* 
ecnige dagen na den anderen gedronken , een matig c - *■ 
Roemcrtje: anders twee of drie leepelen vol Van 't uyt- Dod ' / ' 4 ' 
geparftte Zap met Wijn en Zuyker ingenomen, rcy-» Matth.l.y 
nigt de Longe en 'Borjl van alle tayc p.ijmerige vochten: «• ">*• 
is goed voor de uytteercnde menfehen , en de Hoeft .- 
opend de verft optheyd van de Leever , Milt, en Aloc- 
der; verwekt de Maandftonden : drijft uyt de Nage- 
boorte : ftrijd teegens 't vergif. Genecft de beeten en 
fteeken der Slangen, Spinnen^ en Adderen: maakt een 
helder Gezicht : dood de Wormen: is goed voor de 
Geelzucht, pijn der Zijden', en voor de Vrouwen welke 
niet wel verlopen konnen. 

Het zelve Zap, of Wijn, geftreeken op Schurft* A$u\.hi(i. 
heyd, voorteetende Krauwagie ; ook met Honig ge-P/.r.4j\ 
mengt, op vuyle Zeeren en onreyne Zweeringen- geftree- Gal - l - s ' 
ken, geneeft de zelve. In de Ooren gedaan , verdrijft s ""P Mè(1, 
de Oor-fmertcn. Is ook dienftig, ora te verzachten de 
hardigheyd in der Vrouwen Borften. 



CCCXXXIII HOOFDSTUK. 

MOEDERKRUYD. 

-N het Neederlandfch niet alleen dus, Namen, 
maar ook gemccnelijk Mater ge- 
noemt , word in het Latijn gehecten 
Matricaria, Parthenium, Ama- 
racus Galeni , en Leucanthe- 
MUM: in het Hoogduytfch Mutter- 
kraut, of ook Meidblumen: in het Franfch M*- 
rone : in het Italiaanfch Partenio, of ook Ama- 

RELLA. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend zes verfchey* z es verj . 
dencfootten; namentlijk: fcheydene 

I. Matricaria flore simplici , of Moeder- ^ ooncn ' 
kruyd met een enkele Bloem. II. Flore albö ple- 
no medio luteo, of Al 'ai er met een dubbele wit* 
te , en van binnen geele Bloem. III. Matricaria 
flore toto albo plenissimo , of Moederkruyd 
met een gantfeh witte zeer dubbele groote Bloem. 
IV. Matricaria minor flore albo pleno , of 
kleyn Moederkruyd met een dubbele witte Bloem. V. 
Matricaria flore alko pleno fhtuloso , of 
Moederkruyd met een dubbele witte Bloem, vol Pijp* 
jens. VI. Matricaria nudo capite, of Mater 
met bloot c Hoofdjcns. Niet alle zijn ze van de zelve 
Bouwing en Waarneeming, 

Echter beminnen ze al te zamen een goede, ge* Grond, 
meene, zoo wel zandige als andere gemeftte grond : een 
opene, vrije, of ook Schaduwachtige plaats; veel Wa- 
ter, en ook matige vochtighcyd. Blijven zelden lan- 
ger dan twee of drie jaren in 'c leeven. Verdragen 
Bbb 2 fterke 




Bbschryvxng w* Kruvden, Bollen ek Bloemen, III Boek, 75 S 



en 



alle andere ongeleegentheeden der 



Aanwm- 
niog. 



dubbel 
groote 
Bloem. 



757 

ïin ^/ Jt « niet diep in de aarde word gelegt. Komen 
ook Anders van "t neergevallene genoeg van zelfs voort. 
Hierdoor konnen Z e overvloedig «ywM « f 
mecniovuldigd worden . 

Matermet H Ct MATRICARIA FLORE TOTO ALBO PLENISSI- 

«P^',,0, of JH<wr »rf een geheel witteer dubbele groo- 
ÖBT * J/«», geeft in deeze Landen noyt eenig ^ 

word echter W^ ^^^ 
halven mgefneedene , or van zeirs vvoi g , 
hebbende -7k*>/. Of ook, de zelve afgefneeden 
«ftoken in een fchaduwachtiee plaats, daarze van de 
Zon niet konnen worden befeneenen , en dikmaal met 
Water begoten. Als ze dan Wortelen hebben beko- 
men, vcrplant men ze op een luchtige plaats. 

KRACHTEN. 

MOederkruyd , of Matricaria , is heet in den 
derden , en droog in den tweeden Graad ; 
daarbenecvens openende , zuy verende, en af- 

vagende van aart. 
Trag. I. r. Met de Bloemen in Wijn , en wat Mufcaat , of alleen 
e ' s °- gezoden, en daar van een Roemcrtje 's morgens ge- 
ANat' 3 ' dronken, verwekt de Maandflonden; verwarmd en ver- 
fiirp. c.69. zacht de Moeder; neemt wech de opftijging der zelve : 
dood de Wormen: jaagd uyt de doode Kracht, de Na- 
geboorte , en 't Graveel der Nieren. 
Dhfe.1.3. De Bladerenen Bloemen gedroogt , gepulvcrifeert ; 
e. • ƒƒ. dan met Wijn en Zuyker ingenomen , reynigt het Lig- 
chaam door de Stoelgang van alle zwarte Gal, enjlijme- 
rige vochtigheyd. 
flin.l. 11. De zelve Bladeren en Bloemen gedroogd , of ook 
ci<3> groen gefloten , en gelegt op de Roos , het Sprenkt- 
vuur , of andere hitsige Gezwellen , verteerd de zel- 
ve. 

Een kleyne leepel vol van het uytgeparftte Zap dee- 
zer Plant 's morgens nuchteren met Zuyker ingenomen, 
doed ook de Wormen fierven. 



Durnntts 
hifi. Hint 

foi-m- 



Namen. 



Twee bij- 
zondere 
iborten. 




Grond. 



Zaad. 



Aanwin* 
«ing. 



CCCXXXIV HOOFDSTUK. 

PAERDSBLOEM. 

Us genoemd in het Neederlandfch : 

Iglin het Latijn Melampyrum, of 

■"Triticum vaccinum.- ,in 't Httog- 

duytfch Kuhweitzen , of ook 

Braun fleisch-blumen. 

Hier van zijn mij in haren aart be- 
kend geworden twee bijzondere foor- 
ten ; te weeten : 

I. Melampyrum f lor e purpureo, of purpure 
Paerdsbloem. II. Melampyrum flore lutfo, of 
geele Paerdsbloem. Beyde zijn ze van eeven de zelve 
B omving en Waarneeming. 

Zij beminnen een gemeene, luchtige, zandige, 200 
wel ongemeftte als gemefhc Grond : liever een matig- 
warme , en fchaduwachtige, als een heete, of opene 
luchtige plaats; ook niet te veel vochtigheyd. Blij. 
yen niet langer dan eene Zomer in *t leeven. Geeven 
in den Herffl volkomen Zaad, en vergaan daar mee. 
Moeten derhalven ieder Koor jaar , met een walTende 
Maan van Maert, weer op nieuws, niet diep, gezayd 
zijn. Het uytgevallene Zaad, na dat het een ge- 
heel jaar in de aarde gelcegen heeft , flaat ook wel 
van zelfs op, en hier door konnen ze genoegzaam ver- 
menigvuldigd worden. 



P 



KRACHTEN. 

jierdsbloem , of Melampyrum , is verwarmende Aart< 
van aart. Het Zaad, of de Bladeren gedroogd , 
Pepulverifeert, en met Wijn , of in eenige fpijzen in- 
genomen, ontfteld het Hoofd; bedwelmt de Hardenen; 
verwekt Hoofdpijn, en maakt dronken. v 

Is derhalven dienftiger voor Ojfen , Paerden, Koeyen, Renenlml 
en dicrgelijke Beeften, als voor de Mcnfchen. Want hifi?u ntt 
aan de genoemde Dieren geeft deeze Plant een goed »*»• 
voedzel, en doed haar vet worden. 




CCCXXXV HOOFDSTUK. 

N I G E L L E. 

It teeder en aardig Gnvas voerd dee- Namen, 
zen naam in 't Neederlandfch. Word 
in 't Latijn geheeten Melanthium, 
nigella, en Naïidus: in 't Hoog- 
duytfch Sant Catharinen-blumen: 
in het Franfih Nielle ; en in het 
Italiaanfch Melantio. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden Veele ver- 
tien veranderlijke foorten ; te weeten : andcrhjkc 

I. Melanthium sativum , of tamme Nigelle. oor ' 
II. Citrinum, of Nigelle met gecouleurde Bloemen , 
Zaad en Bladeren van Citroen. III. Nigella Ct- 
trina flore cccRULEO , of Nigelle met een Citroen-, 
verwig Zaad, en een blauwe fchoone Bloem; ook met 
Citroen-geel-verwige Bladeren, de breedfte van al de an- 
dere foorten. IV. Melanthium sylvestre , of 
wilde Nigelle. V. Corniculatum majus Hispa- 
nicum , of groote Spaanfche Nigelle met een gehoorn- 
de Zaadknop. VI. Damascenum flore simplicj, 
of Nigelle van Damafco met een enkele Bloem. VII. 
Damascenum flore pleno albo, of Nigelle van 
Damafco met een dubbele witte Bloem. VIII. Me- van welke 
lanthium Damascenum flore pleno folioso, of h'er tien- 
Nigelle van Damafco met een dubbele bladerige Bloem j c ' e J en 
zijnde uytwendig groen ; daar na wit , en geheel van aange- 
binnen blauw-verwig ; beftaande uyt veele ronde op weezen, 
malkander gepakte Bladertjens, gantfchelijk niet verto- 
nende een gedaante van andere Bloemen , maar als 
van loof-fchietende Bladeren , breeder als de Bladeren 
welke aan de Steelen voortkomen ; ook korter en digt 
aan malkander gevoegd , doch in verfcheydene voor 
fpits toegaande deelen , op de wijze der zelve, eyndi- 
gende; aardig voor 't gezicht : welke niet , gelijk an- 
dere 'Bloemen, op de aarde neervallen , maar zoo lang 
1 tot dat haar Zaad in een dikke , vijf-hoekig- 



duren 



ronde, en boven met vijf tamelij k-lange, ook een wcy- 
nig gekromde Hoornen vercierd zijnde Knop , in 't 
midden voortkomende , zijne volle zwartheyd heeft 
verkreegen. Dan vergaan ze eerft te zamen met de ge- 
heele Plant. IX. Melanthum Damascenum flo- 
re pleno prolifero , of Nigelle van Damafco met 
een dubbele bladerige Bloem uyt Bloem. X. Melan- 
thium Damascenum flore pleno pallido ccc- 
Ruleo, of Nigelle van Damafco met een dubbele bleekt 
blauwe Bloem. Alle zijn ze van de zelve Bouwing en 
Waarneeming. 

Zij beminnen van naturen een goede, zandige, luch- Grond, 
tige, welgemeftte, en in elk Voorjaar op nieuws ge- 
repte grond: een warme, vrije, genoeg ter Zon gelee- 
gene plaats: veel, en ook matige Reegen. Blijven niet 
meer dan eene Zomer in 't leeven. Geeven in den Aanwfn- 
Herffl rijp Zaad, en vergaan daar mee. Moeten der- nin S 
halven in ieder Voorjaar, met een wadende Maan van 
Maert weer op nieuws door haar Zaad aangewonnen^ 
en dus eeuwigdurend gemaakt wordeu. Door 't uytge- 
vallene komen ze dikmaal van zelfs genoeg op. 

KRACH- 



7$«- 




7JP NlGELLE, KOÖRNROOS. BlNGËLKRUYÜ. MELISSE. 



t. a 



f. 3. 
f. 93. 

Durantes 
Ub. Htrb. 
fol.uo. 
Galen. I. 7. 
Simp.MeJ. 
Serap. Je 
Temp. 
Simp. cap. 
3.8. 



Namen. 




Grond. 



Aanwia- 

ning. 



Iitchf.hiji. 
P/.C.44. 
Trag. 1. 1 . 
c.80. 

Mat tb. l.i. 

''17' 

Dur.intes 
hifi. Plant. 

ƒ«/. 2.10. 



karnen.' 



KRACHTEN. 

HEt 2<ïW van Nigelle, of Melanthium , 't welk 
alleen in deGeneeskonft gebruykt word, is ver- 
warmende en verdrogende in den derden graad ; 
ook fijn van ftof, en dun van deelen. 

Een Drachma daar van geftoten , en met Wijn inge- 
nomen, drijft uyt de Winden ■', en het water der Blaas: 
dood de Wormen , en docd de Maandfionden voortko- 
men. Is goed voor de Engborfiige; wijl het de Borfi 
en Longe zuyverd; voor die van Spinnen en diergelijke 
gedierten zijn geftoken. Vermeerderd de Melk_ in der 
Vrouwen Borftert. Is zeer dienftig voor de geenc, die 
door een val of verrekking van binnen gequetfi zijn : en 
nut tot alle gebreeken , waar in verdeefing , dunma- 
king , afvaging , verdrooging , of verwarming van 
nooden is. Doch men moet het matig, en niet al te 
dikmaal gebruyken ; want anders zou 't het Ligchaam 
befchadigen. 

Een weynig van de uytgcparftte Oly des Zaads 
met Wijn ingenomen , doed de barende Vrouwen ge- 
makk^iijk^ verlojfcn. Geneeft ook de Gezwellen en de 
hardigheyd der Milt. 



CCCXXXVI HOOFDSTUK. 

KOORNROOS 

Jet alleen dus in het Neederlandfch , 
maar ook van vcele Gith genoemd, 
word in het Latijn gehecten Nigel- 

LASTRUM, ofPsEUDO-MELANTHIUM: 

in 't Hoogduytfch Raden , en Korn- 
rose : in het Franfch Yvraye , of 
ook Nielle des Bleds': in het Italiaanfch Nigel- 
lastro, Melanthio falso , Gittone, en Ruo- 

SOLA. 

Zij bemind een goede , gemeene, zandige, zoowel 
gemeftte als ongemeftte grond : een vrije , bequaam 
ter Zon geleegene , doch zoo veel de Wortel aangaat, 
liefft een fchaduwachtige plaats , en matige vochtig- 
heyd. Blijft van naturen niet meer dan eene Zomer 
in 't leeven. Geeft in den Herffl rijp Zaad, en gaat 
dan van zelfs te niet. Derhalven word dit Zaad in. ie- 
der Voorjaar, met een wafTende Maan van Maert of 
April , wederom , niet diep , de aarde aanbevolen. 
Komt ook dikmaal , door 't neergevallene, van zelfs 
genoeg op ; en hier door word deeze Plant genoegzaam 
vermeenigvuldigd. 

KRACHTEN. 

DE Bladeren van Koornroos , of Nigellafirum, 
gedroogd , gepulverifeert , en gelegt op het 
Sprenktvuur , Fificlen, Wonden, en Schurft heyd, 
geneezen de zelve. 

Het Zaad , heet en droog tot in 't laatfte van den 
tweeden graad , geftoten, en met Wijn gedronken, is 
goed voor de Geelzucht ; dood de Wormen : verwekt 
der Vrouwen Maandfionden .- döed gemakkelijk wate- 
ren: opend ook, en neemt wech alle Gezwellen, en de 
verftoptheyd der zelve. 

CCCXXXVII HOOFDSTUK. 

BINGELKRUYD. 

P het Neederlandfch dus genoemd, word 
in het Latijn geheeten Mercurialis, 
na de cerfte vinder Mercurius: in het 
Hoogduytfch Bingelkraut , Kuh- 
wurtz , en Mercurius-kraut : in 




Drie on- 
dcrichcy- 
dene loor- 
ten» 



Grond. 



Aanwin- 



Bcrg-Birt- 
gelkruyd 
met een 
geayrde 
Bloem. 



Aanwin* 
ning. 



het Franfch MERcuRtALE: in het Italiaanfch Mer- 

CORELLA. 

Hier van zijn mij in haren aart drie verfcheydene 
foorten bekend geworden ; te wectem 

I. Mercurialis* mas, of Testiculata, dat is, 
Bingelkruyd mannetje; anders , met kloot jens- of Bal- 
letjcns-Zaad. II. Fcemina, ofsPïCATA, Bingelkruyd 
wijfje , of met een Zaad , gevormd op de wijze van 
een ayr. III. Mercurialis sylvestris , of spi- 
cata montana , wild Binge'lkruyd , of Bcrg-BingcL 
kruyd met een geayrde lüoem. Niet alle zijn ze van de 
Zelve Boniving en Waarneeming. 

Echter beminnen ze alle een goede, gemeene, varfch 
omgefmeetenc , en welgcmcftte grond j immers zoo 
zeer een donkere, als een vrije, luchtige, bequaam-ge- 
leegene plaats ; en veel Reegen. Blijven niet meer dan 
eene Zomer in 't leeven. Geevcn in den Herffl rijp 
Zaad, en verftervcii door een klcync Rijp , of van 
zelfs. Worden zelden in 't Voorjaar gezayd, vermits ze 
van zelfs, daarze eens geftaan hebben, overvloedig ge- 
noeg opflaan. 

Het Mercurialis spicata montana, of Bin- 
gelkruyd met een geayrde Bloem, groeyende op Berg- 
achtige^ plaateen , vergaat niet zoo haaft , maar blijft 
lange jaren in 't lcCven. Verdraagt fterke koude, en 
alle ongeleegenthecden der Winter , zonder fchade. 
Krijgt in deeze Landen jaarlijks Bloemen, maar noyt ee- 
nig rijp Zaad. Kan echter genoegzaam aangeovonnen 
worden door hare ter zijden uy dopende jonge Scheuten, 
welke men met een wafTende Maan van Maert oï^pril 
van de oude afneemt, en vcrplant. 

KRACHTEN. 

Ingelkrnyd , of Mercurialis , is warm en droog Tuchf.hifi. 

in den eerften graad ; ook afvagende en vertceren- pl - c - l8o « 

de van aart. 

In Wijn gekookt, en daar van gedronken ; of met nhfi. 1.4. 
andere Mocskruyden gegeeten; of 't uytgcparftte Zap c *\9 l - 
met Wijn ingenomen , verwekt een open Ligchaam : %!&%£*' 
drijft uyt de flijmerige en Galachtige vochten: is goed MuL 
voor de Leever, en voor de Waterachtige i reynigd 
de Maag: doed gemakkelijk wateren; verdrijft de kou- 
de Pis ; verwekt de Maandfionden j docd de Nage- 
boorte voortkomen , en bevorderd de Vrouwen tot 
zwanger-wording, Geneeft de GeeUucht, en reynigd 
de Borfi. 

Eeven 't zelve verrigt ook 't Zaad, geftoten , en met 
Spaanfche Wijn of Malvafey gebruykt. 

Het Zap doed ook de Wratten vergaan. Met Azijn Rnell.t.$: 
vermengt, en dan geftreeken op het Sprenkivw.tr, of'- 1 /*- 
andere Zecrigheyd , geneeft de zelve. Verdrijft ook 
de Crauwagtc. 

Met dit Zap, vermengt met het Zap van Porcellain camerar. 
en witte Malve, of Althéa, de handen gnvajfchen , zoo M- c - '3 Zi 
zou men daar mee zonder ecnig letzel gcfmoltcn Lood 
mogen aanraken. 

Het Kruyd zelfs is zeer noodwendig tot Clyfierien , Lüfit. /. 4. 
en word met groot voordcel in de zelve gebruykt tee- marr.ify. 
gens de krimping, pijn, en hardigheyd des Bttyks ; ook tïjt.tlant. 



B 



tecgens de Nieren-fieen. 



',i]t 
.81. 



CCCXXXVIII HOOFDSTUK. 

MELISSE. 

;En wel bekende , en weegens hare Namen, 
deugden zeer veel gebruykt worden- 
de Plant , word in 't Neederlandfch 
niet alken dus , maar ook Confi- 
lie -genoemd. In het Latijn Me- 

LISSA , Mf-LISSOPHYLLUM , API.A- 

strum, enCiTRAGO, om dat de Bladeren, gewreeven 
Bbb 3 wor- 




7 6i Beschryvimg der Kruyden , B 

^i^rtï" h-n * bekend* bijzondere 

i"c bezienswaardige foorten; te wcjten^ ^ ^ 



Agt bij- 



on bc- r Melissa vulgaris , of gemeene A4CUJJC II. 

ÜS* MaCULOSA VULGARIS, > FOLIO VAMEOATO , 0.1 
^rtef „*,„, Melife met fchoone geel- en grot*** 
deren, III. Melissophyllum verum tv 



rCHSH , 
^„^^ROUSFUCHSIUS be- 

fehrcevcn. IV. Melissophyllum TuRCicuM flo- 
re aibo , of Turkfibe Melife met een witte Bloem. 

V. Flore püRPüREO , of met een purpure Bloem. 

VI. Flore cccruleo , of met een blauwe Bloem. 
VIL Melissa molucana odorata , anders Mo- 
luca L*vis, otMoluckifche Melife; of Moluckf met 
(lette Bladeren, van geen onaangename reuk. VI1J. 
Mflissa Molucana spinosa , . of Melife uyt de 
Moluckjfiche Eylanden met Doornen. Niet alle zijn ze van 
de zelve Bomving en Waarneeming. 

Grond. zjj beminnen echter al te zamen een goede, zan- 

digc, gemeene grond, met twee-jarige Paerdemifi :, en 
het Mol van verrotte Boombladeren genoegzaam door- 
mengt. 
Gemeene De Melissa vulgaris, of ge me ene Confilie : fo- 
Confilic. LI0 Maculoso, of met bonte Bladeren , en Melis- 
sophyllum verum Fuchsii, of opregte Melife van 
Met bonte ^ f/ ^ /Wj z jj n van namrcn lang-leevende. Beminnen 
3 ""' zoo wel een fchaduwachtige, als een opene, vrije plaats, 
Oprekte en veel Water. Verdragen alle ongeleegentheeden des 
Meliflc. tijds. Geeven gemeenelijk ieder jaar volkomen rijp 
Zaad; 't welk met een waffende Maan van Maert of 
April de aarde, niet diep, weer aanbevoolen , en dik- 
maal met Water begoten moet worden ; zoo komt het, 
na een geheel jaar tijds, eerft te voorfchijn. Hier door 
Aanwin- worden ze aangewonnen en ver meenigvuldigd. Maar dan 
nin g- ook noch door hare aangegroeyde Wortelen, op de ge- 
melde tijd van de oude afgenomen en verplant. 

Turkfche Het MELISSOPHYLLUM TuRCICÜM , of Turkc 

Mclifle. jcfa Melife, zoo met een witte, pur pure, als blauwe 
Bloem-, Melissa Molucana L^evis, of Molucki- 
ichVcon-/^' Confilie ponder Doornen; en Moluca spinosa, 
filic met , Moluckjfiche Melife met Doornen , blijven niet meer 
en zonder J an cene Zomer in 't leeven. Beminnen een zeer war- 
Doornen. me ^ ] ucnt jg e } cn we j ter ion gcleegene plaats. De 
beyde Afoluckjfiche Melifen willen ook , weegens ha- 
re teederheyd, geerne in Potten gefield, en voor alle 
koude Noorde-winden gewagt zijn. Konnen matige 
vochtigheyd verdragen. Geeven dikmaal bij goede ja- 
ren in deeze Gcweflen volkomen rijp Zaad, en vergaan 
Waarnec- van zelfs, of door een kleyne Rijp. Moeten derhalven 
m,D S- ieder Voorjaar , met een waffende Maan van April, op 
nieuws weer in Potten gezayd ; voor koude nagten , 
niet minder voor veel Water, wijl het Zaad daar door 
lichtelijk en haaft verrot, wel gedekt en bewaard, ook 
een wijl tijds in warme Paerdemifi: gefield zijn. Hier 
Aanwin- . door konnen dceze fchoone , bezienswaardige Planten , 
n,n 8* alleenlijk vernicuivd en vermeenigvuldigd worden. 
Molucki- De Melissa Molucana ljevis odorata , of 
fche rie- Molucki fche riekende Melife met Jlegi e Bladeren, krijgt 
lifle. e ~ u y r een vm g er dikke, niet zeer lange, houtachtige, 
grijs- witte , met vcele teedere Veezelingen omvangene 
Wortel gemeenclijk maar alleen een eenige Steel , ver- 
deeld in twee of drie Zijde-takjens , opfehictende ter 
hoogte van twee of ook drie voeten ; rond , zoo dik 
als een Schrijfpen , wat min of meer ; van binnen 
hol; van buyten bekleed met een aangename grocn- 
heyd. 

der'Sadc ^ M ^ e Zc ^ vc ^ omen Weeren voort , zoo wel neer- 
ren. ' "" waarts hangende , als opwaarts gekeerd ftaande ; altijd 
twee en twee regt teegens malkander over ; een duym 
breed of wat meer boven den anderen gefield. Zijn 
rond van aart, doch aan de Steelen plat ; ingefnecden 



Bloem- 
huysjens.' 



Bloemen. 



Zaad. 



Molueki- 
fche Con- 
filie met 
Doornen. 



ollen en Bloemen , III Boek , 76% 

met verfcheydene , meefl rond-toegaande , onordent- 
liike Kerven. De onderfle en grootfte hebben de leng- 
te van twee vinger-lecden ; de breedte van ruym de 
helft der lengte : doch de opperfle zijn veel kleyner : 
boven verciera met een aangenaam groen, en vijf groo- 
te, donker-groene-^rfl* in 't midden, waar uyt vce- 
le kleyne voortvloeyen ; doch onder bleeker , en de 
Aderen zeer aardig geheel wit. Teeder en dun zijn ze 
van fubflantie ; van een aangename reuk ; een wey- 
nic bitter van fmaak , en ruften op Steelt jens , een 

vingerlid lang. . 

Tufïchen de zelve ziet men in 't rond van de regt 
opfehietende Steel vijf , zes, zeeven of agt Hup jens , 
onder omvangen met eenige kleyne , bleek-groene 
Doorntjcns. Onder zijn ze eng en fpits, maar voor zeer 
breed open, gevende de gedaante van een Zee-ton; hard 
en fteevig van aart ; aan de randen met eenige kleyne 
Doomt jens vercierd ; van buyten bleek , van binnen 
donker-groen-verwig ; en met ontelbare kleyne, witte, 
bezienswaardige Adert jens doorlopen. 

In 't midden der zelve ziet men fchoone, groote, lij f- 
verwige Bloemen ; inwendig voorzien met eenige geel- 
en rood-verwige Nop jens, en vertonende de gedaante van 
dove Neetelen. Drie of vier dagen lang ftaan ze open. 
Als ze afgevallen zijn, laten ze in elk Hup je een Knop. 
je na , voor breed en rond , onder fpits toegaande : 
cerfl groen, .daar na bleek wordende : dan zich fchey- 
dendé kruys-wijze in vier drie-hoekige deelen, inwen- 
dig gevuld met een kleyn, langwerpig, bleek-blaauw, 
blinkend Zaad. Hier meê vergaat deeze Plant. 

De Moluca spinosa, of Molucki fiche Confiilie met 
Doornen, groeyd op de wijze der voorgaande, en is de 
zelve niet zeer ongelijk ; doch de Bladeren zijn niet 
zoo rond , maar wat langer ; dieper ingefneeden , en 
veel donkerder groen. Hebben ook bruyner Steelen', 
en de Bloem-huysjens zijn voorzien met veele groote 
en zeer fcharpe Doornen ; waarom ook deeze foort de 
naam van Spinofa, of 'gedoomde , heeft bekomen. 

Beyde wafTen ze van naturen in Syrien, Per zien, en 
de Moluckjfiche Eylanden, gcleegen in Oeji-Indièn , van 
waar het Zaad eerft in Europa is gebragt. 

KRACHTEN. 

MElife is verwarmende en verdrogende in den Avice». 
tweeden graad. Ub.dtMti. 

In Wijn gediftillccrt , en daar van gedron-^ ' ioli ^ 
ken, verquikt en verfterkt het Hert, het Hoofd, en simp.Ttm. 
de Geheugenis: verbeeterd een koude Maag: bevorderd c - 2 3- 
de verteering der fpijzen ; ftrijd teegens 't vergif', enf'fy 3 ' 
de beet en der dolle Honden: verwekt de Maandeenden; Daranttt 
is goed voor de Kort-ademige; voor de opftijging dzr tib.Herb. 
Moeder, en de Pefl. Verdrijft de Hert-kloppmg; zetf oLlQi ' 
aan de lufl tot 't echte werkj, neemt wech de Htk^ en 
doed het braken ophouden. 

Het uytgeparftte Zap in Wonden gedaan , of ande-R>/fr //£ 
re Ouetzuuren, geneeft de zelve. Defgelijks dtfiiee- sim P- ca f' 
ken der Byen. 

Dit Kruyd bij de Bykorven gelegt , of de zelve daar Aanmer- 
meé beftreeken , doed de Byen, wijl haar 't zelve zeerkingopde 
aangenaam is, niet alleen bij hare Korven blijven; maar 8 *"' 
ook worden de vreemde daar toe gelokt. In teegendeel, 
deeze Korven met Mater beftreeken, doed af de Byen 
hare woonplaats verlaten. 

Beyde de foortcn der Moluckjfiche Melife zijn ver- Deugden 
warmende, openende, en dunmakende van aart. Wcer- dcr 
ftaan 't vergif. Openen de verftoptheyd der inwendi- 
ge deelen; verheugen 't He rt, cn verfterken de Harf- 
fienen. 

De 'Bladeren gefloten , en op uytwendige Gezwel- Molucki- 
len gelegt, verteeren de zelve. Het daar uytgeparftte f ch , e Mc * 
Zap word met groote baat en voorfpocd gebruykt in llflc ' 
veclerley Hoofd-wonden, 

cccxxxix. 



't Zaad 
van daar 
gebragt. 




MELIS SA VARIEGATA 



7 f 3 . 




JFoL 7 



■ 




7*3 Mechoacan. Beerwortel. Geeu. 
cccxxxix hoofdstuk» 



764 



Namen. 



Uyt Ame- 
ricaanfeh 
Zaad op- 
geoueekt. 



Twee on 
derfchey- 
dene foor- 
ten. 




Grond. en 

plaats. 






Hoe waar 
te neemen 
in de Win- 
ter. 



Laoglce- 
ventheyd 
in deeze 
Ge wellen 



Opregte 
tamme 
Mechoa- 
can. 



Wortel. 
Steelen. 



Bladeren. 



Bloemen. 



MECHOACAN. 

Oo in het Neederlandfch , en in het 
Latijn Mechoacanna genoemd , na 
de Americaanfche Provintie Mechoa- 
can , daar ze van naturen voortkomt, 
en uyt dit Werelds-deel eerft in onze 
Landen is gebragt. Van de Italianen 
word ze geheeten Reubarbaro Indiano. In-t 
jaar 1652. is deeze Plant bij mij van Zaad geluk- 
kig opgekomen , en door vlijtige zorge voorspoedig 
aangegroeyd. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden twee 
onderfcheydene foorten , als : 

I. Mechoacanna vera sativa, of opregte tam- 
me Mechoacan , dus genoemd , om dat anderhalve 
Drachma van de Wortel met Wijn ingenomen alle 
quadc vochten uyt 's menfehen Ligchaam door de Dar- 
men genoegzaam uytdrijft. II. Mechoacanna syl- 
vbstris , of wilde Mechoacan ; zoo geheeten , om 
dat hare Wortel niet zoo krachtig purgeert, alleenlijk 
het Water uyt de Blaas jaagt , en de zelve afdroo- 
gende verfterkt, als men'er anderhalve Drachma van 
gebruykt. 

Zij beminnen uyt eygener aart een goede, gemee- 
ne, zandige aarde, meteen weynig twee-jarige kleyn- 
gewreevene Paerdemift; 't Mol der van binnen ver- 
dorvene Boomen , of in plaats van 't zelve 't Mol der 
verrotte Boombladeren , en ecn-jarige Hoenderdrek 
genoegzaam doormengt : een warme, vrije , wel ter 
Zon geleegene plaats, bevrijd voor alle koude Oofte en 
JVoorde-winden ; en matige vochtigheyd. 

Zijn teeder van Natuur. Konnen geen fterke Win- 
den, koele Herffi-reegenen , Rijp, of de Vorfi deezer 
Landen verdragen. Moeten derhalven , droog zijnde, 
in 't laatfte van September binnens huys gebragt wor- 
den , op een warme plaats , waar in door de gehcele 
Winter word gevuurd ; wel gewagt voor een doordrin- 
gende Vorfi : gedurende deeze tijd alleen van boven 
befprengt met flegts een weynig lauw Reegenwatcr; 
en niet weer buyten gezet voor in 't begin van April, 
met een zoete Reegen , en aangename Lucht : dan 
noch voorzichtig gedekt en wel gewagt voor koele Ree- 
genen en koude nagten. 

Dus waargenomen , blij ven ze in deeze onze koude 
Geweflen veele jaren in 't leeven. Verliezen teegens de 
Winter al haar Loof, gelijk de 'Brionie; doch brengen 
ieder voorjaar in May, eeven gelijk de gemeldde, uyt 
hare dikke Wortel (welke de verrotting zeer onderwor- 
pen is ) weer nieuwe Scheuten voort. 

De Wortel van Mechoacanna vera sativa, of 
opregte tamme Mechoacan , is groot , dik , en lang ; 
ouder alleen eenige weynige dradige of vee gelachtige 
Wortelt jens hebbende , op de wijze van Brionie. Is 
bleck-wit van verwe, en heeft inwendig een wit Zap. 
Uyt de zelve komen voort veele ronde Steelen ; zich 
lichtelijk windende om een ftok , en aan deeze Steelen 
fchoone Bladeren , nu aan de ecne , dan aan de andere 
zijde, boven malkander ; zeer gelijk zijnde die van het 
Convolvulus Indicus, of Indiaan fche Winde, hebben- 
de degedaante van eenHert. Zijn vier duymen breedte, 
wat min of meer, lang; ontrent drie breed : uyt den 
blauwen donker-groen boven, maar onder bleeker; tee- 
der van aart ; achter alderbreedft ; en aldaar aan beyde 
de zijden des Steels met twee rond-toegaande punten 
toelopende , doch voor in een fpits eyndigende : in 
het midden voorzien met een regt-doorlopende groo- 
te Ader , waar uyt veele kleyne, ter zijden uyrgaan- 
de, ontftaan. 

TulTchen de zelve fchieten At Bloemen op, gefield 
op korte Steelt jens, Deeze zijn purpur-verwig; in ge- 



daante , grootte en (telling die van de genoemde ƒ*, 
dtaanfihe Winde niet ongelijk. Als ze haafrig verwan 
Bun, laten ze een kluchtige Vrucht na, hebbende de 
geftalte van een kleyne Concommer ; een hand langj 
drie duymen, wat meer of min , in 't ronde dik; voor 
eyndigende m een fpitsze rondigheyd , en aldaar ■, ge- 
lijk onder, dunner; van buyten met een geelachtige 
witte ruygheyd bekleed; en van binnen gevuld met 
een plat , dun en bleek-wit Zaad ; waar aan zich vait 
houd een aardige Zdver-verwige wolligheyd , gelijk als 
men ziet in de Vrucht van Apocynum. 

De Mechoacanna sylvestris , of wilde Mechoa- 
can, geeft uyt een ook fterke Wortel , doch niet zoo 
dik, in teegendeel in veel meer Talken en Veezelen ver- 
deeld, hare bleek-roode Steelt jens-, niet rond en flegt, 
gelijk de andere, maar als uyt veele Leedekens aan mal- 
kander gezet t en winden zich ook om k t geen bij 
haar geftoken word. Aan de zelve groeyen de Blade- 
ren , in gedaante en op de wijze van Apocynum ; ook 
twee en twee regt teegens over malkander gefield; veel 
ronder als van de voorgedachte; gemeenelijk twee duy- 
men breed , en wel zoo lang. 

Tuflchen deeze worden voortgebragt groote witte 
Bloemen , de voorgemeldde niet ongelijk. Afgevallen 
zijnde , ziet men een ovaals-wijze ronde Vrucht , veel 
kleyner als die van de andere foort ; vier duymen , wat 
min of meer, lang, ruym twee duymen dik; voor wat 
ftomp-fpits; donker-groen van verwe; een weynig als 
gefttppeld, en van binnen gevuld met een geel Zaad , 
waar aan veele witte Draadjens hangen. 



Kluchtige 
Vrucht» 



Zaad. 



Wilde Me» 
choacan» 

Wortel. 



Bladeren» 

Bloemen» 
Vrucht. 

Zaad. 



KRACHTEN. 



D 



aart. 



E Wortel van Mechoacan is verwarmende en 
verdrogende tot in den derden graad; daarbe- 
neevens een weynig te zamentrekkende van 



Recht I. f.' 
rer. Mtd. 
Nov. hifpt 
c. 3 8. 



Durantes 
hifi. Plant, 
fol. 178. 
Monard. 
hifi. Simp. 
Nov. hifp. 



Twee Drachmen van de zelve gedroogd en gepulve- 
rifeert voor een oud perfoon, doch voor een jongeling 
maareen, vooreen kind een halve Drachma, met Wijn 
ingegeeven : of ook de gemeldde Wortel in Wijn ge- 
weykt , en daar van een Roemertje 's morgens nuchte- 
ren gedronken, jaagt door Stoelgang uyt alle quaadaar- Bod - *• '3» 
dige , taye , dik^e , waterige en galachtige Vochten. c 
Neemt wech de verfiopping der Leever , Milt , en an- 
derer deelen des Ligchaams. Verbeeterd de gebreeken 
van de Maag. Is goed teegens de Winden ; voor de 
Water- en Gee/x,ucht ; Hoofdpijn ; Nierenfmerten ; val- 
lende Ziekt-, 't Colijkj de gebreeken der Moeder, ver- 
oorzaakt door koude. Verfterkt de Harffenen, de Zee- 
nuwen, en alle andere inwendige deelen. Doed ophou- 
den en verteeren de koude Zinkingen. Is dienftig voor 
een verouderde Hoefi ; voor de gebreeken der Borjl , 
Koortsen, en de Spaan fche Polken. 



CCCXL HOOFDSTUK. 

BEERWORTEL. 

P het Needcrlandfch dus genoemd , Namen, 
word in het Latijn geheeten Meum, 
of Ook FcCNlCULUM porcinum t 
in het Hoogdttytfch BiEHR- of Beer» 
wurtz : in 't Italiaanfch Meo, Im- 

PF.RATRICE, en FlNOCHlELLA. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend twee verander- Twee ver- 

fijke foorten ; nïmeodijk: 'JSST 

I. Meum athamanticum, of Beenvortel^ wel- 
ke van naturen groeyd ontrent den Berg Athamas, ge- 
leegen in Thejfalien; na wienze deeze naam heeft ont- 
fangen. II. Meum spurium , of bafterd Beer* 
wortel. Beyde zijn ze van de zelve Bouwing en Waar- 
neemtng. 

Zij 




Grond. 



Zaad. 



/anwin- 
fliog; 



Galen. I 7- 
Simf.hieJ. 
fat. 

Dol J.10. 

c. 9- 

Flirt. I. ao. 
r. ïj. 
M At tb. il. 
c.3. 



Diofc. I 1 
f. 3. 



7 «5 T BbschryvingderKrutoen^B 

m? t ™«-' a "S\^z on ' kegene pto, en veel Wa- 

opkomt" n <ie aarde word gaayd, ruym twee ftroo 
S diep. Hier door tonnen ze amgcwonmn en 
„tlülgi worden. Maar dan ook noch doo 
Jure aanfewaffene jo» g c W***} welke "jen met de 
gcmeldd? Maan in ^«ofV/r/Zvan de «é afneemt, 
cn verplantt. 

KRACHTEN. 

DE 0Wf» deezer ?/**, welke alleenlijk in de 
Geneeskonft worden gebruykt, zijn droog in 
den tweeden , en warm in den derden graad; 00K 
dun van deelen, en fijn van ftof. 

DeezeHortelenin Wijn gezoden, en daar van een 
Roemcrtjc 's morgens nuchteren gedronken , openen de 
verft optbeyd der inwendige deelen ; zuy veren de Blaas, 
en Nieren vm 't Graveel: doen gemakkelijk wateren : 
verdrijven de koude Pis, de Winden, te pijn oï krtm- 
pine des 'Buyks , ook allerley Leeden-fmerten , en de 
Jitt, ofFlerefijn. Verfterken de Maag. Doen der 
Vrouwen Maandflonden voortkomen,- en geneezen de 
beet en offteeken der giftige Dieren. 

J)e Wortelen gcdroogt, gepulverifecrt; met Zuyker, 
of Honig vermengt, en daar van zomtijds een weymg 
genomen , is goed voor de Hoeft , reynigd de Borft, en 
doed de daar op vallende Zinkingen verteeren. 



Namen. 




Drie vcr- 

fcheydene 

foortcn. 



Witte, en 

geele 

Geers. 



Cambai- 
fcheGeers 



CCCXLI HOOFDSTUK. 

E È R S. 

Iet alleen in 't Needer landfeh dus , maar 
ook van veele Heers , Hirs , ge- 
meenelijker Gierst genoemt. In 't 
Latijn Milium, Quasi Millium, 
om dat ze door hare Vruchtbaarheyd 
duyzend koornen in plaats van een of 
honderd voortbrengt. In 't Hoogduytfch Hirse, Hir- 
sen, ofHiRST: 'm 't Franje» Millet, ofMiL: in 
't Italiaan fch Miglio. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend drie verfchey- 
dene fooiten ; namentlijk. 

I. Milium seminf albo, of witte Geers. II. Se- 
mine flavo, of 'geele Geers. III. Milium Gambai- 
cum semi ne nigro , of Gambaifche Geers met een 
fchoon zwartblinkend Zaad. In hare Bouiving en Waar- 
neeming verfchillen ze maar weynig. 

De twee eerft-genoemde foorten beminnen een goe- 
de , gemeene , zandige aarde , matig met twee-jarige 
Paerde- en Koeyemift voorzien ; een luchtige genoeg 
ter Zon geleegene plaats , en veel Water. Blijven niet 
langer dan eene Zomer in 't leeven. Geeven teegens de 
Winter rijp Zaad, en vergaan dan van zelfs. Moeten 
derhalven ieder Foor jaar , met een wallende Maan van 
April, weer op nieuws, niet diep , gezayd zijn. Al- 
leen hier 'door konnen ze vermeenigvuldigd wor- 
den. 

Het Milium Gambaicum, of Gambaifche Geers, 
is veel teederder van aart ; doch grooter en fterker van 
Bladeren. Blijft in deezc Landen niet meer dan eene Zo- 
rner over. Word met een walTende Maan van April 
of May niet boven een ftroobrecd diep gezayd in een 
Pot, gevuld met goede luchtige aarde, vermengt met 
een weynig twee-jarige Paerdemift, 't Mol der verrotte 
üoomen, en een-jarige Hoenderdrek. 



oixEN en Bloemen , III Boek , 766 

Opgekomen zijnde, mag men deezc jonge Planten Hoc fe 
niet verzetten ; ook niet meer dan een , of ten hooften handelen 
twee, na geleegentheyd harer grootte, in eene Pot la- ontrent d c 
ten blijven. Zij beminnen grootc hitte, en een wel ter ^^ ckin S- 
Zon "clecgene plaats, befchutvoor alle koude zoo Ooftc- 
als Noordenwinden ; en matige vochtighcyd. Geeven 
volkomene Bloemen , maar noyt eenig vaft-blijvend 
Zaad. Konnen de Winter-koude gantfehehjk niet uyt- 
ftaan, maar vergaan van zelfs binnens huys, 't- zij dat 
men ze wel gewagt heeft of niet. Moeten derhalven Aanwin. 
t'elkcns weer aangewonnen worden door Zaad, uyt hce- mn S* 
te Landen overgezonden. 



KRACHTEN. 

G Eer s, Heers, Hirs, Gierft , óf Milium , is ver- 
koelende in den eerften , verdrogende in den 
tweeden graad, ook fijn van ftof. 
In Melk gekookt tot een Brij , en daar van gegee- 
ten, is aangenaam voor de Maag , doch geeft aan het 
Ligchaam weynig voedzel. Een Pap van Geers-mcel 
gemaakt, verft opt het Ligchaam, en doed wateren. 

Geers heet gemaakt, in een zakje gedaan, en op den 
Buyk gelegt , doed de Buyk^rimping ophouden ; ook 
de pijn der Leede'n en Zeenuwen vergaan. Op 't Hoofd 
gedaan verfterkt en verdroogt de Harjfenen. 

Rhabarbar , Mechoacan , Citroenen , Limoenen , 
Oranje-appelen , zelfs ook Vleefch , in Geers gelegt , 
bewaart de zelve een tijd lang voor verderving, ver- 
mits'er noyt Wormen in groeyen. 

Meel van Geers vermengt met Tarwenmeel , dan 
gelegt op de beeten of Jleeken der Adderen en Slan- 
gen , geneeft de zelve. 



Galen. Uil 
Simp, 7, 



■Averroit 
HL SimpJ 
<■ 39- 

Diofc. I £ 
c. 119. 
Lujit, /.:.. 
wflrr.91. 



Mattb.ii, 
c.90. 



Dod. i iö. 




CCCXLII HOOFDSTUK. 

DUYZENDBLAD. 

Y de Neederlanders niet alleen met 
deezen naam , maar ook met dien van 
Gerwe bekend , word in het Latijn 
gehceten Millefolium , of ook 
Achillea: in 't Hoogduytfch Gar- 

BEN , SCHAFGRASZ, en TAUSENT- 

blat: in 't Franfch Millefueille: in 't Italiaanfch 
Millefoglio. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend eenigc veran- 
derlijke foorten , namentlijk : 

I. Millefolium majus album, of groote witte 
Gerwe (anders Duy^endblad). II. Majus purpu- 
reum, of groot purpur Duyzendblad. III. Majus 
flore purpureo holoserico, of groote Gerwe met 
een purpur-ftuweele Bloem. IV. Minus odoratum, 
ofkjeyn Duyz.cndblad met welriekende Bloemen. V. Mi- 
nus flore luteo , of k[eyne Gerwe met een geele 
Bloem. VI. Millefolium aquaticum, of water- 
Duyz.endblad. VII. Aquaticum fccniculaceum, 
of water-Gerwe met teedere Bladeren als Penkel. VIII. 
Palustre minus, of kleyne water-Geinve. IX. Mil- 
lefolium aquaticum cornutum , of Duyzend- 
blad, groej/ende in waterachtige plaatz.cn, met een ge- 
hoornd Zaad. Niet alle zijn ze van de zelve Bouwing 
en Waarneeming. 

Degeene, welke op drooge plaateen groeyen , be- 
minnen alle een goede, gemeene, zandige, liever ge- 
meftte als ongemeitte grond : een opene welgelecgene 
plaats; veel reegen, en ook matige vochtigheyd. Blij- 
ven eenige jaren in 't leeven. Verdragen fterkc Vorft , 
en' meer andere ongelcegentheedcn destijds. Geeven 
ook dikmaal volkomen Zaad bij goede Zomers , het 
welke men met een waffende Maan van Maert de aarde 
weer kan aanbevcelcn. Deezer wijs konnen ze aange- 
wonnen worden; maai- dan ook noch door hare voort- 
lopende 



Namen.' 



Verfcltey- 
dene ver- 
anderlijke 
foortcn. 



Grond. 



Zaad. 



Aanwin- 
ning. 



7<*7 



RUYTERS-KRUYD. DniEB'LAD, 



loopende y<w£* Scheut jcns t gemeenlijk van zelfs worte- 
lende; welke men mee een waffende Maan in April van 
d'oudc afneemd, en vcrplantt. 
Water- Het MilLefolium aquaticum , of Water* 

Duyzend- Duyzendblad , wil zeer qualijk in eenige Hoven groei- 
h^ewaar ien ' tcn zi ) ' n vocnt 'g c ^ Schaduwachtige plaatzen, 
te nemen. om ^ en ar >dcren, of ook ieder dag, met water begoo- 
tcn wordende. Duurd dan wel eenige jaren. Brengd 
ook Bloemen voort, maar nooit volkomen Zaad. Moet 
derhalven alleenlijk aangewonnen worden door hare 
voortkruypende en van zelfs worteivmende Scbeutjens z 
welke , als men ze niet genoeg in agt neemd , haaft 
weer vergaan. Zie hier bij na 't Hoofdftuk van Duy- 

ZENDBLAD MET BLADEREN VAN DUYZEND- 
BLAD. 

KRACHTEN. 



7<58 



Galen. i:S, 
Mtd.Simp, 

Dorften. 
lïb. Pl.fol. 
101. 



JEgin. I. 7. 
c.j. 

Dnrantes 
hifi. PI. 
fol. 293. 



DVy zendblad , of Millefolium , is verkoelende in 
den eerften graad j ook een weynig afvagendeen 
t'zamcntrekkende van aart. 

In Wijn gediftillecrt , en daar van 's morgens migre- 
ren eenige dagen achter malkander gedronken , of het 
uyrgeparfttc Zap met Wijn ingenomen ; of ook 't Poe- 
der der gedroogde r Bladeren met 't zelve nat gcbruykt, 
dood de Wormen ; ftopt de witte Vloeden der Vrou- 
wen ; verdrijft de koude Pis, en is goed voor de geene 
welke bloed fpomven. In roode Wijn gekookt , ftild 
de Bloed en Buykfoop. 

De Bladeren en Bloemen geftooten , dan op varjfebe 
Wonden gelegt , doen het bloeden der zelve ophouden , 
en geneefenze. De zelve 'Bladeren gekneufd , en in de 
Neusgaten geftooken, ftempt het bloeden uyt de zelve. 



CCCXLIII 



Namen. 




Kan in 
geen Ho- 
ven leven- 
dig gehou- 
den wor- 
den ; 



maar wel 
in Slootcn 
ofGrag- 
tcn. 



DoJ. I. zo. 
e. 9. 

D/o/c. /. 4. 
e. 102. 
P/.I.14. 
c 18. 



HOOFDSTUK. 

RUYTERSKRUYD. 

Ok wel in 't Neederlandfch genoemd 
Krabeenklauw , word in 't La- 
?//»geheetcn Militaris Aquati- 
ca , Aloë palustris , sedum 

AQUATICUM, CnMlLlTARIS Al- 

SOIDES. 

Groeyd van naturen in ftaande Wateren , of loopen- 
de Rivierrjcns. Noyt ziet men haar in eenige andere 
foort van grond voortkoomen. Konnen derhalven op 
geenerley wijze in Thüyn of 'Bloemhoven, levendig be- 
houden worden , wat voor moeyte en vlijt men ook 
daar toe mogt aanwenden , gelijk d'ervarentheyd mij 
dikmaal heeft getoond. 

Doch als men een Gragt, of Sloot graaft , met Wa- 
ter voorziet , en dan dit Rityters-kruyd met een wallen- 
de Maan van Mcy daar in plant , zoo beklijft het niet 
alleen , maar geeft ook Bloemen. De Bladeren verdor- 
ren in de Winter. Schieten echter ieder Voorjaar , in 
de Maymaand, uy t d'oudeWoricl op nieuws weer voort. 
Hier dporwerdenze vermeenigvuldigd; gelijk ook door 
haar Zaad , in 't water neerzakkende , aangewonnen, 
zonder eenige menfchelijke hulp. 

KRACHTEN. 

RVyterskruyd, of Militaris Aquatica , is droog en 
koud van aart. 
In Wijn gefooden , en daar van gedronken, 
geneeft alle inwendige qucifueren , de /welling der Nie- 
ren, en docd het Bloedfpouwen ophouden. 

De Bladeren geftooten , en op varfebe Wonden ge- 
legt, bewaren de felve voor alle heetcSwecringcn. Met 
edik vermengd, geneefen 't Sprenkt vuur, alle wonden, 
en de Roos. 




CCCXLIV HOOFDSTUK. 

DRIEBLAD. 

Enoeg bij elk bekend ; word in 't Nee* Namen 
derlandfch niet alleen dus , maar ook 
gemeenlijk Klaver genoemd. In 'c 
Latijn Trifolium : '\n\Hoogduytfch 
Klee en WiESENKLEE:in'r 
Franfcb Treffle, en in 't ha* 
liaan fch Trifoglio. 

Hier van zijn mij in haren aart zeer vcele beziens- 
waardige foortcn bekend geworden j te weten : 

I. Trifolium Bituminosum » of Swaar-rie* Vecle bc 
kend Drieblad. II. Americanum spicatum flo- ziens -. 
RE PURPURASCENTE, o£ geayrd Americaanfch Drie* ^"„jf 6 
blad met een Purpurachtige Bloem. III. Cornicula- lijkcVor- 
tum Majus, et, IV. Minus; of groot, cnkleyn^*' 
Drieblad, met een geboomd Zaad. V. Stellatum 
hirsutum subterra-neum lusitanicum , of 
Ruyggcbladerd Portugalfcb Drieblad t met een ronde alt 
vol Starren gevormde Zaadkuop , op de aarde leggende. 
VI. Arüorescens lusitanicum , of Boomachtig 
Portugalfcb Drieblad. VII. Acetosum flore LU* 
teo , ofZuure Drieblad met een geele Bloem. VIIL 
Acetosum flore magno coeruleo, of Zuure 
Drieblad met een groote blauwe Bloem. IX. Aceto- 
sum flore albo magno , of Zuur Drieblad met 
een groote witte Bloem. X. Stellatum hirsutum 
H m 1 fusUM , of Rnyg gejlarnd Drieblad , op d' aarde 
kruypende. XI. CanadeNSE FLORE puRPUreo 
spicato , of Drieblad van Canada met een purpure 
geayrde Bloem. XII. Fragiferum perenne , of 
langduerend Drieblad , met een Vrugt als een Aerdbeftc. 
XIII. Fragiferum hirsutum, of Drieblad met Van welke 

ruyge Bladeren , en een Acrdbefe gelijkende VrUoU hicr vier ~. 
vnr r- ___ 5*. ■* x ,e>en twintig 

AlV. Fragiferum cornutum, of met een geboorn- worden 

de Vrugt als een Aerdbeftc. XV. Fragiferum ^esti- opgeteld. 

vum ra RUM , of een raar, aardig A er dbefen dragend 

Drieblad , in de Somer bloei jende en rijp Zaad gevende. 

XVI. Fragiferum ./estivum minimum, ofaldcr- 

kleynfi Aer dbefen dragend Som er -drieblad. XVII. 

jEstivum capitulo turbinato, of Somer-Drie* 

blad met een febarpe knop. XVIII. F.alcatum , of 

Drieblad met een Zaad-peul gelijk^ een Zikkel. XIX. 

Capite hirsuto annuum lusitanicum, of 

eenjarig Portugalfcb Drieblad met een ruyge kz'»p. XX. 

Capite eci-iinato lusitanicum , of Portmalfch 

Drieblad met een doorn ige knop . XXI. V e s I e A R 111 M 

indicum , of Indiaan fch Drieblad met Blaas jen s. 

XXII. Siliquosum, of Drieblad met Peultjens-. 

XXIII. Siliquosum lusitanicum, of Portwralfch 
Drieblad met Peultjens. XXIV. S 1 liquosu m a fr i- 
CaNUm , of Africaanfch Drieblad met Peultjens , van 
fommige genoemd Mosambos d'ANGOLA , met wel- 
ken naam het mij ook voor deezen is toegezonden ge- 
weeft ; en dan noch veel meer andere , onnoodig hier 
alle verhaald te worden. Niet alle zijn ze van de zelve 
Bouwing en Waarneeming. 

Echter beminnen ze al t'zamen een zandige , goede , Gronó ' 
of ook wel een andere gemeene , zoo wel met tweeja- 
rige Paardemift, als met gantfeh geen vettighevd voor- 
ziene grond : een opene , warme , genoeg ter Zon ge- 
leegene plaats, en taamlijk veel Water. Geven gemeen- 
lijk , inzonderheyd by hecte , drooge Zomers , vol- 
komen rijp Zaad, en vergaan tekens den Winter , of 
blijven ook lang in 't leven j gelijk als het 

Trifolium Americanum spicatum, of Drie*- Welke ' 
blad uyt America met een geayrde purpurachtige Bloem; j 00rr . crl p 
CuRNUTUM MAJUS et minus , groot en k/eynDric- IcvfnMij- 
blad met een gehoornde Vrugt : Stellatum HiRsv-ven. 
tum subterraneum lusitanicum , ruyg Portu- 
galfcb Dr/eblad, met een op d' aarde leggende Zaadknop, 
C c c ge- 



, tm Katïyden , Bollen en Bloemen , III Boek, 770 

7 6 9 Beschryving deh kruydln, ^ of oQk ^ fcheyd ^ 

voorzien. Acetosum flore ivjb mmn¥ ^ ativm voortkomende: rond, teeder van 



relijk als met Starren 

LUTEO 



MA gno cocrul: et magno 



Koek- 
koeks- 
brood. 



Aan win- 
ning. 



ALBO , 
°r»' ■ /ZT meteen geele, groote blauwe, en groo- 

SS**?* %&*&■*> «fcPïS? 

21 

OXYS 

duytfd 

perenne , u A r JL e .. e , Weke niet alleen ee- 

op de wsize van een Aaravez.tc. v» . 

nie laren lang in keven blijven, maar ook , buyten 
Ede d z&* en alle andere ongeleegentheeden der 
St^edagenrarnelijk we. verdragen konnen. Wor- 
den ïmfrm M' door ^W.t wek 



, ,„■ , : , „ waflinde Maan van April in de aarde eens Pots, 



Drieblad 



Bloem. 



Bladeren. 



Bloemen. 



der boven een ftroobreedte diep, «nort gelegt zi,n , en 
Zr hare aangewajfene jongen , welke men op de zelve 
tijd van de oude afneemt , en verplant. 
,,,, Het Trifolium Americanum spicatum , ot 
uytAme- Drieb[ad UJt America wet een geayrde purpuracht.ge 
rica ' mct Bloem, krijgt uyt een lange doch met zeer ■ dikke, taye, 
Srp^r- bleek-bruyn-vcnvige, en, in de Mond geknauwd wor- 
achïige dende, niet onaangenaam van fmaak zijnde Wortel, va- 
fchcydenc5/«/«,in deeze Geweften twee, derdehalve, 
ja ook drie voeten hoog opfehictende. Deeze zijn ree- 
delijk dik, rond, bleek-groen, met veele bruyn-roo- 
dc ftreepen voorzien, en van binnen gevuld meteen 
wit Pit. Aan welke groeyen veele Bladeren, een duym 
breed, wat meer of minder, boven malkander; nu uyt 
dceene,dan uyt de andere zijde voortkomende, ruftende 
op regt-opftaande ruygachtige Steelt jens , en beftaande 
uyt drie declen, waarvan'tvoorftehetgrootftc; ontrent 



zijn wat kleyner, doch eyndig 
ftomp punt. Zijn aan de randen effen en flegt ; boven 
donker-groen, onder veel bleeker; ook aldaar in 't aan- 
raken een weynig fcharp-ruyg ; zoetachtig van fmaak, 
en ook te zamentrekkende. In 't midden zijn ze voor- 
zien met een regt-doorlopende groote Ader ; waar 
uyt veel andere kleyner, opwaarts gekeerd, ter zijden 
uytvloeyen. 

Uyt de bovenftc punten ziet men vier, vijf en zes 
vingerbreed hoog, uijrs-wijzp bij malkander gevoegde 
Bloemen groeyen. Deeze zijn purpur-verwig, zonder 
cenige reuk ; beftaande uyt een bovenftc opftaanderond- 
achtig Blaadje , in 't midden vercierd als met twee aan 
malkander zittende Oog jens, en daar ondereenige weynige 
langwerpige lcleyne, aan malkander gevoegd. Hebben 
inwendig gelijk als een bleek-wir, uytfteekend Hoornt- 
je; waar uyt eenige korte witte Draadjens, voorzien 
metkleynegcele JCwo/y'M», in 't ligt worden gebragt. 
Weynige dagen open ,geftaan hebbende, vallenze af, 
en laten na verfcheydene korte , matig brcede , platte, 
bruyn-verwige Penh jens, zeer kleevende of vaft hou- 
dende van aart ; inwendig gevuld met twee, drie, of 
vier onderfcheydene, vaal-bruyne, platachtig en ontrent 
rond zijnde Zaadjens. 

Al de andere voorheenen genoemde foorten blijven 
niet meer dan cene Zomer in 't leeven. Want 't zij 
datze rijp, 't zij datze geen volkomen Zaad hebben 
voortgebragt , zij vergaan door een kleyne ongeleegent- 
heyd , of verderven van zelfs. Moeten derhalven ie- 
der Voorjaar, met een wallende Maan van April, weer 
op nieuws, niet diep, in Potten worden gezayd. Men 
mag ze niet verplanten : ook niet te veel opgekomene 
jongen in cene Pot laten. Zouden anders te zeer ver- 
achteren: en daar door dies te minder rijpZ<Wkonnen 
voortbrengen ; 't welk alleenlijk 't middel harer •vermec- 
nigvuldipng is. 
Drieblad Het Trifolium siliqjjosum LusitAnicum , of 
uyt Portu- Drieblad uyt Portugal met Peultjens, opfehietende uyt 
Pcultjens. c ?. n teeder > en, in de mond geknauwd , bitter van fmaak 
zijnde Worteltje , een of anderhalve maatvoet hoog , 



2.aad. 



Welke 
foorten 
maar eene 
Zomer 
duren. 



dere, uyt de zelve voortkomende 
aart, bleek-groen van verwe, blinkende, en met een 
kleevende korte bleek-witte ruyghcyd bekleed : aan 
welke in het beneedenfte gedeelte de Bladert jens uyt- 
fpruyten, ruftende op teedere dunne Steelt jens. Zijn c^^ 
oneeliik van grootte; boven donker , of zwart-groen der BUde. 
van verwe, doch onder bleeker, en daar ruygachtig ; ren. 
niet blinkende , zagt in 't aanraken , fterkachr.g van 
reuk, bitter van fmaak; beftaande uyt drie bij mal- 
kander gevoegde deelen , waar van het middelfte het 
lansfteis, doch alle zeer fmal , voor ftompachug-fpits 
toelopende , en in het midden voorzien met een regt- 
doorlopende Ader. De andere, welke in 't bovenftc 
gedeelte groeyen , komen boven malkander voort, nu 
uyt de eene, dan uyt de andere zijde der Steden; niet 
in drieën , maar ceniglijk alleen. Zijn ook doorgaans 
langer en brecder als de andere drie-deelige ; echter zel- 
den breeder als een ftroo. 

Tuffchcn welke aardige en kleyne Bloemt jens te voor- Bloemen, 
fchijn komen ; te weeten, tuflehen ieder Bladeen; be- 
ftaande uyt vier uytgefpannene Bladert jens als Vleugdt- 
jens ; van welke de twee onderfte de groot fte en rond- 
fte zijn ; donker-bruyn-rood van verwe ; inwendig 
geteekend met veele kleyne Stip jens ; de twee boven- 
ftc, tufTchen de twee andere regt-opftaande, veel fmal- 
ler : voor ftomp-rond toegaande , en voor 't meeftc 
deel gantfeh geel. Hebben inwendig drie kleyne, blin- 
kende geele Knop jens, als Oog jens, van welke 't mid- 
delfte 't klcynfte is: waar onder zes afhangende, voor 
aan zich een weynig opkrommende Draadjens zitten, 
houdende daar een kleyn bruyn-rood Knopje : waar on- 



in 't licht gebragt word. 

Als deeze Bloemen vier , vijf of zes dagen open Vruchten, 
geftaan hebben , vergaan ze in haar zelven , en worden 
gevolgd van Peultjens, twee vingerleeden lang, dun, 
rond, ruyg, groen, voor fpits toegaande,; van bin- 
nen gevuld met veel zeer kleyn , rond Zaad, eerft z*z&. 
groen , doch daar na zwart- of ook blauwachtig wor- 
dende. 

Het Trifolium arborescens Lusitanicum , Boomach- 
of boomachtig Drieblad uyt Portugal, blijft eenige ja- "g d D "* 
ren lang in 't leeven , doch is teeder van aart. Kan op p ortU gaL 
geenerley wijze de Winterkoude deezer Geweften ver- 
dragen. Moet derhalven , met een waffendc Maan van 
April in een Pot 't zij gezayd 't zij geplant zijnde, voor 
veel koude Herfflreegenen worden bewaard ; in 't begin 
van Otlober binnens huys gebragt; op een luchtige, 
maar geen warme, plaats gezet; gedurende de Win- 
ter met weynig lauwgemaakt Reegenwater voorzien ; 
voor de Forft wel gewagt , en niet voor in 't begin van 
April , met een aangename Lucht en Reegen , weer 
buyten gefteld zijn. 

Dit boomachtig Drieblad kan alleenlijk aangewonnen Aanwin- 
worden door zijn Zaad; 't welk in deeze Landen zei- nin g- 
den zijne volkomene rijpheyd verkrijgt. 

Het Trifolium Africanum siliqjjosum, ofDriebhd 
Drieblad met Peulen uyt Africa, anders «enoemd Mo- " iet Pcu ' 
sambos d Angola , is het teederlte van alle; en van Afrio. 
een aangename aanfehouwing. Bemind groote hitte, 
en matige vochtigheyd. Kan noch fterke7^/Wrw,noch 
eenige koude verdragen. Brengt in hare Peultjens geen 
rijp Zaad voort, maar verfterft fchielijk in den Herfft 
door een kleyne ongelcegentheyd, zoo dat deeze foort 
hier niet wil overblijven. 

Het Trifolium palustre , of -ivater-Drieblad , \Vater- 
blijft uyt eygener aart zeer lang in 't leeven, in ftil ftaan- Drieblad, 
de Wateren , of vlietende Riviertjens wallende. Ver- 
draagt allerley ongeleegentheeden der Winter. Geeft 
een verwonderlijk-fchoone Bloem , en ook in zommi- schoone 
ge jaren volkomen rijp Zaad j [t welk in het Water Bloem. 

vallende 



-. , 




<Ft?. 






Ójf. 




771 DRIEBLAD.BRUYN-ROODVlERBLAt>.AARDBnZIEN.MoSCH,OFMos. 771 

KRACHTEN. 



Wil in 
geen Ho- 
ven waf- 

fen. 



Jiurant. 
hifi. Plant 
fil. 463- 

Dhfe. I. $ 
e. 123. 



Rucll. /. 3 
c.S9> 



lufit. 1 4 
enarr. 1 1 2 
Mattb. /-3 
t. 106. 



Trag. I. I 
f. 173. 



jw. /. 19. 



D»o/<r. /. 4, 
c.121. 



ZoM. J. a, 
/o/. 4®« 



Vallende, weer voortkomt, en zich alzoo vermeen 
vigvuldigd. Kan ook aangewonnen worden door ha- 
re aangegroeyde jonge voortfehietende Wortelen. 

In de Hoven gezayd of geplant zijnde , wil het niet 
voortwaflen. Doch gefield in een gegravene Watcr- 
kuyl, beklijft het zomtijds wel, doch blijft zelden lan- 
ger dan twee jaren in 't lecven. 

KRACHTEN. 

HEt zwaar-riekend Drieblad, of Trifolium Bitu*. 
minofum, is warm en droog tot in den derden 
graad. 

In Wijn gezoden, endaar van gedronken; of een 
lood der gedroogde Bladeren, Bloemen, of drie drach- 
men van het Zaad gepulverizeert , en met Wijn inge- 
nomen , verwekt der Vrouwen Maandftonden; doed 
wel Water lojfen; de Vrucht , en de Nageboorte voort- 
komen. Is goed teegens de Zijdepijn, de Koudepis ; 
een beginnende Waterzucht; de opflijging der Moeder ; 
de Kramp ; en voor de geene , die van giftige Dieren 
geftoken of gebeeten zijn. 

Het zuure Drieblad , of Trifolium Acetofum , is 
koud en droogd van aart, ook dun van defelen. In ee- 
nig Nat gekookt, of ook rauw gegeeten, ftild de Dorft, 
verkoeld en verfterkt een hitsige Maag , de Leever en 
het Hert : verwekt eetensluft : weerhoud het braken : 
is goed teegens de Koortsen ; voor die gebrooken of 
gefcheurd zijn : ook voor de zweeringen des Monds. 

De Bladeren gefloten; en op de Roos; ook andere 
verhittingen gelegt, doen veel goed. 

Water-Drieblad, of Trifolium Aquaticum, is warm 
en droog van aart. 

In Wijn gezoden , en daar van 's morgens nuchte- 
ren een Roemertje gedronken, is goed teegens de Scheur- 
buyk, anders genoemd de Blaauwfchuyt. 

Het Zaad (zijnde afvagende, doorfnijdende , ver» 
deelende , en ook een weynig te zamentrekkende van 
aart), gefloten, en met Honig-water gedronken, ge- 
neert de Hoeft, de pijn van de Borft, de geene die Bloed 
opgeeven, en gebrek aan de Leever hebben. 

De jonge Bladeren van dit Kruyd de Schapen te eeten 
gegeeven, doed haar haaftig vet worden. 



N«men. 




Grond. 

Bloemen. 

Zaad. 

Aanwin- 
ning. 



CCCXLV HOOFDSTUK. 

B RUYN-ROO D 
VIERBLAD. 

Oo genoemd in het Neederlandfch , 
om dat deeze kruypende Plant meeft 
vier, minft drie en vijf Bladeren, ver- 
cierd met een aangename bruyn-roode 
couleur, te voorfchijn brengt. Word 
in 't Latijn geheeten Quadrifolium 
PHoeuM , of Trieoliuiu fuscum : in het Franfch 

QuATRE- FUEILLBBRUN. 

Zij bemind een goede, gemeene, zandige, luchtige 
aarde, met een weynig twee-jarige Paerdemift voorzien: 
een welgeleegene , en gantfeh niet belommerde plaats; 
ook veel Water. 

Geeft in de Maanden van Junius en Julius Bloemen, 
ook voor de Winter volkomen rijp Zaad. Verdraagd 
Rerke koude, en alle andere ongeleegentheeden des tijds, 
zonder fchade. Word vermeenigvuldigd en aangewon- 
nen, niet alleen door het gemeldde haar Zaad, 't welk 
met een wallende Maan van Maert o£ April, niet diep, 
in de aarde moet gelegt zijn ; maar ook door hare bij 
de grond voortkruy pende, en zonder eenige moeyelijk- 
heyd van zelfs wortelvattende jonge Scheut jens ; welke 
men op de genoemde tijd, of in de zelve Zomer , van 
de vudt afneemt, en verplant. 



HEt bruynrood Vierblad, of 'Quadrifolium Phmm, Oenruyk 
is koud en droog van aart. 

In Wijn gezoden , en daar van \ morgens 



' 1 w W\\' , Cn aaar van ' s murKens 

nuchteren gedronken , ft.ld de onnatuurlijke w,tte en 
roode Vloeden der Vrouwen. Is goed teegens 't Colijk, 
en de krimpmg der Darmen; de zweeringen van deLon* 
ge; de Waterzucht, de Roodeloop .• en word met voor- 
deel gedaan bij de dingen, welke men gebruykt teeeeng 
de gebrecken der Oogen. 



deczer 
Plant. 



CCCXLVI 

AAR 



HOOFDSTUK. 

DiBEZIE. 




Fragaria 



Eder genoeg bekend ; zoö wel weegens Namen, 
haar aangename fmaak , als om hare 
deugdzame en verkoelende kracht, ook 
van elk begeerd. Voerd deezen naam 
in het Neederlandfch. Word in het 
Latijn geheeten Fr aoa ; de Plant zelfs 
in het Hoogduytfch Erdbeeren , en 
Eröbeerenkraut : in het Franfch Fraises : en in 
het Italiaanfch Fragolaria, le Fraghe, en Fra- 

GOLE. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden ee- Vci-fchcy- 
nige kluchtige veranderlijke foorten ; namentlijk : dene ver- 

I. Fragaria fructu rubro major, of groot J ndcrIi J kc 
Aardbezienkruyd , met een roode Vrucht. II. Minor °° rCCn ' 
fructu rubro, of kleyn Aardbezienkruyd , met een 
roode Vrucht. III. Fructu albo, of met een witte 
Vrucht. IV. Fructu hirsutó, of met een gantfeh 
ruyge Vrucht. V. Fragaria flore pleno , -of 
Aardbezienkruyd met een dubbele bezienswaardige 
Bloem. Al te zamen zijn ze van ceven de zelve Bouwing 
en Waarneem ing. 

Zij beminnen een gemeene j goede, luchtige, en Grond, 
welgemeftte grond t immers zoo zeer een opene, vrije, 
bequaam ter Zon gelcegene, als een donkere of fcha- 
duwachrige plaats; en veel Water. Geeven een fma- 
kelijke Vrucht, welke door giftige Dieren niet lichtelijk 
befmet of befchadigd word. Verdragen felle koude , 
en alle andere ongeleegentheeden der Winter , zonder 
groot nadeel. Worden ook gemeeneüjk aangewonnen Aanwin- 
en vermeenigvuldigd door hare aangewaiTene , of van nin S' 
zelfs voortgekomene jongen. 

Wil iemand hier van jaarlijks zeer goede , groote , o m groo* 
zonderling-welfmakende Vruchten genieten , die moet te , wei- 
al de jonge Scheut jens gedurig wechneemen , haar van fmakcnd e 
het onkruyd genoegzaam zuyver houden; in drooge ^J'™, 
dagen met Reegenwater begieten; en om 't derde, of 
ten langften om "t vierde jaar met een wafTende Maan 
van Auguftus, of in Maert, verplanten , in de hier 
boven befchreevene grond, niet diep, en ontrent een 
voet wijdte van malkander. Hier door konnen ze over- Verplan- 
vloedig vermeerderd worden. De bequaamfte tijd dee^ ting. 
zer verplanting is de Maand Auguftus, want als 't dan 
gefchied, zullen ze in 't volgende jaar Vruchten dragen, 
en de oude hebben in dit jaar hare Vrucht gegeeven. 

KRACHTEN. 

DE Bladeren en Wortelen van Aelbezi'cnkruyd j DoJ. I.13. 
of Fragaria, ook de onrijpe Vruchten zelfs, '•»<>. 
zijn verkoelende in den eerften , en verdroo- 
gende in den tweeden graad ; ook te zamentrekkende 
van aart. Doch de rijpe Aardbezien zijn verkoelende 
en vochtig van natuur. 

'- De Bladeren gefloten , en op varjfche Wonden gelegt, 
verkoelen en geneezen de zelve. 

De Wortelen en Bladeren in Wijn gekookt , en daar "$ 
Ccc 2 van 



773 



toHRYVING DEK KrUYDEN, BOLLEN EN BLOEMEN, UI Boi*. 774 

d^cn.ch.ermoltodcr, cenRo^ Mofch, groeyd op geen andere jteen, * .Heen ir, Mofc, 



van-smorgem eega, e,.. fe 

££$&*£ Stopt de ;U «■*. *. 

de h "f r „Ven andere i»»;. Verwekt ook de 
JjfijtóS neemt wech *'w~* Z~ 

«*. *& Jtafa* in Water gezoden, en zich dikmaal 
&•«««• <tor meê gewaffchen, is goed voor een -f""' r J' 
f' l -T Hujd: vcTfterkt het TmhUcfib, maak de M 
(?, en verdrijft het zwellen der Am«M,«, de Keel 



zijn 
gecven echter aan 



idttb 
Mcl. 



hifi. tknt. val . 

fol.i)'- daar meê gegorgeld. 

L / 1. De *53h£ of Aardbeien zelfs, gegeeten 
ÏÏ3EL ' niet onaangenaam voor de Maag '**™f* , 
^'MictLigchaarneen (legt en ongezond . voedzel. Doch 
met Wijn en Zuyker genuttigd . z.mze veel J>ecter: 
verflaan de Derft, verdrijven de brand van de Maag en 
vanaldeinwendigedeelen. Zijn dienftigvoordct?^- 
tige menfehen: zuyveren de Nieren, de Blaas, endoen 
gemakkelijk water tof en. 

De zelve in Brandewijn gedaan, en daar van s mor- 
gens twee of drie leepelen vol gedronken , is dienftig 
reeden s 't Graveel, 
camerar. Het uy tgeparftte Zap , of 't gediftilleerdc Water 
/.4.M6. deezer Vruchten y verdrijft de roode plekte* en PW eu 
des Aangcüchts, veroorzaakt door een heete Leever ; 
de Roos, roode Oogen; witte Schilferen , Sproetelen, 
en andere onzuyverheeden der Hujd, daar meê gewaf- 
Tuelf.kifi. fcherï. Is daarenboven ook dienftig in de gebreeken der 
f/, c. 3x9. MiltenEorft: teegens 't Graveel der Nieren , en het 
ZW w» </<r 2M*w. Verfterkr het //rr/, en reynigt 
het Bloed , zomtijds een Roemertje daar van ge- 
dronken. 



Namen. 




Van het 
Mofch op 
en aan de 
Takken 
der Boo- 



CCCXLVII HOOFDSTUK. 

MOSCH, of MOS. 

lEt dcezen naam in 't Neederlandfch 
bekend, word in het Latijn geheeten 
Mvscus; in 't Hoogduytfch Mosz : 
in het Franfch du Mousch, of la 
Mousse: in 't Italiaanfch Mosco, of 
52» la Muffa. 
Hier van zijn mij in haren aart veele kluchtige, ver- 
anderlijke , bezienswaardige foorten bekend geworden; 
welker eenige op en aan de Talken der hoornen, zonder 
eenige mcnfchelijke hulp, behandeling , bouwing en 
men word waarneeming deelachtig of onderworpen te zijn , van 

h ' handeld Z1C ^ Ze ^ S » ^ 00r ^ e a - macnt 'g e nan d des grootften 
'Werk-meefi:ers,konftig voortkomen. Doch van deeze 
zullen wij hier niet fpreeken; maar alleen van die, welke 
in der aarde groeyen ; en welker Culture ons niet in al- 
les onbekent isj te weeten : 

Soorten I. Muscus terrestris dentatus , of Aar d- 

Mofch ard " ' Mo f ch met Tand ) ens ' IL Terrestris clavatus , 
of Aard-Mofch met kleync Scheuten als Kolfjens. III. 
Terrestris minor, of klep Aard-Mofch. IV. Co- 
Ralloides, of Mofch , groeiende Koraals-wijz,e. V. 
IVluscus aquaticüs mimor, of kleyn Water-Mofch. 
Behalven deeze laatfte foort zijn ze al te zamen van ce- 
nerley Bouiving en Waarneeming. 

Grond. Zij beminnen een gemeene, flegre, zandige aarde; 

een vrije , opene , luchtige en vochtige plaats ; ook 
veel Water. Konnen de koude en allerley andere on- 
ecleegentheeden der Winter tamelijk wel verdragen. 
Geeven , mijns weetens , noyt Zaad ; maar worden 
alleenlijk door hare aangewaflene jonge Scheutjens aan- 

Aanwin- gewonnen en vermeenigvuldigd. Welke , van de oude 

■>">& afgenomen, en in een goede grond gezet zijnde, niet 
meer dan twee , of ten hoogden drie jaren daar in 
leevendig blijven. Want vermitze de zelve niet ver- 
dragen mogen, zoo vergaan ze quijnende daar in. 

.Water- Het Muscus aquaticüs winor , of Water- 



hare haar natuurlijke vochtigheyd. 

KRACHTEN. 



A 



L de foorten van Mofch, of Mufcus, 2Ïjn ver- 2)»gty.<fg 
idende en verftoppende van aart» 
Het Mufcus Terreftris , of Aard-Mofch, in 



189. 



Wijn gekookt, en daar van gedronken, verbeeterd de 
zwellende Nieren: is goed teegens 't Graveel, en doed 
gemakkelijk water lojfeh. 

Het zelve Mofch gefloten , in Wijn gezoden , "en Matth'iU) 
op alle Inflammatien of ontfteekingen gelegt , is zeer £*<>■ 
dienftig. ' Ook op de voeten gedaan , verzacht de jgj^jj 
fmerten der Jigt, 't Flerejijn, en 't Podagra. Een Drach- 
ma gepulverifeert,cn met roode Wijn ingenomen ^ ftild 
de Roodeloop. 

In een Wijnvat gehangen , bewaard de Wijn voor T> urmti 
ver der ving. jW'joi. 




CCCXLVIII HOOFDSTUK. 

M U S C A R I. 

ïm^Zz^tsfê Eeze eedele Bolplant, weegens de aan- Namen.; 
" gename, welriekende geur, die ze van 
' zich geeft, en hare kluchtige , druyfs* 
'wijze te zaamgevoegde Bloem, word 
tin verfcheydene talen niet alleen dus; 
maar ook van zommige Ticadi en 
Dipcadi geheeten. De Italianen 
zeggen Muscatella, of Muschio Greco. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden drie Drie ver- 
verfcheydene foorten ; namentlijk: fcheydene 

I. Muscari flore obsoleto , of Mufcanmti ioQll<:{X ' 
een verouderde onaangename couleur. II. FloRE al- 
bido, of met een witachtige Bloem. III. Flore lu- 
teo , of met een geele Bloem. Alle zijn ze van de zelve 
Bouwing en Waarneeming. 

Zij beminnen een goede, zandige, gemeene grond, Grond, 
voorzien met twee-jarige Paerdc- en Koeyemift : een 
opene, wel ten Zon geleegene plaats , en matige voch- 
tigheyd. Konnen fterkc koude en alle andere onge- 
lcegenthceden der Winter zonder eenige fchade uyt- 
ftaan. Bloeyen ieder jaar, maar gecven niet altijd vol- 
komen rijp Zaad. 

De Bol, om 't derde jaar, in 't begin of op de helft Aanwin* 
vanjulius, uyt de aarde opgenomen, en in een drpoge nIn S' 
plaats gelegt zijnde, word in September teegens de vol- 
le Maan t'elkens weer gezet m een nieuwlijks omge- 
fmcetene en gemeftte grond. Veel bcquamer worden ze 
aangewonnen door hare aangegroeyde jonge Bollet jens, 
die men bij de opneeming van de oude afdoed , als door 
haar Zaad', 't welk, als men 't met een volle Maan van 
September de aarde heeft aanbevolen , niet voor na agt 
of neegen jaren de eerfternaal Bloemen geeft. 

KRACHTEN. 

E Bloemen van Mufcari verfterken , door hare Gcbruyfc. 
zeer aangename geur, 't Hert; het Hoofd ; de 
Geheugenis: en verquikken zïïe'Geefren des men- 

fchelijken Ligchaams. Eeven 't zelve doen ze ook, in 

Wijn gekookt, en dan daar van gedronken. 

CCCXLIX HOOFDSTUK. 

CAMELIN'E. 

P't Neederlandfch dus genoemd, word in 't Nanico] 
£rf'{/»gehcetenCAMEi.ïNA, of ook Mya- 
g r u m : in 't Hoogduytfch Fl a c h s- of L e i n- 
dotter : in 't Franfch 'Cameune.' 

Hier 



D' 




<F~m.x*» 



Po/ -,. 




Vijf bij- 
zondere 
foorten. 



77j Muscari. Cameline. Kraeckebezien. Penningskruyd. 77<S 

KRACHTEN. 



Grond. 



/anwin- 
ning. 



/art. 

DcJ. 1 17 
c. ij. 



D/o/é. /. 4 
f. 117. 
Surf/. I. 3 



Namen. 



Twee bij- 
zondere 
foorten. 



Grond. 



Aanwin- 
njng. 



Hier van zijn mij irr haren aart bekend v ijf bijzon-' 
dere foorten , namentlijk : 

I. Myagrum vulgare , of gemeene Cameline , 
anders Myagrum. II. Monospermum, of Myagrum 
met een alleen in haar huysje fittend Zaad.. III. Mo- 
nospermum folio variegato , of Myagrum met 
geel- en groen bonte 'Bladeren , en alleen een Zaad in 
naar huysje. IV. Thlaspios facie , of Cameline 
met een gedaante van Thlafpi. V. Myagrum rotun- 
düm , of rond Myagrum. Al te 2amen zijn ze van 
cenerley Bouwing en Waarneeming. 

Zij beminnen een gemeene , goede, zandige, wel- 
gemeftte grond: een vrije, bequaam ter Zon geleegene 
plaats, en tamelijk veel Water. Blijven niet langer dan 
cene Zomer in 't lecven ; geeven in den Herffi volko- 
men rijp Zaad, en vergaan dan van zelfs. 

Moeten derhalven in ieder Voorjaar , met een wafFen- 
de Maan van April of Maert, weer op nieuws , niet 
diep, gezayd worden. Komen ook dikmaal uyt 't neer- 
gevallene Zaad van haar zelven voort; en konnen hier 
door genoegzaam vermeenigvuldigen. 

KRACHTEN. 

GAmeline, of Myagrum vulgare, is verwarmende 
en te zamentrekkende van aart; weegens de bit- 
terheyd onaangenaam te gebruyken in de Ge- 
neeskonft, en voor de Maag. Want het geeft wey- 
nig voedzel ; verwekt Dorfi ; en mag niet inwendig 
ingenomen worden zonder groote voorzichtigheyd. 

Het uytgcparfttc Zap der Bladeren op de zeeren des 
Monds , en op de Schurftheyd des Ligchaams gelegt , 
' geneeft de zelve. 

De Oly , uyt het Z/Wgeparft, word van veele tot 
branding in de lampen gebruykt. 



CCCL HOOFDSTUK. 

KRAECKEBEZIEN. 

Iet alleen dus in het Neederlandfch , 
maar ook van veele Postelbezien 
genoemd. De oorfprong des naams is, 
om dat ze , gegeeten wordende , . een 
kraeckend geluyd van zich geeven. In 
het Latijn Myrtillus, en Vacci- 
nïa : in het Hoogduytfch HeydeLbeeren : in het 
Franfch Airelle , of Avrelle : in het Italiaan fch 
Myrtillo, Calavezza, en Vigna d'Orso , of 
Uva Orsa. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend nvee bijzon- 
dere foorten, namentlijk: 

I. Myrtillus fructu nigro, of war te Kraakt 
bezie. II. Myrtillus fructu rubRo , of roo- 
de Kraékbezic , die niet Zoo zeer als de andere begeerd 
word. Beyde zijn ze van de zelve Bouwinr en Maar- 
neeming. 

Zij beminnen van naturen een gemeene, zandige, 
magere of dorre , doch luchtige grond. In een góé- 
de aarde geplant zijnde, geeven ze weynige of gantfeh 
geene Vruchten. Konnen echter veel Reegen , fterke 
Winter-koude , en andere ongeleegenrhecden des tij ds 
uytitaan. Worden uyt cygener aart zeer oud. Verlie- 
zen laat in den Herffi hare Bladeren; welke zich vroeg 
in 't Voorjaar weer vernieuwen. 

Konnen door geen ander middel vermeenigvuldigd 
worden , als door hare aangewaffene jonge Scheut jens ; 
welke men, JJorM gekreegen hebbende , in Oflober , 
of Maert , met een afgaande Maan , van de oude af- 
neemt , en verplant. 




DE Vruchten van Kraekbczien , of Myrtillus, zijn DoJ.l.ij, 
verkoelende tot in 't laatft van den tweeden graad; c ' 7- 
ook te zamentrekkende, verfterkende , en een 
weynig drogende van aart. 

Met Wijn en Zuyker gegeeten, {tillen de Dorfi : Durantes 
verkoelen een hitzige Maag .- floppen de Buykloop ; ook h '^' Flam ' 
de Bloedgang : doen 't Braken ophouden , en neemen ^' 19<5 ' 
wech de brand der Koortzen. 

Het uytgeparftte Zap deezer Vruchten met Zuyker UbtU.%1 
tot een Syroop of Rob gekookt, doed eevcn 't zelve f° l ' li9 ' ■ 
teegens de genoemde gebreeken , doch veel bequamer. Y.^'t. * 
Is daarenboven goed voor de geene die Bloed fpouwen, 
voor alle onnatuurlijke hitte der Leever; en 't gehcele 
Ingnvand. Neemt wech de Dorfi in hitzige Koortzen, 
als men 't in de mond houd, of inneemt. Verkoeld 
ook de brand van de Gal. 



CCCLI HOOFDSTUK. 

PENNINGSKRUYD. 



Us in het Neederlandfch genoemd , Namen, 
weegens de overcenkoming in gedaan- 
te : in het Latijn gehceten Nummu- 
i.aria , en Centimorbia .• in het 
Hoogduytfch Egelkraut, en Pfen- 
ningkraut : in het Franfch Herbe 
in het Italiaanfch Dineraria , en 




Monnoyere : 

NuMMOLARlA. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden drie Drie ver- 
veranderlijke foorten, tewCCten: anderlijke 

I. Nummularia flore lüteo, of Penningskruyd 
met een geele Bloem. II. Flore purpureo, of met 
een purpure Bloem. IIT. Nummularia America- 
na, of Americaan fch Penningskruyd. Niet alle zijn ze 
van de zelve Bouwing en Waarneeming. 

Zij beminnen uyt eygener aart een luchtige, goede, Grond. . 
gemeene , zandige , zoo wclgemefttc als ongemeitte 
grond: meer een donkere dan een openc, wel ter Zon 
geleegene plaats, en veel Water. Verdragen felle kou- 
de, en alle andere ongcleegentheeden der Winter, zon- 
der fchade. Geeven gemeenelijk ieder jaar in den Herffi 
rijp Zaad; 't welk met een wafTende Maan van Maert, Zaad- 
niet diep, weer in de aarde gelegt word. Komen ook, 
door 't neergevallene, dikmaal van zelfs genoeg voort. 
Doch niet alleen hier door worden ze aangeivonnen en Aanwin. 
vermeenigvuldigd ; maar ook door hare bij de grond ning. 
kruypende jonge Scheut jens , welke gemcertelijk van 
zelfs Wortel vatten. Door de geheele Zomer mag 
men ze met een wafTende Maan affleeken en verplan- 
ten ; maar terftond moet men ze met Water be- 
gieten. 

De Nummularia American.*, of het Penn'mgs- Ameri- 
kruyd uyt America , is een zeer fchoon en aardig Ge- caanfch 
was. Geeft van naturen teedere, ronde, en zich om- J^™,]" 2 ** 
windende, of ook op de aarde neerleggende Steden, 
anderhalve voet, of daar ontrent lang ; vercierd met 
ronde , doch voor een weynig puntige , en fchoone 
kleyne "Bladeren , van een aangename groente , veel Bladeren.," 
kleyner als die van de gemeene Nummularia > of 
Penningskruyd ; inwendig voorzien met teedere Adert- 
jens ; en twee en twee teegens malkander over aan hare 
Steel voortkomende. 

Bemind een goede, zandige aarde, met een wey- Grond.' 
nig twee-jarige Pacrdemiit , een-jarige Hoenderdrek , 
en het Mol der van binnen verdorvene Boomen door- 
mengt ; een opene , warme , wel ter Zon geleegene 
plaats , en matige vochtiglieyd. Blijft eenige jaren 
lang in 't leeVen. Kruypt niet , gelijk de andere, bij 
der aarde; maar de Takjois, aan een bij gefielde Sto£W} ea * 
Ccc 5 eerft 



c der Kruyden , Bollen en Bloemen, III Boek, 77 s 

BeSCHRYVW ^ ^ ^ J |f$ me> genoe? Kr Zon gde ^ ne? , af , e„ ma.ige voch- 

dcnzj;nae, w 



Wortel. om - 



eerft vaftgebona «" ;v een ^^ langC: 

om. Nemcn ^ n uw -verwicc,onder en boven on- 
U ^ d " ÏSf vTn binne S n met veel #M* 
55*; met eenige weymgeVeeze.en voor- 

„ *S£ t&™ koude Ceweften noch */«- noch 

SIT W Verdaagt ongeerne koude *p"fö£^ 

Moet derhalven, met een wafTende Maan van ^ of 
^v, niet boven een ftroobreedte diep m een Pot ge- 
zayd, ook in 't eerfte en tweede jaar niet gerept zijn- 
de, in 'r/Win van Oüober binnens huys ; worden ge- 
teld op een luchtige plaats, (waar in niet word ge- 
vuurd als met vriezend Weer) , niet verre van een 
Venfter, doch zonder eenige tochten: gedurende de 
geheele Winter met flegts een weynig lauwgemaakt 
Reegenwater van boven begoten, en niet voor in 't be- 
gin van April, met een aangename Lucht en Reegen , 
weer buyten gebragt ; dan noch voor Sneeuivachtige 
vochtigheid, koude nachten , fchrale winden wel gewagt 
en gedekt zijn. 
Aanwin- Zij word in deeze Landen zoberlijk aangewonnen door 
"ing- hare teedere Talken , welke, in de aarde gebogen zijn- 
de, eyndelijk Wortel vatten. 

KRACHTEN. 

PEnningskruyd, of Nummularia, is verdrogende, 
heelende , en te zamentrekkende van aart. In 
Wijn gezoden , of gediftilleert , en daar van 
Camerar s mor & ens "enteren gedronken , ftild de Roodeloop, 
l.^e. 38.' °°k andere onnatuurlijke Woeden des Ligchaams , in- 
zonderheyd vermengt met geftaald Water : geneert de 
Tuchf.hifi. Gefcheurtheyd; en de gebreeken van de Keel, daar meê 
ri.c.ifz. gegorgeld; alle inwendige Wonden en verzeerinaen , def- 
gelijks allerley zeerigheeden , daar meê gewafïcnen zijn- 
de : verfterkt het Ingnvand: helpt de geene die Bloed 
opwerpen; de Engborfttge, en de zulke, die met den 
Hoeft zijn gequeld ; want het brengt weer te regt de 
gebreeken van de Longe. 
DoJ.l.10. De Bloemen en Bladeren gefloten, oi'tZap, uyt 
*•■** de zelve geparft, gelegt op Wonden en Zeeren, genee- 

zen die. 

Amcri- De Wortel van Nummularia Americana , of 

caanfch Penningskruyd uyt America, of het Zap uyt de zelve, 

Pcniungs- i s g 0e d teegens de hitzigheyd der Koortsen, een weynig 

daar van ingenomen , vermits ze droog en eenigzins 

Receh. 1.6. koud van aart is. Stopt allerley onnatuurlijke Buyk? 

c, f 8, loop: drijft het Water af: geneeft de Wonden , de 

zwellingen des Monds , en maakt alle opgekrompene 

Zeenuwen weer flap. 



Durantts 

hifi. Plant. 
f01.31 f. 




CCCLII HOOFDSTUK. 

NARCISSE. 

N ameQ . J ^kftfr fcgflgj? Eyde T om hare fchoonhcyd, en om 

hare behaaglijke welriekendheyd, van 

? een ieder zeer bemind , word in 't 

Neederlandfch niet alleen dus, maar 

ook van veele Spaansche Jenet- 

te , en Jonquillen genoemd : in 

het Latijn Narcissus : in het Hoogduytfch Nar- 

ciszroslein, of Mertsblumenj en in 't Italiaanfch 

Narciso. 

Drie-en- Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden 

megenrig dr ie-en-t negentig foorten; doch onnodig, om hier al te 

oorten. 2amen p te te jj en } vermits ze doch meeft van ccven de 

zelve Bouwing en Waarneeming zijn. 
Wat voor Zeer geerne hebben ze een goede, gemecne , zan- 

zHblmia! ^ e 8 ron< *> met een weynig Veenaarde , twee-jarige 
nca» Paerde- en Koeyemift wel voorzien: een vrije, war- 



tigheyd. Verdragen tamelijk wel de koude der Winter. 
Geeven jaarlijks gemeenelijk volkomen Zaad , inzon- 2^ $ 
derheyd bij goede Zomers, doch de geene, welke met 
dubbele Bloemen te voorfchijn komen , noyt. Wor- 
den, om 't derde jaar, uyt de aarde opgenomen , te 
weeten, deflegtfte; maar de befte van veele elke Zo- 
mer, in 't begin of ten halven van Julius , als een tijd Opnee- 
hicr toe zeer gevoeglijk ; op een drooge bequame plaats rain g en 
gelegt; en in September, met of teegens de volle Maan, ZTtLT 
in een varfch-omgefmeetene, en op de boven-gedachte der Bollen, 
wijze gemeft te aarde tamelijk diep weer ingezet ; zoo , 

nochtans, dat de "Bol zelfs gantfchelijk niet aan de Mifi 
kome te raken, maar alleenlijk de Vazelwortel daar in 
kan fpeelen; anders zou ze lichtelijk de verrotting on- 
derworpen gemaakt worden. Ook moet men voor de 
inzetting de Bol wel zuyveren van haar oude Vdzel- 
wortelen. Gemeenelijk worden ze aangewonnen door 
de twee volgende wijzen. 

Eerfi, door hare aangegroeyde jonge Bollet jens; wel- Aanwin- 
ke men bij de opneeming zeer gevoeglijk van de oude nin S 
afneemt, en met de zelve weer inzet. 

Ten anderen door haar Zaad; 't welk met een volle op twee- 
Maan van September o{Auguftus, een kleyne vinger .ty 
diep, moet gezayd zijn in een Pot, in de aarde gefteld. 
Djn komt het in 't volgende Koor jaar op ; doch geeft 
zelden , voor 't zefde of zeevende jaar daar na , voor 
de eerjlemaal Bloemen. Waar in dan dikmaal aardige 
veranderingen , zoo in gedaante als in couleuren worden 
gevonden. 

De Narcissus Vircinianus flore liliaceo Virgini- 
albo extra rubello , of Virgmiaanfche Narcijfe ""^j 16 
met een inwendige witte maar uytwendig roode Lelie- * ' 

bloem , bloeyd in deeze onze Gewcften uyt eygener 
aart zeer wel. Krijgt uyt een kleyne bruyn-verwige 
Bo/verfcheydene^/^rw, gras-groen van verwe; een Bladeren? 
ftroo of wat meer breed, ruym een voet lang; blin- 
kende, teeder van aart, en gemeenelijk neerwaarts ter 
aarden hellende. Uyt welker middenfte ieder jaar in de Bloemen' 
Maand Junius een voet hoogte, wat min of meer, op- hoedanig 
fchiet eene maar weynig reuk hebbende Bloem, op een gefteld. 
aan de grond bruyne doch boven gras-groene en ruym 
een ftroo dikke Steel eeniglijk alleen ] ruftende. Is echter 
tamelijk groot , op de manier van een Lelie regt op- 
ftaande gefteld. Beftaat uyt zes lange Bladeren , ontrent 
een kleyne vinger breed , voor in een punt eyndigende; 
van binnen gantfeh wit; van buyten bruyn-rood ge- 
ftreept ; doch de bovenfte drie meerder als de inwen- 
digfte. Heeft van binnen zeeven lange witte opftaan- 
de draaden ; van welke men eene veel langer ziet als de 
andere ; ook aan de punt in drie witte deelen gelijk als 
gefcheyden: doch de overige zes zijn begaafd met een 
langwerpig geelverwig Afhangzeltje. 

De rubeus Indicus, of roode Indiaan fche Nar- Verfchey- 
ciffe: Marinus, of Zee-Narcijfc , die ook Scilla, óen0 * n ' 
Pancratium IV^arinum, en Hemerocallis va- te " c va Q° r " 
lentina word geheeten : Liliaceus rubeus In- Narciffea, 
dicus, anders ook Narcissus Jacobei , ofCAPi- die . Ae 
tis Bon^s spei genoemd, zijnde een Indiaan fche Nar- JJ^J}""- i 
cis, met een Bloem op de wijze van een Lelie : Ter- deezer 
tius et quartus Matthioli, oï de derde en vier- Landen 
de foort van P. Andr. Matthiolus befchreeven. f*™*' 
Bifolius Capitis BoNiESPEi, of twee-gebladerde Jonnen. 
Narcis van de Caap, of 't Hoofd der Goede hoop : Cal- 
cedonius, of Narcis uyt Calcedonien; en veel ande- 
re , uyt eygener aart in warme Landen voortkomende, 
en van overgezonden Zaad of Bollen hier aangequeekt, 
zijn al te zamen teeder van aart. Konnen , buyten 
ftaande, de koude Lucht deezer Landen niet verdragen. 
Moeten derhalven , in een Zonnebal^, of in Potten ge- Hoe mea 
zet , binnens huys op een luchtige plaats worden be- na* ka0 
waard, en met zeer weynig vochtigheyd onderhouden, j^ven. 
Men mag haar ook gantfeh geen vette aarde geeven , 
want door de weelderigheyd dragen ze dan zeer zelden 

Bloemen; 



779 



Narcisse. Pl 



O M 



Soortea, 
welke de 
Winter- 
koude 
deczcr 
Landen > 
buyten 
fta'ande , 
verdragen 
konncn. 



Hoe men 
deeze en 
andere 
Bollen na 
verre Lan- 
den kan 
overzen- 
den. 



Bloemen; maar een flegte, gemeene, zeer zandige, ma- 
gere, alleenlijk met flegts een weynig vettigheyds door- 
mengde grond, inwelkezc, gelijk als armoede lijden- 
de, dikmaal tot bloeyen gedwongen worden , met ge- 
noegzame fchoonheyd in deeze koude Gcweften , an- 
ders zelden of noyt. Inzonderheyd zalmen'cr Bloemen 
aan zien, als ze zijn geplant in een Pot, met zandige aar- 
de, en meer als de helft Mol der van binnen verdorve- 
ne Boomen, wel door een gemengt, gevuld, en dan 
in de geheele Maand v^n April van de eene warme Paer- 
demift in de andere gefield. 

Narcissus jüncifolius flore luteo sim- 
plici, oïjonquillen met een geele enkele Bloem. Flo- 
RE luteo pleno majore , of met een groote , gee- 
le , dubbele Bloem. Flore luteo pleno minore, 
of met een kleyne dubbele geele Bloem. Flore albo, 
of Jonquillen met een witte Bloem. Narcissus jün- 
cifolius FLORE CCeRULEO ET PURPUREO PLENO, 

of Jonquillen met een blauw- en purpurbonte Bloem , en 
Narcissus jüncifolius pyren/eus flore rubro 
pleno , of Jonquillen uyt de Pyrentifche gebergten , 
met een roode dubbele Bloem , al te zamen zeer welrie- 
kend, konnen, buyten in de aarde gezet op een war- 
me plaats, de koude der Winter in deeze Landen ver- 
dragen. Moeten echter dan drie of vier vingerenbreed 
hoogte met Turfmul of Run wel bedekt zijn. 

Wil iemand deeze, of ook andere Bollen , overzenden na 
vreemde Landen , verre of na bij , die lcgge de zelve in 
Mofch, niet van dat, 't welk aan de Boomen, maar uyt 
de aarde groeyd. Want hierin blijven ze veel becter 
goed , als in eenige andere dingen : vermits de Mofch 
haar in drooge dagen bewaard voor al te veel uyt- 
drooging : en in recgenachtig Weer , door een aan- 
geborene aart een weynig vochtigheyd aan zich trek- 
kende, de Bollen iets daar van meedeeld. Zoo dat de 
zelve, of ze fchoon in zeer heete dagen op een langdu- 
rige wech een weynig quamen te verdrogen , eevenwcl 
door dit middel konnen goed blijven. 



JEgin.1.7 
<3> 



N; 



KRACHTEN. 



droog 



in 



'Arcijfe , of Narcijfus , is warm en .. 
den tweeden graad; daar beneevens afvagende, 
te zamentrekkende , verteerende, en heelende 
van aart. 
ApultjAib. De Bloemen, of 'Wortelen, in Wijn gediftilleert, of 
Hirb. '«ƒ■• gekookt, en daar van gedronken, is goed teegens de 
vallende Ziekte; ook teegens de Popelz,y, of Beroerd- 
beyd. Helpt de geene , die de Teering hebben ; die met 
fmerten of krimping desLigchaams zijn beladen; die van 
den Hoeft worden gequeld. Word met voordeel ge- 
bruykt teegens de ^weeringen der Nieren en Blaas; ook 
teegens de inwendige Gefcheurtheyd. 

De Wortelen gegoten, en daar van een Papje gemaakt, 
dan op't Flerez,ijn gelegt, verzacht wonderlijk de fmer- 
ten van deeze qualen. 
Gal.LB. De zelve met Oly en Meel vermengt; dus op 
Simp.MeJ. zware Wonden , Gezwellen , gequetfte Zeenuwen , en 

verftuykte Leeden gedaan, geneeft deeze gebrecken. 
Ruel.l.3. Gefloten zijnde, met Honing vermengt, is goed 
'■ «43- voor de gebrandheyd. De zelve Wortel met andere fpij- 
?»{« L 4 ' zen genuttigd , doed Braken. 

Laiirenb. De Oly gediftilleert van deeze Wortelen, of de Bloe- 
jipp.Pl. men, oy d\e varffche Wonden gedaan, geneeft ze haa- 
' . flelijk. Met Wijn ingenomen, of van buyten gefmeert, 
verdrijft het Colijk. 





p e. Veld 'salade. 780 

CCCLIII HOOFDSTUK. 

PLOMPE. 

Ord, mijns weetens , in het Needer- Namen. 
landfeh met geenen anderen dan dee~ 
zen naam genoemd. In 'c Latijn ge- 
hecten Nymphjea : in 't Hoogduytfch 
Wassermon, Zee8Lumf.n, en Har- 
wurtz: in *t Franfch Blanc d'eau 
in 't Jtaliaanfch Ninfea, of Nenutari. 

Hier van zijn mij in haren aart vier onderfcheydene Vier on- 
foorten bekend , te weeten : derfchey- 

I. NymphvEA major alba, o£ groote witte Plom-*l wiooc ' 
pe. II. Minor flore albo, oi kleyne witte Plompe. 
III. Major lutea , of groote Plompe met een geele 
Bloem. IV. Nymphtea minor flore luteo , of 
kleyne geele Plompe. Al te zamen zijn ze van eeven de 
zelve Bouwing en Waarneeming. 

Zij beminnen van naturen een gedurige vochtig- Grond, 
heyd. Groeyen ter dier oorzaak gceme in flaande Wa- 
teren en lopende Riviertjens of Slooten ; maar niet in 
eenige andere grond. Geeven ieder Zomer niet alleen 
Bloemen, maar ook gemeenclijk volkomen rijp Zaad: Bloemen, 
't welk neervallende, in 't volgende Voorjaar opfehiet, 
en de Bladeren plat of vlak op 't Water legt. Niet al- 
leen hier door worden ze vermeenigvnldigd, maar ook Aanwin- 
door hare aangegroeyde jonge Scheuten, van zelfs Wor- mn S- 
tel vattende. 

Indien iemand deeze Plompen geerne in zijnen Tlmyn Om ze in 
wou hebben , die grave een langwerpige Groef , of z 'J nen 
Slootje, gedurig met Water voorzien , en plant ze dan ^jScn? 
in de grond, in een luchtige vette aarde, met een waf- 
fendc Maan van April , zoo zullen ze niet alleen be- 
klijven; maar ook Bloemen voortbrengen. Eevenwel 
eyndelijk weer vergaan , gelijk mij tot tweemalen toe 
gebeurd is. 

KRACHTEN. 

DE Wortelen van Plompe, of Nymphcta, inzon- Gal. 18. 
derheyd van die met witte Bloemen , welke meefl SimpMed. 
gepreczen word ; dcfgelijks ook 't Zaad, is ver- 
drogende , dan ook afvagende van aart. 

De zelve gedroogd , gepulverifeert , en met roode niofc 1. 3. 
Wijn ingenomen , ftild een onnatuurlijke Buykloop ; c ' '+ 8 - 
ook de Roodeloop , en doed ophouden der Vrouwen 
Maandftonden. 

Met witte Wijn gebruykt , geneezen de hitzigheyd Ma- /-ió< 
van de Blaas en Nieren. Beletten ook het onmatig*' lo> 
vloeyen des Zaads. 

De Tiladcren gedroogd , tot flof gewreeven , en Theophr. 
op varjfche Wonden gelegt , flempen het Bloeden der l ^ c ' ' 3 * 
zelve. 

Het gediftilleerde Water der Bloemen is goed in Dorftm. 
heete Koortsen, voor de Peft, voor onmatige Dorft 9 ff' plaat ' 
een droogen Hoeft, teegens de ontftecking en fmerten °°' 
der Leever en Milt, ook voor de geene, welke begin- 
nen uyt te teeren. 

Een Conferve van deeze Bloemen gemaakt, vermag Durantet 
eeven het zelve. Doed daarenboven seruftelijk fla- l,b - Htrb ' 
pen. f° l -V* 

De Oly , waar in de Bloemen teegens de Zon hebben Luftan. 
geftaan , is goed voor al de genoemde gebrecken. Bluft '" 3- «»«""• 
ook de brand der pcftilentiale Koortsen. 

De witte Bloemen in Wijn gediftilleert, en daar D oJ. 1. 20. 
mee gewaftchen , zuyverd het Aangelicht van alle'"*' 
plekken. 

De geheele Plant , met Wortelen, Bladeren, en Bloe- 
men , in een Bedfteede gehangen , op welke iemand 
flaapt, die dikmaal van de Kramp word gcplaagt , of 
een Bloem , of Blad gelegt op de plaats daar men de 
Kramp vocld , bevrijd en vcrloft de Lijder van deeze 

quaalj 



l>ïamen. 



Grond, 



Zzying 



Om in de 
Winter te 
gebruy- 
ken. 



Zaad. 



Gcbruyk. 



Namen. 



Veelcrlcy 
beziens- 
waardige 
foortCD. 



781 BESCHRYVING DER 

quaal; en brengt te weeg, datze gemeenelijk noyt weer 

k °Se Wortels geelc Plompe* gepulverifeert en üige- 
nomen, helpt de geene , die haar gevoeg wille» doen, 
17 niet hnnen. Het zelve Poe3er op voortlopende 
Zeere» ge&royd, geneert ze. 



Kruyden , Bollen en Bloemen , III Boek, 7 § t 




Tot veer 
tien ia 



CCCLIV H O O F D S T UK. 

VELDSALADE. 

N liet Neederlandfch niet alleen dus, 
maar ook van veele Vettekoes, Vet- 
tekous, Wintersalade, van ande- 
re Witmoes en Veldkr oppen ge- 
noemd. In het Latijn geheeten Olus 
_ album , en Valeriana campe- 
t Hoogduytfch Schaffmauler, ofWEis- 

muzs. 

Bemind een goede gemeenc, nieuwelijks omgefmee- 
tene, liever gemeftte als ongemeftte grond; een vrije, 
welgelcegene plaats, en veel vochtigheyd. Blijft niet 
meer dan eene Zomer in 't leevcn , in het Voorjaar ge- 
zayd zijnde. Want zij geeft voor de Winter volko- 
men rijp Zaad, en verfterfe dan van zelfs. Doch ver- 
mits ze in de Winter van veele voor Salade word ge- 
bruykt, zoo word dit Zaad (hoe ouder hoc bceter 
gehouden) meteen afgaande Maan van Augufius of 
September, niet diep, digt of niet digt, na elks gelie- 
ven , in de aarde gelegr. 

Vcrdraagd dan felle koude , en allerley andere on- 
geleegentheeden des tijds zeer geduldig. Blijft dus 
ook de gchecle Winter door, tot aan April toe, be- 
quaam om gegecten te konnen worden. Schiet daar 
na een Bloem ; en geeft in 't begin of ten halven 
van Junim rijp Zaad: 't welk fchielijk op de aarde neer- 
valt. Dcrhalven men het zelve wel in agt neemen , 
en iets daar onder leggen moet: gaat anders, als'er Ree- 
gen op valt , lichtelijk verloren. 

KRACHTEN. 

VEldfalade, of 01 'iu Album , is een weynig ver- 
koelende, en vochtig van aart. 
Word in den Herfft , en door de geheele 
Winter, met Oly en Edik gegeeten voor een aangena- 
me Salade, 



CCCLV HOOFDSTUK. 

VALERIAEN. 

Iet alleen , in het Neederlandfch dus , 
maar ook van veele genoemd speen- 
kruyd, en Sint Joriskruyd : in 
het Latijn Valeriana , Phu , en 
Nardus rustica , of Boeren- 
Nardus: in 't Hoogduytfch Baldrian; 
en in 't Frahfih Valeriane. 

Hier van zijn mij in haren aart veele veranderlijke, 
beziens-waardige fooi ten bekend , als : 

I. Valeriana major vera , of groot 'e opregte 
Valeriaen. II. Major sylvestris, of groote wilde 
Valeriaen. III. Minor sylvestris, of kiep e wil- 
de Valeriaen. IV. Gralca flore albo, of Griek? 
febe Valer iaën met een wit ie Bloem. V. Gr /e ca 
flore cceruleo, of Griekfche met een blauwe Bloem. 
VI. Cretica odorata , of welriekende Valeriaen 
uyt Candia. VII. VIII. Indica multiflora al- 
ba ; et rubra , of Indiaanfche Valeriaen, zoo met 
een witte als roode veelvoudige Bloem. IX. Indica 

ANNUA FLORE RüBRO j X. ET FLORE ALBO , of 




Indiaanfche Valer iaën, maar eene Zomer durende, met een gcii]w 
roode, en met een witte Bloem. XI. Folio scrophu- voorgè!* 
lari/E major, of groote Valeriaen met Bladeren van ft «|j 
groot Speenkruid. XII. Annua folio scrophu- 
lari/e, of met Bladeren vangroot Speenkrujd, ieder 
jaar vergaande. XIII. Valerianella umuellata 
Lusitanica, of klcjne Valeriaen, anders Valerianelle 
uyt Portugal, met veele Bloemen bij malkander. XIV. 
Valerianella capitata Lusitanica, ofkleynPor- 
tugalfche Valeriaen, met Bloemen, knop i-wijze te sa- 
mengevoegd. Dccze beyde krijgen Bladeren eeven ge- BefthriL 
lijk het Olus Album, of de Veldfalade, doch wel zoo vin g der 
groot , en veel meer aan de kanten getakt. Grocycn^ c vee ' aatl l 
ook op de zelve wijze, doch piet zoo leggende, maar de. *"*" 
veel hopger en regrer, zomtijds wel anderhalve voet 
opfraande. De eene bekomt kroonswijzc bij malkan- 
der gefielde kleync witte Bloemen. De andere in vee- 
le ronde, twee en twee te zamen gevoegde, en bo- 
ven uyt rwee teegens malkander over gefielde Bladert- 
jens voortfehietende , op korte Steelt jens ruftende , 
met zeer groote Knoppen, de zelve Bloemt jens. Welke 
vergaan zijnde, ook een Zaad, dat van de Veldfala- 
de in alles gelijk-vormig , te voorfchijn brengen. 
Niet alle zijn ze van eeven de zelve Bouwing en Waar- 
neeming. 

Eevenwel beminnen ze al te zamen een goede, zan-WcIk-e 
dige, luchtige, gemeenc, welgemeflre grond: een be-. te " 
quaam ter Zon gelcegenc plaats, en veel Water. Ver- ren j a £" 
dragen tamelijk wel de koude der Winter en andere 'eeven 
ongeleegentheeden des tijds ; als: Valeriana major ^'' vea * 
vera, opregte groote Valeriaen : major sylvestris, 
grootcwtlde: minor sylvestris, kjeyncwilde : Gr/e- 
ca flore albo, lt cceruleo, Griekfche, meteen 
witte, en met een blauivc Bloem: Indica flore al- 
bo, et rubro, Indiaanfche , met een roode en ool^ 
met een witte Bloem; en Valeriana folio scro- 
PHULARlJE , Valeriaen met Bladeren van groot Speen- 
kruid: welke niet haafl vergaan, maar lange jaren .in 't 
leevcn blijven. Gceven gemeenelijk jaarlijks volko- 
men rijp Zaad; 't welk met een wafle-nde Maan van 
April, niet boven een ftroobreedte diep, de aarde word 
aanbevolen. Hier door worden ze genoeg vrrmccnig-Amwia- 
vuldigd: en dan ook noch door hare aangegroeydey<?»- n,n g- 
ge Wortelen; welke men op de zelve genoemde tijd van 
de oude afneemt , en verplant. 

Al de andere foorten duren niet langer dan eene Welke 
Zomer. Brengen teegens de Winter een rijp Z<W maaral " 

voort, en vergaan dan van zelfs, of door een klcy- . een 

rr n uit 111 •' 1 •- J jaar miren, 

ne Vorjt. Moeten derhalven ieder Voorjaar , met een 

waflende Maan van Maert of April , na geleegent- 

hcyd of ongeleegentheyd des tijds, op nieuws weer in 

Potten worden gezayd , niet diep ; en niet verplant : 

met matige vochtigheyd onderhouden , en in een ope- 

ne, vrije, zeer warme plaats gefield zijn. Alleen Aanwin- 

door dit middel van z,aying konnen deeze foortcn mng * 

aangewonnen , vernieuwd en altijd-durend gemaakt 

worden. 

De Valeriana Cretica odorata, of welrie- Welrie- 
kende Valeriaen uyt Candien, is de tccderfte van al dc kcnd * 
andere foorten. Bemind een goede, zandige aarde ,^'S' 
met een weynig twec-jarige Paerdc- en Koeyemifldia. 
Wel door een gemengt: een openc, warme, wel ter 
Zon geleegene plaats, en tamelijk veel Water. Geeft 
ieder Zomer welriekende Bloemen; doch noyt in 
deeze Geweften eenig volkomen Zaad. .Vcrdraagd 
ook, buyten ftaande, ongeerne fterke Winterkoude. 

Moet derhalven , met een waflende Maan van A-Hoe watf 
pril in een Pot, 't zij gezayd 'tzij geplant zijnde, in 't. tc J^" 
begin van Oclober binnens huys worden gezet op cenjer. 
luchtige plaats, waar in niet anders word gevuurd als 
bij felle rorft, op dat de zelve niet mogt komen door 
te dringen; vermitszc dccze warmte, welke haar niet 
natuurlijk is , niet wel kan lijden , inzonderheyd als 
•ze een tijd lang zou aanhouden. Het zou derhalven 

veel 



y*%. 




^'/ 7<?j- * 




Bol.jSf., 




78 j 



VaLEHIAÊN. YznilKRUYO, 



7 



Aanwin- 
ning. 



Valcriacn 

metBladc 

rca van 

groot 

Specn- 

kruyd. 



Wortel. 

Steden. 



Gedaante 
der Blade. 
ren. 



Knoppen. 



Bloemen, 



Aanwin- 
ning. 



Lufit. 1 1. 
tnarr, io. 



veel gevoeglijker zijn , indien men haar voor de fterke 
Vorft bequamelijk kon bewaren in een ver welfde Kel- 
der zonder vuur. Wil ook , gedurende deeze tijd , 
met alleenlijk een weynig lauwgemaakt Reegenwater 
van boven zijn voorzien. In 't laatfte van Maert , of 
't begin van April, moet men ze weer buyten brengen, 
met een aangename Lucht, en zoete Reegen. Dan noch 
eevenwel haar dekken voor koude nagten , Sneeuwachti- 
ge vochtigheyd, en hayrigc Winden. 

Word alleen in onze Landen aangewonnen en vermee- 
nigvuldigd door hare aangegroeyde Wortelen , zeer wel- 
riekend, en zwart-verwig. In April neemt men ze van 
de oude af ', en men verzet ze met de boven genoemde 
Maan in Potten , of in de aarde. 

De Valeriana folio scrophulari/e , of Va- 
• leriaen met Bladeren die van het groot Speenkruyd in 
gedaante niet zeer ongelijk, doch in grootte veel ver- 
fchillende , heeft een teedere , bleek-bruyne > of wit- 
achtige Veezelwortel. In de Mond geknauwd , valt ze 
een weynig bitterachtig ; doch is anders krachtig en 
aromaticq, of welriekende, op de wijze van Angelica ; 
echter naderhand op de Tong een weynig bijtende. 
Uy t de zelve fchieten Steelen op , ontrent vier maat- 
voeten hoog ; rond , onder bruynachtig van verwe , 
boven groen; een weynig blinkende, matig dik; van 
binnen groen , doch inwendig voorzien met een gantfeh 
wit Pit. 

Aan deeze Steelen komen voort bezienswaardige 
'Bladeren , ruftende op S 'teelt jens, ontrent twee vin- 
gerbreed lang ; boven bruyn-verwig , beneeden waart? 
groen. Zijn ongelijk vangrootte; zes en zeeven vh> 
geren breedte lang ; achter ruym vier vingeren breed > 
en daar op 't breedfte ; onder rond toegaande , en voor 
allenxen in een fpits punt toelopende ; aan de randen 
{pits getand, op de wijze van 't groot Neetclkruyd; bo- 
ven uyt den bleeken donker-groen ; onder veel blee- 
ker; aldaar na voren gemeenelijk een weynig rosachtig, 
en blinkende ; in 't midden aardig begaaft met een regt 
doorlopende groote Ader; waar uyt van onderen , als 
ook in 't midden ; eenige andere wat kleyner ter zij- 
den uy tloopen ; en uyt die noch ontelbare andere zeer 
kleyne, doch volkomen zichtbare, van een bevallij- 
ke aanfehouwing , voortvloeyen. In de Mond ge- 
knauwd wordende, zijn ze zeer krachtig, gelijk ge- 
droogde Angelica-wortel, en in 't eerftc wat bitter van 
fmaak; doch daar na fcharp; de Tong bijtende en ftee- 
kende. Twee en twee zitten altijd regt teegens over 
malkander aan de Steel. 

Tuflchen welke ^ gemeenelijk in 't bovenfie gedeel- 
te , jonge Scheuten voortkomen ■, houdende op hare 
bovenfte punten veele Tros-wijz.e bij een gevoegde, 
ontrent langwerpige, ronde en hoekige groene Knop- 
jens: van welke ieder, na malkander open gaande, in- 
wendig bewaren twee-, vier- of zesentwintig kleyne, 
Sneeuw-witte "Bloemt jens , haren oorfprong neemende 
uyt dunne, lang-werpige, bleek-groene en boven ruyg 
zijnde Knop jens. Geen zonderlinge reuk hebben ze. 
Beftaan uyt vijf Stars-wij z,e geftelde Bladert jens: van 
binnen vercierd met twee lang-uytfchietende, teedere , 
ronde Draadjens , voortfpruytende uyt een bruyn- 
achtig zeer kleyn Knopje. Èyndelijk vergaan ze in haar 
zelven , en vallen af, zonder in deeze koude Geweften 
eenig goed Zaad na te laten. 

Echter kan deeze fbort ook aangnvonnen worden 
door hare aangegroeyde jonge Scheuten ,op de voor ver- 
haalde manier; en deezer wijs kan men ze genoeg ver- 
meenigvuldigen. 

KRACHTEN. 

DE drooge Wortelen van de groote Valeriaen , of 
Valeriana major vera, zijn warm in den eerften, 
en droog in den tweeden graad; ook openende, 
dunmakende, en verteerende. 



«4 



In Wijn gekookt, en daar van cen Roerhertje ge-B 4 /./g. 
dronken, doed gemakkelijk Waterlopen-, verwekt der simp MtL 
Vrouwen Maandftonden ; verzacht de Zijdefmert in't^''' 1 ' 
Pleuris: is goed teegens Vergif, de Peft , teTal^en'^ 
of Speenen aan 't Fondament, en andere Zeeren. Groen, 
of varfch, gefloten, en tuffchen twee doeken op de 
Oog^gelegt, neemt'er de brand van wech , en maakt 
een helder Gezwicht. 

De Wortel van wilde Valeriaen , of Valeriana major Dtirantei 
fylveftris, verwarmd en verdroogt fterker. hift. riant* 

In Wijn gezoden, ftrijd teegens 't vergif. Is goed^ 4Ó /' It 
voor de Geelzucht: maakt een klaar Gedicht ; dood de c. 19. ' 
Wormen: genceft de Wonden, ook de zweer ingen des 
Monds, daarmee gewaiTchen zijnde; en de bceten of 
fleeken der giftige Dieren. 

De Wortel der kleyne Valeriaen , of Valeriana. mi- Dod. Lui 
nor, vermag ccven het zelve; doch valt in hare Af- 
werking een weynig zachter, als die van de andere 
foorten. 




CCCLVI HOOFDSTUK* 

YZERKRUYD. 

Us in het Neederlandfch , maar ook Namen \ 
van veele Yzerhart genoemd; word 
in het Latijn geheeten Verbena, of 
Verbena ca : in het Hoogduytfch Ei* 

SENKRAUT, Of Ook ElSENHART: in 

het Franfch Vervaine : in het Ita- 
liaanfch Verminacula Berbena , 
of Berbena-ca. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend zeeven bijzon* Zeeven 
dere foorten, te weeten: ^ï' 

I. Verbena communis, ongemeen Yzerhart. II. 
Verbenaca supina , of achter-over-leggend Yzer- 
kruyd. III. Supina nodosa , of leggende Yzerhart 
met knobbelen. IV. Maxima urtic^ folio spi- 
cata , of aldergrootfie Yzerkruyd met Bladeren van 
Neetelen, en een Ayrs-wijze gefielde Bloem. V. Bo>» 

TRYOIDES URTICiE EFFIGIE MAJOR CANADENSIS, 

of groot Yzerhart van Canada, met een Druyfs-wijze 
gefielde Bloem , en gedaante van Neetelen ; 't welk * 
mijns oordeels , ook wel Urtica major Ameri* 
cana , of groot Amertcaanfch Neetelkrnyd mogt ge- 
noemd worden, weegens de groote gclijkheyd. VI. 
Verbena Americana radice grumosa, of Yzer- 
kruyd uyt America met geknobbelde Wortelen. VII. 
Verbena caudata Americana flore pallido 
CceRVLEO, of Americaanfch Yzerkruyd met een lange 
ft aart , en bleekblauwe Bloemen. Niet alle zijn ze 
van de zelve Bouwing en Waarneeming. 

Zij beminnen van naturen een goede , luchtige , Grond» 
zandige , en met twee-jarige Paerdemift genoegzaam 
voorziene grond: een vrije, warme, wel ter Zon ge- 
leegene plaats, en tamelijk veel vochtigheyd. Gce- 
ven ieder jaar Bloemen , en zommige foorten volko- 
men rijp Zaad. 

De Verbena communis, V gemeen Yzerkruyd .* Langlce- 
Maxima urtioe folio spicata , aldcrgrootftc^^ 
Yzerkruyd met Bladeren als Neetelen ; en Verbena van Yzer* 

BOTRYOIDES MAJOR URTIC/E EFFIGIE CANADENSIS, kruyd. 

groot Yzerkruyd uyt Canada met een gedaante van Nee- 
telen en Druyfswijze geftelde Bloemen , vergaan van 
naturen niet haaft, maar blijven eenige jaren lang in 't 
leeven. Geeven gemeenelijk, bij goede, drooge Zo- 
mers > volkomen rijp Zaad. Konncn veel Water, fter- 
ke Vorft, en alle andere ongcleegentheeden der Winter 
verdragen. Worden aangewonnen en vermeenigvul- Aanwin» 
digd, zoo wel door Zaad, 't welk met een waflende mn S* 
Maan van April niet diep in de aarde moet gelegt 
zijn ; als door hare bij de Wortel uytgelopcne jonge 
Scheut jens ; welke men, op de genoemde tijd, van de 
Ddd oud* 



V t, TTvnrrJ RoLLEN EN BLOEMEN , III BoEK , y%6 

7 8j BESCHRYV1NG MR ^^ EN ' , dc „wduurd, niereer als een- of ten hoog. 
cu Je neemt . en verphnt. Slaan ook veeltijds van ^ twccm aal van boven begoten worden met een wey- 



Leggcnd 

Yzer- 

kruyd. 



«ude neemt, en 
genoeg op door 
Het Verbena 



Slaan ook veeltijds van zelfs 
t uyteevallcne Zaad. 
süpina . of /*<?W nerkrtyd, 



worcTuyc ^cner aart niet zoo oud /maar blijft zelden 
Lger Zn eene Z r «- in 't leeven. Bemind veel Wa- 



och- 



J doch houd zich ook te vrceden met "•«'S c ,™ c "" 
Jigheyd. Geeft in den /fe# volkomen 2 
ieder Voorjaar, met «v 



de gemelddc Maan in Maert , op 
■ moet gezayd zijn. Komt ook door het neer- 
gevaUen^ wel 'van* zelfs voort. Op deeze wi, ze kan 
deeze foort alleenlijk vermcmgvtdd.gd worden. 
Leggend Het Verbena supina nodosa, °\ ie £i ett f^' 
Art. hart mt Knobb elcn, is de teederfle foort van al d an- 
metKnob. , w d „ emec nebjk met een wanende Maan van 

Srfte Aprilin een Poïgezayd; niet verplant; voor ^veel 1 kou- 
foort van A e *■ Herflfreecencn bewaard , in 't begin van O blober op 



alle. 



Ameri- 
caanfch 
Yzcr- 
kruyd met 
een ge- 



een goede luchtige plaats binnens huys, niet verre van 
een Vcnfter, doch zonder eenige tochten en z.uygwgen, 
-efteld , voor de warmte des vttnrs (zoo veel moge- 
Sik is); voor harde P'orfi, en te veel Water in de H ,nter- 
r/Wgewagt, vermits ze door dc zelve , aan hare fVor- 
tel lichtelijk verdervende, al langzaam vergaat. Mag 
ook niet voor in 't laatft van Maert, met goede dagen, 
of in 't begin van April, met een aangename Reegen 
weer in de Lucht gebragt, dan noch voor koude nag- 
ten, Sneeuwachtige vochtigheid, hayrige en fchrale tv in- 
den wel gedekt en bewaard worden. Dus waargeno- 
men blijft ze zomtijds over , 't welk echter zelden in 
deeze koude Geweften gebeurd, weegens hare teeder- 
Jieyd. Geeft dan ook wel volkomen rijp Zaad, enver- 
fterft daar mee. 

De Verbena Americana radice grumosa , 
of Americaanfch Tcerkruyd, met een geknobbelde Wor- 
tel, heeft de zelve gefcheyden in drie, of ook in vier 
korte , dikke dcelen , onder eyndigende in een fpits 
knotfbcldepunt, bruynachtig van verwe : uyt welke voortfehie- 
Wortel. teD eemge wevn jo e Steelen, of ook eene alleen , doch 
boven verfpreyd in zommige Zijde-takjens , van onder 
Bladeren, tot boven aan de Bloemen voorzien met BUderen , op 
geene Steelt jens ruftende ; zijnde ingefneeden in drie 
deelen, gelijk de Verbena communis, of 't gemeen 
Tz,erkruyd ; van welke 't middenfte 't grootfte en lang- 
fte is , doch al te zamen gantfeh flegt, en aan de ran- 
den ongekerft; ook voor eyndigende in éénpunt; aan- 
genaam groen van verwe ; altijd twee en twee regt tee- 
gens over malkander zittende , inwendig begaaft met 
genoegzaam zichtbare Aderen. 

Bemind een zandige, goede aarde, met een wey- 
nig twee-j arige, kleyn-gewreevene Paerdemift, eenja- 
rige Hoenderdrek , en eeven zoo veel van 't Mul of Mol 
der verrotte Boombladeren gcnocgzaam.doormengt : een 
opene, warme, wel ter Zon geleegene plaats, en mati- 
ge vochtighcyd. 

Is van naturen teeder. Vergaat niet haaft, maar blijft 
eenige jaren in 't leeven. Geeft ieder Zomer Bloemen, 
uyt de bovenfte punten der Tab jens voortkomende, 
en ruftende op korte Steelt jens. Zijn tamelijk groot, 
gemeenelijk twee en twee bij malkander gefield. Be- 
llaan uyt zes rond-toegaande Bladeren , niet qualijk 
gelijkende die van de Ranunculus, of Boterbloem; ver- 
cierd met een fchoone roode verwe : in wiens midden 
gezien word een aangename geel-verwige Ring, van een 
boven maten bevallijke aanfehouwing. Zij verderven 
op hare Struyl^, en vallen ter neer , zonder in deeze 
Geweften eenig Zaad na te laten. 
Hoe op te Het Zaad, uyt America overgezonden , moet met 
uytZaTd. CCn wa{re nde Maan vm April of May in een Pot gezayd 
uytAme- en geplant; voor veel koude Herfftreegenen , Sneeuw, 
Rijp en Vbrft gewagt ; en, boven droog geworden , in 
het begin van Oclober binnens huys op. een luchtige 
plaats gefield zijn , in welke niet anders , als geduren- 
de feVorft, word gevuurd. En vermitsze in deeze 
tijd verliefl hare Steel en Bladeren ( welke in April 
weer te voorfchijn komen) zoo moet de Wortel, zoo 



Grond. 



Bloemen ; 
zonder 
Zaad na te 
laten. 



overge- 
zonden. 



lang _ 

ftcn tweemaal van boven begoten worden met een wey- 
nig lauw-gemaakt Recgenwater. Meerder vochtigheyd 
kan ze, zonder te verrotten , niet verdragen. Mag ook 
niet voor half April, wat eerder of later, na geleegent- 
heyd van de bequaamheyd of onbequaamheyd des 
Weérs , met een aangename Lucht en Reegen weer 
buy ten gebragt; dan noch eevenwel voor k?ude nag- 
ten en hayrige -winden wel gedekt, en voorzichtig be- 
waard zijn. 

Dc Verbena caudata Americana flore pal- Amcrf- 
lido cccruleo, of Tz.erkruyd uyt America met fl aar- caanfch 
ten, en een bleekblauwe Bloem , blijft niet meer dan ^"j 
eene Zomer in 't leeven. Geeft in deeze Geweften noyt lla J tcn> 
eenig rijp Zaad; en vergaat van zelfs teegens de Win* 
ter. Kan derhalven niet anders aangewonnen worden, Aanwin- 
als door op nieuws uyt America bekomen Zaad ; ning. 
't welk met een wallende Maan van Maert word gezayd 
in een Pot, gevuld met een zandige grond, doormengt 
met twee-jarige Paerdemift, en een weynig een-jarigc 
Hoenderdrek : voorts gefield in een Zonnebad, en ge- 
durig in warme Paerdemift. 

Het Verbena major Botryoides urticje ef- Groot 
figie Canadensts , of groot r^erhart van Canada , J^^JJJ 
met een Druyfs-wijz>e gefielde "Bloem , en een gedaante ^ m "- 
van Neetelen, is een aardig Geivas. Heeft een teedc- 
re, veezelige; van buy ten bruyn-verwige , van bin- 
nen witte, digte Wortel, vol Zap, en in de Mond Wortel, 
geknauwd wordende, zeer te zamenrrekkende. Krijgt 
uyt de zelve veele Steelen, twee, en derdchalve voet, Steelen. 
wat meerder of minder, hoog; regt opftaande, fterk, 
en tamelijk dik; donker-groen-verwig, rond, en met 
eenige weynige hayrige fcharpheyd luchtig omvangen. 

Aan deeze Steelen komen voort de "Bladeren, ruym Bladeren; 
twee vingerenbreedte boven malkander, nu uyt de ee- cn derzel - 
dan uyt de andere zijde; een weynig hangende. v 



ne 



te. 



Zijn vijf en zes vingerenbreed lang; wat meer als drie 
vingeren breed ; Ey-wijze rond, doch zomtijds wat ron- 
der; donker-groen-verwig , met eenige geelheyd ver- 
mengt; onder bleeker, ook aldaar wat fcharp , en ge- 
lijk de Neete len brandende, offteekende (waarom dit 
Gewas ook de naam Urtica major Canadensis of 
groot Nectelenkruyd van Canada, mijns oordeels met 
goed regt mag voeren ) hardachtig en fteevig van aart; 
met eenige verheevene hoogten tuflehen de opwaarts 
gaande Aderen als gefronfi ; rondom aan de randen 
z>aags-wijz,e zeer net, doch niet diep , getand , achter 
rond toegaande, doch voor in een puntje eyndigende. 
In de Mond geknauwd, word men'er geen zonderlin- 
ge fmaak aan gewaar; vallen echter een weynig te za- 
mentrekkende. Zijn van binnen vercierd met verfchey- 
dene fchoone , van onderen niyge en half-rond na bo- 
ven toelopende Aderen, voortkomende van eene in 't 
midden. Ruften op Steelt jens, ontrent twee vingeren- 
breed lang; ook aan de regt-opgaande groote Steel uyt 
een ronde, donker-purpure Ring haren oorfprong nee- 
mende. 

TufTchen welke, van het midden der Steelen tot op Bloem- 
twee of drie na de alderbovenfte B laderc n , eenige Bloem- tro( J cn; 
trojfen (op de wijze der Bloemknoppen van Felix Flori- ^ad; 
da, of Vrtica major vulgaris , dat is, Bloemdragende 
Varen, of gemeen groot Neetelkruyd , ook in 't eerft de 
zelve niet qualijk gelijkende , doch tuffchen elk Blad 
maar eene Tros) Druyfs-wijze groeyen. !De onderfte 
zijn wel zoo groot, als die van 't gemelde Neetelkruyd; 
doch de bovenfte kleyncr , en zich meer onder de Bla- 
deren verfchuylende. Beftaan uyt zeer veele bleek- 
groene kleyne Knopjens, zich als in Takjens verfprey- 
dendc : ook inwendig twee of drie zeer kleyne witte 
Knopjens houdende; welke haar, daar na verminderen- 
de , hol van malkander verfpreyden , en zonder eenig 
Zaad te geeven op de aarde neervallen. , f 

Eevenwel komen daar na tuflfchen dc aldcrhoogfte, n ° c an dere 
en op een» cn op twee na de alderhoogfte Bladeren an- met zaad. 

dere 



7%J YzERKRUYD* STALKÏIUYD. HaNEKAMMETJENS. 

dere regt-opftaande Steelt jens voort, veel dikker als de 
voorgemelde, boven wat bruyn-verwig; niet onder de 
Bladeren blijvende, maar boven de zelve haar verhef- 



?n 



leo. 
Wortel. 

Steden. 



fende : aan welke Druyfs-wijze groeyen zeer kleyne 
groene Knop jens , voorzien met witte opftaande Draad- 
jens: welke niet neervallen, maar blijven; ook grooter 
worden , en in een korte tijd nalaten veele , wat meer 
als halfmaans-wijze ronde, neerwaarts hangende -, plat- 
te of dunne, eerft bleek-groen zijnde, daar na bruyn, 
dan ook een weynig dikker wordende Zaadjens, veel- 
tijds hare volkomene rijpheyd verkrijgende. 
Alder- De Verbena urticje folio maxima , of het 

grootfte aldcrgrootjle Tzcrkruyd met Bladeren van Neetelen , 
kruvdmet S 1 " ^^ m deeze Gewcften ter hoogte van vier en vijf 
Bladeren voeten. Krijgt uyt een teedere, wit of bleek-bruyn- 
yanNeete- verwige , bittere , en een weynig te zamentrekkende 
Veezelwortel, een of meerder Steelen , zich verdeelen- 
de in veele Zijde-tak^en: zijnde ontrent vierkant, don-^ 
ker-groen ; blinkende , en in 't midden met een holle 
fireep voorzien : aan welke groote Bladeren voortko- 
men, altijd twee en twee regt teegens malkander over 
Bladeren, zittende. De grootfte zijn ontrent een hand lang en 
breed, ruftende op matig-lange Steelen 5 donker-groen- 
verwig, doch onder bleeker; begaaft met zeer fchoo- 
ne veelvoudige diepe Aderen , fpruytende uyt eene in 
't midden; aan de randen gelijk als een Zaag getand; 
voor in een kleyn punt eyndigende; van onder in het 
aanraken rauw ; ook bitter van fmaak , en een weynig 
te zamentrekkende. 

Uyt de bovenfte Hert-punten ziet men bij malkan- 
der voortkomen veele Ayrs'-wijze gefielde , teedere 
Scheut jens , met kleyne groene Knop jens voorzien, dee- 
ze de eene na de andere open gaande , vertonen zeer 
Ideyne, fpier- witte, vijf-bladerige Bloemt jens, die van 
het gemeene Tzerhart. zeer gelijk , doch kleyner. Zel- 
den blijven ze langer dan vier of vijf dagen goed. 
Daarna vergaande, laten ze achter een kleyn langwer- 
pig en groenachtig Zaadje, altijd drie aan den anderen 
gevoegd. 



Bloemen. 



Zaad. 



Cal. I. 8. 
ided.Stmp 
fae. 



KRACHTEN. 

YZerkruyd, of Verbena, beyde het regt-opftaan- 
fte , en het achter-over leggende, als van de zel- 
ve krachten zijnde, is verdrogende van aart; een 
weynig te zamentrekkende , afdroogende , en verkoe- 
lende. 
JEtiml. 1. In Wijn gekookt, en daar van een Roemertje t'el- 
Serm. 1. k ens gedronken , of het uytgeparftte Zap met Wijn 
kift. Plant. lu ë enomQn '» °f twee Drachmen van 't Poeder der ge- 
t , 3. droogde Bladeren in Wijn gebruykt , is goed voor de 

Mn. I. x6. Heup^jigt , het Voet-euvel, of Podagra; Vergif; de 
Trag.ii. Fe ^' y ^ e b"ten en fteeken der giftige Dieren; de Geel- 
e. <So. zucht, 't Graveel, en alle andere inwendige gebreeken 
des Liechaams. Doed gemakkelijk Wateren. Opend 
de verft optheyd der Longe, Nieren, Leever, Milt, en 
JEgirul.i' Galblaas. Neemt wech de pijn van de Maag; de hit- 
Camerar 2 'ê ne yd der Gezwellen ; Zeeren en Zweeren der hey- 
L4.C.6Z. melijke of andere Leeden; van alle Vonden , InZonder- 
heyd van de Beenen : maakt een glad , en x>uyver Vel , 
daar van wech drijvende allerley Schurft heyd en andere 
onreynigheyd ; dit quaad daar mee gewafTchen zijnde. 
Verbeeterd de voorteetende zeerigheyd van de Mond , 
en maakt de lojfe Tanden vaft , daar mee gegorgeld. 
In de Oogen gedaan , verfterkt niet alleen het Ge- 
zicht, maar neemt'er ook de donkerheyd van wech, en 
maakt het helder. Belet daarenboven de ujtvalling des 
Hayrs. 
Titchf.hift. Het Poeder der gedroogde Bladeren met Edik ver- 
mengt, gelegt op de Roos, Roodgrond , envoortkruy- 
pende Zweeringen, doed veel goeds. 
Dtofc 1. 4. Het zelve Poeder met Honig , of Boter gemengt, 
ioi.l.c. g ene< ;ft alle varjfche Wonden , en oude Zeeren. 
r.34. ' Dit Kruyd word zeer begeerig van de Dujven ge- 



geetén. Houd ook de zelve, ontrent haar Slag of 
Nelten opgehangen, bij malkander , en lokt de vreem- 
de derwaarts. 




CCCLVII HOOFDSTUK; 

STALKRUYD. 

Ord in het Neederlandfch niet alleen Ver£h*f- 
dus , maar ook van veele Prangh- «k namen 1 
wortel genoemd: in het Latijn O- 
nonis, Anonis , Arresta bovis • 
en Natrtx Plinii : in het Hoog- 

duytfch OcHSENBRECH , OcHSEN- 

kraut, en Stalkraut: in het Franfch Arreste 
Beuf, Bugrandes, Burgrunder, BugRaves : 
en in het Italiaanfch Anonide* Bonaga, en Resta 
Bove. 

Hier van zijn mij in haren aart veele veranderlijke foor* Veeïe ver. 
ten bekend geworden ; namentlijk : anderlijko 

I. Ononis. spinosa flore purpureo, of y?rc-i foorrcn * 
kend Stalkruyd met een purpure Bloem. II. Spino- 
sa flore ALno, of Prangwortel met Doornen , en 
een witte Bloem. III. Non spinosa flore pur- 
pur eo , of Stalkruyd zonder Doornen , met een pur- 
pure Bloem. IV. Non spinosa flore luteo, of 
met een geele Bloem en geen Doornen. V. Non spi» 
nosa purpurascens Cretica, o( purpur Stalkruyd 
zonder Doornen uyt Candia. VI. Non spinosa flo-> tot elfïn 
RE rubello major Hispanica, of groot Spaanfch getal hief 
Stalkruyd met een ronde Bloem en geen Doornen. VII. voor g c ' 
Non spinosa spicata flore rubello minor, 
of kleyne Prangwortel zonder Doornen met een aeayr- 
de roode Bloem. VIII. Non spinosa luteo odo- 
Rata annua major, of groot geel welriekend Stal- 
kruyd zonder Doornen , niet langer als een jaar duren* 
de. IX. Non spinosa oöorata lutea annua 
minor , of kleyn geel welriekend Stalkruyd zonder 
Doornen , maar eene Zomer in 't leeven blijvende. X* 
Lutea non spinosa Montis Libani , of geele 
Prangwortel zonder Doornen van de Berg Libanus» 
XI. Ononis arborescens, of tot een Boomt je opwaf* 
[end Stalkruyd. Niet alle zijn ze van eévcn-gelijke Bou-l 
wing én Waarnccming* 

Zij beminnen echter al te zamen een goede* zandige Grond, 
aarde, met twee-jarige Paerdemift tamelijk voorzien : 
een vrije , warme , wel ter Zon gcleegene plaats , en 
matige vochtigheyd. Geeven in goede Zomers dikmaal 
volkomen rijp Zaad , en blijven lange jaren in het 
leeven. 

Het Ononis spinosa flore albo, flore pur- Lan g Ie «- 

PUREO, ET NON SPINOSA FLORE PURPUREO, doorn- 



vênde" 
foorten. 



achtig Stalkruyd met witte, met paarfche , en zonder die wel' 
Doornen met paerfche Bloemen , zijn wat hard van aart. 
Konnen , buyten ftaande , felle koude , en alle ande- 
re ongeleegentheyd der Winter zonder fchade verdra- 
gen. Blijven echter niet altijd groen , maar laten in 
den Herfft hare Bladeren vallen : welke, te zamen met 
hare Steelen, ieder Voorjaar weer uyt hare Wortelvoort* 
komen. < 

Men kan haar aanwinnen en vermeenigyuldigen door de Winter- 
haar Zaad: 't welk met een wafTende Maan van April koude ver- 
niet diep in de aarde word select. Al de andere, foor- , ra £ cn 

r j •. 1 '7 1 j 1 konnen. 

ten , meede eenice jaren durende , worden op de zelve 

wijze behandeld, doch konnen gantfchelijk geen fter- 
ke koude verdragen. Moeten derhalven , in Potten ge* 
plant, in Otlober binnens huys gcbmgt, luchtig gefield, 
met weynig vochtigheyd onderhouden , bewaard , en 
niet voor in 't begin van April , met een aangename 
Reegen weer buyten gezet worden. 

Het Ononis non spinosa lutea odoratA „ 

r 11 , Groot en 

annua major et minor , oï groot en kleyn geel t j e ,, n „ c £ 

welriekend Stalkruyd zonder Doornen 9 niet meer als wclrie- 

Ddd i een 



Zaad- 

pcultjcns 

Zaad. 



als 
doch 



Jcend Stal 

kruyd in een Pot *£K^£rifc, na'datze, bij goe- 
xondcr vcrgaan recgcns de irmn „egceven. Het 

Doornen. , b „,„ mc Zomers , rijp Zaad neDoen ^y^ 

de, warme & r , mQCt worc |en. 

„ "3JOJES A».0«.C»K, «0« «.«"• Of 
Boomach- «« « NUN , fchomnodachtlgt Bloem, 

^rJu^chietendeL^, of 7^/, een wcynig 
blinkende van aart, bleek-bruyn van verwe, er, nauw 
lijks meer als een voet hoog oprijzende. Deeze a Ie moet 
men wechneemen, en alleenl.jk eene in t midden laten, 
indien men'er een aardig Boomtje van begeert te wm- 
Bloemen. nen. Uyt de punten der Takjcns ziet men fpruytcr , de 
Bloemen tamelijk groot , ruftende op X^Suclrjens, 
hol en luchtig, doch Tros-wij*e veel bi, malkander en 
aardis eefteld. Van onder af gaan ze eerft open. Als ze 
ceniee dagen hebben geftaan, vallenze neer; nalaten- 
de ronde , korte, dikachtige, ruygc , bleck-groene 
Peultjens, voorzien met een Doorns-wijze fpits Knop- 
je, neerwaarts hangende ; waar in gevonden word een 
platachtig Zaad, van een halfmaans-wijze vorm 
het lijp word groenachtig graauw van verwe 
niet groot. , 

Hoc waar Deeze foort blijft , wanneer men'er goede acht op 
te nee- neemt) l ang e jaren in 't leeven. Word ook (wijl ze 
mcn> door fterke Vorfl en andere ongeleegentheeden der Win- 
ter lichtelijk kan worden wechgenomen) in een Pot 
geplant zijnde, in Otlober binnens huys gebragt, op 
een luchtige plaats , waar in niet als bij vriezend Weer 
word gevuurd; met flegts-een weynig lauw Reegen- 
water van boven begoten , en niet voorin April, met 
een donkere Lucht en zachte Reegen , weer buy ten 
gezet. 
Gcftalte Zij behoud hare groenheyd tot in OBobcrokNovem- 

der Blade- ber toe; maar laat dan hare bezienswaardige tcedere, en 
rcn ; rondom aardig-getandde Bladert jens vallen. Deeze zijn 

langwerpig ; van naturen ftijf (taande ; voor aldcr- 
breedft; ook daarrondachtig toegaande; onder fmal toe- 
lopende; gemeenelijk in drieën bij malkander gefteld ; 
waar van het middelfte het grootfte , eevenwel nauwe- 
lijks een vingerbreedte lang is ; de breedte kan die van 
een ftroo niet ophalen. De twee andere zijn veel fmal- 
ler ; «doch alle onder aan malkander vaft : en in 't mid- 
den voorzien met een regt-doorgaandc Ader, waar uyt 
andere kleyner voortfpruyten. Zijn vercierd met een 
aangename blccke groenheyd , zoo wel onder als bo- 
ven. 

Door drift der Natuur vernieuwt deeze Plant in 
Mam hare Bladeren weer. Geeft, niet altijd, maar 
alleen in goede Zomers , in deeze Landen dikmaal vol- 
komen rijp Zaad: 't welk met een wafTende Maan van 
April niet boven een ftroobreedte diep in een Pot word 
gelegt. Niet alleen hier door word ze vermeemgvul- 
digd , maar ook door hare bij de Wortel uytlopende 
jonge Looten , die men met een Pennemes voorzichtig 
ten halven infnijd, op de wijze der Angelieren, en met 
aarde overdekt. Als ze dan Wortelen hebben bekomen, 
worden ze op de genoemde tijd van de oude afgeno- 
men, en verplant. 

KRACHTEN. 

^Talkruyd, ofOnonü, is v/arm en droog tot in den 



dne Oneen nuchtcren geuruym , ««," 7 l T „ Maith i . 
veel, en breekt de fteen der Nieren : doed wel Mater £«**!. 
hffen ; geneeft de VUefch-brenken , als men t ecmge 
weeken achter malkander ieder dag nutt.gd : ook de 
Takte» of Speenen aan 't Fondament. Doed de Maand- 
flonde» voortkomen. Opcnd de verftoptheyd va» Milt 

en Leever. 

De Wortelen in Water gekookt, en t zelve AcPaer- lu/it. i. % , 
den te drinken gegeeven , doed haar , als haar Water «wrr. 19. 
word opgehouden , 't zelve lolTen. 

Eevcn deeze Wortel met Honig en Edik tot op de helft *ïin. /.i 7 . 
©ezoden, en daar van gedronken , is een dienftig mid- '■*• 
del teegens de vallende Ziekte. 

De eerft uytkomcnde jonge Scheut jens deezer Plant DoJ. i 1( j. 
als een Salade, gelijk Afpergics, gegeeten, zijn goed c, 3- 
teegens al de nu genoemde gebreeken. 



Zaad. 



Aanwin- 
ning. 




G«M.8. 

^ derden graad; ook dunmakende en doorfnijdende 
van aart. 

Het Poeder van de gedroogde Wortelen , of de Baji 

der zelve, met Wijn ingenomen; of de Wortelen in 

Wijn gekookt, of in Wijn gediftilleert , en daar van 

Diofc. 1%. ecn Roemertje gedronken; of, 't geen noch beeter is, 

t. ai. anderhalve hand vol van de Wortelen in ftukjens gefnee- 



CCCLVITI HOOFDSTUK. 

HANEKAMMETJENS. 

Oerd deeze naam in 't Neederlandfih , Verfchey: 
om dat het Zaad deezer Plant zeer de namc n- 
aardig de gedaante der Hannekammen 
vertoond. Word in het Latijn gehee- 
ten Onobrychis; caput Gallina- 

CFUM BELGARUM,en PoLYGALA VE- 

ra Dalechampii. In 't Hoogduytfch Kerstwurt- 
zel. In 't Franfcb Sainct Foin ; en in 't Italiaan fch 
Uppuparia del maghi. 

Hier van zijn mij in haren aart drie bijzondere foor- T>i e ver: 
ten bekend geworden ; te weeten : anderlijkc 

I. De gemelde Onobrychis. II. Onobrychis forten. 
Belgarum altera , of tweede foort van Hane- 
kammetjens der Needer landeren ; ook genoemd Viola 
pentagoni a , of Viole met een vijfhoekig Zaadhupje; 
anders Specucum veneris , dat is, Venus Spiegel, 
weegens hare zonderlinge fchoonheyd. IIT. Onobry- 
chis perfoliata , of Hwekammetjens met doorge- 
wajfene Bladere», zeer aardig te zien. 

Zij beminnen een goede, gemeene, zandige, nicu- Grond, 
welijks omgefmeetene , meer een gemeftte als onge- 
meftte aarde; ruym zoo zeer een zomtijds fchaduwach- 
tige, als een vrije wel ter Zon geleegene plaats, en ta- 
melijk veel Reegen. 

Blijven niet langer dan eene Zomer in het leeven. Zaad. 
Geeven teegens de Winter rijp Zaad , en vergaan dan 
van zelfs. Moeten derhalven ieder Voorjaar, met een Aanwin- 
wafTende Maan van Maert, niet diep, weer in de aar- ning. 
de worden gezayd: waar doorze rijkelijk konnen aan- 
qpvonncn en vermcenigvuldigd worden. Komen anders 
ook dikmaal van zelfs genoeg te voorfchijn, door het 
uytgcvallene Zaad. 

KRACHTEN. 

HAnekammetjens, of Onobrychis , is verwarmende cal. /•& 
en verdrogende van aart , daarenboven dunma- simf-M** 1 
kende , en verteerende. 
De Bladeren gedroogd , gepulverifeert , en met p/;». /. *4- 
Wijn ingenomen , doen gemakkelijk Water lojfe» ; e.16. 
ftillen de loop des Bujk* , en zijn goed voor de kou- 
de Pis. 

De grolhe Bladere» gefloten , en Paps- of Plaafters- Diofc- 1 V 
wijze gelegt op allerlcy Gezwellen , en Klieren, vertee- c - '7°' 
ren de zelve, en doen ze vergaan. 



CCCLIX 



79 1 Groote Krok. Aardangel. Waternooten. Speerkruyd. 7p i 

CCCLIX HOOFDSTUK. 



Namen. 



Vier on- 
derfchcy- 
dene foor- 
ten. 




LoM.P.1. 
fol. gi. 
Clu/.R.P, 
l.6.{ol.i}o. 



Grond. 



Bloemen. 
Zaad. 



Aanwin- 
auig. 



Gebruyk 



van het 
Zaad 



deezer 
Plant. 



Namen. 



Grond. 



Zaad. 



GROOTE KROK. 

^■^^ Us genoemd in 't Neederlandfch ;v/ord 
" in het Latijn geheeten Oroüus , of 
ook Aracus latifolius; en in het 
1 Italiaan feb Orobo. 

Hief van zijn mij in haren aart vier 
onderfcheydene foortcn bekend gewon- 
den; namentlijk: 
I. Orobus venetus, of groote Krol^, groeyende 
önTrent Venetien. II. Pannonicus tenuióri fo- 
lio ; of groote Krol^uyt Pannonien, met teedere Bla- 
deren; ook genoemd Oaosus secundus Clusii , 
of 'de tweede groote Krol^vart Carolus Clusius: wel- 
ke van Matthias de Lobel word geheeten Astra- 
galoides. III. Quartus Clusii, of vierde foort 
Van Carolus Clusius. IV. ORobus Pannoni- 
cus Primus Clusius, of eerfte groote /Cro^_ van Ca- 
rolus Clusius. Alle zijnze van de zelve Bomving en 
Waarneeming. 

Ta) beminnen een goede , gemeene , zandige , en 
welgemefttc aarde : een vrije , genoeg ter Zon gelcè- 
gene plaats ; en veel Water. Blijven veele jaren in 't 
leeven , en verdragen allerley ongeleegentheeden der 
Winter zonder ecnigc fchade. 

Geeven vroeg in 't Voorjaar fchoone Bloemen; en 
gemeenelijk in ieder jaar, .inzonderheyd bij goede droo- 
ge Zomers, volkomen rijp Zaad, 't Welk met een 
wallende Maan van September of Maert , niet boven 
een ftroobreedte diep , de aarde weer aanbevolen word. 
Ook flaat het neergevallene Zaad dikmaal van zelfs ge- 
noeg op. Niet alleen hier door kan men haar vermee- 
nigvuldigen , maar ook aamvinnen door hare jonge aan- 
gegroeyde Wortelen, welke men met de gemelde waa- 
iende Maan, in Maert o£ April, van de oude afneemt, 
en verplant. 

KRACHTEN. 

Et Zaad van groote Krok , of Orobus latifo- 
Uus , is afvagende en te zamentrekkende van 
aart ; zwaar om te verteeren , en maakt grof, 
zeer flegt Bloed. 

Gedroogd, gefloten, en met Melk gekookt, is 't 
dienftig, om de loop des Buyks te ftoppen. Doed ook 
het Braken ophouden , en neemt wech de oprifping van 
de Maag. 

Het Meet van dit Zaad met Wijn vermengt, en 
Plaafters-wijze gelegt op de beet en der dolle Menfchen, 
Honden, en, andere racende Dieren, is zeer dienftig, 
en van goed gebruyk. 

Dit Zaad aan Hoenderen , Duyven, of andere Vo- 
gelen gegeeven , doed haar in weynig tijds zeer vet 
worden. 



CCCLX H O O F D S T U K. 

AARDANGEL. 

Et decze naam in het Neederlandfch 
bekend , word in het Latijn gehee- 
ten Tribulus terrestris: in het 
Hoogduytfch Burseldorn; en in het 
Italiaanfch Tribolo. 
> Zij bemind van naturen een goede 
zandige aarde , met een weynig ty/ee-jarige Paerdemift , 
en 't Mol der verrotte Boombladeren doormengt : een 
warme, wel ter Zon geleegene plaats, en matige voch- 
tighcyd. 

Blijft niet langer dan eene Zomer in 't leeven. Geeft 



H 




in dceze onze Geweften, bij goede jaren volkomen rijp 1 
Zaad, en vergaat dan van zelfs. Moet derhalven ie- 
der Voorjaar, met een wafTende Maan van April, niet 
boven een ftroobreedte diep, weer op nieuws inde aar- 
de eens Pots geZayd zijn ; maar niet verplant. Ook Aanwin- 
mag men niet meer dan twee opgekomenc jongen in ning ' 
eene Pot laten , ontrent in 't midden der zelve; ver- 
mits ze zich op de aarde neerleggen, en door de' mee- 
nigte harcr Takjens de Pot aan alle kanten vervul- 
len. 

KRACHTEN. 

AArdangel, of Tribulus Terreflris , is koud, aard'- Gal. HL 3. 
achtig,en te zamentrekkend van aart. De Vrucht Mtd -Si™p> 
ook is dun van deelen , en fijn van ftof. 
De zelve gedroogd , geftoten , en daar van een Dio f e ' 1 4- 
Drachma met Wijn ingenomen , breekt de Jleen der c ' lf ' 
Nieren: geneeft de beet en der Adderen en Slangen : ft rijd 
teegens allerley vergif. 

De zelve Vrucht in Water gekookt , en daar mee Durantts 
de ? cd/leede ofhet LcedckantbefpreuPt, dood de daar h Jf' ? ! nntt 
in zijnde Vlooyen. &•#*' 




CCCLXI HOOFDSTUK. 

WATERNOOT. 

let alleen in het Neederlandfch dus , Verfchcy- 
maar ook van veele Minkysers ge- de namen, 
heeten. In het Latijn genoemt Tri- 
bulus aquaticus , of ook , wee- 
gens hare lieffelijkc fmaak , Casta- 
nea palustris, zoo veel als Water- 
Cajlanicn: inliet Hoogduytfch Wassernusz, of ook 
Spitsnusz; in het Franfch Escarbots, Saligotz, 
en Chastaignes d'eau.- in het Italiaanjch Tribo- 
lo aquatico. 

Zij bemind, uyt een aangeborene eygenfehap , een Wat voor 
flijmerige, mocraflige, vochtige grond, in een opene, cen grond 
vrije , Lucht : of ook wel een klaar en helder Water Zij wü,eiu 
zelfs, waar in ze al dikmaal gevonden word. Kan 
derhalven qualijk in de Hoven worden opgevokt ; ten 
ware men daarin een Sloot, of groote 'Kuyl groef, en 
in 't Voorjaar haar plantte in den grond der zelve; dan 
zal ze wel beklijven, en voortgroeyen. 

Word niet lichtelijk befchadigd door een fterke Win- nlocmea." 
ter-vorfi. Geeft niet altijd, maar bij goede heete Zo- 
mers , Bloemen: zelden, of wel noyt, in decze Gewe- Zcld- 
ften een rijpe Vrucht, of volkomen Zaad: zijnde van " a "J" 
een aardige aanfehouwing; vertoonende het hoofd van ey " 
een Os met z,ijne Hoornen. Verlieft ieder Winter ha- 
re Bladeren ; welke t'elkens teegens de May zich 
weer vernieuwen , en boven 't Water uytftekende ge- 
zien worden. 

Kan door geen ander middel worden aangeivonnen , u oe mcn 
als alleen door bekomen rijp en goed Zaad. Ontrent haar 
deeze aanteeling kan men te werk gaan op de volgende 
wijze, gelijk van mij gedaan is in 't jaar 1657. 

Neem een Pot : maak'er onder een groot gat in. j n een Hof* 
Vul dan de zelve met een zeer luchtige, zandige aarde, kan doen 
genoegzaam doormengt met oude Paardemift. Leg'cr g r °eyon. 
dan het Zaad in met een wafTende Maan van April, 
ontrent een kleyne vingerbreedte diep. Zet ze ver- 
volgens op een warme en matig-luchtige plaats, ge- 
durig die nat houdende ; zoo komt het uyt de aar- 
de op. Laat dan de Pot zinken in de gemaakte Sloot , 
of groote Kuyl, tot op de grond toe; zoo zal deeze 
Plant, lange 'Wortelen gefchooten hebbende, tot bo- 
ven 't Water opgroeyen : eevenwel niet veele jaren in 'c 
leeven blijven.' 



Ddd 5 



KRACH- 



791 



R 



Beschryving der 

RACHTEN. 



Kruyden, Bollen en Bloemen, III Boek, 794 



Cal 1 8. 
SimfMtd. 




Aternoot, of Tribulus Aauaticus , is voch- 
f g - verkoelende , en een weyn.g te zamen- 
trekkende van aart. 
Vc Bladeren, het zij geheel , »f «ff»?.^^: 
fokwijze gelcgt op allerley vmmghejd , ^ l i e £' 
h Jeeren , docd veel goeds tot der zelver 

gencezing. 
Het uytgcparftte 



zwellen , en 
na > - . 2^der^«;isdienftigtee. 

fandvleefch, de fw% Ar ^^/- 5 de 5w 
/ƒ«;£, en Keel-gebreeke» , daar mee gewaüchcn , or 

8C De g Vr^;, of A/b^« zelfs, worden, in plaats 
hi(t.Bl*nt. v ^ Ca n anien> voor een Banquet gegeeten. Ook maakt 
^3- men . er è roo d van ; doch 't geeft wcymg voedzel, en 

1%'tnarr- verflopt het Ligchaam. - 

De zelve l&tfef» , tot flof gefloten, en dan met 
Wijn cebruykt, zijn zeer dienftig teegens de ^tender 
Slangen; teegens 't Graveel; voor de geene die Vloed 
fpomven, en Bloed pifen; ook voor zulke, die van de 
Buykloop worden gequeld. 



Ditrantts 



16. 

Camcrar 

/.4.f.iS 



Vcrfchey- 
dc namen. 




Grond. 



Kluchtige 
Vrucht. 



Aanwin- 
ning. 



CCCLXII hoofdstuk. 

SPEERKRUYD. 

>En kleyn en aardig Gewas ; word in 
het Needer landfeh niet alleenlijk dus, 
maar ook Adderstong, ofNATER- 
tong geheeten: in 't Latijn Ophio- 
glossum, Lancea Christi, Lin- 
gua Serpentina , Lunaria , en 
Henophyllum : in het Hoogduytfch Naterzung- 
lein: 'm'tFranfcb Langue de Serpent, of ook 
Herbe Sans Cousture : in 't Italiaanfch Ophio- 
gi.osso , en Herba Senza Costa , of ook Lingua 
di Serpente. 

Deeze Plant bemind uyt eygener aart een goede, ge- 
meene, zandige, zoo wel gemeftte als ongemeftte aar- 
de ; ruym zoo zeer een donkere, fchaduwachtige plaats, 
als een ruyme Lucht ; en veel vochtigheyd. 

Verdraagd allerley ongeleegentheeden des tijds zon- 
der fchade. Geeft noch Bloem noch Zaad ; maar 
weleen kluchtige, zeldzame Vrucht uyt haar een ee. 
nïgjie Blaadje, gelijk zijnde eenkleyne Lans, ofSpeere. 
In het laatftc van Junius vergaan ze te zamen, en ko- 
men niet weer te voorfchijn , voor in de Maand 
Maert des volgenden jaars. Konncn echter genoegzaam 
aangewonnen en verrneeniovuldigd worden door hare 
aangewaflene jonge Worteltjens ; welke men met een 
waflende Maan in de Maand Auguftu* van de oude af- 
neemt , en verplant. 



loiel. hifi. 
Ihnt.fol. 
984. 

Dod. L f. 
c. ai. 



KRACHTEN. 

SPeerkruyd , of Ophioglojfum , van naturen een tref- 
lijke Vl'ondkruyd, is koud in den eerften , en droog 
in den tweeden graad. 
In Wijn gekookt, en daar van een tijd lang achter 
malkander 's morgens nuchtcren een Roemotje gedron- 
ken ; of het Poeder der gedroogde Bladeren met Wijn ; 
of met het gediftilleerde Water van Equifettim, anders 
Duranta Paerdeftaert gezegt, ingenomen, geneeft alle imvendi- 
bifi. Plant, ge en uytwendige Ouetz,uren ; de Breuken , of Ge- 
foi. 310. fcheurtheyd . fe ontfteckhjg van de Leevcr, en andere 
l. i.c.Sf. ' imve »dige brand. Is goed voor de lopende of tranende 
Camcrar. Oogen , daar mee gewafTchen ; voor hitsige Koortsen ; 
voor de verzeering der Darmen ; voor de geenc die 
Bloed opgeeven ; en voor die van de Peft zijn aangctafl , 
cen Drachma van 't Poeder met Wijn en Edik gebruykt. 



1.1. c. 



Het zelve Poeder met het gediftilleerde Water van Matth.ü: 
Eykc bladeren ingenomen, ftüd de witte Vloeden der^jtfi. 

Vrouwen. P/.*.juo 

Eeven dit Poeder met Varkens-reuzel vermengd , Trag.u\ 
is "oed teegens de gebrandheyd, alle heete Gezwellen c, ioö. 
enApoJiematien; ook het Sprenhtvuur. Belet daaren- 
boven de Kanker ; en verhinderd dat het Vuur in de 
zweering zou komen. m 

De Oly , waar in de Bladeren een lange ti]d m de Zon 
geweykt zijn , met een weynig Oly van Denneboomen 
vermengt, zuyverd en geneeft alle varfche Wonden ; al- 
lerley vuyle ^weeringen. 




CCCLXIII HOOFDSTUK. 

WINTERGROEN. 

|Yns weetens met geenen anderen alsVcrfchey- 
deezen naam in net Needer landfeh & z «amen. 
bekend , word in. het Latijn geheeten 

PYROLA, of Ook TlNTINNABULUM 

TERRyE : in het Hoogduytfch Win- 

TCRGRUNN, KuCHENSCHELLE , of "• 

Holtzmangolt: in 't Franfch Limoire . en Bete 
Sa ü vage: 'm 't Italiaanfch Pirola. 

Hier van zijn mij in haren aart *&-/> veranderlijke foor- Drie ver- 
ten bekend geworden ; te weeten : anderhjke 

I. Pyrola officinarum vulgaris , of gemeen 
gebruykelijk^Wintergroen. II. Folio dentato , of 
Wintergroen met getandde Bladeren. III. Pyrola 
Americana , ot Wintergroen uyt America. Niet 
alle zijn ze van eenerley Bouwing en Waarneeming. 

Zij beminnen, uyt eygener aart, een goede, gemee- Grond, 
ne aarde , met zeer veel Zce-zand , maar geen mift of 
andere vettigheyd doormengt ; zoo wel een fchaduw- 
achtige als een luchtige.plaats, en veel Water. Blijven Uytnec- 
't geheele jaar door groen. Geeven in de Maanden Ju- ™f nc ! ,icf - 
nius en Julius Bloemen; begaafd met zulk een aange- ^de' 
name, verquikkende reuk., dat ze in lieflijkheyd de Bloemen.' 
Maybloemtjens , of Lilium convallium, ook meeft al de 
andere Kruyden , daar in te boven gaan. 

Niet haaft verderven ze , maar blijven eenige jaren Zaad. 
lang in 't leeven. Brengen bij goede Zomers volkomen 
rijp Zaad voort; en konnen allerley ongeleegentheeden 
der Winter uytftaan. Worden aangewonnen, niet al- Aanwin- 
leenlijk door dit haar Zaad, 't welk met een waflende mD & 
Maan van Maert of April , niet boven een ftroobreed- 
te diep , in een Pot , met de voorgedachte aarde ge- 
vuld , gezayd moet zijn j maar ook door hare aange- 
groeyde en langzaam voortkomende jonge Scheut jens, 
welke men op de zelve tijd van de oude afneemt, en 
verplant. 

Het Pyrola Americana , of Wintergroen uyt Ameri- 
America, waft met hare ronde en teedere regt-opftaan- ^[J. 
de Steelt jens ter hoogte van anderhalve voet. Aan ocn> 
der zelver beyde zijden , niet teegens over malkander, 
maar onordentlijk gefield, komende Bladeren voort, Bladeren.' 
ruftende op kleyne Steelt jens. Zijn een weynig hard 
van aart ; donkcr-groen-vcrwig ; in grootte niet veel 
verfchillende van die van ons gemeen Wintergroen ; ech- 
ter niet zoo geheel, maar een weynig langwerpig-rond; 
ook inwendig niet voorzien met zoodanig geftelde A- 
deren. 

Bemind cen zandige grond , met een weynig twee- Grond, 
jarige Paerdemift, een-jarige Hoenderdrek , en 't Mol 
der van binnen verdorvene Boomen , of in der zelver 
plaats 't Mol der verrotte Boombladeren doormengt : 
een opene , warme, luchtige en vrije plaats; ook ma- 
tige vochtigheyd. Blijft van naturen veele jaren in 't 
leeven. Geeft in drooge , warme Zomers een geele Bloemen' 
Bloem, met een lange Kel(, of Hals; gemeenelijk niet 
meer als twee bij malkander op tamcl ij k-lange Steeltjcns, 

gefield i 



o 



7?y Wintergroen. Veldajuyn. Vogelvoet. Rys. Panikkoorn. 7p «j 



Zaying. 



Hoc waar 
te necmen 
in de Win* 
ter. 



Aanwin- 
ning in 
onze Lan- 
den. 



label. Li. 
pi. 361. 



Zonk. I. 2 
c. r-tf. 
Camerar. 
/.4. c.xi. 
DoJ.l.f. 
c. zo. 



Dorften. 
hifi.tl.fol. 



gefield ; maar noyt in deeze koude Landen ecnig vol 
komen rijp Zand. 

Is tceder van aart. Kan weynig koude Herffl-reege- 
nen, Sneeuw, Rijp, of Vorfl verdragen. Moet der- 
halven , als men 't Zaad uyt hcetc Geweflen heeft ont- 
fangen, met een wafTende Maan van April of May in 
een Pot beydc gezayd en geplant zijn ; gedurig in war- 
me Paerdemifl gezet. In 't begin van OElober , wat 
eerder of later, na geleegentheyd dat het Weer zich 
aanfleld , moet men ze binnens huys zetten , op een 
zeer luchtige plaats, waar in niet als bij vriezend Weer 
word gevuurd door een yzere Oven. Gedurende de 
gantfche Winter moet men ze niet meer als eens, of 
ten hoogften tweemaal, met een weynig lauw Reeqen- 
watcr van boven begieten : ook niet voor in 't begin , 
of ten halven van April , met een zachte Lucht , en 
aangename zoete Reegen , weer buyten brengen : dan 
noch ecvcnwel haar zorgvuldig wagten , en wel dekken 
voor koude nachten , Sneeuwachtige vochtigheyd, hay- 
rige en fchrale winden. 

Zij yerliefl 's Winters al de Steelen en Bladeren, wel- 
ke geblocj/d hebben. Houd'er echter eenige bij hare 
Wortel groen ; die in 't volgende Voorjaar weer opfehic- 
ten , en Bloemen voortbrengen. In onze Landen kan ze 
door geen ander middel aangewonnen en vermeeniq-- 
-üuldigd worden, dan alleenlijk door hare flerke en ta- 
melijk dikke Wortel; waar van men , met een wafTende 
Maan in April, voorzichtig een deel affnijd; 't zelve 
in een Pot verplant , en een tijd lang wel vlijtig voor 
veel Water wacht. 

KRACHTEN. 

Wintergroen , of Pyrola , is koud in den twee- 
den, en droog in den derden graad ; ook te za- 
mentrekkende van aart. 
Groen gefloten , of 't Poeder der gedroogde Blade- 
ren op de gebrandheyd gelegt, verkoeld en gcneefl de 
zelve. 

In Wijn gezoden, en daar van gedronken, heelden 
zuy verd alle inwendige- en uytwendige wonden , lopende 
gaten , quade zweeringen , en de ontfiokene Nieren. 
Eeven het zelve doed het uy tgeparflte Zap der Blade- 
ren : of ook de Wijn daar ze in gekookt zijn ge weeft, 
de qualen daar meê gewafTchen zijnde. 

Twee Drachmen van het geflotene Zaad met Wijn 
ingenomen , flild en gcneefl de Buykloop , de Bloed- 
gang , het Bloed-fpouwen , en de onnatuurlijke Vloe- 
den der Vrouwen. 




CCCLXIV HOOFDSTUK. 

VELDAJUYN. 

Namen. tf&fi(K!Aj|!üMU s > en, mijns weetens , met geenen 

anderen naam in het Neederlandfch ge- 
noemd. Word in het Latijn geheeten 
Ornithogalum, en Bulbus leu- 
canthemus : in 't Hoogduytfch Vo- 
gelmich, Feld, of Ackerzwibel: 
m 't Italiaanfch Ornitogalo. 
Dertien Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden 

lïke^o'r ^ mcwverande,i i ker ° orten ; te weten: 
ten! I. Ornithogalum Arabicum, of Veldajuyn uyt 

Arabien. II. Neapolitanum majus, III. et mi- 
nus, of groot e en kleyne Veldajuyn van Napels. IV. 
Lacteum maximum, of zeer groote witte Veldajuyn.' 
V. Luteum , of Veldajuyn met geelt Bloemen. VI. 
Umbellatum flore albo , o? met groote, breede 
witte Bloemen. VII. Spicatum flore pallido , 
of met een bleek^gcayrde Bloem. VIII. Spicatum 
flore albo odorato, of met een wit-geayrde wel- 
riekende Bloem. IX. Spicatum Narbonense , of 



Grond. 



Zaad.' 



Co!! 



en. 



van Narbona , met een geayrde Bloem. X. Panno- 
nicum flore virescente, of uyt Pannonien, met 
een groennchtige Bloem. XI. Minus flore albo, 
or kleyne Veldajuyn met een witte Bloem. XIL Ma- 

JUS yETHIOPICUM FLORE ALBO CAPITIS BON.E 

Spei of groote Veldajuyn uyt Moorenland, Proevende 
aan Capo de bona Efperanza, of het Hoofd der ooede 
Hoop, met een fchoone witte Bloem, welke ik voor de 
eerflcmaal gezien heb bij mijn Heer en goede Vriend 
Johan van Velzen , Klerk van hare Ld. Groot- 
mogende, de Staten van Holland. XIII. Ornitho- 
galum jEthiopicum parvum Capitis bonje 
Spei , of kleyne Veldajuyn uyt Moorenland, voortko- 
mende ontrent de Caap. Niet alle zijn ze van de zelve 
Bouwing en Waarnecming. 

Echter beminnen ze al te zamen een goede, zandi- 
ge, luchtige, en met twee-jarige Paerdcmifl wel door- 
mengde grond : een opene , vrije , bequaam ter Zon 
geleegene plaats, en niet te veel vochtigheyd. Verdra- 
gen geduldig allerley ongeleegentheedcn der Winter. 
Gecven ook, doch niet alle, ook niet ieder jaar, vol- 
komen rijp Zaad; 't welk met een volle Maan van 
September , een kleyne vinger diep , de aarde moet 
aanbevolen zijn; dan komt het in 't volgende Voorjaar 
te voorfchijn; doch draagd niet voor 't achtfle of nee- 
gende jaar claar na de eerfle Bloemen : onder welke 
men gemecnclijk eenige veranderlijke couleuren gewaar 
word. 

Hare Bollen worden ieder jaar, of ('t welk ik oor- 
deelejDcfl te zijn) om de derde Zomer, in 't laatfle 
van Julius, uyt de aarde opgenomen ; op een drooge 
plaats gelegt; daar na, de grond weer gemefl op de bo- 
ven-verhaalde wijze , de Bollen van haar oude, doode, 
en onzuyvGVGVazelwortelengeiuy verd zijnde, daar weer 
ingezet, tamelijk diep, met een volle of wafTende Maan 
Van September. 

Worden dus niet alleen door haar Zaad , 't welk 
langzaam toegaat; maar ook, en veel bequamer , 
door hare -jonge aangewaffene Bollet jens aangeïvonncn 
en vermeenigvuldigd : welke men , bij de opneeming 
uyt de aarde, van de oude affcheyd, en verplant. 

Het Ornithogalum Arabicum , of Veldajuyn 
uyt Arabien, en Ornithogalum majus et minus 
jEthiopicum Capitis bonje Spei, of zoo groot 
als kleyn Veldajuyn uyt Moorenland, groeyende bij de 
Caap, zijn niet zoo hard van aart als de andere foorten. 
Konnen de flerke Winterkoude en Vorjl dcezer Landen 
niet wel verdragen. Moeten derhalven , in Potten ge- 
field, en in de Wintertijd binnens huysgebragt; daar 
ook, zonder eenige vochtigheyd op een luchtige plaats, 
of anders buytens huys in een Zonnebad, zorgvuldig 
bewaard worden. 

KRACHTEN. 

DE Bolwortel van Veldajuyn, of Ornithogalum, Gebruyk. 
gefloten, en op varjfche Honden gelegt , geneefl 
de zelve. 
Rauw gegeeten, of in Water gekookt , of gezoden D '°f c - lt *■ 
zijnde, is ze zoet, en aangenaam van fmaak , als een °ilj^ mlll . 
Caflanie. Word derhalven van de Boeren , en an- Durantes. 
dere gemcene of geringe Lieden voor een bequame 
fpijs gebruykr. 



Aanwin- 
ning. 



Veldajuyn 
uyt Ara- 
bien, en 
uyt Moo- 
renland. 



CCCLXV HOOFDSTUK. 

VOGELVOET. 



N 't Neederlandfch dus genoemd, om dat Namen, 
hare te zaamgevoegde Zaad-peultjens een 
kromme Vogelvoet, of de geflotene Klauwt- 
jens der kleyne Vogeltjens niet ongelijk 
zijn. Word in het Latijn geheeten Pts 

avis, 




797 



RrscHRYViNG der Kruyden , Bollen en Bloemen , III Boek, 798 



Drie ver- 



of Ornithopodium : in t Hoogduytfch Vo- 

gelfusz: in 't Franfch P,ED D ' 0ISEAU ' , .... c 
Hier van zijn mij in haren aart ^veranderlijke foor- 



anderlijke ten bekend; namentJijk: 
foorten. j Ornithopodium majvs, of groot Vogclvoet, 
ook benoemd Scorpioides leguminosa, of Scor- 
f ,ocnkruyd met Zaadpeultjens. II. Majus Creti- 
cvm , of groet Vogclvoet van Candien. III. orni- 
thopodium minus, of k[eyn Vogelvoet. Meeft zijn 
ze van cenerley Bouwing en Waarneeming. 
Cr0Bd Zij beminnen uyt eygener aart een goede, gemee- 

nc, zandige, en weynig gemeftte grond : een opene, 
vrije, welgelegene plaats , en niet te veel Reegen. 
Blijven niet langer dan eene Zomer in 'tleeven: gec- 
ven in den Hcrffl volkomen rijp Sftudt en vergaan dan 
Aanwin- van zelfs, of door een kleyne Rijp. Moeten derhalven 
ning. ieder Foor jaar weer op nieuws , met een waiTende Maan 
van Maert , niet boven een ftroodbreedte diep gezayd 
zijn. Alleenlijk hier door konnenzc aangewonnen en 
vermeenigvuldigd worden. 
Groot Vo- Het Ornithopodium majus, of 'groot Vogelvoet, 
gclvoet, en MA jus Creticum , of groot Vogelvoet van Can- 
' n g \ 00t die», cezayd zijnde, komen dikmaal eerft laat te voor- 

Vogelvoet . ,. * o V ,'• - ' , > 1 -j 

van Can- fchijn ; waar door ze , verachterende , veeltijds geen 
dien. goed Zaad konnen krijgen. Moeten derhalven , in 't 

begin van Maert, of in 't laatfte van Februarius, met 

een waiTende Maan , niet boven twee ftroobreedte diep, 

de aarde worden aanbevolen. 
Kleyn Vo. Ook blijft dan het Ornithopodium minus , of 
gelvoet. kleyn Vogelvoet, laat opkomende, en 's Winters buyten 

ftaande,meerendeel zonder ongeleegentheyd in 'tleeven. 

Naderhand een rijpe Vrucht gegeeven hebbende, ver- 

fterft het de tweede Zomer. 



Gcbruyk. 



KRACHTEN. 

Vogelvoet, of Ornithopodium, word totgeene ge- 
breeken der Menfchen gebruykt. Ver/trekt on- 
dertulTchen de Schapen, Koeyen, OJfcn en Paer- 
den tot een aangenaam en gezond Voedsel. 



CCCLXVI hoofdstuk. 



R 



s. 



Namen. 




Grond. 



Geeft in 
onze Lan 
den noch 
Vrucht 
noch 
Bloem. 



,Eder genoeg bekend, vermits ze zeer 
veel gebruykt word tot een aangena- 
me fpijs voor de Menfchen. Word, 
mijns wcetens , in het Neederlandfch 
met geenen anderen als deezen naam 
«P^ff genoemd. In het Latijn Oriza : in 
het Hoogduytfch Kusz : in het Italiaan fch Riso , of 
Grano Riso. 

■Zij groeyd van naturen gelijk alle Koorn. Bemind 
een goede, gemeene , zandige aarde, met twee-jarige 
Paerdemift matig voorzien : een opene, warme, vrije, 
wel ter Zpn geleegene plaats, voor alle koude Winden 
befchut, en veel vochtighcyd, bijzonderlijk in heete 
dagen. Blijft niet langer dan eene Zomer in 't leeven. 

Geeft in deeze koude Landen noch Bloem noch 
Vrucht\ en vergaat, weegens hare teederheyd, haaftig 
in den Herfft, door een weynig koude. Niemand be- 
hoefd dit vreemd voor te komen ; vermits ze in hee- 
te Gewcften met een afgaande Maan van April , of 
wat eerder, een kleyne vingerbreed diep in de aar- 
de gezayd zijnde , niet voor laat in den Her f ft hare 
rijpheyd bekomt. 

KRACHTEN. 



Diofc. 1. 1. 
c.llj. 



RTs, o? Oriza, is verwarmende in den eerften , en 
verdrogende in den tweeden graad; daar benee- 
vens verftoppende van aart. 



In Melk tot een Brij gekookt, of ook 't Meel van Gal. /.». 
Rijs met zoete Melk , Zuyker , Amandelen en een simp.MeJ. 
weynig Caneel gezoden, is aangenaam van fmaak; geeft J*J***- 
aan 't Ligchaara een goed voedzel; ftild de Roodeloop , Èodïl, ió. 
en ftopt de Buykjoop. c - *8. 

Rapw gegeeten, is ze zwaar te verteeren, en geeft 
grof voedzel. 




CCCLXVII HOOFDSTUK. 

PANIKKOORN. 

,Us in het Neederlandfch genoemd , Namen, 
word in het Latijn geheetcn Pani- 
cum, ofMELiNE: in 't Hoogduytfch 

HEYDELPFENNIG, ofPFENNIGt ID 't 

Franfch Panic; en in het Italiaanfih 
Panico. 

Hiervan zijn mij in haren aart bekend geworden twee T wee ver- 
veranderlijke foorten ;- als : foorTen!^ 

I. Panicum vulgare , of gemeen Panikkporn. 
II. Panicum Indicum , of Indiaanfch Panikjtoorn. 
Beyde zijn ze van cenerley Bouwing en Waarneeming. 

Zij beminnen een goede , gemeene , zandige , en Grond.' 
weynig gemeftte aarde : een vrije, warme, welgelee- 
gene plaats , en niet te veel vochtigheyd. Blijven 
maar alleen eene Zomer in 't leeven. Geeven teegens Aanwin- 
de Winter volkomene rijpe Vrucht , of Zaad, en ver- mn £* 
gaan dan van zelfs. Moeten derhalven ieder Voorjaar, 
met een afgaande Maan van April , weer in de aar- 
de , niet diep, gezayd zijn. Waar door ze t'elkens 
vernieuwd, en op geen andere wijze aangewonnen kon- 
nen worden. 

Het Panicum Indicum , of Indiaanfch Panik^ Indiaanfch 
koorn, als van een teederder aart, en meerder hitte be-£ anik ~ 
geerende, als onze Wereld-ftreek kan geeven , komt ° r * 
niet , als bij zeer goede warme Zomen , laat in den 
Herfft tot genoegzame rijpheyd , en vergaat dikmaal 
door een kleyne koude. 

KRACHTEN. 

Anikjzoorn, of Panicum, is verkoelende , verdro- Aart.' 
gende, en te zamentrekkende van aart. 

In Melk gezoden ; en zoo tweemaal ieder dag ï>«r*ntes 
gebruykt, ftopt de Buykz en Roodeloop. if' Pl ™' : 

Het brood, van dit Koorn gemaakt, is onaangenaam Galen. 1. 1.' 
voor de Maag, ook zeer droog; en geeft aan het Lig-</f ^Um. 
chaam weynig of geen voedzel. Word ter dier oorzaak y'f' l * u 
alleen van arme menfchen, enkelijk uyt nood, gegeeten, simi.Mtl. 
als ze niet anders bekomen konnen. 



CCCLXVIII HOOFDSTUK. 

P E O N I E. 

Ord in 't Neederlandfch dus genoemt: Namen, 
in het Latijn Pceonia , na de oude 
Geneesmeefter Pccon, die hare krach- 
ten eerft uytgevonden , en bekent ge- 
maakt heeft. In het Hoogduytfch Peo- 

NIEN-BLUMF.N , GlCHTWURTZ , en 

Konigblum : in het Franfch Pivoine : in het Ita- 
liaanfih Peonia. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend tien verander- Tien ver- 
lijke foorten; namentlijk: andcrlijke 

t ™ . . ,„. foorten. 

1. Pceonia flore albo pleno, of witte dubbele 

Peonie. II. Flore pleno incarnato durabilis- 
simo, of met een langdurige dubbele incarnate Bloem; 
welke , als ze veertien dagen of noch langer geftaan 
heeft , geheel wit word ; echter in de grond noch 
iets behoudende van hare voorige bevallijke couleur. 

III. Hi. 



P 




799 



E Ó N I E» 



A N A X. 



8o( 



Grond. 



Zaad. 



Aanwin- 
ning. 



md.l.6. 



Matth.l.y 
c. 240. 
Ditje I. 3 
c. ïff. 
Ternel. l.f 
Mtth. 
Mtd. 

Abul hiji 
71. c. 64. 
Cal l. 6. 
Simp.Med. 
Ltmn. 1. 1 
t. 3. dt 
M ir. Nat. 



Trag.l.x. 

€. 200. 

Durantes 
hift. Plant 
fol. 341. 



III.HlSPANICA PUMILA FLORE PARVO PURPU- 

reo, of kleyne Spaanfchc P conté, met een kleyne purpur e 
Bloem. IV. Mas latifolia flor e hubro, of 
Pcönic mannetje , met brcede Bladeren , en een roode 
Bloem. V. Mas rotundifolia flore rubln- 
TE , of Peonie mannetje met rondachttge bladeren en 
roode Bloemen. VI. Mas angustifolia flore 
pleno , of Peonie mannetje met fin alle 'Bladeren en 
dubbele Bloem. VIL Fce.MiNA flore albo sim- 
Plici, of Peonie wijfje met een enkele witte Bloem. 
VIII. FceMiNA flore rubro mmplici, of Peo- 
nie wijfje met een enkele roode Bloem. IX. Poconia 

FCEMINA FLORE RUBRO PLENO, of Peonie wijfje 

met een dubbele roode Bloem. X. PceONiA Byzan- 
tina, of Peonie van Conflantinopel. Al te zamCn zijn 
2e van de zelve Bottwing en Waarneeming. 

Zij beminnen een goede, gemeene, zoo wel zandi- 
ge als andere, doch genoegzaam gemeftte grond: een 
vrije, luchtige, bequaam ter Zon geleegene , of ook 
een fchaduwachtige plaats ; en veel Water. Blijven 
lange jaren in 't leeven. Verdragen allerley ongelee- 
gentheeden der Winter , zonder eenige fchade. Geeven 
ieder jaar in den Herffi een volkomen zwartblinkend 
Zaad; waar onder zich gemeenelijk zeer aardig verto- 
nen eenige roode gelijk als onrijpe Korlen, van een be- 
vallijke aanfehouwing. 

Dit Zaad moet met een wafTende Maan van April 
in de aarde, of in September in een Pot, een halve vin- 
gerbreedtc diep gezayd zijn; vermits het lange, ja wel 
een geheel jaar tijds blijft leggen , eer het opkomt. 
Geeft ook niet voor de vijfde of zefde volgende Zo- 
mer de eerfte Bloemen. Deezer wijs dan kan men ze 
aanwinnen en vermeenigvuldigcn ; doch veel bequamer 
en fpoediger door hare aangegroeyde jonge Wortelen , 
klcyn of groot, geheel of in ftukken gebroken : welke 
men met een volle Maan in Auguflus of September van 
de oude afneemt, en verplant. 

KR ACHTEN. 

DE Wortel van Peonie mannetje met een enkele 
roode Bloem (gemeenelijk om des Zaads wil 
Coral-Peonie genoemd ) , of Pceonia Mas flore 
rubro Jimplici , welke meeft gebruykt , en van al de 
andere foorten voor de befte geacht word , is warm in 
den eerften , droog in den tweeden graad ; ook te 
zamentrekkende van aart, met eenige zoetigheyd daar 
bij gevoegd. 

Gcdroogt , geftoten, en daar van een half once met 
Wijn ingenomen ; of de Wortel in Wijn gekookt , en 
ieder morgen daar van een Roemertje gedronken ; of 
.ook , 't zij rauw, 't zij gezoden, dikmaal gegeeten , 
verwekt der Vrouwen Maandflonden. Is goed teegens 
de beeten en fieeken der giftige Dieren ; voor alle zwa- 
re Droomen , voor die van Popelcy of Beroerdheyd zijn 
geraakt; voor 't Graveel van oude en jonge Perfonen ; 
voor de Geelzucht, Buykpijn ; Nier- en Blaas- fmer- 
ten ; de gebreeken des verfiands, en de vallende Ziekt e-, 
inzonderheyd een weynig Maar ent al^en, of Vifcum, 
daar bij gedaan wordende. Voor welk laatft-genoemd 
Euvel men ook de Wortel, met een volle Maan uyt 
de aarde genomen , gedurig aan den hals moet hangen. 
Verftcrkt daarenboven het hoofd der Maanzuchtige : 
opend de verftoptheyd der Leever en Nieren. Doet alle 
Zinkingen ophouden , alle neerdalende vochtigheeden 
der Harffenen verteeren. 

Twaalf van de roode , of onrijpe, Zaadkorlen ge- 
ftoten , en met roode Wijn ingenomen , doen ophou- 
, den der Vrouwen veelvoudige , onmatige roode Woed. 
Gegeeten, of in een gemeene drank van de Kinderen in- 
genomen , verdrijven het beginzel van de Steen en het 
Graveel ; het 'Braken en opgeeven van de Maag. Ncc- 
men ook wech de vuarigheyd en de zweeringen des 
Monds. 




Zeftien der zwarte Korlen, of van 't opreqte rijp c*m*K 
Zaad, geftoten en met Wijn gebruykt, verfterken het '• h'e. .ojfc 
Hoofd: zijn goed voorde)?^»; voor de duyzeling f* 1 ' hb - 
en ontroering der Harjfenen; de beroerdheyd der Zee* P ' M ' 
nuwen; de fmertcn en opftijging der Aioeder; de bee- 
ten der Slangen, zware Droomen, en ook de vallende 
Ziekte ; inzonderheyd vermengt zijnde met Oxymel 
Scylliticum, en Syroop van Stcechasi 



CCCLXIX HOOFDSTUK. 

A N A X. 

Eyde in het Duytfch en Latijn met Namen, 
deezen , en mijns weetens met geencn 
anderen naam genoemd. De Italianen 
zeggen Panace. 

Hier van zijn mij in haren aart vijf Vijf on- 
onderfcheydene foorten bekend gewor- derichey- 
den; teweeten: denc ioori 

I. Panax heracleum, of ƒ>/»«<«.*.-, voortkomende 
bij de Stad Hcracleax ook wel Panax Herculeum 
LAiiFOLiuM,of Spondilium Cyrcnaicum ge- 
hectcn. II. Panax Lf.ptophyllum ,five angisti- 
FOlium , of Panax met fmalle lüaderen ; daarom 
ook van zommige Panax Ferllaceuv , of Pa- 
nax met Bladeren van Ferula genoemd. III. Panax 
SyRiacum, of Panax uyt Synen. IV. Ciiiro- 
NIUM luteum , of Panax Chiromum met e 01 ge c Ie 
Kloem. V. Panax Chiromum album, of Panax 
Chiromum met een witte Bloem. Niet alle zijn ze van 
eenerley Bouwing en Waarneeming. 

Eevenwel beminnen ze al te zamen een goede , ge- Grond; 
mecne, zandige aarde, genoegzaam vermengt met twee- 
jarige Paerdemift : een opene , wel ter Zon geleegene 
plaats, en tamelijk veel Water. Vergaan niet haaft,maar 
blijven eenige jaren lang in 't leeven. Konnen zelfs felle 
koude en allerley andere ongeleegentheeden der Winter 
uytftaan zonder groote fchade. Geeven ook in deeze Zaad. 
Geweften volkomen rijp Zaad; 't welk met een wafTen- A . amvini 
de Maan van September of Maert de aarde in een Pot, n,ng " 
ruym een ftroobreedte diep , moet aanbevolen zijn : 
want alleenlijk hier door konnen ze aangewonnen enver- 
meenigvuldigd worden. 

HetPANAXFERULACEUMCHIRONlUM LUTEUM, Panax met 

en Chironium album, of Panax met Bladeren BIaJe £; en 

van Ferula; Panax Chironium met een gecle, en met [ a an panax " 

een witte Bloem, zijn niet wel zoo hard van aart. Mo- Chiro 

gen, 's Winters buyten blijvende, de koude en Vbrfi niura niet 

zelden langer dan een of twee jaren verdragen ; vermits cen gcclc j 
j i° ir 1 f. enmetccö 

ze door de zelve afneeroen , en eyndelijk vergaan; ge- witte 

lijk de daaglijkze ervarentheyd genoegzaam beveftigd. Bloem. 
Moeten derhalven , in Potten geplant, 's Winters bin- 
pens huys bewaard worden , op cen luchtige plaats ; 
waar in niet als bij vriezend Weer word gevuurd ; 
met matig Recgenwater, lauw gemaakt, van boven voor- 
zien en onderhouden : ook niet voor in 't laatfte van 
Maert of April , met goed Weer, wederom buyten 
gebragt; dan noch voor alle Nagtrijpcn en fehrale win- 
den genoegzaam gewagt zijn. 

Het Panax Chironium luteum j et Ai-Aanwin. 
bum , of geel en wit Panax Chironium , word niet nin S* 
alleen aangewonnen en vermeenigvuldigd door haar 
Zaad; met een wafTende Maan van April gezayd : maar 
ook door hare tcedere , en altijd met groene Bladeren 
vercierd blijvende Takjens : welke men een weynig j 
Op de wijze der Angelieren , infnijd, of ook wel zonder 
dat in de aarde buygd. Als ze dan eyndelijk Wortelen ge* 
kreegen hebben , van de oude afneemt , en met een 
Aprilfche wadende Maan in Potten vcrplanh 



ttz 



KIUCH-; 



Aart. 



m BESCHRYVINGDEllKRUVDEN,B 

KRACHTEN. 

Dr pforte/vrnPanaxHeracleum, of Panax, bij 
c/c /rad ffcwfoi voortkomende, is verdrogen- 
de, verwarmende, en afvagende van aart. 
nJll0 De zelve, of de Schors daar van , g^o°gr ; gq>ui- 
^ '\erifeert, en, met Honig vermeng, op dienen 
oude Z«r«gelcgt, genceflzc, en doed op ^ontblootte 
Beenderen weer nieuw vleefch groeyen. 
JV0. /. 3 . Het Zaad gefloten , en met Wijn ingenomen , ver- 
e.fï. drijft de opfti icing van de Moeder. 
cal. W.8. ' Hcc Zap,ofdc Gom deezer Plant, genoemd Opo- 
simfM. js 5 in dcn twe edcn, en warm in den der- 

den graad ; daarenboven verzachtende en verteerende 

van aart. .. 

JLvtrrou Gefloten , en daar van twee Drachmen met Wijn gc- 
lih ' Sim t' bruykt, drijft, door de Stoelgang, uyt 't geheele Lig- 
r ' 41- chanm alle taye Flnymen en /,;^r/^ vochtigheden. 
Word ter dier oorzaak ook gepreezen teegens allerley 
koude gebreeken der Harjfenen, Zeenuwen, Lammig- 
hefd, en de Kramp. Zuyverd de Borft : is goed voor 
een -verouderde Hoeft', de Kortademheyd; Koortsen , en 
jfc/*« «*• ƒ,;» ,« ^ ZyWr. Gcnecfl de gebreeken der Milt ; en 
Simp.1*- cerft aan^omene^wr*»^; alle inwendige tjuetzu- 
7^! ren, Breuken, en de koude Pis, met Honigwater ge- 
JEgin.l. 7. bruykt. Doed der Vrouwen Stonden voortkomen : 
c • h ... drijft uyt de doode Vrucht (maar andere zwangere Vrou- 
SwÏ/mÓ. wen moeten'er zich nauw voor wachten), en de Win- 
den. Helpt de Moederfmerien , en verzacht de har- 
digheyd der zelver, van onder gebmykt als een Pef- 
faris. 
serap.li/>. Op de Bloedzweeren , Klapooren, Klieren, ook al- 
Simf cap. ] er i ey i^y„ e ofgroorc, zelfs peftilentiale Gezwellen gelegt, 
***" doed ze rijp worden , en uytbreeken. 

Diofe. 1. 3. Het Poe ^ er der gedroogde Bladeren van ?*»** G&j- 
f.y 7 .' ' ro«/«w met Wijn ingenomen, of de zelve in Wijn ge- 
zoden , en daar van gedronken , is goed teegens vergif; 
de beeten der Slangen en anderer giftige Dieren', voor 
de roode Loop : voor de geene die Bloed opgeeven ; de 
Tim. 1. ay. meeren van de Mond, en der heymelijke Leedcn. Stild 
'•4- de vloeden der Vrouwen. Kortelijk, is zeer dienflig in 

allerley gebreeken ; inzonderheyd in zulke , waar bij 
ftilling, heeling, en verfterking nodig is. 

De bovenfte topjens der Steelen en liladeren geflo- 
ten , dan op varjfche wonden gedaan , ftüd het Bloeden 
der zelve, en ge ne cft z.e haaflclijk. 



ollen en Bloemen , III Boek, 802 



Namen. 




CCCLXX HOOFDSTUK. 

MANKOP. 

Iet alleen met deezen naam , maar 

ook met dien van Eul of Hiul, 

en van Slaapkruyd, in het Needer- 

landfch bekend. Zommige zeggen 

wel in plaats van Mankop, Mane- 

kop. Word in het Latijn geheeten 

Papaver : in het Hoogduytfch Wagsamen , Mohn 

en Olmag : in het Franfch Pavot ; en in het Jta- 

liaanfch Papavero. 

Hier van zijn mij in haren aarteenige fchoone, veran- 
derlijke , en bezienswaardige foorten bekend ; bij veele 
zeer aangenaam en begeert , vermits ze een gantfehen 
Hof konnen vercieren. Zullen derhalven van zommi- 
ge in 't algemeen, van eenige een weynig in bijzonder 
fpreeken , wijl deeze meerder oplicht en waarneeming 
van nooden hebben. 

Het Papaver sativum , of tamme Heul, zoowel 

Heul. met met enkele , als met dubbele bonte , of ook een-venvige 

dubbel B ! oemen > bemind uyt eygener aart een gemeene , zan- 

Bloemen. <%e, varfch omgefmeetcne, liever gemefttc als ongc- 

mefttc grond: een vrije, luchtige, welgelcegcne plaats; 



Veelerley 
foortcn. 



Tamme 



te 
winnen. 



en veel Water ; ook matige vochtigheyd. Blijft niet 
meer dan eene Zomer in 't leevcn. Geeft ieder , aar 
volkomen rijp Zaad, en vergaat dan van zelfs. Moet 
derhalven altijd met een volle Maan vw Maert weer op 
nieuws, hol en luchtig, niet diep, gezayd z.,n : doch 
komen ook door 't neergevallene Zaad overvloedig ge- 
noeg van zelfs voort, en konnen deezer wijs met mee- 
nieten vermeerderd worden. 

Wil iemand van deeze dubbele foort zeer groote en Om uyt 
uytfteekende Bloemen winnen, van wat voor een couleur <«* 
de zelve ook mogtcn zijn , die verkicze een Plant met groote 
een dubbele Bloem. Snijde bij tijds daar van af al de Bloemen 
zijdetakjens, zoo dat maar alleenlijk de middenfte , en Zwinnen, 
daar aan niet meer als alleen een eenige Hertknop blij- 
ve. Winne daar van 't Zaad met een volle Maan ; en 
zaye 't zelve weer met volle Maan in Maert ; zoo zal 
hij niet alleen fchoone couleuren, maar ook meeft alle 
groote en dubbele Bloemen daar uyt bekomen. 
' Het Papaver rhccas , of Erraticum , in het Koorn- 
Neederlandfch gezegt Koornroose; flore pleno ™° z ™ f _ 
rucro obscuro, of met een donkere roode dubbele fcheydene 
Bloem: Flore rubro pallesc*nte pleno, of wet couleuren. 
een bleel^roode dubbele Bloem : F lor e pleno phce- 
niceo , of met een dubbele bruyn-roode brandende Bloem ; 
Flore pleno fimbriato; of met een dubbele Bloem 
met witte kanten ; en Flore pleno Incarnato , 
of met een dubbele fchoone lijf-vcrwige Bloem , moeten 
(voor zoo veel men'er Zaad af wil vergaderen) op de 
gemeldde wijze opgefnoeyd en behandeld worden ; doch 
ten minflen drie Hcrtbloemen ( of meer , indien men 
begeert) daar aan behouden; vermits men deeze niet 
zoo wel als de voorgaande kan cultiveeren , zoo om 
hare teederheyds wil , als om de veelheyd der uytfchie- 
tende Takjens. Moeten ook, met een volle Maan van Hoedanig 
Maert , op een gantfeh warme plaats gezayd , en de ** n 
knoppen, als de Bloemen afgevallen zijn , wel nauw 
voor den Reegen gewagt worden ; wijl ze daardoor 
lichtelijk komen te verderven , zoo dat men dikmaal 
geen goed Zaad daar van kan winnen. 

Het PapAver rhceas simplici, of Koornroors met Koorn- 
een enkele Bloem , heeft geen oplicht of waarneeming ™° s e ^ c 
van noode , wijlze haar Zaad laat vallen , en in elk j3i oe ni. 
Voor jaar, ter plaats daar ze geflaan heeft, van zelfs ruym 
genoeg weer opflaat. 

Het Papaver spinosum flore luteo simpli- Mankop 
Cl, of Mankop met Doornen, en een enkele ge ele Bloem, ™" °° r " 
een zeer aardig Gewas, en het Papaver cornicu- eencnkcle 
latum minus flore rubro , of kleyne Mankop gecle 
met een roode Bloem en gehoornd Zaadhuys je; ook Cor- 5. ra: 

NICULATUM MINUS FLORE VIOLACEO , of kleyne ko p mct 

Heul met een paerffche Bloem en gehoornd Zaadhuysje , gehoorn- 
worden met een waffende Maan in Maert defgelijks £ e ^ aa(i " 
op een warme plaats gezayd. Geeven ook in den uy ' 
Herffl volkomen rijp Zaad , en vergaan gelijk de an- 
dere , vermits ze niet langer dan eene Zomer in 't lee- 
ven konnen blijven. 

Het Zaad van deeze foortcn , inzonderheyd van de Zcld&any 
Mankop met Doornen en een gecle Bloem, is van zulk hcydvan 
een aait, dat het, gezayd zijnde, noyt al te zaam in 't 
eerfl jaar zal opkomen, maar ook in 't tweede, derde, 
vierde, vijfde, zefdc, ja dikmaal in 't tiende jaar daar 
na ; als maar de aarde weer komt omgeworpen te wor- 
den , in welke het verborgen legt. 

Het Papaver corniculatum majus flore Groote 
PHceniceo, ET flore luteo, of groote Mankop , M ^e£ 
zoo wel met een roode brandende, als geele Bloem, en g C ji orn- 
gehoornde Zaadpeul, worden ook op de gemeldde tijd ik Zaad- 
en plaats gezayd. Zijn harder van aart dan al de ande- P cu1, 
re , ook langer leevende. Verdragen geduldig de fler- 
ke koude der Winter, en allerley andere ongeleegcnt- 
hecden des tijds. Geeven , van Zaad voortgekomen 
zijnde , in de tweede Zomer Bloemen, en voorts ieder 
jaar, zoo lang als ze in 't leeven blijven ('t welk men 
zelden langer als drie jaren ziet gebeuren ; volkomen 

rij? 



Mankop. pAsSER(Ht ' Guskruyd, 804 



Cal 1. 7- 
Simf-Mti. 

Dod.l. 14. 
c.16. 



Diofc. I 4 
e. óf. 



Opium 
uyt Man- 
kop. 

Tuchfhift. 
He. 196. 



Fernel.l.6. 

Meth. 
3ded. 



Mcco* 
nium, wat 



lujit. 1. 4. 

tnarr. 68. 



TtagusLi. 
,.38. 

Loijic. I. 2 
f. ƒ0. 



Durant. 
hifi. Plant 

Wils- 



Cnmtt.Li, 
e. 66. 



Namen- 



Drie ver- 
anderlijke 
foorten. 



803 

rijp Zaad: waar door ze alleenlijk aangewonnen en ver- 
meerderd konnen worden. Ter plaats daar ze geftaan 
hebben , komen ze dikmaal genoeg van zelfs voort , 
door het neergevallene. 

KRACHTEN. 

AL de foortcn der tamme Mankop , of Papaver 
fativum, zijn van een verkoelende aart, tot in 
den vierden graad. 

De ronde Hoofdjens in Wijn gekookt , en daar 
van gedronken , of 't Zaad der zelve droog gegeeten , 
verwekt de Slaap. Stild , en bedwingd allcrley dunne 
en fcharpe neerzakkende vochtigheeden op de Borft. 
Verzacht alle fmerten : is zeer goed teegens den Hoeft. 
flopt de Buykjoop; defgelijks ook de onmatige Vloeden 
der Vrouwen. 

De Bladeren van tamme Mankop in Edik gekookt , 
met Garftenmout vermengt, en dan gelegt op 'tfprenkt 
Vuur; ook op allcrley heet e Gezwellen, gencezen dee- 
ze qualen. 

Het Zap, dooreen infnijding vloeyende uyt deeze 
ronde Hoofdjens , inzonderheyd uyt die met witte 
en roode enkele Bloemen , word van ieder genoemd 
Opium. Is van een zeer gevaarlijken aait , en mag 
niet zonder groote voorzichtigheyd gebruykt worden. 
Want maar alleen een weynig te veel daar van ingeno- 
men, of ook dikmaal van buyten aangelegt, verwekt 
een zware flaap, ontroering des verftands, razernij des 
Hoofds; lammigheyd en onmagtigheyd der Leeden : 
krenkt het vernuft zeer fchadelijk , en leeverdeyndelijk 
den menfeh aan de dood over. Eevenwel word dit 
Zap in veele Medicinale Compoftticn gedaan met goed 
voordeel en nut. 

Het Meconiim, zijnde niet anders als het Zap , 
geparft uyt de Bladeren en Steelen van Mankop, is niet 
zoo fterk van aart , als 't gedagte Opium. 

De Koornroos , of Papaver Rhoeas , is de nu ge- 
noemde, foorten in krachten gelijk; daarenboven ook 
dikmakende, verteerende, en fubtyl van deelen , waar. 
door ze ook de vergaderingen op de Borft zich lichte- 
lijk doed fcheyden , in een Syroop ingenomen zijnde. 

Het Zap deezer Bloemen gediftilleert , matigd de 
hitte van alle inwendige deelen des menfchelijken Lig- 
chaams. Ook de Keel daar mee gegorgeld , of de 
Mond 'daar mee gefpoeld , neemt'cr de ontfteeking 
van wech. 

Het Papaver Corniculatum , of ^Mankop met een 
gehoornde Zaadpeul, is doorfnijdende erf afvagende van 
aart ; ook verwarmende en verdrbogende tot in den 
derden graad. Heeft daarenboven 'al de deugden , 
welke wij van de voorgenoemde hebben aangeweezen. 

De Wortelen, een uur lang in Wijn gekookt, en daar 
van gedronken , is goed voor de gebreeken en verftopt- 
heyd der Leever , de pijn der Lendenen j en doed in ge- 
noegzame veelheyd Water lojfen. 

Een Leepel vol van het Zaad met Wijn ingenomen, 
verwekt een zachte Stoelgang. 



CCCLXXI HOOFDSTUK. 

PASSERINE. 

fcEn teeder en aardig Gewas, mecde- 
foort van Li nar ia , of wild Vlas. 
Word , mijns weetens , met geenen 
anderen dan deczen naam genoemt. 
Hier van zijn mij in haren aart 
S3*E> drie onderfcheydene foorten bekend 
geworden, als : 

I. Passerina umbellata ; Pajferine met een ge- 
hoornde , of in het ronde , Waeyers-wijze , zittende 
Bloem. II. Ramosa, of Pajferine metTakjens. III. 




Passerina globosa Lusitanica , of Pajferine uyt 
Portugal, met ronde Hoofdjens. Alle zijn ze van eevcn 
de zelve Bouwing en Waarneeming. 

Zij beminnen een goede, gemeene, zandige aarde, Grond, 
met een weynig twee-jarige Paerdemift vermengd : een 
opene, luchtige, vrije, warme, wel ter Zon geleege* 
ne plaats, en tamelijk veel Reegen. Blijven niet lan- 
ger dan eene Zomer in 'c leeven. Geeven teegens de 
Winter volkomen rijp Zaad ; en verfterven dan door 
een kleyne Vorft. 

Worden derhalven , met een wafTcnde Maan van Aanwin» 
Maert of ^pril, ieder Voorjaar weer op nieuws , niet nin *>' 
diep, in een Pot, of op een andere plaats gezayd. Hier 
door konnen ze alleenlijk aangnvonnen en vermeenigvttl- 
digd worden. 

KRACHTEN. 

Pajferine is verwarmende en verdrogende tot in den GcbruyK 
tweeden graad; ook openende van aart. 

In Wijn gekookt, en daar van door den dag van dit 
gedronken, is goed voor de -Geel- en Waterzucht; ook Gewas, 
voor de Koudepis. Opend de verftoptheyd van Lee- 
ver en Milt; doed gemakkelijk water lojfen: drijft uyt 
de Nageboorte; verwekt der Vrouwen Maand/tonden, 
en doed het geronnene Bloed zich fcheyden. 
I 

CCCLXXII HOOFDSTUK. 

GLASKRUYD. 

Ord in het Necderlandfth niet alleen Namen en 
dus, maar ook wel Parietarie ge- waarom . 
noemd : , in het Latijn Vitraria noemd.' 
(om dat het Glas, met dit Kruyd ge- 
wreevcn , door des zclven fcharpheyd 
Zuyvcr en zeer klaar word gemaakt), 
Helxine , en Parietaria , vermits het over al zeer 
geerne aan de Steen en Muuren groeyd. Gelijk dan ook 
voortijds de Romeyncn de Keyzer Trajanus plee-» 
gen te noemen Parietaria, om dat men zijn naam 
veeier weegen vond gefchreeven en uytgehouwen in 
JVlarmor-fteenen en Muuren : In 't Hoogduytfch Tag 
und Nachtkraut,Sant Peterskraut, en Maur- 
kraut :. in het Franfch Parietaire .- in het Ita- 
liaanfch Vetriola, Parietaria, en Herba Mu- 
rale. 

. Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden Vier 
Vier bij zohdere foorten $ namentlijk: bijzonder» 

I. Pariftaria major, of groot Glaskruyd. H, Ioortca ' 
Minor ocymi folio, of kjeyn Glaskruyd, met 
bladeren van Bafilicum. III. Palustris, ofWater- 
Glaskruyd. IV. Parietaria latifolia trimestris 
Lusitanica, of breed-bladerig Glaskruyd uyt Portu- 
gal, ruym drie Maanden in 7 leeven blijvende. Niet 
alle zijn ze van de zelve Bouwing en Waamceming. 

Zij beminnen uyt cygener aart een gemeene , goe- Grond. 
de, zandige, welgemeftte grond : een opene, warme, 
wel ter Zon geleegene plaats : matige vochtigheyd, en 
ook veel reegen. Blijven ecnige jaren in 't leeven, en 
verdragen allerley ongelecgentheeden der Winter. Van 
Zaad opgekomen zijnde, bloeycnze de tweede Zomer, 
en geeven wederom volkomen rijp Zaad: 't welk met 
een waflende Maan van Maert of November de aarde, 
niet diep gelegt, bevolen moet zijn. Hier door wor- Aanwin* 
den ze aangewonnen en vermeenigvuldigd , veel bequa- nin g- 
mer als door hare aangcwaiTcne Wortelen die men ieder 
Voorjaar met een waffende Maan in -dpril van de oude 
afneemt, en verplant. 

Het Parietaria palustris , of Water-Glas- wxcr- 
kruyd , moet gefteld zijn op een vochtige plaats, of glaskruyd. 
geplant in een Pot , en dan dikmaal met Water voor- 
zien worden. 

E cc** Pceze 




BESCHRTVING DER KrUYDEN , BotLEN EN BlOEMEK , III BoEK , 8o<$ 



Wortel. 



Steden. 



Jladcren. 



Bloemen, 



Zaad. 



Breed-bla- 
dcrig Por- 
tugalfch 
GJasfcruyd. 



Kleyn 
Glaskruyd 
met Blade- 
ren van 
Balilicum. 

Wortel. 

Stccltjens. 

Bladeren. 



Deeze Plant grocyt uyt een teederc, vcdvoud.gc 
langdurende, dunne fteelwortel , met vesfeheydene 
hol-eeftdde Leedjens , en donker-bruyn-verwig , een 
hand lengte, of daar ontrent , opwaarts. Uyt hare 
ronde Steel (met veile Leedjens, digt op malkander 
tomende , vercierd ) komen beneeden andere kleyne 
Schewjens vooiz, metbrecde, voor puntig toegaande 
Bl.tderen, een vingcrlid, of wat minder lang, die van 
de Parietaria minor, of 'c kleyn Glaskrrtyd, " gedaan- 
te gelijk : ruftende op korte bleck-bruyne Steelt jens , 
altijd twee en twee aan hare Snel regt teegens over mal- 
kander gefteld , uyt den groenen donker-bruyn-ver- 
wig ; een weynig ruyg ; dun van fubftantie , met 
ilegte kanten , en een groote regt-doorlopende Ader 
begaaft, waar uyt veele kleyne ter zijden uytfchieten. 

Tuflchen de bovenfte deezer Bladeren , aan de 
Steel, /pruytenuytcenige, weynig bij malkander ge- 
fielde , Bloemen , beftaande uyt vier Bladeren. De 
verwe is uyt den paerfTchen geel. Deezc afvallende, 
komen kJeyne ronde Knopjens te voorfchijn , boven 
aardig in vier punt jens verdeeld , gelijk de Nagelen , 
en gevuld met een kleyn, zwartachtig-bruyn Zaad. 

Het Parietaria latifolia trimestris Lusi- 
tanica > of breed-bladerig Portugalfch Glaskruyd , 
niet wel de tijd van vier Maanden durende, word met 
een waflende Maan van April in een Pot gezayd , warm 
gefteld, en met matige vochtigheyd onderhouden. Dus 
gehandeld, geeft het dikmaal volkomen rijp Zaad, en 
vergaar dan van zelfs. 

Het Parietaria minor OcYMoiDEs,yfa<r Ocymi 
folio, of kleyn Glaskruyd met Bladeren van Bajilicttm, 
groeyd uyt een tecder , bruyn-verwig , veezelig , en 



KRACHTEN. 



G 



Laskruyd, of Pariet aria, heeft een afvagende , 
een weynig te zamentrekkende, en verkoelende 
kracht. 

In Wijn gezoden, en daarvan gedronken; of drie 
oneen van 't uytgeparftte Zap der Bladeren met Wijn 
ingenomen , verdrijft de Koudepis ; doed gemakkelijk 
water lojfen: is goed voor een verouderde Hoeft , voor 
't Graveel ; de verftoptheyd der Leever , Nieren , en 
Milt; ook teegens de gebreeken der Blaas; de beeten 
der Slangen, en anderer giftige Dieren. 

De "Bladeren in Boomoly , of Oly van Olijven , 
Boonenmeel , Zemel en Malva gekookt ; dan op een af- 
gefneedene Zeemew gelegt, doed veel goeds. De zelve 
groen gefloten , met een weynig Wittebrood, Oly van 
Camillen en van Leliën ; dan plaafters-wijze gelegt op 
de gexAVollene Borften der Vrouwen , ook op andere 
^weeren, verzacht de zelve, en verteerd het quaad. 

De gemelde Bladeren alleen geftoten , en zoo op- 
gclegt, geneeft de Wonden , de Schurftheyd, en ande- 
re Zeerigheyd ; Puyften , Fiftelen , 't Sprenktvttur, de 
Roos , en allerley hitsige , voortloopende Zweeringen, 
Eeven het zelve verricht ook het Zap ; vermengt met 
Ceruys. 

Dit Zap met Schapen-vet, of Ceratum Cyprinum , 
gemengt, verzacht de fmerten van 't Podagra, 't Zelve 
vermag ook het Kruyd , in Water gezoden , en daar 
meê de voeten geftoofd. 

Het gediftilleerde Water deezer Planten maakt, (daar 
meê gewaffchen wordende ) een z,uyver , klaar vel. 



Gal. m. 
Simf.d, 



Do</./.4. 
*.i8. 



Trag. 1. 1, 

e. 63. 



in de Mond geknauwd wordende bitter van fmaakzijn- : Men gebruykt ook de Bladeren, om daar meê allerley 

rio IA f ,-, -*■ 1 m I f f * Aon i-»-»r\ri Mnn #%mir<*nr*r * ti/-K irornoalon f2 l **•* «■* *-*n «-m m* <-■<-%•-* «*% l-s .-,1 .4 .-> — »** *-.-.- 1... 



Gcftalte 
der Bloe- 
men. 



de Worteltje, een hand lang opwaarts; zich verdeelen- 
de in verfcheydene teedere , ronde , uyt den bleek- 
bruynen roodachtige, heldere (of klare) en een weynig 
blinkende Steelt jens, onder meer als boven. Aan welke 
de BUdertjens niet regt teegens malkander over, maar 
een vingerbreed de eene boven de ander , nu uyt de 
cene, dan uyt de andere zijde , voortkomen; ruftende 
op bleek-rood-verwige Steelt jens, nauwelijks de breedte 
van een vinger lang. Met de zelve hebben ze de lengte 
van een kleyne vinger, wat meer of minder; en zijn 
ontrent een vingerlid breed; wat ruygachtig van aart , 
uyt den geelen aangenaam-groen van couleur , wat 
blinkende : in 't midden op het breedfte , na beneeden 
fmal ; ook voor in een fpits punt uytlopendc ; zacht 
in 't aanraken; echter onder een weynig fcharp; ook een 
weynig bitterachtig van fmaak, en te zamentrekken- 
de : in 't midden begaaft met een regt-doorlopend 

Adertje , waar uyt vier andere opwaarts gekeerd, en 

uyt deeze meer andere Adert jens , zeer veel in getal, 

voortvloeyen. 

Tuffchen de zelve, aan de Steelt jens, groeyen zeer 

veele kleyne , digt aan malkander gcftelde, drie-blad 



Glazen te reynigen , en helder te maken. 

De Bladeren van het Water-G laskruyd, of 'Pariet ar ia 
palujhis, in 'Water, of in Wijn een weynig opgekookt, 
en dan daar van gedronken , is een zeer bequaam mid- 
del, om de Hoeft en Steen te verdrijven. Helpt ook 
de geene , die zeer bezwaarlijk^ haar Water konnen 
maken* 



Matth. Im 
r. 81. 

Diofl.UtM 
«.86. 



Plin. I ia, 
e. 17. 



Luftt. /.* 

«jrtrr.41. 



Krachten 
van 't Wa» 
ter- Glas- 
kruyd. 



CCCLXXIII HOOFDSTUK. 

PARONYCHIA. 

Us in het Neederlandfih , Latijn en 
Italiaanfch , ook mijns weetens met 
geenen anderen naam , genoemd. 

Hier van zijn mij in haren aart be- 
kend geworden drie onderfcheydene 
foorten, als: 
I. Paronychia alsine folïa» 
of Paronychia met Bladeren va» Muur. II. Altera 
Matthioli, of tweede Paronychia van Pet. Andr. 
rtge, toegeflotede groene Bloemtjens, hebbende inwen- Matthiolus; van zommige ook Centum Grana, 

ot Honderdknop geheeten. III. Paronychia fo- 




Namcn, 



Drie ver- 
anderlijk© 

fooitcn. 



fcaad. 



Aan vin- 

rioe. 
Y' 



dig cerJt een rond, en voor fpits Knopje, waar op men 
ziet ruften een ander zeer kleyn Knopje, ruyg van aart, 
zeer fchoon purpur-rood-verwi?. Het zelve vergaan 
zijnde, doen de BUdertjens zich geheel open ; en dan 
word men in 't midden gewaar vier bleeke draadjens , 
vlak als een krttys zich neerleggende, en boven op voor- 
zien met vier gantfeh witte Knopjens. Deeze Bloem, 
bladert jens vallen niet af, maar blijven. Vervolgens 
word haar inwendig Knopje grooter : eerft roodachtig 
zijnde, maar daar na vaal wordende, en binnen in zich 
bewarende een zeer kleyn, fchoon -blinkend Pek zwart, 
ovaals-wijze rond Zaadje. 

Het zelve op de genoemde tijd in de aarde ge- 
legt, en voortgekomen zijnde, geeft in de eerfte en in 
de volgende Zomer weer Bloemt jens , en volkomen rijp 
^**. waar door deeze Plant alttjUnrend word gc- 



Lio Crenato , of Paronychia met gekerfde Blade- 
ren. Al te zamen zijn ze van de zelve Bouwing en 
Waarneeming. 

Zij beminnen een gemeene , zandige , flegte , zoo 
wel ongemeftte als gemeftte grond: een vrije, luchtige, 
wel ter Zon geleegene plaats, en veel Reegen; ook ma- 
tige vochtigheyd. 

Blijven niet meer dan eene Zomer in 't leeven. Gee- 
ven in 't begin van den Herfft volkomen rijp Zaad, 
en vergaan daar meê. Moeten derhalven ieder Voor- 
jaar , met een waftènde Maan van Maert of April, 
weer op nieuws, niet diep, gezayd zijn, en dus ver- 
meenigvuldigd worden. Komen ook dikmaal van zelfs 
genoeg op, ter plaats daar ze geftaan hebben, door het 
uytgevallene Zaad. 



KRACH- 



Groni. 



Aanwin- 

ning. 



Altft 



807 Paronychia. V 
KRACHTEN. 

PAronychia is dun en fijn van deelen; ook verdro- 
gende van aart. 
Gefloten , of in Water gekookt, en dus op de 
SJmf.Med* zwellende of vweerende Fingeren of Nagelen gelegt, 
geneeft de zelve, en doed weer nieuwe Nagelen aan- 

groeyen. 
Durantes In Rhijnfche Wijn gezoden , en daar van 's mor- 
f«/. 33Ö. g ens een Roeraertje gedronken , breekt , en drijft af 

de Jleen der Nieren. 

CCCLXXIV HOOFDSTUK. 

VYFVINGERKRUYD. 



YFViNGERKRuYD. 



808 



Namen. 




Tien ver- 
anderlijkc 

foorten. 



Grond. 



Zaad. 



Aanwin- 
ning. 



Soorten , 
welke 
maar al- 
leen eene 
Zomer in 
't leevcn. 
blijven. 



Eeft dien naam in het Neederlandfch 
bekomen. Word in het Latijn gc- 
heeten Quinqüefolium , of Pen- 
TAPHYLLUM : in het Hoogduytfch 

FuNFFINGERKRAUT, of Ook FlJNF- 

blatt: in 't Franfch Quinte fueil- 
le : in het Italiaanfch Fentafillo, of Cinque- 

FOGLIO. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden tien 
onderfcheydene foortcn ; als : 

I. Pentaphyllum repens vulgare flore lu- 
TBO, of gemeen kruypend Vijfvingerkruyd met eengeele 
Bloem. II. Pa lustre , of Water-Vijfvingerkruyd » 
groevende in waterachtige plaatzen. III. Luteum 
eRectum, of opfiaande Vijfvingerkruyd met een geele 
Bloem. IV. Alpinum , of Berg-Vtjfvingerkruyd. 
V. Minus argenteum flore herbido muscoso, 
of kleyn Vijfvingerkruyd met Zilvere Bladeren , en 
groene moffge Bloemen. VI. Candidum majus, of 
groot Vijfvingerkruyd , met witte Zilverige Bladeren 
van onder. VII. Sufinum tormentill^ facie, 
of leggend Vijfvingerkruyd , met een gedaante van 
Torment/L VIII. Fragiferum latifolium ma- 
jus , of groot Vijfvingerkruyd met breede Bladeren , 
en Vruchten als Aardbeziën. IX. Fragiferum an- 
Gustifolium minus , of kleyn fmal-bladerig Vijf- 
vingerkruyd, met Vruchten gelijk sdardbezièn. X. Pen- 

TAPHYLLUM SILTQUOSUM SYRIACUM , of Vijfvin- 
gerkruyd uyt Syrien , met Zaadpeulen. Niet alle zijn ze 
van eeven de zelve Bouwing en Waarneeming. 

Zij beminnen echter meeft al te zamen een zan- 
dige , goede , holle , welgemeftte grond : een opene 
genoegzaam ter Zon geleegene plaats , en ook een 
fchaduwachtige ; neevens veel Water. Vergaan niet 
haaft, maar blijven eenige jaren lang in 't leeven. Ver- 
dragen felle koude , en andere ongeleegentheeden der 
Winter. Geeven meeft altijd 's Zomers volkomen rijp 
Zaad: 't welk met een waflfende Maan van Maert of 
April, niet boven een ftroobreedte diep, de aarde moet 
aanbevolen zijn , niet alleen hier door worden ze ver- 
meenigvuldigd, maar ook bequamelijk aangewonnen door 
hare aangegroeyde jonge Mortelen, welke men op de 
zelve tijd van de oude afneemt , en verplant. Dikmaal 
{laan ze ook, ter plaats daar ze ftaan, van zelfs genoeg 
op, door 't uytgevallene Zaad. 

Het Pentaphyllum supinum ToRMENTILLiE 
facie, of achter-overleggend Vijfvingerkruyd , met 
een gedaante van Tormenttl : Fragiferum latifo- 
lium, of groot breedbladerig Vijfvingerkruyd; en Fra- 
giferum angustipolium , of met fm alle Bladeren, 
beyde met Vruchten als Aardbezien , vroeg in 't Voor- 
jaar gezayd zijnde met een wallende Maan , of an- 
ders ook van zelfs uyt 't neergevallene Zaad voort- 
gekomen , bloeyen niet alleenlijk noch dien zei ven Zo- 
mer , maar geeven ook voor de Winter volwaflene 
Vrucht zti Zaad. Daar mee dan verftervenze, vermits ze 



niet langer konnen leeven. Doch in Ma), bf noch 
later te voorfchijn komende, blijven ze gemeenelijk 
de Winter over, en geeven dan in 't volgende jaar vol- 
komen rijp Zaad. 

Het gemeldde Pentaphyllum fragiferum la- Groot 
tifolium, of groot breedbladerig Vijfvingerkruyd met breed bU- 
Vruchten als Aardbeien, krijgt uyt een bruynachti- dcr, 'g vi Jf- 
ge, teedere, regt-neerfchietende, veezclige Wortel , 3/met 
verfcheydene ronde > bleek-groene, en ruyge Steelen; Vruchten 
welke zich zoo wel op de aarde neerleggen , als bo- a,s Aard- 
ven de zelve zich een weynig verheffen. Waar aan beziea ' 
de Bladeren, nu uyt de eene, dan uyt de andere zijde, 
boven malkander voortkomen. In het begin zijn'er Bladeren, 
wel een of twee in vijf deelen gefcheyden » doch 
doorgaans anders alle in drieën verdeeld j Waar van *t 
middenfte het grootfte ; twee vinger-lecden lang , een 
goede vinger breed , ovaals-wijze rond , doch onder 
fmaller als boven toelopende is. De andere twee zijn 
veel kleyner , doch alle aangenaam groen verwig; niet 
blinkende; wat ruyg van aart > aan de randen rondom 
aardig getand, en in 't midden vercierd met een regr> 
doorgaande Adertje ; waar uyt veel andere teedere ter 
zijden opwaarts vloeyen. 

Tuffchen welke de Bloemt jens eenig en alleen > ook Bloemen, 
op geen lange Steelt jens ruftende, te voorfchijn wor- 
den gebragt , beftaande uyt vijf kleyne , geele , een 
Hert gelijk zijnde, hol geftelde Bladert jens ; waaron- 
der verfcheydene groene , voor fpits toelopende Bla- 
dert jens in 't ronde geftcld zijn ; houdende in 't mid- 
den een kleyne, geele, ruyge Knop. Als ze neerge- Vruchten, 
vallen zijn, worden ze gevolgd van kleyne, plat-ronde, Zaad * 
noppige Vruchten, zich niet qualijk met een Aardbezie 
vergelijkende ; waar in zich bevind een kleyn , platach- 
tig rond en wit Zaad. 

Het Pentaphyllum fragiferum angustifo- Kleyn 
Lium minus , of kleyn fmal-bladerig Vijfvinger- final-bta* 
kruyd , met Vruchten gelijk als Aardbeien , krijgt *™*£? 
uyt een regt-neerfchietende , bleek-bruyne , veezeli- kruyd.met 
ge Wortel , ronde , kruypende , en boven een wey- vruchten 
nig rood zijnde Steelt jens j aan welke vervolgens uyt- J ls ^ ard " 
. fpruyten veele teedere Bladeren , gemeenelijk gefchey- 
den in vijf, zeeven , ook wel meerder deelen : doch 
al te zamen rondom ingezaagd , op de wijze van Gedaante 
Pimpinel ; welke ook de eerfte en onderfte Blade- der Bladc-. 
ren in ftelling en gedaante niet zeer ongelijk zijn : aan- ren » 
genaam groen-verwig , niet blinkende , gantfchelijk 
niet zoo ruyg als de voorgaande. Ook "heeft ieder 
Blad onder aan haar Steelt je , de grootc Steel gelijk als 
omvattende , twee boven fpits zijnde kleyne Bladert- 
jensy niet qualijk Ooren gelijkende ; waar aan gezien 
word eenige holle ruygheyd, gelijk ook aan de voor- 
naamfte Steelen. De Bloemt jens en Vruchten zijn die Bloem, 
van de voorige foort in alles gelijk , doch kleyner Vrucht * 
van aart. 

Het Pentaphyllum minus argenteum flore Kleyn 
HERBIDO MUSCOSO, of kleyn Vijfvingerkruyd, met vi ) fvin - . 
Zilvere Bladeren , en groenachtige mojfige Bloemen , kan ^ t '£j[ ve * 
niet zoo veel Water verdragen als wel de andere foor- re Blade- 
Moet derhalven verzorgt zijn van een droogc rcn » &c * *■ 



ten. 



plaats; zoo blijft ze beeterover, en langer in het lee- 
ven. 

Het Pentaphyllum siliqjjosum Syriacum , vijfvin*- 
of Vijfvinger kruyd uyt Syrien met Zaadpeulen, is een kruyd uyt 
zeer fchoon Gewas, waar toe de Natuur haar hoogfte Syrienjcen 
vermogen fchijnd aangewend en ten toon gefield te w c a ™ a a a ' n 
hebben. Schiet in deeze Geweiten op tot de hoogte de Natuur 
van een hand. Is van onder tot boven met veel aan- haarhoog- 
gename groene B laderen vercierd aan hare ronde, regt- ftc vcrm0 * 
opftaande , teedere Steel. Uyt welke in 't onderfte f^jnd 
gedeelte eenige weynige groote Bladeren voortkomen, aange- 

regt teegens over malkander ruftende op lange Steels- w ?? d te 
• • j ■ j j Jr c rr ■ hebben. 

jens, zijnde in gedaante die van de Lupmen, 01 Vijge- 

boonen zeer gelijk: te weeten, in vijf deelen geheel ge- 
fcheyden, van welke 'cmiddelfte 't langfte en grootfte is; 
E e. 1 de 



Soo Blschryving dek Kruyden, Bollen en Bloemen, III Boek, 

Ï0 ? D ... ..U^^n^^ wachsz , of ook Bruchwurtz : in het 



Gedaante 
deezcr 
kluchtige 
Plaat. 



Wooder- 



Acrar-ArklcvnOic; ook met inwendige Adc 

Torln ^ D and re veelvoudige digc » de 

2 ZTzecrZ<e tó^ onordentelijk , en met 

JÏÏJS3E2 over gcild, beftaan alleen uyt te 

ÏSSWr/>«; tuflehen welke, gein k ook voo- 

Slijk in 't bovenfte der W, veele kleyne tafe 

Sm re voorfchijn komen, Kr*o»s-v>ij** gezet : waar 

Lyt wederom vier andere van een gelijke grootte op- 

foan. Ieder der zelve draagd kleyne , witte , een 

lijkVBJoe- wcy niP riekende, langwerpige, brccdachtigc, en won- 

mea ' dcrlijk uyt een cenig blaadje beftaandc Bloemtjen;. 

Als ze uytgebloeyd Rebben, komen tuflehen de zelve 

weer andere vijf of zes, zoo dun als een draadje, voor 

Zaadpcult- met kleyne Knopje»; vercierd. Waar uyt lange , dunne, 

aan lange Steelt jen; hangende, en voor fpits toegaande 

Peultjem zich laten zien, gevuld met een kleyn, rond, 

en zwart Zaad. 

Deeze foort bemind een zandige, goede aarde, met 
een weynig een-jarige Hocnderdrek en twee-jarigcPaer- 
demift bcqiiamelijk doormengt: een opene, vrije, luch- 
tige, warme , wel ter Zon geleegene plaats, en matige 
vochtigheyd. 
Hoe aan te Blijft uyt eygener aart niet meer dan ecne Zomer 
vvïooen. in 't lecven. Geeft in deeze koude Geweiten tcegens 
den Hcrfji Bloemen; maar niet anders als bij goede dro- 
ge Zomer; volkomen rijp Zaad ; waar meê zij dan 
vergaat. Moet dcrhalven ieder Voorjaar, met een waf- 
fende Maan van AprH, op nieuws , niet diep , in een 
Pot gezayd; niet vcrplant, ook niet meer als drie of 
vier Planten in eene Pot gelaten worden ; anders zou- 
den ze de een de ander 't voedzel onttreken ; en dan 
noch geen volkomen Zaad konnen verkrijgen. Schoon 
ze niet hooger als een Maatvoet opfehieten : zoo 
zijn ze echter voor nauwkeurige Liefhebbers van een 
aangename aanfehouwing. 



jeus. 



Grond. 



KRACHTEN. 



Galen. 1.8. 
Simp.b&ed. 



HEt groot Vijfvingerkruyd, of Pcntaphyllum can- 
didum ma jus; en het opftaande Vijfvingerkruyd 
met een geele Bloem , of Pcntaphyllum luteum 
crcEtum , welke onder al de foorren de befte zijn, en 
ook alleenlijk gebruykt worden , zijn verdroogende 
van aart , tot in den derden graad ; ook fubtyl en 
dun van deelen. 
Diofe. 1.4. De Bladere» en Wortelen in Wijn gekookt , en daar 
'• **: , van 's moreens een tijd lang een Roemerrje nuchteren 

Rucll. 1.2. , . & ... ' o I 

f.oy. gedronken, of vijt onzen van het uytgeparltte Zap 

jtpukj. met Wijn gebruykt, geneeft iu een korte tijd de Gcel- 

bift.ïlant. twefftp ftüd de Bloedgang, en alle Bttykloop: is goed 

teegens alle fmerten van 't Flercjïj» , en de Heupen- 

jigt: ook teegens vergif; alle quade , peftilentiale lucht; 

de gebreeken van Leever en Longe ; de beeten en ftee- 

ken der Slangen; de quade zeeren des Mond;, daar meê 

gewaiTchen zijnde. Defgelijks voor de ^weeringen der 

Amandelen , en der Keel. Verzacht de Tandpijn, in de 

Mond gehouden. 

Tmhf.hift. De Wortelen in Edik gekookt , en gelegt op de 

VI. c. 139. Schurft bcyd , ook op de gezwellen dei Aarfdarm;, ge-' 

neezen de zelve. 
Mattb. 1.4. De Bladeren geftoten , dan met Honig en een wey-, 
e ' 3 8, nig Zout gemengt, heelen voorfpoedig de Wonden, en 
Fiftelen , of lopende Gaten. Defgeli j ks allerley harde en 
voorteetende zweeren. 



CCCLXXV HOOFDSTUK. 

D E U R W A S. 



Namen. 




Ndcrs ook in het Neederlandfch genoemd 
Deur blad , word in het Latijn ge- 
heeten Perfoliata : in het Italiaan/bh 
ook zoo : in het Hoogduytfch Durch- 



Franfih 



Perfoliate. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend vijf onder- vijf on . 
fchcydene foorten ; namentlijk: «jerfchcy, 

I. Perfoliata vulgaris , of gemeen Deurwas. j: ene 
II. Folio Plantaginis , of Deurwas met Bladere» 
van Weegbree. III. Longifoha, of met lange Bla- 
deren. IV. Minima Bupleuri folio Fadii Co* 
lomnje, of aldcrklcynfle Deurwa; , met Bladere» van 
Bnplcurum , of Hazen-ooren , van de Hoog-gelccrde 
Heer Fabius Columna. V. Perfoliata Mon- 
tis Libani, of Deurwa; van de Berg Libanu;. Alle 
zijn ze van de zelve Bouwing en Waarneeming. 

Zij beminnen een goede, gemcene, zandige, wel- Grond, 
gemeftte aarde: meer een opene, warme, bequaam ter 
Zon gelec-gene, als een fchaduwachtige plaats, en tame- 
lijk veel Water; doch houden zich ook te vrecden met 
matige vochtigheyd. 

Blijven niet langer dan eowt Zomer '\n 't leeven. Gee- Zaad. 
ven meeft altijd in den Herffi volkomen rijp Zaad 3 
en vergaan, daar meê. Moeten ter dier oorzaak met 
een wadende Maan van Macrt of April in ieder Voor- 
jaar weer op nieuws, niet diep, gezayd zijn , en dee- 
zer wijs vermeenigvuldigd worden. Komen anders Aanwin^ 
dikmaal genoeg van zelfs voort uyt het neergevalle- nin g- 
nc Zaad. 

Het Perfoliata longifolia , of lang-geblader-hng.gc 
de Deurwa;, fchiet in deeze Geweften een of ander- bIaderd 
halve voet hoogte op; zomtijds wel tot twee voeten. eurwas ' 
Krijgt uyt een witte, ten naaften bij een hand lange , 
doch teedere Wortel, in de Mond geknauwd zijnde van 
een lieflijke of zoete geur, verfcheydene regt-opftaan- 
de, bleek-groene en ronde Steele»; aan welke, op de 
wijze van het Perfoliata- vulgaris, of gemeen 
Deurwa;, de Bladeren in 't ronde groeyen. Zijn de Gcflalte 
middelfte vinger, wat min of meer, lang; twee vin- ■ der Bladc i 
ger-leeden , of daar ontrent breed ; achter op 't breed- rcn ' 
ftc; onder rond toegaande , doch voor in een ftomp- 
fpits punt eyndigende : aan de randen flegt en effen ; 
uyt den donker-groenen blauwachtig van verwe , niet 
blinkende. In de Mond geknauwd wordende, zijn ze 
eerft onaangenaam ; daar na een weynig fcharp ; eynde- 
lijk zoet van fmaakl: ook in 't midden vercierd met vee- 
le regt-opgaande Adertje»; ; waar uyt een groot getal 
andere kleyner voortvloeyen. 

Uyt wiens bovenfte in het opperfte , ook wel Andere 
ter zijden de Steelen , noch andere kleyner Bladert- P ,adcrt - 
jen; voortfpruy ten , gemeenelijk in drie deelen van mal- Jcnï " 
kander gefcheyden, ruftende op korte Steelt jen;, vier 
en vijf in 't ronde bij een plat leggende te zamen ge- 
voegd; van welke drie degrootfte, ook in 't midden 
met een kleyn puntje voorzien , de twee andere de kleyn- 
fte, en zonder eeriige punt jen;, doch alle rond van ge- 
ftalte zijn. 

In welker midden op Steelt je»; , ontrent een hal- Bloemt- 
ve ftroobreedte lang, twaalf, zefticn of ach'tien bijjeas. 
malkander ftaande Bloemtjen; groeyen. Deeze zijn 
zeer kleyn. Beftaan uyt vijf geele, omgekrulde Bla- 
dert jen;. Vergaan zijnde, worden ze gevolgd van een Za»^ 
phtachtig-rond en zeer hoekig zwart Zaad, wat groo- 
tcr als dat van 't gemcene Deurwa;. 

KRACHTEN. 

DEurwa;, of Perfoliata, is warm en droog, ook Camtrar. 
een weynig te zamen trek kende van aart. ntr«i«' 

In Wijn gezoden, endaar van gedronken , e \, J4 8, 
of het Poeder der gedroogde Bladeren met Wijn inge- 
nomen, geneeft allerley inwendige Wonden t Breuken o£ 
Gefcheurdheyd , en is zeer goed voor de geene, die van 
om hoog gevallen zijn. 

De groene Bladeren geftoten , met Meel en Wijn m rf-W' 
vermengd , dan gelegt op de uytpuylende Navel der r ^°'\. 1. 
Kinderen, doed de zelve weer inwaarts keef en. Genec- Cm ,0». 

zen 



S r i Deurwas. Perzenkruyd. Varkensvenkel. Zeevenkel. 




Vier bij- 
zondere 

i'oortcn. 



Grond. 



zen ook de Kropzweeren , en Klieren aan den Hals. Ver- 
drijven de Hoos, en de Roodgrond: defgelijks de voort- 
lopende en andere z,wellmgen. Heelen daarenboven de 
Wonden, 't Zelve vermag ook hetgepulverifeerdcZW, 
daar opgeftroyd zijnde. 

CCCLXXVI HOOFDSTUK. 

PERZENKRUYD. 

Verfchey- Q5£&$ij}4£ Lleen niet met deczen naam , maar ook 
denamen. « ,u ,5KiM0 ■ met dien van Vlookruyd : in het 
Neederlandfch bekend. Word in het 
Latijn geheetcn Persicaria, of ook 
Piper AQiJATicuiu : in het Hoog- 
duytfch Pf ERSIGKRAUT-, Flohkraut, 

en Wasser-pfeffer : in het Franfch Culraige , 
ofC"RiAGE: in het Italiaanfch Pepe aquatico, 
of Pepe d'Acqija, Hidropepe, en Persicaria. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden 
vier bijzondere foorten ; namentlijk : 

I. Persicaria maculosa major longifoi.ia, 
of groot Perzen- anders Vlookruyd, met lange zwart- 
gejtippelde bladeren. II. Maculosa major rotun- 
difolia , of groot Perzenkruyd met ronde zwart-ge- 
plekie Bladeren. III. Non maculosa , of Perzen- 
kruyd zonder vlekken; ook genoemd Piper aquati- 
cum, of 'Wat er peeper. IV. Persicaria minor, of 
kleyn Perzenkruyd. Alle zijn ze van de zelve Xouwing 
en Waarneeming. 

Zij beminnen een goede, gemeene, zandige, droo- 
ge, en ook vochtige , zoo wel gemeftte als ongemeftte 
grond: een opene, luchtige, vrije, welgeleegene, ook 
een fchaduwachtige plaats ; en veel Water. Vergaan 
niet haaft , maar blijven eenige jaren lang in 't leeven. 
Konnen felle koude , en alle andere ongeleegentheeden 
der Winter, zonder fchade uytftaan. Geeven ook 
dikmaal volkomen rijp Zaad: 't welk in Maert met 
een wallende Maan de aarde moet aanbevolen worden. 
Komen wel door 't neergevallene dikmaal van zelfs ge- 
noeg op. Hier door worden ze vermeenigvuldigd ; 
en dan noch aangewonnen door hare aangegroeyde 
jongen ; die men , zoo wel in 't Voorjaar als in de 
Zomer , van de oude afneemt , verplant , en terftond 
met Water begiet. 

KRACHTEN. 

HEt groot Perzenkruyd , met zwart-geflippcldc 
Bladeren , of Perjicar ia major maculofa, is koud 
en droog van aart. 
Gal.lib.%. Het uy tgeparftte Zap , of de groene Bladeren ge fto- 

Tra^'i' ten ' en °P oli ^ e ' harde Gezwellen, Apojlematten, en 
c , 2 y'. ' M onden gelegt , neemt'er de brand van wech. 

Het zelve Zap met het Zap van Chelidonium , of 
Oogenklaar, verdrijft wonderlijk de duyflerheyd der Oo- 
gt» ; en neemt wech de eerft-beginnende Vliezen of 
Schellen op de zelve. 
Hod.l.xo. Het Perficaria non maculofa, of Perzenkruyd zon- 
der vlekken , is warm en droog tot in den derden 
graad. 

De Bladeren en Bloemen gefloten , of 't uytgeparftte 
Zap der zelve met Oly vermengt , genceft de Fiftclcn, 
lopende gaten; de Takken of Speencn aan 't Fondament, 
en de verouderde quade harde zweeren. 

Het gedachte Zap in de Ooren gedaan , doed de daar 
m zijnde Wormen fterven: 

Dit gehecle Kruyd in Water gezoden , en alzoo ge- 
legt op de vochtige, leepe , hopende O.ogcn , helpt de 
zelve. 

De Bladeren, en 't Vlies van Eycren, van elk eeven 
veel genomen, en op de Vijt, of Worm der vingeren 
gelegt, doed ze fierven en vergaan. 



812 



Zaad. 



Aanwin- 
ning. 



Aart. 



inAddit. 



Matth.l.i 
e. x SS . 



Het zelve Kruyd in de Bcdflecdcn en Leedekanten ge j> arm „ 
hangen , dood de Vlooyen en Wandluyzcn. h hifi Tl a L 

Indien iemand, zijn gevoeg gedaan hebbende, riihftjfr 
achterftc met deeze Bladeren wou reynigen , of af- uA U 
willenen d.c zou hier door zijne Billen zoodanig ver- 
hitten, dat hij niet zou weeten, wat te doen, of waar 
hcenen zich te keeren. 



CCCLXXVII 




HOOFDSTUK. 

VARKENSVENKEL. 

jj^®Nders ook in het Neederlandfch vanNaam.cn 
~veele genoemd Varkens-sta*rt , ° urzaak 
Word in het Latijn geheeten Peu- aarvan> 
cedanum, na het Grickfche Woord 
ElfiwJb 't welk Pinus, een Pijn, of 
Denneboom beteckend , wijl de Wortel 
dcezer Varkensvenkel > gelijk ook 't Zap , een Gom- 
achtige , Harszigc en Pekkige reuk of frank van zich 
geeven, eeven gelijk de Denncboomcn: ooIcPinastel- 
lum , en Fceniculum porcinum. In het Hoog- 
duytfch Haarstrang, Schwerelwurtz , en Saw- 
fenchel: inliet Franfch PEUctDANNF. : in het Ita- 
liaanfch Peucedano. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden twee Twee ver- 
veranderlijke foorten; te weeten; andérlijke 

I. Peucedanum vut.gare, of gemeene Varkens* .* 00ita ji 
venkel. II. Pfucedanum majus Italicum , of 
Peucedanum verum; groot Italiaanfch , of oprente 
Varkensvenkel. Beyde zijn ze van de zelve Bouwingen 
Waarneeming. 

Zij beminnen een goede, gemeene, zandige, luch- Grond ' 
tige, welgemeftte aarde : een opene, warme, drooge, 
genoegzaam ter Zon geleegene plaats, en tamelijk veel 
Water. Vergaan niet haaft, maar blijven lange jaren 
in 't leeven. Verdragen in deeze Geweften felle koude, 
en alle andere ongeleegentheeden der Winter. Bloeyen 
jaarlijks, doch geeven alleen bij heete en zeer goede Zo- 
mers volkomen^ rijp Zaad : 't welk met een wafïende Zaad. 
Maan van November of Macrt ( vermits het lang 
in de aarde blijft leggen eer men het ziet opkomen) 
in een Pot moet gezayd zijn, ruym een ftroobreedte 
diep. 

Niet alleen hier door konnen ze vermeenigvuldigd, Aanwin- 
maar ook aangewonnen worden door hare jonge aan- nln £' 
gewafTcne Mortelen; welke men met een wafTcnde Maan 
in April van de oude afneemt, en verplant. 



KRACHTEN. 

DE Wortel van Varkensvenkel , of Peucedanum, 
is warm in den tweeden , en droog in den der- 
den graad. Het uytgeparftte; of uytgevloeydc 
Zap dcezer Plant is verwarmende en verdrogende eeven 
Zoo als de Wortel. 

Het zelve Zap met Wijn ingenomen, of onder de 
Neus gehouden , is goed teegens de grove , tayc voch- 
tigheeden der Borjl , het trekken der Lendenen , defpan- 
ning en lammigheyd der Zecnuwen , de beroerdheyd der 
Leeden, de pijn der Nieren en Blaas ; het opfijgen van 
de Moeder ; de Slaapziekte , zwijmeling des Hoofds, 
het vallend Euvel, de Kramp , en de Heupenpijn. Doed 
ook gemakkelijk Wateren: verminderd een al te groore 
A4tlt\ verwekt een week Ligchaam, en jaagt door de 
Stoelgang uyt alle taye koude , en heete Galachtige voch- 
tigheyd. 

Het zelve Zap in een week Ey genuttigd, is goed 
voor de Hoefi , en de Engborftighcid, ook voor de rom- 
meling, krimping en de winden der Darmen. 



CCCLXXVIII 



Gal. Yib. 8. 
Sim f. Me J. 
JEgin. L 7. 
e. 3. 



RueB. i 3. 

e. si' 

Diofc. I. 3. 

f. 92. 
Fitclf. hifi. 
tl.c.41*. 



Scrapio lib. 
Simf, caf. 
27Ó. 



U K. 



Namen. 



813 BeSCHRYVING DER 

CCCLXXVIII H O O F D S T 

ZEEVENKEL 

|Us genoemd in het Neederlandfch , 
1 word in het Latijn gehcetcn Fceni- 



Kruyden, Bollen en Bloemen, III Boek, 814 

genaam voor de Maeg, de felve ver ft erkende: verwek- 
ken eet erts luft , openen allerley verft opfïngen des Inge- 
wands, helpen de geene, welke haar Water niet hnnen 
maken : en zijn zeer dien ft ig voor de Lever , de Nie- 
ren, en Milt. 




foortcn. 



Grond. 



in de Win- 
ter. 



culum Marinum, Cheta Mari- 
na, Crithmum Marinum: in het 
Hoogduytfch , Meerfenchi:L; in het 
, Franfcb Bacille, of Fenoil Ma- 
: in het Itali.ianfch Crithamo , Crithmo , 
Fisocchio MAaNo/enHERBA m San Piero. 

Twee bij- Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden twee 

zondere bijzondere foorten, tewceten: 

I. Crithmum Marinum sine spinis , of Zee* 
venkel ronder Doornen ; anders van veele ook genoemd 
Petroselinum Marinum , of Zecpecter^elie. II. 
Crithmum spinosum , of Zee venkel met Doornen. 
Be) de zijn ze van de zelve Bouwing en Waarneeming. 

Zij beminnen een goede , luchtige , gemcene aar- 
de , met een weynig twee-jarige Paerdcmift, en veel 
zout Zee- of Duynzand doormengd : een opene , 
warme , wel ter Zon geleegcne plaats , en matige 
Reegen. 

Hoc wair Blijven lange jaren in 't leevcn. Zijn teeder van 

11 j"w:l n aart » waar door ze geenzins in onze Geweften veel 
koude vochtigheid of felle Vorft konncn verdragen. . 
Moeren derhalven, in Potten gezet zijnde, in 't begin 
van Oclober binnen s huys worden gebragt, op een luch- 
tige plaats , waar in niet anders als bij vriezend Weer 
word gevuurd. Ook moet men haar verre van den 
Oven zetten , vermits ze de warmte des vuttrs zeer 
ongcerne lijden, maar ondertuflehen haar nauw wach- 
ten voor een doordringende koude. Gedurende degant- 
fche Winter heeft men haar alleenlijk met een weynig 
lauw Reegen water van onder te verzorgen. Niet voor 
in 't begin van April mag men ze weer buy ten brengen 
met een aangename Lucht, en zoete reegen. Maar dan 
noch haar zorgvuldig wachten , en voorzichtig dekken 
voor veel Reegen, koude nagten, hayrige en fchrale win- 
den, als haar zeer fchadelijk zijnde. 

In deeze onze Landen gcevenze noyt eenig vol- 
komen rijp Zaad. Als men echter 't zelve uyt andere 
Geweften heeft ontfangen , word het met een wafTcnde 
Maan van April de aarde eens Pots, niet diep gelcgt, 
aanbevolen. Doch niet alleenlijk hier door worden ze 
vermeenigvuldigd , maar ook door hare aangewaftene 
jonge Wortelen, welke men op de genoemde tijd van de 
oude afneemt, en verplant. 

De Bladeren, Bloemen en St celen van deeze Zeeven- 
kei , ingelegt en behandeld zijnde gelijk men de Agor- 
ken doed, zijn zeer dienftig tot allerley gebraad, en van 
een uytneemende fmaak. 



Aanwin- 
ning. 



Gcbruyk. 



KRACHTEN. 



Cal. lib. 7. 
Simp.Med. 



ZEevenkel , of Crithmum Marinum , is matig, 
of in den eerften graad, droog en warm; ook 
afvagendc van aart , en een weynig bitter van 

Diofc.l.z. De Bladeren, de Bloemen en 't Zaad, de Wortelen , 
alleen , of ook te zamen , in Wijn gezoden , en zoo ee- 



DoJ. 1. 14. 

geeten ook daar van gedronken; of het uytgeparftte 



c 14. 



Lufic.U. Zap, of het Poeder der gedroogde Bladeren, met Wijn 
«"• "3. s morgens nuchteren ingenomen , drijft uyt de Galach- 

■ k 1 ' \ iU l me H e ' en ook waterachtig vocht igheeden : 
breekt de Steen der Nieren ; geneert de Druppel- of 
*«*?". en de Geelzucht : verwekt de Maandfton- 

nurani,* n ^T*™ ' en , doed gemakkelijk Water lojfen. 

5S.z^!f rW ' op de wijze der ^^ w , in E V en 

«Sk d ? y m CCn SaIdc ' Ofv ° 0r 2ich zdven «Heen, 
b cii M de Oppers, tot gebraad gegeeten , zijn zeer 




aan- 



CCCLXXIX HOOFDSTUK. 

PHALANGIUM. 

Etdeezen, en mijns weetens, geenen Namen» 
anderen naam in 't Neederlandfch en 
Latijn bekend, cn dus genoemd, om 
dat deeze Plant geneefd de beeten der 
Phalangien , of giftige Spinnen. 
In het Hoogduytfch Erd^pinnen- 
kraut, in 't Italiaan fch Phalangio. 

Hier van zijn mij in haren aarty« veranderlijke foor- g e 
ten bekend geworden , als : 

I. Phalangium RAMOSUM, of Phalangium met verander- 
Takken. II. Non ramosum , of ronder Takken, ''jke foor* 
III. Allobrogicum majus flore liliaceo AL- tCQ - 
BO , of groot Phalangium uyt Savoyen met een witte Le- 
lybloem. IV. ViRGinianum flore cceruleo, 
of Phalangium uyt firginien , met een witte Bloem, ook 
van fommige genoemd Gladiolus americanus, 
of Americaanjch Swaardkruyd. V. Phalangium 
virgimanum flore ALBO,of Virginiaanfch Phalan- 
gium met een witte Bloem. VI, Phalangium fk 
STi'LOUM, of Phalangium met een Bloem als Orgelpij- 
pen. Al t'zamen zijn ze van eenerley Bouwing en Waar- 
neeming. 

Zij beminnen een goede , zandige , gemcene , meer Grond, 
eengemeftte als ongemefte grond ; een opene, vrije, 
luchtige, welgeleegcne plaats, en veel Water. Werden 
van naturen oud. Verdragen felle Vorft , en allerley 
ongelegenrheden der Winter. Bloeijen ieder Jaar , en 
geven in den herfft rijp Zaad, 't welk met een wafTen- Zaad.' 
de Maan van Maert in een Pot , ruym een ftroobreed 
diep , word gelegt ; hier door werden ze genoegzaam 
vermeenigvuldigd en aangewonnen : doch veel gevoeg- A . anw,D " 
lijker door hare jonge Mortelen , welke men in Augu- aWg% 
ftus of September , met de gemelde Maan van de oude 
afneemen en verplanten moet. 

Het Phalangium Virginianun flore cce-Phalan- 
Ruleo, of Phalangium uyt Firginien met een blauwe giumuyt 
Bloem, is een zeer aardig Geivas. Krijgt uyt een veel- vir g ,niea 
voudige digt-fzamengevoegde, een ftroo dikke, bruyn- JJ^ 
achtig-geclverwige , fpongieufc , en geen fmaak heb- Bloem, 
bende Wortel , verfcheydene Steeten , een voet , ook 
wel een vierendeel meer , hoog ; ruym een Schrijfpen W 
dik , donker-groen, geheel rond, van binnen voos en 
vogtig van aart , aan welke eenige weynige Bladeren, 
nuuytd'eene, dan uyt d'andere zijde, hol boven mal- 
kander gefteld, voortkoomen. Zijn in gedaante , (tel- 
ling en fubftantie die van het Lelydragende Afodille Gedaanse 
feer gelijk , onder gantfeh in 't ronde de Steel omhel- «" ^ 
zende; aldaar een weynig rosachtig ; ook door al de 
Bladeren gehee\ groen geftreept : grasgroen van vcrwe, 
altijd hol geutswij^e na boven gefteld; wat dik; d'on- 
derfte gemeenlijk de kleynfte en fmalfte, de bovenfte de 
grootfte, een vinger breed, een geheele hand lang, ag- 
ter op'tbreedfte, envoor gantfeh fpits toegaande , ook 
aldaar twee of drie digt en platagtig by malkander ge- 
fteld. 

Uyt welker midden-punt, en bovenfte der Steden ,GefhIte 
thien, dikwils veerthien , eh noch meerder taamlijk-derBloc- 
dikke knoppen voortfehieten , groen van verwe , en op raen " 
de punt watpurpuragtig. Alsnud'eene na d'anderopen 
gaan, vertoonen zig fchoone, donker-blauwe/^w^, 
hangende aan purpure Steelt jens neerwaarts gebogen : 
zijn driehoekig , doch vlak : beftaan uyt drie brecde, 
groote , voor rond-plat toegaande Bladeren. Hebben 

in- 



<Ft4-^J.S 



8x4, | 




PHALANOIUM VIRCINIANUM 



'TtJ X l .1 



T.< ,.. 




Phalangium. Muysoor.. Leeuwenblad. 



Aanwin- 
ning. 



Phalan- 
gium uyt 
Virginicn 
niet een 
witte 
Bloem. 



Phalan- 
gium met 
Pijpjens. 



Galen. lib. 
Simp. 8. 
Biofc. I. 3. 
e. 122. 
Plin. 1. 17. 
t. 12. 



8ij 

inwendig zeeven uyt den purpuren blauwe en 2ccr ruy- 
ge opftaande Draadjens , boven voorzien met geele 
Knopjens. Als ze eenige wcynige dagen hebben open- 
geftaan, vergaan ze, en vallen ter aarden neer. Zelden 
laten ze in onze Gewcften eenig volkomen rijp Zaad 
achter, ten zij met gantfeh warme Zomers, en op een 
zeer wel ter Zon geleegene plaats ftaande; ook dikmaal 
met water begoten zijnde. 

Ee ven wel kan deeze foort , gelijk de andere , ge- 
noegzaam aangewonnen en vcrmeenigvuldigd worden 
door hare Wortelen. 

Het Phalangium Virginianum flor e albo, 
of Phalangium uyt Virginien met een witte Bloem , is 
in alles de voorige foort gelijk , behalven dat de Bloem 
fpicrwit is. Ook beftaande uyt niet meer dan drie Bla- 
deren; en defgelijk inwendig houdende zeeven opfiaan- 
de Draadjens , doch wit , boven voorzien met geele 
Knopjens , maar onder zeer aardig met een purpure 
ruygheyd. 

Her Phalangium Fistulosum, of Phalangium 
met Pijpjens , is de tcederfte foort van alle. Verheft 
buytcn ftaande, al dikmaal door fterke Vorfi 't Ieeven. 
Is derhalven geraadzaam , dat men van dit flag altijd in 
de Winter iets binnens huys bewaard , op een goede 
luchtige plaats; waar in niet als bij vriezend Weer ge- 
vuurd word; om niet eens onverwagt te eenemaal van 
dit Gewas beroofd te blijven. 

KRACHTEN. 

PHalangium is verdrogende van aart; fijn, of dun 
van deelcn. 

De Bladeren, Bloemen, of wel 't Zaad , ge- 
droogd, gepulveiifeert; of ook 't uytgcparftre^ der 
Bladeren, met Wijn gedronken, verzacht de fmerten 
des Buykj; verdrijft de krimping en rommeling der Dar- 
men: genceft ook de fieeken en beet en der Slangen, en 
anderer giftige Dieren. 



8itf 



Namen. 




i)rie on- 
derfchey- 
dene foor 
ten. 



Grond. 



Zaad. 



Aanwin- 
ning. 

Muysoor 



CCCLXXX HOOFDSTUK. 

MUYSOOR. 

Ord in het Neederlandfch niet alleen 
dus , maar ook van zommige Na- 
GELK&uyd genoemd : in het Latijn 
Pilosella , of ook Auricula 
muris: in het Hoogduytfch Nagel- 
kraut: in het Franfch Piloseli.e, 
Oreille de Rat, of de Souris: in 't Italiaan fch 
Pelosella. 

Hier van zijn mij in haren aart drie onderfcheydene 
fooiten bekend; namentlijk: 

I. Pilosella vulgaris major, of groote Muys- 
oor. II. Minor siliquosa, of kleyne Muysoor met 
Zaadpeultjcns. 'III. Pilosella umbellata , of 
Muysoor met een Kroon, of met een ronde Kroon s-wij 'ze 
gefielde Bloem. Niet alle zijn ze van de zelve Bouwingen 
Waarneeming. 

Echter beminnen ze al te zamen een gemeene,flegte, 
zandige , en met een weynig twee-jarige Paerdemift 
doormengde grond: een wel ter Zon geleegene plaats, 
en matige vochtigheyd. Verdragen tamelijk wel dé 
koude der Winter. Blijven eenige "jaren in 't Ieeven : 
geeven dikmaal ; inzonderheyd bij drooge Zomers \ 
volkomen rijp Zaad ; 't welk , ter oorzaak van zijne 
hchtighcyd , lichtelijk van de Wind word wechge- 
dreeven. Het zelve word in Maert met een wadende 
Maan in de aarde gelcgt. Hier door konnen ze genoeg- 
zaam aangewonnen en vermeenigvuldigd worden : Maar 
dan ook noch door hare aangegroeyde jonaen, op de 
zelve tijd van de oude afgenomen, en verplant. 

Het Pilosella umbellata, of Muysoor met een 



Kroon , vneft , wecgens hare teederheyd , zomtijds , met eed 
buyten ftaande in de Winter wel dood. Is derhalve^ K£? 
geraadzaam , altijd iets van deeze foort in dien tijd bin- 
nens huys te bewaren , voorzien en onderhouden mee 
zeer weyn.ge vochtigheyd, zoo blijft ze onfeylbaar- 
nk in t Ieeven; en dus zal men zich, door een quaad 
toeval ontrent de buyten ftaande, niet te eenemaal van 
ait uewas beroofd bevinden. 

Het Pilosella minor siLioyosA , of kleyn Kleyn 
Muysoor met Zaadpeultjcns, blijft niet langer dan eene Muyzen- 
Zomer in 't Ieeven. Word derhalven in ieder Voorjaar 00r mct 
niet een waffende Maan van Maert, op nieuws , niet Zaac, P cult * 
diep, gezayd. Komt ook , ter plaats daar het ftaat , 
door het neergevallene Zaad dikmaal van zelfs genoeg 
voort. Geeft in de Zomer weer rijp Zaad; en ver- 
gaat daar meê. 

KRACHTEN. 

MVysoor , of Pilofella , is verdrogende in den Galm. lib. 
tweeden, en verwarmende in den eerften graad; Me ' Lsim P- 

OOK tP ï5m/>nhrolrI.£iRj/> ...— ........ C m ' 

deelen. 



ook te zamentrekkende van aart, en fijn van 



In Wijn gezoden, en daar van gedronken, of 't Poe- Buranu, 
der der gedroogde Bladeren met Wijn ingenomen, ver- hifi. Plant, 
weekt een verflopt Ligchaam: ftild de -Bloedgang, en de &' " 9 ' 
onnatuurlijke Vloeden der Vrouwen. . Is goed voor het l.Tc.u6. 
Graveel en de Steen ; voor de gcene die inwendig Ge- 
brooken of Gefcheurd zijn : voor die Bloed opgeeven : 
voor de Leever zucht ige: voor roode en lopende Ooo-cn. 
Verklaard ook het Gezicht ; en geneeft de Hu K , als 
men 'er meê gorgeld. 

Het Poeder der gedroogde Bladeren op de Wonden 
geftrooyd, heeld de zelve. 

Als men een Mes, gloeyende gemaakt, dikmaal fteekt Lotel l. il 
in 't Water, waar in deeze Plant is gekookt, zoo word^ 63 " 
het zoo hard, dat men'er Tzer en Steen meê kan door- 
mijden, of doorhouwen, zonder daar door ftomp, bot, 
of fchardig te worden. 




CCCLXXXI HOOFDSTUK. 

LEEUWENBLAD. 

An ieder in het Neederlandfch dus ge- Namen, 
noemd : in het Latijn , ook in het 
Gr/ffyc/jLEONTOPETALON. Maar zou 
ook, mijns oordeels, in 't Latijn mo- 
gen geheeten worden Fumaria ma- 
xima bulbosa Cretica , en in het 
Neederlandfch Aldergrootste Holwortel van 
Candia. Aldergrooifle Holwortel, weegens hare groo- 
te gelijk heyd met de zelve; en vanCandien, om dat ze 
op dit Eyland van naturen groeyd. De Italianen noe- 
men ze Leontopetalo. 

Hier van zijn mij in haren aart twee bezienswaardige Twee be. 
veranderlijke foorten bekend, als: ziens- 

I.Leontopetalon siltqijosum Creticum, Offejrtcnf 
Leontopetalon uyt Candien met Zaadpeultjcns. II.Leon- 
topetalon capitatum Americanum , of Leon- 
topetalon met Zaadbollet jens uyt America. Beyde zijn ze 
van eeven de zelve Bouwing en Waarneeming. 

De laatft-genoemde foort heeft , aan veel langer Leontope- 
Steeltjens als die van de andere , kleyne roodachtige talon . u y c 
Bloemt jens, zittende, gelijk die van de eerft-gemelde, Amcnca - 
in een Stars-wijze gedaante. Bcftaan uyt zes, ook Knoppen, 
uyt vijf, kleyne , voor fpits toegaande 'S laden jens . Bloemen, 
welke afvallende , gevolgd worden van veele aardige 
ronde , tamelijk groote Knopjens , welke boven een 
weynig ftompachtig-fpits , op de wijze van de u4ard- 
bezi'cn , toegaan ; geftcld op lange , dunne Si eelt jens , 
die horen oorfprong hebben genomen uyt een in 't mid- 
den regt-opfehictende ronde en teedcre Steel, ontrent 
F ff een 



tt r Beschmvwg der Kuuyden, Bollen en Bloemen III Boek 8.8 

" ' n j „. nok van zommigc in het Netderlandfch wel Koom- 



Bladeren. 



een voet hoog; zijnde eerft groen, maar worden d*. 
derhand bleek-rood , als ze een tijd lang hebben ge* 
ftaan. Zijn ook voorzien met veele over en weer 
over' reet-oplopende bruyn-verwige Streepje»:* 
Tu/Tchen deeze en de eerft-gemelde Leontopeta* 

LOS 

zoo 



word ook een genoegzame ongelijkhcyd gezien 
wel in de ftelling der Bladeren ( welke tamelijk 



breed; donker-groen-verwig , en in twee 



ne ., 



ook 



Wortel. 



Grond. 



Hoedanig 



te nemen. 



meerder deelen gefcheyden zijn, op de manier der Pto- 
nie-bladeren j voor ftomp , of rondachtig toegaande ; 
Voorzien met nauwelijks zichtbare Aderen \ maar daar 
teegens in 't midden begaaft met een rugs-wtj^e geitel- 
de hoopte: die ook hoger opfehieten als die van de an- 
dere) als in de verandering des Wortels; welke niet zoo 
fle»t, noch zoo bruyn ( eevenwel ook Knobbelachtig), 
maar Roosachtig is, en als uyt verfcheydene deelen en 
Schubbetjens beftaande. 

Zij beminnen bcyde een goede, gemeenc, zandigc 
aarde, met een weynig rwee-jarige Pacrdemift, en het 
Mol der verrotte Boombladeren doormengt: een luch- 
tige, warme, wel ter Zon geleegene plaats, en niet te 

veel Water. 
"Zijn tceder van aart, echter lang-leevende. Konnen 
inde Win- j n j ee2e onzc Geweflen geen fterke Winden , koude 
^Herfftreegcnen, noch ecnige /^r/? verdragen. Moeten 
' derhalvcn , in Potten gefield zijnde, in 't laatfte van 
September , of 't begin van Oüober ten langften , de 
aarde boven droog zijnde , binnens huys worden ge- 
zet op een luchtige plaats , waar in niet als bij vrie- 
zend Weer word gevuurd : gedurende de Winter voor- 
zien met flegts een weynig lauw Reegenwater van 
onder ; en niet weer buyten gebragt voor in 't be- 
gin van April» met een Zachte Lucht en aangename 
Reegen : dan noch eevenwel zorgvuldig gewagt en 
gedekt voor kfiitde nachten, hayrige en fchrale Oofle- of 
Noorde-winden. 

Zij geeven in onze Landen ( niet altijd , maar alleen 
bij goede Zomers) Bloemen; doch noyt volkomen rijp 
Zaad. Verliezen ook ieder jaar, in 't laatfte van Ju- 
»ius en begin van Jultus, hare Bladeren : welke men 
in 't begin van Maert weer voor den dag ziet komen 
uyt hare ronde Bol. 

Wanneer het Loof en de Steelen vergaan zijn, moet 
men deeze Bollen wel droog houden, en gantfeh zorg- 
vuldig voor te veel Water bewaren. Anders zouden ze 
zeer lichtelijk komen te verrotten ; gelijk mij zelfs , 
van huys zijnde, gebeurd is, door de onachtzaamheyd 
van mijnen Hovenier. Moeten derhalven, opgenomen 
zijnde, tot in Otlober, of 't laatfte van September , in 
droog zand gelegt, en met een volle Maan weer in Pot- 
ten , gevuld met de voorbefchreevene aarde, gezet, 
ook terftond binnens huys gebragt worden ; ten wa- 
re daar noch een aangename Reegen mogt komen te 
vallen. 



Bloemen, 
noyt hier 
Zaad. 



Waarnee- 
ming der 
Bollen. 



Gal. lib.j. 
Simp.Med. 
Dio/c. I. 3. 
f. 110. 



Verfchey- 
de namen. 



KRACHTEN. 

L Eeuwenblad , of Leontopetalon , is verdrogende , 
verwarmende, verteerende van aart, tot in den 
derden graad. 
Het Poeder der gedroogde Wortelen met Wijn in- 
genomen , verlicht zeer haaft de fmerten van de bee- 
tcn der Adderen , Slangen , of diergelijke £/ƒ//£<? Bieren; 
en genceftze. 



CCCLXXXII HOOFDSTUK. 

TURKSCHE BOONEN. 

jEn welbekende, voedzame, van veele zeer 
begeerde Vrucht ; inzonderheyd noch 
groen met hare jonge Schel afgefneeden , 
gekookt, geftooft, en dan gegecten. Word 




ook van zommige m het Netderlandfch 
sche doon genoemt : in het Latijn Phaseolus 
Faba turcicA) of Romana, en Smila^c horten- 
sis : in het Hoogduytfch Welsche bone , Steig- 
bone (en dus ook in 't Neederlandfch Klim-boon ), 
Garten-faselen» en Turkisch bone: in 'tFranJch 
Faseoles, ofPHASEOLEs: in het Italiaanfch Faggi- 
voli, Fagivoli, Faseli, of Fascioli. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend veele bcziens- Vee j e 
waardige fooi ten , zoo wel in deeze onze Gewcften , beziensi 
als in verre afgeleegene hcete Landen voortkomende : waardige 
van welke cenige zelden in onze Provinciën hare volmaak- 00rtcn i 
te rijpheyd genieren. Zullen dcrhalven hier alleen een 
weynig fpreeken van vijf bijzondere foorten deezcrBoo- 
nen , die bij ons , onaangezien onze koude Wcereld- 
ftreek, tot hare volkomentheyd geraken : 

L Phaseolus major Turcicus proctu alboj van welke 
of groot e witte Turkfche boon. II. Major fructu hier 
variegato , of grootc Turkfche boon met een gecou- 
leurde , of bonte Vrucht. III. Turcicus minor 
fructu rubro, of kjcyne Turkfche boon met een roo- 
de Vrucht, zijnde nier alleen voldragende, maar ook 
de delicaatfte van alle: hebbende een Schel, die nier, of 
zelden, hard, ray, dradig, of ftokkig word , al heeft 
ze fchoon hare groenheyd verloren, en dat ze alreeds 
bleck-wit is geworden. Dan zijn ook de volkomcnc vijfderler 
Boontjens zoo bequaam en fmaaklijk, ja aangenamer, wor dcn 
als andere, die noch kleyn, of half volwaflen zijn. IV. j V °u SC " 
Phaseolus minor Turc'icus fructu albo mi- 
nore , of klejne -witte Turkfche boon , weegens hare 
rondheyd van veele Turkfche envetc geheeten. V. 
Phaseolus Americanus niger flore phceni- 
ceo, of zwarte Americaanfche boon, met een als bran- 
dend-roode zeer fchoone verwe , gantfeh bevallig voor 
't Gezicht; van veele genoemd Pietheyns-boonen, 
om dat de Admiraal Pieter Heyn, als hij in 't jaar 
ifji8. de Spaan fche Zilver-Vloot had veroverd, de 
zelve eerft uyt America in deeze Landen heeft ge* 
bragt. Alle zijn ze van eeven de zelve Bouwing en 
Waarneeming. 

Zij beminnen een goede , luchtige , op nieuws om- Grond, 
gefmeetene , niet alleen met oude twee-jarige , maar 
ook met varfïche noch warme Paerdemift wel voor- 
ziene grond; want deeze doed, door hare natuurlij- 
ke warmte , de Boonen wel voortkomen , eq zeer 
hoog opfehieten: een luchtige, warme, wel ter Zon 
geleegene plaats; en in 't eerft weynig, maar daar na 
veel Water. 

Blijven niet meer dan eene Zomer in 't leeven, en Vrucht, 
geeven in den Herffl een rijpe Vrucht, welke men in 
hare Schel wn de Struyk^ of zoo de tijd, door re veel 
reegen, zulks niet wil toelaten, afgenomen zijnde als ze 
hare groenheyd heeft verloren , op een luchtige plaats 
binnens huys, laat droog worden. 

Als men deeze Vrucht met de Schel, noch groen , Waar- 
wil gebruyken , moet men de zelve met de Handen af- ki } oa ' 
breeken , zonder met een Mes daar aan te raken , ver- wlns " 
mits men-ondervonden heeft, dathet T*er amdePlant 
zelfs zeer fchadelijk is. 

Deeze Gewajfen zijn teeder van aart, en vergaan ieder Zaying en 
jaar door een kleyne Rijp, of van zelfs. . Moeten der- aanwin- 
halven elk Voorjaar, niet eerder als een dag drie of vier " in ?' hoé * 
voor Map met een afgaande Maan, weer op nieuws an>S 
de aarde aanbevolen worden ; nauwelijks een vin°er- 
biecd diep geftoken , en met haar Lapje omlaag , op 
dat de daar uyt voortkomende Wortel te bequamer neer- 
waarts fchieten, en de Boon zelfs dies te lichter uyt de 
aarde opkomen mogt. Op dat dit te haaftiger , en 'c 
waffen re voorfpoedigcr mogt toegaan , laat men ge- 
meenclijk de Boonen, welke men infteeken wil, twee 
dagen te vooren in Water weyken. Deczer-wijs kon- 
nen ze ieder jaar overvloedig worden vermcenigvul- 
digd. 

Alzoo dit tceder Gewas 't vermogen niet heeft , Bijftcking 
1 van 



Sr? TurkscHe boonen. Canaiüzaad. Muyzenkoörn. Yöele Haver. 8 



van 

ken. 



(tok- van z ' c ' 1 ze ^ s °P waarts te verheffen >, zoo zou het langs 
de aarde heenen kruypen ; ter dier oorzaak weynig 
Vruchten dragen j en de zelve noch meert verrotten. 
Meft moet'cr derhalven hooge ftokken, of fparren van 
twaalf of veertien voeten bij-ftecken , zulker-wijs, dat 
vijf of zes der ingeftokene Boorrcn langs ieder van de 
zelve konnen opklimmen. Vcele ftceken deeze fokken, 
te gelijk met de inlegging der Boonen , in de aarde; en 
dan acht of tien Boonen aan elkey?^, wijl ze niet al 
te zamen opkomen. 

De Phaseolüs niger AmeriCanüs flore phcc- 
niceo, of zwarte Americaanfche boon , niet een hoog- 
roode "Bloem, wil geerne gefteld zijn tecgens een Muur, 
of Heyning, vermits ze groote hitte begeerd. Geeft 
anders altijd geen volkomen-rijpe Vrucht ; inzonder- 
heyd niet in rcegenachtige Zomers : zoo dat men ze 
dikmaal , noch groen zijnde, moet afplukken, en 
binnens huys ophangen , om daar langzaam te mo- 
gen droogen. 



20 



Zwarte 
Ameri- 
caanfche- 
boon. 



KRACHT EN. 



Aart. 



T 



( Vrkfche boonen , of Phafeoli Turcici , zijn een 
weynig, of in den eerften graad warm, en voch- 
tig van aart; 

Lufit. I. a. Groen zijnde , met de Schel ; of buyten de zelve 

tnarr. 140. g e k 00 k ti en mer Peeterzelie geftooft, geevcn een aan- 

c. 130] gename koft voor elk ; en ook goed voedzel aan het 

Ligchaam : maken een weeke Buyk_: drijven het water 

uyt de "Blaas af, verwekken lnft om bij tejlapen^ enver- 

fterken de Maag. 

De groene Boonen , of de Schellen, eer'er noch Boo- 
nen in zijn gegroeyd, worden van vecle ingelegr, dat is, 
in Pekel, of in Edik en Zout bewaard. Dan in de Win- 
ter met gedroogde Peterzelie geftooft, en voor een ge- 
zonde fpijs op Tafel gezet. 
Durantes Rauw gegeeten,doenze braken jen hebben dan geen 
/j?'.^«'"' aan g ena me fmaak. 

De Bloemen , of de Boonen zelfs , gediftillecrtj en 
zich daar mee gewaflehen, reynigen 't Aangelicht , en 
maken een zuyver vel. 



CCCLXXXdl HOOFDSTUK. 

CANARIZAAD. 



jol 179. 



Namcn.cn 
oorfprong. 




Grond. 



Zaad. 



Aanwin- 
ning. 



j2^Mj&Us in het Necderlandfch genoemd , 
om dat het voortijds, te zamen met 
wei-zingende Canari-Vogeltjens , wel- 
ke dit Zaad tot hare fpijs gebruy- 
ken , uyt de Canarifche Eylanden in 
deeze onze Geweften is gebragt. Word 
in het Latijn geheeten Phalaris : in 
het Hoogditytfch Canarienkraut: en in 'xltaliaanfch 

FALLARIDE, ofFALARl. 

Deeze Plant bemind van naturen een goede, zan* 
dige, luchtige, en met twee-jarige Pacrdemift welge- 
mefhe grond: een opene, warme, bequaam ter Zon 
geleegene plaats , voor alle koude Noorde-winden ge- 
noegzaam befchut , en weynig Reegen. Blijft niet 
langer dan eene Zomer in 't leeven : geeft, laat in den 
Her ff, rijp Zaad, doch bij flegte jaren niet volkomen; 
en fterft dan van zelfs, of dooreen fchiclijk-overvallen- 
cle Rijp of Vorfl. 

Moet derhalven ieder Voorjaar , met een waffende 
Maan van Maert of April , na geleegentheyd van de 
bequaamheyd of onbequaamheyd'des tijds, op nieuws 
weer gezayd worden , niet boven een ftroobrcedre diep, 
m een varfch-omgeworpene en gemeftte aarde, warm 
ter Zon {taande; zoo word het dies te eerderen te bee- 
ter rijp: inzonderheyd, wanneer men de opgekomene 
Planten voor de koude nagten des Voor jaar s, "ook voor 
hayrige en fchrale winden, met ftroo een weynig dekt, 



en voorts goede acht op de zelve neemt. Deezcr-wijs 
kan men deeze foort bequaam genoeg aanwinnen en ver- 
meemgvuldtgen. 

KRACHTEN. 

HEtZ^, uyt Canarizaad, öf Phalaris, geparft; Galn.l.2. 
of het geltotene Zaad (zijnde een weynig warm simp.Mcd. 
van aart) met Wijn ingenomen, verdrijfd de f" ramet 
fmerten, en de verftoptheyd van de Blaas. Is daaren- Ui' xiT' 
boven goed teegens 't Graveel. J ' ,7.' 

Het zelve Zaad verftrekt ook de Canari-vogden tot 
een voedzame haar dienftige fpijs* 




CCCLXXXIV HOOFDSTUK. 

MUYZENKOORN. 

jlet alleen dus in 't Necderlandfch, maat" Namen, 
ook van vcele Rooden Dolik ge- 
noemd. In 't Latijn geheeten PHCC- 
NIX, LOLIÜM RUBKUM, HöRDEUM 

Murinum , en Triticum Muri- 
num : in het Hoogduytfch Bintzèn- 
helmer, of ook Waltrohr : in 't Franfch Yvraye 
sauvage; en in 't Italiaanfch Phenice* of ook Gio- 

GLIO SALVATICO. 

Hier van zijn mij in haten aart bekend geworden twee Twee 
bijzondere foorten ; te wceten : bijzondere 

I. Dit nu gemelde gemeene Phccnix , of Muyze- foorten * 
koorn. II. Phcenix alata Lusitanica, of Muy be- 
koom met Vleugelen uyt Portugal. Beyde zijn ze van 
eenerley Bouwing en Waarneeming. 

Zij beminnen uyt eygener aait een goede , luchtige , Grond, 
zandige, welgemeftte grond: een opene, vrije > be- 
quaam geleegene plaats, en weynig vochtigheyd. 

W orden niet oud , maar blijven alleenlijk eene Zo- Aanwm- 
mer in 't leeven. Geeven in den Herfft volkomen rijp ning. 
Zaad, en vergaan dan van zelfs, of door een koude 
Rijp. Moeten derhalven ieder Voorjaar, met een wa£ 
fende Maan van April of Maert, weer op nieuws, niet 
diep, gezayd zijn. Alleen hier door konnen Ze ver- 
nieuwd en vermeenigvuldigd worden* 

KRACHTEN. 

MVyzekporn, of Phcenix , gefloten, gepulveri* Lobd L u 
fcert, en met witte Wijn ingenomen, venvektfol.^. 
der Vrouwen Maandftonden ; doch met roode Dio f c - '»4« 
Wijn gebruykt, doedze de zelve ophouden , volgens 't c ' 43 ' 
getuygenis van Dioscorides. Stild daarenboven de 
Buyfcloop, en het al te veel Wateren* 




CCCLXXXV HOOFDSTUK. 

YDELE HAVER. 

,N het Neederlandfch dus genoemd. Namen," 
In het Latijn geheeten Bromus her- 
bA: Bromos sterilis , Festucago 

GAZjE , jEgïLOPS ALTERA MaT- 

tHioli, en Phccnix qj/oründam: 
^ 5 in het Franfch Averon ; en in 't Ita- 
liaanfch Egilopa, en Orzo salvatico. 

Zij bemind een goede, gemeene, luchtige, gemeft- Grond, 
te, en ongemeftte grond : zoo wel een vrije, wel ter 
Zon geleegene , als een donkere of fchaduwachtige 
plaats. Kan , uyt eygener aart, weynig Water verdra- 
gen. Blijft niet meer dan eene Zomer in 't leeven, en ver- 
gaat teegens de Winter. 

Als men 't Zaad van deeze Plant met een waffende Aanwin- 
Maan in Adaert, niet diep gclcgt, aan de aarde beveeld, n» n g- 
Fff z zoo 



Aart. 



Gal.lib.6. 
Simp. 



Matth. I4, 
c.134. 



ttt Beschryving der Kruyden, Bollen en Bloemen , III Boek, 

7 oo geefcze teegen, , of in Jen Hcrfl volkomen rijp 
TJ n verferft dan van .elft. Doch het later ge- 
,S of 't »een van zelfs voortkomt van het uytge- 
X'^ ('t welk dikmaal gefchietO blijft zonder 
een tefehadeof oogeleegentheyd de Wimercnr. Bhc } d 
danfndetweedevofgendeZ^r, enkrngt tndehjk hare 
regre volkoraenthcyd. 

KRACHTEN. 

YDele Haver, of Bromus herba, is matig, of in 
den cerflen graad warm en droog; ook verteeren- 
de en te zamentrekkende van aart. 
De Bladere» gefloten, met Meel vermengt , en van 
buyten opgclegt, verdrijft en geneert de hardigheyd van 
fo holle Zeere» , komende aan de hoeken der Oogen ; 
welke men c^/'/^wnoemd. 

Het uyrgcparflce Zap met een wcynig Zuyker oi 
Honig vermengt, en dus genuttigd, is goed teegens 
den Hoeft. 



8ll 



CCCLXXXVI 



P H L 



HOOFDSTUK. 

O M O S. 



P 




Namen. 



Wat voor 

een Plaat. Verbascum 



foortcn. 



Grond. 



Ord, mijns weetens noch in 't Latijn 
noch in het Ncederlandfch , met een 
anderen als deezen naam genoemd ; 
doch in het Italiaanfch geheetcn 

SUCHAMELE. 

Is een Plant , gefield tuiTchen het 
of Wollekruyd, en Lychnis , of Je- 
netteken , anders Chriftus Oog : ter dier oorzaak van 
zommigc ook wel genoemt Wit Wollekruyd. 
Twee bij- Hier van zijn mij in haren aart twee bijzondere foor- 
zondere ten bekend geworden ; te weeten : 

I. Phlomos flore luteo parvo , of Pblomos 
met een kleyne geele Bloem \ anders Verbascum 
Montanum minus, kleyn B er gJYollekruyd \ welke 
naamdecze foort, mijns oordeels, met regt mag voeren. 
II. Phlomos Lychnitis Clusii flore luteo ma- 
gno, of Pblomos met Bladeren, op de manier van Je- 
nett ekens , met een groot e geele Bloem. Beyde zijn ze 
van de zelve Bouwing en Waarneming. 

Zij beminnen een goede, gemeene, zandige aarde, 
met een wcynig kleyn -gefloten Steen-gruys ; en twee- 
jarige Pacidemifl doormengt: een opene, vrije, war- 
me, luchtige, wel ter Zon geleegene plaats, en matige 
vochtighcyd. Blijven zelden langer dan drie jaren in 
't leeven. Worden lichtelijk, door te veel koude Herfft- 
reegenen, of door een langdurige , of felle Vorft, buy- 
ten ftaande, befchadigd, en wechgenomen. 
Hoe te bc- Is derhalven geraadzaam , dat men van elke foort een 
waren. Plant met een waflende Maan in een Pot fteld, en de 
zelve , gedurende de Winter , binnens huys , op een 
luchtige plaats, droog bewaard. Niet voor in 't laatfle 
van Afaert, of 't begin van April, mag men ze weer 
buyten brengen, met een zoete Reegen. 

Zij Moeyen in de tweede Zomer , en geevcn vol- 
komen rijp Zaad in deeze koude Landen : 't welk met 
een wallende Maan van April , niet boven een ftroo- 
brcedtcdicp, weer in de aarde word gelcgt. Alleenlijk 
hier door konnenzc, zoo in andere als in deeze Landen, 
nje-fmesmnytildigd worden. 

Het Verbascum Montanum minus , of kleyn 
Berg wit Wollekruyd , anders Phlomos flore lu- 
teo parvo , of Phlomos met een kleyne geele Bloem , 
groeyd van naturen, uyt een teedere Wortel, twee voe- 
ten, of daar ontrent hoog. Krijgt aan hare Scheut jens 
Bladeren, rondachtige Bladere», niet groot, ontrent eene vinger 
breed, inwendig groen -vcrwig; met een grijze rujge 
wolli^hcyd boven bekleed, maar onder veel witter: dik- 
achtig van aart , inwendig met vecle ruygachtige en ter 



Kleyn 
Berg- wit 
■Wolle- 
kruyd. 



nauwer nood zichtbare Aderen, ook met kleyne gezaag- 
de randen voorzien. 

Uyt der zelvcr voorite Hert fchicten ronde Steelen Steelcn. 
voort i tay en buygzaam van aart ; boven gemeerfclijk 
een wcynig gekromd ; gantfeh wit-ruyg , en met vcele 
Bladeren tot boven toe bekleed ; wat langwerpiger als 
de onderfle, doch in 't opperfte der Steelen weer ron- 
der ; aan beyde de zijden regt teegens over malkander 
zittende : ook in 't midden de Steelen omhelzende. 
Tuflchen welke rondom de Steel langwerpige , kleyne 
en gebladerde ruyge Huys jens te voorfchijn komen ; 
waar uyt kleyne geele Bloemt jens fpruyten. Als ze eyn- Bloemen, 
delijk in haar zelven vergaan zijn , laten ze een langwer- 
pig, kleyn, en zwart gehoekt Zaadje na. Zaad « 

KRACHTEN. 

Hlomos, of wit Wollekruyd, is verdrogende en ver- Aart. 
teerende van aart. 
De Bladeren en Bloemen gefloten, in Wijn ge- Plin. 1 16. 
zoden, en op eenige plaats des Ligchaams gelegt, trekt '•*• 
uyt alles wat daar ingedrongen is door eenige onge- 
leegenthcyd, 't zij Doornen, Houtfplinteren, of Tzer. 
De zelve Wijn gedronken , en ook daar mee ge- 
gorgeld, is goed voor de gezwellen der Keel, en A- 
mandelen. 

De Bladeren gefloten , en paps-wijze op eenige ge- DoJ. 1 7. 
brandheyd gelegt, geneezen de zelve. c,z 9- 

De Oly deezer Bloemen, gemaakt door veele Infu- 
ften , flild zeer krachtig de zwaare fmerten van het 
Podagra en Fierefijn : ook van de Talken of Specnen 
aan 't Fondament. 



CCCLXXXVII HOOFDSTUK. 

PIMPINEL. 

Oo genoemd in het Ncederlandfch , Namen, 
van zommige ook wel Pimpernel , 
word in het Latijn geheeten Pimpi- 
nella, Bipinella, en Sanguisor- 
ba: in het Hoogduytfch Blutkraut, 
Blutwurtz, en Welsche Pimpi- 
nelle : in het Franfch Sanguisor.be ; en in het 
Italiaanfch Solbastrelle, en Pimpinella. 

Hier van zijn mij in haren bekend geworden eenige Agt aardi. 
aardige, veranderlijke foorten ; te weeten: ge veran- 

I. Pimpinella major inodora, of groote Pimpi- ^'tcn. 
nel zonder reuk. II. Major Lusitanica, of groo- 
te Portugalfche Pimpinel. III. Minor hortensis 
o do rato , of kleyne , gemeene, riekende Pimpinel. 
IV. Floré albo spicato, of Pimpinel met een witte 
geayrde Bloem. V. Agrimonoides Lusitanica , 
of Portugalfche Pimpinel met Bladeren op de wijze van 
Agrimome. VI. Saxifraga major , of groote Steen- 
breekende Pimpinel, ook wel genoemd Beurenaert, 
Bevernel , en groote Steenbreek. VII. Saxi- 
fraga minor , of kleyne Steenbreekcnde Pimpinel. VIII. 
Pimpinella spinosa Cretica, of ft eekende Pimpe- 
ncl van Candien. Niet alle zijn ze van eeven de zelve 
Bouwing en Waarmeenig. 

Zij beminnen een goede , gemeene, zandige, wel- Grond.' 
gemcflte grond : een vrije , welgeleegene plaats , en 
veel vochtigheyd. Geevcn zelden , en niet anders als 
met goede warme Zomers, volkomen rijp Zaap. Blij- 
ven lange jaren in 't leeven. Verdragen flerke kottde , 
en alle andere ongeleegentheeden der Winter zonder 
fch ade. Worden vermeenigvuldigd door haar Zaad ; Aanwin- 
't welk met een wafTende Maan van Maert of April de nm S* 
aarde, ruym een ftroobreed diep gelegt, aanbevoolen 
moet worden. Anders komen ze ook dikmaal van zelfs 
genoeg op door het uytgevallene. Dan noch worden 
ze aangewonnen door hare aangegroeyde;^? Wortelen^ 

die 




8i3 



PlMPlNEL. WeEGBREE. LAGE ZeE-ERWETEN. 



Portugal- 
fchcPim- 
pincl. 



Hoe waar 
te neemen 
in de Win- 
ter. 



Doornige 
Pimpinel 
van Can- 
dia. 

Grond. 



Hoedanig 
inde Win- 
terwaar 
te nee- 
men, 



weegens 
hare tec- 
derheyd» 



TerntL 
Meth. 

Mtd. 



die men op de genoemde tijd, en met de gemelde Maan 
van de oude afneemt, en verplant. 

De Pimpinella Agrimonoides Lusitanica » 
of Portugalfcbe Pimpinel , met Bladeren van Agrimo- 
>;/'..', doch niet zoo groot, echter in gedaante en ruyg- 
heyd de zelve niet zeer ongelijk , fchict uyt eygener 
aart nauwelijks tot de hoogte van twee Maatvoetcn op. 
De onderfte Bladeren zitten gcmeenclijk zeeven in ge- 
tal aan beyde de zijden van hare regt-doorgaande Steel , 
mecrendeel twee en twee regt teegens over malkander; 
voor nochtans in een cyndigendcj van welke de onder- 
fte de kleynfte, de bovenfte de grootftc, doch alle hol 
en luchtig boven den anderen geftcld; ovaals^-wijze, of 
langwerpig ; een lid van een vinger, wat meer of min- 
der lang > een vinger breed; aan de randen rondachtig 
gelijk als een Zaag getand ; inwendig met een groo- 
tcAdcr, en dan noch met veele kleyne Adert jens voor* 
zien zijn. 

Deeze foort is tecder van aart, en kan de fterke/^ór/? 
deezer Landen niet verdragen. Moet derhalven , met 
een waflende Maan van April in een Pot gezayd of ge- 
plant zijnde , ook wel gewacht voor veele Herfftreege- 
nen, in Otlober binnens huys worden gebragt, op een 
luchtige plaats, waar in niet gevuurd word als alleenlijk 
bij vriezend Weer. Of, indien 't gefchieden kan (ver- 
mits dit alderbeft is) bewaard in een plaats zonder vuur, 
doch daar de Vorfi niet kan indringen; en hier gedurende 
de geheck Winter onderhouden, alleen voorzien met zeer 
wcynig vochtigheyd van onder. Niet voor in 't laatfte 
van Maert mag men ze weer buy ten zetten : dan noch 
eevenwel haar wel wachten en zorgvuldig dekken voor 
koude nagten, veel water , bayrige en fchrale Winden. 
Kan niet anders als alleenlijk door haar Zaad vermeer- 
derd worden. 

De Pimpinella spinosa Cretica, of Candiaan- 
febe doornige Pimpinel, van de geleerde Heer Caro- 
lus Clusius genoemd Poterium Dalechampii, 
is het fchoonftc doch teederlte Geivas van allen. Be- 
mind een goede, gemeene, zandige aarde; doormengd 
meteen weynig twee-jarige Paerdemift,een-jarigeHoen- 
derdrek , en 't Mol van verrotte Boombladeren : een 
opene, luchtige, vrije, zeer warme plaats , voor alle 
koude Ooft e- en Noor de-winden bewaard ; ook matige 
vochtigheyd. 

Bloeyd wel in deeze Landen , doch geeft noyt eenig 
rijp Zaad. Verdraagd op gcenerley-wijzc eenige Herfft- 
reegenen, Vorft , of andere ongeleegentheeden der Win- 
ter. Word derhalven , met een wadende Maan van 
April of May , in een Pot gezayd of geplant zijnde , 
in 't laatfte van September of begin van Oftober (na gc- 
lcegentheyd van de bequaamheyd of onbequaamheyd 
des tijds) de aarde boven droog zijnde geworden, bin- 
nens huysgefteld, op een luchtige plaats, waar in niet 
anders als bij vriezend Weer voor een kleyne tijd word 
gevuurd : gedurende deeze Winter-dagen van onder 
voorzien met flegts een weynig lauwgemaakt Reegen- 
water ; niet meer als een, of ten hoogden tweemaal , 
vermits ze geen nattigheyd kan verdragen; en niet voor 
in den aanvang van April, met een aangename Lucht 
en reegen, weer buyten gebragt. Dan noch eevenwel 
nauw gewagt en voorzichtig gedekt voor koude nag- 
ten, Sneeuwige vochten, hayrige en fchrale winden. 
Want zoo wel in deeze als in de W 'intertijd vergaat ze 
lichtelijk door een kleyn vcrzuym , weegens hare tce- 
derheyd. Anders blijft ze, gelijk de andere, gedurig 
groen, en verheft hare zoete kleyne Bladert jens niet, 
als door ouderdom. Zie hier bij na het Hoofdftukyzn 
Steenbreek. 

KRACHTEN. 

l.f. "1 ~\J™pwcl is verwarmende en verdrogende in den 
tweeden graad ; ook te zamentrekkende en een 
weynig verkoelende van aart. 



824 



_ In Wijn gezoden, en daar van gedronken, of het Diofe / , 
Zap , anders ook 't Poeder der gedroogde Bladeren met c. Z' 
Wijn ingenomen, of ook van buyten, met de gekneuf- 
de B/aderen op de Wonden ^kgt; ofmcthetZ^, f 
de gemelde Wijn, de zelve gewaffchen, genceftzc zeer 
gelukkig en voorfpoedig. Stempt ook 't Bloeden, zoo 
uyt deeze gequetfte, als uyt andere declen des Li"- 
chaams. Verfterkt het Hert , verwekt een vrolijk Ge- n * , 
moed: doeddeSW^, deBuykloop, en der Vrou- /# W 
wen overvloedige Maandflonden ophouden : defgelijks/ '- W- 
het Bloedfpouwen en Bloedpiffen, als men van de gemel- Trng ' l ' l ' 
de Wijn drinkt, of de Bladeren in fpijzen eet. Is daar- °' hÓ ' 
enboven goed voor de beeving en klopping des Herten ; 
voor 't Graveel-, voor degebreckin der Leever , bitzi'c 
Koortsen, allcrley vergif, en de Peft. 

De Bladeren geftoten en gelegt op de Wonden der Tab. Col. 
Hand, door een Mes gefheeden , hcelen de zelve ten vol- ' , '^ min ' 
len , zonder iet anders daar bij te doen. cogn ' ^'f* 

Dit Kruyd in Wijn gediftillcert, en daar mcê gewaf- clLmr. 
fchen, geneeft de beeten der giftige Dieren; neemt wech '«4« c -f u 

vlekken 1 
Aangezicht. 



. g>-iiv.tii vit i/Kficn uzi' giftig, _ , , , 

de vlekken van 't Tel; en maakt eenfehoo», blinkend 




Namen. 



Veele ver* 

ander ijke 
looi ten. 



CCCLXXXVIII HOOFDSTUK. 

WEEGBREE. 

fcEn welbekend Gewas t in het Needer- 
landfch dus genoemd; imar ook wel 
van zommige Weegeblad gehcetent 
in het Latijn Plantago :• in het 
Hoogduytfch Wegrich , of Wece- 
rich , ook Schaffzung : in het 
Franfcb Plantain : in het Iraliaanfch Piantagi- 
ne , Piantana , PevaCcittola , en Centiner- 

BIA. 

Hier van zijn mij in haren aart vccle veranderlijke 
foorten bekend ; namentlijk: 

I. Plantago vulcaris latifolia , of gemeen 
Weegbree met breede Bladeren. II. Latitolia me- 
dia, of middel- foort van Weegbree met breede Bla- 
deren. III. Latifolia rosea flore expanso, of 
br eed-b lader ige Weegbree met een platte, Roos-wijze uyt- 
ge fpannene Bloem. IV. Latifolia flore spicatoj 
of breed-bladerige Weegbree met een geayrde Bloem. V. 
Alopecuroides Hispanica, of Spaanfibe Weegbree 
met een Bloem als een f^ojfejlaart. VI. Qu inque nervia, 
of Weegblad met vijf doorlopende Aderen. VII. A- 
Quatica latifolia, of breed-bladerige Water-Weeg- 
bree. VIII. Aquatica minor angustifolia, of 
kleyne fmal-gebladerde Weegbree , groeyende in Water- 
achtige plaat zen. IX. Marina , of Zee-Weegbree , 
voortkomende in zoute pla.it zen. X. CoronopoidES 
Lusitanica, of Portugalfche Weegbree , met een-ge- 
daante van Hartshoom. XI. Coronöpoides Lusi- 
tanica foliis tenuissime dissectis , of Ween. 
bree met een gedaante van Hartsboorn , en dun ge f '/ee- 
dene Bladeren uyt Portugal. XII. Plantago an- 

GUSTIFOLTA HIRSUTA CORONOPOIDES LüSITANICA, 

ofruyge en fmalgebladerde Weegbree uyt Portugal, met 
de zelve gedaante; en dan noch meer andere;", onnodig 
al te zamen hier op te rellen. Niet alle zijn ze van ecven 
de zelve Bouwing en Waarticcming. 

Zij beminnen nochtans al te zamen een gemecne , Grond, 
liever zandige, gemeftte, als andere ongemeftre grond: 
een vrije, warme, en ook een fchaduwachtjgc plaats ; 
met tamelijk veel Water. Vergaan niet haafl, maar 
blijven eenige jaren in 't leeven. Verdragen fterke kou- 
de des Winters, zonder groote ongelccgentheyd. Gcc- 
ven ook gemcenelijk ieder jaar rijp Zaad: 't welk men 
in 't Voorjaar, met een waffende Maan van Maert of 
April in de aarde kan leggen. Doch komen, door 
het uytgevallene , van Zelfs genoeg voort. Hier door 
Fff 3 kon- 



van welk* 
hier 

twaalfder- 
ley wor- 
den voor- 
acitcld. 






Aanwhv 
niog. 



Portu- 

galfch 

Wccgbree 

van twee 

dcrlcy 

ibort. 



8l < Beschryving der Kruyden, Bollen en Bloemen , III Boek , 8i<f 

,,. , .. „j... «, j n e en Pot, 't zij gezayd, 't zij geplant geworden, in de 
Winter op een goede warme plaats binnens huys gezet 
zijn, digt bij den Oven, of ook verre daar van daan : 
van boven met matig Reegenwater begooten : daar na 



, n ,, ,,„ overvloedig vermeenigvuldigd worden: ge- 
lijk ook noch door hare aangegrocyde jongen. 

De Plantago Coronopoides Lusitanica, ot 



IJQ l'LANl flUU ww«» . 

PorwalfcheWeegbree met ten gedaante van Hart shoorn: 
en Angi/stifolia hirsuta Coronopoides Lusi- 



en 

TAN 



Hoe waar 
te nec- 
mcn. 



Aanwin- 
ning. 



Galen. lib. 
Simp.Metl. 
6. 

Tucbf. hifi. 
Fl. e.w. 
Bod. I. 4. 
f. 13. 



Diefc. I- i- 

c. l fJ . 
JEgin. I. 7. 



Seraf. lib. 
de Temp. 
Sim f. ca} 

"3- 



a nica , of ruyge fmal-gebladerd^oratgalfcheWee^ 
brec , ook met een gedaante van Hartshoorn, zijn tce- 
derder dan eenige der andere van aart. Verdragen on- 
deerne veele zoo koude Herffi ah andere warme reegenen; 
vermits ze door zelve zoo wel, als door een felle W** 
van 't leevcn worden beroofd. j 

Moeten derhalven , in een Pot gefteld, s Winters 
binnens huys worden gebragt op een luchtige plaats , 
zonder vuur ; droog gehouden zijnde, en dus wel be- 
waard. In het laatfte van Maert brengt men ze weer 
buyren, en men wacht ze zorgvuldig voor te veel 
nattigheyd; defgelijks voor koude nachten , en hayrt- 
ae winden. 

Konnen ook niet, gelijk de gemelde andere foorten, 
aangnvonnen worden door hare jonge Scheuten, maar 
alleen door Zaad, op de genoemde tijd en Maan de aar- 
de aanbevolen. 

KRACHTEN. 

WEegbree , of Plantago , is verdroogende en 
verkoelende van aart , tot in den tweeden 
graad. 

In Wijn gezoden, en daar van gedronken , of het 
uytgeparftre Zap met Wijn ingenomen, of de Blade- 
ren zelfs in fpijs gegeeten , ftild de roode- en andere 
Buykloop, de Bloedfpouwing, en 't Bloedpijfcn. Doed 
ophouden het Braken. Is goed teegens den loop der 
Zinkingen, ócPeJl, allerlcy inwendige brand: voorde 
ttytteercnde Menfchen ; de blcyncn des Monds ; de bee- 
ten der dolle Honden , de heete zweeringen van Mond en 
Keel; het bloeden van 't Tandvleefch ; en de zwelling 
van de Tuieren en de Blaas. 

Het Zap in de Ooren en Oogen gedaan , neemt'er 
de pijn en brand van wech. Verkoeld ook de ver- 
brandheyd, en dood de Wormen; 's morgens nuchteren 
een Leepel vol daar van ingenomen. In onzuyvere en 
hecte Zeeren en Zweeren, oude en varflche Wonden , 
lopende Gaten, en op de Schurftheyd gedaan, of de ge- 
ftotene Bladeren daar opgelegt , doed veel goeds ontrent 
deeze qualen. 

Het Zaad, zijnde fijn van deelen, geftotcn, en met 
eenigNat, of Rhijnfche Wijn ingenomen, verdrijft de 
Jmerten van de Leever en Nieren. 



Namen. 



CCCLXXXIX HOOFDSTUK. 

LAGE 
ZEEERWETEN. 

It aardig, kleyn, en op der aarden leg- 
gend Gnvas voerd deczen naam in 't 
Ncederlandfch. Word in 't Latijn ge- 
heeten Pisum Marinum angulo- 
sum perpetuum : in 't Franfch Pois 
de la Merj en in 't/taliaan/ch Biso, 
of Piselli di Mare. 

Bemind een goede , gemeene , zandige aarde , met 
twee-jarige Paerdemift matig voorzien : een warme , 
luchtige , welgeleegene plaats ; en tamelijk veel Wa- 
ter. I^jft lange jaren in 't leevcn ; bloeyd ieder Zo- 
mer zeer fchoon , en geeft in alles volkomen rijp 
Zaad. 

tc°ncc- aai ^ a ?' W ten gezet zijnde, niet meer dan.een, of 
op t hoogde twee jaren , de felle koude der M 'tnter ver- 
dragen ; vermits ze daar door al quijnende verderft. 
Moet dcrhalven , met een waflendc Maan van Maert 




Grond. 



men. 



Aanwin- 
ning. 



Kluchtige 
Stccltjens. 



in 't laatfte van Maert, of 't begin van April, na gelec- 
gentheyd dat het Wcêr zich aanfteld, meteen goede 
Lucht en aangename Reegen weer buyten gebragt. 

Kan niet alleen aangewonnen worden door haar Zaad, 
't welk met een waffende Maan van Mae rt of April, niet 
diepgelegt, de aarde moet aanbevolen zijn; maar ook 
door aangewaflene jonge Wortelen , welke men op de 
zelve tijd van de oude afneemt, en vcrplant. Zie hier 
bij na het Hoofdjful^vin de Witzen, of Wikken. 

Deeze Plant fchiet vroeg in ieder Voorjaar uyt hare Wortel, 
teederc, ronde, bruyn-verwigej met zommige Knop' 
jens voorziene , en de aarde doorborende Wortelt jens , 
ontrent vier vingerenbreedte hooge, en als driehoekig 
gedrayde kluchtige Steelt jens, om harer teederheyds wil 
niet opftaande, maar gemeenelijk neerwaarts leggende : 
uyt welker beyde zijden, tuflehen twee kleyne , voor 
fpits-toegaande Bladert jens , op de wijze der gemeene 
Peulen, of Poelen, daar na Steelt jens voortkomen, voor 
ook met eenige weynige omflingerende draadjens voor- 
zien : aan welke de Bladeren digt op den anderen , en Bladeren, 
niet regt teegens over malkander zitten. Deeze zijn 
Ovaals-wijze rond ; de grootfte nauwelijks een vinger- 
lid lang ; en de kleynfte vinger breed : hard , ftijf- 
ftaande, dik van fubitantie, donker-groen van verwc, 
flegt aan de randen , en in 't midden met een dunne 
regt-doorgaande Ader begaaft; waar uyt veele zeer tee- 
dere andere, opwaarts tot aan de kanten uytfchietende, 
voortvloeyen. 

TufTchen deeze Bladeren fpruytcn.SW/je»juyt, niet Bloemen, 
veel in getal, voor aan voorzien met zes, zeeven, agt, 
of meer digt bij elkander gevoegde Bloemen; achter 
rond en fmal ; tamelijk lang; voor open ftaande, en 
aangenaam-paarfch van verwe ; welke lang duren ; en 
daar na afgevallen zijnde, achter laten ronde Peultjcns, 
een Lid van een vinger lang, van binnen vervuld met 
rondachtige bruyn-verwige Erwetjens. 

KRACHTEN. 

LAbc Zee-erweten , of Pi fa Mar'tna , zijn matig Gebruykt 
vocht van aart, en koud in den eerften graad. 
In Water gekookt, en met Melk, of Vleefch- 
nat gegeeten, zijn ze aangenaam voor de Maag. Gec- 
ven ook aan het Ligchaam goed voedzel, en reynigen 
de Borfi. 

Gefloten, en met Garftenmecl vermengt, verzach- 
ten ze defmerten van allcrley Gezwellen. 



deezer 
flant. 




CCCXC HOOFDSTUK. 

P O L I U M. 

Yns weetens in het Neederlandfch en NameD.' 
Latijn met geenen anderen als dee- 
zen naam genoemd, na het Griek fche 
woord TIókiov; 't welk beteekend een 
witte wolligheyd , met welke deeze 
i*» Plant is bekleed : de Italianen zeg- 
gen Polio. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden 2es on- 

cenige aardige, bezienswaardige veranderlijke foorten; derfchey- 
ö .... b ° ' denefoor. 

namenthjk : tcn> 

I. Polium Montanum minus flore albo, of 
kleyn Berg-Polium met een witte Bloem. II. Monta- 
num majus flore albo , of groot Berg-Polium met 
een witte Bloem. III. Montanum majus Candi- 
dum flore luteo, of groot wit Berg-Polium met een 
geelcHloem. IV. Montanum Rosmarini folio, 
of Berg-Polium met Bladeren van Rofmarijn, V. Re- 
pens 



^ ■ V" 



'*t 




$17 



P o l i u M k Kr 



pens TENUirOLiuM , of kruypend Polium met teedtrt 
Bladeren. VI. Polium Gnaphaloides tomento- 
sum , of Polium met witte z,e er wollige Bladeren , en 
Bloemen als Gnaphahum. Meeft al te zamen zijn ze van 
de 'zelve Bouwing en Waarneeming: 
Grond. Zij beminnen uyt eygener aart, een goede > zandige, 

gemeene grond , met een weynig twee-jarige klc.yn- 
gewreevene Pacrdemift, en 't Mol der verrotte Boom- 
bladeren doormengd : een opene, warme, wel ter Zon 
geleegene plaats» en niet veel vochtigheyd. Vergaan 
niet haaft, maar blijven eenige jaren lang in 't leeven. 
Bloeyen ook zeer aardig ieder Zomer ; doch geeven 
in dceze Gewcften zelden , ten zij bij drooge zeer war- 
Zaad. me jaren , volkomen rijp Zaad. Konnen oök de on- 
gematigde Hcrfftrecgenen en de Pointer-koude niet wel 
verdragen. 
Hoe in de Word derhalven zeer goed bevonden, dat men 
Winter naari met een wadende Maan van April in Potten, niet 
ncemen. Dovcn cen ftroobreed diep , gezayd, of ook geplant 
zijnde , in 't begin van Otlober droog binnens huys 
b/engr, op cen luchtige bequame plaats, waar in gantfeh 
niet , of alleenlijk bij felle Vorft word gevuurd. Ge- 
durende deeze tijd mag men ze niet meer als een, of 
ten hoogden tweemaal van boven begieten met flegts 
een weynig lauw Recgcnwaterj wijl ze anders lichtelijk 
zouden verrotten ; en niet voor in 't laatftcvan Aïaert, 
of 't begin van April , na geleegentheyd van de be- 
quaamheyd of onbequaamheyd des tijds , met een 
zoete Lucht en aangename Reegen weer buyten ftel- 
lem 
Aanwin- Zij geeven, gelijk alreeds gezegt is, in onze Landen 
ning. zelden cenig Zaad. Konnen eeven wel aangewonnen v/or* 
den door hare aangewaflene jonge Schemjens , welke men 
in de aarde legt ; of met een Pennemesin April ten hal- 
ven, gelijk men de Anoelieren doed, voorzichtig infnijd, 
en met aarde dekt : daar na , Wortelen bekomen heb- 
bende, van de oude afneemt, en met een wafTende Maan 
der genoemde Maand in Potten vcrplant* 
Polium Het Polium Gnaphaloides tomentosum, of 

met witte Polium met witte z,ccr wollige Bladeren , en Bloemen als 
wollige Gnaphalium, bemind een goede, luchtige, holle aar- 
en Bloe- de, voorzien met het grootfte deel Zee-zand , en een 
men als weynig twee-jarige Paerdcmifl ; een opene , warme , 
Gnapha- weker Zon geleegene plaats, en niet veel Watcr^ Bloeyd 
wel ieder jaar, doch geeft bij ons noyt eenig volkomen 
rijp Zaad. 
O e- Is tecder van aart ; van een fchoone aanfehouwing , 

woonlijk vercierd met zeer aardige, ruyge, voor fpits toegaande, 
gcrtelde op een aangename en wonderlijke wijze gefielde Bla- 
Bladeren. ^ ert j enSt fy c ze i vc ruften op geen Stceltjens , maar 
zijn zoo digt om en aan hare van naturen kromgeboge- 
ne , en houtachtige Steel geplaatft , dat men de zelve 
niet kan zien. Zijn daar alderbrccdft , en voor fpits 
toegaande. In 't aanraken zacht ; gehecllijk bekleed 
met een ruyge witte wolligheyd ; bitter en fcharp van 
fmaakj aan de kanten zaclitjens ingezaagd', en in het 
midden met geen zichtbare Adert jens, maar Wel meteen 
klcyn Ruggetje voorzien. 
Bloemen. Tuflchen welke verfcheydene ronde, regt-opftaande 
witte Stceltjens , een halve hand , wat min of meer 
lang, opfehicten ; voorzien met veele Bladert jens , en 
in 't bovenfte met geelvcrwige, langdurende Blocmt- 
jens , beftaande uyt veele Draadjens, en beflooten in 
kleyne ronde Knop jens , op de wijze van Gnaphalium. 
Waarin (in heete Landen) tu fle hen eenige ruygheyd 
Zaad. het Zaad word gevonden ; zijnde zeer teeder, week, 
geelachtig van verwe ; en lichtelijk van de wind wcch 
gedreeven wordende. 
Hoe waar Op geenerley wijze kan dceze foort verdragen eenige 
te ncemen koude He rfflreegenen , of Vorft, Moet derhalven (ee- 
ter. C m " vcn Relijk de voorige ) droog zijnde, binnens huys 
worden gebragt , op een zeer luchtige plaats : onder- 
houden met weynig vochtigheyd; nauw gewagt, zoo 
wel voor 't vuur, als voor cen indringende Porft. Niet 



U Y S B L O E M. 818 

voor in 't begin van April mag men ze weer buy- 
ten ftellen , met een aangename Reegen, en Lucht; 
dan noch wel bewaren en voorzichtig dekken voor 
koude nachten , veel vochtigheyd , en hayrige of fchrale 
winden: 

Men kan haar op geen andere wijze , in onze Gewe- Aanwin, 
flen , vernieuwen en aanqueeken , dan alleenlijk door nin S* 
haar uyt warme Landen bekomen Zaad- 't welk met 
een walfende Maan van May niet diep in een Pot word 
gezayd : gantfeh warm gefield- j en niet veel begoten 
moet zijn. 

KRACHTEN. 

PO Hum is verwarmende in den tweeden , verdroo- Gal }- .8: 
gende tot in 't begin van den derden graad : ook s,m ?- MeJ - 
openende, infnijdende , dunmakende , en afdro- 
gende van aart. 

In Wijn gekookt, en daar van 's morgens nuch- Diofc. l.j. 
teren gedronken, of 't Poeder der gedroogde Bladeren *"*■ 
met Wijngebruykt, maakt een wcel^Ligchaam; opend vtanhdU. 
de verjhptheyd des Ingewands: is goed voor de Maan-, 
Geel-, Milt- en Waterachtige: verwekt der Vrouwen Ruell. I. 5. 
Maandflonden ; doed gemakkelijk Wateren : genecfl dé c ' öo ' 
Jleekeh en beet en der Slangen en -Adderen. 

De groene Bladeren gckncufl; dan gelegt op Wonden Burmtts 
en quade Zeeren, heelen de zelve. /j£* 3 ó£ 

Op 't vuur gebrand, verdrijven door de rooien rcuk^ 
de Slangen uyt een huys. Het zelve gefchied, als men 
Polium in een kamer ophangd. 



CCCXCI HOOFDSTUK; 

KRUYSBLOEM. 

N het Neederlandfch dus geheeten , Nameru 

word in het Latijn genoemd FloS 

Amberualis , of Polygala : in 

het Hoogduytfch Creutzblume : in 

het Italiaan fch Pol 1 gal ia. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend Agt on- 

eeworden acht onderfcheydene foortcn ; als : derfchey- 

° T -r. r dene foor- 

I. Polygala vulgaris flore purpureo , ot lcnj 

gemeene Kruysbloem van een purpur e couleur. II. Flo- 
re albo, of witte Kruysbloem. III. Flore cceru- 
leo , of blauive Kruysbloem. IV; Flore carneo , 
of lijf-verwigc Kruysbloem. V. Repens flore cce- 
Ruleo , ofkruypende Kruysbloem van een blauwe ver- 
we. VI. Valentina fruticescens major Clu- 
sii i of groot flruvel Kruysbloem van Palen tien, aan- 
teekend van den hoog-geleerden Heer Carolus Clu- Car.cüif. 
sius. VII. Valentina fruticescens minok i r ^.„ F., a " r ' 
of kleyne heeft crige Kruysbloem van Palentien in Spaan- f i t g. 
je. VIII. Polygala frutesce'ns rut^e folio , 
of flruvel Kruysbloem met Bladeren van Wijnruyt. 
Niet alle zijn ze van eeven de zelve Bouwing en Waar- 
neeming. 

Ia) beminnen van naturen een zandige , gemeene i Grond; 
zoo wel een flegte, als met een weynig twee-jarige Paer- 
demifl voorziene grond: een vrije, warme* wel ter 
Zon geleegene plaats, en matige vochtigheyd. Ver- 
gaan niet haaft * maar blijven lange jaren in 't leeven. 
Geeven gcmeenelijk ieder Zomer < bijzonderlijk met 
goede jaars-tijden , volkomen rijp Zaad. Verdragen 
fterke W int er -koude , en alle andere ongeleegenthccden 
des tijds , zonder fchade ; doch verliezen dan hare 
Bladeren, behalvcn het Polygala repens flore 
ecc r u l do , of kruypende blauwe Kruysbloem. 

Het Polygala Valentina major et minor , Groote en 
of groote en kleyne heeft ' er-acht ige Kruysbloem van Vk* h ^ t "^ 
lentien ; del'gclijks Frutescf.ns rut/ë folio, ofachtige 
ftruvcllt^e Kruysbloem met liladeren als Wijnruyt, blij- Kruys- 
ven altijd groen, en verliezen noyt al hare Bladeren * ' ocm ' 8;c * 

ren 




%*9 



Beschryvtnc der Kruyden, Bollen en Bloemen, III Boek, & 3 o 

ouderdom. 



vvaar te 
acemen 



l} d oor ouderdom. Zijn teederdcr van urnb 
de andere. Kennen , buyten ftaande, de Winter- 
koude deezcr Landen , ook geen /^ windt* > ver- 
Hoe in de 'worden derhalven , in Potten verplant , of met 
winter een wa 0cndc Maan van April daar in gezayd zijnde, 
in 't begin van Otlobcr binnens huys gebragt, op een 
plaats, waar in niet anders als bij vriezend Weer word 
gevuurd: met weynig lauwgemaakte Reegenwatcrfche 
vochtigheyd onderhouden ; en niet voor in den aan- 
vang van April, met een donkere Lucht en aangenaam 
Weer , wederom buyten de Zonneftralen voorgcftcld. 
Dan noch eevcnwel voorzichtig gewagt en gedekt voor 
koude nagt en, hayrigc en fchrale winden. 

Konncn ook alle niet wel aangewonnen en vermecnig- 
vuldigd worden, als alleenlijk door haar Zaad; 't welk 
met een waffendc Maan van April, niet diep in een Pot 
gelegt, de aarde moet aanbevolen zijn. 



Aanwin- 
ninjj. 



K R 



JEgm. I 7. 
'•3- 

Diofc. 1. 4. 



K 



ACHTEN. 

, of Flos Amberualis , 



en 



Ruysbloem , of Flos Amberualis , is warm 
vocht van aart, ook een weynig te zamentrek- 
kende. 

In Wijn of Bier gekookt , en daar van gedron- 
ken , vermeerderd c\eMelkJn der Vrouwen Borflcn. 



Namen. 




/gt ge- 



ziens- 

waardige 

foortcn. 



CCCXCII HOOFDSTUK. 

DUYSENDKNOP. 

|,Us genoemd in het Neederlandfih , 
word in 't Latijn gehectcn Polygo- 
num, of ook wel Proserpina, om 
dat het bij der aarden kruypt. In 't Ita- 
tiaanfeh Poligono, Correggiola, 
en Centonodi. 
Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden agt 
noegzaam genoegzaam veranderlijke, aardige, en bezienswaardige 

«^>r n; namcnt,ijk - r „ * 

dige,be- I. Polygonum vulgare , ot gemeene Duyz.end- 
knop. II. MONTANUM MINUS CAND1DUM rotun- 
difolium ,' of kleyne witte Berg-Duyz,endknop , met 
ronde Bladertjens. III. Montanum minus candi- 
dum longifolium , of kjeyn witachtig Berg-Duy- 
zendknop met lange Bladeren. IV. Mar i num Lu s i ta- 
n 1 cum, of 'Zec-Dnyz,endknop uyt Portugal. V. Polygo- 
num argenteum latifolium , of br eed-blader ige 
Duyz,endknop,met Zilver e Bladertjens rondom de Knopjens 
van hare kleyne, en van binnen als met geele Veezelmgcn 
vercierde Bloemtjens , van een zeer fenoone aanfehou- 
wing. VI. Argenteum angustifolium, oifmal- 
gebladerde Zilvere Duyz.endknop. VII. Argenteum 
rotundifolium, oï witte gelijk^als ZilvereDuyz-end- 
hnop met ronde Bladertjens. VIII. Polygonum E- 

LEGANS ARGENTEUM MoNTIS LlBANI, of fchoone, 

Zilver-v er w ige Duyz,cndknop van den Berg Libanus. 
Niet alle zijn ze van eeven de zelve Bouwing exxWaar- 
neeming. 
Wat voor Echter beminnen ze al tezamen een goede, gemee- 
"-^l^ne, zandige aarde, met een weynig twee-jarigc Paer- 
nctlt demift , en 't Mol van verrotte Boombladeren , door- 

mengt : een luchtige , warme , wel ter Zon geleegene 
plaats, en niet te veel vochtigheyd. Blijven zelden 
langer dan eenc Zomer in 't leeven. Gceven teegens 
de Winter volkomen rijp Zaad, en vergaan daar mee; 
jaar duren. te weeten > nct Polygonum Marinum Lusitani- 
cum , Portugalfche Zee-Duyzendknop ; Montanum 
minus candido flore rotundifolium, et lon- 
gifolium, kleyne witte Berg-Duyz,endknop met ronde, 
en ook met lange Bladertjens. 

Moeten derhalven ieder Voorjaar, met een wadende 
Maan van Maert, weer op nieuws gezayd zijn. Ko- 



Wclke 
foortcn 
maar een 



Aanwin- 
ning. 



men anders ook dikmaal , door 't uytgevallene Zaad> 
van zelfs genoeg op: waar door ze dan rijkelijk konncn 
vermecnigvuldigd worden. 

Het Polygonum argenteum latifolium , of Brced-bla- 
br eed-blader ige Zilver e Duyz,endk»op, waar van de Bla- ^ ri S cZi '- 
deren ontrent een half vingerlid lang, een ftroo breed zendknM 
zijn, zonder eenigc Aderen; dikachtig van fubftarttie, 
voorbreedft; uyt den groenen blauwachtig van ver- 
we, zittende aan hare meenigvuldige, ronde, uyt een 
witte Wortel haren oorfprong necmende, en op de aar- 
de kruypendc Takjens, in 't eerfte teegens overmalkan- 
der; daar na onordcntclijk gefteld: Argenteum an- 
gustifolium , of fmal-gebladerde Zilvcre Duyzend- Sma!-g C . 
knop ; welkers Bladeren wel zoo lang , doch de helft bladerd «- 
fmallerzijn: Argenteum rotundifolium, ofZ/7- 
vere Duyz,cndk>>op met ronde Bladeren , zijnde van R° n <k 
al de andere foortcn de kleynftc en kortfte , doch ook a cri S c * 
twee en twee teegens over malkander aan hare Steelt- 
jens ftaande : En Elegans argenteum Montis 
Libani , of fchoon-ülver-venvige Duyz,endknop van 
den Berg Libanus ; waar van de Bladeren ook rond, ^ an den 
doch veel grooter en meenigvuldiger, ook dichter bo- ban? s Ll " 
ven malkander aan hare Steelen gevoegd, en daar onder 
veele langwerpig, of ovaals-wijze ronde gezien worden, 
zijn veel teederder van aart, en konnen de Winter fche 
ongeleegentheeden niet wel uy tftaan. 

Worden derhalven gemeenelijk met de gemelde Maan Hoe waar 
in Potten gezayd: niet verplant, ten zij men ziet, dat'er men ^ e è n 
meer als twee of drie in opgekomen zijn : op een war- aanwin- 
me plaats gefteld, of zouden geen volkomen Zaadkon- n »"g- 
nen voortbrengen : en 's Winters binnens huys gebragt 
op een luchtige plaats; droog gehouden, en in April 
weer buyten gezet. Zoo geevcn ze in de tweede Zomer 
genoeg en zeer goed Zaad. 

Het Polygonum vulgare, of gemeene Duyz,end- Gemeene 
knop, kan, buyten ftaande, de felle Wintcr-kgude ver- Duyzend- 
dragen. Geeft in 't tweede jaar volkomen rijp Zaad, op " 
en verfterft daar mee. Blijft echter zomtijds wel de der- 
de Zomer noch in 't leeven. 

KRACHTEN. 

HEt Polygonum vulgare , of gemeene Duyzend- Durantet 
knop, is koud en droog in den tweeden graad; f} 'ft- pl(Wf - 
ook een weynig te zamentrekkende van aart. *° ' 3 

In roode Wijn gekookt, en 's morgens daar van Lufit.l.4. 
gedronken ; of het daar uyrgeparfttc Zap met Wijn f^rr.4. 
ingenomen ; of ook een Drachma van het Poeder der J-T*"*' 
gedroogde Bladeren met roode Wijn gcbruykt , ver- c.'iï's. 
koeld alle bitsige inwendige deelcn des Ligchaams. Diofc. 1. 4. 
Doed ophouden de Bloedfpuyging , de Roodeloop , en c • 4- 
der Vrouwen overvloedige Maandftonden. Drijft de ^1 ' 
Steen en 't Graveel af. Dood de Mor men. Geneeft Mtd. 
de Druppelpis ; de beeten en ftecken der Slangen ; Galm. 1. 8. 
de voortkruypende Zeeren ; het Sprenktvuur ; de s,m b Mti - 
Roodgrond ; de Roos ; de heete Gezwellen , en alle 
varjfche Wonden. Eeven 't zelve verrigten ook de Bla- 
deren, of 't Poeder daar van gemaakt; op de verzeering 
gelegt zijnde. 

Het Zap van deeze Duyz,endknop warm in de Ooren A . u i /„#. 
gedaan, heeld de Oor-zjwecringen. 't Zelve Zap ver- Pi. c 18. 
mengt met Oly van Roozen , verdrijft de pijn der Zij- 
de, als men de plaats, daar men de fmert gevoeld, dik- 
maal daar mee beftrijkt. In de Neus gedaan, doed het 
Bloeden uyt de Neusgaten ophouden : neemt ook wech 
de ^weeringen van hetTandvleefch. 

Het gehcele Kruyd gedifti lieert in Water, ofin Wijn, 
en dan dit Nat de Oogcn toegepaft, neemt'cr de Schellen 
of Vlieden van wech. Maakt daarenboven een klaar en 
helder Vel, daar meé gewaffchen zijnde. 

Het Zaad van Duyzendknop geftoten, dan daar van Fuchfbifi- 
drie Drachmen met Wijn ingenomen , verwekt een open c 23*-. 
Ligchaam ; doed gemakkelijk Wateren, en jaagt deSteen 
der Nieren uyt. 

CCCXCIII 



V 












jf\ 









83i 



SaLomonszeeghl. Fonteynkruyd. Ganserich. 8jl 

KRACHTEN. 



Naam ; en 
oorfprong. 




Scs 

verander- 
lijke foor- 
ten. 



Salomons- 
zeegcl met 
een dubbe- 
le Bloem. 



Virgini- 
aanlche 
Saloraons- 
zeegel. 



Crond. 



Zaad. 



Aanwin- 
ning. 



CCCXCIII HOOFDSTUK. 

SALOMONSZËEGEL. 

An een ieder dus in 't Ncedcrlandfcb, 
en, mijns weetens* met gecnen ande- 
ren naam in deeze Taal genoemd. 
Word in 't Latijn geheeten Polygo- 

NATUM , Of Ook SlGILLUM SALA- 

monis, ter oorzaak van de teekenen, 
Zcegels-wijz in hare Wortelen gedrukt. In het Iloog- 
duytfch Weiszwurtz : in het Franfch Sean de Sa- 
lomon , Signet de Salomom , en Ginulure , 
of Geniculiere : in het Italiaanfch Poligonato, 
Frassinella , Ginocchietto , en Radice cosi 

NOMATA. 

Hier van zijn mij in haren tertfès veranderlijke foor- 
ten bekend geworden , als : 

I. Polygonatum vulgare, of gemcene Salomons- 
zegel. II. Ellebori albi foliis , of Salomons- 
reegel met Bladeren van wit Nieskruyd. III. Ramo- 
sum , of Salomonszegel met Talken. IV. Flore ple- 
no , of Salomonszegel met een dubbele Bloem ; van bin- 
nen gantfchelijk met grocnachtige Bladert jens gevuld, 
eenzijdig teegens over de Bladeren aan hare regt om 
hoog flaande, rondachtige, ook een weynig hockach- 
tige Steelen; niet veelvoudig bij malkander, maar een 
alleen afzonderlijk boven den anderen gcfteld, voort* 
komende; van welke de onderde de grootfle, de bo- 
venfte de kleynfte zijn. De Bladeren , gelijk ook de, 
Wortelen, zijn in grootte die van de gemcene, of der 
andere foorten niet ongelijk, bchalvcn dat ze wat fmal- 
lèr vallen; voor wel zoo fpits zijn, en geheel eenzijdig 
twee en twee teegens malkander flijf opwaarts (laan, ge- 
lijk in de bijgaande Figuur klaar genoeg vertoond 

WOrd. V. VlRGTNIANUN FLORE ALBO 5PICATO , 

of Virginiaanfche Salomonszegel met een witte gcayrde 
Bloem , ruym een lid van een vinger lang ; ook uyt 
veële digt bij malkander gefielde Bloemtjcns re zaam- 
gevoegd; beftaande uyt zes fmalle , geheel witte, voor 
flomp-rond toegaande Bladert jens. Eenige dagen lang 
duren ze. Komen voort regt uyt de bovenfle punten 
der ronde Steelen ; de Bladeren aan beyde de zijden der 
zelve gefield, doch niet regt teegens over malkander. 
Zijn twee vingeren , ook wel een duym , breed, en 
zes vingeren lang; voor met brcedachrige fpits ze pun- 
ten , en met regte Aderen , loopende door 't geheele 
Blad gelijk als geflreept. VI. Polygonatum an- 
gustifolium , of Salomonszegel met [malle Bla- 
deren. Alle zijn ze van de zelve Bouwing en Waar- 
neemmg. 

Zij beminnen een goede > gemeene, zoo wel zandi- 
ge, als andere, doch beqüamelijk gemeflte grond: een 
luchtige, wel ter Zon geleegene ; ook een fchaduwach- 
tige plaats, en veel Water. Bloeycn vroeg in 't Voor- 
jaar ; en krijgen in 't laatfle van Julius volkomen rijp 
Zaad\ behalven het. Polygonatum Virginianüm 
flore albo spicato , of Virginiaanfche Salomons- 
zegel met een witte ge ayr de Bloem: welke foort in dce* 
ze onze Gcweflen noyt zijne regte volkomentheyd 
genieten kan. 

Hard van natuur zijn ze , zoo dat ze felle koude, 
en alle andere ongeleegentheeden des tijds konnen uyt- 
ftaan , zonder veel fchade. De aanwinning en ver- 
me en igvuldiging gefchied , niet alleenlijk door haar 
Zaad) 't welk met een waflende Maan van Maert, 
niet boven een ftroobreedte dief> , in de aarde word 
gelegt ; maar ook door hare • aangegroeyde jonge 
Wortelen ; die men op de zelve tijd Van de oude af- 
neemt en verplant. Teegens de Winter laten ze al hare 
Bladeren vallen. 




Salomonszegel, of Polygonatum s is warm en droog Aart. 
in den cerflcn graad, ook afvagende, en te zamen* 
trekkende van aart. 

In Wijn gezoden, en 's morgens daar van nuchte- Durantes 
ren gedronken ; of een Drachma van het Poeder der hi ft- ¥l * nit 
gedroogde Bladeren met Wijn ingenomen, reynigt het cL'fr?/.*. 
Ligchaam van alle taye Fluymen en jlijmerige vochtig- c. 6. 
heeden. Docd der Vrouwen Maandjlonden voortko- 
men : drijft het Water van de Blaas t defgelijks het 
Graveel uyt. Scild daarenboven , en jaagt wech het 
geranncne Bloed van de inwendige deelen des Lig- 
chaams. 

De Wortelen geconfijt, en een tijd lang dagelijks daar Diofi. 1. 4; 
van gegeeten , doen ophouden de witte Vloeden der e ' 6 \ { 
Vrouws-pcrfoonen. De zelve gefloten , en dan gelegt c , x ,\ ' 
Op de Wonden > ook op blauw -gejlot ene of gcjlagene plaat- Galen. lib. 
zn; dcfgelijks op de Sproctelcn des Aangelicht s, genee' Sim P- Qt 
zen de zelve, en ncemenze wech. 

Zcflien Zaad-bedien ingenomen , openen 't Ligchaam 
van onder en boven. 

De H'ortelen'm Wijn gediitillecrt,ên daar mee gewaf- Mattb l.$i 
fchen, vcrfriekt de Vrouwen vooreen goed Blank£et± c, >~' 
zij want het maakt een klaar, ztyver vel. 



CCCXCIV HOOFDSTUK. 

FONTEYNKRUYD. 

Ecft in het Ncedcrlandfch deczen , en, Namen, 
mijns weetens, gcenen anderen naam. 
Word in het Latijn geheeten Pota- 
mogetum, of bok Fontinalis: in 
het Floogduytfch SamKraut : in het. 
Italii lanfeh Pot a m o g f.t o . 
Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden Vijfveran- 
vijf veranderlijke foorten; als: dcrlijkc 

I. POTAMOGETUM MAJUS LATIFOLIUM t of grOOt " ,ortcn * 

Fonteynkruyd met brecde I lader en. II. Ma jus an- 
gustifolium spicatum , of groot geayrd Fonteyn- 
kruyd met fmalle Bladeren. III. Majus vulgare, 
of gemeen groot Fonteynkruyd. IV. Minus, of kleyn 
Fonteynkruyd. V. Potamogetum rotundifolium, 
of Fonteynkruyd met ronde Bladeren. Al re zamenzijnze 
van eeven de zelve Bouwing en Waarnceming. 

Uyt eygener aart groeyenze in ftaande , ook in loo- Groeyên 
pende Wateren; maar noyt buyten de zelve. Konnen alleen i n 
derhalven in de Hoven niet opgeejueckt worden, ten zij ^ Vatcr * £ n 
men in de zelve een Gragt of Vijver deed delven , eri \ n Hoven 
met een waflende Maan van April dceze Planten daar- te krijgen, 
inzetten. Dan groeyenze niet alleenlijk voort, maar 
flaan ook met'er tijd van Zelfs op. Bloeyen genoeg- 
zaam , doch gceven zelden volkomen Zaad. Verlie- 
zen ook 's Winters al hare plat op 't Water neerleg- 
gende Blddcrch ; welke in de volgende Zomer weer ' l 
voortkomen. 

KRACHTEN. 

Onteynkruyd, of Potamogetum , is verkoelende en j£ S : n . l. 7 . 
te zamentrekkende van aart. *-3< 

In Wijn gekookt, en daar van , eenige dagen P/w». /. 16. 
achter den anderen , een Roemcrtje gedronken , flild Ct 8> 
allerley Buykjoop , ook zelfs de Bloedgang. Defge- 
fijks het jeuken van de Huyd, de zelve daar mcê ge- 
wafTchen zijnde. 

De Bladeren gefloten : met Honig en Edik gemengt, Dio/c. A4.' 
dan qelegt Op heete , voorteetende ^weeren * geneezen c ' lot ' 
de zelve. 

De zelve "Bladeren met Oly en Edik zachtjens in /„•* v\ An u 
een Pan gebraden; zoete Melk daar op gegoten , en fol. 376. 
'Ggg zoo. 



F 



8 ^ 5 Beschryving der Kruyden , Bollen en Bloemen , III Boek, 834 

zoo Iauw2ijnde, op het pijnlijke Podagra, op de ,o P * Psyllium > of Herba polucaris : in het Hoo*. 

druylfiebeyd des A^gcz.chts, op de Koos, en andere 
ontfleekingen des Li S chaams g^S** verzachten niet al- 
leenlijk al dcezequalen, maar doen ze ook dikmaal ge* 



heel vergaan» 



CCCXCV 

G A N 



HOOFDSTUK, 

S E R I C H. 



Namen. 




Grond. 



Zaad. 



Aanwin- 
ning. 



iNders ook in 't Kfeederlandfch genoemd 
Gfnserick, of Gensryck, en van 
veelcZiLVERKRUYD* weegens de blin- 
kende verwe van dit Govas. Word 
in het Latijn geheeten Argentina , 

POTENTILLA, of AcRIMONIA SYL- 

.vestris, in 't Hoogduytfcb Gkvssicu,. of Gmsz- 
rich: in 'tFranfih ArgentinEs Becq^d'Oye, of 
ook Tanesie sauvage : in het Italiaanfeh Argen- 
tina , gelijk in het Latijn. 

Deeze Plant bemind uyt cygener aart, een zdndi- 
ge , gebouwde , en ook ongebouwde, vette, of ma- 
gere grond ; liever veel Water , als matige vochtig- 
heyd : immers zoo zeer een opene, luchtige, vrije, 
welgeleegcne, als een fchaduwachtige plaats. Vergaat 
niet haaft, maar blijft eenige jaren in 't leeven. Geeft 
meeft den tijd in den Herfft volkomen rijp Zaad. Kan 
felle koude, en alle andere ongelecgentheeden der Win- 
ter geduldig uytftaan. 

Word overvloedig aangnvonnen en vermeenigvul- 
digd, zoo door haar Zaad, 't welk met een wallende 
Maan van September of Maert niet diep de aarde word 
aanbevolen , of ook van het neergevallene genoeg van 
zelfs opflaat; als door hare kruypende jonge Scheut jens, 
welke men met een wanende Maan in April van de ou- 
de afneemt en verplant. 

KRACHTEN. 



Aart. 



GAnferich , Genzerik_, of Potentilla , is koud in 
den eerften , droog in 't laatfte van den tweeden 
graad ; en te zamentrekkende van aart. 
Lome. 1. 1. In Wijn gezoden , en daar van gedronken , doed 
c-i 19- het geronnene Bloed fcheyden. Is goed voor de geene, 
*>urant. <jie door een booten val zich inwendig of uytwendig 

hifi. Plant. iiii_ & 1 i^. b i. . 5 

fol. 376. verzeerd hebben; ook teegens t Graveel, inwendige 
Matth.l.^. Wonden; de overvloedige witte Vloeden der Vrouwen; 
c '37- voor perfoonen , die ter Stoel willen gaan , doch niet 

konnen: voor 't Co lij \, Rugge-fmertcn; de Gefcheurd- 
heyd, en de Bloedfpomving. Doed het geklonterde Zog 
in der Vrouwen Borfien zich fcheyden : zuyverd de 
Wonden ; geneeft de roode hopende Oogen; de zwel- 
ling van het Tandvleefch ; de Tandpijn ; en neemt 
wech de Zomer -fproetelcn , daar meè gewafïchen zijn- 
de. Stild het Bloed, en ook een onnatuurlijke Buykz 
loop. 

Het uytgeparftte Zap der Bladeren met Wijn ver- 
mengt , en in allerley Wonden ; ook op de zeeren der 
heymelijke Lccden gedaan , geneeft de zelve. 
Dod. 1. 20. Het Poeder der gedroogde Bladeren op de opene huyd, 
of 't afgnvreevene vel der Paerden, Ojfen , Ezelen, en 
anderer Beeften gelegt , doed de Wonden fluyten , en 
nieuw vel daar over groeyen. 



het 



Camerar. 
I.4.C.19. 



Namen. 



CCCXCVI HOOFDSTUK. 

VLOOKRUYD. 



Eeft in het Ncederlandfch dien naam ge- 
k reegen , om dat het Zaad dcezer Plant 
de gelijkenis eener Vloo niet qualijk ver- 
toond. Word in het Latijn geheeten 




duytfch Psylienkraut , of Flohkraut : in 
Franfch Herbe des Pulces : in het Italiaanfeh 
Psillió. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden twee Twee 
bijzondere foortcn ; tewceten: bijzondere 

I. Psyllium annuum , of alle jaar vergaande 00rlcn ' 
Vlookrmd. II. Psylltum radice perenni , of 
altijd-durend Vlookruyd ; 't welk zelden meer als an- 
derhalve of twee voeten hoogte opfehiet ; doch zeer 
ruyg van Bladeren grocyd. Zijn niet van eenerley 
Bomving en Waarneeming , maar zeer daar in verfchil- 
lende. 

Beminnen nochtans beyde een goede* gemeene, zan- Grond, 
dige, varfch omgefmeetene , en met twee-jarige Paer- 
demift matig voorziene grond : een luchtige, vrije, wel 
ter Zongcleegene plaats, en tamelijk veel vochtigheyd. Zaad. 
Geeven ook ieder jaar, inzonderheyd bij goede drooge 
tijden, volkomen rijp Zaad. 

Het Psyllium annuum , of maar een jaar du- Eenjaar 
rende Vlookruyd , vergaat in den Herfjl ; na dat het dur end 
haar Zaad tot volmaaktheyd heeft gebragt. Moet JJ' °°"j 
derhalven ieder Foor jaar, met een wallende Maan van 
Maert , wederom op nieuws , niet diep, gezayd zijn. 
Komt anders ook van zelfs genoeg op van 't uytgeval- 
lene : en hier door kan deeze foort overvloedig aange- 
wonnen worden. 

Het Psyllium perenne heeft veel teederder Bla- Langdu- 
dertjens, boven malkander voortkomende in een ontel- rendVioo- 
bare meenigte aan beyde de zijden van hare ronde , ""J" 1, 
niet zeer dikke, doch houtachtige, mcenigvuldige, en 
uyt den bruyncn grijs-verwige Steelt jens; welke ze on- 
der geheel omhelzen. Zijn een vingerlid of daar on- Bladeren, 
trent lang; niet dikker als een draad van Stikzijde; don- 
ker groen-verwig; niet rond, maar gelijk als driehoe- 
kig ; het platfte boven met veele ruyge Hayrtjens be- 
kleed , en voor gantfeh fpits toegaande. Tuflchcn Knopjenr. 
welke, in 't opperfte van de Takjens, doch niet regt 
uyt 't Hert der zelve, voortfehieten eenige Knop jens , 
gemeenelijk zes digt bij malkander gefield, en teza- 
men ruftende op een dun Steelt je, ruym een lid eener 
vinger lang ; in welke Knop jens kleyne Bloemt jens wor- Bloemen, 
den gezien. 

Deeze foort blijft lange jaren in 't leeven. Is hard Hardhcyd. 
van aart j zoo dat ze , 's Winters buyten blijvende, 
lichtelijk verdraagd fterke Vorfl , en alle andere onge- 
leegentheeden des tijds : doch tot ouderdom gekomen, 
word ze door *de zelve van 't leeven beroofd. Geeft 
ook zelden, ten zij met heete, drooge jaren, volko- 
men rijp Zaad ; 't welk een wcynig langwerpig-rond , 
en bleek-bruyn van verwe. is. Echter kan men'ergoed 
en in alles volkomen Zaad van winnen, wanneer men Zaad; 
ze , met een waflènde Maan van /Jpril in een Pot ge- 
plant, 's Winters binnens huys brengd ; daar met mati- 
ge vochtigheyd onderhoud , en 's Zomers op een war- 
me plaats zet. 

Niet alleenlijk door dit Zaad, op de gemelde tijd ge- Aanwin- 
zayd zijnde, kan ze vermeenigvuldigd, maar ook aan- n«ng. 
gewonnenv/orden door hare dunne en teedere rijsachtige 
Takjens; welke men op de wijze der Angelier en , voor- 
zichtig met een Pennemes ten halven infnijd; met aarde 
aanvuld, of bedekt, en als ze Mortelen hebben gekree- 
gen , op de zelve genoemde tijd van de oude afneemt 
en verplant. 

KRACHTEN. 

HEt Zaad van Vlookruyd, of Pfyllium, 't welk Galm. lié* 
van deeze Plant alleenlijk in gebruyk is, doch *'" w /- 8 * 
niet dikmaal inwendig mag ingenomen worden, 
zonder groot gevaar, is koud in den tweeden, en droog 
in den eerften graad. 

Het zelve Zaad eerft een weynig gebraden , of ge- DoJ. /. 4« 
droogd, daar na maar eeven gekneufd , en zoo lang in c - V- 

Water 



«3T 



SerApit 
c. 110. 
Durantts 
lib.Htrh. 

fol-179' 



Vlookruyd. Keukenkruyd. Sleutelbloem. 8 3 tf 

KRACHTEN. 



Simf.e.zjf 



Min. I. 16 
t.8. 

Diofc. /. 4 
e. 70. 



Rutü. I. 3. 
f. 108. 



Water te weyken gelegt, tot dat het dik. en liijmerig 
is geworden ; dan ingenomen , verzacht allerlcy inwon 
dtgc verhitting en ontfleeking ; ook de rauwigheid van 
de Tong. Matigt de brand der Koortsen, en de Dorfl. 
Verdrijft de [menen des Ingewands. Is goed tecgens 
de Roodeloop , en maakt een zachte Stoelgang; inzon- 
derheyd vermengt zijnde met wat Syroop van bleek* 
roode Roozen» Drijft, ook uyt de geele Choleriaue 
vochten. 

Van deeze (lijmerigheyd 1, welke men noemd Muc- 
• cago , of Muccilago, word in uipotheeken gemaakt een 
Eleèluarium , of Slikking, zeer gepreezen tot het uyt- 
drijven der Galachtige vochtigheid; geneezing van hee- 
t€ Koortsen, pijn en draying des Hoof ds t de verhit 't ing 
van de Leever ; en van de Geelzucht, drie, vier, of 
vijf Drachmen daar van ingenomen. 

De zelve Muccago gelegt op een uytpuylcnde Navel, 
de Breuken der Darmen, allerley verhitting, 'tfprenkt 
Vuur , de Roos, 't Fierefijn, of 't Podagra, door hitte 
veroqrzaakt , Klieren , zweer ingen , waterige Gezwellen, 
enverftuykte Leeden, geneeftze ; neerht'er de brand en 
pijn van wech. 

Het uytgeparftte Zap der Bladeren in de Ooren ge* 
daan, dood de daar in'zijnde Wormen. 

Twee of drie druppelen van 't gediftilleerde Water 
deezer Plant in de Oogen gedaan, neemt de fmert en 
brand der zelve wech. 







Drie on- 

derfchey- 
dene foor 
ten. 



Grond. 



CCCXCVII HOOFDSTUK, 

KEUKENKRUYD. 

i << >< MÈ*Ê$Êi$&^ n aarc *'8 Gnvas > ^ us in het Needer* 

J landfeh genoemd, word in het Latijn 

geheeten (ook 'm' 1 Italiaan fch) Pulsa* 

TILLA, of Ook HERBA VENTI , OIR 

dat het Zaad , rijp zijnde , door de 
•wind word wechgenomen ; gintfeh en 
herwaarts gedreeven : in 't Hoogduytfch Kuchenkraut: 
in 't Franfch Coquelourdes. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden drie 
veranderlijke foorten ; te wecten : 

I, Pulsatilla flore simplici, of Keukenkruyd 
meteen enkele Bloem. IL Pulsatilla flore ple- 
no, of Keukenkruyd met een dubbele Bloem. III. Pul* 
satilla apii folio , of Keukenkruyd met Bladeren 
van Peterzelie. Alle zijn ze van de zelve Bouwing en 
Waarnèeming. 

Zij beminnen een goede, gemeéne, geheel zandige, 
en zeer wcynig of gantfeh niet gemeftte aarde : een 
luchtige , vrije , wel ter Zon geleegene , niet min- 
der dan een donkere of fchaduwachtige plaats; en niet 
veel Reegen. Blijven eenige jaren in 't leeven, en gee- 
ven, warm gefield zijnde, gemeenelijk ieder jaar vol- 
komen rijp Zaad. Verdragen felle koude, en dier- 
gehjke ongeleegentheeden der Winter, zonder groote 
fchade. 

Konnen niet anders vermeenigvuldigd en aangewon- 
nen worden, als door haar Zaad; 't welk met een waf- 
fende Maan van Moert , niet boven een ftroobrcedte 
diep, de aarde word aanbevolen; en zomtijds met Ree- 
genwater begoten moet zijn. De hier uyt voortko- 
mende jonge Planten geeven in het vierde en vijfde 
Bloemen. )*& o^r na hare cerfte 'Bloemen; welke men niet al- 
leen purpur en bleek-purpur-verwig , maar ook bij 
na geheel wit ziet , onaangezien zij uyt eeven 't zel- 
ve Zaad zijn voortgefprooten. Zeer nauw moet 
jnen op de inzameling van dit Zaad letten, vermits 
ft U fA gew0rden ZÏ)nde > door de Wind Schielijk 



Zaad. 



Aanwin- 
iling. 



KEukenkruyd , of Pulfan/U, is heet en droog tot DllrltM 
"denderden graad; ook zeer fcharp van fmaak ; $£%& 
doormndende,dunmakende, vertcerende, zuy-M33*. 
verende, en doorknagende van aart; dcrhalven niet ge- 
raadzaam is, 't zelve inwendig te gebruyken. 

De Wortelm Wijn gezoden, en daar van gedronken; mtth.l*. 
or twee Drachmen van het Poeder der gedroogde Wor- '• '71. 
telen met Wijn ingenomen, word zeer gepreezen teepens 
de Pc/l, allerley vergif ; de fteeken van vergiftige Die- 
ren, en de beeten van dolle Honden. 

De Bladeren gefloten, en van buyten opgqlegt, ma* DoJ / r . 
Ken op die plaats , weegens haren brandenden aart, groo* c . ó.* 
te en kleyne Bladeren , of Bleynen. 

- Het uytgeparftte Zap der Bladeren, op de hol- Tragusl.iï 
gemaakte Wratten gedaan, verteerd de zelve in een c - '37' " 
korte tijd. 

Het gediftilleerde Water der Bladeren en Bloemen 
word van zommjge met voordeel geordoneert en inge- 
geeven in Koortzen, welke nu en dan ophouden. 




CCCXCVIII HOOFDSTUK. 

SLEUTELBLOEM. 

Iet alleen dus genoemd in het Nee- Vcrfche^ 
der landfeh, maar ook van veele He- dc namen* 

MELSI.EUTEL , en SlNT PlETERS- 

kruyd. Word in 't Latijn geheeten 
Primula veris , Herba Paraly- 
sts , of Paralytica : in het Hoog- 
duytfch Schlusselblumj Himmelschlussel, en 
Sanct Peterskraut: in 't Franfch Cocu, Prayes 
de Cocu, en Primevere: in 't Italiaanfch Herba 
Parausi, en Fior di Primavera. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden Mcérdin 
meer dan tfeflig fchoone , bezienswaardige, verander- tfertig 
lijke foorten van verwen , binnen weynige jaren , uyt fchoone 
Zaad, door vlijtige oefFening van mij dangetceld ƒ wel- ES"?^ 
ker getal in verfchcydentheyd noch dagelijks vermeer- ten 
derd : zijnde voorzien niet alleen met enkele , maar 
ook met dubbele , en twee-voudige Bloemen , of Bloem 
uyt Bloem. Al de zelve onderfchcydenc foorten hier 
te willen verhalen, acht ik onnodig, en zou te lang val- 
len. Houde genoeg te zijn eenige daar van den Leezet 
hier voor te ftellen ; namentlijk : 

I. Primula veris flore pleno sülphureo \ aanKC- 
of geele dubbele Sleutelbloem. II. Flore luteo tecldj* 
pléno umbellato, of met een geele dubbele, Kroons- 
wijze veele op eene Steel bij malkander gevoegde Bloem. 
III. Flore gemino toto albo magno , of met 
een groot e fpier-witte Bloem uyt Bloem. IV. Flore 
gemino magno roseo grato , of met een groot e 
zeer aangename Roos-verwigc Bloem uyt Bloem. V. 
Pur pur eo , of van eeven zoodanige , met een pur- 
pure couleur voorzien. VI. Rubro, of roode. VIL 
Luteo, of geele. VIII. Obsoleto, of met een gelijk^ 
als verouderde gecoleurde Bloem. IX. Ferrugineo, v .in wcike 
of met een Bloem, van zulteen verwe gelijk, de hiervcer- 
roejl aan het Tzer. X. Flore variegato, of met een ticnder Ie/ 
bonte Bloem uyt Bloem. XL Caule folioso, of met een ^«re- 
geblader de Steel, &c. XII. Primula veris alpina fteldf 
folio rotundo, of Berg^-Slcutelbloem met een rond 
Blad; ook genoemd Sanicula alpina , Verbas- 
culum alpinum, en Paralytica alpina, Berq- 
Sanikel. XIII. Primula veris alpina folio ob-* 
Iongo, of Berg-Sleutelbloem met langwerpige Blade- 
ren. XIV. Primula veris alpina flore proli- 
fero , of Berg-Sleutelbloem met Bloem uyt Bloem, «e- 
meenelijk drie , of twee , boven een uyt malkander 
voortkomende ; en dan noch veel meer andere , toe 
Ggg 1 (gelijk 



«37 



Beschryving der Kruyden , Boelen en Bloemen , III Boek , 838 

dc aarde dringende , de Wortelen der Planten tot een 



Grond. 



Zaad. 



Hoe het 
zelve te 
winnen . 



en voorts 
waar te 
neemen 
ftaat. 



(gelijk wij alreeds gezegt hebben) boven de tfeftig 
in getal. Al re zamen zijn ze van ecven de zelve Bou- 
wifijf en Wa.mieeming. 

Zij beminnen een goede gemeene , meer zandige 
als andere , doch welgemeftte grond , uyt een na- 
tuurlijke eygenfehap. Hebben liever een donkere or 
fchaduwachtige, alseenopcne, luchtige, wel ter Zon 
gelecgene plaats; en begeeren veel Water. Vergaan niet 
haaft , maar blijven cenige jaren in 't leeven. Konnen 
felle koude en alle andere ongcleegentheedender^w/«- 
geduldig uytftaan. 

Bloeyen ieder Voorjaar, in de Maanden van April 
en May. Geeven ook in het laatftc van Junius en 
den aanvang van Julitu volkomen rijp Zaad. Het 
welk , wanneer de Zaadknop een weynig bleek ge- 
worden is, en zich aan haar eerfte punt maar eeven 
geopend heeft , fchiclijk daar uyt op de aarde neer- 
valt. Is bruyn-verwig , en platachtig-rond. Om de 
verhaalde oorzaak des uytvallens moet men wel nauw 
daar op letten , indien men 't begeerd in te zamelen. 
Ten dien eynde plukt men de Knoppen , als ze rijp 
zijn geworden, in 't geheel af, en men laat'er 't Zaad, 
zoo veel doenlijk is, in blijven. Dan bewaard men ze 
\ op een bequame, doch geen drooge plaats, tot 'mAu- 

tezayen, gojim of September', ter welker tijd men 'tZaaduytde 
Knoppen doed , 't zelve wel zuyverd; daar na met een 
volle Maan , of een weynig te vooren , zayd op een 
donkere of fchaduwachtige plaats, in zoodanig een aar- 
de, als hier boven befchreeven is; tewecten, een goe- 
de , gemeene , zandige ; genoegzaam voorzien met 
twee-jarige Koeyemift , zulker-wijze , dat het ruym 
een vinger breedte diep daar onder kome verborgen 
te leggen. 

Als men het nu de aarde dus heeft aanbevolen , 
ziet men het niet eerder als in May , of ten vroeg- 
ften in 't laatfle van April te voorfchijn komen. Bij 
droog Weer moet men 't , zoo wel terwijl 't noch 
onder de aarde legt, als wanneer 't zich begind te ver- 
tonen , dikmaal met Water begieten , zoo zullen de 
Planten niet alleen dies te eerder uytfchietcn , maar 
ook, uytgefchotcn zijnde, te beeter voortgroeyen. 

't Zij dat ze te digt bij malkander ftaan, of niet, 
in Jnlius, een weynig voor of met de volle Maan ver- 
plant men ze in een varfch-omgefmeetcne en welge- 
meftte grond , op een fchaduwachtige plaats : want hier 
door worden ze fterk ; en krijgen , voor een groot ge- 
deelte, in 't volgende foor jaar hare eerfte Bloem: wel- 
ke niet alleen in grootte , enkel- of dubbelheid der 
z^elve , maar ook in feboonheyd der veelvoudige cou- 
leur en zoo aangenaam en veranderlijk is, dat ze op een 
zonderlinge wijze deOogen en 't Hert dercurieufe aan- 
fchouwers vcrluftigt , met een vermaaklijke inwendige 
beweeging. 

Ondertuflchcn ziet men gemeenelijk, dat de grond, 
daar ze gezayd worden, ter oorzaak van hare donker- 
Slekken , ' nev( ^ > met een g r00t deel IVormenis vervuld; welke de 
en dierge- jonge opkomende Plant jens niet alleen zeer hinder- 
lijke onge- üjk zijn in haren groey, maar ook wel de zelve gant- 
fchclijk onder de aarde na haar trekken. Krachtelijk 
en fpoedig kan men dit quaad voorkomen , door alleen- 
lijk ft of van oprechte l'irqimaanfche Tabak^ op de aar- 
de te ftroyen. Want 't zelve is voor deeze Diert- 
jens zoo krachtig en onverdraaglijk , dat ze , zoo ze 
maar eens daar aan komen te geraken , terftond moeten 
fterven. De Sleden, en ander diergelijk Ongedierte in- 
dien ze daar over niet ftraks 't leeven verliezen , worden 
echter hier door opgeblazen, en gelijk als Waterzuch- 
tig; zoo dat ze van deeze plaats wech vlieden, en noyt 
weer komen. Hier bij ftaat te weeten , dat dit Tabal^ 
ftof, als 't twee of driemaal bereegend, of met Water over* 
goten is, krachteloos word gemaakt tot afweering van 
het gedachte fchadelijk gefpuys ; en moet derhalvcn, 
200 dikmaal als men 't nodig oordceld, weer vernieuwt 
worden. Te meer, wijl dit Poeder, door de Reegen in 



Verplan- 
ting. 



Middel 
teegens 



zonderlinge voedzaamheyd verftrekt. 

Alle oude Planten van Primula veris, of Slen- Aanwin- 
tclblocm, luchtig geplant ftaande, verliezen in 't mid- n "»g. 
den van de Zomer hare Bladeren, zoo dat ze t'ecne- 
maal verdord fchijnen te zijn : doch in den Herfft 
fchietenze weer nieuwe uyt. De geene, welke jcha- 
duw y of donkerheyd genieten , verliezen'er en behou- 
den'cr gemeenelijk cenige. Komen ook met haar nieuw 
geboren Loof eerder weer te voorfchijn als de andere die 
in opener lucht ftaan. 

Het Primula veris alpina , of Sanicula al- Berg-sie*. 
pina , Ber g-Sleutelbloem , of Berg-Sanikel , word intelblocm, 
een Pot gezayd ; op de zelve hier boven gemelde <* c r "der. 
wijze aangequeekt; op een donkere plaats gefteld ; ge- c 00rt * 
durig vochtig gehouden , en 's Winters binnens huys 
bewaard op een luchtige, gcenzins warme geleegent- 
heyd , doch zonder bevrooren te worden. Vermits 
deeze foort teederder van aart is, als de andere, 200 
vriefdze in zommige Winters wel geheel dood, als 
men ze buytcn laat blijven. Moet derhalven in de ) 

aarde gezet zijn op een warmer en luchtiger plaats > 
als de andere , bevrijd voor koude Oofte- en Noorde- 
winden. Is ook geraadzaam, gedurig een of twee van 
dit flag in Porten te planten , om in de Winter binnens 
huys gebragt , en daar voor een quade ftoot verzeekerd 
te konnen worden. 

Het Zaad deezer foort is zeer kleyn , en bij na ge- Zaad. 
lijk als ftof. Als 't rijp geworden is ( 't welk niet ge- 
beurd als in goede jaren) vergaan de Bladert jens ; ook 
wel eerder ; en daar blijft niets overig , als een kleyn , 
groen geftreept, en rond Knopje ; 't welk dikmaal met 
zijn ft'or -telt jens uyt de aarde oprijft,enalzoo verdroogt. Opmer- 
Staat derhalven voorzichtig daar op te letten , dat het ing ' 
zelve weer in de aarde gebragt, en tot in den Herfft 
met matige vochtigheyd onderhouden worde; opdat 
men niet plotzelijk zich te eenemaal van deeze foort 
mogt beroofd bevinden , 't welk dikmaal gebeurd door 
onbedachtheyd en verzuym. 

De jonge Planten, van Zaad voortgekomen , gee- Aanwin- 
ven, gelijk die van de andere foorten, in 't tweede Voor' nin 6* 
jaar hare eerfte Bloemen ; daar na vervolgens ieder jaar. 
Worden niet alleen vermeenigvuldigd door haar Zaad y 
maar ook door hare aangewafTene jongen : welke men 
met een waffende Maan, 't zij van Auguftus of Maerty 
van de oude afneemt , en verplant. 

KRACHTEN. 

SLeutelbloem, of Primula veris, is verdrogende tot Aart. 
in het laatfte van den tweeden graad ; ook een wey- 
nig afvagende van aart. 
In een Salade, Koeken, Warmmoes, of op eenige Renealm. 
andere manier in fpijzen gebruykt; of ook de geheele ffi p/ i""' 
Plant met Zelf en Majoraan in Wijn gezoden, of ge- aJ/t/J»./* 
diftilleert; of ook het uytgeparftte Zap der Bladeren c. 99. 
en Bloemen met Wijn ingenomen , helpt wonderlijk ^-Colnmi. 
de geene, welke beevende Leeden hebben ; Lam, ot É\% an ' 
Beroerd zijn. Verfterkt daarenboven het Hert , de Tragusl^ 
Harffenen, de Zeenuwen ; en het geheele Ligchaam. '•ƒ*•' 
Heelt de fteeken der Scorpioenen en Spinnen : is goed 
voor de ontfteeking des Bloeds : geneeft allerley uyt- en 
inwendige wonden of andere ver veeringen. Eeven het 
zelve vcnigtcn de Bladeren, wel geftoten, en daar op- 
gelegt zijnde. Dan noch opend de Sleutelbloem de FmthfMf- 
verftoptheyd der Nieren en Blaas. Drijft het Graveel "•'•3* 8# . 
af. Is goed voor de geene , die uytwendig of inwen- 
dig Gebroken , Gefcheurd zijn , of verftuykte Leeden 
hebben. Ook voor die van het Fierefijn worden 
geplaagd. 

De Bloemen alleen , of met de Wortelen van Salo- Dumnttt 
monsz.eegel, of Fraxinella , eerft cene nagt in Wijn ge- htft. f larf 
weykt, daar na gediftilleert , dan zich daar mee 's mor- hl 33f' 
gens en 's avonds gewafTchen , neemt wech de rim- 
pelen 



/ 



-Ttjxjj, 



Foi. 8 T^. 




F °l- 83^. 




$3? 



LoNGEKRUYD. WlLÖË t>RACON. BeRTRAM. 



pelen en fronjfelen des Aangezicht s : maakt een zuyver 

en blinkend Vel. 
Tatern.!.*» De Wijn , waar in alleen de Bloemen zijn gediftilleert, 
e. H' gedronken van zwangere Vrouwen , verfterkt haar zeer 

merkelijk , verquikt de Vrucht , en is goed voor alle 

zwakke per/bonen» 



CCCXCIX HOOFDSTUK. 

LONGEKRUYD. 



Namen. 




foorten. 



Grond. 



P het Neederlandfch niet alleen dus, 
maar ook van veele Onzer Vrou- 
wen Melkkruyd genoemd, ver- 
mits de Bladeren deczer Plant met 
witte plekken gelijk als Mell^ zijn 
voorzien. Word in 't Latijn gehee- 

ten PULMONARIA , of Ook SlMPHITUM MACUCO*- 

sum : in het Hoogduytfch Lungenkraut : in het 
Franfch Herba aux Poulmons : in het Italiaanfch 

POLMONARIA. 

Vier ver- Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden vier 
anderlijke veranderlijke foorten; te weeten : 

I. Pulmonaria flore purpureo, of Longekruyd 
met een purpure Bloem. II. Flore albo , of met 
een witte Bloem. III. Maculosa maxima, of zeer 
groot Longekrttyd , met fchoone wit-geplekte Bladeren. 
IV. Pulmonaria maculosa Gallorum, ofLon- 
genkruyd der Franfche , met aardige bonte Bladeren. 
Al te zamen zijn ze van eeven de zelve Bomving en 
Waarneeming. 

Zij beminnen een gemeene , zoo wel zandige als 
andere, doch welgemcftte grond:. een opene, vrije, 
bequaa-m ter Zon geleegene , en ook een fchaduw- 
achtige plaats ; met veel Water. Blijven eenige ja- 
ren lang in 't leeven. Verdragen felle koude , en al- 
lerley andere ongeleegentheedcn der Winter , zonder 
fchade. 

Geeven ook ieder Zomer volkomen rijp Zaad: 't welk 
met een waflende Maan van Maert of April, niet bo- 
ven een ftroobreedte diep gelegt , de aarde moet aan- 
bevolen zijn. Niet alleen hier door worden ze vermee- 
nigvuldigd, maar ook aangeivonncn door hare aangewaf- 
fene jongen; welke men met de gemelde Maan in April 
van de oude afneemt, en verplant. Als ze een tijd lang 
op eene plaats hebben ftil geftaan , zijn ze zeer be- 
geerig, om verzet te worden in een op nieuws om- 
gefmeetene en welgemeftte grond. Zonder zaying 
komen ze ook wel van zelfs genoeg voort uyt het 
neergevallene Zaad ter plaats daar ze eens geplant zijn. 

Fïet zeer groot Longekruyd , voorgefteld onder Num. 

ÏIL, of Pulmonaria maculosa maxima, heeft 

ZCC r me zeer fchoone, wit geplekte, ook licht en donker-groen 

fchoone bonte Bladeren', zijnde, gelijk die van de andere fbor- 

wit-ge- ten , fcharp en rauw ; een geheele voet , wat min of 

p cB meerder , lang ; voor drie vingeren breed, en daar in 

een fpits punt eyndigende; doch hoe lager , onder na 

de Wortel toelopende, hoe fmaller, en gelijk als plat op 

de aarde neerleggende. Ook veel grooter, en blauwer; 

daarenboven wel geheel blcek-roode onder de blauwe 

vermengde, hier en daar aan de Steelen in Aprilen May 

voortkomende Bloemen. 

Het Pulmonaria maculosa hispida, of Ma- 
culosa Gallorum, ruyg Longekruyd , of Longe* 



8 4 



Zaad. 



Aanwin- 
ning. 



Groot 
Longe- 



Ruyg 
Longe- 



Lonsc- ° kr u )d der Francoifen, heeft aardig-bonte Bladeren , uyt 
kruyd der een veelvoudige, dunne, flegte, teedere, regt in de 



Francoi- 
fen. 



aarde neerfchietende , van binnen witte , van buyten 
bruyn- of bleek-zwart-verwige Wortel, ieder Voorjaar 
in 't laatftc van May zoo meenigvuldig en digt op mal- 
kander gefteld , dat ze de eene de ander fchijnen als 
Gedaante voort te ftoten , te voorfchijn komende. Van een 
der Blade- kluchtige en bevallijke aanfehouwing zijn ze ; bekleed 
met een ruyge witte wolligheyd; zoozeer, dat ze, alsze 



ren. 



uyt de aarde voortkomen , eerft als gantfchclijk wit-rv.™ 
worden gezien; doch daar na in grootte toenecmende» 
verminderd deezc ruvgheyd. De grootte dcezer Blade* 
ren is ongelijk; en de grootfte zijn cen vinger lang, een 
lid van een vinger > wat meer of minder, breed: in 't 
midden op het breedfte; van daar allenxen fmaller wor- 
dende, en voor in een fpits punt eyndigende ; doch 
daar niet zoo veel als na bcneeden : aan bcyde de zijden 
fpits* niet diep , getand: niet dik van fubftantie : bo* 
ven blcek-groen van verwe, en aldaar wonderlijk ver* 
cierd met zeer veele uyt den gcelen bruyne, of zwart* 
groene plekken en {treepen : onder uyt den groenen 
een verwig-blauw : ruftende op langachtige ruygè 
Steelt jens : altijd regt omhoog (taande, en in 't mid- 
den begaaft met cen regt-doorïopende groote Ader ; 
waar uyt verfchcydene kleyne opwaarts ter zij den voort- 
fpruyten. 

Uyt der zelver middenfte Hert worden voortgebragt Geftalte 
eenige ronde , bleek-groene , ontrent een maatvoet der Biot». 
hoog opfehietende teedere Steden , boven gemeenelijk mcn ' 
in twee of drie deelen gefcheyden : waar op in 't laatfte 
van May de Bloemen zich vertoonen; tamelij k-groot > 
fchoon-geel van verwe, zonder eenige reuk. Beftaan 
uyt veele langwerpig-fmalle > en alleenlijk boven een 
weynig ingefnecdene Bladert jens, in 't ronde gefield; 
van binnen voorzien met veele Veezeltjens. Vijf, zes 
of zeeven dagen lang blijven ze goed. In grootte, ge- 
daante, en ftelling zijn ze die van het Hieracium fuave 
rubente f ore Fabii Column* , of Havikskruyd met een 
Ueflijk^roode Bloem des Heer en Fabïi Columns , 
niet ongelijk. Eyndelijk vergaan ze in haar zelven, en Zaad» 
bewaren in een ruyge wolachtigheyd een zwart» dun 
en langwerpig ZW, als 't rijp is geworden. 

KRACHTEN. 

Longekruyd , of Pulmonaria <, is verdroogende » Bttrimttt 
te zamentrekkende, en afvagende van aart. l"fi- pltl » h 

In Wijn gezoden , en daar van 's morgens nuch--' 37 '' 
teren een Roemer met Zuyker gedronken , of het uyt- 
geparftte Zap met Zuyker en Wijn ingenomen, of ook DoJ. /.ƒ. 
het Poeder der gedroogde Bladeren met Wijn of ander c - lö \ 
Nat gebruykt, verfterkt het Hert; geneeft degebrce- c %' '* k 
ken en verft optheyd der Longei ook de Wonden, vuyle n,bvl. I. U 
gezwellen, en de zweerende Nagelen ; 't welk ook de fol.69}. 
bladeren verrichten, geftoten en daar op gelegt. De ge- 
melde dranl^ is zeer goed voor de geene die de Teering 
hebben , en ftilt het Bloedfpouwen, 



CCCC HOOFDSTUK. 

WILDE DRAGON. 

Jet alleen dus in het Neederlandfch > Namcrt. 
maar ook van zommige wilde Blr- 
tram , en wild Tandkruyd ge- 
noemd t in het Latijn Ptarmica 
vui garis, PYrethrum sylvestrt, 
en Draco sylvestris : in 't Hoog- 
dttytfch wilder Bertram : in het Franfch Pyre- 
ïhre sauvage : in 't Italiaanfch sternutella, en 
Ptarmica. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden drie Drie on- 
onderfcheydene foorten ; namentlijk : den 1 

I. Ptarmica vulgaris folio crenaTö , of tco> 
wilde Dragon , met gekartelde Bladeren. II. Folio 
non cr e nato , of met Jlegte Bladeren. III. Ptar* 
mica floRe pleno, of wilde Dragon met dubbele 
Bloemen , van cen bevallijke aanfehouwing. Al te zal- 
men zijn ze van de zelve Botwing en Waarneeming. 

Zij beminnen een goede gemeene, zoo wel fteenige als Grond, 
zandige, doch welgemeftte grond ; een fchaduwachti- 
ge, ook een opene, vrije plaats, en veel Water. 

Ggg 5 Geeven 




Zaad. 



841 Beschryving der Kruyden \ Bollen en Bloemen , III Boek, 842, 

Geevcn ieder jaar volkomen rijp Zaad , inzonder- 
heyd met een drogen Herffl ; behalven die met fchoo- 
ne dubbele "Bloemen ; Welke in deeze Landen ( mijns 
s) noytccnigZaad hebben voortgebragt. Konnen 



wectenv »»'/* *•—"&— o o - 

felJe Porft , en meer andere ongcleegentheeden der Win- 
ter, zonder fchade uytftaan. Blijven niet altijd groen; 
maar hare Sieelen en liladeren vergaan door de koude. 
Schieten echter in 't Voorjaar bij de Wortel , op nieuws 
Aanwin- weer uyt. . Konnen aangejvonnen en vermeenigvuldigd 
n'flg- worden , niet alleen door 't gemelde haar Zaad, 't welk 
met een waflende Maan van Maert, niet diep, in de 
aarde word gclcgt; maar ook door hare aangegrocydc, 
de grond door-lopende , en van zelfs Wortel-fchietende 
jon^e Looten ; welke men op de zelve tijd , en met de 
genoemde Maan , van de oude afneemt en verplant. 

KRACHTEN. 

Galen. Ui. W7J^ e D ra g°" > of Ptarmica Vulgaris, is warm 
MediSimp. \ \J in den tweeden en droog in den derden graadj 
*• Vt ook openende, verdcelende, verteerende, dun- 

makende, en doorfnijdende van aart. 

De Bloemen en Bladeren groen gefloten, en gelegt 
op blauw-geflagene , gevallene , of geflotene plaatzen 
des Ligchaams , ook op Buylen en "Blutsen , fchey- 
den het daar in zijnde geronncne Bloed ; doen ze ver- 
gaan , en geneezen ze. 
Durantes De Wortel in de Mond geknauwd, verdrijft dcTand- 
f'f ' F J? nt ' pij" > en tre ^ c ^ e Jlijmerighcyd uyt het Hoofd wech. 
I" ' 3 Word derhalven zeer gepreezen tcegens de Zinkingen , 

en de vallende Ziekte. 
Bod. 1. 24. De Bladeren worden ook voor opregte Dragon in allo 
*->8- Saladen gebruykt. De zelve gedroogd, en 't Poeder 
f'iQi *' ^ 2XC van m ^ e ^eus opgetrokken , doed Niezen. 

CCCCI HOOFDSTUK. 

PYRETHRUM. 



Namen. 




Grond. 



Zaad. 



An de Needer landers dus genoemd j 

defgelijks van de Hoogduytjchers ; 

doch bij deeze voerdze ook de naam 

van Geyferwurtz; zoo veel als Ze- 

vcrwortel. Word in 't Latijn gehee- 

,ten Pyrethrum , of Pes Alexan- 

drinus : in het Franfch Pied d'Alexandre: in 'c 

Italiaan fch Pirftro, of ook Bertram. 

Is een aardig Gewas. Bemind uyt eygener aart een 
goede, gemeene, zandige, met een weynig twee-jari- 
ge Pacrdemifl: , en 't Mol der verrotte Boombladeren 
doormengde grond : een opene, warme, wel ter Zon 
geleegene plaats, en matige vochtigheyd. 

Geeft gcmecnelijk, inzonderheyd bij drooge Naja- 
ren y volkomen rijp Zaad. Kan op geenerley wijze de 
ongcleegentheeden der Winter , of vecle Herfflreege- 
nen uytftaan, buyten blijvende. Moet derhalven , met 
een waflende Maan van April in een Pot geplant zijn- 
de , voor vecle vochtigheyd zorgvuldig gewacht , en 
's Winters binnens huys, op een zeer luchtige plaats ge- 
bragt worden , waar in niet als bij vriezend Wéér word 
Hoc in de gevuurd. Doch noch beeter is 't , zoo 't ecnigzins 
gefchicden kan , buyten gevaar van bevriezing , haar 
geen vuur te laten genieten. Ook moet men haar, ge- 
durende de Wimer , onderhouden met zeer weynig , 
bij na geen vochtigheyd, wijl ze door de zelve zeer 
lichtelijk vergaat. Niet voor in 't laatfte van Maert, 
of 't begin van April , na geleegentheyd van de be- 
quaamheyd des rijds, mag men ze weer buyten ftellen, 
met een zoete Lucht , en aangename Reegen. Dan 
noch eevenwel haar wel nauw wachten, en voorzichtig 
dekken voor stAWmtr, k$udenagten, hayrigeof fchrale 
Oojle- .en Noordewinden. 

Zij blijft van naturep altijd groen ; doch zelden 



V/inter 
waar te 
necmen. 



langer dan drie jaren in 't leevcn. Kan ook niet anders Aan • 
aangeivonnen of vermeenigvuldigd worden , dan door ning. 
haar Zaad\ 't welk met een waflende Maan van May 
in een Pot, niet boven een ftroobreed diep, hol en luch- 
tig gezayd moet zijn. 

KRACHTEN. 

DE Wortel van Bertram, of Pyrethrum, is ver- Ftrn.i. 6t 
warmende en verdrogende van aart, tot in den ****/>.' 
derden graad. ^ed. 

De zelve gedroogd , gepulverifeert , met Honig Diofi. /.. 
vermengt , en zoo ingenomen , doed zweeten .- brengt c ' bó - 
weer te regt alle ver koude en lamme Leeden , en de Dod ' l ' ""' 
beeving der Zeenuwen. Verfterkt de koude Harffe* '' **" 
nen, en verloft de zelve van alle overvloedige flijmt- 
righeyd. 

De Wortel gedroogd, en aan de killende Tanden ge- Lufit. / , 
fcgt» °f geknauwt, neemt'er de pijn van wech. f. 83.' 

De zelve in Wijn gezoden, en daar van gedronken, 
's morgens nuchteren, een Roemertje vol , drijft uyt, 
zoo door de Blaas, als Stoelgang, alle grove , taye cn/lij* 
merige vochten. 



CCCGII HOOFDSTUK. 

ZEEPKRUY 






gg^M& Us in het Neederlandfih genoemd , Namcn , ea 

*jffi^\'- ° m dat hct Za P van dceze Plant, cc- waarom. 

'SSïïlll Ven geli ^ k de Zeep > aUerley/^/^» 

I wech neemt, fchoon en zuy ver maakt. 

V Word in het Latijn geheeten Sapo- 

fèfti naria : in het Hoogduytfch Wesch- 

KRAUT, of Ook St YFFENKRAUT, «l 

Speychelwurtzel: in 't Franfch HtRBE au fou- 
lon , of l'Herbe savoniere : in het haliaanfch 
Radicette , Herba lanaria , en Herba da 

TINTORE. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden twee Twee bij. 
bijzondere foorten \ namentlijk : zondere 

I. Saponaria vulgaris , of gemeen Zeepkruyd. { °° Itcn ' 
II. Saponaria glnuina, of opregt Zeepkruyd; van 
zommige genoemd Struthium antiquorum , 
dat is , Struthium , of opregt Zeepkruyd der Oude. 
Beydezijnze in hare 'Bouwtng en Waarneeming zeer ver- 
fchillende. 

De Saponaria vulgaris, of \ gemeen Zeepkruyd, Gemeen 
bemind een goede, zandige , liever gemeftte als onpc- Zec P- 
meftte grond: een vrije, wel ter Zon geleegene plaats kruyd * 
en veel Water. Blijft lange jaren in 't leeven. Bloeyd 
ieder Zomer zeer vermakelijk ; doch geeft in deeze on- 
ze Geweiten noyt eenig volkomen rijp Zaad. Ver- 
draagd felle koude, en alle andere ongeleegenthceden der 
Winter , zonder eenige fchade. Onaangezien zij hier Aanwin-' 
geen Zaad geeft, zoo kan men ze echter aanwinnen ning. 
en overvloedig vermeenigvuldigen , door hare bij de 
Wortel uytfchietende , en de aarde zeer doorloopcnde 
jonge Scheuten. Welke men , van zelfs Wortelen ver- 
kreegen hebbende , met een waflende Maan in Maert 
of April van de oude afneemt en verplant. 

Men bevind dit gemeen Zeepkruyd te zijn van dee- Zc ,d za mc 
ze zeldzame en aardige eygenfehap, dat het, nieuwe- cygen- 
üjks opgenomen en verzet zijnde , niet anders als t'ee- fcha P dcc " 
nemaal enkele Bloemen te voorfchijn brengt; doch nu ZCrP]ant, 
een jaar of noch langer, geftaan hebbende, worden ze 
gelijk als kleyne Roosjens; veele te zamen groeyende,al 
te zamen weer geheel dubbel; 't welk een bevallijk aan- 
gename aanfehouwing geeft. 

Het Saponaria genuina, of opregte Zeepkruyd ; Opregt 
anders Struthium antiquoruiu, of vroot Zeepk>uyd^ c r\ Aet 
der Oude, is van een veel tecderder aart. Bemind een £$ *' 
goede zandige aarde , 



met een weynig twee-jmge 
Paerdc- 



843 Zeepkruyd. Roozewortel. Radys. 



(".rond. 

Wortel. 
Steden. 



Bloem- 
knoppen 
maar opc 
nen zich 
noyt in 
bnzc Ge- 
Wcften. 



Diaderen. 



Hoedanig 
inde Win- 
ter waar 
te nemen* 



Pacrdemift , en het Mol der van binnen verdorvcne 
Boomen, of anders voor dit, verrotte Boombladeren , 
doormengt : een warme luchtige , wel ter Zon gelec- 
genfe plaats, en matige vochtigheyd. Word van na- 
turen zeer oud. Schiet ieder jaar uyt hare tamclijk- 
dikke, ronde, voor ftompachtig-fpits toegaande, en 
afchgrauw-verwige Wortel eenige Steden, een, en ook 
anderhalve voet hoog; rond, bleck-groen van couleur, 
in veele Zijde-takjens verdeeld ; altijd voortkomende 
uyt het midden van twee regt teegens' over malkander 
zittende, fmalle, voor fpits-toegaande, en de Steel on- 
der gantfeh omvattende Bladert jens : uyt welke ook in 
het alderbovcnfte der Steden gezien worden , om te 
bloeyen , veele bij malkander gevoegde ronde Knop jens, 
de een hooger als de andere op tcederc en korte Steelt- 
jens uytfchietende ,' inzonderheyd bij hecte Zomers : 
doch openen zich noyt in deeze onze koude Gewe- 
flen. Indien ze tot hare volmaaktheyd konden ge- 
raken, zoo zouden de Bloemen zich geel-verwig ver- 
tonen, want hare tocgeflotcne Knoppen ziet men van 
buyten altijd geel. 

Deeze foort vcilicft niet; gelijk de voorige, in de 
Winter al hare Binderen ; maar behoud altijd eenige 
groene bij de Wortel; waar uyt in de volgende Zomer 
weer nieuwe Steden te voorfchijn komen. Deeze Bla- 
deren zijn donker-groen-verwig , veele bij malkander in 
een Top te zamen-gevoegd ; gemeenêlijk neerwaarts 
hangende ; niet zeer lang ; fmal ,• met geen zichtba- 
re .Aderen begaaft , maar in 't midden voorzien met 
een Rugge. 

Zij kan op geenerley wijze veel koude Herfftree- 
genen , fterke Winden , Sneeuw , of eenige Vbrft ver- 
dragen. Word derhalven , met een waiTendc Maan van 
April door Zaad, uyt hcete Landen herwaarts gezon- 
den , opgekomen zijnde, in een Pot geplant in 't be- 
gin van Ottober ; de aarde droog geworden, binnens 
huys gebragt , op een bequame plaats ; luchtig , en 
waar in niet anders als bij vriezend Wcér word ge- 
vuurd. Gedurende de Wintertijd moet ze alleen met 
zeer weynig lauwgemaakt Reegenwater van boven be- 
goten, en niet weer buyten gezet worden voorin het 
begin , of ten halven van April , met een aangename 
Lucht en zoete Reegen. Dan noch wel gedekt en voor- 
zichtig gewacht voor koude nachten, Snecuwigc voch- 
tigheyd, enjchrale Ooftewinden. 



834 



Aart. 



P//'». /. 14. 
f. 11. 



Z 



KRACHTEN. 

Eephruyd, öf Saponaria + is warm en droog van 
aart, tot in den derden graad. 

De Mortel in Wijn gezoden , en daar van 
gedronken , maakt een week Ligchaam : opend de 
verjhptheyd van de Leever ; doed gemakkelijk Water 
lojfen; zuyverd der Vrouwen Moeder; en is goed voor 
de Geelzucht. 
toiofc.l.%. , Met Wijn en Garftenmeel gekookt j dan op koude 
'• ,0 3« Gezwelle n gelcgt , doed de zelve verteeren. 

De Wortel gedroogd , gepulverifcert, en daar van 
twee Drachmen, met Honig vermengt, ingönomen , 
is goed voor de Hoeft, en een benauwde Borft. 
Galen. 1 8. De zelve met Honig in de Neusgaten gedoken , 
Simp.fac. tre k t a i j e Fi U y Wen van ^ e Harjfenen wech , en doed 
JViez.cn. Het zelve Poeder met Edik en Garftenmeel 
vermengd ; dan plaafters-wijze op de Schurftheyd , 
en andere onzuyverheeden der Huyd gelegt, doed de 
zelve verdwijnen. 
iiod.l.6. Het uytgeparftte Zap der "Bladeren reynigd de Wol, 
*' tl ' de hakenen; en maakt zuyvere Handen , de zelve daar 
mee gewaffchen zijnde. 



CCCCIII HOOFDSTUK. 




RADIX 
Franfch 



ROOZEWORTEL. 

An een ieder dus in 't Neederiandfch Namcn.eri 
genoemd , om dat de zelve, met de waarota *. 
Handen gewrecven zijnde, een aange- 
name Roozereuk^ van zich geeft. Word 
ook ceven daarom in 't Latijn gcheeten 
Radix Rosea ; dan noch Rhodia 
in het Hoogduytfch Rosenwürtzel : in het 
Racine sentant les Roses : in het Ita- 
liaanfch Rhodia Radice. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden twee Twee ver- 
veranderlijke foorten ; teweeten: andcrlijkc 

I. Rosea radix elatior , of hoogft-opfehietende foortcn « 
Roozewortel. II. Rosea radix crispiöri folio 
humilior , of lager Rooznvortel , met gekruider of 
ft erker getandde Bladeren. Bcyde zijn ze van eeven de 
zelve Bouwing en Waarneeming. 

Zij beminnen een goede , gemeene , zandigc , en Grond, 
matig-gemeftte grond : een luchtige , wel ter Zon ge- 
leegene plaats, en niet al te veel vochtigheyd. B lonen 
wel ieder Zomer , doch geeven in deeze onze Geweften 
noyt eenig rijp Zaad. 

Worden echter genoegzaam aangetvonnen én ver- Aanwin- 
mecnigvuldigd door hare aangegroeydc _/'o»g£ Wortelen: mn B' 
welke men met een waflende Maan van Maert of 
April van de oude affnijd , of afbreekt ; en niet haaft 
vergaan ; maar veele jaren lang in 't leeven konnén 
blijven. 

KRACHTEN. 

ROozeivortel , of Rhodia Radix i is koud en Mattb. l.£ 
droog van aart; 't Hoofd zeer verftërkcnde , C ' 4U 
door de zeer aangename Rooze-geur, welke ze 
van zich geeft. 

Gedroogd, of groen geftoten, en met Roózewater Dioft. 1.4. 
vermengt , verdrijft allerley Hoofdpijn , veroorzaakt c - ♦*• 
door hitte. Daar teegens , vermengt met het gediftil- 
leerde Water van Majoraan (of Mariolein) is goed 
voor de Hoofdfmerten , welke haren oorfprong uyt 
koude hebben. 



CCCCIV HOOFDSTUK. 

RADYS. 

En Gewas , aan élk genoeg bekend , framcfl.; 
en van veele zeer begeerd , weegens 
de daar in zijnde aangename en ver- 
frifTchende fcharpheyd, word in het 
Neederiandfch dus genoemd: in het 
. Latijn Radicula, of ook Rapha- 
nus : in het Hoogduytfch Rettich: in het Franfch 
Raifort : in het Italiaanfch Raphano, Ravano , 
radice, en RadicCio. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden vier Vier on- 
onderfcheydene foorten ; te weeten : dew foor- 

I. Radicula sativa minor, ofkleyne, tamme, tcn# 
gemeene Radijs. II. Major sativa nigra, óf groo- 
tezwarte tamme Radijs. ÏII. Major sativa alba, 
of groote tamme witte Radijs; van welke foórt zom- 
migc met lange, andere met ronde Wortelen worden ge- 
zien; van veele geheeten Rommulatzen , of volgens Romrin> 
de gemeene uytfpraak Ramelatzen; in 't Italiaanfch Jatzcn - 
Remolazzo. IV. Radicula sylvestris, of u//7- 
de Radijs. Niet alle zijn ze van de zelve Bouwing en 
Waarneeming. 

Zij beminnen echter al te zamen een goede, gemee- Grond, 
ne, zandige, en flegts met weynig twee-jarige Paerde- 

mift, 




Kleync 

gcmccne 

Radijs. 



bi Beschkyving der Kruyden, Bollen en Bloemen , III Boek 8 4 eJ 

•a ond- wan, te veel isvoor haat quMdi g«F«™ »* f bo,crd Brood e " w . at 2°»^°^? 

m.ll voorziene grond, wan : ^ ^^ 2e ^ , t LlgchMm wcynlg voedzel geeft. Voor der , C/ ,,„.., , 

TZéotr ftfcrifk wormfteckig worden. Voorn, 
een'luchnge, vrije, wrfgeleegene plaats, en tanïeluk 

veel vochridicyd. 

dILdicula sativa minor, of klcynegeme*- 
„e Radijs, word gezayd en de aarde aanbevolen ieder 
rnrjJr, met een vvalTende Maan van Maert, m* 
diep in de aarde gclcgt. Anders gefchicd , om deeze 
Vrucht vroce te mogen hebben , de Zaymg ook wel 
in Februanus, te gelijk met de lattuw, oiLattouw- 
Salade, in 't Latijn LaUnca. Haaft.g fchict deeze/W 



Groore 

tamme 

Radijs , 

zoo witte 

alt zwarte Myen 

foort> 



op>en zeeft in den/*>/y? volkomen rijp Zaad: twelk, 
oelijk ook alle andere foorten van Zaden, met droog 
Weer moet gewonnen zijn. Hier mee vergaat ze ; en 
moet derhalven in ieder roorja.tr door haar Zaad weer 
aangewonnen worden. , 

Aanmcr- Hier bij Haat weer aan te merken , t geen alreeds 
k,n S- voor deezen is gezegt, tewceten, dat alles, wat zijn 
Vrucht in de aarde geeft, As Wortelen, Knollen, Ra- 
dijs, &c. met een afgaande Maan de aarde moet aanbe- 
volen zijn. Echter heeft deezen Reegel zomtijds een 
uytneemwg, gelijk wij ftraks zullen aanwijzen. 

De Radicula major sativa, of groore tamme 
Radijs, zoo wel de witte ds zwarte foort , kan men 
ook op de voorgenoemde tijd en met de gemelde Maan 
doch dan fchieten ze zeer haaftig op , en wor- 
den /lollig, of voos, onbequaam om te nuttigen. Is 
derhalven veel gcvocglijkcr, dat men haar zayd met een 
wallende Maan van Julius , niet eerder. Want dan 
fchieten ze niet voor de Winter. Blijven ook zeer 
goed, om gegeeten te worden ; niet alleen in 't overi- 
en opraer- ge van de Zomer, maar ook zelfs door de geheele Win- 
king on- tertijd, wanneer men met een volle Maan' van Ottober 
bouwing of November (na geleegentheyd dat de tijd zich aan- 
d«r zelve, fteld) eenige der zelve opneemt, en dan in droog zand 
legt, 't zij in een kelder, of in eenige andere plaats ; 
daar de Vorft niet kan indringen. Daarenboven is dit 
middel dienftig ter aanwinning. Want buyten blijven- 
de, worden ze dikmaal door een fterke Vorft gantfehe- 
lijk van 't lecven beroofd. Doch deezer wijze bewaard 
wordende, kan men ze daar na met een volle Maan 
in Mam weer op een goede warme plaats in de aarde 
zetten. Dus zullen ze in April fpoedig voortgroeyen , 
en in de Maand Auguftus volkomen rijp Zaad gee- 
ven ; 't welk men , op de gemelde tijd , de aarde 
weer aanbevecld , niet boven een ftroobrcedte diep 
gclcgt. 

Als men zomtijds met de voet een wcynig treed op 
de Bladeren deezer foorten , zoo worden hare Worte- 
len dikker als anders. Ook kan men de befte kennen 
aan de gedachte have Bladeren: want hoc zachter men 
de zelve bevind in 't handelen, hoc lieflijker de Wor- 
tel in 't eeten. Hoe ook de Schel van de Radijs dun- 
ner word gezien , hoe de zelve aangenamer van fmaak 
valt. 
Wilde Ra- De Radicula sylvestris, of wilde Radijs, valt 
V s ' van naturen zeer fcharp te gcbvuyken. Om noch ge- 

geeten te worden , is ze in de Maert alderbequaamlr. 
Vergaat niet haaft, maar blijft veele jaren in 't leeven. 
Word, gelijk de andere foorten, door haar Zaad aan- 
gewonnen en vermeenigvuldigd. 



Hoe men 
de befte 
aan de 
bladeren 
kan ken- 
nen. 



KRACHTEN. 



G/r/oiJ.8. 
Simp.fac. 



RAdijs, of Radicula, is verwarmende in den der- 
den , en verdrogende in den tweeden graad ; ook 
openende en dunmakendc van aart: welke ey- 
genfehap voornamentlijk beftaat in de uytwendigc 
Schorjfc, of Boft: anders is 't inwendige Pit meer ver- 
koelende als verwarmende. 
Laft.l.x. De Radijs matig gebruykt , is aangenaam. Maakt 
taart. 107- ec " graage Maag, maar ook Winden. Doed de ande- 
re Jpijzc» wel verteeren ; bijzonderlijk na de Maaltijd 



ze aan t ^. b » 

eeten genuttigt ( ten ware voor een hitsige Maag) , of de Ali m \ 
ook te veel daar van gegeeten, (trekken ze de Maag io\f ac * 
bezwaring; want zijn zeer qualijk te verteeren; ver- 
wekken veele Winden; veroorzaken walging en oprif- 
ping ; ook een ftmkende Maag. Doen Luyze.i groei- Dhfc. /, ,, 
jen; de zwangere Vrouwen een Misval krijgen ; de Cll 37- 
menfehen mager worden, en zijn fchadelijk voorde 
Oogcn. 

Radijs 'm Wijn gekookt, of gediftilleert , en daar DoJ. 1. 23. 
van 's morgens nuchteren gedronken, doed gemakke-^r 
lijk en veel Wal er lof e» ; de Fluymen , op de Borft leg- jj™/'. 
gende, rijp worden, en uytwerpen. Is goed voor een Mtd. 
verouderde Hoeft; voor de beeten en fteeken der giftige 
Bieren j 't Graveel ; de Waterzucht ; de verftoptheyd 
van Leevcr en Milt ; de pijn der Lendenen; 't Colijl^; 
Vergif; de Koudepis, en andere gebrceken. Verwekt pl,n ' l - 10 « 
een heldere ftcm ; de Maandftonden der Vrouwen ; 
veel Melks in de Borften der zoogende : fcherpt het 
verft and ; ook 't Gedicht , de Oogen daar meê ge- 
walTchcn. 

Radijs kleyn gehakt, met Wijn befprengt, in een Matthlu 
Pan warm gemaakt , en dan boven de fchamelheyd ge- c * 100 " 
bonden, doed de geencj welke haar Water niet konnen 
maken, 't zelve gemakkelijk lollen. 

Nuchteren Radijs gegeeten, is een bewaarmiddel tee- 
gens Vergif. 

Het Zaad van Radijs, zijnde veel krachtiger als de T b. Dorjl t 
Bladeren of Wortelen, met Honig en Edik 's morgens h Jf l '^'"' 
nuchteren ingenomen , dood en jaagt uyt de Wormen, 
Twee Drachmen daar van 's morgens rauw uyt dG 
hand gegeeten , drie dagen achter malkander, en t'el- 
kens, een halfuur daarna, een weynig Brandewijn , 
op zwarte Aelbeziën gezet, gedronken, is een heerlijk 
middel teegens 't Graveel. 

Het zelve Zaad in Wijn gezoden, dan gezeygd, en P" ra,7 . ,ts 
gedronken, is goed teegens de Peft , gelijk men dikmaal /^'g™'* 
heeft ondervonden. Met Edik ingenomen, verminderd 
een groot* Milt, 



CCCCV HOOFDSTUK. 

PEEPERWORTEL. 

P het Neederlandfch ( weegens hare Verfchcy- 
■ fcharpe en bijtende fmaak) niet alleen- dc n;imcn ' 
lijk dus, maar ook Peeperkruyd, 
en Meerradys genoemd, word in 't 
Latijn geheeten Radicula magna, 
Raphanus rusticanus , en Ra- 
phanus MACNus : in het Hoogduytfch MeerrettiG 
(waar van bij ons gekomen is net verbafterde Mier- 
Edik) en Krajen: in 't Franfch Grand RAFAiN,of 
Grand Raifort; en in 't Italiaanfch Rafano, Rjv- 
dice, en Ravanello. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden twee Twee on- 
onderfcheydene foorten ; te weeten : denefoor- 

I. De gemelde Raphanus rusticanus, of^- ten . 
meenc Reepenvortel. II. Raphanus aquaticus of- 
ficinarum , of Water-P eeperwor tel, in de Wink£^n 
der Apotheekers gebru-jlilijk- Beyde zijn ze van ontrent 
eevcn de zelve Bouwing en Waarneeming. 

De Raphanus magnus, of groote Peeperwortel , Groote 
bemind 'een goede, zandige, of veel meer een Keyftee- P "P££ 
nige , gemeenc aarde, met twee-jarige Paarde- en Koe- Gron( j t 
mift genoegzaam voorzien. Heeft liever een vrije , 
wel ter Zon geleegcne, als een fchaduwachtige plaats ; 
en eyfcht veel Water. 

Geeft in decze onze Landen zelden Bloemen; veel Hoe deeze 
min eenig Zaad. Heeft echter in 't jaar 1673. in ' c iJoeyd 
laatfte van May, voor de eerftemaal bij mij hier binnen hcc f t> 
Groeningen gcbloeyd : zijnde boven op zijne ronde Steel, 

drie 




IPfeEPfeltWOllTEti R 



/anwin- 
ning, 



en wit 
daar bij ia 
agttenee- 
men ftaat. 



Water- 

Pceper- 

wortcl. 



Zaad. 



Aanwin- 
niDg. 



JEgin. I. j, 



Lonk. I. i 

C.24J. 



~RntlL 1. 1. 

'■47- 
Camerar. 

l.i.c. az. 

Trag. I. t. 

,.63. 

LobtlM.l. 



Water te 
bercyden j 
zeer tref- 
felijk 



teegen s de 
Scheur- 

buyk, of 

Blauw- 
fthuyt. 



Ut 

idiie of vierdehal vè voet hoog ; verdeeld in veele kley- 
re Zijdetakjens; aan welke veele Bloemen wierden ge- 
zien, Ayrs-wijue bij malkander gefield; de eenc na de 
andere open gaande. Zijn niet groot i en fpier-wir. 
Beftaan uyt vier voor rond toelopende Bladert jens , 
Jcruys-wijze gefchikt; houdende van binnen inwendig 
zes kleyne geelc Knop jens. Als ze ecnigc dagen lang 
open geflaan hadden , vielen ze af ; nalatende eenige 
langwerpige kleyne Knop jens >, doch zonder eenig Zaad 
daar in. 

Deeze foort blijft veele jaren in 't leeven. Verdraagd 
felle koude - y en andere ongelecgentheeden der Winter, 
zonder fchade» Word ook genoegzaam aangewonnen 
en vermeenigvuldtgd door hare Wortel; welke men in 't 
Najaar , in de Maand September , of in 't Foor jaar, 
in de Maand Maert , met een volle Maan afbreekt , 
en de dunfle Wortelen , in een welgemeflte ftecnige 
aarden overdwars, of in de lengte, niet regt neerwaarts, 
een weynig meer als twee vingeren breedte diep verplant. 
£>us genieten ze meerder warmte van de Zon ; worden 
dies te eerder dik > en veel bequamer ten gebruyk. 
Krijgen dan ook haafliger Loof, en groeyen fpoediger 
voort ; 't zij hoe kleynen (tukje men mogt ingelegt 
hebben. 

De Raphanus aquaticus , of Water-Peeper- 
wortel , bemind de zelve aarde én plaats. Wil ook 
veel Water; 't welk men haar moet geeven, wanneer'er 
geen reegen valt. 5/o<ry*/ gemeenelijk ieder Zomer; doch 
geeft geen volkomen rijp Zaad, ten zij met een goede, 
bequame jaarstijd. Vergaat niet haaft, maar blijft lan- 
ge jaren in 't leeven. Word niet alleen aangewonnen 
en vermeenigvuldtgd door 't gedachte haar Zaad, het 
welke men met een waffende Maan van Maert op eeri 
donkere en vochtige plaats, of in een Pot , altijd nat 
gehouden , moet zayen ; maar ook door hare aange- 
groeyde jonge Loot en , die men op de genoemde tijd van 
de ot<de afneemt, en verplant. 

KRACHTEN. 

Poeper-wortel , of Raphanus Rujticantts, is warm en 
droog in den derden graad ; ook fcharp van 
fmaak. 
De Bladeren in Wijn gekookt, daar na vermengd 
met Oly , en dan Paps-wijze gelegt op een verhardde 
of gcz,wollenc Milt, ook Leever^ verzachten de zelve, 
en brengen ze weer te regt. Op het Gemagt gedaan , 
word de Koudepis daar door verdreeven. 

De Wortelen gcfneeden j en in Wijn gekookt, of gè- 
diftilleert , en daar van 's morgens nuchteren gedron- 
ken; of de gewreevene Wortelen met Edik tot Spijzen 
gegeeten , drijft het Water van de Blaas uyt, en het 
Graveel af : verwekt der Vrouwen Maandjlonden : 
neemt wech de verfloptheyd der Leever, Milt , Longe, 
en Nieren; ook van 't geheele Ingewand, veroorzaakt 
door koude en flijmerige vochtigheeden; defgelijks de 
vleiden van het /^/,of dzHuyd; de fchellen der Oogen; 
daar mee gewafTchen wordende. Is zeer goed jeëgens 
óe Scheur bujkj, of Blauw fchuyt; inzonderheyd 's mor- 
gens nuchteren een Roemertje gedronken van een Wa- 
ter, op de volgende wijze beicyd en gedifliUccrt. 
tjt. Raphani Ruflicani acerrimi lib. iiij. 
Polypodii Otter c in i. §j fi. 
Cordc. Rad. Capparor. |G 
Semin. Foeniculi. |j« 
Cardamomi. $\], 
Cr oei Oriënt, 9j. 
Giet hier op feflien ponden Rhijnfche Wijn : laat 
het dus agt dagen lang flaan ; doch ieder dag 
een of tweemaal omgefchud wordende; doe dan 
noch daar "bij i 

Succi Cochlearia. 
Becabunga. 
Nafiurtii Aquatiti. and. lib. i.r?Scm. 



A P Ei ZokNEDAUWs 
Chamtd. Ver*\ 
Syrupi Fumar. Ma Joris. aha. I. l. 
Seri Lattis Capr,m. l,b. x.&Sem. 
Dtjhlentur una in Balnto MarU iane lento. 
De Schors deezcr Wortel gefloten, of kleyn gefnee- l>.d. /.„, 
den ; m Honig- Az.jn, of Oxymel, drie dagen lang %7. « 
laten wcyken, en dan ingenomen : of de zelve Schors r 

in Edik geweykt zijnde , met Honig gegeeten , en M0 
daar op een weynig lauw water gedronken ; of een 
Lood van het Zaad gefloten , en met Meede, ofGar- 
ftenwater ingedronken, docd uytwerpen veele /lijmer,, 
ge en Galachtige vochtigheeden, door braking. 't Welk 
dan ook van zoodanig een uytwerking is, dat dikmaal 
door dit middel de vierdedaagfche Koortsen worden 
wechgenomen. 

De Mortelen gefloten, en in Wijn gedaan , doen de 
zelve haaflelijk in Edik veranderen. 

Voorts vermag deeze Mortel alles wat van de R.tdijs 
is gezegt. Moet ook van hitzige lieden niet anders als 
matig worden gebruykt; 




CCCCVI HOOFDSTUK. 

RAPÉ. 

Oo zeer bij ieder bekend, als. van veele Namen; 
begeerd, om te gebruyken tot een aan- 
gename fpijs ; word in het Needer- 
landfeh niet alleen dus , maar ook gc- 
meenelijk Knol , van zommige ook 
Ruive genoemd: in 't Latijn Kava, 
of Rapum : in 't Hoogduytfch Ruben: in 't Franfih 
Naveau : en in het Italiaanfch Rapa , Rapo , en 
Rava. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden, vier vet- ' 
ónder meer andere (onnodig hier alle te verhalen) vier anderlijke 
voorname foorten; namentlijk : foortcn. 

I. Rapum rotundum, of ronde Rapé, zoowel 
'Witte als geelt. II. Rapa oblonga, of lange Rapé. 
III. Napus, oï fteekzRape; welke ook Parvssche, 
of Fransche Rapé word geheeteh ; zijnde kleyn ± 
langwerpig , drooger en zoeter dan al de andere. IV. 
Napus svlvestris, of Rapum sylvestre, dat is, 
wilde Rapé. Alle zijn ze van eeven de zelve Bouwing 
en M'aar neeming. 

Zij beminnen van naturen een varfch-omgefmeétene, g,.^ 
zandige, welgemeftte, vochtige, of ook flijmerige, 
kleyige aarde: een opene, vrije, bequaam ter Zon gc- 
leegene, geenzins fchaduwachtige plaats, alwaar fchoon 
de grond noch zoo goed ; en veel Reegen. Blijveri 
niet langer dan twee jaren in 't leeven. Konnen 's Win- 
ters gcencrley Vórfi verdragen. Geeven in de tweede tui. 
Zomer volkomen rijp Zaad , 't welk twee jaren lang 
goed blijft. 

Het zelve word niet alleen met een afgaande Maan Aanwin 
van Maert; maar ook, en veel bequamer, met de zei- ning- 
ve Maan in Juniiu of Julius, de grond vochtig zijn- 
de, gezayd; doch niet digt; anders worden ze lang- 
werpig , en blijven kleyn : maar indien 't Zaad hol en 
luchtig word gelegt, zoo worden ze rond, en veel <rroo- 
ter. OndertufTchen, zoo ze op zommige plaatzcn wat Verphn- 
te digt mogten voortkomen , zoo mag men haar (een ting der 
vinger dik geworden zijnde) teegens een volle Maan te d W . 
in een nieuwelijks-gemeftte grondvcrplanten; zoo zul- ' c * 
lcnze naderhand veel heerlijker en grooter worden ge- 
zien, doch als men ze deczer wijze nandeld, moeren ze 
gantfchelijk met aarde bedekt, en 't Z.oo/ een weynig 
met de voet getreeden zijn ; want dan trekt dies te 
meerder kracht in de Wortel of Knol; vermits de Bla- 
deren door de kneuzing verzwakken , en derhalvcn te 
minder voedzel van nooden hebben. Moeten ook wel 
gewied, en van allerley ruygt, of onkruyd, zuyver 
gehouden worden. 

Hhh Zr} 



849 



Wanneer 
beft. 



TWHRYVING DER KkUYDEN , BoiXEN EN BLOEMEN , III BoEK , 8 5 o 

•-- ^«vz/c/jSonnentaw, ook Sindaüw : in 't Italiaanfch 

RUGIADA DEL SoLE. 



Zii krijgen hare lieflijkhcyd en aangename zoctig- 
i } nn<Ae Winter , wanneer het koud word; 

„ *t: tZ S gewonnen van de aldergroot 

5B ««e HC en van de geene *£g. fc^J* 
bewaren: cn > t ze l vc zayd, moet men r dr ie aa en ,i 

£ ^^latin weyken, want d«"^^ 
of /OW, dies te beetcr. Met een volle Maan van iwo 
vember moet menze uyt de aarde opneemen , en ( om 
de -cheele Winter door te konnen gebruyken) in een 
kelder leggen, om voor de ^ bewaard te zi,n. Dus 
blijven ze dies te langer goed. 

Ook moet men de geene, van welke menZ^ 
te winnen , met een volle Maan van Moert 
weer m de aarde zetten ; in zulk een grond , als hier bo- 
ven aaneeweezen is. 

De Napus sylvestris, of Rapum sylvestre, 
wilde Knol, isgantfehnict dienftig om ter fpijzc ge- 
bruykt te worden. Word derhalven met de ge- 
melde Maertfche Maan gezayd , enkelijk om haar 
Zatds wil, genoemd Raapzaad; waar van de Raap- 
oly word gemaakt ; en waar toe zij genoeg be- 
quaam is. 

KRACHTEN. 



cn weer in 

te zetten, meent 



Wilde 
Knol. 
Raapzaad. 
Raapoly. 



Camtrar. 
I. xc.it. 



RApen, Knollen* of in 't Latijn Rapa, zijn vocht 
in den cerften graad, en droog in den tweeden; 
ook af vagende van aart. 
lufit.I.i. Op allerley wijzen, gekookt, of gezoden, zijnze 
erwr. «o;. aan genaam voor de Maag. Gccven aan 't Ligchaam 
Gal. lib.6. een matia en e( j Voedzel. Vermeerderen het Zog 
SmtMei. ^ ^ ^^ Borfien , defgclijlls h e t Zaad. Verwek- 
ken goed Bloed, en een helder Gezicht. Zijn goed voor 
de Borft, de Keel, en teegens den Hoeft. Verzachten 
alle inwendige deden des Ligchaams; maar veroorzaken 
ook Winden, 
'l-uehf.hift. De jonge Bladeren van Knollen, of Rapen, in Wijn 
jP/.f. 77. gekookt, en zoo gegecten, ook van deeze Wijn ge- 
dronken , drijft het Water uyt de Blaas voort , en is 
dienftig voor de geene die van het Graveel gequeld 
worden. 
Diofc. I z. De Rapen zelfs , gezoden of gebraden zijnde ; dan 
*-»3f gelegt op verkeerde, verzworene , of verkonde Kal^- 
hielen, brengen de zelve weer te regt. Gebraden, en 
heet gedaan op de qualijk^geheclde Zeere» ; de al te 
haaft toelopende vuy Ie Wonden, cn opene gaten, openen 

de zelvc weer. 
nurmtet £ en halve Drachma Knol- of Raapzaad , met Wijn 

fd'iló" 1 ' of andcr Nat in S enomen » doed de Mazelen cn Kift- 
J ° ' 3 derpohjens uytflaan. 't Zelve Zaad is droog en warm 

van aart; ook afvagende door zijne bitterheyd, ope- 
nende, verteerende, en verweekende. 
Tragusli. Met Meede gebruykt, doed veel goeds den gee- 
nen , die vergif in 't Ligchaam heeft gekrecgen. De 
Oly van Rapen, rauw, of ongezoden zijnde, de kin- 
deren 's morgens nuchteren ingegeevcn, dood en jaagt 
uyt de Wormen. 



CCCCV1I HOOFDSTUK. 

ZONNEDAUW. 



. DEL _ 

Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden drie Drie on- 
veranderlijke foorten ; teweetcn: d" fc, J. ey- 

I. Rossolis folio oblongo, of Zonnedauw met t ^ c or ~ 
ten langwerpig 'Blad. II. Folio longissImo , of 
wet een geheel lang Blad. III. Rossolis folio Ro- 
tundo , of Zonnedauw met een gantfeh rond Blad* 
Alle zijnze van eeven de zelve BouuJing en Waar- 
neeming. 

Zij beminnen uyt eygencr aart een gemeene, zan- Grond, 
dige , Zoo wel met twee-jarige Paerdcrnift voorziene , 
als ongemeftte, doch luchtige en vochtige grond : een 
opene, vrije, wel ter Zon geleegene plaats, genoeg- 
zaam van alle onkruyd gezuyverd; en veel Water. Blij- 
ven gemeenelijk drie jaren , en niet langer , in 't lee- 
ven. Verdragen geduldig felle Korft , en alle andere Za *i« 
ongeleegentheeden der Wtnter. Geeven in den Hcrfft 
volkomen rijp Zaad: 't welk met een waflende Maan 
van April in een Pot, niet diep, hol en luchtig gezayd, 
ook van een gedurige vochtigheyd verzorgt moet zijn* Aanwin-. 
Alleenlijk hier door konnen ze aangeivonnen en vermee- nin & 
nigvuldigd worden. 

Als men deeze Planten uyt het wilde halen , en eerft Hoe wilde 
in de Hoven opqueeken wil, zoo moet men de zelve JjjfjJJ J 1 m 
I uytfteeken met een ronde klomp aarde daar aan zit- op tö 
tende , op dat de Wortel niet gerept, haar Loof niet queeken. 
befchadigd worden mogt. Dan moet men ze voorts 
voorzichtig planten in een Pot , gevuld met de voor- 
genoemde grond ; ook wel met Water onderhou- 
den : zoo zullen ze eenige jaren lang goed blijven; ech- 
ter niet altijd. 



K RACHTEN. 



ZOnnedattw , of in 't Latijn Rojfolit , is heet en Durantu 
droog in den derden graad ; ook fcharp ; een h /JI;* Q [ mU 
weynig te zamentrekkende, rijpmakende, ver- 
dunnende , vcrdeclende , cn afvagende van aart. 

In Wijn gekookt, of gediftilleert , en daar van^'^ 1 - 
gedronken , neemt wech de verftoptheyd , de Fluymen, *° ' 9 9 ' 
en andere gebreeken der Longe. Jaagt uyt alle taye , 
fchadelijke vochten , en verquikt de Geeft tn der Oude 
I Lieden. 

De Bladeren gefloten , met wat Zout vermengt , Bod. I «ƒ• 
en zoo op de Huyd gelegt , verzeeren de zelve, en c,, 7* 
doen'er, door hare brandende fcharpheyd, Bladeren en 
Bleynen op komen. 



f. 61. 




Namen.cn 
oorfprong 
uyt een 
zonderlin- 
ge zeld- 
zaamheyd. 



En kleyn, aardig, cn wonderlijk Ge- 
was, hebbende in de Zomer, bij het 
alderhelderfte cn heetfte Weer op den 
dag, de meefte Dauw of vochtigheyd 
op hare Bladeren, zoo dat ze daar 
— — van blinkende worden gezien ; en heeft 
t:r dier oorzaak in het Neederlandfch dien naam beko- 
men. Word in 't Latijn gehcetcn Rossolis , Ro- 
rella, en Drosium recentiorum; inhet/fwg- 




CCCCVIII HOOFDSTUK. 

WONDERBOOM. 

Us in het Neederlandfch, maar ook Namen, 
van veele Mollekruyd genoemd, 
. ' om dat deeze fchoone , bezienswaar- V c *° l &' 
|f dige Plant de Mollen zou konnen ver- 
| drijven ; doch de daaglijkfe ervarend- 
heyd leerd ons regt het teegendeel ; 
zoo dat dit voorgeeven voor een ver- 
digtzcl moet gehouden worden. Word in 't Latijn gehee- 
ten Ricinus, PalmaChrïsïi,Cataputia MAjoR,cn 
Pentadactylon: in 't Hoogduytfch Wunderbaum, 
of ook Creutzbaum : in het Franfch Palme de 
Christ : in het Italiaanfch Ricino , Mirasole 
Girasole; en Catapoccia Maggiore. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden Vijf ver- 
vijf veranderlijke foorten ; te weeten : anderlijw 

V -n . foortcn. 

I. Ricinus major Americanus cccruleus, 
of groot e Americaanfche Wonderboom met een bleel^ 
blauwe Stam en Steden. II. Ricinus Americanus 
major rubicundus, of groote Wonderboom uyt A- 
merica met een zeer fchoone Bloed-roode Stam en Stee- 

len. 



<%7 •*/* 



■Fol.&sz • 




Kt! 



WONDERBOOM. RhaPONTICUM. MuYSDOORN. 



8 



Grond. 



Hoc op te 
que eken. 



Hoc ge- 
handeld , 
om de 
Winter 
over te 
houden , 
en daar 
van Zaad 
bekomen. 



Croote 
Wonder- 
boom uyt 
America» 
met bleek- 
rood e 
Stam en 
Steelcn. 



Steden. 



Bcfchrij- 
ving 



van de ge- 
ftalre der 
Bladeren. 



len. III. Ricinus Americanus minor cccru- 
leus , of klcyne Wonderboom uyt America met blau- 
we Steden. IV. Ricinus Americanus minor ru- 
bicundus, of kleyne Americaanfche Bloedroode Won- 
derboom, van een zeer bevallijke aanfehouwing. V. Ri- 
cinus Americanus minimus, oï alderkleynfl e Won- 
derboom uyt America. Al te zamen zijn ze van eevende 
Zelve Bouwing en Waarneeming. 

Zij beminnen een gemeene, zandige, luchtige aar- 
de , met een gedeelte twee-jarige Paerdemift , een 
weynig een-jarige Hoenderdrek , en het Mol der ver- 
rotte Boombladeren doormengd : een vrije , war- 
me, wel ter Zon geleegene plaats, voor alle koude 
Oofte- en Noordewinden befchut ; en tamelijk veel 
vochtigheyd. 

Zijn teeder van aart. Konnen de koude, en kou- 
de Herfjheegenen deezer Landen , veel min eenige Vorfl 
verdragen. Moeten derhalven met een wallende Maan 
van April in Potten gezayd ; gantfchelijk niet ver- 
plant , ook niet meer dan een alleen in elke Pot gelaten 
worden , vermits de veelheyd en grootheyd harcr Wor- 
telen. Dus gehandeld , geeven ze , inzonderheyd de 
Minor, of klcyne, laat in den Herfjl, doch de Ma- 
jor, ofgroote, zelden, in onze Landen volkomen rijp 
Zaad, en verfterven dan al langzaam: alhoewel ze in 
America en andere heete Landen , van naturen eenige 
jaren lang in 't leeven blijven. Ook heb ik eens (in 't 
jaar 16*55).) eene (zijnde een kleyne foort) binnenshuys 
tamelijk droogt en op een matig-warme plaats, waar 
in niet als bij vriezend Weer word gevuurd, de gehee- 
lc Winter over bewaard , en welgefteld overgehouden ; 
geevende in 't midden van de volgende Zomer een goed 
en in alles volmaakt rijp Zaad: 't welk op de genoem- 
de tijd de aarde aanbevolen zijnde, wederom voor de 
Winter zijn volle volkomentheyd verkreeg: en van dit 
quam weer ander, eenige jaren vervolgens achter mal- 
kander, zijnde nu wel half of meer den aart onzer Lan- 
den en Lucht alreeds gewoon geworden. 

Het Ricinus Americanus major Rubicun- 
dus , of gr ooi 'e Wonderboom uyt America , met een 
Bloedroode Stam en Steelen, is een zeer fchoon Geivas. 
Blijft, in onze koude Neederlanden in een Pot geplant 
zijnde, niet meer als twee jaren lang in 't leeven; doch 
langer in Amertca , als 't natuurlijk Geboorte-gewed 
van 't zelve. Krijgt uyt een teedere , veelvoudige , 
bleek- wit-verwige P^eez.elwortel een eenige Steel; vijf, 
zes , zeeven , en ook meerder voeten ( na geleegent- 
heyd van de warmte der jaarstijd ) in eene Zomer op- 
fchietende. Is een duym , en ook meerder , dik ; 
in 't ronde bij ieder voet van de Steel des Blads als 
met een dunne , doch verheevene Ring omvangen ; 
vercierd met een zeer fchoone, Bloedroode , en hel- 
der-blinkende verwe ; van binnen hol , en daar Lids- 
wijze voorzien met eenige digte affcheydingen , tee- 
gens welke ieder Blad uytwendig heeft gezeeten, op 
zulk een wijze als in 't Riet word gezien. 

Aan welke in 't ronde, twee, drie, vier, en ook 
wel meer vingeren breedte boven malkander, beziens- 
waardige Bladeren groeyen , ruftende op zeer lange , 
tamelijk dikke, van binnen holle, van buyten fchoon- 
rood-verwigcSYe*/<?«; van boven begaaft met vier kley- 
ne , Navels-wijze gefielde Knopjens ; eene der zelve 
digt bij de voornaamitc Stam zittende; de tweede 
een weynig daar van daan ; en de twee andere digt 
bij malkander onder het Blad te zaamgevoegd ; zijn- 
dein 't ronde zeer groot, boven donker-goen van ver- 
we, een weynig blinkende; van onder wat bleeker, 
of lichter-groen : aan de kanten Zaags-wij^e , zeer 
net, doch oneffen, Getand; gemeenelijk in neegen dee- 
len tamelijk diep ingefneeden ; van welke in 't mid- 
den de boven fle de grootfte , de onderfte naaft aan 
de Steel de kleynflc vallen. Ieder deel heeft een 
dikke rood-verwige Ader , onder veel zichtbaarder als 
boven j uyt welke andere kleyner voortfehicten , aan 



5* 



de randen uytlopcnde : zeer vlak of plat en ftijf uyt- 
gefpannen , op de wijze van een hand opwaarts ge- 
keerd leggende ; of ter zijden , ook van vooren en 
achteren afhangende: niet hard, maar zacht van aart, 
en zwaar van reuk. 

Juflchen welke dikmaal een of twee Zijdetahjcns 
in 't bovenfte gedeelte voortfehieten : uyt wiens inwen- 
dige Hert zoo wel , als uyt 't bovenfte van de voor- 
naamftc Hertfleel , een hand lang zijnde, en een vin- 
ger-dikke rood-verwige Steel in de Maand Augujltu of 
September word voortgebragt; aan welke in 't onder- 
fte Tros-wijze digt aan malkander eenige Knoppen han- Der Knop.' 
gen aan korte Steelt jens , beftaande uyt vijf roode en Pa- 
voor fpits-toegaande Bladert jens : houdende inwendi" ' 
zeer veele , hoog in 't ronde uytftcekendc , digt te 
zamengevoegde, uyt den geelen bleek-verwigc Mofch- j 

achtige Knopjens: welke , na drie dagen in hare kracht 
opengeftaan re hebben , haaftelijk in haar zei ven ver- 
gaan , en op de aarde neervallen : boven haar latende 
een Druyfs-wijzc te zaarngevoegde, en boven fpits op- 
gaande Tros , houdende in 't ronde veele zeer fchoon - 
hoog-rood-verwige, gemeenelijk drie bij een gefielde, Der Bloe* 
regt om hoog gekeerde, en als uyt een wolachtige ftof mciK 
beftaande fcczeltjcns , of Staart jens, de Bloemen uyt- 
beeldende. Welke niet afvallen , maar op de Zaad- 
knoppen blijven zitten, en daar met de Knoppen groorer ' 
worden; tot dat de zelve eyndelijk (een duym dik 
geworden, driehoekig-rond , neerwaarts gekeerd han- 
gende , bleek-blauw-verwig , en met veel Staart jens Zaad: 
rondom kluchtig voorzien ) hare volkomene grootte 
verkreegen hebben: elk van haar in zich bevattende drie 
groote , langwerpige , platachtig-rondc Leeden , , van een 
zwarte verwe, en gefprikkeld met veele bkeke Jlippclen 3 
Marmers-wijze. 

KRACHTEN. 

Onderboom, of Ricinus, is warm en droog, in Durant. 
't laatfte van den tweeden graad. bijl. Plant. 

De groene Bladeren op der frouwen Borften* &1' 
gelegt , doen het Zog in de zelve vermeerderen : maar 
in teegendeel , op de Schouderen gebonden , 't zelve 
verminderen. 

De zelve Bladeren gefloten , of 't Poeder der ge- DoJ. 1. 12: 
droogde Bladeren met Meel van Garflenmout ver-'- u « 
mengt, en op de gezwollene Borfien gedaan , verbeetc- 
ren die weer, en brengen ze te regt. Vcrtccren ook de 
brand der Oogen. 

De Bladeren alleen, of ook met Edik, van buyten 
gelegt op 't Wildvuur, de Roos, en diergelijke gebree- 
ken, vertceren, en geneczen ze. 

Zeeven korlcn van 't Zaad met Anijs gefloten , en Gal. 1.7. 
met Wijn ingenomen, beroeren 't Li«chaam, en doen s '' n P- M ™' 
t purgeeren , ook zomtijds braken ; met uytdnjvmg c , 2 g. 
van de Galachtige en waterige vochten. Is derhalven 
dienflig voor alle Geel- en Waterzucht ige. 

De Oly, uyt dit Zaad geparft, is zeer afvagende en Matth.l,^ 
drogende van aart. Doed ter dier oorzaak de lidteeke- c 1 ƒ8. 
nen vergaan : geneeft de zeeren en fchurftheyddes Hoofds\ 
ook de verhitting des Asrdsdarms. 



CCCCIX HOOFDSTUK. 

RHAPONTICUM. 

[En aardig en fraey Gewas , zoo wel Namen. 

in het Neederlandjch als Latijn dus 

genoemd , maar ook van zommige 

Pontica Radix, en Rhabarba- 

rum (alhoewel het de regte Rhabar- 

- bar niet is , volgens 't geen wij hier 

vooren hebben aangeweezen) , na de Rivier Rha, ann 

welke kant de zelve overvloedig veel grocyd , gelijk 

Hhh z Am- 





ft e 4 BESCHUYVING DER KrUYDEN , BODLEN EN BtOEMEH , III BoEK, S j 4 

i • ». wX i n het Hoogduytfch Mausdorn > Mueszdorn , en 

Bruosch: in het Franfch Brusc: in het Italiaanfih 
Rusco, Bruscoj Mirto salvatico, en Pongi- 



. Ammianus Marcellinus getuygd in 't twaalfde 
Arnmïan. *, „ a nr .,„ De wemelde Rivier Rha vlocyd 

S3Ü* ZCSS&Si^f -j- v»mok : 

tes Hyperborbi voeren , door Sarmatten tot in de 
Carpifch'* of Hyrcanifche Zee, van zommige genee- 
ten de Turkfche. De Italianen zeggen m plaats van 
Rheupontico , of ook Rhapon- 



Rhaponticum 

Twee bij- TI HÏer van zijn mij in haren aart bekend geworden met 

zondere bijzondere foorten ; namentlijk: 

iöorten. j Rhaponticum majus folio Helenii , or 

poot Rhaponticum met 'Bladeren van Alantwortel-. 

II. Rhaponticum Helenii folio minus, of klep 
met Bladeren van Alantswortel. Bcyde 



Grond. 



Zaying. 



Rhaponticum 

zijn ze van de zelve Bomving en Waarneemmg. 

Zij beminnen een goede, gemeene, zandige aarde ; 
doormengd met een weynig twee-jange Paerdemiit , 
een-jarige Hocnderdrek , en 't Mol van verrotte Boom- 
bladeren : een vrije, warme, wel ter Zon gelecgene 
plaats ; en matige vochtighcyd. Blijven lange jaren 
in 't leeven. Geeven in deeze Geweften ieder Zomer 
Bloemen, maar noyt eei/3 volkomen Zaad. 't Welk 
men , als men \ uyt heete Landen heeft bekomen , in 
een Pot, gevuld met de gemelde aarde, met een waf- 
fende Maan van de Maand April , een halve vinger- 
breedte diep, moet leggen. Daar na opgekomen zijn- 
de, brengen ze niet voor 't derde jaar daar na voor de 
eerftc maal hare Bloemen te voorfchijn. 
Hoe in de Ongeerne verdragen ze veel koude Herfflrcegencn , 
Winter of fterke /'ór/? , buyten blijvende. Moeten derhal- 
ven op de genoemde tijd, en met de gemelde Maan , 
in Potten geplant zijnde, in Otlober binnens huys wor- 
den gebragt , op een luchtige bcquame plaats, waar 
in niet anders als bij vriezend Weer word gevuurd : 
gedurende de geheele Winter met flegts een weynig 
lauw Reegenwater van boven begoten t en niet voor 
in 't laatfte van Maert, of 't begin van April, na ge- 
Icegentheyd van de bequaamheyd of onbequaamheyd 
des tijds , met een aangename Lucht en zoete Reegen 
weer buyten gefield ; dan noch genoegzaam voor kou- 
de nachten , en veel vocht igbeyd, bewaard of gedekt 
zijn. 



waar te 
neemen 



KRACHTEN. 



Aart. 



R 



Haponticum is verwarmende, te zamentrekkende, 

en dikmakende van aart. 

Twee Drachmen van deeze gedroogde Wortel 

c. i. met Wijn of ander Nat ingenomen , flopt het Lig- 

X>iofc. 1. 3. chaam. Vcrfterkt echter de Maag: verbeeterd de ge- 

brecken der Liever, Milt en Borft. Is goed teegens't 

Colijl^, de fmerten der Nieren en der Blaas : voor de 

Kortademhe\d, fpanning des Herten, Heupenpijn, Op* 

Durantes flijging der Moeder; ae Blocdfpouwing : de Roode- en 

ff' F q" nt ' a ^ c an( ^ cre Buikloop : de inwendige Breuken of Ouet- 

Lobtl. Li. *Mfen\ gekrompene en gefpannenc Zeenmven\ de beet en 

fel. 3 ƒ y. en feeken der Slangen , Adderen , en andcrer giftige Die* 

ren. 
GaLlib.2. De zelve ff r ortel gefloten , met Edik vermengt, en 
iimpMed. d an gclegt op blauw-geftagene of gevallene plaateen , 
ejuade Schurfthejd, en defproctelen der Huyd, verdrijft 
en geneeft de zelve. 



CCCCX HOOFDSTUK. 

MUYSDOORN. 



TO PI. 

Deeze Plant bemind een goede, gemeene, zoo wel Grond, 
zandige als andere, doch wel gemeftte grond: een war- 
me, vrije, bequaam ter Zon geleegene plaats ; en vee- 
Ie vochtigheyd. Geeft in deeze onze Geweften Jioyt 
Bloemen, veel minder eenige Vrucht. Is hard van na- 
tuur. Kan geduldig en zonder eenige fchade verdra* 
gen fterke Vorft, en alle andere ongeleegentheeden der 
Winter. Blijft lange jaren in 't keven. Word bok Aanwin» 
hier alleenlijk aangewonnen en zobcrlijk vermeenigvuU ning. 
digd door hare langzaam aanwaflende Wortelen: welke 
men in April van de oude affrfijd, en met een wadende 
Maan verplant. 

KRACHTEN. 

DE Wortelen van Muysdoorn , of Rufcus, welke Aart. 
meeft worden gebruykt, zijn droog in den eer- 
ften> warm in den tweeden graad ; fijn van ftof, 
en dun van deelen. 

In Wijn gezoden , en daar van 's morgens nuchte- Diofc. 1 4, 
ren een Roemer gedronken , verdrijft de Geelzucht ; V'rf'/ 
opend de verftoptheyd van het Ingeivand, en aller in- c.xvr, 
wendige deelen : jaagt 't Water van de Blaas uyt ; ook DoJ. 1. 16. 
de Steen, en 't Graveel der Nieren: is goed teegens de *'+• 
Koudepis , en de Hoofdpijn. Doed de- taye Fluymen , j f% ' 
en Slijm , op de Borft en Loshangende, rijp wor- 
den , en voortkomen. Verwekt ook der Vrouwen 
Maandjlonden. 

Eeven 't zelve vermogen ook de Bladeren, en de 
Zaadbezien, gepulverizeert , en met Wijn ingenomen; 
doch werken zoo krachtig niet. 

Het uytgcparftte Zap der Bladeren neemt wech de 
Jtanl^en de onzuyverheyd van de Mond, daar mee ge- 
fpoeld zijnde : geneeft ook de Mond-ivonden en verzee- 
ringen. Het zelve Zap met Melk gemengt en aan 
de Oogen geftreeken , maakt een klaar Gezicht : jaagt 
ook uyt de Oogen wech allerley bij geval daar in geko- 
mene onreynigheyd. Eeven dit Z.ip met wat Zuyker in- 
genomen , doea het Bloedfpouwen ophouden. 

Het Boeder deezer gedroogde Wortelen gelegt op ou- 
de Wonden, mv/eWcvuylvleefch groeyd, verteert het 
zelve , en geneeft de verzeering. 

De taye Takken van dit Gewas gebruykt men in Ita- DoJ. 1. 16. 
Hen, om 'Beezemcn van te maken. Zommige han- M* '"*"' 
gen ze aan 't gezouten gerookt vleefch , om, weegensde 
fteckende Bladeren, Muyzen, Ratten, en inzonderheyd 
de Vleermuizen daar van te weeren. 



CCCCXI HOOFDSTUK. 



R U 



T E. 



Namen. 




Tt kleyn, fteeds groen-blijvend Genua* 
word in het Neederlandfch niet al- 
leen dus, maar ook van vccle Stee- 
kf.nde Palm genoemd. In het La- 
tijn gehceten Ruscus , Bruscus , 



'Y een ieder genoeg bekend; en vanNamea, 
veele in 't Neederlandfch ook Wyn- 
ruyt genoemd. Word in het Z<*« 
tijn en Italiaanfih geheeten Ruta : 
in 't Hoogduytfch Raute, of Wein- 
raute : in het Franfch Rhue of Rue 
de Jardin. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden ^ri* Drie on- 
j r L j r . derfchey- 

onderlcheydene ioorten ; te weeten : d e f oor - 




I. Ruta vulgaris, of gemeene Ruyte. II. Mon- 



tcn. 



tana Lusïtanica, of Berg-Ruytc uyt Portugal. III. 
Ruta Montana tenuifolia , of Berg-Ruyte met 
teedere Bladeren. Niet alle zijn ze van eenerley Bouwing 
en Waarneeming. 

Zij beminnen een goede, gemeene, zandige, on- Gron4 « 
gemeftte, doch met een weynig Mol van verrotte 
Myrtacanta, en Spina Murinaj | Boombladeren doormengdc grond: een vrije, warme, 

luch- 



85? 



Rüyte. Harmala uyt Syiuek. Serpentstong. 



8^d 



luchtige > wel ter Zon geleegene plaats, en niet te veel 
vochtigheyd. 
Gemeene De Ruta wlgaris , of gemeene Ruyte , blijft 
Ruyt. vecle jaren in 't leeven : ja word eyndelijk zoo oud * 
dat ze in warme Landen de hoogte van een gemeene 
Grooten Boom bekomt. Devermaarde^"^/^ Gefchiedfchrij- 
oudcr- ver Flavius Josephus verhaald in 't tweeëntwintig* 
hoog-op" fi e Hoofdftul^z\)V\s zevenden "Boeks van de Joodfche 
trading. Oorlogen en de venvoefling der Stad Jerufalem, dat in 't 
Kafteel van de Stad Macherus een Ruyten-plant heeft 
gegroeyd , zoo hoog en dik , dat geencn Vijgenboom de 
Zelve daarin overtrof; of anders, zoo groot als onze ge-» 
Joftphd.T* meene Karjfeboomen zijn. Koning Herodes had ze hier 
*"• inden aanvang zijner Regeering geplant. Als hij nu 
daar over de tfeventig jaren lang had geflaan , en noch 
in een krachtige welftand zich bevond, hebben de Joo» 
den, bij de venvoefling deezer Plaats» dit treflijk Gewas 
afgehouwen. 
Aanwin- DeeZe gemeene Ruyt geeft ieder Zomer volkomen 
ning. rijp Zaad. Verdraagt flerke koude, en allerley ande- 
re ongeleegentheeden des tijds. Word ook alleenlijk 
vermeenigvuldigd door 't gcmeldde Zaad$ 't welk met 
een wadende Maan van Oüober in een Pot ; of met 
een wafTende Maertfche Maan in de grond des Hofs, 
ruym een flroobrccd diep , hol en luchtig word ge- 
zayd. 
Portugal- De Ruta Montana LusiTANiCA , of Portugal-- 
fchc berg- jche Berg-Ruyte , is van een teederen aart; zeer krach- 
y tc ' tig of zwaar van reuk. Kan in deezc onze Geweflen j 
buyten blijvende , de koude der Winter op geenerley 
Hoe waar wijze verdragen. Moet derhalven, in een Pot geplant 
te nee- 2ijnde , gewagt worden voor vecle zoo wel Zomerfche, 
men ' als koude Herfftreegenen : in 't begin van OÜober bin- 

nens huys gebragt zijn , op een luchtige plaats, zonder 
eenig Vuur, doch ook zonder tochten en luchtzuygin- 
gen : maar alleen eenmaal met zeer weynig Water van 
onder voorzien ; en niet voor in 't laatfte van Maert , 
of veel beeter in 't begin van April , met een aan- 
gename Lucht en Zoete Reegen , weer buyten ge- 
field : dan noch wel gedekt en bewaard worden voor 
Sneeuivige vochtigheyd , koude nagten , hayrige en 
fihrale winden. 
Berg-Ruy- De Ruta Montana tenuifolia, of Berg-Ruy± 
J5 "J" te met fmalle dunne Bladeren , is zeer teeder van na- 
dunne Bla- tuur. Kan in deeze Geweflcn 's Winters noyt over- 
gehouden worden , wat Voor moey te men ook daar toe 
aanwend. Dan noch niet weer vernieuwd of aangewon*. 
nen zijn , als alleenlijk door haar Zaad , uyt heete 
Landen herwaarts overgezonden \ 't welk met een waf- 
fende Maan van April, niet boven een ftroobreedte 
diep , in een Pot moet worden gezayd , en niet ver- 
plant. 

KRACHTEN. 

DE gemeene Hof-Ruyte , of Ruta vulgaris , is 
heet en droog tot in den derden graad j dun en 
fijn van deelen : daarenboven doorfnijdende , 
fcheydende, verteerende en verdrijvende van aart. 

In Wijn gezoden , en daar van gedronken ; de groe- 
ne "Bladeren gegeeten ; of het uytgeparftte Zap met 
Wijn ingenomen, drijft uyt de Winden; doed ge- 
makkelijk Wateren , en der Vrouwen Maandftondcn 
voortkomen t flopt daar teegens de Buykloop : is goed 
voor de pijn der 'Borft en Buyk., veroorzaakt door 
Mn. l.xo. koude. Dcfgelijks voor de Hoeft, de Kortademigheyd* 
e ' '** de fmerten van het Fiere zijn ; de verft optheyd van de 
Milt en Longe ; de Opftijging van de Moeder , en de 
eerft beginnende Waterzucht. Dood de Wormen : fcherpt 
en verflerkt het Gezicht ; drijft uyt de Nageboorte, en 
üiofc. L 3. de doode Vrucht. Strijd teegens de Beft en allerley ver- 
•• ƒ*• gif: ook teegens de be eten en fteeken der giftige Dieren. 
t Zelve verrichten de Bladeren , 's morgens nuchteren 
gegeeten met Okkernooten en Vijgen. 



ren 



Gal lib. 8. 
Simp.Med. 



M/ittb.l.}. 
e. 4/- 



Deeze Bladeren met Honig en Edik , of met Var*, 
kens-reuzel vermengt, en allerley Schurftheyd, oïKrau* 
wagie, daar mee beftreeken > geneeftze. 

Ruyt e , Of Wijnruyt , dagelijks , of dikhiaal , ge- t e ,„ d , , 
bruykt, verdroogd het Zaad, maakt de Mannen \n- Mtthl 
vruchtbaar: verdroogd dcfgelijks de Mell^m der Vrow- Mtdi 
wen Borften. Zwangere Vrouwen daar van cetende , 
zouden hare Vrucht doen ftervcn. 

Het uytgeparftte Zap der Bladeren alleen, of met ^/„ /;*. 
Vrouwen Melk, of Honig Vermengt, in de hoeken simp. 
der O ogen gedaan, verdrijft de fche e mering en donker- Ttm ï' ca ^ 
heyd der zelve. a '°-. ,. a 

I wee oneen van t zelve Zap met Wijn ingenomen , Plant. cap. 
is goed voor de beeten der dolle Honden. Met Ceruys, 8 9- 
Edik, en Oly van Roozen gelegt op 't Sprenktvuur , ^a"™" t ■ 
de Roos, alle andere voort hopende vuurigheyd en Zee- f l. 403. 
ren , verteerd de zelve. Met Oly van Roozen ver- 
mengt, en in de Ooren gedaan, verdrijft de hardhoo- 
rendheyd. 

Het Zaad van Ruyte gefloten, en met Wijn in- 
genomen , is goed teegens alle doodelijk^ vergif: droogt 
en reynigt de Moeder, de zelve herftellende in een 
goede flaat. 

Een Drachma , of ook wel twee , na geleegentheyd 
van de perfoon, van 't zelve Zaad zeeven dagen na mal- 
kander gebruykt, helpt de geene, welke haar Hater niet 
konnen maken, en doed haar 't zelve loffen. 

Oly van Wijnruyt met Wijn gedronken , verdrijft Trag.lt. 
het Colijkj de pijn en Krimping der Darmene verzacht c %i ' * 
ook de hardigheyd der Milt. pTcl'ixQ. ' 

De Bladeren van Wijnruyt gelegt in een Bedfteede, 
of Leedekan ten verdrijven uyt de zelve de Vlooyen en 
Wandluyzen. 

Ruyte gelegt bij 't eeten der Vogelt jens in hare Kou- 
wen, verquikt en geneeft haar, als ze treurig, of ziek* 
of in 't ruyenzijn. 



CCCCXII HOOFDSTUK. 

H A R M A L A 
S Y R I E N. 

Yns weetens met geenen anderen als Namen, 
dcezen naam in 't Needcrlandfch be- 
kendi Word in 't Latijn met de zei* 
ve beteekening geheeten Harmala 
Syriaca. Schijnd een meedefoort van 
de WynruyT te zijn. 
Bemind een goede , gemeene, zandigc aarde, voor- Grond. 
zien met een weynig twee-jarige Paerdemift : een ope- 
ne, warme, wel ter Zon geleegene plaats , en matige 
vochtigheyd. Vergaat niet haaft, maar blijft lange ja- 
ren in 't leevèn. 

Geeft in deeze koude Landen bij goede Zomers Bloe* Hoedanig 
men, maar geen volkomen rijp Zaad. Is teeder van «ndeWm- 
aart. Kan op geenerley wijze veel koude Herfftreegenen ^wmeib 
of vriezend Weer verdragen. Moet derhalven , met 
een WafTende Maan van April in ceh Pot 't zij gezayd , 
't zij geplant zijnde , in 't begin van Oüober binnens 
huys gebragt ; op een luchtige , geheel- of Ook matig- 
warme plaats gezet j gedurende de Winter met een wcy* 
nig lauw-gemaakt Kecgenwater van onder in een Pan 
voorzien ; en niet voor in den aanvang van April, met 
een aangename Lucht en zoete Reegen, weer buyten ge- 
field ; dan noch voor veel vochtigheyd bewaard, en voof 
koude nachten wel gedekt Worden. 




HArm> 
Syria 
aart. 



KRACHTEN. 

Armala uyt Syrien , in het Latijn Har ma U Dc j j^ft 
Syriaca ; is verdroogende en verteerende van cap. a. 



Hhh 3 



In 



8<7 BnSCHRYVING DER KRUYDEN, BoiXEN EN BLOEMEN , III BOEK, 8j8 

In Wijn gezoden , en daar van gedronken , of het gMadcrdc Sclf m„ c<» wfp Bloem 



Cnmtrnr- 
Diofc. L 3 



in wijn ge^uutii, *» -- o — - --- * 

uytecparftte 2ty met Wijn ingenomen, doed gemakke- 
lijk w*w hffen J a,,e ta )' e ™bt,gheedcn fcheyden : 
drijft uyc de tf'/W«* , en verwekt der Vrouwen 
Maandftonden. 

Het Zaad is warm in den derden graad , en rijn 
van deelen. 't Zelve kleyn geWreeven , en met Ho- 
nig, Wijn, Saffraan, 't Zap van Venkel, en Gal van 
een Hoen vermengt ; dan in de Oogen gedaan , neemt'er 
de duyfterheyd van wech , en verhelderd het Gedicht. 



Namen. 




CCCCXIII HOOFDSTUK. 

SERPENTSTONG. 

P het Neederlandfch dus , en ook 
wel van zommige Slangetong ge- 
noemd , om dat de Bladeren niet on- 
eygentlijk vertoonen de gedaante van 
de Tong eener Slang. In het La- 
tijn gcheeten Sagitta,Sagittalis, 
Lingua Serpentis, en Serpentaria aq^atica: 
in 't Hoogduytfch Pfeilkraut : in 't Franfch Queve 
d'Arondelle. 
Twee ver- Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden twee 
f"nrten. ke veranderlijke foorten ; te weeten : 

I. Sagitta major aqijatica, of groote Serpents- 
tong. II. Sagitta aqjmtica minor , of klcyne 
Serpent s tong. Bcyde zijn ze van de zelve Bomving en 
Waarneeming. 

Zij groeyen van Naturen in lopende of ftilftaande 
Hovenkan Wateren; gantfchelijk niet op cenige andere, ofdroo- 
aanquec- ge plaatzen. Konnen derhalvcn zeer bezwaarlijk in de 
Hoven worden aangequeekt; ten ware men in de zel- 
ve een Gracht of Sloot groeve. Dan kan men ze met 
cen waflende Maan van April of May in de grond 
planten , en de Groef met Water vullen. Dus ge- 
handeld, waffenze dikmaal voort tot boven 't Water, 
en krijgen hare volle volkomentheyd. Worden ook 
door fterkc Vorft niet lichtelijk befchadigd. Verliezen 
teegens de Winter hare Bladeren; welke in 't laatfte van 
May weer te voorfchijn komen. 



foorecn. 



Hoe men 
ze in de 



ken. 



KRACHTEN. 



Gcbruyk 



S 



of in het Latijn Sagitta aquatica , is 
ook te zamentrekken- 



tot genees- 
middelen. 



Hamen. 



Verfchey- 
dene aar- 
dige en 
verander- 
lijke foor- 
ten, 



Erpentstong 

koud en vocht van aart , 

de. 

Het uytgeparftte Zap der Bladeren , of de gefto- 
tene Bladeren zelfs, gelegt op de Roos, 't Sprenktvuur, 
alle andere vuurigheyd of hitsige ^weeren, verkoeld en 
verteerd de zelve. 



CCCCXIV HOOFDSTUK. 

ELF. 

Eder genoeg bekend , en van bijna 
alle menfehen bcgcerig gebruykt; word 
in het Neederlandfch niet alleen dus, 
maar ook van veele Savie , Salie, 
en Selve genoemd. In het Latijn 
en in het Italiaanfch Salvia : in het 

Hoogduytfch Salbey : in het Franfch Sauge. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden 

verfcheydene aardige , veranderlijke foorten ; naraent- 

lijk : 

I« Salvia latifolia maxima flore purpu- 
RE P > of Aldergrootfte Self met brcede Bladeren , en 
een purpure Bloem. II. Angustifolia auricu- 
lata, o? fmalgebladerde Self, met Ooren. III. An- 
gustifolia nobilis flore albo, of eedele ftn.il- 




IV. Maculoj 
sa major, of groote Self met rood, wit, en groen- 
bonte 'Bladeren, V. Maculosa minor , Jive Al- 
bis Pünctis variegata, of gefopte klcyne bonte Self \ 
met wit en groen z,ecr fchoon gemarmerde of geftippelde 
Bladeren : welke witheyd ieder jaar , in 't laatfte van 
Junius , of het begin van Julim ,« vergaat ; doch in 
Maert des volgenden jaars zich t'clkens weer op nieuws 
vertoond. VI. Altera minor maculosa, of twee- tot dertien 
de kleyn e foort van Self , met bonte Bladeren. VII. ' n getal 
Marmorea , of met zuyver wit , als fijn gemarmer- l .*, oor : 
de Bladeren. VIII. Marmorea altera, of twee- 
de foort van Self met fpicrwitte grof-gemarmerde Bla- 
deren. IX. Lutea variegata, of Self met ftchoo- 
ne geele als goud verder de plekken. X. Salvia Cre- 
tica, of Self uyt Candien. XI. Salvia minor an- 
gustifolia Cretica , of klcyne Self uyt Candien , 
met zeer fma/le en teedere Bladeren. XII. Salvia 

MAJOR ARBORESCENS , of gTOOte Boom-fèlf. XIII. 

Salvia Agrestis , of wilde Sclf; en dan meer an- 
dere. Meert al te zamen zijn ze van de zelve Bouwing 
en Waarnecming. 

Zij beminnen ook al te zamen een goede, gemeenc, Groiuft 
zandige aarde, met oude Koeye- en Paerdemift genoeg- 
zaam voorzien : een vrije, wel rer Zon geleegene plaats; 
en liever veel Water als cenige droogte; welke ze echter, 
als de tijd zoo valt, ook konnen verdragen: dcfgclijks 
geduldig uy titaan felle Vorft, en allerley andere ongelee- 
gentheeden der Winter. 

Bloeyen ieder Zomer, en gecven meeft den tijd vol- Zaai 
komen rijp Zaad: 't welk met een waflende Maan van 
April niet diep, maar hol en luchtig, in de aarde word 
gelegt. Hier door kan men ze genoegzaam aanwinnen 
en vermeenigvuldigen. En dan ook noch door hare 
diep ingezette , of in de grond gebogene , en haaftig 
Wortel fchietende Takjens. Welke men ook, met een Aamvin- 
volle Maan van April of May, eer ze noch aan het m "f ? ? . 
'Bloemfchieten geraken , kan affnijden ; op een fcha- dene nu" 
duwachtige plaats infteeken , en dikmaal met Water nieren, 
begieten, op dat ze dies te bequamer Wortel vatten 
mochten. Met een waffende Maan in Maert ( niet in 
May ; gelijk veele doen ) worden ze opgenomen en ver- 
plant. Dan zullen ze gewiflelijk beklijven. Anders 
vergaan ze dikmaal, door de gewoone droogte der May. 
maand; gelijk de dagelijkfche ervarentheyd ons genoeg- 
zaam heeft geleerd. 

De Salvia angustifolia nobilis flore al- Eedele 
bo , of eedele fmal-gebladerde Self, met een witte fma| g e - 
Bloem , valt teederder van aart dan de andere foorten; sdJ. Crdp 
waarom ze dan ook lichtelijk door de Vorft word 
wechgenomen. Is derhalven goed , dat men van de 
zelve eenige Planten ontrent den Herfft in een Pot zette, 
en 's Winters binnens huys beware ; daar men haar met 
matige vochtigheyd moet voorzien. 

Daarenboven is noch ongeraadzaam noch ongerijmd, wijnrayt 
dat men ontrent de Self een Plant of twee Wijnruyte bi J dc ^ 
zette, om dat de Padden en andere giftige Dieren de" 1 ^ * 
krachtige reuk der Ruyte niet wel konnen verdragen : dienftig. 
welke anders zich geerne laten vinden, hare verblijf en 
fchuylplaats neemen op de onbebouwde plaatzen daar 
Sc/f waft; die hier door een fchadelijkequaadaardigheyd 
aan zich neemen , ja zomtijds t'eenemaal vergiftigd 
worden: waar door men dan, deeze Self gebruy kende, 
zou vallen in 't grootfte gevaar van 't leeven te verlie- 
zen : waar van de Gefchiedboeken ons verfcheydene en 
zeer aanmerkelijke voorbeelden leeveren. 

De Salvia minor angustifolia, of klcyne fmal- Klcyne 
gebladerde Sclf, krijgd uyt een teedere, bruyn-verwi- fj^'Sf" 
ge en veelvoudige Wortel veele ronde en korte Steden, jjjjj?" e 
aan welke groeyen veele digt bij, en digt boven malkan- 
der geftelde Bladert jens, altijd twee en twee regt tec- Bladeren, 
gens over den anderen zittende. Zijn blcek-groen van 
vcrwc; een, en ook anderhalf vinger-lid lang; ruften- 
de op lange en dunne Steeltjens : makende te zamen 

(te 



Foi .' ;.' 




Fol, 8 ; 




/ 



^•■w 



Fol.858. 




8» 



S e t *> Sanikëi, Kunnekë* 



8tfö 



(te weeren, de grootfte der zelve, met haar Steelt je) 
de lengte van een vinger, of daar ontrent , uyt. De 
grootfte deezer Bladeren zijn ontrent anderhalve ftroo, 
gemeenelijk maar een ftroo breed. Eyndigen voor in 
een fpits punt. Zijn gewoonlijk halfrond, of Gents- 
m>//« gefteld : aan de randen gelijk als gefronfi, o( om- 
gekrieuweld, wat dikachtig van aart ; bleek-groen van 
verwe; zeer welri id; van binnen voorzien met veele 
kleyne Nopjens , en verfcheydene Adert jens ; onder 
meer als boven zichtbaar, voortkomende uyt een groo- 
te in 't midden. 
Bloemtn. TulTchen welke, uyt het bovenfte der Stee/en, de 
Bloemen worden voortgebragt , op de wijze der andere 
foorten van Self\ de zelve ook in gedaante zeer ge- 
lijk , doch veel kleyner , en bleek-blauw-verwig. 
Als ze eenige dagen open geftaan hebben, vergaan ze 
in haar zelven , of vallen op de aarde neer j nala- 
Zaad. tende een kleyn, rond, uyt den bruynen-zwartach- 

tig Zaadje. 
Groote De Salvia major arborescens, of grooteBoom- 

Boom-felf.y-/y ^ ^jgj tame lijk groote , dikachtige , ontrent o- 
vaals-wijze , of langwerpig-vonde bladeren aan een 
Sram , welke opfehiet tot de hoogte van drie, of ook 
vier voeten. De Bloemen van dceze foort zijn zeer 
groot , en blauw-verwig. 
Hot tot Om deeze Boom>-felf tot een Boomt je te doen op- 

een grocyen, moet men de zelve van jongs af opfnoeyen , 

Snoeft 6 ^ n °ntblootcn van alle andere Takken, uyt of boven 
opgroei- de Wortel voortfehietende. Maar ook op deeze wijze 
jen. handelende, kan men al de andere foorten van Self tot 

Boomt jens opqueeken. 

KRACHTEN. 

Elf, Salie, Savie, of in 't Latijn Saivia, is ver- 
warm' 

graad, ook een weynig 
aart. 
Temel.1.4. In Wijn gezoden, en daar van 's morgens nuch- 
Meth. teren een Roemertje gedronken ; of het uytgeparftte 

Mv'th lx. Za P van Sel f met Wi J n gebrnykt; °f ook het Po<r- 
'•34- ' " er der gedroogde Bladeren met Wijn ingenomen, is 
een zeer goed middel , ter verfterking van het Hert , 
de Harfenen; en de Zeenuwen. Vermeerderd de na- 
tuurlijke warmte des Ligchaams. Is dienftig voor 't 
Graveel; de B lo e dfp omving; teegens vergif in het Lig- 
chaam gekreegen t de koude gebreêken en Zinkingen 
Tlin.Uó. £ e$ jj 00 fy s . d e va llende Ziekte ; Beroerdheyd, Lam- 
migheyd, Slaapziekte, en allerley koude ongeleegent> 
heeden der Borft. Voor beevende Leeden .- de betten en 
fieeken der giftige Dieren, en 't Pleuris, of Zijde-wee. 
Neemt wech de Hoofdpijn ; maakt een goeden adem ; 
zuy verd het Tandvleefcb ; geneeft de verflopping der 
Leever; de Hoeft, het Fierezijn, en de Wonden. 
Drijft de doode Vrucht der Vrouwen af: veroorzaakt 
'AptiJiji eetensluft; doed de inwendige Apoftematien doorbree* 
hifi. Plant. k en . ftüd het Bloed: reynigd en heeld allerley vuyle ert 
B.! t °ü'. 1. 3. hit *>ige Zeeren. Neemt wech het Jeukzel aan de hey* 
e. t8.' ' melijke Leeden. Dicnd tot vruchtbaar making derVrou- 
jEtiusl. 1. we n. Dan noch daarenboven , als ze ontfangen hebben, 
Serm ' '" om de Vrucht wel te doen beklijven ; in 't leeven te 
behouden , te verfterken , en voorfpocdig te doen aan- 
groeyen. Ter dier oorzaak behoorden zoodanige 
Vrouwsperfoonen , welke lichtelijk een mifval krij- 
gen , dikmaal 's morgens eenige Bladeren Self, of an- 
ders iets van de Conferve der Bloemen , te nuttigen 
Biofcl. 3- Boven dit alles ftopt de Self de 'Bloedgang; drijft het 
*"*°' Water der Blaas uyt, en doed der Vrouwen Maand- 
ftonden voortkomen. 

De Bladeren van Self in Melk gekookt , en daar 
mee gegorgeld, geneeft de gebreêken van de KeeL 



ccccxV Hoofdstuk. 



Cal.lib. Q^Elf, Salie, Savie, of in 't Latijn Saivia, is ver- 

sïmp.Mid. ^ warmende en verdroogendc tot in den derden 

^-^ graad > ook een weynig te zamentrekkende van 




SAN I K E L. 

,N het Neederlandfch dus genoemd ■> Namen; 

' word op het Latijn gehceten Sanicu- 
la, of ook Diapensia : in 't Hoog- 
^/^/«r/^defgelijksSANiKEL: in 't Franfch 
Sanici.e: in 't Italiaan fch Sannicu- 

§SÏ!: LAi ÖlAPENSIA j Of Ook ClNQUE 
FOGL10 MAGGIORE. 

Hiervan zijn mij in haren aart bekend geworden twee Twee on- 
onderfcheydene foorten ; te weeten : derfchcy- 

t c f c •/ / / dencfoor- 

I. Sanicula officinarum ; ot Sanikel, gebrtty- tCQi 

keiijk. i* de Apotheeken. II. Sanicula cuttat* , 
ofgefprenkclde Sanikel , rond van Bladeren, en die altijd 
groen blijfr. Beyde zijn 2e van eeven de zelve Bouwing 
en Waarneeming. 

Zij beminnen een goede, gemeenc, zandige aarde* Grond, 
met twee-jarige Paerdemift genoegzaam voorzien : meer 
een donkere of fchaduwachtige, als een openc, vrije 
plaats; en veel Water. Vergaan niet haaft, maar blij- 
ven lange jaren in 't leeven. 

Geeven , bij goede Zomers, volkomen rijp Zaad.1^ 
Konnen, buyten ftaande , felle koude, en alle ande- 
re ongelcegentheeden der Winter , zonder fchade ver- 
dragen. 

Worden aangewonnen en vermeenigvuldigd , niet Aamvin- 
alleenlijk door haar Zaad, 't welk met een wallende nln S- 
Maan van April in een donkere plaats, of in een Pot , 
dikmaal met Water begoten , niet boven een ftroo- 
breedte diep in de aarde moet gezayd zijn; maar ook 
door hare aangewaflene jonge Lootcn, gemeenelijk van 
zelfs Wortelen bekomende : die men op de genoemde 
tijd van de oude afneemt, en vcrplant. 

KRACHTEN. 

SAnikel , of in het Latijn Sanicula , is verwar^ Do.ton.ls* 
mende en verdroogende in den tweeden graad : ook c ' * 5 ' 
verfterkende, zuy verende» en te zamentrekkende 
van aart. 

In Wijn gezoden, en daar van gedronken, of het Tr - 1 2- »• *• 
uytgeparftte Zap met Wijn ingenomen; of van buy- c '' 75 ' 
ten, gelijk ook het Poeder der gedroogde bladeren, 
opgelegt> geneeft allerley in- en uytwendige Wonden, 
Breuken , en andere ver veeringen: dcfgelijks vuyle zwee- 
ren, èn koude zwellingen. Stopt de Roodeloop: ftild ^ a ? nt " nU 
de Bloed-opwerping: helpt de zweerende Nieren; dc^f- J- o/ . , ;? . 
quetfte Longe ,het vervuylde of verzworeneTandvleefch, 
en de zwelling der Keel, daar meê gewaflehen en ge- . 
gorgeld zijnde. 



CCCCXVI HOOFDSTUK. 

K U N N E K E. 

F korter gezegt Kun , word in het Namen. 
Neederlandfch niet alleen dus , maar 
ook van veele Saturey , en Keu- 
le genoemd : in het Latijn Satu- 
reia, en Cunila : in 't Hoogdnytfch 

....._ - GARTEN ISSOP ; ZwiBEL-HISSOl', 

Kuneli, en Saturey: in het Fr on fch Savorie: in 
het Italiaan fch Coniella, Satureia, SavoreggiA 

en PEVERF.LI.Ai . . 

Hier van zijn mij in haren aait bekend gewordert Dne^ 
drie onderfcheydene foorten ; namenthjk: dene foor. 

I. Satureia hortensis annüa, Hof, o\ gemeen tcR . 
Kunneke , ieder jaar vergaande. II. Satureia pe- 
rennis , of eenige jaren overblijvende Saturey; wel- 
ke foort ook word geheeten Thïmbra legitima, 
— - 01 




Grond. 



Gemeene 
Kunackc. 



Langdu- 
rende Sa- 
turey, of 

Kun. 



Aanwin- 
ning. 



Bcrg-Satu- 
rcy uyt 
Portugal. 



Aanwin- 
niDg. 



JBght. I. f, 

1 3- 



Tnchf.bijl. 
Iltmt. cap. 
1.4. 

Durantes 
hift. VI. vat. 

Diofc. 7.3. 

f 4;- 

Terntll.6. 

Mtth. 

Mtd, 



KRACHTEN. 

KV», Kunneke, Keule , in 't Latijn Satüreia, is 
warm en droog in den derden graad ; ook 
doorfnijdende , zuyvcrende , en dunmakende 
van aart. 

In Wijn gekookt, en daar van gedronken , of groen 
in fpijzen gebruykt, of ook het Poeder der gedroogde 
Bladeren met Wijn ingenomen , geeft niet alleen een 
aangename geur aan 't ceten, maar verfterkt ook de 
Maag; verwekt eetensluft; doed de ff ijs -wel verteer ent 
drijft uyt de Winden, en 't Water van de Blaas: ver- 
warmd al de inwendige deelen des Ligchaams. Geneeft 
de Opftijgwg der Moeder , veroorzaakt door koude ; 
de gebreeken der Borft; de verft of f mg van de Blaas en 
Longe. Doed der Vrouwen Alaandftonden voortko- 
men. Jaagt uyt de Nageboorte , en de doodt Vrucht. 
Maakt een helder Aangelicht : verdund en verteerd 
alle dikke en taye vochügheeden 1 verdrijft de fijn in de 
zijde, met Tarwemeel vermengd, en daar op gelegt. 
Is daarenboven goed voor de geene , welke met de* 
fiaap*iekte zijn gequeld : dood de Wormen, en verwekt 
tuft tot het echte Werk. 



8ÓI BESCHÏlYVrNG der. Kruyden , B 

of opreote Tlnjmbr*. III. Satüreia , five Jhym- 
bra Montava LusiTANiCA , of Portugatfch Berg± 
Kumieke. Niet alle zijn ze van eenerley Bouwing en 
WéUtmceming* ' ' 

Zij beminnen een goede * gemeene , doch liever 
een zwdige grond , het zij voorzien met een weynig 
tweejarige Paerdemift; 't zij zonder eenige vettigheyd: 
cenopene, warme, wel ter Zon gcleegene plaats; veel 
Water, en ook matige vochtighcyd. 

De Satüreia annua, of gemeene Kunneke, blijft 
de Winter niet over. Geeft in den Hcrfft volkomen 
rijp Zaad, en verfterft daar mee. Moet dcrhalven 
ieder Foor jaar , , met een wafTende Maan van Af ril 
of Aiacrt, niet boven een ftroobreedte diep , weer op 
nieuws gezaayd , en alzoo door het gedagte haar Zaad 
aangewonnen en vermeenigvuldigd worden. Anders ook 
komt het dikmaal van zelfs genoeg te voorfchijn ter 
plaats daar deeze foort eens gefhan heeft. 

De Satüreia perennis , v of langdurende Saturey, 
anders genoemtTHYMBRA legitima, oiofregte Kun- 
neke, geeft in deeze onzeGewcften zelden eenig Zaad, 
ten zij met zeer warme en droogc Zomers. Blijft 
altijd groen. Kan fterke koude en andere ongelee- 
gentheeden der Winter zonder fchade uytftaan. Word, 
om het derde jaar, met een wafTende Maan vanMaert, 
opgenomen , en tot aan de Toffen toe in nieuwlijks- 
omgefmeetene en varfch-gemeftte aarde gezet. Dan 
fchieten al de Takjens Wortelen : welke men daar na 
afneemt , op de genoemde tijd. Deezer wijs kan 
deeze foort aangovonnen , en zeer vermeenigvuldigd 
worden. 

De Satüreia Montana Lüsitanica , of 'Berg- 
Saturcy uyt Portugal , vergaat ook niet haaft , maar 
blijft lange jaren in 't leeven. Vriefl , weegens hare 
teederheyd , in koude tijden dikmaal dood , buyten 
fraande. Men moet derhalven , om van deeze foort 
niet onverwacht gantfeh beroofd te worden, altijd ee- 
nige Planten der zelve , in een Pot gezet, 's Winters 
binnens huys brengen; met niet veel vochtigheyd voor- 
zien ; ook niet voor in 't begin van Af ril, met een 
zachte Reegen, weer buyten ftellenj dan noch haar 
wagtcn voor koude nagten, en hayrige Winden. 

Geeft in onze Landen noyt rijp Zaad. Word ech- 
ter aangewonnen en vermeenigvuldigd door hareTakjenst 
behandeld op de hier boven aangeweczene wijze. 



ollen en Bloemen , III Boek, 8tf* 

CCCCXVII HOOFDSTUKi 

STEENBREEK. 




Us genoemd in het Necderlandfch , Namen; 
word in het Latijn gchceten Saxi- 
fragia : in het Hoogduytfch Stein* 
brech: in het Franjch Saxifrage, 
en in het Italiaanfch Sassifragia. 
Hier van zijn mij in haren aart be- Drie ver. 
kend drie veranderlijke foorten ; namentlijk» andcrlijké 

L Saxifragia alba, of witte Steenbreek. II. Sa- foortCn « 
xifragia aurea , of goude Steenbreek. III. Sa- 
xifragia antiquorum , of Steenbreek^ der Ou- 
de. Niet alle zijn ze van de zelve Bouwing en Waar. 
neeming. 

Echter beminnen ze al te zamèn een goede, ge- Grond, 
meene , zandige , zoo wel gemeftte als ongemeftte , 
en met een goed deel kleyngeklopte roode Steen door- 
mengde aarde : een openc , vrije Lucht, en ook een 
fchaduwachtige plaats. Willen veel Water. 

Geeven dikmaal , bij goede .jaren , volkomen rijp Zaad. 
Zaad; inzonderheyd het SaxifRagia aurea, of 
goude Steenbreek. Verdragen allerley ongeleegenthee- 
den der Winter zonder fchade. Worden ook bequa- Aanwin- 
melijk aangewonnen en vermeenigvuldigd , niet alleen nin 6* 
door haar Zaad , 't welk met een waffènde Maan van 
Maert op een fchaduwachtige plaats, niet diep gelcgt , 
de aarde moet aanbevolen zijn ; maar ook door hare 
aangegroeyde;o»^e Wortelt jens; welke men op de zelve 
tijd van de oude afneemt, en verplant. 

Het Saxifragia antiquorum, of Steenbr eender Stcen- 
Oude , fchiet uyt een dikachtig, houtig, bruyn-ver- breck dcf 
wig Worteltje veele dunne, zeer fmalle, en voor fpits ° ude " 1 
toegaande Bladert jens, tecderder als het gemeene kleyn 
Gras ; donkergroen van vcrwe ; fteevig (taande , en 
hauwlijks een kleyne vinger lang. Uyt welker Hert Bladeren, 
een goed deel zeer dunne, ronde + drie, of ook vier 
vingeren breedte hoog opfehietende Steelt jens te voor- 
fchijn komen ; voorzien met veele teederé, noch geen 
lid van een vinger lang zijnde Bladert jens ; altijd twee 
entweeregt teegens over malkander zittende. TufTchcn 
welke lange , kaale , andere Steeltjens voortfehieten : 
op welker bovenfte punten uyt langwerpige Knofjens 
de Bloemt jens zich laten zien ; zijnde geelachtig groen Bloemen; 
Van verwe ; in gedaante gelijk die van de Lychnis fyl- 
veftris fexta Caroli Clufti, of zeefde foort van wilde Je- 
nette des Hceren CaRoli Clusii. Beftaan uyt vijf 
kleyne Bladert jens, zijnde boven 't breedft; in 't mid- 
den met een kleyne Kerf gefneeden. Als ze vergaan 
zijn, laten ze na een kleyn bruynachtig Zaad. 

Deeze foort is teeder van aart; zoo dat ze in deeze Hoe ' wcc " 
koude Geweften 's Winters niet, of zeer zelden over S^ 
blijft. Moet derhalven, met een wafTende Maan van herwaar 
Af ril in een Pot, niet boven een ftroobreedte diep, ge- * e n e=- 
zayd zijnde , in de Zomer met matige vochtigheyd mcn * 
voorzien; op een vrije , luchtige, welgeleegene plaats 
gefield; voor koude Herfftreegenen wclgewagt,inOtfo. 
ber binnens huys in een luchtig doch geen warm Ver- 
trek gezet ; flegts met een weynig Recgenwaterfche 
lauwgemaakte vochtigheyd ( gedurende deeze tijd ) 
onderhouden , en niet voor in Maert , met een aan- 
gename Lucht en Reegen , weer buyten gebragt ; 
dan noch cevenwel voorzichtig gewagt en gedekt wor- 
den voor veel vochtigheyd, koude nachten, en hayri- 
ge Winden, 

Vergaat niet haaft: blijft altijd groen, en eenige ja-ZaatJ. 
ren lang m 't leeven. Geeft, bij heete Zomers, vol- 
komen rijp Zaad; 't welk op de gemelde tijd de aarde 
moet aanbevolen zijn. Alleenlijk hier door kennen ze 
aangewonnen en vermeerderd worden, 



KRACH- 



8<*3 Steenbrêêk* Scabïóse* DüyVelsbeet. 

KRACHTEN. 



Aar f"' 
TH>A. l.to. 



S 



c. ii 



Namen. 




Veele 
fchoonc 
Verander- 
lijke foor 
ten, 



Teenbreekj, of in 't Latijn Saxifragia^ is verwarmen- 
de en verdrogende in den tweeden graad. 

Deeze Plant j met de Wortelen en 't Zaad, in 
.Wijn gekookt; dan daar van 's morgens nuchteren een 
J2r'"i' 7 . 4 ' Roemertje gedronken, breekt en jaagt uyt de Nieren- 
jtubf.hijl.fteen, ook fa ft een der Blaas. Doed wel water lojfen. 
tl. c. 280. Geneert de Koudcpis ; de pijn der Lendenen. Drijft af 
de Nageboorte; de doode Vrucht, en verwekt der Vrou- 
wen Maandftonden. 



CCCCXVIII HOOFDSTUK. 

C A B I O S E 

Et geenen anderen naam als deezen , 
mijns weetens , in 't Nvederlandfch 
bekend. Voerd in 't Latijn en Ita- 
liaanfch ook de benaaming van Sca- 
biosA : in het Franfch dcfgelijks. 
Van de Duytfchers word deeze Plant 
geheeten Apostenkraut ; Grindkraut , als ook 
meede Scabiose. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden vee- 
Ie fchoone veranderlijke foorten ; te weeten : 

I. Scabiosa major vuLGARis, of gemecne groote 
Scabiofe. II. Major Hispanica, of groote Spaan- 
fche Scabiofe. IIT. Centauroides maxima , of 
aldergrootfte Scabiofe , met zAvartachtigc , dik^e , en 
langleevendc Wortelen , die van het Centaurium ma jus 
folio Cinar*) of groot Santorie met Bladeren van Ar- 
ticiok^en, niet ongelijk. IV. Hircina, of Bok^fea- 
biofe* V. Alpina, of Berg-fcabiofe. VI. Petrea 
tenuifolia, of fmal-gebladerde Scabiofe , groeiende 
op berg- en fteenachtige plaateen. VII. Petrea Lü- 
sitanica , of Portugalfche Scabiofe , op fteenachtige 
p laateen voortkomende. VIII. Globosa eouis in- 
TEGRIS , of Scabiofe met ongefneedene Bladeren , en 
rond-geknopte Bloemen. IX. Indica flore pur- 
püreo , of Indiaan fche Scabiofe met een pur pur e 
van welke Bloem. X. Indica flore purpureo et aldo va- 
hierzef- riegato , of Indiaanfche Scabiofe met een purpur- 
de nW or" en wtt-bonte Bloem. Xf. Indica flore rubro, of 
gefteld. Indiaanfche Scabiofe met een roode Bloem. XII. Indi- 
ca flore rubro et albo variegato , of Indiaan- 
fche Scabiofe met een rood- en wit-bonte Bloem. XfIL 
Indica prolifera, of Indiaanfche Scabiofe met Bloem 
uyt Bloem. XIV. Indica prolifera in flore 
PROLIFERO, of Indiaanfche Scabiofe met een dubbele 
"Bloem uyt 'Bloem ; te weeten, uyt de eerfte, zijnde de 
grootfte Bloem, in 't ronde ter zijden vier , vijf, en 
ook zomtijds zes Bloemen * kleyner dan de zelve voort- 
komende; uyt welke ieder affonderlijk weer twee, en 
ook drie, noch kleyner voortfpruy ten ; 't welk een zeer 
fchoone aanfehouwing geeft , doch niet ieder jaar ee- 
ven gelijk worden gezien. XV. AngustifolIa pra- 
Tensis hirsuta , of Scabiofe met fmalle ruyge Bla- 
deren , groeyende op gratige Velden. XVI. Indica 
arborescens , of Indiaanfche Scabiofe , opfehietende 
tot een Boomt je. Niet alle zijn ze van de zelve Bouwing 
en WaaYneeming. 

Zij beminnen nochtans al te zamen een goede , 
gemeenc zandigc aarde, met twec-jarige Pacrdemift ma- 
tig voorzien: een vrije, warme, wel ter Zon geleege- 
ne plaats, en tamelijk veel Water. Zommige blijven 
eenige jaren lang, andere niet zoo lang in 't leevcn. Van 
de eerft-gemeldc foort zijn : 

De Scabiosa major vulgaris, of groote gemee- 
\TS-' me Scabio fti en Petrea tenuifolia, of Scabiofe 
gebladerde met fmalle Bladeren , groeyende op fteenachtige Oor* 
Scabiofe. den. Deeze verdragen de fterke koude der Winter; 



Grond. 



Groote 



waar te 
necmen. 



8<?4 

veel Reegen * en gceven meert dert tijd volkomen 
Zaad : 't welk men met een wadende Maan van A~ 
prtl de aarde, niet diep, moet aanbeveelen. Alleens 
lijk hier door konnenze aangewonnen en vermeenigvuU 
digd worden» 

De Scabiosa alpina, of Perg-'cabiofe; Hirci- Andere 
na , of Bok^Scabiofe ; Globosa foliis integris, foorten ' 
of Scabiofe met ongefneedene Bladeren en ronde Bloemen; 
Angustifolia pratensis rirsutA ; of Scabiofe 
met fmalle ruyge Bladeren > voortkomende op GrasvcU 
den, en Scabiosa Indica» of Indiaanfche Scabiofe , 
met al hare meede-foorten , blijven niet langer dan 
twee Zomers in 't leeven. Zijn teeder van aart; Kon- 
nen noch veel koude Herfftreegenen , noch felle Vorft 
verdragen» 

Moeten dcrhalven , met een waffende Maan van A- Hoe in dtt 
pril of May in Potten gezayd of geplant zijnde, in 't Winter 
begin of laatftc van Ottobcr, na gclcegentheyd van de 
bequaamheyd of onbequaamheyd des tijds, binnens huys 
gebragt zijn, op een luchtige plaats, daar, indien 't 
gefchieden kan , niet , of immers alleen met vriezend 
Weer, en ook niet lang, word gevuurd, vermits ze 
de vuur<-warmte minder als de Vorft verdragen kon- 
nen» Voorts moer men ze onderhouden met zeer wey- 
nig Vochtighcyd ; bij tijds weer de Lucht laten ge- 
nieten ; ook zomtijds > bij goed Weer , haar over 
dag na buyten , 's nagts weer binnen brengen ; doch 
in 't begin van April geheel buyten laten blijven: ech-* 
ter haar genoegzaam wachten en dekken voor koude 
nagten, hayrige en fchrale winden. 

Geeven dan de tweede Zomer rijp Zaad: 't welk Zaïd. 
zomtijds van het Indiaanfch Scabiofe j vroeg opgeko- 
men zijnde, wel in de eerfte Zomer teegens of in den 
Hcrfft gefchied. Hier na verfterven ze. Wil iemand 
van de Indiaanfche Scabiofe met Bloem uyt Bloem jaar- 
lijks weer de zelve zien , die winne 't Zaad van de 
zelve afzonderlijk; en zaye het op de voorheencn aan- 
geweezen wijze ; zoo zal hij uyt dit Zaad op nieuws 
zoodanige bekomen. 

De Scabiosa InDica prolifera , et dupli- ïndfaan- 
CITER prolifera, of Scabiofe met een dubbele , ofkh eSca - 
enhele Bloem uyt Bloem , krijgt uyt een witte , van {^^"t 
fmaak bittere Wortel aardige Bladeren ; ontrent een Bloem, 
kleyne hand lang ; voor een vinger of duym breed j 
achter zeer fmal gefneeden in verfcheydene deelen van B] a< jerert» 
een ongelijke grootte; de onderfte de klcynfte, de voor- 
aanftaande de grootfte, en gemeenelijk voor rond toe- 
lopende. Zijn een weynig ruyg van aart; aan de ran- 
den wat rondachtig ingefneeden ; voorzien met eenige 
Aderen, uyt eene in 't midden voortkomende. In de 
Mond geknauwd wordende, zijn ze bitter fmaak; ook 
lij machtig van natuur. 

Uyt welker Hert een of twee ronde, bleck-groen Stcelefl* 
verwige, doch na de Zon gekeerd bruyn-achtige , een 
weynig blinkende, wat ruygachtige Stcelen opfehieten* 
doorgaans twee , derdehalve , of ook wel drie voeten 
hoog : aan welke Bladeren groeyen , hoe hóögcr 1 hoe 
fmaller en teedei der, altijd twee en twee teegens over 
malkander gefteld, en onder de Steclèn gelijk als om- 
helzende i zich ook verdeelende in veele Zijdetak* 
jens» 

Uyt der zelver voorfte punten komen te vöorfchijn Gedaante 
de Bloemen, op lange, dunne, ronde, zeer taye Steelt- der Bloe^ 
jens , niet ligt te breekem Eerft beftaan ze uyt veele thCDi 
in 't rond bij malkander geftelde Knopjens. Als deeze 
de eene na de andere geopend worden , vertoönen zich 
de vijf-gebladerde Bloemt jens , van de voorhecnen ge* 
noemde verfcheydene fchoone couleufen; van welke de 
uytwendigfte de grootfte, de inwendigftc de kleynfte, 
echter al te zamen uyt vijf Bladert jens toegefteld Zijn» 
Waar van men de twee onderfte de kicynftc ,• de twee 
middelftc wat grooter, en de eene voorfte in 't midden 
de aldergrootfte ziet; doch alle langwerpig, en Voor 
ftomp-rond toegaande; hebbende van binnen vier ree- 
Iii der* 



Us Beschryving deh Kruyden i Bollen en Bloemen ] III Boek 

dereopftaandelW;-, waar op langwerpige, wit- Italiaanfch Morso di Diavolo - ü 
achtige KfpjcHsffotytn. Al deeze to«, 't 21, 
ook van wat voor een verwe, veroorzaken een bevaMj- 
kc aanfehouwing. Als ze eenige dagen hebben open ge- 
ftaan , vergaan ze in haar zelven ; nalatende eenige dik- 
ke, langwerpige, boven ftomp-rond toegaande, kluch- 
Zaadhuys- rigé Zaadhuysjens; van welke ieder zich vertoond met 



jens 



Zaad. 

Aanmer- 

kelijk- 

heyd. 



Groote 



galfchc 
Scabiofc 



een ronde witte kroeze rand van buyten : in zich hou- 
dende een groen Knopje, voorzien met vijf bruynachtige, 
lange, hayrigc, ftcevig-ftaande Draadjcns. Als ze nu 
in den Hcrfft hare volkomentheyd hebben verkreegen, 
worden ze bleek, of vaal van couleur, en bewaren van 
binnen een kleyn langwerpig, doch dikachtig, bleek- 
verwig Zaadje. 

Het is aanmerkenswaardig, dat deeze Bloemen, waar 
uyt andere voortwaflen, niet altijd hare fchoonheyden 
eerfte gedaante behouden ; maar dikmaal zoodanig ver- 
anderen, dat ze uyt niet anders, als uyt geheel groen- 
verwige , fpits toegaande bladerige Bloemen , zonder 
eenige bevallijkhcyd beftaan : gelijk men zien kan in 
de kleynfte hier bij gedane Figuur , na 't leeven afge- 
teekend. 

De Scabiosa major Hispanica , of groote 
Spaanfchc, spaanfche Scabiofc, en Petrea Lusitanica, of Por- 
' tugalfche Scabiofc, waflende op ft eenachtige plaateen, 
worden niet zoo oud , maar blijven alleenlijk eene Zo- 
mer in 't leeven. Met de voorheenen gemelde Maan 
worden ze in Potten gezayd; en niet meer als twee of 
drie Planten in ieder Pot gelaten. Geeven niet als bij 
goede jaren voor de aankomft van de Winter rijp Zaad 
in deeze Geweften ; en vergaan van zelfs. Eevenwel 
heb ik de groote Spaanfche Scabiofc, laat opgekomen 
zijnde , meer maal de Winter over behouden ; bin- 
nens huys altijd luchtig gefteld, en zoo wel voorde 
warmte cles vuurs , als voor de Vorft voorzichtig gewagt 
zijnde. 

KRACHTEN. 

DE groote gemeene Scabiofc , in het Latijn Sca- 
biofa major vulgaris, is warm en droog in den 
tweeden graad; ook fijn vandeclen; alle taye, 
dikke vochten doorfnijdende , dunmakende , en ver- 
teerende. 

In Wijn gekookt, en daar van gedronken , is goed 
voor inwendige verz,weeringcn,o( Apoftematien: Hoeft, 
P Ie t ir is , benauwde Ademhaling , Engborftigheyd, pijn 
Lu/it. /. 4. in de Zijde : de beeten en feeken der giftige Dieren : 
tmrr. 13. Peftilentiale en heet e Koortsen: Monden; Schurftheyd , 
en het SprenktvttKr : 't welk ook vermag het uyt- 
geparftte Zap der Bladeren , daar op geftreeken zijn- 
de. 

Drie of vier oneen van 't zelve Zap, met twee Scru- 
pelen Theriac, in Wijn ingenomen, is goed voorde 
geene , die vergif in 't Ligchaam hebben gekreegen ; 
ook voor die van peftilentiale Koortz.cn worden aan- 
getaft. Reynigd daarenboven de Longe. 

Een Conferf van deeze 'Bloemen gemaakt , en daar 
hifi. Plant. van dagelijks, 's morgens nuchteren, een weynig, op 
I» • 4 /• » t p Unt van een jyj es g CC ja an f gebruykt, geneeft ook al 
de gebreeken van de Longe en Borft. 



CCCCXIX HOOFDSTUK. 

DUYVELSBEET. 

Namen. %$&MÈM l£Ê£&b "F. n meedc-foort van de boven ge- 
melde Scabiose, word in het Nee- 
derlandfch metdeezen, en, mijns wcc- 
tens, geenen anderen naam genoemd: 
in het Latijn Morsus Diaboli , 
of Succisa : in 't Hoogduytfch Teuf- 
fels abbeis; in 'c Franfch Mors de Diable: in het 



Hoi. l.f 



Trag.l.i. 
c 80. 
Camerar. 
7.4. c 16. 



Tern,l.f. 

Mtih. 
Med. 



Durantei 




, Ï66 

alle van de zelve 
beteckening. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden twee Tweever. 
veranderlijke foorten; tewecten: anderlijfc 

I. Morsus Diaboli flore albo , of DuyveU- ortcn • 
beet met een witte Bloem. II. Succisa flore ccc- 
ruleo, of Duyvelsbcet met een blatnve Bloem. Beyde 
zijn ze van eeven de zelve Boitwing en Waarneeming. 

. Zij beminnen een goede , gemeene , zandige , zoo Grond, 
wel gemeftte als ongemefttc grond: een vrije, becjuaam 
ter Zon geleegene plaats, en matige vochtigheyd. Ver- 
dragen felle koude , en alle andere ongeleegentheeden 
der Winter zonder fchade. 

Blijven zelden langer dan vier jaren in 't leeven; en Zaad. 
geeven dikmaal in den Herfjl volkomen rijp Zaad ; 
't welk met een waffende Maan van Maert of April (na 
gelecgentheyd van de bequaamheyd of onbequaamheyd 
des tijds) niet diep in de aarde word gelegt. Komt ook, 
door 't uytgevallene , genoeg van zelfs voort; en geeft 
de tweede Zomer haar eerfte Bloem. Alleen hier door Aanwin- 
konnen ze vcrmeenigvuldigd worden. mn S- 



D 



KRACHTEN. 

uyvelsbeet, in 't Latijn Mor fut Diaboli, is warm &vt. 
en droog tot in 't begin van den derden graad: 
ook verdeelende en verteerende van aart. 



Met de Wortel in Wijn gekookt , en daar van ge- DoJoa.Lf, 
dronken , ook daar mee gegorgeld , geneeft de Sejui- JgL^ij, 
nantie, of 't Kecl-geznvel; de ontftokene en gezwollene c . | 74 .' ' 
Amandelen ; de beeten en fteeken der giftige Dieren : Trag.l.u 
verdrijft de Winden-, verzacht de fmerten, en de op- c '* x ' 
ftijging van de Moeder: ftrijd teegens 't vergif: fchcyd 
het geronncne Bloed : is goed voor de Peft - geneeft: 
de Schurft heyd en diergelijke gebreeken , daar mee ge- 
waflehen zijnde ; of het uytgeparftte Zap daar opge- 
ftreeken. Vermag voorts ook al 't geene van de Sca- 
biofc is gezegt. 

Deeze Plant met zijne Wortel en 'Bloemen groen ge- Furff.hijf; 
ftoten, maakt rijp, en heeld óo peftilentiale Gezwellen, f *'*-*7 2> 
Klieren en Carbon kelen, daar op gelegt zijnde. 

De Wortel gedroogd, gepulverifcert, en 's morgens 
nuchteren, drie of vier dagen na malkander, met Spaan- 
fche Wijn ingenomen, doed de Wormen fterven. 



CCCCXX HOOFDSTUK. 

NAALDEKERVEL. 

I Us in het Neederlandfch genoemd , Namen, 
word op 't Latijn geheeten Scandix, 
of ook Pecten veneris, ter oorzaak 
van hare aardige teedere Bladeren: in 
het Hoogduytfch wilde Mooren: in 
het Italiaanfch, volgens 't Latijn, Pet- 

TINE Dl VENERE, of SCANDICE. 

Hier van zijn mij in haren aart twee onderfcheydene Twee on- 
foorten bekend geworden ; te wecten : derfchey- 

denc foor- 
ten. 




I. SCANDIX MAJOR , flVe PECTEN VENERIS , of 



groote Naaldekcrvel; anders Venus-kam. II. Scandix 
minor , of kleyne Naaldekcrvel, welke ook genoemd 
word Perchfpier Anglorum, of Perchepier van de 
Engelfche. Deeze beyde zijn niet van eeven de zelve 
Bouwing en Waarneeming. 

Zij beminnen een goede, gemeene, zandige, meer Grond, 
een gemeftte als ongemeftte grond : een vrije , wel- 
geleegene plaats, en veel Water. Geeven volkomen 
rijp Zaad, en vergaan daar mee ; de eene foort echter 
vroeger dan de andere. 

Het Scandix major, of groote Naaldekervel , an- Aanwin- 
ders ook gezegt Pecten Veneris , of Vcnmkam , n '°g dcf 
blijft niet langer dan eene Zomer 'm 't leeven. Moet gr00tc 
derhalven ieder foor jaar, met een waffende Maan van 

Maen 



U7 Naaldekehvel. Scorpioenstaart &c. Adderskruyd. m 



en der 
klcync 
Naaide- 
kcrvel. 



Onl. m. 
Simp. 8. 



Bi o/r. l.l 
C.168. 



Dfir/i»t. 
hifi. Plant, 
fel. }fX, 



Namen. 



2,es bij- 
zondere 
foorten: 



Grond. 



Maert, weer, niet diep in de aarde* worden gezayd. 
Want alleen hier door kan dceze (bort aangewonnen en 
vermeenigvuldigd worden. Komt anders ook van zelfs 
genoeg op uyt 't neergevallene Zaad* 

Het Scandix minor , of kl f y tte N**ldckervel , 
brengt voort een klcyn Zaad, 't welk dat van 't ander 
gantfchelijk niet gelijk is. Dcczc foort vergat niet zoo 
haaft. Kan felle koude, en alle andere ongclccgenthec- 
den der Winter uytdaan. 'Blond in de tweede 'Zo- 
mer. Geeft volkomen rijp Zaad , en verderft daar 
mee. Word door dit haar Zaad' aangewonnen. Doch 
komt, ter plaats daar het eens gedaan heeft, zoo over- 
vloedig door 't uytgcvallene voort, dat de mocyte der 
aaying gantfeh onnodig zou zijn. 

KRACHTEN. 

GRootc Naaldckervel ', in 't Latijn Scandix major, 
is verdrogende en verwarmende in den tweeden 
graad ; ook fcharp en bitter op de Tong. 

Word vceler weegen van veclc voor een IVloeskruyd 
in fpijzen gcbruykt. In Wijn gezoden, en daar van 
gedronken, is aangenaam voor de Maag, en olie ande- 
re inwendige deelcn des Ligchaams. Opend daarenbo- 
ven de verftoptheyd van Lecvcr, 'Blaas en Nieren. 

De 'diaderen, Bloemen en Wortelen van Naaldeker- 
vel, met Boter, Wijn, en eenigc Pcetcrzclic-bladeren, 
een weynig in een Pan gebraden , en zoo gelcgt op 't 
Gcmagt der kinderen , welke haar water niet konnen 
maken, docd haar 't zelve lojfen. 

Het Scandix minor , of kjeyne Naaldekervcl , 
rauw in een Salade genuttigt, of andcis ook, in pec- 
kel ingclegt zijnde, zoogegeeten, docd fterkeliyk^woM 
ter lofjen. Opcnd daarenboven de verftoptheyd der in- 
}i>endtge Ligchaams deelcn. 



CCCCXXI HOOFDSTUK. 

SCORPIOENSTAART 

met Bladeren van 

HAAZE-OOREN. 

1 Ord in het Necderlandfch dus , en , 
mijns wcetens , met gecnen anderen 
naam genoemd; den zclvcn bekomen 
hebbende na de gedaante haars krom- 
gebogenen Zaads , niet qualijk een 
Scorpionsftaart gelijkende. Word in 
het Latijn gchecten Scorpioides, en in 't Italiaanfch 
Scorpioide. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden x.es 
bijzondere foortcn ; namentlijk: 

I. Scorpioides Bupleuri folio, of Haaz.e-oo~ 
rtn met Bladeren van Bupleurum. II. Altera Bu- 
pleuri folio, of tweede foort van HaazjC^ooren , of 
Scorpioide skruyd , met Bladeren van Bupleurum. III. 
Portulac/e folio, of Haazen-ooren met Bladeren 
van Porcellain. IV. Leguminosa , of Scorpioides-' 
krujd , anders Hia^en-ooren met Peultjens. V. Le- 
guminosa Lusitanica, of Haazcn-ooren met Pcult* 
jens uyt Portugal. VI. Scorpioides Leguminosa 
secunda Lusitanica, of tweede Scorpioideskruyd , 
met zeer t ceder e , dunne , in 't ronde inwaarts gedrayde 
Peultjens uyt Portugal. Al te zamen zijn ze van eeven 
de zelve Bouwing en Waarneemin<r. 

Zij beminnen een gemcenc, zandigc, goede aarde , 
met twec-jaiïgc Pacrdcmift matig voorzien : een opene, 
warme , vrije , wel ter Zon gclccgcnc plaats ; en niet te 
veel vochtighcyd. Blijven, niet langer dan eene Zomer 
in 't leevcn. Gcevcn tecgens de IVtnter volkomen rijp 
Zaad, en verderven daar mee. 




Moeten dcrhalven meteen woffendc Maan van Macrt Aanwin- 
of April in ieder Voorjaar weer op nieuws gezayd zijn : '""£• 
want alleen hier door konnen ze vcrmcuivd en vermeer* 
derd worden. 

De foorren van Scormotdes Ltt.uminosa , of Scorpiocn- 
Scorpioideskruyd met Peultjens, zijn de tccclcrdc van ' lj!l,r "»et 
alle ; en geraken dcrhalven niet ieder jaar rot hare vol- 1,cul, J cns > 
konuntheyd. Moeten ter dier oorzaak in Potten ge* 
znyd , niet vcrplant , en op een zeer warmt plaats 
$eftcld worden; zoo krijgen ze dies te bceter rijft en 
goed Zaad. 

KRACHTEN. 

SCorpiocnftaart , in 't Latijn Scorpioides , is verdro- G/t / f o 
gende in den tweeden , en verwarmende in den MtJ.si'mpl 
derden graad. 
De Bladeren gefloten , en op de becten of ftceken der 
Scorpionen gelcgt , gencezen de Zelve. Dcfgclijks ook 
andere varfj'che Wonden. 

Indien een Scorpioen met dit Kruyd word aangeraakt, Durantes 
zoo valt hij terdond in onmagt. f" 1, 4* 1 » 







CCCCXXII HOOFDSTUK. 

ADDERSKRUYD. 

P het Needc rlandfch met deezen , en, Namcn>efl 
mijns wectens, gecnen anderen naam 001 fprong. 
bekend. In het Latijn en Italiaanfch 
gchecten Scohzonera : in 't Hoog" 
7 duytfch mecde Scorzonerb, of ook 
Sc HI.ANGEN-MORD. De Franfcht 
noemen 't, gelijk de Latijnen en Italianen, Scorzove- 
-ra , na 't woord Scurzo , 't welk in de Spaanfcht 
taal een Adder beteckend , vermits decze Plant zeer 
handig geneed de gecne, welke van Adderen, Slangen, 
of andcrer giftige Dieren gebecten zijn geworden. 

Hier van zijn mij in haren aart drie bijzondere foor- Drie ver- 
ten bekend geworden ; namentlijk. andcrhjke 

T c ' foorten. 

I. Scohzonera major latipolia flore lu- 

teo, of groot brecd'bladerig Adderskruyd, anders Scor- 
tjoncra, met geele Bloemen. II. Minor angustifo- 
LIA flore LUTEO , of hlcyn Adderskruyd met geele 
Bloemen. III. Scorzonera flore ruiiro, of Ad- 
derskruyd met een foode Bloem. Alle zijn ze van cencrley 
Bouwwg en M 'aarneeming. 

Zij beminnen van naturen een goede zandigc aarde , Qrond. 
wel voorzien met twec-jarige Pacrdemid : een vrije , 
Wel gclccgcnc plaats ; en tamelijk veel vochtighcyd. 

Blijven cenige jaren in 't leevcn. Konnen in dcczc inó: 
Ge weden felle koude, en alle andere ongclcegcnthccdcn 
der Winter uytdaan. Bloeyen niet alleen , maar krij- 
gen ook dikmaal , inzonderheyd bij drooge Zomers, 
volkomen rijp Zaad : 't welk met een wadende Maan 
van April, niet diep, in de aarde word gelcgt. Al- Aanwin* 
lccnlijk hier door kan men ze aanwinnen en vermee- nla $- 
nigvuldigen. 

Dceze uyt 't Zaad voortgekomene jonge Planten BloejifljJ* 
bloeyen zelden voor in 't volgende , ook wel cerd in 't 
derde jaar. Ten minden een voet wijdte moeten ze van 
malkander gedcld worden. 

KRACHTEN. 

ADdcrskruyd , of Scorzonera , met de Wortel in tohtti l. u 
Wijn, of Edik gekookt, en daar van i«cfeplDOF-^ , ' 6 r'^ 
gen nuchtcren een Roemcrrjc gedronken; of het 
-uytgcpardte Zap met Wijn ingenomen ; of ook de 
Wortelen geconfijt , en daar van 's morgens wat gegce- 
ten, drijd zeer krachtig tecgens 't vergif-, de ltcckcn Duf/lnttt 
van giftig* Dieren, en de Ixcrcn der dolle Honden : Vfcfoft, riant. 
londtrhcyd ook tecgens de Pejl. Ja, indien iemand/,/. 41». 
Iii z & 



169 Beschryvinc der Kruyden, Bollen en Bloemen , III Boek , $ 7 o 

de pefiHentiale Ziekte of Koorts alreeds op 't lijf had, 
„f rU ,*] vt > pevoclde , en dan van deezen Edik twee 



of de zelve gevoel 

oneen, of van de Wijn vier oneen, anders een Koemer 

vol , innam , en daar op terftond ging leggen zwce- 

ten, zoo zou hij binnen weynige dagen zich geneezen 

u l i bevinden. Is daarenboven ook goed voor de geene , 

t.%. ' ' welke gequeld zijn met draying of zwijmeling des 

Hoofds; beeving en klopping van 't Hert; de vallende 

Ziekte, en diergelijke gebreeken. Verfterkt defgelijks 

deflatrwmoedige menfehen ; maakt een vrolijk.Hert , en 

verdrijft alle zwaarmoedigheyd. 

Het Zap uyt de Wortelen van Adder skruyd geparft, 



DeJ.l.B. 
c.14- 



en in de Oogen gedaan 
fcharp Gedicht. 



veroorzaakt een helder en 



CCCCXXIII hoofdstuk. 



G R 
SPEEN 



O O T 

KRÜYD. 



I4amen. 




Verfchey- 
dene be- 
ziens- 
waardige 
foortcn, 



tot neegen 
toe hier 
voorge- 
fleld. 



fcN het Neederlandfch dus genoemd , 

■word in Latijn geheeten Scrophu- 

laria : in het Hoogduytfch Braun- 

wurtz , of ook Knotenkraut: in 't 

Tranfch Scrophulaire ; en in 't Ita- 

liaanfch Scrofolaria. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden 

eenige bezienswaardige veranderlijke foortcn ; nament- 

lijk : 

I. Scrophülaria vulgaris major , of gemeen 
groet Speenkruid. II. Aquatica , of Water-groot 
Speenkruid. III. Sambuci folia flore purpureo 
majori , of groot Speenkruyd met Bladeren van Vlier, 
en een groot e purpur e Bloem. IV. Pannonica flo- 
re luteo , of Oojlenrijkfch groot Speenkruyd , met 
een geele Bloem. V. .<5Lstiva minor urticjE fo- 
lio , of Zomer groot Speenkruid met Bladeren van 
Neetelen VI. Scordianje folio Lusitanica, of 
Portugalfch groot Speenkruyd met Bladeren van Scor- 
dtum, oiWaterlook. VII. Tenuifolia rutjE ca- 
nina dicta , of groot Speenkruyd met teedere Blade- 
ren , gerioemd Hondsruyte. VIII. Scrophüla- 
ria RUTA CANINA DICTA LUSITANICA , of groot 

Speenkruyd uyt Portugal , Hondsruyte geheeten. IX. 
Scrophülaria (of Scrofularia) hirsuta Mons- 
PELIENSium j of groot Speenkruyd van Mompelliers 
met ruy ge Bladeren; anders ook wel van zommige Her- 
ba venti geheeten. Niet alle zijn ze van eenerley Bou- 
wing en Waarneeming. 

Zij beminnen echter al te zamen een goede , gemec- 
ne, zoo wel zandige> als andere , doch luchtige, voch- 
tige, en welgemeftte grond : immers zoo zeer een be- 
quaam ter Zon geleegene , als een fchaduwachtige plaats; 
en veel Water. Konnen tamelijk wel de koude en an- 
dere ongeleegentheeden der Winter uytftaan. 

De Scrofularia vulgaris major, of gemeen 
groot Speenkruyd , blijft veele jaren lang in 't leeven. 
Geeft ieder Zomer volkomen rijp Zaad: 't welk met 
een wadende Maan van April in de aarde moet gelegt 
zijn. Hier door word ze genoeg vermeenigvuldigd: en 
dan ook noch aangewonnen door aangewafifene jonge 
Wortelt jens, welke men op de genoemde tijd vandeo»- 
de afneemt en verplant. 

De Scrofularia aqjmtica , of Water groot 
Speenkruyd , en Scrofularia Pannonica flore 
k'ruyd, en lu teo , of Oojlenrijkfch groot Speenkruyd met geele 
Ooften- Bloemen , blijven zelden langer dan twee jaren in 't lee- 
ven. Verdragen de koude der Winttr. Geeven de twee- 
dtZomer volkomen rijp Zaad; 'twelkopde hierboven 
verhaalde wijze moer gezayd zijn; en hier door konnen 
ze genoegzaam vermeenigvuldigd worden. Komen ook 
wel in veelheyd op van zelfs, door 'tuytgevalleneZW. 



Grond. 



Gemeen 
groot 
Speen- 
kruyd. 



Water- 
groot 
Specn- 



lijl.f'.h 
groot 
Speen- 
kruyd. 



De Scrofularia sambuci folia flore pur- g 
PUREO majori, of groot Speenkruyd met "~B laderenvan Speen- 
Mier, en een groote purpur e Bloem, van Prosper AL- kru ydmet 
pinus lib. de Plant is Exoticis fol. 103. genoemd Si- y] ad yf. n 
deritis Sambuci folio , of Xzerkruyd met Bladc- p otta „ lCtr 
ren van Mier: defgelijks de Scrofularia ruta ca- galfch 
nina Lusitanica, of Portugalfch groot Speenkruyd, | rooc 
genoemd Hondsruyte, blijven ook zelden boven, de twee kruyd' 
jaren in 't leeven. Worden, buyten ftaande, door de anders 
koude der Winter wechgerukt. Moeten derhalvcn in Ho "ds- 
Potten gezayd, teegens de aankomft van de Corjl bin- ruytc ' 
nens huys op een luchtige plaats , waar in men geen 
vuur ftookt als bij vriezend Weer , gefteld ; met mati- 
ge vochtigheyd voorzien , en niet voor in April met 
een zoete Lucht en Reegen , weer buyten gebragt ; 
dan noch voor koude nachten en hayrige -winden voor- 
zichtig gewagt worden. Krijgen de tweede Zomer rijp 
Zaad ; en vergaan dan. Zelden blijven ze langer in 
ftand. 

Het gemelde Scrofularia ruta Canina Lujitanica , Hoe waar 
of Portugalfch groot Speenkruyd , anders Hondsruyte tc nce " 
geheeten , heeft aan hare Steel ontrent ten halven CD * 
gantfeh fmalle, daar na rondachtige Bladeren; ruym 
een halve vinger lang, ook een vinger breed : ontrent 
donker-groen van verwe; aan de randen een weynigrc- 
kerfd, en van binnen voorzien met verfcheydene teede- 
re Adert jens, opwaarts lopende. 

De Scrofularia jEstiva minor urticje fo- Bladeren. 
lio , of kleyn Speenkruyd met Bladeren van Nee te- 
len; en Scrofularia ScordianjE folio Lusita- 
nica , of Portugalfch groot Speenkruyd met Bladeren 
van Waterloop» blijven niet langer dan een jaar in 't 
leeven. Geeven niet alleen Bloemen , maar ook goed 
Zaad, en verfterven daar meê. Moeten derhalven 
ieder Voorjaar , met een wallende Maan van Maert , 
de eerft-genoemde in de aarde ( welke ook wel genoeg 
van zelfs opflaat), de andere -in een Pot, niet diep, op 
nieuws gezayd zijn. 

Dit Portugalfch groot Speenkruyd met Bladeren van Kleyn 
Waterloop heeft de zelve van vier vingerenbreedte, en s P ccn - 
ook meerder, lang. Ontrent of ruym half zoo breed Bladeren' 
zijn ze ; aan de kanten aardig getand ; donker-groen- van Nce- 
verwig, van binnen voorzien met fterke omhoog ge- tc ' c oicn 



Ruften op tamelijk dikke en S" me , 
■'" Steel omhelzende ; iladcreT 



keerd ftaande Aderen. 

langachtige Steelt jens ; onder de 

aan welke ze regt teegens over malkander twee en twee van Water- 

voortkomen. look. 

De Scrofularia tenuifolia ruta canina Bladeren 
dicta , of groot Speenkruyd met teedere Bladeren , dcr ,aalft " 
ook Hondsruyte geheeten, krijgd uyt een kleyne, niet fjJJJ* 11 " 10 
zeer dikke, regr-neerfchietende , bleek-bruyne , en in 
veele Vee zelen verdeelde Wortel , verfcheydene Scheu- 
ten, anderhalve of twee voeten hoog; gemeenelijk on- 
der bruyn-rood, of uyt den purpuren blinkende; 
maar daar boven bleek-groen ; rond , doch met eenige 
uytfteekende ribbetjens, of verhoogende ftreepi jens ^ voor- 
zien; waar door ze zich op zommige plaatzen gelijk als 
vierkant vertoonen. 

Aan de zelve groeyen fchoone, in veele deelen ge- Groot 
fneedene, teedere Bladert jens. De onderfte zijn veel ? pe "j" 
breeder als de boven fte; tamelijk-hoog boven den an- ^"uee- 
deren gefteld; altijd twee en twee regt teegens malkan- dere Bla- 
der over zittende, en do. Steel in 't midden gelijk als dcren.ook 
omhelzende; de grootfte een kleyne vinger, wat meer "°"e s " 
of minder , lang ; een vingcrlid breed; onder in ver- n0 emd. 
fcheydene teedere deelen, hol gefteld, gefnecden; doch 
boven breeder blijvende ; en alle rondom aardig ge- SteeIcn » 
zaagd: van verwe Gras-groen , blinkende; de meefte BIadererx 
regt-opftaande ; zacht van aart, en een weynig dikach- van wflC 
tig : in 't midden van elk deel vercierd met een regt- voor een, 
doorlopend Adertje; waar uyt voortkomen veel andere gedaante, 
kleyncr , opwaarrs-gaande. In de Mond geknauwd 
wordende, zijn ze bitter van fmaak. 

Tuflchen welke, in 't bovenfte der Steelen, vijftien, Gcftalw 

twintig, 



Ty.MjS. 



.>'-.• . 




871 Groot Speenkruyd. BvtKENSKRUYD. Boterb 



LOEM. 



Hoden. 

«.31. 



e. 00. 



derDloe- twintig, vijfentwintig , of ook wel meerder, korte 
oen. Takje»s, Ayrs-wijze, doch hol en luchtig boven mal- 
kander, te voorfchijn komen. Aan de zelve ziet men 
de Bloemt jens, neerwaarts hangende. Dceze zijn kleyn ; 
die van de Scrofularia vulgaris major, of gemeen groot 
Speenkruyd, in gedaante en grootte niet zeer ongelijk , 
doch een weynig kleyner, zonder ecnige reuk. Beftaan 
uyt vijf voor rond toegaande Bladen jens; waar van 't 
onderde, alleen gefield, en de twee bovenfte zwart- 
rood, de twee middenftc uyt den purpuren aangenaam- 
rood gezien worden. Houdende in 't midden vier wit- 
achtige, uythangende ronde Draadjens, voor aan met 
Zaad. kleyne geele ronde Knop jens begaaft. Als ze cenige da- 
gen lang hebben open geftaan, vallenze op de aarde 
neerj nalatende eenige ronde, harde, bruyn-verwige , 
boven met een fpitsje voorziene, ook gemeenelijk haar 
in 't midden van malkander fcheydcnde Knopjens , gevuld 
met een kleyn , rond , en zwart Zaadje. 
Aanwin- Het zelve Zaad geeft ze ieder jaar door degeheele 
■mg- Zomer. Met een wadende Maan vanvï/^r/moetmen't 
• in de aarde leggen, en dikmaal met Water begieten, zoo 
zal 't dies te beeter voortkomen. "Bloeyd in 't tweede 
jaar, en geeft nieuw Zaad. Alleenlijk door 't zelve kan 
deeze foort vtrmtenigvuldigd worden. 

KRACHTEN. 

(.1. f*** R° ot Spttnkruyd , of in het Latijn Scrophula- 
I -■- ria major , is warm en droog in den eerften 
^— graad. 

Mittth.L*. -^ e lateien en Bladeren in Wijn gekookt , en daar 
van morgens nuchteren een Roemer gedronken ; of 
'c uytgcparflte Zap der zelve met Wijn ingenomen , 
en ook 't Zap met Honig tot een pap of falfjt gekookt j 
dan daar meê beftr,eeken de varjfcht wonden, vuylt in- 
eetende meeren en zweer en, Mtlaatsheyd, harde gezwel- 
len , Klieren, Kropzweeren, en de Specnen of Takken 
aan het Fondament, verdrijft en geneeft dezelve. Doed 
ook ophouden het bloeden uyt de Neus; 't Bloedfpou- 
wen , de Buykhop , en de overvloedige roode Maand- 
fionden der Vrouwen. 

Twee Drachmen van het pulver der gedroogde Wor- 
telen met Wijn , Zuyker , of Honig drie dagen na 
malkanders 's morgens nuchteren ingenomen , dood 
de Wormen. 



CCCCXXIV HOOFDSTUK. 

BYLKENSKRUYD. 

Namen. y^ ^ftHf^ ffiftEn zeer aardig en geen groot Gewas, 
word in 't Neederlandfch dus genoemd. 
In het Latijn Securidaca : in het 
Italiaan fch eeven al zoo : in 't Hoog- 
duytfch Beylkraut. 
les ver- <g^SS*-' A V> Hiervan zijn mij in haren aart eeni- 
anderhjkc g e veranderlijke foorten bekend : te weeten : 

foortcn. ° T c r „ .„ ; , 

I. Securidaca major , ot groot Bijlkenskruyd. 

II. Minor, of kleyn Bijlkenskruyd. III. Flore pur- 
pureo , of met een purpure Bloem. IV. Peregri- 
na flore Purpurascente , of vreemd Bijlkens- 
kruyd , met een bleek-purpure Bloem , en wonderlijk^ 
lang, aan beyde de zijden getand Zaad. V. Perrnnis 
Clusii flore rubello, of altijd-bltjvend Bijlkens- 
kruyd met een Roodachtige Bloem, van Carolus Clu- 
sius befchreeven. VI. Securidaca vesicaria, of 
Bijlkenskruyd met Blaas jens. Al te zamen zijn ze van 
de zelve Tiouwing en VI 'aar neeming. 
Grond. Zij beminnen een goede, gemeene, zandige aarde ; 

met een weynig twee-jarige Paerdemift , en 't Mol van 
verrotte Boombladeren doormengd : een opene , luch- 
tige, warme, vrije, wel ter Zon geleegene plaats, en 
matige vochtigheyd. 



?7i 



Durantes 
fil.M. 




Blijven niet langer dan eene Zomer in 't Iecvcn 7 
Geeven ook in deeze onze Geweften niet anders als met 
goede jaren volkomen en rijp Zaad. Moeten derhalvcn 
ieder Voorjaar, bij tijds , met een waiïende Maan van 
Maert niet boven een ftroobreedte diep , in Potten Aanwin, 
gezayd; droog gehouden ; voor koude bewaard ; niet nin 8' 
vcrplant, ook niet meer van elke foort als twee in eene 
Pot gelaten zijn. 

Dus behandeld, en warm gezet, zullen ze wel zom- Geeven 
tijds volkomen rijp Zaad bekomen ; en dan daar meê niet altijd 
vergaan. Echter blijft het Securidaca purpurea, 2aad - 
of Bijlkenskruyd met een purpure Bloem , nu en dan 
wel de Winter over. 

Konnen op geen andere wijze, als alleen door 't ge- 
melde Zaad, aangewonnen en vermeerderd worden. 

KRACHTEN. 

BTlkenskruyd , in 't Latijn Securidaca , is verwar- A art . 
mende en verdrogende in den eerften graad : daar- 
enboven afvagende van aart. 
In Wijn gezoden, en daar van 's morgens gedron- Dummtt 
ken; of het Zaad gedroogd, geftoten, dan met Wijn ffi Pl*nr. 
en een weynig Saffraan , of ook in wat Honig gebruykt, ^//* 4 /. ,; 
Zuyverd de Borjl van alle taye en fltjmcrige vochtigheyd: e. 66. 
dood de Wormen • is goed voor de betten en fieeken Cnl - '• 6 - 
der gif rige Dieren: drijft der Vrouwen Maandftondemf: s ™f; t 
is boven dien aangenaam voor de Maag: opend de ver- c . 146. 
fiopthtyd der Leever, Milt, en van 't geheele Ingewand. 
Doch op dien dag, ,daf men 't gebruykt, zou het een 
vrouw beletten , zwanger te worden. 



CCCCXXV HOOFDSTUK. 

BOTERBLOEM. 

Ord in het Netdtrlandfch niet alleen Namen; 
dus , maar ook van veele Hanevoet 
genoemd. In 't Latijn geheeten Ra- 
nunculus : in het Hoogduytfch 

ScHMALTZni.UM; OokHAtlNENFUSZ: 

in het Franfch Gobelet, Bassinet, 
Bacinet , en Grenoille : in het Itaüaanfch Ra- 

NONCOLO, PIE CoRVÏNO, PIE DlGALLO, HeRBA 
SCELERATA, TaZZA , Cn BaCINELLA. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden vee- Veele 
Ie bijzondere en aardige foorten, onnodig hier al te za- fo°rwn: 
men genoemd re zijn. Doch vermits hare Bouwing cn 
Waarneeming niet eenerley is, zoo zullen wij cenige der 
voornaamfte de liefhebbers voor oogen {lellen ; te wee- 
ten : 

Ranunculus Asiaticus , of Boterbloem uyt j4- doch al- 
ziè'n; ook genoemd Ranunculus Turcicus gÜU- lecnlijk 
piosa radice, of Turkfchc Hanevoet met een Knob- c t cn, & c 
belachtige Wortel : waar van mij dceze veranderlijke „aauifte 
foorten in hare onvergelijkelijke fchoonheyd bewuft 
zijn. 

I. Ranunculus Asiaticus Aleppo dictus , en ver- 
of Boterbloem uyt Azia, Meppo geheeten, zijnde van wonde- 
een zeer donkere bruyn-roode couleur. II. Aleppo ^"^ 
trassee, of bonte Aleppo. III. Merveille de Pa- 
ris, of het Vlonder van Parijs ; zijnde geel en rood 
gevlamd 4 anders ook Aleppo gevlamd genoemd. IV. 
Monstrum, of het Monjler; groot Monfttr , met 
geel en rood gevlamd. V. Grande Merveilleu- 
se , of groote Verwonderen swaardige. VI. Grande 
Mervéilleuse panache, of groot Wonder, met 
geel en rood gevlamd. VII. Grand Tulpant, of 
de groote Turkfche Tuileband , of Muts , gevlamde 
vanHoute. VIII. Sphjericus, met een geheel ronde n ;,. r v00 m 
Bloem. IX. Sph^ricus trassee , of met geel en gefield. 
rood gevlamd. Kleyne Oranje. Groote Oranje. OJfe- 
blotd geheeten. X. Ro.manus, geel en rood gevlamd. 
I i i 5 XI. Se- 





Hoedanig 
te quec- 

Kui. 



Grond , 
hoc toe 
•te rigtcn. 



■ 



waarom hij 

de van Munting : en dan noch meer andere; al re 
zamen van de zelve Bouwing en Waarnceming, zoo wel 
als van cenerley teedere Natuur. Moeten derhalven op 
óc volgende wijze zijn behandeld. 

Neem een Bedde van uwen Hof, zeer warm , voor 
alle koude Noor de- en Ooftewindcn genoeg befchut, en 
zonder ecnigc verhindering vlak voor de Zon open leg- 
gende. Maak'er een Zonnebaad; te wee ten : befchiet 
het rondom met houtc Dcelen , zoo dat het achter on- 
trent twee voeten, voor ten naaften bij een halve voet, 
Ikreydinc; wat meer of minder , hoog word gezien. Maak daar 

va " "k ir °P tvvee °^ ^ rlc k° ute •H£lk£? °f Vcnjlercn , na gelce- 
'gentheyd van de lengte gepaft: welke men voor Reegen 
en Forjl toe doen, doch bij goed Weer; en als de Zon 
fchijnd , weer open zetten kan. Graaf hier na het 
Bedde diep uyt; en doe daaronder in, ter hoogte van 
twee voeten , varffche , warme Pacrdemift , digt op 
malkander getrecden , of geftampt , zonder dat'cr eeni- 
ge aarde onder geraakt. Neem dan twee deelen Veen- 
aarde ; twee dcelen Mpl van verrotte Boombladeren ; 
twee deelen gcmccnc grond , waar op in 't voorgaande 
jaar niets met allen heeft geftaan; zes deelen grof zand; 
vier deelen twee-jarige kleyn-gewrccvcnc Koeyemift; 
twee dcelen twee-jarige en tot aarde gewreevcne Pacrde- 
mift, en drie deelen een- of twee-jarige Hoenderdrek; 
al te zamen genoegzaam en kleyn door malkander ge- 
wreeven, of gemengd. 
Hoedanig Leg van deezc dus bercydc grond (welke men ccp , 
j ch j 1 " dc ~ tijd lang te vooren moet doen gereed maileen, ook nu 
en dan eens laten omfmijten) over de gemelde Paerdë- 
mift heencn, ruyra een balve voet hoog: daar op weer I 
een ftroobrced hoogte Zand, daar geen zoutighcyd bij 
is; ofhaUzand, en half flegte magere grondonder een 
gemengd. Zet'er de Bollet jens van deezc foortcn op, 
wel droog, en niet eerftïn eenige vochtigheyd geweeft 
lubbende; in de Maand September, in 't laatft van 
QÜober , of 't begin vao November , ftraks na volle 
Maan, een halve voet van malkander; ook wel in Fe- 
britaritts , of in ALurt , na gclccgentheyd van de tijd, 
om tweemaal 's jaars te hebben; alhoewel 't zoo goed 
niet is als in den Herfji; vermits ze dan niet zoo veel 
afcet+fh , of jongen , aan have Wortel voortbrengen ; 
onderturTchcn eevcnwel ook in een ander opzicht 1 zoo 
veel tC'bectcr, wijl'er dan minder gevaar van felle Forjl 
dl Sneeuw te verwachten ftaat. 

Stroy dan een duym breed hoog van 't zelve zand, 
of de gedachte flegtc gemengde zandaardc, daar over hce- 
hen : daar op al weer een duymbreed hoogte van de 
gemelde goede grond, doch niet meer. Want dieper 
mogen ze niet leggen, op dat ze niet quamen te verrot- 
ten. Zouden dan ook zomtijds dies te minder Bloemen 
gcevcn: maar twee duym diep gcftcld zijnde, krijgen ze 
veel afzetters, of jongen. 
der Bollet- De Bollen dan dus in de aarde gebragt zijnde, wor- 
J C1U ' den terftond , om niet te veel Water te ontfangen , met 
de gemelde houte Fcnflers overdekt; niet alleen in dce- 
2e tijd, maar ook vroeg in 't f 'oorjaar, vermits ze de 
nattigheyd ongeerne verdragen. Echter niet digt toe , 
maar ten halven, of wat meer, open; met houtjens 
onderfchoord zijnde, op dat ze de Lucht en Zon, wel- 
ke haar en de aarde zeer dienftig is, genieton mogen. 
Ondcrtuflchen eevcnwel, als ze cerft varfch gezet zijn , 
konnenze voor de eerftemaal wel een weynig van bo- 
ven neervallend Recgenwatcr lijden : doch daar na niet 

d!r tn Cr " u T' In dC Maand MaCït W men dc rênfinen ge- 
queeking Heel open ftcllen, ofgantfchclijk wechneemen; inzon- 
derheyd als 't niet veel meer rijpt , of dat'cr geen fterke 
Wwwayen. Want als ze in Knoppen, of geheel*/*» 
Jt**>', konnenzc dezelve niet wel, maar dan wel veel 
Keepen verdragen. 

Als nu in de Winter de Fbrft fterk aankomt, doed 



bij de in- 
lcggtng 



deczer 



Sneeuw zoo weynig als mogelijk is door mogt komen 
te dringen. Om 't welk noch meer te verhinderen , 
zeer dienftig is, dat men cerft een ha.tr en kleed onderde 
Vénfteren legt. 

Decze zeer fchopne Bloem vergaan , de Bladeren Tijd der 
geel geworden , en verwelkt zijnde , neemt men de °pnee. 
Bollctjcns uyt de aarde op, zonder die langer, te la- min 6 
ten leggen; anders zouden ze verrotten; en men be- 
waard ze op een drooge plaats , ter tijd toe ^ dat ze 
weer ingezet zullen worden. Hier op moet men wél 
nauw en zonder eenig verzuym letten. 

Indien het gebeurd, dat eenige "Bladeren, buytcn Verder- 
tijds , geel beginnen te worden , zulks is een. teeL vJ ngte 
ken van verderving ; inzonderheyd als ze, wanneer men JJJ. 01 * " 
maar zachtjens daar aan trekt , terliopd volgen. In 
zulk een gclccgentheyd neemt men de Bollen op ; 
men zuyverd haar van de verrotting, en men legt ze 
in droog zand, tot dat ze de aarde weer bevolen zul- 
len worden. 

Onder deezc foortcn van Bloemen worden ook, en- Enkele 
hele een-v er wige y zoo wel als bonte, gevonden, wel>- een-ver- 
ke alleenlijk in onze Geweften ' Zaad te voorfchijn Y ige ". 
brengen; echter zelden volkomen rijp. Worden der- ningT' "' 
halven aangewonnen en vermeemgviddigd enkelijk door 
hare aangcwailcne -jonge Bollet jens, welke men bij de 
opneeming van de oude afdoed, .en te zijner tij4 weer 
in de aarde legt. 

Indien iemand ongeneegen was, de moeyte te d©en,.Apdere )e » 
van de gemelde Zonnebad te laten maken; of zoo veel bcquamc r 
Bollet jens niet had,- dat het zoo veel omflag. waardig W,JZC 
ware, kan dezelve niet of ftraks ha volle Maan van 
November of Februarius zetten op een goede luch- 
tige plaats , q( Bedde ; in een goede zandige , ook 
met cenr of twec-jarige Koeyemift; of verteerde , -uyt- 
gcdroogde Mcnfchendrek welgemeftte grond (vermits 
ze van naturen een vette aarde begeeren) buytcn in 
de opene vrije Lucht , een duym of twee vingeren 
breedte diep. Hier ontrent moet men zich dragen na 
-tijds geleegehtheyd, en wanneer men beft in de aar- 
de kan komen. Over de ingezettcde heeft men flegts om de Bol- 
w&t Jlrpo te dekken, en daar over weer een Vlafchmat ,en tc 
gebonden, om daar door af te keeren 't Sneetfw~wa-V izttien ' 
ter, 't welk haar zeer hinderlijk is, en verderft : waar 
teegens de Vorfi, noe fterk die ook zijn mogt, de Bol- 
letjens niet kan befchadigen. Of ook, mefl behoeft 
alleenlijk Run uyt de kuyDen der Schoenmakers, ter 
hoogte van twee of drie vinger breedte, daar over tc 
fmijten, wanneer 't begind te vriezen ; en dan dezelve 
dus ongerept te laten ftaan, tot in de Maert, wanneer 
't goed Weer begind te worden. 

Op deeze wijze behandeld, zullen ze veel meerder, en veel 
ook heerlijker en grooter Bloemen voortbrengen, als heerlijker 
de geene, welke in Potten, hout e Faatjens', of ook f^n" 
zelfs in een Zonnebad geplant zijn ; en afzetters ge- dragen, 
nocg bekomen : inzonderheyd als men de- Hun daar 
op laat leggen tot dat ze uytgebloeyd hebben : vermits 
de zelve de grond vochtig houd ; 't welk deeze Ra- 
nunculi, of "Boterbloemen , zeer aangenaam is. Want 
bij een droog Foor jaar gecvenze weynige , en ook 
kleyne Bloemen. Mogen derhalven wel in zoodanige 
drooge tijden dagelijks met Water worden begoten, 
't welk haar op geenerley wijze kan fchadelijk vallen. 
Doch als de Run daar op blijft, kan de grond niet ligt 
uytdroogen. 

De Ranunculus arvensis- echtnatus, offtee- Steekend» 
kende Boterbloem , voortkomende op Grasachtige Botcrbloe- 
plaatzen, blijft niet langer dan eene Zomer in 't lee- ^"tko- 
ven. Geeft , op een bequame plaats gefteld zijnde, men de op 
en zomtijds met Water voorzien , in den Hcrfft vol- Grazige 
komen rijp Zaad; 't welk ieder Voorjaar, met een P laatzca ' 
walfende Maan van Maert, weer op nieuws de aarde ^ 

moet 



%?ï Boterbloem. Kruys wortel. Wilde 



Thymus. 



Vcrfchcy- 
dc andere 
foorten 
van Boter 
bloemen. 



Grond. 



Aanwin- 
ning. 



Italiaan- 
fchelioter- 
blocm van 
de Berg 
Apennin. 

Wortel. 
Steel. 



Bladeren, 
en der zel- 
ver ge- 
daantc. 



Knop. 



Bloem. 



Zonder 
Zaad in 
onze Lan- 
den. 



Engclfche 

Sneeuw- 
witte Bo- 
terbloem. 



Bladeren. 



moet aanbevolen zijn. Komt ook wel van zelfs ge- 
noeg op door het uytgevallene Zaad. Alleenlijk hier 
door konnenze aangewonnen en vermeenigvuldigd wor- 
den. 

Al de andere foorten, als Ranunculus aütum- 
nalis Lusitanicus , of Portugalfche Herfft-Botcr- 
bloem , zoo wel met een enkele als dubbele Bloem : 
folio Plantaginis , of met Bladeren van Weegbree: 
Dulcis Tragi , of z,oetc Boterbloem van Hiero- 
nymus Tragus : Bulbosis, of met een Bolwortel i 
Aponinus Bifolius , of Italiaanfche twee-gebla- 
derde Boterbloem van de Berg apennin : Flammeus 
major et minor, of groote en kleyne brandende Bo- 
terbloem: Niveus Anglicus, of Snceuw-witte En- 
gclfche Boterbloem : Radice Grumosa folio ru- 
TiE , of met een knobbelige Wortel en Bladeren van Rny- 
te : Lanuginosus angustifolius grumosa ra- 
dice, of met een knobbelige Wortel, en lange, fmalle, 
wolachtige Bladeren: Globosus , met een fchoone , 
geele , ronde Bloem : Septentrionalis , of Boter- 
bloem uyt de Noorder-gewefien ; en dan noch veel meer 
andere, blijven lange jaren in 't leeven : geeven zelden 
volkomen rijp Zaad : verdragen, buyten ftaande , de 
Winter-koude zonder fchade , ook vecle vochtigheyd. 
Beminnen een goede, gemcenc , zandige aarde, met 
twee-jarige Koeyc- en Paerdcmiit genoegzaam door- 
mengt: ook een vrije, welgcleegenc plaats. Verliezen 
's Winters haar Loof: 't welk in de Maert weertevoor- 
fchijn komt. Worden alleenlijk aangewonnen en vcr- 
meenigvuldigd door hare aangegroeyde Wortelen: welke 
men met een waflende Maan van Maert of April van de 
oude afneemt, en vcrplant. 

De Ranunculus Aponinus bifolius, of Ita- 
liaanfche .Boterbloem van de 'Berg Apennin, geeft uyt 
een eevendrachtig-langc, dikke, bleek-bruyn-verwige, 
van binnen witte, de aarde doorlopende, en met fter- 
ke vcez.elen voorziene Wortel, een eenige , tamelijk- 
dikke , bleek-groene , zes vingeren breed hoog op- 
fchietende Steel : op wiens bovenfte twee Bladeren , 
met hare Steelen onder te zamen gevoegd , gelijklijk 
voortkomen, zijnde ieder vijf vingeren breedte hoog, 
en zeeven vingeren breedte lang, doch rondachtig van 
geflalte: in vijf, doch meert in zeeven, groote en bree- 
de deelen gefneeden ; boven, of voor, op 't breedfle, 
en daar weer gedeeld in tweeën , doch niet diep ; 
voor wat fpits; ook hier en gintfeh een weynig ge- 
tand: donkcr-groen van verwe , doch lichtelijk ver- 
anderende in een bleeke plekkigheyd ; en onder bleek: 
in 't midden voorzien met zeeven fchoone, dikke A- 
deren , in ieder deel met T.ik^en oplopende. Ruften 
op teedere , ronde , bleek-groen-verwige , twee vin- 
ger-lecden lange Steelt jens: tuflehen welke regt in het 
midden een kort Steelt je , een eenige vinger lang, op- 
fchiet : waar op alleenlijk een dikachtige Knop ruft , 
onder breedft ; boven flomp-fpits toegaande. Welke 
haar in het laatftc van April en begin van May opend. 
Dan word gezien een bleek- of geheel-witte Bloem , 
ruym een halve Schelling in 't ronde groot , ook hol 
gefield, gelijk een kleyn knopje: gemeenelijk beftaan- 
dc uyt zes rondachtig-toegaande Bladeren ; meeft al- 
tijd in 't midden met een deukje. Ook in 't mid- 
den voorzien met eenige langwerpige geelachtige vee- 
zeltjens. Als ze eenige dagen hebben open geftaan , 
vergaan ze in haar zelven , zonder in onze Landen eenig 
Zaad te geeven. 

De Ranunculus niveus Anglicus, of Sneeuw- 
witte Engelfche Boterbloem , verdeeld zich uyt een 
bleek-bruyn f^eez.elworteltje in veele Tak jens, meer als 
een voet hoogte opfehietende. Aan de zelve groeyen 
tamelijk-grootc, donker-grocne, in vijf en meerder dee- 
len gefneedene , zeer fterk en dicp-geaderde , ook aan 
de randen genoegzaam getandde Bladeren. Uyt de 
punten neemen vecle Bloemen t'efFens haren oorfprong , 
ontrent zoo groot als een fluyver ; geheel dubbel ; 



876 



beftaande uyt veele voor rond-toegaande Bladertjens, 
van een aangename aanfehouwing. Lang due.cn ze , Bloemen, 
doch vallen eyndclijk op de aarde neer, zonder in onze 
Geweiten eenig Zaad na te laten. 

De foorten der Boterbloemen met Knobbf.li- Botcr- 
ge Wortelen, konncn ook, eevcn gelijk de Afta- bloemen 
tifche , wanneer hare Bladeren vergaan zijn, op°cno- m ?- lKnob " 
men, en in een varfTche, nieuwlijks-omgefmceten'e, en Wonden 
op de hier boven verhaalde wijze welgcmeftte grond, 
ieder jaar, met een volle Maan van September of Oiïo- 
tlcr, weer ingezet worden. 

KRACHTEN. 

ZOo wel de 'Bladeren als Wortelen van Boter- Tturmtt 
bloem, in 't Latijn Ranunculus, zijn brandende hi fi- rlant > 
van aart, en heet tot in den vierden graad; der- £^ f 7 ' ; 
halven ondienflig, ja gevaarlijk, om inwendig gebruykt eJarr'. 17*! 
te worden ; want zouden de menfehen al lagchende doen S/tllufiius. 
fierven. 

De gemelde Bladeren gefloten , en dan gelegt op -AptilejM. 
Klieren, Krepz^weeren , Bloedvinncn, en all erley andere %.""*' f' 8 ' 
^weeringen, dom de zelve doorbrceken. Verteeren ook, c ^o. 
en neemen wech de Wratten. 

Het Zaad van Bloemen in Spijs of Drank ingeno- 
men , doed de Vrouwen veel Melk, '» "C-re Borfien 
krijgen. 



CCCCXXVI HOOFDSTUK. 

KRUYSWORTEL. 

Tet alleen in het Neederlandfch dus , Namen, 
maar ook van veele Kruyskruyd , 
en Grinokruyd genoemd. Word 
in liet Latijn gehcetcn Senecio, en 
ERlGERi'jvi:in \jHoogduy:fchC\\hVTZ- 
wuR'tz, Crp.u i skradt , en Bald- 
creisz: in 't Franfch Senesson , of Du Senezon: 
in 't Italiaanfch Senetio, Cardoncello, Spellic- 
ciosa, en Senetione. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden vier Vier bij- 
bijzondere foorten ; namentlijk: zondere 
- I. Senecio vulgaris major , of gemeen groot tea ' 
Kruyskruyd. IL Vulgaris minor, of kleyn gemeen 
Kruyskruyd. III. Senecio major tomentosa, of 
groot Kruyskruyd met ruyge , wollige Bladeren. IV. 
Senecio flore o dor ai o , of Kruyskruyd met een 
riekende Bloem. Al te zamen zijn ze van de zelve Bou- 
wtng. en Waarnceming. 

Zij beminnen allerley flag van grond , 'r zij ge- Grond, 
meftte of ongemeflte. Hebben zoo lief een opene, 
vrije, luchtige, warme, of wel ter Zon gcleegene, 
als een vochtige , donkere of fchaduwachtige plaats. 
Konnen veel Water verdragen , en vergenoegen zich 
ook met weynig. 

Blijven niet langer dan eene Zomer in 't leeven. Zaad. 
Geeven tecgens de Winter volkomen rijp Zaad, en 
verderven daar mee. Moeten derhalvcn met een wa£ 
fende Maan van Maert of April in ieder Foor jaar weer 
op nieuws, niet diep, worden gezayd. Komen ook, 
door de geheele Zomer, van zelfs genoeg voort van 'c 
uytgevallene. Doch deeze, welke dan geen Zaad be- 
komen, konnen in de Winter onbefchadigd overblijven; 
en geraken in 't tweede jaar tot hare volkomcntheyd. 
Alleenlijk hier door konnenze aangewonnen en vermee- Aanwin- 
mgvuldigd worden. n,n S- 

KRACHTEN. 

KRuyswortel , in het Latijn Senecio , of Erigerum, jEgm. /.;. 
heeft een gemengde kracht ; zijnde niet alleen f. 3. 

ver- 




Diofe.l.4. 
('97- 



*rt Beschryving der Kruyden , Bollen en Bloemen , III Boek, 8 7 g 

verkoelende, maar ook fcheydende, te zamentrekken- 
de, en rijpmakende van aart. 

In Wijn gezoden, en daar van gedronken; of m Wa- 
ter cekookt, en gegeeten; of het uy tgeparftte Zap ; of 
ook'hec Poeder der gedroogde Bladeren met Wijn inge- 
nomen, verdrijft de fmerten van de Maag, veroorzaakt 
door Galachtige vochtigheeden, en de pij» der Lendenen: 
is goed voor de geene die met de Gal zijn gequeld; en 
verwekt der Vrouwen Maandftonden. 



jipiikj' 

hifi. tlant. 
'-7S- 



Dttrantcs 
hifi. Vlam 
fol. 419. 

T>oJ. /.ii 
do. 



Namen. 




Drie ver- 
anderlijke 
foorten. 



Grond. 



Aart. 



Aanwin- 
ning. 



\Vaar- 
fchou- 
wing. 



De Bladeren en Bloemen alleen met een weynig Wijn 
gefloten, of in Water gekookt, of ook gediftilleert , en 
gelegt op wonden, verkeringen, de gezwellen der hey- 
melijke leeden , Bloedvinnen, de Roos , en meer andere 
foorten van vutmgheyd, verdrijft en geneeft: de zelve. 

De zelve Bladeren met Schapevet vermengt, of met 
Zout gefloten , neemen wech de pijn der Zeenuwen , en 't 
Fierezijn ; ook de Voetjigt. 

De witte of grijze 'hayren der Bloemen , met een 
weynig Saffraan en koud Water gewreeven , geneeft 
de zeere , hopende Oogen , daar op geftreeken. De 
zelve hayren varfch met ecnig nat ingenomen , doen de 
menfehen verftik^en. 



CCCCXXVII HOOFDSTUK. 

WILDE THYMUS. 

N het Neederlandfch niet alleen dus, 
maar ook van zommige Quendel 
genoemd; word in 't Latijn gehee- 
ten Serpyllum: in het Hoogduytfch 
ook Quendel, en Hunerkohl.- in 
het Franfch Pilloret , of Serpo- 
let: in 't Italiaanfch Serpillo, Serpiglio , ser- 

POLLO of SERPOLINO. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend drie onder- 
fcheydene foorten ; namentlijk: 

I. Serpyllum vulgare majus, of gemeene groo- 
te wilde Thymus. II. Vulgare minus , of kieyne 
gemeene Quendel. III. Serpyllum citratum , of 
Quendel met een geur van Citroen. Alle zijn ze vanee- . 
ven de zelve Bomving en Waarneeming. 

Zij beminnen van naturen een goede, gemeene, zan- 
dige , zoo wel gemeftte als ongemeftte aarde : een ope- 
ne, luchtige, vrije, wel ter Zon geleegene plaats, en 
matige vochtigheyd ; ook veel Water. 

Vergaan niet haaft, maar blijven eenige jaren in 't 
keven. Verdragen felle koude ; en alle andere onge- 
leegenthecden der Winter, zonder groote fchadc. Bloeyen 
de mcefte tijd der Zomer , en geeven bij goede jaren 
zomtijds volkomen rijp Zaad : 't welk met een waf- 
fende Maan van April of May niet diep in de aarde 
moet gelegt zijn. Hier door worden ze aangeivonnen 
en vermecnigvuldigd : maar dan ook noch door ha- 
re jonge Takjens ; die men door meeft de geheele 
Zomer in de aarde buygen , en geworteld zijnde 
('t welk haaftig gefchied) van de oude afneemen en ver- 
planten kan. 

Waar bij echter in acht flaat te neemen , dat de 
Jaatfte verplanting voor den Herfft, en niet later, mag 
gefchieden ; op dat ze voor de Winter noch jonge 
Wortelen raogten fchieten : anders zouden ze lichte- 
lijk konnen verfterven; gelijk ook dikmaal gebeurd; 
inzonderheyd door een fterke Vorft-, twee of drie ja- 
ren ftil geftaan hebbende; boven welke tijd zij niet wel 
mogen geraken. 



Dod Ub. 9. 
**p.9. 



KRACHTEN. 

DE wilde Thymus, in 't Latijn Serpyllum» is ver- 
warmende en verdrogende tot in den derden 
graad ; ook doorfnijdende , dunmakende van 
en fcharp op de Tong. 




aart. 



In Wijn gekookt 1 tot dat'er op'tderdendeel van ver* Dh/e. /. j, 
zoden is, of in fpijzen gebruykt» verfterkt de Maag , £4<5. 
en 't Hoofd. Doed ophouden de Buykloop, de H,l^ ™J- S> 
maar bevorderd de Waterlofftng. Drijft uyt het Gra- u e j' 
veelt en de Winden. Neemt wech de Buy krimping ; G/i/./. ö . 
is goed voor de heete gezwellen der Lecver ; voor een s,m r tMe ^ 
beginnende rafêrnij of ontfteltenis der Harjfenen ; voor 
de Doofheyd, de betten of fleeken der Slangen, en 
andeter' giftige Dieren. Helpt de verftopping der Oo~ 
ren : verwekt eetensluft , en der Vrouwen Maand- 
fionden. Maakt een klaar Gezicht , de oogen daar mee 
gewaffchen zijnde. 

De Bladeren gedroogt, gepulverifeert, en met Zoet- 
hout, Anijs en Wijn vermengt , geneezen een droogen 
Hoeft. 

Op kolen gelegt , verdrijven dóór haren reuk en rook *«<•/ƒ. ca f, 
alle giftige Gedierten. ^" . . 

In Edik gezoden , en daar mee de flapcn des,.^^' 
Hoofds , ook het voorhoofd beftreeken , neemt de 
Hoofdpijn wech. 



CCCCXXVIII HOOFDSTUK. 

S E S A M U M. 

,Oerd deezen naam zoo wel in het Namen; 
Neederlandfch als in het Latijn. Word 
in het Hoogduytfch geheeten Leindot- 
ter , of gemeenelijker Flachszdot- 
ter : in het Franfch du Sisame , 
Jujoline , of Jugioline : in het 
Italiaanfch Sesamo , of Sisamo , en Giugiole- 
na. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden twee Twee on- 
onderfcheydene foorten ; namentlijk; derfchcy- 

I. Sesamum ófficinarum verum , of opregte dene foor ' 
Sefamum ; en II. Sesamum Americanum flore 
luteó mag no, of Sefamum uyt America, met een 
groote , fchooH-gcele , ronde , ongedeelde Bloem , ook 
veel breeder en grooter van Bladeren als de voorge- 
melde foort; anders van eenerley gedaante en {tel- 
ling. Beyde zijn ze van eeven de zelve Bouwing en 
Waarneeming. 

Zij beminnen een gemeene , goede, zoo wel zandi- Grond, 
ge als andere, doch met twee-jarige Paerdcmift genoeg- 
zaam voorziene grond: een vrije, luchtige, welgelee- 
ne plaats, en veel Water. 

Blijven niet langer als twee jaren in 't leeven. Ver- Bloemen t 
dragen in deeze onze Geweiten fterke Vorft, en alle an- en zc,d ' 
dere ongeleegentheeden des tijds zonder eenige fchade. H^de^ 
In de tweede Zomer bloeyen Ze zeer fchoon. Gemeene- zelve, 
lijk openen de Bloemen zich tcegens den avond; en blij- 
ven de geheele nagt in dien ftand. Doch 's morgens, 
als de Zon opkomt, fluytenze zich weer, en verder- 
ven. Worden echter ieder dag weer vernieuwd. Gee- 
ven ook volkomen rijp Zaad: 't welk ieder Voorjaar, Zaad. 
met- een waflende Maan van Maert of April, de aar- 
de, niet diep gelegt, weer aanbevolen moet zijn. Ko- Aan win- 
men ook, door 't neergevallene, genoeg van zelfs op-.ning. 
en hier door konnen z« overvloedig vermecnigvuldigd 
worden. 

KRACHTEN. 

SEfamum is warm in den tweeden , en vocht in den Strapit /«*• 
eerften graad. S^'i 8 »' 

De Bladeren in Wijn gekookt , en daar van ^jjA ' ' 
gedronken, ofookmctdeWijn gewaffchen, of de gezo- 
dene Bladeren op de Oogen gelegt , neemen wech de 
verhitting en roodigheyd der zelve. Is goed voor de 
geene die van het Pleuris worden aangetaft ; of ge- 
qucld zijn van de Longezucht , de Hoeft, een benauwden 
Adem; en onzuyvcrheyd der Httyd, 

Het 



<FÜf ■ XJO ■ 




FoLSjS. 



TRILOBATUM POETIDUM 



$fp Sësamum. SesamoiDEs. Seseli. £uykerwortel. 



83o 



niofc.i.i. 

C. III. 

Durantet 
hifi. Plant 
MM-. 



I. Alp'm. 
de Plant. 
Mg.c.y.. 
Rajïi de 
temp. 
Simp.e.xo 



Het Zaad van Sefamum is Vet Van aart, en ftopt 
de zweetgaten; derhalven, om inwendig gcbruykt te 
worden , voor de Maag en 't geheele Ligchaam on- 
dienftig. 't Zelve gedroogd , gefloten , en met Rooze- 
water vermengt, verdrijft de harde , dik/te gezwellen; 
allerley verhitting, gebrandheyd ; leedenpij », ejttct zuren 
der Oogen ; de beeten en fieeken der Slangen , daar op- 
gelegt ; en met Oly van Roozcn gemengt , verzagt 
de Hoofdpijn , veroorzaakt door groote hitte. Het 
zelve vermogen de Bladeren , in Water gezoderi , en 
daar op gedaan. 

De Oly , uyt dit Zaad geparft , en met Wijn 
ingenomen , maakt de Menfchen vet ; doch doed 
ook de Maag walgen. Verdrijft de jeukerigheyd , ook 
de ruydigheyd van de Huyd ; de fmerten der Moeder 
van de Vrouwen ; en van de Darmen. Helpt de 
Engborfligheyd. 



Namen. 



Twee 
foorten: 




Grond. 



Zaad; 



CCCCXXIX HOOFDSTUK. 

SESAMOIDES. 

Et déezen , en , mijns weetens, see- 
nen anderen naam in 't Needer landfeh, 
Latijn , of cenigc andere Taal bekend) 
of genoemd. 

Hier van zijn mij in haren aart 
twee veranderlijke foorten bekend ge- 
worden ; te wceten : 

I. Sesamoides Salamanticense majus. II. Mi- 
nus ; dat is , groot en kleyn Sefamoides van Sala- 
manca. Beyde zijn ze van eeven de zelve Bouwing 
en Waarneeming. 

Zij beminnen een zandige, goede, gemeene grond, 
met een weynig twee-jarige Paerdemift voorzien i een 
luchtige, warme , genoeg ter Zon geleegene plaats; en 
matige; voor al niet te veel vochtigheyd. Blijven drie, 
of ook vier jaren in 't leeven. 

Geeven in deeze onze Geweften zelden , ten zij 
met goede, warme, drooge Zomers, volkomen rijp 
Zaad. Konnen op geenerley wijze veel koude Herffl- 
Waarnee- reegenen, of eemge Vorfi verdragen. Moeten derhalven, 
minginde met een waffendeMaan van April in Potten zoo gezayd 
JVintcr. jjg g e pl a nt zijnde, in 't begin, of ten halven van Otlo- 
ber , na geleegentheyd van de bequaamheyd of onbe- 
quaamheyddes tijds, binnenshuys worden gebragt; ge- 
zet op een plaats daar ze lang de Lucht konnen genie- 
ten; en waar in of gantfeh geen, of immers zeer weynig 
vuur word geftookt ; vermits ze door deeze voor haar 
onnatuurlijke warmte haaftig zouden verderven. Ge- 
durende de geheele Winter moet men ze met flegts een 
' weynig Reegenwater voorzien : ook niet voor in het 
begin van April, met een aangename Lucht en Ree- 
gen , weer buy ten ftellen : dan noch voorzichtig wach- 
ten en wel dekken voor koude nagten, veel vochtigheyd, 
en hayrige Winden. 

KRACHTEN. 

DE krachten van deeze twee aardige Getvaffen , 
groot en kleyn Sefamoides , zijn tot noch toe on- 
bekend ; clerhalven wij ook geen geleegentheyd 
hebben, om iet verder daar van te fchrijven. 

CCCCXXX HOOFDSTUK. 

SESELI. 

En aangenaam Gewas 3 van een ieder dus, 
en, mijns weetens, in geene taal anders ge- 
noemd. 
Hier van zijn mij in haren aart bekend 



Krachten 
onbekend» 




geworden eenige bezienswaardige, veranderlijke foor- dene U 
tcn; namentlijk: 



iicns- 



I. Seseli pratense* of Sefelr, Z rocyende op Gras- w ™&& * 
velden. II. Palustre lactesclns , of Water, ^"fot 
Sefelt, met een Melkachtig Zap. III. Cretïcum, ofcc.u , oc 
Sefeh uyt Candien ; anders ook Tordilium gchee- clf in &* 

T'j lV ' v^n^™ r INUS ' ° f &>» Sc f eU ^voote- 
Landien. V. Montis Libani, of van den Berg Lï- field. 

banm. VI. Massiliense ; of Sefeli , groeyende on- 
trent Marfdien. VII. Peloponnense majus cr- 
Cuive folio, of groot Sefeli van Peloponnefm, met 
Bladeren van dulle Kervel. VIII. Peloponnense 
minus cicutje folio, of kleyn Sefeli van Pelo* 
ponneftu met Bladeren van dulle Kervel. IX. Pe- 
loponnense Lusitanicum , of Portugalfch-Pelo- 
ponnefus Sefeli. X. ^Ethiopicum herba, of Se- 
felikruyd uyt Moorenland. XI. Seseli jEthiopi- 
CUM frutex , of boomachtig Sefeli uyt Mooren- 
land. Niet alle zijn ze van de zelve Bouwing en Waar- 
neemingi 

Echter beminnen ze al te zamen een goede , ge- Groncl « 
mcene, zandige aarde, vermengt met een weynig twee- 
jarige Paerdemift : een luchtige, warme, wel ter Zon 
geleegene plaats , en niet te veel vochtigheyd. Gee- 
ven ook niet alle in deeze onze koude Geweften volko- 
men rijp Zaad. 

Het Seseli prateNse j of Sefeli , groeyende op Eenige 
Grasachtige plaatzen : Palustre lactescens ; of Z c aa |j| cc ~ 
voortkomende in vochtige Oorden , met een melkachtig tweejaren 
Zap\ Cretïcum majus, & minus, groot en kleyn lecvende 
Sefeli van Candien , zijn tamelijk hard van aart. Kon- famwi. 
nen felle koude, en alle andere ongeleegentheeden der 
Winter, geduldig uy titaan. Bloeyen in 't tweede jaar ; 
geeven volkomen rijp Zaad-, en verfterven daar mee. 
Moeten derhalven ieder Voorjaar, of om 't tweede i 
met een waffende Maan van Maert, op nieuws, niet 
diep , weer gezayd zijn. Komen ook uyt het neer- 
gevallene van zelfs genoeg op. Hier door alleenlijk 
konnen ze aangewonnen en vermeenigvuldigd worden. 

Het Seseli Montis Libani , of Sefeli van ^ Sefeli vaö 
Berg Libanus, word met de gemelde Maan van April ybanuf 
in een Pot gezayd, en warm gezet. Blijft niet langer 
dan eene Zomer in 't leeven. Bloeyd in den Herffi, 
en geeft in onze Geweften ter nauwer nood bij goe- 
de Zomers volkomen rijp Zaad. Daar mee vcr- 
fterft ze. 

Het Seseli Massiliense, o? Sefeli van Marp- Langlee» 
Hen: Peloponnense Lusitanicum, of Sefeli »yt}^ T ^ cn 
Portugal , een weynig gelijkheyd hebbende met de Sc* V an Sefeli. 
feli van Pelopannefus; en Seseli jEthiopicum fru- 
tex , of heeflerig Sefeli uyt Moorenland, vergaan niet 
haalt, maar blijven veele jaren in 't leeven. Konnen op 
geenerley wijze veel Water, of Herfflreegen , veel min- 
der eenige Winterkoude verdragen. Moeten derhalven , 
in Potten gezet zijnde , in 't begin van Otlober bin- 
nens huys worden gebragt , op een goede , luchtige 
plaats; waar in niet anders als bij vriezend Weer word 
gevuurd ; onderhouden met een weynig lauwgemaakt 
Reegenwater ; en niet weer buytcn gefield voor in 'C 
begin of ten halven van April , dan noch wel gewagt 
en gedekt voor koude nachten en fchrale winden. 

In deeze onze Geweften krijgen ze zelden, anders als Zc, ^ ea 
met gantfeh warme en drooge Zomers, volkomen rijp 
Zaad. 't Welk met een waffende Maan van April in 
Potten gezayd moet zijn. Hier door konnen ze bc- 
quamelijk , gelijk ook het Seseli /Ethiopicum 
frutex, of ' heeflerachtig Sefeli uyt lAithiopien , door 
de bij of boven de Wortel uytgeloopene jonge Looten t 
aangewonnen en vermeenigvuldigd worden. Welke ge- Aanwin- 
dachte jonge Looten men met een volle Maan van April n,n S' 
ten halven , gelijk de Angelieren, infnijd ; in de aar- 
de buygd ; of met aarde bedekt : daar na , Wortel 
gekreegen hebbende, van de oude afneemt, en ver- 
plant. 

Kkk 'De 



88i 



Beschhyving der Kiujyden, Bollen en Bloemen, III Boek , 88* 



Sefcli- 

kruyd uyt u p 
Meor in- 
laad. 



Wortel. 



De Seseli ^thiopicum herra, of Sefchkruyd 
n lt Adoorenland, blijft ook lange jaren in her leevcn. 
Wotd's Winters binnens huys bewaard, vermits dee- 
ze Plant, buyten blijvende, door de Verft van 'i : leeyen 
word beroofd. Geeft een volkomen rijp Zaad , iet 
welk met de genoemde Maan van OUobcr (W»» 
Jang, ja dikmaal een geheel jaar, in de aarde blijft leg- 
gen, eer het opkomt) ot Maert , in een Pot moet gc- 
Jegt zijn , niet dieper als een halve vinger. 

Dceze foort krijgd uyt een korte, dikke, van buy- 
ten bruyn-verwige, van binnen fpier-wittc, krachtige, 
welriekende, en in de Mond geknauwd wordende bit- 
tere Mortel, op de wijze van Thapjia, veele Bladere», 
ruftende op teedere, platachtige, ronde, een kleyne 
handhooge, blcek-groene , en van naturen fponsach- 
Steeltjcns. t jg e Ste'eltjens. Zijn van geftalte die van het Ange- 
lica lucida, of blinkende Angelica, niet zeer ongelijk, 
doch rechter en hooger opwaflende, van aart; zijndege- 
dceldindrie, en ook in vijf deelen ; van welke de twee 
regt teegens malkander voortkomende onderfte de 
grootfte; de andere veel kleyncr zijn, en ecne regt in 't 
Gedaante midden als in een punt eyndigende : aan welke de Bla- 
der Blade- deren > altijd twee en twee regt teegens den anderen 
rcn ' over , doch voor in een uytlopendc , uytfpruytcn : 
waar van de onderfte gemcenelijk de grootfte; ook in 
zommige de voorfte puntbladeren de alderlangfte en 
breedfte worden gezien : doch doorgaans een goede vin- 
gerbreed, en ruym een vingerlid lang; aan de randen 
rondachtig getand, donker-groen-verwig; weynig, of 
niet blinkende; onder veel bleeker: in 't midden voor- 
zien met een regt-doorgaandc groote Ader , waar uyt 
veele kleyne ter zijden , en door 't gchcele Blad lopen- 
de, voortkomen : boven zacht, onder een weynig fcharp 
in 't aanraken : ook welriekende, krachtig, en zeer bit- 
ter van fmaak. 

Uyt welker onderfte Hert een , of ook wel meer 
Steelen , na dat de Plant oud en groot is , voor den 
dag komen ; zijnde rond, twee Maatvoeten hoog op- 
fchietende: en in 't bovenfte der zelve veele wit-verwi- 
ge, Wayers-wijz.e in 't ronde, op de wijze van Thapjia 
gefreide Bloemt jens , in de Maand van Julius uytgee- 
vende. Deeze beftaan uyt vijf kleyne , fpier-witte , Hcrts- 
iiHJ^e gevormde, boven met een indruk begaafd zijnde 
Bladert jens ; houdende van binnen vier en vijf witte 
Knop jens. Als ze tien, twaalf, of ook meerder dagen, 
hebben opengeftaan, vergaan ze eyndelijk in haar zel- 
ven, en laten in den Herfjt achter een langwerpig, ge- 
vleugeld , bleek-bruyn-verwig en brcedachtig Zaad , 
dat van het Thapjia zeer gelijk. 

Het Seseli Peloponnense majus et minus 
CicuTyE folio , of groote en kjejne Peloponnejijche 
Scfeli , worden beydc van naturen zeer oud. Verdra- 
gen felle Vorjl , en alle andere ongeleegentheeden der 
Winter. Geeven meeft ieder jaar volkomen rijp Zaad; 
't welk met een wafTcndc Maan van Otlober of Maert 
in een Pot de aarde moet aanbevolen worden. Ko- 
men ook wel zomtijds uyt 't neergevallene van zelfs 
op. Hier door konnenze aangewonnen en vermeenig- 
vuldigd zijn. 



Geftalte 
der Bloe- 
men. 



Zaad. 



Groot en 
kleyn Pe- 
loponnc- 
lïlch Se- 
fcli. 



KRACHTEN. 



Mgm. I 7- 
c.j. 



HEt Zaad en de Mortelen van Sefeli, welke meeft 
worden gebruykt, zijn verwarmende en verdro- 
gende in den tweeden graad , ook dun van dee- 
len, en fijn van ftof. 
Galm. Ub. In Wijn gezoden , en daar van gedronken , of 't 
iZ P f*i. ,. Zaaci ' °' P ok ^ e Wortel gedroogd , gepulverifeert , 
c.6o. cn met Wijn ingenomen, geneeft de Koudepis , de 
Fernel.l.f. Engborftigheyd, een verouderde Hocjl ; de opftijgingen 
andere gebreeken der Moeder : alle rauwigheid van de 
Borjl cn het Ligchaam. Verdrijft de Winden, en de 
'Buyiérimpïng , veroorzaakt door koude. Docd de 
Vrouwen gemakkelijk, baren : verwekt hare Maand- 



Meth 
Mtd. 



[tonden , cn drijft de doodt Vrucht af k Doch de 
zwangere mogen het geenzins gebruyken» 




CCCCXXXI HOOFDSTUK. 

ZUYKERWORTEL. 

~V,J& Us genoemd in het Ncedcrlandfch ; Namen. 
' weegens hare lieflijke fmaak en aan- 
gename geur van veele zeer begeerd. 
Word in het Latijn geheeten Siseu, 
SisARUM, Servillum, en Saccha- 
re.,e radiculje: in het Hoogduytfch 

GlERLEIN, en ZUCKERWURTZEL : 

in 't Franfch Chervy; en in 't Italiaanfch Sisaro. 

Zij bemind een goede, gemcene , zoo wel zandige Grond, 
als andere, doch luchtige, welgemeftte grond, en veel 
Water: een vrije, bequaam ter Zon gcleegene; of ook 
een fchaduwachtige plaats. Bloeyd niet ieder jaar , 
maar alleen zomtijds , verzet wordende. Geeft in 
deeze Landen noyt volkomen rijp Zaad. Verdraaed 
felle koude, en alle andere ongeleegentheeden der Win- 
ter, zonder fchade. 

Maar fchoon wij van deeze Plant geen Zaad kon- Aanwin- 
nen bekomen, echter kan men ze aanwinnen door hare nin g- 
aangegroeyde jonge Wortelen; welke men in ieder Voor- 
jaar , indien men wil (of anders ook om 't tweede) 
teegens de volle Maan van Maert of April opneemt; 
de dikfte daar van afzonderd, om ter fpijs te gebruy- 
ken ; de dunfte weer inzet, om daar van andere aan 
te winnen. 

Ontrent de gemelde tijd des jaars (in welke ze alder- Ter fpijs 
bequaamft zijn om gegeeten te worden,) pleeg voortijds g ebru ykt. 
KeyzerTiBERius deeze Wortelen jaarlijks uyt Duytfch- 
land na Romen té doen brengen , wijl hij een groot be- 
hagen vond in haar aangename fmaak. 

Wil iemand hier van een delicate Salade toeberey- Hoe daar 
den , die bedekke de nieuwe uytloopende Scheut jens Yf'ï CCQ 
in 't Voorjaar , ter hoogte van drie of vier vingeren , saiadete 
met zeer zandige aarde ; zoo fchieten ze door de zelve bereyden. 
heenen. Daar na neeme hij deeze aarde weer wech ; en 
hij zal bevinden , dat de Scheuten en Bladeren , zoo 
hoog als de aarde geleegen heeft, geel geworden zullen 
zijn. Deeze afgefneeden, en tot een Salade gebruykt, 
zal men ongemeen lekker bevinden. 

KRACHT EN. 

ZVykenvortel , of Sifarum, is droog en warm Gal. H!> &• 
in den tweeden , ook vochtig in den eerften Mtd.simj. 
graad. 
De Wortelen in Water gekookt, of op allerley an- Lnfit M u 
dere wijzen gegeeten, zijn van een lieflijke fmaak, oi5S.it. 
de Maag zeer aangenaam. Geeven goed VocdzeL aan f ,,j . 
't Ligchaam : maken cetcnslttft ; en defgelijks begeerte 
tot het echte werk- Drijven het Water van de 'Blaas 
voort. Verfterken zwakke, teedere Lieden ; uyt een 
zware ziekte eerft weer opgeftaan; en zijn derhalven de 
zelve zeer dienftig. 

Het uyteeparftte Zap der Bladeren met Schapcmclk Durant. 

j 1 a j » ; ; hifi. Plant, 

gedronken, itopt de Buykloop. dl. MS- 

Het Zaad gedroogd , gefloten , en met Wijn in- 
genomen , is goed teegens den Hik^ ; de krimping 
der Darmen ; de loop des Ligchaams , en de Nie- 
ren-fteen. 




ccccxxxit 



Tuj. x+o. 



J?ol. S 8z. 




-^Fm ■ *+* 



9S+ 




88 3 



SlSYRJNCHlUM. WaTER-EPPE. GelIDTKKUYD. 



884 



CCCCXXXII HOOFDSTUK. 



Namen. 



Grond. 




SISYRINCHIUM. 

It aardig *Bol-geivas word , mijns wee* 
tens, van niemand anders, dan metdee- 
zen naam, genoemd. De Italianen zeg- 
gen StSIRINCHIO. 

Bemind, uyt eygener aart, een zeer 
zandige, goede aarde, met een weynig 
twee-jarige Paerdemift, en 't Mol van verrotte Boom- 
bladeren doormengt; een warme, vrije, wel ter Zon 
geleegene plaats; en weynig water. 
Waarnee- Lijd , buy ten- ftaande , ongeerne de felle koude dee- 
S* n f indc zer Landen. Moet derhalven, in een Pot gezet, f sWin- 
ters binnens huys worden bewaard op centamelijk-war- 
me plaats,, zonder eenige vochtigheyd: ook niet weer 
buy ten zijn gezet voor in 't laatfte van Maert, met een 
zachte aangename Reegen. 

In 't eerde, en ook in 't tweede jaar , na dat deeze 
Plant uyt Spaanje of andere heete Landen nieuwlijks 
in onze Geweften gezonden of overgebragt is , geeft ze 
een Bloem. Daar na flegts om hét tweede jaar; en 
eyndelijk gantfeh niet meer, vermits ze de onaange- 
name Lucht onzer Weereldftreek qualijk kan ver- 
dragen. 

Word ieder jaar, gelijk de andere Bollen, in 't begin 
van Julitu opgenomen ; en dan in September met een 
volle Maan weer ingezet, nadat men de aarde vervarfcht 
en weer gemeft heeft. 

KRACHTEN. 



Bloemen. 



Opnee 
ming. 



DE Bol-worteltjens van Sijyrinchium worden in 
Spaanje , Portugal , en andere warme Landen 



In Spaanje 
en ander- 

tcrlpijzc "^~"^ gehouden voor een aangename fpijs, en gegce- 
gebruykt. ten in plaats van Caftanicn. Geeven echter aan 't Lig- 
chaam weynig voedzel. 

In deeze onze Neederlanden worden ze noch ter fpij- 




ze genuttigt, noch in de Geneeskonfi gcbruykt. 



CCCCXXXIII HOOFDSTUK. 

W A T E RE P PE. 

Namen. .^^!^^^^ Y de Neederlanden dus genoemd , 

word in het Latijn geheeten Sium, 
Laver, Pastinaca aquatica: in 
, het Hoogduytfch Wasser eppich , 
Wasser marck, en Brunnen Pe- 
ter lein : in 't Franfch Berle : in 't 
Italiaanfch Sio , of Gorgolestro. 
Twee bij- Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden twee 
: bijzondere foorten ; te weeten : ' 

I. Sium majus verum, of groote opregte Water- 
eppe. II. Sium minus alterum, of tweede kleyne 
Water-eppe. Beyde zijn ze van eeven de zelve Bouwing 
en Waarneeming. 

Zij beminnen uyt eygener aart eengemeene, zan- 
dige, vochtige, of waterachtige aarde; meer een don- 
kere of fchaduwachtige , als een vrije, opene plaats; 
en veel Reegen. Blijven eenige jaren in 't leeven. 
Verdragen felle Vorfi , en andere ongeleegenthceden 
Aanwin- der Winter'. Bloeyen ieder Zomer , en geeven dikmaal 
Zaad, °° rvo ^ om e n "jp Zaad: 't welk met een waflende Maan 
van Maert , niet diep gelegt, de aarde moet aanbevo- 
len , en dan meenigmaal met Water begoten zijn. Hier 
door worden ze genoegzaam vermeenigvuldigd. 
«n door Boven dien kan men ze aanwinnen door hare aange- 

Schcutcn. wa fl" cnc en bij de aarde kruypende jonge Scheut jens , 
welke van zelfs Wortelen bekomen hebbende, met de 



foorten. 



Grond. 



gemelde Maan in April van de oude afgenomen , en 
vcrplant worden. 

KRACHTEN. 

WAter-eppe,oS Sium ,is verwarmende en verdro- 
gende in den eerfton graad. 
Het Kruyd op allerley manieren gebruykt, 
of de Bladeren in Wijn gezoden, en daar van gedron- 
ken , is aangenaam voor de Maag; goed voor de GeeU 
en Waterzucht; voor de Gefcheurdheyd; de Steen, en 
't Graveel. Maakt een helder, fcharp Gezicht; opend 
de verfloptheyd van de Milt : verwekt der Vrouwen 
Maandftonden , en doed haar gemakkelijk^ ver lojfen in 
Barensnood. Jaagt uyt de doode Vrucht; de Nageboor- 
te , en bevorderd een lichte watermakmg. Helpt daar- 
enboven de geene, welke met de Bloedgang en Buykloop 
zijngequeld. 

Met de zelve Wijn, of met het gediftilleerde Water 
deezcr Plant, gewafTchen, neemt van het Aangezicht 
wech de Zomer-fproetelcn , en alle andere onzuyver- 
heyd der Huyd. 

De Bladeren in Edik met wat Boter gezooden, zijn 
zeer goed voor 't Sprenktvuur, de Roos, en andere hee- 
te Gezwellen; defgelijks voor de Schurft beyd der Paer* 
den, warm daar op gelegt wordende. 



Aart. 

Lufit, l. 1. 

enarr. 1 xo. 
Dod.l. 10. 
c. 10. 

Diofc. 1. 1. 
c. 1^4. 
Galen. lib. 
Simp. 8. 



THchf.hift, 
Fl.c. 277. 



Durantei 
hifi. Plant. 

f'l- 434- 




CCCCXXXIV HOOFDSTUK. 

GELIDTKRUYD. 

P het Neederlandfch dus van vcele ge- Namen, 
hceten , word in het Latijn genoemd 
Sideritis. De Italianen zeggen Si- 

DERITE. 

Hier van zijn mij in haren aart be- Eenige 
#WCrf!!!-i[ik kend geworden eenige veranderlijke aar- \^ n i tT ' 
dige foorten ; te weeten : [jJJ* 

I. Sideritis flore albo, of Gelidkruyd met een 
witte Bloem. II. Montana Lusitanica, of Berg- 
Gelidkruyd uyt Portugal. III. Heraclea Fabii Co- 
lumns , of Gelidkruyd van Heraclea, door de Ge- 
leerdeHeer Fabius Columna zoo genoemd. IV. An- 
gustifolia Hispanica, of Spaanfch Gelidkruyd met 
fmalle Bladeren. V. Montana Gallica flore al- tot neegen 
bo Ponctato, of Berg-Gelidkruyd uyt Frankrijkjnct™. S clal 
een witte Bloem en purpure Jlippelen. VI. Montana p"\m™* 
flore purpureo magno , of Berg-Gelidkruyd met 
een groote purpure Bloem. VII. Arvensis , of Ge- 
lidkruyd, voortkomende op Grasvelden. VIII. Cre- 
TICA o dor ata , of welriekend Gelidkruyd van Can- 
dien. IX. Sideritis fcctida spicata flore lu- 



TEO , of flinkend Gelidkruyd met een geele geayrde Bloem; 
van zommige ook geheeten Hysopus fcetidus , of 
jlinkende Tfop. Niet alle zijn ze van de zelve Bouwing 
en Waarneeming. 

Echter beminnen ze al te zamen een goede, gemee* Grond, 
nc, zandige aarde, met matige, twee-jarige Paerdemift 
vermengt ; een warme , wel ter Zon geleegene plaats; 
en niet al te veel vochtigheyd. 

Het Sideritis flore albo , of Gelidkruyd met Oelid- 
een witte Bloem , en Sideritis Montana flore kru ydmet 
purpureo magno, of Berg-Gelidkruyd met een groo- p,i ocm; ctx 
te purpure Bloem, blijven niet meer als eene Zomer in Berg-Ge- 
't leeven. Worden derhalven ieder Voorjaar, met een 1'dk.ruyd 
wafTende Maan van April , weer op nieuws gezayd , ™^," n 
doch 't Zaad niet diep in de aarde gelegt. Komen purpure 
ook van 't neergevallene dikmaal van zelfs genoeg op ; Bloem, 
en konnen hier door genoegzaam ve rmeenigvuldigd wor- 
den; vermits de Plant niet eer verdord of vergaat, voor 
dat het Zaad in den Hcrfft zijne volkomentheyd 
heeft verkreegen. 

Het Sideritis Montana Lusitanica, of Por- Portu- 
Kkk Z tugalph 



galfch 

bcrg-Ge- 

lidkruyd: 

Gelid- 

kru] 

He rade 

grocyen- 

dc. 

Spaanfch 

fmal-ge- 

bladcrd 

Celid- 

kruyd. 



«s< Beschryving der Kruyden, Bollen en Bloemen, III Boek, m 

^ ■...„ in deeze Gcweftcn. Alsze den ouderdom van twee 

en meer jaren hebben bereykc ; worden ze tamelijk 
dik, grauwachtig of bleek-verwig, en gantfeh rond. 



Faeii C0LUMNiC> 



TS^Sr^n^de Heer Fabius Co- 
of GclulW^ van de Sud H§rmké ; en 

- XxfSV^ Hispanica ! i ■ s rt 

4 Ceweftcn twee , aren lang m t keven. Vcrd £f n 
ongeerne veel koude Herfftreegenen , jG fterkc /*tf. 
Moeten dcrhalven , met een waffende Maar , in April 
in Potten hol en luchtig gezayd zijnde, in t begin van 
Ofofcr binnens huys worden gebragt; op een luchti- 
ge plaats gezet, daar niet als bij vriezend Weer in ge- 
vuurd word ; gedurende de geheele Winter onderhou- 
den met flcgts een wcynig Reegenwater; wijl ze an- 
ders de verrotting haaftclijk onderworpen zouden zijn ; 
en niet voor in 't begin van April, met een zoete Lucht 
en aangename Reegen, weer buyten gefield ; dan noch 
cevenwel voorzichtig gewagt, en wel gedekt voor kou- 
de nachim 3 veelWwr, fchrale ot haynge Winden. 
Zij bloeyen in de tweede Zomer; ook wel zomtijds m 
de eerfte, laat in den Herfji; doch gecven in deeze on* 
ze koude Geweften noyt eenig volkomen rijp Zaad ; 
maar verderven zonder 't zelve na te laten. 
Franfrh Het Sideritis Montana Gallica flore al- 

W«g-Ge- BO pünctaTO, of Franftb Berg-Gelidkruyd met een 
l.dkruyd, £C ft ip pclde Bloem; Arvensis , of op Grasvelden 

SSt voort&lL; Cretica odorata, o£ riekend Gelid- 
krujd van Candicn; en Sideritis fcetida spicata 
FLORE LUTEO, o f jlmkend Gelidkruyd met een geele 
eeayrde Bloem, blijven eenige jaren lang in t keven. 
Geeven ieder Zomer volkomen rijp Zaad; verdragen 
felle koude en allcrky andere ongelcegenrhceden der 
Winter, zonder fchade. Worden ook alleenlijk aange- 
wonnen en vermeenigvuldigd door 't gedagte haar Zaad; 
't welk op de genoemde tijd , niet boven een itroo- 
breedtcdiep, in de aarde word gekgt. 

Doch het Siderttis Cretlca odorata , oï rie- 
kend Gelidkruyd van Candien , niet zoo hard van na- 
tuur zijnde, word wel zomtijds, door een fterke Porft, 
gantfcheüjk van 't keven beroofd. Moet dcrhalven, 
in een Pot gezet, 's Winters binnens huys worden ge- 
bragt op een luchtige , en in koude dagen op een mati- 
ge ; noch feller, op een geheel warme plaats ; onder- 
houden met wcynige vochtigheyd; en in 't laatfte van 
Maert of begin van 4>ri/,nagelcegenthcyd van de be- 
quaamheyd of onbequaamheyd des tijds, met een ree- 
genigc Lucht weer buyten gefield. 
' zij bloeyd de tweede Zomer ( na dat ze voortge- 
fijkèaver- komen is uyt Zaad, in 't voorige jaar met een waffen- 



Riekend 
Gelid, 
kr.uyd van 
Candicn. 



Wonder- 



maaklijk 
Bloeyzel. 



Zaad. 



"de Maan van April in de aarde gekgt) , van de Maand 
Anguftm af tot in de Maert, de gehcele Winter door; 
met zulk een kluchtige vcelvoudighcyd van Bloemen , 
dat men ze zou meencn te zijn een Plant zonder Loof, en 
enkelijk beftaande uyt 'Bloemen van een witte couleur. 
Nauwelijks is de eene vergaan, of men ziet, met zon- 
derling vermaak , de andere alreeds weer voortgeko- 
men. Zoo dat men aan dit Gelidkruyd te eener tijd en 
uure kan aanfehouwen geheel rijp , noch onrijp, en eerfi 
ontftaan Zaad; dan noch geheel opene Bloemen-, welke 
Plant met hare groene, veelvoudige kleyne Stoelen tot 
een weynig boven de grond afgefneeden wordende, 
zoo ziet men de Wortel weer op nieuws uytloopen. 
In alle dcelen (alleen de gemelde Wortel uytgezondcrd) 
is ze krachtig, fterk, niet onaangenaam van reuk ; on- 
trent een Maatvoct hoog; met een bleeke groenheyd 
vercierd, en, alsze word aangeraakt, klccvende van 
aart. Heeft kleyne, veelvoudige, digt boven, doch 
niet regt tecgens malkander over gefielde, ovaals-wij- 
ze ronde, en met eenige witte ruygheyd bekleedde Bla- 
dertjens. 

Het Sideritis spicata fcetida, of ' jlinhend Ge- 
lidkruyi, met een geele geayrde Bloem, groeyd van na- 
turen ftruvclachtig op. Krijgd uyt een tecdere, geel- 
verwige Veex.e livorte l een , twee, of meerder Scheuten, 
Scheuten, twee voeten , wat meer of minder, hoog opfehietende 



Stinkend 

Gclid- 

kruyd. 

Wortel. 



Uyt welke in ieder Foorjaar nieuwe Scheuten voort- 
komen ; geheel groen , doch beneeden gemeenelijk 
wat bruynachtig, bekleed met een witte wolligheyd > 
en van een vierkante geflalte. 

Aan de zelve groeyen de Bladert jens, op de wijze Bladeren; 
van Tfop; twee en twee regt teegens malkander over- *" r d " zcl " 
gefield, en boven den anderen» De bovenfte zijn de daan ° ff j 
kleynflc, de onderfle de grootfle; een vingerlid, wat 
meer of minder lang; twee ftroobreedten breed , doch 
onder fmal toelopende , en voor cyndigende in een 
breed , Homp-rond punt i aan de randen effen en flegt; 
doch na vooren aan elke zijde begaaft met een of 
twee kleyne Zaadjens. Donker groen-vcrwig zijn ze, 
niet blinkende; ruyg van aart, en in 't midden voor- 
zien met een regt-doorlopend Adertje , .waar uyt 
eenige andere kleyner ter zijden opwaarts voortvloei- 

jen. 

Uyt de bovenfte punten ziet men opfehieten rond- Bloem- 
acntige Ayren, anderhalf» óf ook twee vinger-keden V»* 
lang; beftaande uyt veele digt bij en boven malkander 
gevoegde, bleek-groene, ruyge, en zoo wel in 'tmid- 
den als aan bcydc de zijden met eenige lange bleck-wit- 
te, en fcharpe doornachtige punten voorzien zijnde Blad- 
dert jens: tuflehen welke uyt langwerpige, ronde, ruy- 
ge , en voor met vijf fcharpe fpitzen begaaft zijnde 
Knopjens de 'Bloemt jens voortkomen. Deeze zijn bleek- Knopjens. 
geel van couleur, uyt vier Bladert jens , ongelijk van ocmcn • 
gedaante, beftaande; waar van 't.onderftc het breedfle 
en grootfle, het bovenfte voor ingefneeden wat fmal- 
lcr , en de twee middenfte de kleynfte zijn. Als ze 
eenige wcynige dagen hebben opengedaan , vergaan ze 
in haar zclven , en vallen op de aarde neer ; in den 
Herfji achterlatende een kleyn, zwart, langwerpig en 
driehoekig Zaadje, dat van het Marrubium , oï Mal- 
rove, zeer gelijk. 



KRACHTEN. 



G 



zuy ve- Bod. l\. 

e.S'. 



Elidkruyd, of Sideritis, is verdrogende 
rende, en te zamentrekkende van aart. 
In Wijn gekookt, en daar van gedronken; of ^.ci^i ' 
't uytgeparflte Zap, of ook de Bladeren zelfs gekneufd, D j f c . /. 4 . 
en dan gekgt op heete Bloed^wceren en varjjche Won- c.p. 
den , gcneezcn.de zelve , en doen 't bloeden terftond * l ™_ 
ophouden ; défgelijks de witte Vloeden der Vrouwen. 
Helpt en brengt weer te regt de verjhtykte en weer in- 
gezette, ook de vermoeyde Leeden. Hecld ócgefcheurd- 
heyd, of Darm-breuken. 

De Bladeren in Water gezoden , terwijl ze noch duf. hifi. 
groen zijn, en daar mee de'bcenen gewafTchen, neemt'er Plant- L^. 
de Roos van wech. 



CCCCXXXV HOOFDSTUK. 

HENNEP. 

>En gantfeh wel bekend, zeer nood ig; Namen.ea 
en ondertuffchen voor veele een al te boertcy. 
krachtig, onaangenaam, bitter, en te 
dier gekogt Gewas; vermits hetfehie- 
lijk van 't keven beroofd de geene , 
. welke, ten affchrik van andere, ver- 
oordeeld worden van de hooge Overheyd , om een glad 
gedrayde koorde aan haren Hals te ontfangen ; welkers 
toenijpping aan de Keel haar den Adem beneemt. Word 
in 't Neederlandfch niet alleen dus, maar ook Kennep 
of Kemp; en in plaats van Hennep bij veele Hennip 
genoemd : in 't Latijn Cannabis: in 'tHoogduytfth 
Hanff: in 't Franfch du ChanvRe: in 't Italiaanfih 

Canapa, of Canapé. 

Hier. 




887 



Hennep. Sermontèin. Steekende Winde. 



ten 



vier on- Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden vier 

derfchey- onderfchcydenè foortcn ; namentlijk: 

dene foor- I. Cannabis SATivA MAS, of tamme tiennep man- 
netje. II. Satïva fccmina, oi tamme Hennep wijf- 
je. III. SPÜRIA F02MINA FLORE MAJORI , of 

bafhard-Hennep wijfje , met een groote Bloem. IV. 
Cannabis erratica, five spuria fcemina flore 
mi nor e , of wilde , anders Baflard-Hennep met een 
kjeyne Bloem. Al te zaraen zijn ze van eeven de zelve 
Bouwing en Waarneeming. 

Zij beminnen uyt eygener aart zoo wel een kleyi-» 
ge, als zandige , doch varfch omgefmeetene en vetge- 
meftte grond , inzonderheyd de twee eerft-genoemdè 
tamme foor ten; veel Water; een opene, vrije, en wel 
ter Zon geleegene plaats. Blijven niet langer dan een 
jaar in 't leeven. Geeven in de Zomer Bloemen; en 
in de Herfft een volkomen rijp Zaad. 't Welk ieder 
Foor jaar , met een wafTendc Maan van dpril, de aarde, 
niet diep gelegt, op nieuws word aanbevolen. 

Doch het Cannabis sativa fccmina» of tamme 
Hennep wijfje, geeft wel van naturen jaarlijks kleynej 
vier en vijf gebladerde , groene, veelè Tros-wijze b\) 
malkander gevoegde Bloemt jens , welke lichtelijk van 
zelfs afvallen , of door de Wind wech-gedreeven wor- 
den , en in ftof veranderen ; maar noyt cenig , 't zij 
volkomen , 't zij onvolkomen Zaad ; onaangezien 
deeze foort is voortgekomen door 't vruchtbare Zaad 
van 't Mannetje. 

Hier tcegens ziet men aan het Cannabis sativa 
mas, of tamme Hennep mannetje , noyt eenige Bloemen; 
en brengt echter genoegzaam Zaad voort. 

Beyde de gemelde baflard-foorten, o? wilde Hennep, 
komen jaarlijks van zelfs overvloedig genoeg voort door 
't uytgevallenc Zaad. 



Grond. 



Zaad. 

Aanwin- 
ning. 

Tamme 
Hennep 
Wijfje 5 



Mannetje: 



Baflard- 
foorten. 



KRACHTEN. 



tAatth.1%. 
c. 148. 



DE Bladeren van Hennep, in 't Latijn Cannabis ■> 
in Wijn gekookt, of een weynig van het uyt- 
geparftte Zap met Wijn ingenomen, doodde 
Wormen in de Ligchamen beyde van oude en jonge per- 
foonen : daarenboven de Wandluyzen en Vlooycn , wan- 
neer men de plaatzen, daar ze zich verfchuylen , met 
dit nat befprengd. Eeven 't zelve kan men ook verrig- 
ten , door een Tal^. met zijne Bladeren in 't ftröo der 
Bedfteede te leggen. 
Dohi. 'm 't Zaad van Hennep (warm en droog tot in den der- 
jid ^' t ? ' den graad) word tot vcele dingen gebruykt. Heeft 
eevenwel van naturen eenige quaadaardigheyd aan zich; 
derhalven men gewaarfchouwd moet zijn, daar van niet 
te veel, noch te dikmaal te neemen. Verwekt ook 
eenige walging in de Maag. 
%nft lib. Gekneufd , en zoo in Wijn gekookt; of met een 
Snhp.c.xo. we y n jg s 3 ff raan vierentwintig uuren lang laten weyken, 
e . ' ' en daar van dagelijks nu en dan een weynig gedronken, 
jaagt uyt de winden, en de overvloedige vocht igheeden 
des Ligchaams : verwekt flaap , en verdrijft de Geel- 
zucht , gefproten uyt eenige verftopping, inzonderheyd 
als'er geen Koorts bij vernomen word. 
Lome. Lx. * t 2 e ] ve Zaad in Water gediftilleert , en daar mee 
gewaffchen geneert: alle gezwellen des Hoofds s en 
quaadaardigc zweeringen van 't zelve. Is ook zeer 
goed tecgens de fmerten van het Podagra, of Voet- 
euvel. 
Tabern U. £> e oiy, uyt dit Zaad geparft, is zeer dienftig voor 
allerley harde gezwellen ; voor de zweeringen en 't ho- 
pen der Ooren; warm daar in gedaan. 
"Lu fit. l.y,. 't Zelve Zaad dikmaal van Hoenderen en Duyven ge- 
tnarr. i6z. geeten wordende, doed haar in de koude Winter Eyeren 

leggen, en binnen een korte tijd vet worden. 
Biofc. I. 3. De Wortel in Water gezoden , en zomtijds daar mee 
r. 1 66. de opgekgompene Zeenuwen beftreeken , brengt de zelve 
weer te regt. 

Uyt de Bafi van dit Gewas maakt men allerley 



888 

flag van Touwen, tot een grooten dienft en zonder- 
ling gerief voor alle menfehen; Maar dan ook Jlrop- 
pen voor de quaaddoenersk 




CCCCXXXVI HOOFDSTUK. 

SERMONTEIN. 

Ord in 't Neederlandfch , mijns wee^ tfaraed.' 
tens > met geenen anderen dan deczen 
naam genoemd : in 't Latijn geheetcn 
SiLDR Montanum: of ook LlGU- 
strum verum DoDONJE-i : in het 
Franfch Sermontainei 
Bemind een boede , gemeene, zandige aarde, met Grond, 
twec-jarige Paerdemift genoegzaam voorzien ; een war- 
me, vrije, wel ter Zon geleegene plaats; en veel Wa- 
ter. Kan, buyten ftaande, tamelijk wel de koude en 
meer andere ongelcegentheedcn der Winter verdragen; 
Krijgt zomtijds in deeze Geweften, bij goede Zomers, 
Bloemen, maar noyt eenig rijp Zaad. 

Doch in een Pot gezet, en 's Winters binnens huys Zaad- 
bewaard, bloeydze, alsze eenige jaren oud geworden 
is , ieder Zomer , en brengt een in alles volkomen 
Zaad voort , 't welk men met een waflTende Maart 
van Oüober-, of Maert, de aarde eens Pots* een hal- 
ve vinger-breedte diep gelegt , hol en luchtig moet 
aanbeveelen. 

Niet alleenlijk hier door word ze vermeenigvuldigd, Aanwin- 
mdar ook door hare aangegroeyde jonge Looien ; wel- nin ^* 
ke men met de genoemde Maan in April van de oudt 
afneemt, en verplant4 

KRACHTEN. 

HEt Zaad van Sermontein , in het Latijn Siler Tuehf.bifi. 
Montanum , is verwarmende en verdrogende in p l« nt ' *»ƒ• 
den tweeden graad ; ook vertccrende van aart. '° 4 ' , , 

Een Drachma van dit geftotene Zaad, of anderhalf Utth'. ' 
Drachma van 't Poeder der geftotene Wortelen met Wijn Med. 
ingenomen j verwarmd de Maag: doed de fpijs vertée- D "£' l ^' 
ren : verdrijft de winden : is goed voor de beeten en cal. Hó. 7. 
fleeken der giftige Dieren; voor inwendige gezwellen', Simp.Mcd. 
de krimping der Darmen ; de Steen der Nieren ; een be- 
nauwde Borft: doed gemakkelijk wateren; en verwekt 
der Vrouwen Afaandjhndeni 

Het Kruyd zelfs irt Wijn of Water gediftilleert, ert 
daar mee gewaflehen, verdrijft de Puyften en andere ort- 
zuyverheeden vdn 't Fel. Daar van gedronken, en daar Duramei 
meê gegorgeld, is goed teegens het Pleuris, de Zijde- bift- Plant - 
fleekieh; en geneert: de Squinantie , of 't Keel-gezwel , f' 1, X S7* 
en andere ongeleegentheeden der Keel. 

De Jf«7c7«» gefloten , en op de beeten der dolle Hon- 
den gelegt j geneezen de zelve; 



CCCCXXXVII HOOFDSTUK. 

STEEKENDE WINDE, 

iP het Neederlandfch dus genoemd , Verfche/- 
word in het Latijn geheeten Smuax denames, 

ASPERA, GONVOLVULUS ACUTUS J 

Zarza parilla, en Salsa paril- 
i.a perüviana minor i in opzicht 
van de opregte Salsa parilla, wel- 
ke veel grooter van Bladeren is, en noyt in deeze Lan- 
den bloeyende word gezien ; anders de zelve in zommi- 
ge deelen zeer gelijk. In het Hoogduytfch Stechende 
Winde : in het Franfch Liset picquant : in het 
in 't Italiaanfch Ruovo Cervino.j Hedera spino- 

SA, Cn VlLUCCHIO MAGGIORE* 

Kkk 3 «'«» 




889 



Beschryving der Kruyden , Bollen en Bloemen , III Boek, 8 9 o 



Vier vcr- 



foortcn. 



Hicrvanzijnmn in haren aart vier bijzondere foortcn 

{end geworden j na— 

ï TsSLx aspera vulgaris, of gemeene Jteekc»- 



Srlijkc bekend geworden; namcntlijk: 



de Winde. 



Grond. 



Opregte 
Salfa Pa- 
rille. 



Aanwia- 
nin£. 



Is de befte 
foort van 

allen. 



Steelcn. 



d cnwae. IL Smilax aspera folio maculoso, 
of fleeker.de Winde met ten langwerpig Wt gcjhppeld 
Loof. UI- Smilax major l^vis , of groote Jtee- 
kende Winde met gladde Bladeren. IV. Salsa pa- 
rilla vera, of Smilax Perüviana legitima; 
opregte Salfa Parille. Mceft al te zamen zijn ze van de 
zelve 'B omving en Waar neem mg. 

Zij beminnen een goede, gemeene, .zandige aarde, 
met een wcynig twee-jarige Paerdemift en t Mol van 
verrotte Boombladeren doormengd: een opene, luch- 
tige, vrije, warme, wel ter Zon geleegene plaats , en 
matige vochtighcyd. 

Zijn tceder van aart, en konnen de fterke Vbrft dee- 
zer Landen niet verdragen. Moeten derhalven , in 
Potten gezet zijnde, in Ottober binnens huys gebragt ; 
op een matig-warme plaats gezet, gedurende de geheele 
Winter met een weynig lauwgemaakt Reegenwater on- 
derhouden , en niet voor April met een zachte Reegen 
weer buyten , en de Zonneftralen voorgefteld ; dan 
noch voor koude nagten, fcbrale, hayrige Winde» wel 
gewagt worden. 

De Salsa Parilla vera, of opregte Salfa Paril- 
le , is wel zoo teeder van Natuur. Moet derhalven 
ter Wintertijd in een gcdurig-warme plaats , met een 
weynig lauwgemaakt Reegenwater van onder in een Pan 
verzorgd, en niet voor half April, of wat later, weer 
buyten gezet worden. 

Zij geeven wel in decze onze Geweiten vcele bij 
malkander gevoegde, kleyne, Stars-wijze geftelde, wit- 
achtige Bloemt jens, maar noyt eenig Zaad. Worden 
echter bequamclijk aangewonnen door hare bij de Wor- 
tel uytfpruytcnde jonge Scheut jens : welke men met 
een wallende Maan van April van de oude afneemt , eens 
vingers lengte boven de aarde afgefnecden , en in Potten 
vcrplant. Want dan vat^n ze dies te fpoediger nieuwe 
Wortelen ; en groeyen te eerder voort -, 't welk anders 
langzaam toegaat. 

Decze opregte Salsa Parilla (van welke in A- 
merica vier bijzondere foorten worden gevonden, ver- 
mits ze in de gedaante der Bladeren de eene van de an- 
dere verfchillcn) word gehouden voor de befte en krag- 
tigfte van alle. Waarom ze dan ook alleen, of de Wor- 
telen daar van , na alle Landen en Steeden van Europa 
word vervoerd , wcegens hare groote zeer zonderlinge 
deugden, bij alle Geneeskundige bekend, gepreezen, 
en gebruykt. 

Krijgt uyt een hard en dik Hoofd, ronde , zeer lan- 
ge , flegte , dunne , en ontrent bruyn-vcrwige Worte- 
len: uyt welke voortfehieten verfcheydene teedcre Stee- 
len; haar uyt cygencr aart door eenige hier en gintfeh 
uytwafTcnde Band jens omwindende , en alzoo de bij 
haar geftelde ftok of iet anders, wat het zijn mogr, 
omvlegtendc. Zijn rond gevormd : aan de Zonne-zijde 
roodachtig ; maar aan de andere grocn-vcrwig ; bekleed 
met veele korte Doomt jens , onder dikker als boven. 
Men ziet'er aan veele fchoonc , blinkende Bladeren , 



KRACHTEN. 

DE Bladeren en Wortelen van fleekende Winde , CaU n . //j 
in 't Latijn Smilax Afpera, zijn warm en droog Sinf, 7. 
van aart, echter niet gantfchelijk zonder eenige 
vochtighcyd, en fijn van deelen. 

De zelve in Wijn gezoden , en daar van gcdron- D,y Ci /. 4 
ken ; of 't Poeder der gedroogde Bladeren, of der Wor- c - 144. 
telen, met Wijn ingenomen , ftrijd zeer krachtig tee- Dod ' '• 'J- 
gens allerley vergif; ook tecgens de beeten enflee^endcr cl' merar 
giftige Dieren; zulkerwijs, dat iemand, wanneer hij *4 f.140! 
's morgens iets hier van gebruykt, dien dag niet lichte- ^ t ' rnntes 
lijk van eenig vergif zal befchadigd worden. Docd daar- f oL '?~ nt • 
enbovcn Jwecten, en veel Water lojfen. Verftcrkt ook 
de Maag : reynigd de Nieren en de Blaas; en neemt 
wcch de fmerten van al de Leeden des menfchelijken 
Ligchaams. De Bladeren op 't Hoofd gelegt , verdrij- 
ven de Hoofdpijn* 

De Wortelen van Smilax Perüviana legitima, Opregte 
of Opregte Salsa Parille, zijn warm, en wat SallaPari| - 
vochtig van aart. 

In Water , of in Wijn gekookt , en daar van ieder R ecc b. /. 8. 
dag tweemaal, te weeten , 's morgens en 's avonds, R'r.Mextt. 
t'elkens zes oneen, warm, veertig dagen achter een ge- ^ 41 ' 
dronken; zich daar op wel toegedekt, en gezweet: of /„•ƒ?, ^ ' Vt 
anders twee Drachmen van het Poeder der gedroogde Orb.c.z*. 
Wortelen met Wijn ingenomen , is zeer goed tot ge- 
neezing van de Spaanfche -polken , verouderde kranig 
heeden ; Koortz-c» , en trckjzhtg der Zeenuwen. Daar- 
enboven zeer dienftig voor allerley vuyle zweeringen 
en gezwellen ; zinkingen en fchadclijke vochten : een 
quade Maag ; winden in 't Ligchaam : de koude ge- 
breeken van der Vrouwen Moeder, der Harjfenen, en 
veel meer andere qualen. Neemt ook wcch de hardig- 
heyd der Mdt, en doed wel zweeten. 



CCCCXXXVIII HOOFDSTUK. 

ZEEWINDE. 




Iet 



in het Neederlandfch , Namen." 
van veele Sodanelle ge- 



alleen dus 
maar ook 
noemd , word in het Latijn geheeten 

SOLDANELLA , BRASSICA MaRINA, 

volubilis Marina, en Convol- 
vulus Marinus: in het Hoogduytfch 
Me er winde: in 't Franfch Chou de Mer : in 't 
Italiaan feb eeven als in 't Latijn. 

Hier van zijn mij in haren aart drie onderfcheydene Drie on- 
foorten bekend geworden ; te weeten : derfchc) ■- 

T r. & ' dene ioot- 

I. Soldanella vulgaris folio rotundo , tcn# 
of gemeene Zeewinde met een rond 'Blad. II. Oblon- 
ga flore albo Syriaca , of Syrifche Zenvinde met 
een langiverpig Blad en witte Bloem: welke foort, niet 
zonder goede reedenen , zou mogen genoemd worden 
Volubilis Marina Syriaca folio cordato, of 



Gedaante Men ziet'er aan veele fchoonc , blinkende Bladeren , Zeewinde uyt Syrien met een Hert gelijk^ zijnde Blad , 
der lila c * ruftende op korte Steeltjens, en uyt beyde de zijden weegens de gelij k-vorm igheyd der Bladeren met de gc- 



voortkomende , doch niet regt teegens malkander over. 
Twee vingeren breedte, of daar ontrent, zijn ze lang 
en breed ; ook wel veel grooter : achter rond , en daar 
breedft; voor in een punt eyndigendc; zulker wijze, 
dat ze de gedaante van eens menfehen Hert , of die 
van de Indiaanfchc Winde, niet qualijk vertonen. Aan 
de randen vallen ze flegt. De verwc is donker-groen. 
Inwendig zijn ze voorzien met een regt doorlopende 
Ader, waar uyt veele andere kleyne ter zijden voort- 
fcheyden en uytlopen. In onze koude Neederland- 
fihc Gcweftcn brengt decze foort noyt eenige "Bloemen, 
veel min Kuchte» te voorfchijn,gelijkze anders doed in 
haar geboorte-land. 



flalte van eens menfehen Hert. III. Soldanella al- 
pina , of Berg-Zeewinde. Niet alle zijn ze van de zelve 
Bouwing en Waarneeming. 

Het Volubilis Marina fruticescens Syria- Stmvcliige 
CA folio cordato, offtruve/lige Zeewinde uyt Sy- ^rica- 
rien (in welk Landfchap deeze foort natuurlijk grocyd, 
niet verre van de Zee) met Bladeren, eens menfehen 
Hert gelijk^ zijnde ; anders ook genoemd Soldanel- 
la fruticescens oblonga flore albo Syria- 
ca , of langwerpig gebladerde ftruvellige Zeewinde uyt 
Syrien met een witte Bloem, waft niet gelijk de andere 
foorten, maar flruvels-wijze, begaaft met veele hout- 
achtige Tak jens; van naturen rond, en voorzien met 
een aangename bleek-roode-verwe. Aan de zelve ziet 

men 



8?i ZeewinOe.HevdensWondkruyd.Hazensaladil.Smyrnium&c. 891 



Gedaante m en d e Bladeren onordentlijk gcfteld , doch gemee^ 
der Blade- nelijk hangende 200 wel aan korte als lange Steelt- 
i» 1, in». Zijn een vingerlid, of daar ontrent, lang; een 

kleyne vinger, wat meer of minder, breed; langwer- 
pig; aan de Steel op 't breedfte; vooralderfmalft, niet 
fpits , maar ftomp toegaande ; en aldaar in 't midden 
met een kleyne Kerf vercierd. Bevallijk-groen van 
couleur zijn ze : ook voorzien met een regtdoorgaande 
groote , bleeke Ader , en eenigc daar uyt voortfehie.- 
tende dwars-Adertjens. 
Geftalte TufTchen welke in het bovenfte gedeelte der nieu- 
der Bloe- wc ljjk $ _g C f c h otene Takjens de Bloemt jens voortkomen; 
2 a C a d'. zijnde een weynig langwerpig ; niet zoo groot als die 
knoppen; van onze gemeene Zenvinde ; doch op de zelve wijze 
doch in voor vlak, en geheel rond, openftaande; wit van cou- 
dêTzon"" leur » van binnen hol, en aan de randen een weynig 
der Zaad. gekarteld. Als ze afgevallen zijn , komen te voorfchijn 
fchoone, tamelijk groote, Peen-wijze gevormde , bo- 
ven dikke, onder dunne, doch ronde Knoppen, boven 
in 't midden vercierd met een draadachtig Knopje; eerft 
groen , daar na donker-rood wordende ; doch in onze 
koude Landen geen rijp Zaad bekomende. 
Grond» De nu gemelde foort, en dan de Soldanella al- 

pina, of 'Ber'g-Zeewinde, zijn teeder van aart. Be- 
minnen een goede, zeer zandige aarde, doormengd 
mee twee-jarige Paerdemifl, een weynig Veengrond, 
en het Mol van verrote Boombladeren : een war- 
me , wel ter Zon geleegene plaats ; en niet te veel 
vochtigheyd. 
Hoe in de Geeven in deeze onze Landen dikmaal Bloemen , 
Winter maar noyt eenig volkomen Zaad. Verdragen ongeer- 
«emen; ne veel koudc Herfllreegenen , en eenige Vorft. Wor- 
gelijk ook den derhalven , met een wanende Maan van April in 
de Berg- p Q tten 't zij gezayd, 't zij geplant zijnde, in 't begin 
Zccwm- yan oft f, er 9 a ] s men d e aarc \ e boven droog ziet, bin- 

nens huys gebragt , op een luchtige plaats , waar in 
niet als bij vriezend Weer word gevuurd : gedurende 
de geheele Winter met flegts een weynig lauw Reegen- 
water van boven begoten ; en niet voor ten halven van 
April, met een aangename Keegen, weer buyten gezet: 
dan noch eevenwel voorzichtig gewagt, zoo voor kou- 
de nagten , als hayrige winden. 
Aanwin- Deeze beyde foorten worden alleenlijk aangenvon- 
ning- nen en vermeenigvuldtgd in onze Landen ( bij gebrek 
van Zaad , ten ware dan dat men 't zelve uyt andere 
Geweiten bequaam) door hare aangegroeyde jonge Wor- 
telen ; welke men met een wanende Maan in April van 
de oude afneemt , en verplant. 
Gemeene De Soldanella vulgaris folio rotundo , 
Zecwin- ai gemeene Zeewinde met ronde Bladeren , is veel har- 
de ' der van natuur. Blijft wel (geplant zijnde op een war- 

me plaats,' genoegzaam befchut voor koude Oofte- en 
Noordewinden, en gezet in Zeezand , doormengd met 
twee-jarige Paerdemifl:, en gemeene aarde ) de Winter 
over; maar word ook daar teegens in onze Landen door 
de zelve zomtijds wel wechgenomen, of van 't leeven 
Waarncc- beroofd. Is derhalven geraadzaam , dat men van dee- 
ming. 2e foort altijd, of immers teegens de Winter, bij tijds, 
iets in een Pot ftelle, om, als de Vorft komt, de zelve 
binnens huys te kon nen bewaren , en met weynige 
vochtigheyd te onderhouden ; op dat men'er zich niet 
eens gantfeh onverwagt , door een felle Verft* t'eene- 
maal van beroofd mogt vinden. 
Aanwin- Zij geeft wel ieder jaar Bloemen , maar zelden volko- 
niog' men rijp Zaad. Word echter aangewonnen en vermee- 
nigvuldtgd door hare aangegroeyde Wortelen, op de ge- 
melde tijd verplant zijnde. 



met een weynig Zuykcr en Caneel gedronken ; of een Frrre l 1 • 
Drachma van het Pulver der gedroogde Bladeren met hlttb'. ' 
wat Anijs, Rhabarbar cnCubcbcn in Wijn ingenomen; Me j- 
of het uytgeparfttc Zap tot een Rob, of dikke Syroop t!n^u.i 
met Zuykcr gekookt» en daar van een halve oncc met 
Conzerf van Rofmarijn gebruykt, jaagt door de stoel- 
gang uyt alle overvloedige waterachtige vochten t opend 
de verfloptheyd der Leevcr , en is goed voor de Wa- 
terzuchtige. 

Indien iemand deeze Plant , of 't Zap, of 't Poe- Dlofc. l.i'. 
der daar van, op zich zelven alleen wou gebruyken , ^48. 
zonder daar iet anders bij te doen , die zou zijn Maag te 
zeer doen ontftellcn; en ^krimping des Ligchaams ver- 
oorzaaken, wcegens de zoute, bittere, en fcharpte aart 
van dit Gnvas. 



CCCCXXXIX HOOFDSTUK. 

H E Y D E N S 
WONDKRUYD. 

Y veele genoeg bekend, en met dee- Namen, 
zen naam in het Neederlandfch ge- 
noemd, word in het Latijn geheetcn 

CONSOLIDA SARACENtCA, ofSoLIDA- 

go SaRacenica : in het Hoogduytfch 
Heidnisch Wundtkraut; enin'c 
Franfch Consqul de Saracinne. 

Deeze Plant bemind een gemeene, goede, meer een Grond, 
zandige als andere , doch daar bij vochtige , welgc- 
meftte grond : een luchtige, ook een fchaduwachtige 
plaats ; en veel Water. Blijft eenige jaren lang in 't 
leeven. Verdraagt allerley ongeleegenthceden der Win- 
ter. Bloeyd ieder Zomer, doch geeft niet anders als 
met zeer goede en drooge Najaren , volkomen rijp 
Zaad. 't Welk met een waflende Maan van Oclober Zaad. 
of Maert (vermits het lang in de aarde blijft leggen) 
in een Pot , ruym een flroobreedte diep , moet ge- 
zayd zijn. 

Niet alleenlijk door dit Zaad worden ze vet meenig- Aanwin- 
vuldigd, maar ook aangeivonnen door hare aangegroey- nin S* 
de en de grond doorlopende jonge Wortelen ; welke 
men met een waffende Maan in * April van de oude 
afneemt, en verplant. 



KRACHTEN. 




D o\. /. 13. 



z 



Eewinde, in het Latijn Soldanella, is verwar- 
mende en verdroogende tot in den derden 
graad. 
In Wijn gezoden > en daar van een halve once 



KRACHTEN. 

Eydens Wondkruyd, in het Latijn Solidago, of 
Confolida Saracenica , is verdrogende in den 
tweeden graad j ook te zamentrekkende van 



H 

aart. 

De Bladeren gefloten j of het uytgeparflte Zap der 
zelve , of ook het Poeder der gedroogde Bladeren , 
gedaan op allerley Wonden, varjfche bloedige anct zuren, 
ook verouderde meeren en zweeren , genccuY de zelve. 
Defgelijks ook de lopende gaten, en alle auade^ fiinken- 
de, verzworene Gezwellen. 

In Wijn gezoden , en daar van gedronken , heeft 
niet alleenlijk de zelve uytwerking , maar opend ook 
de verjlopping van de Leever, Milt, en Galblaas. Is 
goed voor een eerfl-beginnendc Waterzucht; voorde 
zweeringen van het Ingewand, voor de lammigheyd 
der Leeden; de Geelzucht ; vuyle t ft in kende wonden', 
en de zwelling van het Tandvleejch; daar mee ge- 
waflehen , en inZonderheyd een weynig Roozen-ho- 
nig daar bij gedaan zijnde. 



Aart ea 
deugden. 



DoJtl.f. 
r.ï,-. 

Fuchf. hifi. 
Plant, eaf' 
270. 



Uhtl bijt* 

Pl.1nt.f9l. 

368. 



cccctx 



«o* Beschryving der Krutoen , Bollen en Bloemen , III Boek, 8 94 

ö /3 In Wijn gezoden , en daarvan gedronken; of het 

TUK. 



Verfchey- 
dc namen. 




in 

chus , 

«E^Lactuca 



Zeeven 

verander- 
lijke foor- 
ten, 



CCCCXL HOOFDS 

HAZENSALADE. 

N het Ncederlandfch niet alleen dus , 

maar ook Ganzendistel , Kony- 

nenkruyd, en Melkweye genoemd. 

Word in het Latijn geheeten Son- 

Brassica Leporina, , en 

Leporina ; in het Hoog- 

dupfeh Hasenkohl, en Ganszdistel: in't Franfch 

Palais de Lievre , Leisseron , en Laicteron : 

in 't Italiaanfih Sonco, Cicerbita, Crespigno , 

en Herba Chegitta latte. . 

Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden ee- 
nigc veranderlijke foorten, te weeren: 

°I Sonchus LyEVis vulgaris, of ' gemeene , glad- 
de, flegte Hazenfalaae. Iï. Vulgaris aspera, ge- 
meene rotrwe , of fakende Hazenfalade. III. Hie- 

RACITES MAJOR, /W ARBORESCENS , grOOtC , of tot 

een Boom opwafende Hazenfalade , met 'Bladeren van 
Havikskrnyd. IV. Hieracites MINOR , of kleyne 
Hazenfalade , met Bladeren van Haviklkruyd. V. 
Hieracites minor Lusitanicus , of kleyne Por- 
tugalfche Hazenfalade met Bladeren van Haviks- 
kru/d. VI. Aspera foliis dentis leonis , of 
rouwe Hazenfalade met Bladeren van Papenkruyd. 
VII. Sonchus Africanus, of Africaanfche Hazen- 
falade. Niet alle zijn ze van eenerley Bouwing en 
IVaarnecming. 

Grond. Zij beminnen meelt al te zamen een goede, gemee- 

ne, zoo wel zandige als andere, doch welgemeftte aar- 
de: immers zoo veel een fchaduwachtige, als een luch- 
tige, wel ter Zon geleegene plaats, en veel vochtigheyd. 
Geeven niet alle volkomen rijp Zaad. 

Het Sonchus lvevis vulgaris, of gemeene, fleg- 
te Hazenfalade : Vulgaris aspera , of gemeene 

maar eene r0 uwe Hazenfalade : Aspera foliis dentis LE0- 
nis, of 'rouwe Hax.cn falade , met Bladeren van Papen- 
kruyd. Hieracites minor Lusitanicus , oïkfty- 
m Hazenfalade uyt Portugal ; en Sonchus Afri- 
canus , of Africaanfche Hazenfalade , blijven niet 
langer dan eene Zomer in 't leeven. Geeven in den 
Herffl volkomen rijp Zaad» en vergaan dan door een 
kleyne Vbrft. 

Aanwin- Worden derhalven met een wadende Maan van 

nin g' Maert [de Sonchus Africanus , en minor Lu- 
sitanicus , of Africaanfche , en kleyne Portugalfche 
Hazenfalade in de Maand April, en op een veel war- 
mer plaats als de andere] ieder Vb orj aar weer op nieuws, 
niet diep gezayd. Doch komen ook (uytgczonderd 
de laatfl-genoemde twee) genoeg van zelfs op uyt het 
neergevallene Zaad. Hier door konnenze alleenlijk 
aangewonnen en vermeenigvuldigd worden". 

HetSONCHUsHlERACITES ARBORESCENS, of boom- 

achtig Hazenfalade , met Bladeren van Havikskruyd', 
en Hieracites minor , of kleyne Hazenfalade met 
Havikskruyd-bladeren , vergaan niet zoo haaft , maar 
worden van naturen oud. Geeven niet anders als met 
zeer goede Zomers eenig rijp Zaad. Verdragen ge- 
duldig allerley ongeleegenthcedcn der Winter. Ver- 
liezen teegens de aankomfl der zelve hare Bladeren. 

Aanwin- Worden vermeenigvuldigd door haar Zaad; en dan ook 
ning. 



Soorten , 
welke 



Zomer 

keven. 



Langlee- 

vende 

foorten. 



Cal, 
Simp 



noch genoegzaam aangewonnen door hare aangewaffene 
jonge Scheuten; welke men met een wafTende Maan in 
April van de oude afneemt, en verplant. 

KRACHTEN. 

'. Ub.%. \ L de foorten van Hazenfalade , in het Latijn 

P-fac h\ Sonchus , zijn koud en droog; ook wat te Zamen- 

trekkende van aart : doch gedroogd zijnde, een 
weynig warm. 



Lupi. i }i 
uytgeparftte Zap der Steelen en Bladeren met Wijn in- <»«>r. i,/ 

genomen , is aangenaam voor een heete en qualijk-ge- * Iat,l >-l.i, 

flelde Maag; ook voor een hitzige Leever; en doed'""*' 

wel wateren. Is goed teegens Vergif,, de Nieren-ftecn; 

de Geelzucht » een benauwde Borft : verwekt in der 

vrouwen Borftenved, en te gelijk goed, gezond Zog. 

Veroorzaakt de barende een lichten arbeyd. Doed het 

Baraken, en allerley Buykloop ophouden. Verdrijft ook 

de Koudepis. 

De Bladeren gefloten , en op heete gezwellen ge- D «r*»/ W 
legt, verkoelen de zelve. In Water gezoden , en totj^ ,w "w. 
een Salade gegeeten, in plaats van Endivie , zijn zeer 
gezond. 

Het Zap met Cottoen gelegt op de heete gebree-O/'o/cj, a , 
ken van het Fondament , en anderer heimelijke Lec- e ' l f9' 
den , verzacht de pijn , en neemt'er de brand van 
wech. 



CCCCXLI HOOFDSTUK. 



S M 



van 



Y R N 

C A N D 



I U M 

I EN. 




NIO 



Us in het Neederlandfih genoemd , Namen, 
word in het Latijn geheeten Smyr- 
nium Creticum , Petroselinum 
cilici^e , en Hipposelinum A- 
greste : in het Franfch Smyrnium 
de Candie : in 't Italiaanfch Smir- 
en Macerone. 
Deeze Plant bemind van naturen een zandige, ge- Gron ^ 
meene, doch welgemeftte grond: immers zoo zeer een 
opene , vrije, als een fchaduwachtige plaats; en veel 
Water. Blijft eenige jaren in 't leeven. Geeft ge- 
meenelijk ieder Zomer volkomen rijp Zaad. Ver-^ttd» 
draagd felle Vbrft , en andere ongeleegentheedea der 
Winter» zonder fchade. Verheft voor den Herffl haar 
Loof» doch word in de Maand Maert weer groen. 

Word vermeenigvuldigd door haar Zaad ; 't welk Aanwint 
met een wafTende Maan van September of Februarius n,n fr- 
(indien dan de grond open en onbevroren is) niet 
boven een halve vinger breedte diep , op een fchaduw- 
achtige plaats in de aarde moet gelegt zijn. Maar dan 
ook noch aangewonnen door hare aangegroeyde jonge 
Bollet jens; welke men in Auguftus mag opneemen, van 
de oude fcheyden, enterftond weer in zetten. Zomtijds 
komen ze van zelfs overvloedig genoeg voort door het 
neergevallene Zaad» 

KRACHTEN. 

SMyrnium van Candien , in het Latijn Smyrnium Aart. 
Creticum, is verwarmende en verdrogende van aart, 
tot in den tweeden graad. 

De geheele Plant in Wijn gekookt , en daar van een Diefc. /. ?• 
Roemen je gedronken , of het Poeder der gedroogde ^j ^ 
Bladeren en Wortelen met Wijn ingenomen , ftild de p[ c , joó. 
Buykloop. Is goed teegens de beet en enfteeken der Slan- 
gen, en anderer giftige Dieren. Verzacht een verouderde 
Hoeft, en een benauwde Borft. Geneeft de Koudepis , 
en doed gemakkelijk water loffen. 

't Zaad, zijnde warm. en droog tot in den derden GaUn.Un- 
graad, gedroogd, gefloten, en met Wijn ingenomen, ^j""//,;. 
verzacht de fmert der Heupen : verdrijft de opblazing Mtt j,, 
van de Maag: verwekt de Maandftonden der Vrouwen: Mtd. 
doed zweeten: is dienftig voor de IVaterzuchtige : opend 
de verft optheyd der Milt, Nieren, en Blaas : drijft uyt 
de Nageboorte, en de doode Vrucht. 

DcHortelen gefloten, en van buyten op gelegt, ge- fT^u 
neezen de wonden : doen de hardigheeden , hitzige ver- j-^ ^, 
gaderingen» en varffche gezwellen fcheyden, en vergaan. 



*95 



FlEKRUYD. STACHYSKRUYD. LuYSKRUYD. 



CCCCXLII HOOFDSTUK. 



Namen. 




Grond» 



Aanwin- 
aing. 



Aart. 



Lobtl. 1. 1. 
fol. 901. 
Die/c /. 4 






Tritg.l. 1. 
r.nj. 



FIEKRUYD. 

F Fykruyd * van een ieder in het 
Neederlandfcb dus, en, mijns weetens, 
met geencn anderen naam genoemd; 
zijnde een verkorting of verbaftering 

, van 't woord Sophie. Word in het 
Z,4///« geheeten Sophia, of ook Se- 
riphium Gf.rmanicum: in 't Hoogduytfch Welsa- 

MF.N) en SOPHIENKRUYD. 

Bemind van naturen een zandige, gemeene, zoo wel 
goede als flegte, gemeftte als ongemeftte, vochtige als 
drooge grond: immers zoo zeer een opene, vrije, als 
een donkere , fchaduwachtige plaats : veel Water, en 
ook weynig vochtighcyd. 

Blijft niet meer dan eene Zomer in 't leeven. Geeft 
voor de Winter volkomen rijp Zaad, en vergaat dan 
van zelfs. Word derhalven ieder Voorjaar, met een 
waffende Maan van Maert, weer op nieuws gezayd , 
niet diep in de aarde gelegt. Komt ook, daar 't eens ge- 
ftaan heeft, overvloedig genoeg van zelfs voort door 't 
uytgevallene Zaad : en kan deezer wijs genoegzaam ver- 
meenigvuldigd, worden. 

KRACHTEN. 

Flekruyd, in 't Latijn Sophia, is verdrogende, ver- 
warmende en te zamentrekkendc van aart, eeven- 
wel niet zonder eenige verkoeling, 
De Bladeren geftoten; ook 't uytgeparftte Zap der 
zelve, gelegt op Wonden, Kanker , quade, loopende 
•meeren, en oude ^weeren , zuy veren en geneczenze: 
defgelijks ook de Beenbreuken van Menfchen en Bee- 
ftcn. 

Het Zaad geftoten , en met roode Wijn , of ge- 
ftaald Water , ingenomen > ftilt haaftelijk de Bloed* 
gang , of roode- , defgelijks de Buykloop. 't Zelve 
met witte Wijn gebruykt , geneert allerley inwendige 
quetzjttren, veroorzaakt door vallen of floten. 

Het zelve Zaad , of ook het Kruyd, in Wijn ge- 
zoden , en 's morgens nuchteren , drie dagen achter 
malkander , een Roemer daar van gedronken , dood 
de Wormen. 



Namen.' 




Drie bij- 
zondere 
aardige 
fporten. 



Grond. 



CCCCXLIII HOOFDSTUK* 

STACHYSKRUYD. 

plet alleen düs in het Neederlandfcb i 
maar ook van veele Riekende An- 
door n genoemd. Word in het La- 
tijn geheeten Sf achys : in 't Hoog- 
duytfch Riochender Andorn : in 
het Franfch Saug6 Sauvage; en in 
het Italiaanfch Staghi , of ook Salvia Salva- 
tica. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden drie 
bijzondere aardige foorten ; als : 

I. Stachys vera Dioscoridis , of opregt Sta^ 
chyskruyd van Dioscorides. II. Lanüginosa Hï- 
spanica, of Spaanfche riekende Andoorn met wolach- 
tige Bladeren. III. Stachys spinosa Clusii , of 
doornachtig Stachyskruyd , van de geleerde Heer Ca- 
Rolus Clusius. Niet alle zijnze van dezelve Bou- 
wing en Waarneeming. 

Zij beminnen uyt eygener aart een goede, gemee- 
ne, zandige aarde , doormengd met een weynig twee- 
jarige Paerdemift : een warme , vrije, wel ter Zon ge- 
leegerïe plaats, en niet veel Water. Geeven gemecnelijk 
volkomen rijp Zaad. 



Het Stachys 



Sotf 



vera Dioscoridis \ of w o P rc Et 
Stachyskruyd va» Pz DAClvs Dioscorides, blijft nift Sta^hfs. 
langer dan eene Zomer in 't leeven. Word met een (\ ru > d va » 
waande Maan van Aprd in een Pot, niet boven een u c '° fcori ' 
ftroobreedte diep, gezayd; en, opgekomen zijnde, niet ' 
verplant. Kan niet veel vochtigheyd verdragen. Blocyd 
wel genoegzaam in deeze onze Gcwcftcn, maar kriicC 
zelden, ten zij zeer warm gezet, en dan noch alleenlijk 
bij goede Zomers, volkomen rijp Zaad. 

Het Stachys lanüginosa Hispanica, of Spaan. Spaanfche 
Jche riekende Andoorn , met ruyge Bladere» , is hard " ckcnde 
van aart. Kan niet veel Water verdragen ; maar wel, Andoora ' 
buyten blijvende , de koude en alle QJigeleegentheeden 
der Winter* zonder fchade. Geeft, de tweede Zomer, 
volkomen rijp Zaad, en vergaat daar mee. Word dcrl 
halven, ter voorgenoemder tijd, op nieuws» niet diep, 
weer in de aarde gezayd. Komt ook wel , door het 
neergevallene Zaad , van zelfs genoeg voort , ter 
plaats daar ze gedaan heeft. Hier door kan deeze 
foort bequamelijk aangeivonncn en vermcemavuldivd 
worden. * * 

Het Stachys spinosa Clusii, of Stachyskruyd Stachys- 
met doornen van Carolus Clusius, is veel teederder kru >' d mct 
van aart. Word met de zelve Maan van April in een J™™ rt 
Pot, niet diep, gezayd; met matige vochtigheyd on- Clufius. 
derhouden : zoo voor koude Hcrjflreegenen , als voor 
Vorfi nauw gewagt j in 't begin van Oclobcr binnens 
huys gebragt, op een plaats, welke lang de Lucht, maar 
weynig vuur geniet; gcftcld buyten alle tochten; ge- 
durende de Winter droog gehouden ; en niet voor 
in 't laatfte van Maert , of 't begin van April , na ge- 
leegentheyd van de bcquaamheyd of onbequaamhéyd 
des tijds, met een aangename Lucht en zachte Reegen 
weer buyten gezet : dan noch eevenwel gewacht en ge- 
noegzaam gedekt voor koude nagten, hayrige cnfcbr.ile 
winden. 

KRACHTEN. 

STachyskruydy is verwarmende van aart, tot in den Diofi. If. 
derden graad* c ' xo - 

In Wijn gekookt, en daar van een goede Roe- ^Si.' ' 
mer vol gedronken , doed der Vrouwen Maandfton- 
den voortkomen; ook veel en gemakkelijk Water loffen. 
Drijft uyt de Nageboorte, en de doode Vracht. Doch 
moet van de zwangere Vrouwsperfooncn niet, of im- 
mers zeer matig gebruykt worden, om hare leevendi- 
ge Vrucht geen fchade te doen» 



CCCCXLIV HOOFDSTUK. 

LU YSKRÜYD. 

Us genoemd in 't Neederlandfcb, word Namen. 
'm 't Latijn geheeten Staphisagria, 
of ook Pedicularis : in het Hoog- 
duytfch Lauszkraut, of Sfeichel- 
kraut : in het Franfch Herbe aux 
. Povilleux , of Aux Pouls / in 'c 
Italiaanfch Stafissaria, of ook Herba per i Pe- 

DOCCHI. 

Deeze Plant bemind een goede , gemeenc , zandi- Grond, 
ge aarde , met genoegzame twee-jarige Paerdemift , 
en een weynig Mol der verrotte Boombladeren door- 
mengt: een warme, vrije, wel ter Zon geleegene plaats, 
en matige vochtigheyd. 

Blijft niet langer dan eene Zomer in 't leeven. Geeft Hoedanig 
in deeze Geweften, zelfs ook bij goede Zomers, zelden te koc ' le ' 
volkomen rijp Zaad; ten zij dan dat het Zaad in een 
Por, ruym een ftroobreedte diep, word gelegt met een 
waffende Maan van Februaritu (vermits het wel vijf 
of zes wecken in de aarde blijft , eer het voor den 
dag komt): eerft binnens huys gezet; daar na buyten 
Lil 




ui 



n Kiutyden, Bollen en Bloemen, III Boek, 

?07 BeSCHRYVING DER &RUYDEN, » 
S97 ft tot de bovenfte rand des Pots 



^S^^*!* 



koude 



om'cr 
Zaad *an 
te beko- 
men. 



J)nrantes 
/0/-447- 



Doll ü 
c. 10. 



S;'/»/. 6. 



in warme Paerdem 
toe; voorts voorzi. 

<W als *#"*• opkoefterd zijnde, krifëd dit 

^Dus waargenomen en gekoettc J ^. 

Z^y dik „T aal Z,,n a"ft doch Sn door "het ge- 
</>*</ worden. 

KRACHTEN. 

^W.inhetL^YS;^ 
e„ droog <" tot / h „ d verbrandende, 

fchelijkongcraadzaamenondienftig, t zelve inwen g 

gezoden, met wat Honig vermengt, en daar meeje 
Mondgewaffchen, verdri,ft de Tiwfy», ™ ^^ 
2 oo l&fa als ^/«pvoorYerdervmg. 

■t Zelve Z.,Wgeftooten; met Edik, Supher, Co 
mijn, Bakelaer en Oly vermengt , dan °P h « ^ 
of andere deelen des Ligchaams geftreeken , verdnjtt 
en dood de L , t ^„; glneeft de SchuM f** 
Krauwgit, •tjckï'l, en de Mclattshejd. 



L 



en 



Namen. 



CCCCXLV HOOFDSTUK. 

STECHASKRUYD. 

,En zeer Medicinale en genoegzaam 
riekende Plant, voerd deeze naam in 
het Needer landfeh. In 't Latijn ook 
genoemd StjECHas : in het Hoog- 
dujtfch Stichaskraut : in 't Franfih 
Stichedes: in het Italiaanfcb Ste- 




dene foor 
ten 



Grond. 



CADE , Of Ook STECA. 

Vier on- Hier van zijn mij in haren aart vier onderfchcydene 
derfchcy- f oor ten bekend geworden ; teweeten: 

I. St/ilchas Arabica officinarum, of 3Vfc/?<«- 
hruyd uyt Arabic» , gcbrujkclijk^ in de Apothcekers 
winkelen. II. Arabica prima Clusii , of eerfte 
Arabifcb Stechas van Carolus Clusius. III. A- 
rabica folio crispo , of Arabifcb Stechaskjruyd 
met kroeze Bladeren. IV. STiCCHAS citrina , of 
Stecbaskruyd met aardige Citroen-geele Bloemen. Niet 
alle zijn ze van eenerley Botoving en Waarneeming. 

Echter beminnen ze al tezamen een goede, gemeene, 
zandige aarde, met twee-jarigePaerdemift, 'tMoluyt 
van binnen vermolmde of bedorvene Boomen, en een 
weynig een-jarige Hoenderdrek tamelijk vermengt: een 
warme, luchtige, wel ter Zon gelcegene plaats; en in 
de Zomertijd veel vochtigheyd. 
Hoedanig Blijven eenige jaren lang in 't leeven. Konnen op 
haar waar geenerley wijze veel koude Herfftreegenen of Verft ver- 
een"" dragen. Moeten derhalven, met een wallende Maan 
van April in Potten , hol en luchtig , niet boven een 
ftroobreedte diep, gezayd zijnde, in 't laatfte van Sep- 
tember, of 't begin van Oclobcr, na geleegentheyd van 
de bequaamheyd of onbequaamheyd der Jaarstijd , 
binnens huys worden gebragt ; gefield op een luchti- 
ge plaats , doch zonder eenige tochten of stijgingen 
van wind; waar in niet , als bij vriezend Weer, word 
beyde in gevuurd -.onderhouden met niet veel lauwgemaakt Ree- 
de winter, genwater, zoo lang de Winter duurd; 't zij van onder 
crundc - n e£n p an g e g eevcn ? of zachtjens met de hand van 

rijd. boven bcgooten : en niet voor in 't begin van April , 

met een aangename Lucht en Reegen, weer buyten ge- 
zet ; dan noch eevenwel nauw gewacht en voorzichtig 
gedekt zijn voor veel Water , hayrige of fchrale Win- 
den , en koude nagten. 



898 

Dus waargenomen, bloeyen ze in deeze koude Ge- 
weiten niet alleen jaarlijks , met een gedurige groente 
vercierd blijvende ; maar gceven ook , bij goede Zo- 
mers, volkomen nftZaad; en t'elkens nieuwe Scheut- 
jens , zoo bij de Wortel , als aan hare dikke Steelen te 
voorfchijn komende; gelijk bij mij meenigmaal gezien 
is, als die de zelve drie, vier, en ook wel vijfjaren 
in 't leeven heb bewaard. Maar om dit te konnen 
verrichten , moet men haar inzonderheyd nauw wach- 
ten voor te veel vochtigheyd, vermits ze daar door Ech- 
telijk verfterven. 

Het STiECHAS Citrina, of Stecbaskruyd met G- Stechas: 
troen-geele Bloemen , is veel harder van natuur. Waft kruydmet 
uyt een veelvoudige , zeer dunne , hayrachtige en J^n- 
bruyn-verwige Veezelwortel op tot de hoogte van twee Bloemen. 
Maatvoeten , ook wel hoger; ftruvels-wijse : uyt- 
fchietende in zeer veel dunne, bruyn-achtige en ronde Wortel. 
Takjens, aan hare voornaamfte Stam, van de Wortel af. ™jens. 
Als men vlijtig paft , deeze al te zamen wech te nee- 
men , zoo dat'er maar alleenlijk eene in 't midden 
word' gelaten, kan men'er lichtelijk een Boomt je van 
doen groeyen. 

Uyt de oude Takjens, waar aan de Bladeren, een Bladeren: 
jaar of wat meer oud zijnde, van zelfs vergaan , ko- 
men door de gantfche Zomer gedurig nieuwe voort ; 
niet van zulk een verwe als de andere, maar bleek-wit: 
waar aan rondom uytfchieten veele uytneemende fmal- 
1c, fterk-, doch ook aangenaam-riekende Bladert jens; 
gras-groen van couleur ; een vingerlid lang ; nauwe- 
lijks 't vierdedeel van een ftroobreedte breed; iri 't mid- 
den voorzien met een genoegzaam zichtbaar Adertje , 
ofRttgge.-tuiïchen welke men gemeenelijk gewaar word 
vier korte Bladert jens , zittende in de geftalte van een 

kruysje. 

Uyt der zelver bovenfte Hert fchieten voort lange Bloemen, 
Steelen; boven vercierd met veele digt bij malkander 
gevoegde kleyne Bloemt jens, fchoon Citroen-geel-ver- 
wig, beftaande uyt veele nop jens, Kroons-wijze gefteld, 
en langdurende van aart; doch vergaan eyndelijk, zon- 
der in onze Landen eenig Zaad na te laten. 

Deeze foort blijft gemeenelijk, 's Winters buyten Hardheyd. 
ftaande, twee of drie jaren lang in 't leeven, bij een 
matige koude; doch door een fterke Vorft word ze 
zomtijds lichtelijk wechgenomen. Is derhalven ge- 
raadzaam , van de zelve altijd iets, m een Pot gezet , 
ter Wintertijd binnens huys te bewaren; daar met ma- 
tige vochtigheyd te onderhouden; in het laatfte van 
Maert weer buyten te ftellen, en in de Zomer met 
veel Water te voorzien, ter oorzaak van hare veelvou- 
dige Wortel. A-nwin- 

Wij hebben alreeds gezegt , dat ze in deeze Lan-Aanw 
den jaarlijks zeer veele aangenaam-geele Bloemen be- 
komt, doch noyt eenig volkomen Zaad. Word een- , 
ter genoegzaam aangavonnen en vermeenigvuldigd door 
hare jonge bij de Wortel uytlopende en van zelfs Wor- 
telen krijgende, of anders in de aarde gebogene Scheut- 
jens ; welke men met een walTende Maan van April , 

May of Junius van de oude afneemt, en, ten halven 

afgefneeden zijnde, verplant. 



KRACHT EN. 

STechaskruyd, in het Latijn Stechas, is ontroeren- vurm^ 
de, tot braken verwekkende, en het Ligchaam j ^ 
verhittende van aart. Moet derhalven van Kou- 
de , vochtige naturen , niet van heete Menfchen ge- 
bruvkt worden. Ra r s j e 

Alleenlijk, of ook met zijn Bloem, in Wijn & zv ' si ,„ f . 
den, en daar van gedronken , jaagd uyt het Ligchaam tmf .c.ti> 
wech alle quade, fchadelijke vochten: opend tever-Av«-^ 
flopthr/d van de Lccver, Milt, Moeder, Longe, Blaas, ^^ 
en andere inwendige deelen. Verdrijfd de K,wiymtMg sj ^ 
en drayin<r des Hoofd, en de fcheemering der V & e "' 
verfterkïde^/^w/j ook alle inwendige, verkouaae 



Ty.*4x. 



Spéf. 




899 



StÈCHASKRUYD. WoRMKttUYD. TëUCIUUM. 



poo 



hhfe. 1. 3* Ligchaams-declen. Verzacht de fmerten der vermoey- 
de Zeenuwen , en is goed voor de gebreeken der Borfi. 
Zet daarenboven 't water der Blaas voort > en verwekt 
der Vrouwen Maandflonden. 

De Confcrvc, gemaakt van dee2e Bloemen , is zeer 
dienftig voor een koude Maag, ook voof de koude ge- 
breeken des Hoofds, en der Moeder van de Vrouwen. 



c.y. 



Li fit. I. 3 
enarr. i$>. 



Namen. 




CCCCXLVI HOOFDSTUK. 

WORMKRUYD. 

N het Needèrlandfch niet alleen dus, 
maar ook van veele ReInvaar ge- 
noemd , word in het Latijn geheeten 
Tanacetum, en Athanasia: in't 
Hoogduytfch Reinfarn : in 't Franfch 
PW Athanastp: en in 't Italiaanfch Ta- 
naceto, Atanasia, en Daneda. 

Hier van zijn mij in haren aart drie onderfcheydene 
Sïfoo'r *" oorten bekend geworden ; te weeten i 

I. Tanacetum vulgare, of gemeen Wormkruyd. 

II. Crispum , of Wormkruyd met kroeze 'Êladeren. 

III. Tanacetum inodorum , of Wormkruyd zon- 
der reuk. Alle zijn ze van eeven de Zelve Bouwing en 
Waarneeming, 

Zij beminnen uyt eygener aart een gemeene, zandi- 
ge, of fteenige , Zoo wel ongemeftte als vetgemeftte 
grond ; en een wel ter Zon geleegene plaats. Heb- 
ben liever veel Water, als matige vochtigheyd. Gee- 
ven ieder jaar volkomen rijp Zaad. Verdragen felle 
koude, en alle andere ongeleegentheeden der Winter , 
zonder eenige fchade. 

Worden aangewonnen op tweederley manieren ; als, 
eerft, door haar Zaad-, 't welk met een waflende Maan 
van Maert of April , niet boven een ftroobreedte 
diep , in de narde moet gelegt zijn. Ook flaat het, 
door het neergevallene, dikmaal van zelfs genoeg op. 
Dan noch, door hare bij de Wortel veelvoudig uy dopen- 
de jonge Looten; die men op de zelve tijd van de oude 
afneemt , ook met een waflende Maan in September af- 
fnijd, en verplant. Hierdoor worden ze genoegzaam 
vermcenigvuldigd. 



Drie on- 



dene foor 
ten. 



Grond. 



Aanwin 
mog. 



KRACHTEN. 



Aart. 



W 



Ormkruyd , of Reinvaar , in het Latijn Ta- 
nacetum , 



Matth.l-i 

c 13S. 



graad. 



is warm en droog in den tweeden 



In Wijn gezoden en daar van gedronken , of het 
uytgeparftte Zap met Wijn ingenomen , neemt uyt 
de Maag de onzuyvere , vuyle vochtigheeden wech : 
verdrijft het Graveel der Nieren, de Koudepis. en de 
Winden : verzacht de fmerten der Blaas , en doed ge- 
makkelijk water lojfen. 

In dun Bier en Edik gekookt; dan een goede Roe- 
/. 3. c. ioö. mer vo i j aar van g e£ l ron k en t [ s g 0e d teegens de Pejl , 

en doed zweèten. 
Durantes De Bladeren in roode Wijn gezoden , en zoo warm 
hifi. P/ant. gelegt op de uytgezakte Aersdarm, doed de zelve weer 

ingaan, als men te vooren met Wierook een beroking 

heeft gedaan. 

Een Drachma van het gedroogde en gepulverifeer- 

de Zaad met Wijn , Syroop, of iet anders, drie dagen 

na malkander 's morgens nuchteren gebruykt, doodde 

Wormen, en drijft ze uyt. 



Camerar. 



/c/.4jo. 



Fuchf.hift 
f. 13. 




CCCCXLVII HOOFDSTUK» 

T E U C R I U M. 

Ord in het Needèrlandfch i Latijn , Naam; en 
Hoogduytfch , en andere fpraken met Da wicn ' 
deezen, en mijns wectens, geenen ande- 
ren naam genoemd, bchalvcn dat de 
Italianen, na hare fpreekwijs, zeggen 
Teucrio; dus geheeten na Teucer, 
de broeder van Ajax , die de eerfte vinder deczer 
Plant , of uytvinder van der zelver krachten ,' zou ge- 
weeft zijn , volgens het geen men hier van leeft bij 
Plinïus, in 't vijfde Hoof dfluk^zijns vijf entwintigf en 
Boeks. 

Hier vah zijn mij in haren aart bekend geworden vier vier 
onderfcheydene foorten ; te weeten : derfchcy- 

I. Tèucriüm vulc-Are , of gemeen Teucrium* dcnc foor* 
IL Pratense spurium, oï baflard-Tcucrium<, voort- tcn ' 
komende op Gras-velden. III. Bcencuivi arbore- 
scens, of boomachtig Teucrium, uyt de Provincie Bce- 
tia , geleegen in Andaluzien, IV. Teucrium ve- 
rum officinarum FRUTiCANS , of opregt boom- 
achtig Teucrium, in de Apotheekers winkelen gebruyke- 1 

lijk. Niet alle zijn ze van eenerley Bouwing en M 'aar- 
neeming. 

Het Teucrium vulgare, of gemeene Teucrium, Gemeen; 
en Teucrium pratense spurium , of baftard- en bartarc 
Teucrium, groevende in Gras-acht ige plaatzen, bemin- Teucriura ' 
nen een goede, gemeene, zandige, met oude Pacrde- 
of Köeyemift wei-voorziene grond : een openc , be- 
quaam ter Zon geleegene plaats, en veel Water ; doch 
ook matige vochtigheyd. Blijven lange jaren in 't lee- 
ven. Bloeyen zeer aardig , en geevcn dikmaal volko- 
men rijp Zaad. Verdragen felle Porfl , en allerley an- 
dere ongeleegentheeden der Winter. Worden genoeg- Aanwin* 
zaam aangewonnen en vermcenigvuldigd , niet alleenlijk nln S* 
door haar Zaad, 't welk met een waflende Maan van 
Maert of April , niet diep , in de aarde gelegt moet 
zijn ; maar ook door hare aangewaflene jonge Worte- 
len, welke men óp de zelve tijd van de oude afneemt, 
en verplant. 

Het Teucrium bccttcum , of Teucrium uyt An- Teucrium 
daluzieh, en Teucrium verum fruticescens of- ."^ Anda " 

r n 1 ■ n- luiicn , 

ficinarum, or opregt, HeeJteracbtigJTeucrium , ge- e n opregt 

bruy keiijk in der Apotheekers winkelen , zijn veel tee- Heeftcr- 

derder van aart. Vergaan wel niet hdaft ; doch worden , ^ fttl g. 

buyten ftaande, door een fterke Vorft lichtelijk van 't 

leeven beroofd. 

Moeten derhalven, met een waflende Maan van A- Hoedanig 

pril, holen luchtig, niet boven een ftroobreedte diep, «o deWin- 

in Potten gezayd, of ook geplant, voor veel koude terwaarta 

, . _._ 1 ncemen. 

begin van Uctobt 



jcr 



Herfftreègenen wel gewacht ; in 
binnehs nuys gefteld worden op een luchtige plaats» 
waar in niet anders als bij vriezend Weer word ge- 
vuurd; of ook wel, zoo lang de forf düurd, ineen 
verwelfde Kelder , nochtans buyten gevaar van te kon- 
nen bevriezen. In deeze gantfche tijd moet men ze 
onderhouden met niet te veel lauw-gemaakt Reegen- 
water, haar van onder door een Pan gegeeven. Niet 
voor in 't begin van April, met een zoete Lucht en 
aangename Reegen , mag men ze weer buyten , en de 
Zonneftralen voorftellen : dan noch eevenwel haar voor- 
zichtig wachten voor koude nagten , hayrige of fchrale 
Oofle- en Noor de-winden. 

Zij geevcn gemeenelijk in deeze onze Geweften jaar- Aanwin- 
lijks volkomen rijp Zaad , inzonderheyd bij goede nïng. 
Zomers. Hier door konnenze (op de voorgemelde 
tijd en plaats de aarde aanbevolen zijnde) aangnvon- 
nen en vermcenigvuldigd worden : maar niet wel door 
hare gedurig bij de Wortel uytlopende jongen-, wijl de 
zelve veen Wortelen willen vatten; zoo dat de aanwinning 
genoegzaam alleen door 't Zaad moet gefchieden. 
b Lil x Dccze 






Beschryving der Kruyden , Bollen en Bloemen , III Boek, y % 



9° 

Grond Deeze foortcn beminnen ook een goede , zandige 

«rond, met twec-jarige Pacrdcmift, en 't Mol van ver- 
rotte Boombladeren doormengt : een gantfeh warme 
plaats, en veel Water. Verliezen noyt hare Bladere», 
ten zij ze zich in nood van gebrek, verderving, of 
krachtcloosheyd bevinden. Anders blijven ze gedurig 
groen, en eeven jeugdig. 

KRACHTEN. 

/art. *~F*Eucrium is verwarmende en verdrogende van aart, 

in den derden graad. 
Diofi. 1 3. A in Wijn gezoden, en daar van gedronken , of 

Galm lib. liet Poedcr der g^ 1 ' 00 ^ Blade,en met Wi ) n of eeni S 
slaïp's. ' ' ander nat ingenomen , verwekt der Vrouwen Maand- 
Apul hifi. fionden : drijft het water der Blaas voort: neemt wech 
FL c ' 2 . 4 ' de vcrftopp'mg van het Ingewand : Maakt dun alle^rö- 
*.ói U ve vochtigheeden , brengt weer te regt een verharde of 
gczwollene Milt : is goed voor de gefpannene Zeenu- 
wen ; de gebrceken van Leever en Longe , de Hoeft ; 
een eerft aankomende Waterzucht ; de Maag ; de pijn 
der Zijden , en der Heupen ; ook in 't water maken ; 
defgelijks voor de gecne die van binnen geborften zijn. 
Verlicht daarenboven den arbejd der barende Vrou- 
wen , en zuy verd het Bloed. 
Tim. I.16. j) e Bladeren gefloten, met Honig vermengt; dan 
gelegt op oude zeeren en vuyle zweer en ; defgelijks op 
de beet en en ftecken der Sidderen, Slangen, en anderer 
giftige Dieren, geneezen de zelve; doch met Edik op 
de wonden gedaan. 

De Bladeren met Meel van Lupynen in looge ge- 
kookt , en daar mee gewaflehen , reynigt het Hoofd 
van alle vuyligbeyd, en Schubben of Schilderen. 



ccccxlviii hoofdstuk. 

T H A P S I A. 



Namen. 




Verfchey- 
dene ver- 
anderlijke 
foorten i 



Grond. 

Bloeying 

Zaad. 



Et deezen naam zoo wel in het Nee- 
derlandfch als in 't Latijn bekend; al- 
hoewel ook van Matthias deLo- 
bel gehcetenTuriBiTH Gallicum; 
gelijk ook in het Franfch Turbit; 
maar van de Italianen Thassia ge- 
noemd. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden 
verfcheydene aardige veranderlijke foortcn ; nament- 
lijk : 

I. Thapsia major latifolia prima Clusii , 
of groot e breed-bladcrige Thapfta, zijnde de eerfte foort 
van Carolus Clusius. II. Major secunda la- 
tifolia Clusii, of tweede foort van den zelven Clu- 
sius met breede Bladeren. IJL Minor latifolia 
Peloponnensis, of kleyne breed-bladenge Thapfta van 
Peloponnefm. IV. Major angustifolia glabra, 
of groote Thapfta met fmalle blinkende Bladeren. V. 
Major angustifolia minus glabra, of groote 
Thapfta met fmalle, en minder blinkende Bladeren. VI. 
Angustifolia media, of middclfoort van fmahe- 
bladerde Thapfta. VII. Angustifolia minor, of 
klejne fmal-gebladerde Thapfta. VIII. Thapsia te- 
nuifolia minima, of alderhjeynfte fmal-gebladerde 
Thapfta. Meelt alle zijn ze van eeven de zelve Xouwina 
en Waarnceming. ° 

Zij beminnen een goede, gemeene , zandige , 't z.j 
wel, of matig, of weynig gemeftte aarde: een warme, 
genoegzaam ter Zon gcleegcne plaats , en veel Water, 
ot ook geen overvloedige vochtighcyd. 

Worden van naturen zeer oud. Bloeyen dikmaal , en 
geeven om de tweede, ook wel ieder Zomer, volko- 
men n,p Zaad, uytgezonderd het Thapsia minor 
latifolia Peloponnensis, of kj ne breedbl Wcrhe 
Thapfta van Peloponnef i:i , welke foort bij mij noch 



noyt heeft gebloej/d, onaangezien de zelve nu alreeds 
terwijl ik dit fchrijf, neegen y.ren lang mijne zorge en 
waarnceming is onderworpen gewceft. 

Verdragen felle Vorft , en allerley andere ongeleegent- Hardhcyd, 
heeden der Winter; inzonderheyd als men ze bedekt 
met droog Turfmul , en Pannen daar overlegt, om 
niet nat te konnen worden. Verliezen hare Bladeren 
niet voor teegens de Winter. Worden ook gemee- Aanwin- 
nelijk alleen aangewonnen en vermeenigvuldigddoor haar nin £* 
Zaad (weynig door hare Worte len); 't welk met een 
wallende Maan van Ottober of Februarim , vermits het 
lang in de aarde blijft , in een Pot word gezayd, on- 
trent een kleyne vingerbreedte diep. 

Zij worden al te zamen in Anguftus ('t Zaad rijp Tijd van 
geworden zijnde) indien iemand zulks geliefd, opge- de opnee, 
nomen , en terftond weer geplant. Want men heeft ming u ^ 
ondervonden , dat dit de bequaamfte tijd is, om zulks te aardc - 
verrigten. Ja ook, men legt ze wel droog in een doos, 
en men zendze waar heenen men wil : 't welk op andere 
tijden zonder fchade niet kan gefchieden. Men mag ze 
ook wel in 't Voorjaar , met een waflende Maan van 
Maert, uyt de aarde necmen ; doch 't zal niet zonder 
gevaar zijn. Geeven dan ook geene Bloemen weer, 
voor in 't tweede jaar daar na. Derhalven de eerft-ge- 
noemde tijd , als de bequaamfte , behoord gevolgd en 
waargenomen te worden. 

Het Thapsia minor latifolia Peloponnen- K i cyne 
sis , of k[e)ne breed-bladertge Thapfta van Peloponne- brecd-bl* 
fus, geeft in ieder Herfft, ook vroeg in elk Voorjaar, dcri g e 
uyt hare niet zeer dikke , ronde, bruyn-verwige, en Tha P fia 
onder fpits toegaande Wortel nieuwe Bladeren; op ver- ponncfa*. 
re na niet zoo groot, lang en breed, ook niet zoo zeer 
ingezaagd, als die van de twee voorgemelde foorten : 
eerft een alleen, een halve vinger lang, een duym breed, 
en voor (lomp toelopende : daar na noch een, maar 
wat fmaller; ook voor in een langer en fpitzer puntcyn- 
digende: dan wederom een andere, in drieën hol ge- 
deeld ; waar van 't middenfte het grootfte , echter niet 
wel een kleyne vinger breed is; de twee onderfte fmal, 
een ftroo breed , doch al te zamen voor fpitsachtig toe- 
gaande, en ruym een vingerlid lang zijn. Vervolgens, Gedaante 
weer een, in vijf deelen gefcheyden; alle wat breeder , der Blade- 
en alleenlijk het voor-aanftaande het langfte. Eynde- rcn * 
lijk voor 't laatfteen, of meer, in zeeven deelen ge- 
fcheyden ; van welke de twee onderfte de breedfte en 
langfte ; de twee volgende ongelijk, te weeten 't eene 
veel fmaller als 't andere, gezien worden; de overige 
twee volgende de kortfte en fmajfte , ook 't een wat 
breeder als 't ander, doch beyde onder a|s met Vleuge- 
len voorzien ; tuffchen welke het bovenfte alleen ftaat , 
wel zoo kort , doch 't breedfte van allen , en voor 
rondachtig eyndigende. Al te zamen ruften ze op ron- 
de, doch geen zeer lange Steelen ; alle voortkomende 
uyt een Hert digt bij malkander. Zijn een weynig 
blinkende uyt den groenen blauwachtig ; en met zeer 
fchoone , teedere , gelijk als gevecderde Aderen in- 
wendig voorzien : aan hare randen gantfeh flegt ; zom- 
tijds echter een weynig omgekruld : uyt welker binnen- 
fte Hert in decze onze Geweften noyt cenige Bloemen 
voortfehietcn. 

Deeze foort is teeder van aart. Kan op geenerley Hoe in ie 
wijs ecnige felle Vorft verdragen. Word derhalven , wintcr 
in een Pot gezet zijnde, 's Winters binnens huys op JJJJiJJ, 
een bcquame luchtige plaats gebragt : zoo lang de Vorft 
duurd met zeer weynig lauwgemaakt Reegenwater 
van boven begoten : in 't begin van April weer buytcn 
de Zonneftralen voorgefteld , en zorgvuldig bewaard 
voor veel Reegen, vermits ze daar door zeer lichtelijk 
verderft. Zij vcrlieft (gelijk ook defgelijks doen het 
Thapsia major latifolia prima et secunda 
Clusii , of eerfte en tweede groote Thapfta van Caro- 
lus Clusius met breede Bladeren) hare Bladeren in 
de Maand van Julim .- op welke tijd , indien zulks 
noodwendig is, hare Wortelen zonder ecnige gevaar, 

mogen 



..... 




T h a p s r a. Thalictrum, Tulp. 



Grootc 

breed-bla 

derige 

iThapfia. 

Wortel. 



Gcftalte 
der Blade- 
ren. 



Steel. 



Bloem- 
tros. 



Zaad. 



Caltn. 1.6, 
Simp. 

Diofc. 1. 4. 
c. 177. 
Lobtl. L 1. 



Durant. 
bijl. Plant 

fol.4S± 
Hm. I. 13 
e. 20. 



Ttrnell.6, 

Metb. 

Mtd. 



90? 

mogen opgenomen worden , en dan weer voorzien 
van een varflche grond , zoo als hier boven is aan- 
ge weezen. 

De Thapsia major latIfolia, of 'grootc breed- 
bladcrige Thapfa , krijgt uy t een ontrent een duym dik- 
ke , in veele Takken verdeelde, witte Wortel, ook bo- 
ven, gelijk de voorgaande, flegt , met gantfeh geen 
hayrige rnygheyd, als wel de andere , voorzien ; gom- 
achtig, en in de Mond geknauwd wordende, zeerflerk 
en bitter van fmaak , verfchcydene Bladeren , op de 
wijze der andere foorten boven de aarde gefield ; ru- 
ftende op dikke, ronde, en met een witte wêlligheyd 
bekleedde Steelet). Zijn ruym een voet lang ; onder 
" met hare f lengden alderbrccdfl , en voor, allcnxen 
fmaller wordende > fpits-toegaandc ; gefneeden in ontel- 
bare dcelcn , een kleyne vinger breed , of ook wel 
meerder, gemecnelijk na boven zich teegens malkander 
ombuygende. De verwe is boven donker-groen , een 
wcynig blinkende ; onder bleek-wit , en ruyg. Aan 
al de voorfle punten der ingekerfdc dcelcn flaan kleyne 
harde Doorntjens. Inwendig in al de grootfle deelen 
ziet men een bleek-verwige regt-doorgaande Ader , 
waar uyt ontelbare andere kleyner voortvloeyen. Wij- 
ders zijn de gemelde Bladeren wat dikachtig van aart ; 
bitter en onlieflijk van fmaak. 

TufTchen welke in 't midden , als uyt het inwen- 
dige Hert, gemeenelijk een eenige Steel voortkomt; in 
deeze onze Gcweften opfehictende ge woonelij k ter hoog- 
te var! anderhalve voet, wat meer of minder; zijnde 
rond, en uyt den groenen bleek -verwig. Op wiens 
bóvenfte punt te voorfchijn word gebragt een eenige, 
rond-geflelde , uyt den geclen wit-verwige 'Bloemtros , 
gelijk men ook in de andere foorten ziet. Zij komt 
voort in de Maand van Junius. Eyndelijk vergaatze 
in haar zelven , en word gevolgd van een ovaals-wijze 
rond , platachtig Zaad , dat van de Ferula niet zeer 
ongelijk. 

KRACHTEN. 

DE Wortel van Thapjia, inzonderheyd de Schel, 
of Boft der zelve, is heet in den derden graad, 
en vochtig van aart. 

Een Drachma van de gedroogde Schors deezer Wor- 
tel met wat Zuyker en Gengebar, of met het Zaad 
van Dille (maar gantfchlijk niet voor zich zelven al- 
leen) in Wijn ingenomen , purgeert het Ligchaam , 
uy t jagende alle galachtige, ook taye, grove, en koude 
vochten. Zuyverd de Maag en Borfl van allerley ver- 
ftoptheyd : verbeeterd de Kortademhcyd ; verdrijft het 
Colijl^, de Kramp, de Zijdcpijn; de fmerten der Ge- 
wrigtcn, en het fpannen der Zeentwen. 

DeWjw/gedroogt, gefloten, met Oly vermengt; 
en dan gelegt op de cjitade Schurft heyd des Hoof ds, ge- 
neert de zelve. Doed ook het uyt gevallene hayr weer 
groeven. De zelve vermengt met Wierook en Wafch, 
verdrijft de blauw-geflootene , of gevallene pielen 
op de huyd , en doed het geronnene Bloed zich 
fcheyden. 

Het uytgevloeyde Zap der Wortelen met Honig 
gemengd , neemt wech alle fproctelen en vlekken des 
Aangelicht s. 

't Zelve Zap gemengt met geflotene Zwavel , fcheyd 
alle koude en harde Gezwellen , daar op gelegt zijnde. 
Doch men moet het niet langer als twee uuren tijds 
daar op laten blijven. 




9^4 




ccccxlix Hoofdstuk. 

THALICTRUM. 

V het Kecderlandfch niet alleen dus, Namen. 
' maar ook wel, wcegens de verwe der 
Wortel , van zommige Valsche 
Rhabari-tr genoemd. Word in 'c 
Latijn ook Thalictrum gchcctcn : 
in 't Hoogduytfch Wiesenraute : in 't 
Italiaanfch Verdemarco, en Thahttro. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden viifW on- 
onderfcheydene foorten ; als : derfchey- 

I. ThaLICTUM MA'jt/S VULG/.RE FFORE ALRO , ?* éiRW * 

of genteen groot Thaliürum met een witte Bloem. II. 

HlSPANICUM ÏYIAJUS FI.ORE LUTEO , of grootc 

Spaitnfche Thaliürum met ca, gcelc Bloem. III. Tha- 
lictrum medium, of middelbare Thaliürum. IV. 
Pratense flore viridi , of Thaliürum , voortko- 
mende op Grasvelden, met een groene Bloem. V. Tha- 
lictum minimum Cordi, of alderkjeynfle Thaliürum 
van Valerius Cordus. Alle zijnze van eeven de 
zelve Bouwing en Waarneeming. 

Zij beminnen een goede, gemecne, zandige, wel- GronJ. 
gcmeflte grond. Hebben immers zoo lief een opene , 
luchtige , vrije , wel ter Zon gclcegenc, als een fcha^ 
duwachtige plaats; en willen veel Water. " 

Blijven lange jaren in 't lecven. 'Bloeyen ieder Zo- Bloeying. 1 
mer; en geeven , bij goede drooge tijden , volkomen 
rijp Zaad. Konnen irerkc koude'-, en alle andere on- Zaad - 
gelecgentheeden der Winter, zonder fchade uytflaan. 

Worden op tweederley wijs aangewonnen en vermee- Vermec- 
nigvuldigd. Ecrfl, door haar Zaad, ''t welk met een "'S™ 1 ^- 
waffende Maan van Oüober word gezayd in een Pot , S '" 3 ' 
binnens huys gezet (wijl het tamelijk lang in de aar- 
de blijft, eer men 't ziet opkomen) ; of in Maert opeen 
fchaduwachtige plaats; ontrent een halve vingerbrcedte 
diep in de aarde gelegt. Daar na , door hare bij de 
Wortel uytlopende jonge Scheut jens ; welke men met 
de genoemde Maan in April van de oude afneemt, 
en vcrplanr. 

KRACHTEN. 

THaliürum, dus in 't Latijn en Kecderlandfch be- Aart. 
kend, is warm en droog in den ecrflen graad. 
De Bladeren gefloten, of het uytgeparfttc Dl0 f c •^•4» 
Zap der zelve, of ook wel het daar van gediflillecr- c ' 9Ö * 
de Water, 't zij met Dockjcns , 't zij alleen, gedaan 
op wonden , oude zeeren en xsivccringen , geneezen en 
verdrijven de zelve. 

De Wortelen, of anders ook de "Bladeren, in Wijn Do./. /. j. 
gezoden, en daar van 's morgens nuchteren een Roe- c ' 3 " 
mer gedronken, ontroerd het Ligchaam, en verwekt 
Stoelgang. 



CCCCL HOOFDSTUK. 



T 



U L 




ÖJ^gEezc, in hare veelvoudige fchoonheyd Namen, 
der veranderlijke en bezienswaardige 
coulcurcn alle andere verre overtref- 
fende 'Bol-plant word in 't Needer - 
lar.dfch genoemd Tulp of Tulp e: 
in 't Latijn , Frdttfbh en Italiaanfch 
Tulipa: in 't Hoogduytfch Thum- 
pal , of Tulpant, na het Grickfchc woord Dul» 
pant, of Tul'ipant, beteckenende een Mutsje, of 
Hoedje. De voornaamfle onder de geleerde houden Aanmer- 
het daar voor, dat het Woord Tulipa is een Sld-^^l C 
voonfeh woord , beduydende een Turkfhe Hged , of Tulipa. 
Lil 5 Hoofd- 



9°5 



BnSCHRYVlNG DER KrüYÏ>EN, BoLLEtf EN BLOEMEN , III BoEK , 9 o6 

ft in de grond gezet ; met aarde tot boven 



Weer dan 
drie hon- 
derd-der- 
ley foor- 
ten. 

Grond. 



Zaad. 



Tijd van 
opnee- 
ming, en 
weer in- 
actting. 



Hoofdwindzel, van deeze Naüe genoemd Tülipant. 
Dufpant ofDuLBENT; ter oorzaak dat deeze Hloe- 
llJZlns vertonen de vorm van zulk een 7^- 
J he Hoïl, ofTulleband. Bij ^oudevmdrnenge - 
nen naam deezer Bloemen; buyten twnffcl, oir .datze 
har onbekend zijn geweeft; alhoewel cen.ge Kruyd- 
k X hei daar voo? houden , dat de Tvlipa .s des 
Theophrasti iM Andere houdenze voor het 
Satyrium ErythroniumJ noch andere voor I n- 
nii roode Narcissus; doch 't znnmaar vermoe- 
dingen. Van de Turken word deeze Bloem genoemd 
Cafa, Lale, Ale, Zambul. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden 
meer dan drie honderd bijzondere aardige foorten, te 
veel, en ook onnodig, om hier opgeteld te worden ; 
wijl ze doch al te zamen van eeven de zelve Bouwing 
en Waarneeming zijn. 

Alle beminnen ze een zandige, goede, gemeene aar- 
de , met een weynig Veengrond en twee-jange Paer- 
demift matig voorzien : een opene, vrije, luchtige , 
wel ter Zon geleegene plaats ; en niet te veel vochtig- 
heyd. Zijn zeer hard van natuur. Verdragen fterke 
koude, en allerley andere ongeleegentheeden der Winter 
geduldig. Bloeyen in de May-maand; en keveren in 
deeze onze Geweften gemeenelijk ieder jaar volkomen 
Zaad. Doch de gecne, welke niet meer dan een Blad 
uyt de aarde te voorfchijn brengen , geeven voor dat 
jaar geen Bloemen ; en veel minder ziet men'er rijp 
Zaad van. 

Zij worden ieder jaar, in 't begin van Junius , uyt 
de aarde opgenomen , behalven de geene , van welke 
men voorneemens is, Zaad te winnen. Deeze moet 
men laten ftaan , tot dat het Zaad zijne volkomene 
rijpheyd heeft gekreegen. Mogen dan ook opgenomen 
worden , en in een drooge plaats binnens huys bewaard, 
tot in September ; wanneer ze met een waffende of volle 
Maan , van Irare buytenftc Baft en oude Wortel op 't laat- 
fte gezuyverd zijnde, weer worden ingezet in een varf- 
fche, nieuwelij ks-gemeftte, zandige aarde; elk jaar op 
een bijzondere plaats , als men ruymte en geleegent- 
heyd daar toe heeft ; vermits ze uyt eygener aart ver- 
andering van grond beminnen , en in de zelve veel voor- 
fpoediger groeyen ; ook beeter Bloemen voortbrengen. 
De inzetting moet gefchieden vier vingerenbreedte diep, 
of een weynig meer. 

Ofze fchoon wel een of twee jaren konnen over- 
daar bij in ftaan, zoo is echter zulks op geenerley wijze dienftig : 
agt moet want c j an j (omen ze lichtelijk tot verrotting ; vermits 
worden, de grond, te zeer op malkander gepakt wordende, het 
water na beneeden dies te befwaarlijker kan doordrin- 
gen. Ook moet men gedenken , dat de aarde , waar 
uyt de Bollen zijn opgenomen , ( indien ze weer op de 
zelve plaats zullen ingezet worden ) ieder week , tot 
op den tijd der weer inplanting toe, eens moet geroerd 
of omgefmeeten zijn ; op dat ze varfch en luchtig blij- 
ven; niet fchimmelig, muf, of qualijk-riekende wor- 
den mogt ; want hier door zouden de Bollen verder- 
ven. Daarenboven moet de zelve grond om 't derde, 
of ten langften om 't vierde jaar, weer op nieuws ver- 
zorgt zijn met de voorheenen gemelde Mift, en varfch 
zand; daar gantfeh geen zoutigheyd bij is. 
Aanwin- Zij worden, niet alleen in deeze, maar ook in ande- 
mD S« re Landen aangewonnen en vermeenigvuldigd door twee 
bijzondere middelen; teweeten: door haar Zaad; en 
door hare aangewafTene Bollet jens. 
Tijd, ca Het Zaad is tot zijne volkomentheyd geraakt, wan- 

wyfnV* neer ^ e Ktt0 ï> °f ' c HH Vi e -> waar m het befloten leyd, 
hare groenheyd heeft verloren , en nu van malkander 
barft. Dan worden de gedachte Knoppen afgefneeden; 
op een drooge plaats binnens huys gelcgt ; en in Sep- 
tember 't Zaad daar uytgenomen ; 't welk teegens de 
volle Maan deezer Maand ontrent een vingerbreedte 
diep word gezayd in een houte Vat met aarde : ter- 
ftond na de zaying begraven in de grond, of ook wel 



Wat ook 



, - J Hetjcns 
te hande- 



eerit in ae grona gezet ; mee aarde tot ooven toe 
eeven-gelijk met de grond , gevuld , en dan 't Zaad 
daar ingelegt, op een donkerachtige, geen warme plaats. 
In 't volgende jaar zal men 't zien opkomen gelijk Gras, 
of Bieslook. 

Deeze jonge Bollet jens neemt men niet op , voor Hoe m 
datze twee jaren lang in hare Geboorte plaats geftaan °e jonge 
hebben; ook dan niet eerder > als- wanneer haar teeder ° 
Loof, of de Bladertjens verwelkt zijn. In 't laatfte van i Cll 
Auguftus (wijl zulke kleyne, teedere Bollet jens niet zoo 
lang als wel de groote uyt de aarde konnen blijven) zet 
men ze in een andere en warme grond ; ook ieder jaar 
op een bijzondere plaats; tot datze eyndelijk Bloemen 
uytfchieten ; 't welk gemeenelijk niet gefchied, voor 
datze zeeven, agt, neegen, en ook wel tien jaren oud 
zijn geworden. 

Deezer wijs worden aangeteeld veele veranderlijke Wattoor 
zeer fchooiie , vermaaklijke coleuren; welke ze voort- Zaadtnen 
brengen, niet alleen met hare eerde Bloemen, maar daar befte houd 
in ook jaar op jaar veranderen ; de een de ander in fchoon- 
heyd te boven gaande: inzonderheyd indienze zijn voort- 
gekomen uyt Zaad van een witte Bloem, met een fterke 
zwarte grond, of paerjfche verwe ; welke men voor de 
befte ter Zaying houd. 

De gemelde jonge Bollet jens fchieten dikmaal, eer ze WatZin- 
noch eenige Bloem hebben gedragen, zommige nieuwe kerszijn. 
uyt, zeer diep in de aarde, welke men Zinkers noemd. 
Deeze worden doorgaans eens zoo groot, als c\coudez\)zi 
geweeft, vermits ze 't voedzel gantfchelijk na zich zel- 
ven alleen trekken ; waar door dan de oude zoo t'eene- 
maal verteeren , dat ze niet meer dan een leedige Baft be- 
houden ; waar van de ervarentheyd een genoegzame en 
gedurige getuygenis geeft. 

In 't opneemen moet men vlijtige navorflehing na Hoe daar 
deeze Zinkers doen. Want indienze in de aarde blij- ontrent te 
ven , zullen ze in 't volgende jaar zoo diep neerwaarts nan(,clCH * 
zinken, datze naderhand qualijk gevonden zouden kon- 
nen worden. Is derhalven zeer goed , dat men het 
Bedde , of de plaats , daar de Tulpbollen worden ge- 
plant , onder voorzie met een Steene of houte Vloer. 
Want vermits haar hier door 't zinken word verhin- 
derd, zoo kan men ze dies te bequamer uyt neemen. 

Ten anderen gefchied ook de aanwinning en vermee- Aanwin- 
nigvuldiging door jonge aangewaffene Bollet jens , uyt ?'"g < j°° r 
de oude fpruytende : onder welke defgelijks dikmaal j°"^ s> ° " 
eenige Zinkers worden gevonden. Deeze uyt de aar- 
de genomen, en van hare Adoeder gefcheyden zijnde, 
gelijk men gemeenelijk doed, worden verplanr. Doch 
deeze vermeerdering draagd op verre na zoo veel niet 
toe, als die door 't Zaad: ook komen 'er zoo veel Zin- 
kers niet van. Maar zij bloeyen veel eerder : want zij 
geeven in 't volgende jaar, of in 't tweede, of ook wel 
in 't derde, na geleegentheyd datze groot zijn, hare 
eerfte Bloem. 

Daarenboven heeft de ervarentheyd in deezen ons w ° ndcr " 
noch geleerd, dat alle Tulpbollen, jaarlijks in haar wee- '{nfchap 
zen niet blijven; noch ook, op de manier van andere deezer 
Bollen aangroeyende , van tijd tot tijd grooter worden. Bollen. 
Maer dat ze ieder jaar alleen uyt het alder-inwendig- 
fte vaftte of digtfte Hertknopje een grooter en geheel 
nieuwe Bol maken ; wiens inwendige kleyne Hert in 
agt maanden tijds grooter word, als de geheele Bol ge- 
weeft is, doeze in de aarde wierd geplant. Al 't ove- 
rige van de gedachte Bol vergaat jaarlijks in een affchilf* 
ferende en verdorvene vuyligheyd. Een curieus aan- 
merker kan de waarheyd hier van ondervinden , ieder 
veertien dagen , drie weeken of maand t'elkens een Bol 
uyt de aarde neemende, en de zelve met een Mes door- 
fnijdende. Ook kan men 't naderhand genoegzaam be- 
merken, eene Bol op zijne behoorlijke tijd uyt de aarde 
genomen zijnde. Want de "Bladeren en Steelen komen 
eerft alle uyt het middenfte Hert van de Bol voort ; welke 
daar na , als de Bloem vergaan is , gezien word geheel van 
buyten aan de platfte zijde van de Bol gefteld te zijn. 

Ten 



9°7 



T v 



p. 



908 



Aanmer- 
kcli jk- 
hcyd. 



Tulp ra- 
zerny in 
Holland. 



Ten laatften is aanmerkens-waardig, dat alle Tulpen 
niet "cdurig eeven fchoon blijven ; maar gemeenelijk 
ieder twee jaren veranderen. Want die de eene Zomer 
zich boven maten fchoon van couleuren heeft vertoond : 
zal in 't volgende Voorjaar eenvenvig , en van gantfeh 
geen aandien te voorfchijn komen. Maar daar na we- 
derom zoo fchoon , zoo zeer aangenaam en verlufti- 
gend van verwen, dat men nauwelijks zou konnen ge- 
loven , uyt eene de zciVe Bol zulk een zonderling-groo- 
te verandering te zijn gereezen. 
Wederom Ik zelfs ook heb dikmaal door ervarentheyd bevon- 
cen ande- fe n . j at ecn ^ol van dceze , hebbende een Bloem ge- 
re ' gecven, veel fetiooner* dan oyt tevooren, terftond daar 

na is vergaan. Eeven als of ze noch, voor 't laatfte, 
haar alderuyterfte kragt had willen in 't werk ftellen , 
al 't hoogfte vermogen der Natuur had willen vertoo- 
nen , om de Oogen van haren Heer op een ongemeene 
wijze te verluftigen door een opgehoopte fchoonheyd 
der aangenaamfte , bevallijkfte couleuren ; op dat ze 
hier door dies te langer in zijne geheugenis (taart, na 
hare dood noch lieflijk geroemd worden, en in hoog- 
achting blijven mogt. Men zou ook noch andere, en 
ftigtelïjke gedachten hier uyt konnen opvatten , welke 
de verftandige konnen natrachten. 

Bij deeze verhandeling der Tulpen word mij in- 
dachtig den wonderlijken Bloem- of Tulphandel, wel- 
ke in de jaren 1634., 1635., i^S*-» en l5 37- zo ° 
onmatig hier in Holland en de bij-geleegene Provintien 
der Vereenigde Neederlanden in zwang ging; en doe 
de grootfle koophandel des Lands was ; ter oorzaak , 
dat 'er zeer veel mee gewonnen wierd. Waarom dan 
ook zommige Weevers hare Touwen , een goed deel 
gemeene Winkeliers al hare Waren verkochten, en zich 
enkelijk begaven tot de koopmanfehap met Tulpen ; wel- 
ke men driemaal hooger fchattede dan Goud; kofte- 
lijker reekende als Paerlen , of eenig ander dierbaar 
eedel Gefteente. Tot bewijs, en een eeuwige geheu- 
genis hier van , kan dit volgende dienen. 
5 Men heeft doe voor een Viceroy (zijnde een nietige, 
gegeevên haaft verganglijke Tulpbol) gegeeven deeze volgende 
vooreene Waren , ter bij-gevoegdcr prijs: 

TUlP ' Twee laften Tarwe waardig 44§ guldens 

"Vier laften Rogge. 5*8 

Vier vette OfTen. 4$° 

Agt vette Varkens. 2 4° 

Twaalf vette Schapen. 

Twee oxhoofden Wijn. — 

Vier tonnen agt guldens Bier. 

Twee tonnen Booter. 

Duyzcnd ponden Kaes. 

Een Bed met zijn toebehoren. 100 

Een pak Kleederen. 80 

Een zilkere Beeker. ' 6o 

Summa, voor een Tulpbol 1 500 guldens 

Doch hier bij is 't niet geblecven. Want tot noch 
meerder verwondering heeft men naderhand openbaar- 



120 
70 

192 

120 



Verko- 
pingder UICCIUCI vviwwn~w.,.. & . 

Bollen, bij jjj^ je g i\ en bij 't gewigt verkocht, elk met den naar 
: gewigt. toe g CVOe gd e n naam ; en voor zoodanig een prijs - L 



als 



uyt deeze bijgaande lijft te zien is. 

400 Azen Admirael Liefkens tot — 

59 Azen van de zelve, tot ■ 

446 Azen Admirael i 'ander Eyk, tot 
214 Azen vander Eyk^, tot 



523 Azen Grebber, tot — 

106 Azen Schilder, tot 

200 Azen SemperAuguftus, tot ■ — 
280 Azen met een dubbele Bloem , tot 

410 Azen Viceroy , tot 

6 5 8 Azen van de zelve , tot ■ 

1000 Azen Gouda, tot 



4400 
101 5 
1620 
1045 

■ 1485 
161 5 

■ 5500 
1200 
3000 
4200 
3600 



guld. 



En dan noch veel meer andere , te lang , en ook 
onnodig hier voor te ftellen. 



Maar zie hier noch eenige üyttrekzcis uyt de Boeken Invoeging 
van zommige Kooplieden. 

Verkogt aan N. N. een vierendeel pond witte Kroo- 
tten, voor de fomme van 525 guldens, en vier Koeyen, 
die zoo haaft de leverantie gefchied is , gereed zijnde , 
van den Stal gehaald, en in des Verkopers huys geleyd 
zullen mogen worden. 

Overgenomen van N. N. twee pond Switzers, wel- vanecnigc 
ke hij gekogt had voor duyzend tweehonderd guldens ; 
die den overneemer ten zijnen lafte neemt; en aan den 
overdoener zal gceven een quarteel Pruymen , terftond 
te leeveren , en noch binnen veertien dagen duyzend 
vierhonderd guldens , aan te tellen , of in Banco af te 
fchrijven. 

Verkogt aan N. N. een pond geele Kroonen voor 
agt honderd guldens , mits noch den Verkoper veree- 
rende Laken tot een pak_ Kleederen, en een Mantel, de 
elle, na 't oordeel van alle kenners, over de agt guldens 
waardig. 

Gekogt van N. N. een pond witte Kroonen , voor zeer zcld * 
drieduyzend en tweehonderd guldens; mits hem vereeren- 
de tweehonderd guldens gereed , en een Zilver e Schel, 
waardig geacht tfeftig guldens. 

Is ook overgedaan aan N. N. vijf ponden geele 
Kroonen van de geene die ze gekogt had voor driehon- 
derd vijfentfeeventig guldens ieder pond , welke hij tot 
zijnen lafte neemt ; en den anderen gereed geeft zijn 
Paerd met zijn Kales; twee zilver e Beekeren, en hon- 
derdvijftig guldens aan geld. 

Noch zijn te zamen veraccordeert N. N. en N. N., kopingen 
dat den eenen zal aanneemen fefiien Mergen Lands, waar- 
dig na taxatie van goede lieden feftien duyzend guldens : 
waar voor den anderen hem zal leeveren zoo veel Tulp- 
bollen van die waarde; mits dat de leeveraar der Tulp- 
bollen alle jaar zal moeten aanneemen de Afzctteren, en 
de vervallen daar af, vijf jaren gedurende, tot een vijf- 
de part van de capitale fom. 

Op de zelve voorwaarde is verkogt een Huys, waar- enverko- 

i- r 1 u pingen 

dig gefchat 4400 guldens. 

Is ook gekogt van N. N. een pond Centen voor een 
duyzcnd agthonderd guldens, mits haar geevende (want 
de Vrouwen dreeven ook deezen handel ) haar befte 
weerfchijne Rokj een oude Roozenobel, en een Penning je 
met een zilvere Kectcntje , om aan eens kinds Hals te 
konnen hangen. 

Zeeker perfoon had gekogt een Viceroy van honderd [j*[ ™P* 
vijfentfeventig Azen in de aarde geplant zij nde , voor nee- 
genhonderd guldens : welke een ander van hem overnam, 
mits hem verecrende een Kleed en een Mantel zoo kofte- 
lijk.als hij zelfs wilde, en noch daarenboven , als de 
leeverantie zou gefchieden, duyzend guldens, 't Kleed 
wierd hem terftond afgefcheurd; en hij liet het boorden 
met goude Kant ; de panden met groen Fluweel ; de 
Mantel geheel gevoederd. 

Is verkogt aan N. N. een Brabancon Spoor, wee- getrokken 
gende driehonderd en tfeventig Azen , in de aarde ge- 
plant ftaande, voor zeevenhonderd guldens; mits gereed 
geevende tweehonderd gl.; een Kabinet-kas je, gemaakt van 
Ebbenhout, meteen vermeenigvuldigende Spiegel daar 
in ; en noch een groot ftuk. Schilderij , zijnde een 

Bloempot. t de 

Is verkogt aan N. N. een Semper Auguftus, wee- ^^ 
gende honderd drie-en-tneegentig Azen, voor de fom- 
me van vierduyzend zeshonderd guldens; daarenboven 
noch een nieuwe wel toegemaakte Ciros met twee Ap- 
pebrauwe Paerden , en alles wat'er toe behoord; wel- 
ke in den tijd van vier wecken zouden gekeverd , 
de beloofde penningen da'adelijk in "Banco afgefchree- 
vc n worden. 

Is gekogt van N. N. een Gouda van honderd en 
elf Azen, voor zevenhonderd guldens, met de leeve- 
rantie te betalen ; en gereed te geeven vier Roozenobcls, 
ncevens een 7}/W', Zadel, Toom , en voorts alles wat 
tot een Paerd behoord. 



BeSCHRWING DER K.RUYDEN , BoLLEN EN BlOEMEN , III BoEK , 



van «ora- 
rtige 
Kooplie- 
den, 



9°9 

Is verkoet een Hof tan N. N. , met de Bloemen en de 
Plantinnen , zoo ze flond in zijne Hcyningen , voor agt- 
dmzend tnUensi te betalen als de 'Bloemen in haar Zaï- 
foen rtaan. Doch zou de verkoper eenige Bloemen, 
welke hij daar uytkiezen , en noemen zoude, na zich 
neemen, indien het de Koper begeerd, bedragende on- 
trent tweeduyzend guldens. 



ook uyt 
eenige 



Notan'ale 
A&en. 



Drie bol- 
len van de 
Semper 
Auguftus 
verkogc 
voor der- 
tigduy- 
zend gul- 
dens, in 
Banco af- 
gefchree- 
ven. 



Is overgenomen van N. N. een verbccicrdc Spinne- 
kpp , van vierhonderd Azen , alreeds geplant zijnde ; 
dien hij voor zevenhonderd guldens had gekogt; mits 
hem terftond vcreerende honderd Schippond Edamfche 

Kaes. 

Is verkogteen Semper Juguftm vmtwce-en-tneegenttg 
j4z.cn, voor de fomme van tweedujzend guldens, wel- 
ke terftond in de Bank wierd afgefchreeven ; met deeze 
verbintenis, dat hij die niet zou mogen verkopen of ver- 
handelen, zonder bewilliging des geenen, van wien hij 
Se gekogt had. 

Is op den vijfden van Februarius Anno ICT57. op 
de Zaal van de nieuwe Schutters Doelen , aan Tulpbol- 
len, voor de Erfgenamen van Wouter Bartholomeeuwfz., 
in zijn lecven Kaftelcyn der oude Schutters Doelen te 
Alkmaar , verkogt voor de fomme van t neegent ig 
duyzend guldens. 

In deeze tijd, gelijk ons getoond is uyt de aantee- 
keningen van een curieus liefhebber en geloofwaardig 
getuyge , is voor eene Tulpbol ongceyfcht geboden 
twaalf Mergcn Land, geleegen in de Schermer. 

Zceker treflijk Man te Amfterdam had aan iemand 
te Hacrlem verhandeld een Semper Auguftus ( hij ook 
een behoudende) met deeze verbintenis, dat geene ha- 
rer beyde de zelve zou mogen afftaan, zonder malkan- 
ders kennis en bewilliging. De eerft-genoemde echter 
wierd zwak gemaakt, door de aanbieding van een zeer 
heerlij \Spaanfch Cabinet 3 daar hij lang na had getragt, 
en geerne tienduizend guldens daar voor betaald zou 
hebben. Dit wierd hem gegeeven , en noch driedui- 
zend guldens daarenboven , voor eene Semper Augu- 
ftus. De andere dit verneemende , nam ook zijn flag 
waar; en verhandelde drie Bollen van de Semper Augu- 
ftus voor de fomme van dertigduizend guldens , ter- 
ftond in Banco af te fchrijven. Dien zelven Heer te 
.Ander ge- Amflerdam wierd geboden voor zijnen Thuyn jaarlijks 
vijftienduizend guldens te huur, tot zeeven jaren ach- 
ter makandcr (bedragende in dien tijd de fomme van 
honderd-cn-vijfduyzend guldens ) : onder verbintenis , 
van alle? , tot 't minfte toe, daar in te zullen laten; zoo 
dat de Huurder maar alleen de voordeden van de aanwas 
zou trekken. 

Door zulke Voorbeelden van Winften wierd deezen 
•wonderlijken Koophandel gedurig flerker gedreeven. 
Ieder vond'er behagen in. Onder zoo veel andere 
had alleen een perfoon , wiens naam ik , om reedenen , 
hier voorbij ga , in de tijd van vier maanden met 
deeze Bloem Koopmanfchap gewonnen over de tfeftig- 
duj zend guldens. Dit lokte niet alleen Edellieden, Hee- 
Burgers, maar ook Boeren, Schippers, Vocrlie- 
Weevers , Turfdragtrs , Schoorfleenveegers , van 
dag tot dag meer en meer aan tot deezen Bloemhan- 
del. Zelfs ook Vrouwen en Dienflmaagden bemoey- 
den zich hier mee, op hoop van binnen weynig tijds 
rijk te zullen worden. Dus wierd het Collegie der Flo- 
riften dagelijks grooter. 

Eyndelijkbcgonden eenige der voornaamfte dit werk 
ten groote niet langer voor een opregie Koopmanfchap te houden. 
f p U oorig- ^aar bi ) noch 9 uam > dat v <*le meer fchade hier door 
hecden. leeden , als andere voordeel daar van trokken. Zagen 
ook veelerley en groote zwarigheeden ontwijffelbaar te 
gemoer. Want eenige begonden in de Penningen , 
^elkeze moeften opbrengen, verzuymig te zijn. An- 
dere in teegendcel , die eenig voordeel hadden gedaan , 
braken uyt in groote buytenfpoorigheedcn. Die nauw- 
JJ/ks in haar eygen huys te vooren een dronk kleyn 
Bier voor haren dorft, en een Pot Brij voor haren hon- 



val. 



Hceren , 

Eedele, 

Weevers, 

Zakke- 

dragers, 

Schoor- 

flccnvee- 

gerj, 

Vrouwen 

en Dienft- ren en 

maagden dey} 

worden 

Bloe- 

miften. 



Boven 



ma- 



wiftcn 



9IO 



ger hadden konnen bekomen, wnten nu nietj hoe? 
't zeyl hoog genoeg in top zouden hijzen. Gemeene 
Wijn was haar te flegt; 't moeft Vin Brulé, ofheete 
Wijn met Zuyker daar in , ten minften Spaanfche 
Wijn zijn , dat haar fmaken zou. Een Hoentu /«. 
laerft en gefpoord , ja de befte delicateffen moeften ze* 
hebben. Dus ging men de natuurlijke leevensreeoel i n 
vcelen te buytem Die van de geringfte foort waren 
geweeft, kogten nu Wagenen, KalcJ[en t Paerdcn ; en 
leefden als Princelijk. Niemand wilt noch , hoe hoog 
hij zijnen ftaat wou zetten. Weevers en diergelijk fl a 5 
van volk wilden groote Meefters zijn ; en niemand eenen 
anderen wijken, of iets toegeeven. 

Ter dier oorzaak , en Om veel andere zwarigheeden Kort bc 
te voorkomen, hebben de Floristen, op den vier- ri gt- 
entwintigften van Februarius Anno 1CT37. uyt alle Hol- 
landfche Steeden binnen Amfterdam vergaderd , een Ver- 
drag gefloten , inhoudende : dat alle \oopcn van Tul- 
pen, gedaan tot den laatften November nieuwe flijl des, 
jaars 1636'. , zouden moeten gehouden worden ; doch 
de geene, welke daar na waren aangegaan, zou de koo- 
per mogen te niet doen , mits gcevende aan de verkoo- 
per tien ten honderd; en in de Maand van A-laert Anno 
1CT37. nieuwe ftijl den verkooper aanzeggende , of hij 
de koop wou houden of nier. 

Maar onaangezicn dit dus afgehandeld was, zoo bleef van den 
echter in zommige noch een groote achterdogt, dat dit P ,ol fl>jkcn 
accoord, alhoewel onderteekend , bij eenige in 't hey- val 
meiijk, of ook wel opentlijk (wijl die van Amfterdam 
hier toe hare bewilling niet gegeeven hadden ) moot 
te buyten gegaan worden. Hebben derhalven , tot 
meerder beveiliging, eenige verzoel^fchriften ingelee- 
verd aan hare Ed. Grootmogende de Heeren Staten van 
Holland en Weft-Friefland in 's Gravcnhaag. Welke , 
om meerder onheylen en zwarigheeden in deezen ra* 
zenden Bloemhandel te vermijden , ook de ruft en het 
welvaren harer ingezeetenen dies te meer te bevorderen , 
op den zeevenentwintigften April Anno ICT37. hebben 
doen afkondigen een Placcaat in al de Steeden van Hol- 
landen Wc(l-Fric(land,en daar na openbaarlijk aanflaan: 
„ bij 't welk zij de Planters van Tulpen authorizeer- ^ cr Tul- 
„ den, hare verkogt e Tulpen ten lafte van hare koopers, ^ en ' 
„ die in gebreeke bleeven , hare gekogte Tulpen te 
„ontfangen, na voorgaande behoorlijke inftnuatie, te 
„behouden ofte verkoopen, en hare fchade daar na op 
„de zelve kpopers te verhalen, ingevalle verftaan zou- 
„de mogen worden, dat de voorfchreeven koopen haar 
„ejfeft behoren te forteeren; blijvende middelertijd alle 
.,, verdere Contratlen van Tulpen in fufpens en onge- 
„ prejudicieert. 

Hier door kreeg deeze noyt meer gehoorde Koop- waar door 
handel zulk een plotflijke val en ondergang, dat men dc We * 
korts hier na een Bol heeft gekogt voor vijftig gul- ™re 
dens, die eenige weeken te vooren over de vijfduizend Heeren 
had gekoft. Men zag derhalven overal een algemeene «eenden 
onfteltenis der Gemoederen deezer onbedagte Kóoplie- tezl)n ' 
den. De eene zag de andere aan met deernis en mee- haar 
dedogen. Niemand derfde met deeze zijne Waren Touw 
weer te voorfchijn komen. Zommige, bij deezen han- modka 
del rijk geworden zijnde, fielden naderhand haar leeven eerC "' 
in ftilheyd aan : maar andere quamen'er zeer flegt af. 
Dit Eclyptifch Schrikkeljaar veroorzaakte een groote 
duyfternis in hare Beurzen. Keerden derhalven onverge- 
noegd weer tot haar voorig Ambagt ; de Weevers 
tot haar Touw , de Voerlieden tot hare Wagen , en 
zoo voorts. 

Indien deeze Tulp, waarlijk een Tulpifche of Narren- Schade- 
handel, langer in ftand ware gebleeven , zoo zou daar Hjkheyd 
door de Koophandel van geheel Holland zijn verdor- ^Jj. 
ven geworden. Want men kon voor de alderflegtfte 
Bol, die men voor deezen op de Mefthoop wierp, en 
die ook nu geen meerder eere word aangedaan , beko- 
men alles wat men begeerde. De betaling zou ook 
voortaan niet meer met geld, maar alleenlijk met Tulp- 
bollen 



9 ii Tulp. VreeMde wilde ICersse. Tasjenskruyd. 



bollen zijn gefchied. Ik heb ook van verfcheydene ge- 
loofwaardige Mannen gehoord , welke hier van aantee- 
kening hadden gehouden , dat alleen in een eenige Stad 
van Holland binnen de tijd van drie jaren waren ver- 
kogt voor meer dan tien Millionen guldens van deeze 
'Bloemen. , 

Mijn Vader had ook in 't jaar 1636'. aan eenen , 
geboortig van Alkmaar , verkogt eenige wcynige Bol- 
len, voor de fomme van z.eevcnduyz.end guldens', on- 
der deeze Voorwaarde , dat de koop vaft zou blij- 
ven, indien binnen de tijd van zes Maanden geen af- 
flag quam voor te vallen : maar anders zou hij daar 
van ontflagen zijn met tien ten honderd te gceven. Ver- 
mits nu den AfiJag binnen de zes Maanden voorviel , 
zoo ontfing mijnen Vader wel z,eevenhonderd guldens 
voor niet, want hij behield zijn Bollen: maar liever zou 
hij de zelve geleeverd, en de z,eevenduyiend guldens ont*- 
fangen gehad hebben. 
Oorfprong Ik heb niet willen nalaten , dit hier in te voegen , 
deczes p dat onze Nakomelingen hier als in een Spiegel kon- 
wonder- j en 2 j en _ fot wat VQor een dwaasheyd de Hollanders 

Koophan- 2 'J n vervallen geweeft ; t' harer waarfchouwing hier aan 
dclsi en gedenken , en hier door vermaand zijn , zich te wach- 
groote ten V g n 2u j] c cen onbehoorlijken en als razenden han- 
ecnJgc- del; welke, mijns oordeels, zijnen oorfprong heeft ge- 
brokene haald uyt Frankrijk. Want een weynig voor en ontrent 
Tulp- dg {[jd deezer zotterny in Holland, gaven de GrootenaU 
FraakrMk. c * aar ' inzonderheyd binnen Parijs, eenige honderd, ja 
duyz,cnd guldens voor flegts eene afgebrookenc Tulp- 
bloem. Na de fchoonheyd der couleurcn wierd de prijs 
verhoogd. Deeze vereerden ze hare Maitrejfen en an- 
dere Dames : welke van haar aangenomen wordende, 
wierden vaftgemaakt aan de linker zijde haars Boezems, 
de plaats daar 't Hert legt; on hier mee pronkten ze veel 
meer, als met de fchoonfte Diamant of Parel des Wee- 
relds; achtten ze ook veel hooger. 
Haaft ec- Doch als in Frankrijk wierd vernomen den afflagdee- 
yallcn. zer Bloemen in Holland, verloren ze ook daar haregroot- 
achtingj welke zoo kortdurig was > als de fchoonheyd 
deezer Bloem is. 

KRACHTEN. 



Gcbruyk 
des Bollen. 



DE Bol-wortelen der Tulpen , zoo wel rauw als 
een weynig opgekookt , en alzoo gegeeten in 
een Salade, of bij gedoofde , of gebradene jon- 
ge Hoenderen, of ook gedaan bij andere fpijzen , zijn 
aangenaam voor de Maag. Geeven niet alleen een goed 
voedzel aan het Ligchaam , maar ook een goede fmaak 
en geur aan de gemelde fpijzen. Vcriterkcn de inwen- 
dige deelen: vermeerderen her natuur lijk^Zaad, en ver- 
wekken luft tot het echte -werk. 



CCCCLI HOOFDSTUK, 

VREEMDE WILDE 
K E R S S E. 



Namen. 




Iet alleen dus in *t Needer land fc h , maar 

ook van zoramige Wisselkruyd , 

en wilde Mostaart genoemd. 

Word in 't Latijn gchecten Thlaspi : 

in het Hoogduytfch Baurensenpf , 

Bawrenkre , en wilder Kresz : 

in het Franfch Seneve Sauvage: in het Italiaanfch 

Tlaspi. 

Veelerley Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden 

verander- verfcheydene bezienswaardige veranderlijke foorten ; na- 

lijkc ibor- mentlijk : 

I- Thlaspi latius Dodon;ei , of breede wilde 
Kerjfc van de geleerde Heer Rembertus Dodon/eus. 
II. Thlaspi latius flore sulphureo, of breed- 



ten 



$>tl 



bladerige wilde Kerjfe met een gcele vravelachtw 
bloem. III. CRETICUM umrellatum flore al- 
bo , of wilde Kerjfe uyt Candien met een wit ie gekroon- 
de Bloem. IV. Creticum umdellatum florr 
PURPüREO, of wilde Kerjfe van Candien met een pur- 
pure gekroonde Bloem. V. Creticum sempir vi- 

RENS SURRECTUM FLORE PURPÜREO , of regt-.op- 

flaande, altijd groen blievende wilde Kerjfe uyt Candien 
met een purpure Bloem. VJ. Creticum semper 
virens repens floke albo , of altijd-groen blij- 
vende wilde Kerjfe uyt Candien, kruypende bij der aar- 
den, met een witte Bloem. VU. Mechliniense of 
wilde Kerjfe , groeyende ontrent Aïechclen. VIII. Sem- 

PER VIRENS MAJUS FLORE LUTEO , of altijd-groen 

blijvende groote wilde Kerjfe met een gecle Bloem. IX. 
Semper virens minus , of klcyne altijd-groen blij- 
vende wilde Kerjfe. X. Umbellatum elegans Lu- van wclkë 
SITANICUM, of aardige wilde Kerjfe uyt Port mal, met^ [ " 
een gekroonde , of in 't ronde Wayers-wijze gejtelde 
Bloem. XT. Umbellatum majus Gallicum, of 
groote wilde Kerjfc uyt Frankrijk, met een gekroonde 
Bloem. XII. Umbellatum minus Gallicum ibe- 
Ridis folio , of klcyne wilde Kerjfe uyt Frankrijk 
met een gekroonde Bloem , en Bladeren van Iberis. 
XIII. Clypeatum , of wilde Kerjfe met een rond 
Zaad gelijk cen Schild. XIV. Clypeatum sege- 
tum LusitaNicum, Xhlafpi , oï wilde Kerjfe uyt 
Portugal in '/ Koorn wajfende, met een Zaad gelijk^ een 
Schild. XV. Clypeatum Montis Libani, of wil- twnmB 
de Kerjfe van de Berg Libanm, met een Zaad van een "JS"* 1 
Schildswij^e vorming. XVI. Saxatile perpftuum, voorh- 
of altijd-durende wilde Kerjfe, voortkomende op jleen- ftcld. 
achtige plaateen. XVII. Pratense flore albo, 
of wilde Kerjfe groeyende op Grasvelden, met een wit- 
te Bloem. XVIII. Minimum, of alderkjeynfle wil- 
de Kerjfe. XIX. Minimum spicatum lunatum 
Fa b . Columns, of alderkjcynjle geayrde wilde Kerjfe, 
met een Zaad, rond gelijk^ de Maan. XX. Thlaspi 
M EDI co rum , of wilde Kerjfe der Genees-mcejters : 
en dan noch veel meer andere. Niet alle zijn ze van de 
zelve Bouwing en Waarneeming. 

Zij beminnen echter al te zamen een goede , ge- Orond; 
meene , zandige aarde , met een weynig twee-jarige 
Paerdemift doormengt : een openc, luchtige, warme, 
vrije, wel ter Zon geleegene plaats, en matige voch- 
tigheyd. 

Geeven meen den tijd elk jaar volkomen rijp Zaad; Zaad. 
't welk ieder Voorjaar met een waffende Maan van 
Aïaert o£ -April op nieuws, niet boven een ftroobrecd- 
te diep, moet gezayd worden. Eenige foortcn komen 
ook wel, door 't neergevallene, van zelfs geAocg Op. 
Hier door kan men ze alleenlijk vernieuwen, aanwin- Zwin- 
nen en vermeenigvuldigcn. Want zij blijven voor 't nin 2' 
meefte gedeelte niet langer dari eene Zomer in het 
leeven. 

Doch het Thlaspi Creticum sfmper virens Candmn- 

SURRECTUM FLORE PURPÜREO, öf altijd-groo: blij- fc ' lc ' Cli 
vende opflaande Thlafpi van Candien met een purpure a chtigc 
Bloem: Creticum semper virens repens flore plaatzen 
Albo , of altijd-groen blijvende kjruypende Th/ajpt uyt g roe >ende 
Candien met een witte Bloem ; en Thlaspi saxa- K firSi 
tile perpetuum, of langdurige wilde Kerjfe , groeyen- 
de op fl eenachtige plaateen , vergaan niet zoo haaft , 
maar blijven eenige jaren lang in 't leeven. Konncn op 
geenerley wijze veel koude Herfftrecgenen of fterke Vorfl 
verdragen. 

Moeten derhalven, in Potten cezet, of met de gê- Wanrnee- 

melde Maan van April niet diep daar in gezayd zijnde , "? l . n S ,nde 
• ^« 1 ? • 1 j l 11 Winter. 

m Ottober binnens huys worden gebragt ; op cen luch- 
tige plaats- gefield , waar in niet anders als bij vrie- 
zend Weer word gevuurd ; gedurende de gantfche 
tyintcr onderhouden met flegts een weynig lauwge- 
maakt Reegcnwntcr; en niet weer buytcn gcfceld voor 
in 'c begin van April met cen reegenachtige Lucht; 
M m m dan 



Beschryving der Kruyden , Bollen en Bloemen , III Boek, ? , 4 

KRACHTEN. 



/inwin- 
ning. 



913 

dan noch wat gewagt zijn voor koude yen, en hay- 

ri"c Winde». . , * 

Blocytiid. "Zij ^ ieder i^r, vroeg in t r<»r)Wi&*- 

» ven ook in deeze onze Gcweften volkomen rijp Z**f , 

waar doorze alleenlijk konnen awjawm» en vermee- 

„iovuld.gd worden. Eevenwel laat het Thlaspi üre- 

T fcüM SEMPER VIRENS REPENS FLORE ALBO , OI 

almd-croe» blijvende kruiende ThUfpi »J* C * ndicn 
Jee» Witte Bloem, zich ook aam»'»»*» doot hare 
aangegroeydc jonge Lootje»* ; welke men, van zelis 
Wortelen gekrecgen hebbende, van de «wfc afneemt, en 
verplant.op de boven gedachte tijd. Doch vermitsze 
dan Gcmcenelijk in volle Bloemen itaan, zoo moet men 
de zelve eerft affnijden, en dan verzetten : anders zou- 
den ze veel bezwaarlijker beklijven, ja wel geheel ver- 
oaan. 
Wilde ' Het Thlaspi Mechliniense , of wilde Kerjfe, 
KerfTc, 0)Jtre „ t Mechcle» ie voorfchijn komende, blijft niet lan- 
grocyendc ^ WK Zgmers ; n . £ ]eeven> Wor d met een waf- 

Mcchelcn.fendc Maan van Maert of ■///>"/ niet diep gezayd. 
Komt ook wel genoeg van zelfs voort door het neerge- 
vallene Zaad. Blocyd in 't tweede jaar. Geeft volkomen 
rijp Zaad, en verfterft dan van zelfs. 

KRACHTEN. 



HEt Zaad van al de foorten der vreemde wilde 
Kerjfe, of Thlafpi, is warm endroog tot in den 



Dot. 1 14. X X dei-dcn, j a tot in 't laatfte van den derden graad; 

ook fcharp en bijtende van aart. 
Galm. 1.6. Gedroogd, gefloten, en met Wijn ingenomen, 
s ""ï- . ftrijd tecgens allerley Vergif. Is een dienftig middel 
c. 1 %6. ' ' teegens de Pefl : verwekt der Vrouwen Maandftondcn. 
Dnrantes Verdrijft de pij» der Heupen : doed de inwendige Ge- 
fit- 4/ö- zwellen doorbreeken : jaagt zoo wel van boven als van 
onder uyt alle Galachtige en bloedige overvloedige voch- 
tigheid. Doch moet, ter oorzaak van zijn hitte en fter- 
ke kragt , van geen bevrucht Vrouwen worden ingeno- 
men ; vermits het hare Vrucht zou doen fterven. 



CCCCLII HOOFDSTUK. 

TASJENSKRUYD. 



Verfchey- 
dc namen. 




zondere 
foorten. 



Grond. 



Nders ook in 't Needer landfeh Tesch, 
TESKENsenBEURSEKRu-ïD genoemd, I 
word in het Latijn geheetcn Bursa 
pastori s : in het Hoogduytfch Ta- 
schen- of Teschenkraut ; anders 
ook Seckelkraut : in het Franfih 
Bourse de Pasteur , of Bourse de Berger : 
in 't Italiaan fch Borsa di Pastore, Tasca, Zai- 
no, en Borsa da Pecoraio. 
Twee bij- Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden 
twee bijzondere foorten; namentlijk : 

I. Bursa pastori s major , of groot Tasjens- 
hruyd. II. Bursa pastoris minor, of kleyn Tas- 
jenskruyd. Bcyde zijn ze van eeven de zelve Bouwing 
en Waarneeming. 

Zij beminnen een opene vrije lucht: een goede zoo 
wel zandige alsfteenige, of ook een gemeene, welge- 
meftte grond, veel meer als een dorre, of fchaduwach- 
tige plaats. Willen veel water, maar zijn ook te vree- 
den met matige vochtigheyd. 

Blijven niet langer dan eene Zomer in 't leeven. Krij- 
gen in *t begin van den Herfll een volkomen rijp Zaad; 
en vergaan dan van zelfs. Derhalven word het Zaad 
ieder Voorjaar met een wadende Maan van Maert , 
niet diep gelegt , de aarde weer aanbevolen. Komen 
anders ook, door het uytgevallene, ter plaats daar ze 
geilaan hebben , van zelfs genoeg op ; en konnen 
deezer wijze overvloedig vermeenigvuldigd worden. 



Zaad. 



H 



Et Tasjemkruyd , in 't Latijn Burfa Pafioris, is Ubtl /., 
verdroogende in den eerften graad; en zeer te^ l6 3» ' 
zamentrekkende van aart. 

De Bladeren gefloten, en gelegt op bloedige of bloe- DoJ.ia.^ 
dende Wonden, op heet e zweer i»gcn, op pefttlentiale ge- c ' ' 9 ' 
zwellen, doen 't bloeden ophouden, en qemezen de pc- TragUil - •• 
noemde analen. 

De zelve Bladeren gehakt, in koekjens gebakken, en 
daar van gegeeten , ftillen allerley Bloedvloeden. l\\ 
de Neusgaten geftoken , itempen het bloeden uyt den 
Neus. J 

Het Kruyd in roode Wijn gezoden, en daar van ge- c *»«w,' 
dronken ; of het uytgeparftte Zap met Wijn inge- y 1 "/; 8 * 
nomen; is zeer goed teegens 't Bloedpijfen ; teegens ajj, *' 
de Buj/k? en Bloedloop .- de Pefl ; de Geelzucht , de 
overvloedige Maandfionden der Vrouwen , en een hee- 
te Maag. 

Het daar van uytgeparftte Zap in de Ooren «e- 
daan, droogd op de zweeringen , en de etterige onrev- 
nigheyd der zelve. 

Eeven dit Zap vermengt met het Zap van Huyslook Matth.l.ï. 
en Edik ; dan gedaan op de Roos , en allerley andere c ' iS °' 
vuurigheyd, neemt'er de brand van wech. 

De Bladeren en Bloemen met wat Haverengort in 
Melk gekookt, tot dat ze dik word; dan geflagen 
om een gezwollene en vuurige arm of been , doed zeer 
veel goed. 

De Bladeren in Water gekookt , en in een Linnen 
doekje gelegt op de Oogen der kinderen, wanneer ze de 
Pokjens hebben, neemen'er de brand van wech, en be- 
waren ze voor allerley ongeleegentheeden. 



CCCCLIII HOOFDSTUK. 

TORMENTIL. 

f jS^gJ§i\Js in het Neederlandfch geheeten , Naam; en 

het Latijn en in het ha- oorfprong. 

liaanfeh genoemd Tormentilla 



^ word 1 

V H 

Jf (vermits het Poeder deezer Wortel, of 

W$i lC-^O^/n ' c Water, waar in dezelve gezoden is 
M^mJ^L ^^f ge weeft, niet alleen de fmerten , ver- 
oorzaakt door iet vergiftigs , wech- 
necmt, maar ook verdrijft de Tandpijn, eertijds van de 
Romeynen Torment genoemt) : of ook wel Septi- 
folium : in 't Hoogduytfch Birckwurtz, of anders 
R.ot heilwurtzel: in 't Franfih Tormentille. 

Zij bemind een goede , gemeene , zandige , luch- Grond.' 
tige , en met twee-jarige Paerdemift matig-voorziene 
grond; een wel ter Zon geleegene plaats, doch, indien 
't gefchieden kan , aan hare Wortel een weynig fchaduw; 
en veel Water. 

Blijft eenige jaren lang in 't leeven. Verdraagd felle Zaad. 
koude , en alle andere ongeleegentheeden der Winter 
zonder, nadeel. Bloeyd ieder Zomer, en ^eeft een vol- 
komen rijp Zaad: 't welk met een wallende Maan van 
Maert of Jlpril , na geleegentheyd van de bequaam- 
heyd of onbequaamheyd des tijds, de aarde, niet bo- 
ven een ftroobreedte diep gelegt, moet aanbevolen zijn. 
Hier door word deeze Plant genoeg vermeenigvuldigd'. ™™ ' 
en dan ook noch aangewonnen door de aangegroeyde 
jonge Wortelt jens, welke men met de zelve Maan 'm^pril 
van de oude afneemt en verplant. 

KRACHTEN. 

DE Wortelen van Tormentil, of 'Tormentilla, zijn Ternel.l-1* 
verdrogende tot in den derden graad, en warm *J''** 
in den eerften : ook te zamentrekkende van aart, 
en fijn van deelen, 

In 



M.ittb.l.1 
e.t. 



pi J ToRMENTIL. BoKSDOORN. BOKSBAARD. WaTER-STERREKRUYD 



Cctinernr. 

/•4-f-4f- 

luchf. hifi. 
riant. c/ip. 
08. 

Lome. 1. 1. 
c. 173. 



Trng.l.\. 
e.i-ji. 



In Wijn gezoden, en daar van een Roemer gedron- 
ken ; of een Drachma van het Poeder der gedroogde 
"Bladeren, of ook der Mortelen , mee Wijn ingeno- 
men, weerftaat allerlcy verrotting; de peft, en het ver- 
gif; neemt wech de fmerten , door 't zelve veroorzaakt. 
Doed ophouden de overvloedige Maandftonden en 
Vloeden der Vrouwen : het bloeden van eenig lid des 
Ligchaams ; de Buyk^ en Roodeloop : het Blocdfpou- 
wen en Bloedpijfcn. Droogd op, en verfterkt de Maag. 
Is goed voor de geene die van binnen gefchcurd zijn, 
of een hooge val gedaan hebben. Dienflig teegens 
de Geelzucht. Scheyd het geronnene Bloed : geneert 
de Wonden, en lopende gaten ; een gecjtietfte en vcrjlopte 
Longe, Leever , en Mtlt. Dood de Wormen der kin- 
deren , drie dagen na malkander 's morgens nuchteren 
gedronken. Verdrijft de cjuade zeeren van de Mond, 
daar mee gewaffchen zijnde. Jaagt het Water der 
'Blaas af : verftcikt de zelve , en ook de Nieren. Ver- 
hinderd , dat de zwangere Vrouwen een Mifval zou- 
den krijgen. 

Het uytgeparftte Zap dcezer Plant met Wijn ingeno- 
men , is goed teegens 't vergif , en doed zeer krachtig 
zweeten. Werkt ook met voordeel in al de hier boven 
genoemde gebreeken. 



CCCCLIV HOOFDSTUK. 

BOKSDOORN. 



Namen. 




zondere 
foor een. 



Grond. 



Zelden 
Zaad. 



;,Us, en , mijns weetens , met geenen 
anderen naam in 't Necderlandfch , ge- 
noemd , word in het Latijn en Ita- 
liaanfch geheeten Tragacantha , 
Poterium, en Spina hirci. In het 
Franfch Barbe de Renard, of Ra- 

MEBOVE. 

Twee bij- Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden twee 
bijzondere foorten ; te wecten : 

I. Tragacantha vulgaris , of gemeene Boks- 
doorn. II. Tragacantha tomüntosa Cretica, 
of ruyge Boksdoorn uyt Candien. Beyde zijn ze niet van 
eeven de zelve Bouwing en Waarneeming. 

Zij beminnen echter beyde een goede , gemeene , 
zandige aarde, met een weynig twee-jarige Paerdemift, 
en 't Mol van verrotte Boombladeren doormengt : een 
opene, luchtige, warme, vrije, wel ter Zon gclecgene 
plaats; en matige vochtigheyd. 

Blijven lange jaren in 't leeven. Geeven meelt elke 
Zomer Bloemen ; maar zelden in deeze Geweften vol- 
komen rijp Zaad. Konnen eevenwel genoegzaam aan- 
gewonnen worden door hare aangegroeyde jonge , of 
ook oude Takken. Welke men in de Maand May met 
een Pennemes voorzichtig, op de wijze der Anjelieren, 
ten halven infnijd; en met aarde bedekt. In 't eerfte 
Aanwin- of tweede jaar krijgen ze Wortelen. Doch niet voor 't 
" m S door derde jaar daar na mag men ze van de oude afneemen , 
om toverplanten; vermits de Wort e len , noch jong en 
teeder zijnde, zulks niet eerder mogen verdragen. 
Door Zaad Maar wanneer men 't Zaad uyt andere warmer Lan- 
uytwar- den heeft ontfangen, zoo word het, meteen wafTen- 

den L beko- ^ e ^ aan van Ma h ^ en Kantig gezayd in een Pot, 
men. " g evuld met de hier boven befchreevene aarde; dan warm 
t gefield, en zomtijds van boven begoten met een wey- 
nig in de Zon lauw geworden Reegenwarer. Niet boven 
een ftroobreedte diep moet hetZWin de grond gelegt 
worden. 

De Tragacantha vulgaris, of gemeene Boks- 
doorn, is zeer hard van natuur. Op een warme plaats 
buyten gezet zijnde , bevrijd voor alle koude Oofte- 
cn Noordewinden , kan ze dikmaal wel eenige jaren 
's Winters overblijven, inzonderheyd als men ze tce- 
Hoe waar " ens de Porfi met drooge Turfmul bedekt. Eyndelijk 
te necmen echter Verüeftze, door een felle Fbrjt , te zamen met 



Gemeene 
Boks- 
doorn. 



hare kluchtige groenhcyd 't leeven zelfs. Is derhalven om-er 
gcraadzaam, dat men altijd van deeze foort eene in een *"** '« 
Pot plante; de zelve binnens huys beware, en haar met ' C krijgcUl 
weynige vochtigheyd voorzie. Zoo kriigdze zom- 
tijds wel, bij goede Zomers, in deeze onze Landen een 
volkomen rijp Zaad: gelijk mij in mijnen Hof hier 
binnen Groentngen gebeurd is in de jaren 166 <. ea 
1*71. Het zelve is geelachtig van verwe , befloten 
in korte ronde Peultjens, voorzien met kleync Steelt» 
jens. 

De Tragacantha tomentosa Cretica , of Woladui- 
wolachtige Boksdoorn uyt Candia , is niet zoo hard van gc Boks " 
aart. Verdraagd ongeerne veel koude Herfft reegenen, cZL^ 
en eenige Vorft. Moet derhalven, in een Pot gefield 
zijnde , in 't begin van Oüober binnens huys worden 
gebragt, op een luchtige plaats, waar in niet anders 
als bij vriezend Weer word gevuurd: gedurende de 
Winter onderhouden met zeer weynig vochtigheyd; 
en niet weer buyten gezet , voor in 't begin van 
April, met een aangename Lucht en zoete Reegen: 
dan eevenwel noch gewagt voor koude nagten , en 
fchrale winden. 

KRACHTEN. 

DE Gom, of het uytgevloeyde Zap van de Wor* Aart < 
tel deezer Plant, word gehouden voor vochtig 
in den eerften , en koud in den tweeden graad ; 
alhoewel G^lenus in een ander gevoelen is. 

In Melk geweykt , en gelegt op de puyflen, en het Matth.l j." 
jeuk&el der O ogen, geneert de zelve. Een Drachma in £.*£ . 
Wijn met Zuyker, en een Drachma Gom van Arabien, e ,f/' ' 3 ' 
te zamen geweykt, en gedronken, neemt van de Borjl RutÜ. l.%. 
wech de Kortademheyd; verzacht de Hoeft, geneeft de c ' l8 ' 
hcesheyd der Keel; verdrijft de Nieren fmerten; ook de 
pijn der Lendenen, en der Blaas. 

De zelve Gom gedroogd, gepulverifeert, en daar van axmtmr. 
een Drachma met roodc Wijn, of met het Zap van' l>e. 18. 
Queepeeren gebruykt, of in een difterie gedaan , flild 
de Bloedgang, of Boodeloop. 

De zelve in Roozcnwater met een weynig Camfer Durantes 
gelegt; een doekje daar in natgemaakt, en dan het l »ft • Plant» 
Aangezicht daar meê beftreeken , maakt een helder J° l ' 4Ö °* 
zuyver, kjaar yel. 



CCCCLV HOOFDSTUK. 

BOKSBAARD. 

Jet alleen in het Neederlandfch dus , Namen, 
maar ook van veele Salsefy genoemd, 
word in het Latijn geheeten Tra- 
gopogum , of Barba Hirci: in 't 
Hoogduytfch Boksbart: in 't Franfch 
Barbe de Bove , of Barbe Che- 
vre : in het Italiaan/bh Tragopogano, Barba di 
Becco, of Barba di Capra. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend vijf 'm hare 
Bloem veranderlijke foorten; als: 

I. Tragopogum flore purpureo , of Boks- 
baard met een purpure Bloem. II. Flore pallido 
CoeRULEO, of met een bleekblauwe Bloem. III. Flo- 
re aleo , of met een witte Bloem. IV. Flore lu- 
teo , of met een geele Bloem. V. Tragopogum 
suave rubente flore Fabii Columnje, of Boks- 
baard met een lieftijl^roodc Bloem van de geleerde Heer 
Fabius Colümna. Alle zijn ze van cenerley Bouwing 
en Waarneeming. 

Zij beminnen een goede, gemeene, zandige, wel- 
gemeftte aarde : een opene, vrije, luchtige, bcquaam 
ter Zon geleegene plaats, en veel Water. Blijven 
niet meer dan twee Zomers in 't leeven. Verdragen 
felle Korft , en alle andere ongeleegentheeden des tijds. 
M m m 2 JJloeyt» 




Vijf 0.1- 
derfchcy- 
dencfoor* 



' ten. 



■ GronJ. 

1 
Zaai 



9i7 



Beschkyving dek Kruyden, Bollen hn Bloemen , III Boek , 918 

gelegt, of ook de gckncufde Bladeren zelfs» doen ze 
zeer fpoedig geneez.cn. 



Aan win- 
ning. 



muyn m 't tweede JMTj geeven volkomen rijp Zaad; 

"ES dSSÊ '» ^ -eede, of *oo men'tgoed 
vind ieder **#* met een waffende Maan , van M«r 
ofi; /op nieuws weer gezaydznn, met d,ep gelegt, 
Voratn ook van "t uytgevallene van zelfs genoeg op. 
Hiprdoorkonnenzc overvloedig Mngeaomm en mr. 
nrcaigvHldigd worden. 

ACHTEN. 



R R 



Aart. 



Trag.Li. 
f. 9+ 



f. 137 
Durtmtts 
fol. 61. 



D 



in het Latijn 7V4- 



E Wortelen van Boksbaard, 
oopogum, zijn warm en vocht in den tweeden 
graad ; wat bitter van fmaak, en een weynig te 
zamentrekkende van aart. 

In Wijn of VJeefchnat gezoden? vooreen balade, 
. of bij andere fpijzen genuttigd; of ook , eer ze noch 
Tuchf.h.ft- fchotcn h cbben, geconfijt, en alzoo gegeeten z.,n 
Ubiliu goed voor een kittige Maag en Leever: voor de gebrce- 
folMo. ken der Borft, Blaas en Mfw;: voor de Pcjt, vergij ; 
JfatfU.i. de j„ /M en _//^, ; der .Mwg«* , en m&ckt giftige £>/o 
ren , ook der dolle Honden. 

Het uytgeparftte Z*/> der BA«/<?w» en Mortelen ge- 
legt op Wonden en diergelijke verkeringen , *«;w^ 
en W /^ de zelve. , 

Het zelve Z<i/> met eenig nat ingegceven , is goed 

voor 't Pleuris. 



Namen. 




Plaats. 



Grond. 



Aan win- 
ning. 



CCCCLVI HOOFDSTUK. 

WATER- 

STARREKRUYD. 

Et dceze naam in het Neederlandfch 
bekend, word in het Latijn gehee- 
tcn Tripolium, Amellüs Ma- 
rinus, en Aster Marinus: in 't 
Hoogduytfch Wasser-sternkrAut, 
en in 't Italiaanfch Tripolio. 
Wart van naturen aan den Oever van op- en aflopen- 
de Rivieren, welke dikmaal met zout Water word be- 
vochtigd. Doch zulker wijs opgenomen zijnde , dat 
de geheele klomp aarde aan hare Wortel blijft , en dan 
verplant in een goede variTche grond, voorzien met zand 
en een weynig twee-jarigcPaerdemiftjZoogroeydze ook 
wel in de Hoven, 

Bemind een opene , luchtige , vrije , bequaam ter 
Zon geleegenc plaats ; en veel Water. Blijft eenige ja- 
ren lang in 't leeven. Verdraagd felle Vorft, en allerley 
andere ongeleegentheedcn der Winter geduldig. Geeft 
aardige langdurige Bloemen ; en ook , bij drooge Zo- 
mers , volkomen rijp Zaad. 't Welk met een walTende 
IVlaan van Maert of April word gezayd in een Pot, ge- 
vuld met goede aarde en zout Zeezand, ruym een ftroo- 
brecd diep gelegt. Dikmaal moet het van boven met 
Water zijn begoten ; zoo zal het voor den dag ko- 
men ; 't geen anders zelden gebeurd. Alleenlijk hier 
door kan decze Plant worden aangewonnen en vermee- 
nigvuldigd. 



KRACHTEN. 




Galen. lib. 
Sim p. 8. 



DE Wortele van Water-Starrekruyd , in 't Latijn 
Tripolium , is verwarmende in den derden graad; 
fcharp op de Tong, en heet van fmaak. 
Dtofc. ƒ.4. £ en j ia ]f j 00 j yan c j ee2c gedroogde Wortelen met 

Wijn ingenomen, gekookt, en onder andere fpijzen 
gegeeten , helpt de Waterachtige : doed veel Water 
lojfen , en drijft alle waterachtige vochtigheeden door 
de Stoelgang uyt. 

Het uytgeparfle Zap der BUdercn op de Wonden 



CCCCLVII HOOFDSTUK» 

AMERICAANSCHE 

TARWE. 

En aardig Gewas , dus in 't Needer- Namen. 
landfeh genoemd , word in 't Latijn 
geheeten Triticum Americanum: 
in het Hoogduytfch Indianische 
Weytz : in het Franfch Bled , of 
Fourment d'Indes : in het Ita- 
liaanfch Grano Indiano. 

Zij "roeyd in deeze onze koude Gewcftcn op-Gc(hlte 
waarts tot de hoogte van drie voeten ; met veelvoudi- deezer 
ge bij malkander gevoegde, en uyt de Wortel voort- plant - 
komende Bladeren ; ontrent een Maatvoet of anderhalf, 
wat meer of minder , lang , gemeenelijk een kleyne 
vinger breed ; vereierd met een aangename donkere 
«roenheyd. Waar uyt verfcheydene Steden voort- 
fpruyten , geelachtig-groen van verwe ; met Ayren , 
ruym een halve voet lang , als met veele Leeden op 
malkander groeyende ; aan beyde de zijden voorzien 
met uytiteekende Knopjcns , waar aan het Zaad vaft- 
houd, gelijk als Schnbachtige Vleugeltjcns , wonderlijk 
en aardig boven malkander zittende. 

Vergaat niet haaft, maar blijft eenige jaren in 't lec- Zaad. 
ven. Is teeder van aart ; en geeft , bij hcete Zomers, 
volkomen rijp Zaad. 

Bemind een ■ gemcene , zandige aardige , met flegts Grond, 
een weynig twee-jarige Paerderaift , en het Mol der 
verrotte Boombladeren doormengd: een opene, vrije, 
warme , wel ter Zon geleegene plaats , voor alle kou- 
de Oofle- en Noordewinden befchut; ook matige voch- 

tighcyd. 

Kan gantfchelijk geen koude Herfflreegenen of eeni- Waarnctf- 
oe felle Vorft verdragen. Moet derhalven, in een Pot minginde 
ftaande , in den aanvang van Ollober binnens huys wor- w,mcr - 
den gebragt, en gezet op een luchtige plaats , waar in 
niet anders als bij vriezend Weer word gevuurd : ge- 
durende de Winter met weynig Water voorzien 
zijn , vermits ze door te véél vochtigheyd lichtelijk 
verrot; en niet voor in 't begin van April, met een aan- 
gename Lucht en zachte Reegen, weer buyten gefield; 
ecvenwel dan noch voor koude nachten veel vochtigheyd, 
hayrige of fchrale winden wel gewagt en genoegzaam 
gedekt worden. 

Het Zaad word met een waffende Maan van May A.anwin- 
in een Pot , niet diep gelegt , de aarde aanbevolen , nin S' 
enmetweynige vochtigheyd voorzien. Hierdoor word 
ze aangequeekt en vermeenigvuldigd. Maar dan ook 
noch aangewonnen door hare aangewaffene altijd groen- 
blijvende jonge Scheut jens : welke men op de genoem- 
de tijd met een Mes voorzichtig van de oude affnijd , 
en in Potten verplant. 

KRACHTEN. 

DEeze Americaanfche Tarwe , in 't Latijn Tri- Aart 
ticum Americanum , is warm van aart in den . 
eerften graad. 
Het Brood , 't welk hier van gemaakt wotd , is van en ge- 
een aangename finaak. Geeft daarenboven goed voed- ™y 
z,el aan 't Ligchaam ; en verfterkt al de inwendige dce- 
lcn van 't zelve. 

Het Meel dcezer Tarwe in Edik gekookt, en gelegt deezce 
op verhittede Ligchaamsdeelen , de Roos , 't Sprenki- Tarwe- 
vuur , en andere diergelijke vuurigheyd , trekt'cr de 
brand van uyt, en verteerd ze. 

CCCCLVIII 



pip TORREKRUYD. ZoTSKNODZË* VaCCARIA. EllRENPRYS; 

CCCCLVIII HOOFDSTUK. 



Namen. 



Vier bij- 
zondere 
foorten. 



Grond. 




Zaad. 



Aanwin- 
ning. 



Gebruyk 
toe 



heelmid- 
delen. 



TORREKRUYD. 

,N het Neederlandfch dus , of veel 
meer Thoornkruyd genoemd, ver- 
mits hare Steelen Thoorns of Naalds- 
wijze groeyen ; word in het Latijn gc- 
^eeten Turritis, ofTuRRitA. 
Hier van zijn mij in haren bekend 
geworden vier bijzondere foorten; namentlijk: 

I. Turritis major, of groot Torrekruyd. II. 
Minor longifolia , of kjeyn lang-gebladcrd Torre- 
kruyd. III. Minor Plateau, of kleyn Torrekruyd, van 
Plateau befchreeven. IV. Turritis Lusitanica, 
of Portugalfch Torrekruyd. Al te zamen zijn ze van de 
zelve Bouwing en Waarneeming. 

Zij beminnen een goede , gemeene, zandige aarde , 
met matige twee-jarige Pacrdemift voorzien : een opc- 
nc luchtige, warme , wel ter Zon geleegene plaats, en 
tamelijke vochtigheyd. 

Konnen reedelijk wel de Vbrfl, en andere ongelee- 
gentheeden der Winter uytftaan. Bloeyen in de twee- 
de Zomer', geeven volkomen rijp Zaad; en vergaan 
daar meê : wijl ze niet , of zeer zelden , langer in 't 
lecven konnen blijven. Worden derhalven ook ieder 
Voorjaar , met een wallende Maan van April, weer in 
een Pot zoo gezayd als geplant; en hier door kan men ze 
alleenlijk aanwinnen en vermeenigvuldigen. 

KRACHTEN. 

DE gekneufde Bladeren van Torrekruyd , in het 
Latijn Turritis , gelegt op allerley vuyle en hee- 
te gezwellen, zweer en en zeeren , helpen en ge- 
neezen de zelve. 

Het Poeder der gedroogde Bladeren , of het uyt- 
geparftte Zap daar van , gedaan op varjfche bloedige 
Wonden, bewaard de Zelve vooralle verhitting, endoed 
Ze toegroeyen. 



CCCCLIX rlOOFDSTUK. 

ZOTSKNODZE. 

riet alleen in het Neederlandfch dus , 
maar ook van zommige Dodden , 
Dollen en Dolzen genoemd, word 
in het Latijn geheeten Typha pa- 

LUSTRIS Of SCEPTRUM MORIONIS ! 

in het Hoogduytfch Wasserkolben , 
Moszkolben, en Narrenkolben .* in het Franfch 
Rouseau , of Masse de Sonc: in het Italiaanfch 

Twee ver- Massa Sorda, of Tipha. 

andcrhjkc j_jj er van 2 jj n m j: j n ^ aren aart bekend /ww verander*. 

ioorten. .... * ; ' 

lijkè ioorten ; te weeten : 

I. Typha major , of groote Zotsknodze. II. Ty- 
pha minor, of kjeyne Zotsknodze Beyde zijnze van 
eeven de zelve Bouwing en Waarneeming. 

Door een haar natuurlijke eygenfehap groeyen ze 
zeer geerne in moeraflige plaatzen , ftaande wateren » 
en lopende ondiepe Rivicrtjcns , of Slooten* Willen 
derhalven gantfeh niet wel in Hoven , of eenige andere 
drooge grond voortkomen. Doch zulks gefchied noch 
in Vijvers , met een wallende Maan van April daar in 
gezet zijnde. Echter fchietcn ze hierop verre na zoo hoog 
niet op als inde yoorgedachte met haren aart overeenko- 
mende grond. Geeven ook veel kleynder Vruchten» 
Bloeyende Hara van aart zijnze. Konnen zware koude en 
zonder' ^ er ^ e ^ r fl verdragen : door welke wel hare Bladeren 
2iaad. verdorren ; doch in het Voorjaar loopen ze weer uyt. 
Geeven in den Her ff een bloeyende Vrucht (waiTen- 



Namen. 




pXQ 



Grond , 
hoedanig. 



de op lange Steelen ) , die men Knodzen of Dodden - 
noemd, gelijk alreeds hier boven gezegt is; doch bren- 
gen gantfchelijk geen Zaad voort. Niet alleen in den 
Herffl, maar ook door de geheele Winter konnen ze op 
de gedachte hare Steelen goed, en gelijk als onverder- 
vélijk blijven ftaam 

Worden alleenlijk aangewonnen en vermeenigvuldigd Aanwin* 
door hare vermeerderende Wortelen , welke vecle jaren ning ' 
lang goed blijven. 

KRACHTEN. 

ZOtsknod^ti of Typha, gelijk ook de Bloem det Aar *- 
zelve, is verwarmende, verdroogendc, en afva- 
gende van aart. Het onderfte deel der Bladeren 
is mals , en goed om te eeten ; geeft echter weynig 
voedzel aan 't Ligchaam» 

De zachte wolachtige hayren van de Ayren , of Dod- DoJ l - ao < 
den , in de Ooren gedaan , neemen het Gehoor wech. 
Met Reuzel vermengt ; en op de gebrandheyd gelegt , 
.geneezen de zelve; want ze droogen en zuy veren van 
naturen : ftillen daarenboven het Bloed; droog , of al- 
leenlijk van buyten opgelegt zijnde. 

Met Roozewater nat gemaakt, en op de Takken o£ Dw f c - ' J 5" 
Speenen van 't Fondament gelegt ; ook , als het afvalt, 
weer vernieuwd , geneeft de zelve : defgelijks de won- 
den; der zelver vuurigheyd na zich trekkende. 

De zelve wollige Ayren rijp geworden zijnde, kon- V H J nn \' 
nen dienen om Kujfens en Bedden mee te vullen ; wel- { ixtfï ' 
ke zeer goed zijn voor hitzige Nieren: 

Ook worden de Bladeren gebruykt, om Stoelen daar 
mee te bckleeden* 



CCCCLX HOOFDSTUK; 

VACCARIA. 

Ord zoo wel in 't Neederlandfch als in Namen, 
het Latijn dus genoemd ; doch in de 
laatftgemelde taal ook Lychnis per- 
foliata, en Lychnis perfoliata 
rubra. Mijns weetens is deeze Plant 
geenen anderen naam toegevoegd. 
Zij bemind een goede, gemeene, zandige, enma-Grorkl* 
tig met twee-jarige Paerdemifl voorziene grond : een 
openc, warme, vrije, luchtige , wel ter Zon geleegene 
plaats, en tamelijke vochtigheyd. 

Blijft niet langer dan eene Zomer in'tleeven; en^aaJ, 
geeft in den Herffl volkomen rijp Zaad : 't welk ie- 
der Voorjaar , met een waflende Maan van Maert of 
April, met boven een ïtroobreedte diep, weer op nieuws 
de aarde moet aanbevolen zijn; Anders komt het ook Aanwin- 
zomtijds door 't neergevallene van zelfs genoeg op. Hier n,n S" 
door kan ze overvloedig vermeenigvuldigd ± en gelijk als 
vernieuwd worden. 

KRACHTEN. 

VAccaria is warm en droog van aart, in den eer- Aart. 
ften graad. 
De Bladeren in Edik, Wijn, of Water ge- ^£ ; 
kookt , of gedifrilleert; dan daar meê gewaflfchen de 
voortlopende , hitzige zeeren en zweeren ; de Bood- 
grond , Boos; zwelling van de Navel , en meer andere 
heete ongeleegentheeden , verdrijven de zelve. 




v 




Mmip $ 



CCCCLXI 



£11 



ïTottvt^u BoaEN en Bloemen, III Boek, pit 
Beschryving der Nuuydln , ^ breedfte . S) ^ de over . ge twce tcr z .. den de 

middelmatige zijn. Hebben inwendig drie lang-uyt- 



Namen. 



Vijf bij- 
zondere 
foortcn. 



CCCCLXI HOOFDSTUK. 

ERENPRYS. 

v*l*Us in het Needer landfeh genoemd 
^^ word in het Latijn geheewn Vero- 

&nica: inhet /^^ e r 
Z, in het Hoogduytjch ^; 

Franfch Veronique. . 
Ser van zijn mij » haren art 
bekend geworden */;ƒ bendere foorcen: nament- 

lijk : 




\: v ER0N .c. v ERA , of w^sf-Jï 

oJu! IV. Maxim* sp.cata, of «Mtr »r y 



fteckende blauwe Draadjens; van welke de twee kort- 
ftc tcr zijden voor begaaft zijn met een langwerpig, 
dikachtig , en uyt den blauwen purpur-verwig Knopjes 
maar het middenfte heeft'er geen. Alsze eemgc dagen Zaadhuy». 
"eer bezienswaardig hebben opengedaan vallen ze cyn-J e. 
deliik op de aarde neer; nalatende een k cyn rondach- Zaad> , 
tig Zaadje, gefteld in 't midden van vier kleyne groe- 
ne*, eneenweynigru y gachtige5/^r ^; ook voor- 
zien met een kleyn, half-rond en bruyn-rood-verw.g 
Zaadje. 

KRACHTEN. 

Ereprijs, in 't Latijn Veronica, is verwarmende *W. A 2. 



(.21. 



Grond. 



Zaad. 



Aanwin 
ning. 



Kleyn Ee- 



zelve Bomving en Waarntemmg. 

Zij beminnen een goede, gemeene , zand.g , ma 
tig- én ook welgemeftce grond: imme.s zoo zeer een 
Jarme, vrije, e°n genoegzaam «er Zon geleegene, als 
ren?cnad U i.ach,ige%laaS-. veel Reegen, en ook ma- 
le vochtigheydf Blijven uyt eygener aart een.ge - 
g n in ? t eeven 7 Verdragen geduldig felle koude en a«e 
ndere ongeleegentheeden der *W. Geeven ook 
dikmaal b^ goede Zomers volkomen r.,p ZW • he 
welk met een walTende Maan van M«<n oiAfrd n.et 
boven een llroobreedte diep , hol en luehfg m de aar- 
de moet gelegt zijn. . - ... . 

Niet alleen hier door worden ze vermeentgvuldtgd , 
maar ook door hare aangewaiTene jonge Looten ^wel- 
ke men, van ïtfsMrtele» gefchoten hebbende , op 
de gedagte tijd , en met de gemelde Maan van de oude 
afneemt en verplant. f , . 

Het Veronica minor serpilli folia, of kleyne 
nprijs EèrehpHjs met Bladeren van wilde Thymus; doch gant 
metVla- fchelijk niet in grootte, maar in gedaante alleen deze ve 
Th C v n m Van gehjkzijnde,b\ijft van naturen niet zoo lang in tleeven. 
Thym ' Geeft in de tweede Zomer volkomen njp Zaad, en 
verfterft dan gemeenelijk. Word door t zelve Zaad 
genoegzaam vermeenigvuldigd; met een waflende .Maan 
van Moert o£ April in de aarde gelegt zijnde. Of komt 
ook genoeg op door 't uytgevallene. 

Het vLJnica maxima spicata, - of aldergroot- 
fte Eerenprijs, met een geayrde Bloem, krijgt uyt een 
teederc , bruyn-verwige , en bittere Veezelwortel veele 
prijs, met ldmn ht de aarde neerleggende , twee en twee 
riS altijd regt teegens malkander over gefteld ; ruftende 
op een Sw// je, ontrent een vingerhd tang zijnde. L\\n 
boven donker , of zwart-groen van verwe , ook wat 
blinkende; doch onder bleeker : een kleyne vinger , 
wat meer of minder, lang , en een lid van een vinger 
breed; doch voor wat fmallcr als achter ; en aldaar in 
een ftomp punt eyndigendc : aan de randen teeder en 
aardig, doch rondachtig, en niet diep ingezaagd; zacht 
r . ntr van aart, voorzien met een weynig ruygheyd. In de 
SeïSSde-Mond geknauwd wordende, vallen ze te zamentrek- 
kb. kende, ook onlieflijk van fm aak. Hebben in t mid- 

den een regt-doorgaande Ader ; waar uyt verfchey- 
dene andere voort'vloeyen , ter zijden opwaarts ge- 
keerd. . 
Steehjens. Uyt der zelver middenfte of voorite punten ko- 
men voort ronde, bleekgroene, zeertaye, en ruyg- 
achtige Steelt jens , voorzien met fchoone , meer dan 
een hand lange , en voor fpits toegaande Ayen ; bc- 
Geftalte ftaande uyt ontelbare donker-blauwe Bloemen , hou- 
der Bloc- dende vier langwerpige Bladert jens , waar van het on- 
derfte het fmaïfte, ook afhangende ; het bovenfte op- 



en verdrogende in den eerlten graad. 
In Wijn gezoden, en daar van een Roemer ge- Camtrar. 
dronken , of anders twee Drachmen van het Poeder ^-^ 
der gedroogde Bladeren met Wijn ingenomen , ver- c ^ 
drijf? hét Colijk: genceftde^»; de Ge/c heurd- 
held, of -Breuken-, en de Melaatsheid. ïs goed voor 
een befmettelijke kiekte; de Koorden; te onvrucht- 
bare Vrouwen; de Hoeft; de uytteerende menfehen; ook 
voor de opwerping van etterige en bloedtge Fluymcn. 
Doed daarenboven wel water lojfen: opend de verft opt- 
heyd der Lecver, Milt, enLonge: rcymgd de Nieren: 
en drijft het Graveel uyt. " 

De groene ïWrr« gefloten , of het Toeder der g^Tuchfh.ft. 
droovde gelegt op wonden , vuyle zeeren™ zweeren , Manh j 
inzonderheyd zulke , welke aan den Hals komen , ver- c , z; . 
weekt de zelve, en geneeft ze. Twee Drachmen van 
het gedachte Poeder ingenomen met twee Drachmen 
Theriac, is goed v oor peftilcntiale Koortsen. 



CCCCLXII 




HOOFDSTUK. 

ZEN. 



T 



Y veele genoeg bekend, en in 't Nee- Namen." 
derlandfch niet alleen dus, maar ook 
gemeenelijk Vitzen ; dan noch wel 



Wikken 



genoemd 



in het Latijn 



Alder- 

grootftc 

Eeren- 



rnca. 



| gehceten Vicia: in het Hoogduytfch 
_ _ j Wicken: in het Franfch Vesce : in 
fat Italiaanfc~h Veccuia, Vêccia , en Vezza. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend geworden *«- ^ e r e a , J i c d ,ï er- 
ven veranderlijke foorten ; te weeten : nJkeVoor. 

I. Vicia major vulgaris , of groote gemeene tcn . 
Wttzen. II. Minor vulgaris , of kleyne gemeene 
Witten. III. Minima, of alderkleynfte Witzen. IV. 
Afr 1 c an a , of Wit zen uyt Africa. V. H 1 s p an i c a , 
of Spaanfche Wilzen. VI". Lusitanica r'adice 
grumosa, of ' Portugalfche WH zen, met kleyne Knobbelt- 
jens aan hare Wortelen. VII. Vicia hirsuta, of 
Witzen met een ruyge Vrucht, of Peul. Niet alle zijn ze 
van eeven de zelve Bouwing en Waarneeming. 

Echter beminnen ze al te zamen een goede, gemee-Gron . 
ne, zoo wel zandige als andere, zoo gemeftte als ohgo 
meftte , doch van naturen een droogachtige grond : 
immers zoo zeer een opene , vrije, luchtige, als een 
fchaduwachtige plaats, en matige vochtighcyd. Bly- 
ven niet meer dan ecne Zomer in 't leeven. Geeven in zw 
dfen Herfft volkomen rijp Zaad, en vergaan daar mee. 
Moeten derhalven ieder Voorjaar , met een wallende 
Maan van Maert of April (na geleegentheyd van de 
bequaamheyd of onbequaamheyd des tijds ) weer op 
nieuws worden gezayd ; 't Zaad niet diep in de aarde ^^ 
gelegt. Alleenlijk hier door konnenzc aangewonnen en ning . 
vermeeni^vuldigd worden. Groote, en 

De Vicia major et minor vulgaris flore kleynCgc - 
cccRULEO purpur as cente , of groote en kleyne ge- mecn c 
tnecne Vitzen, met een uyt den blauwen purpurachtige vitzen. 
J Bloem t 



9 i 3 Witzen. Drie-veiiwige Violette. Maertsche Viole. 



Zaad. 



Aanwin- 
niog. 



Aart. 

Gal.l\.de 
Alim. fac. 



Trag. 1. 2. 
c. 16. 
Durantes 
hift.Flnnt. 

fel. 467- 
Mattb.l.z. 
c. 14a. 



Verfchey- 
dc namen. 



Zeeven 
verander- 
lijke foor- 
ten. 



Grond. 



Zaad. 



Bloem, vergaan niet zoo haaft , maar blijven ecnige ja- 
ren lang in 't leeven. Verdragen felle koude , en aller- 
ley andere ongeleegentheeden des tij ds. Verliezen in 
de Winter hare Bladeren ; maar fchietcn vroeg in 't 
Voorjaar weer uyt. Geeven aardige Bloemen, en vol- 
komen rijp Zaad; 't welk op de hier boven genoem- 
de tijd , en met de gemelde Maan de aarde word 
aanbevolen. Hier door kan men ze genoegzaam ver- 
mccnigvuldigcn. 

KRACHTEN. 

DE Witzen , Vitren of Wikken , in het Latijn 
Vicia , zijn verwarmende in den cerften , ver- 
drogende in den tweeden graad : ook zuy veren- 
de, afvagende, en een wcynig te zamentrekkende van 
aart. Gekookt, en zoo gegeeten , zijnze onaangenaam 
voor de Maag ; zwaar te verteeren. Veroorzaken een 
melancholijk^ Bloed: geeven weynig voedzel aan 't Lig- 
chaam , en verftoppen de Buyk. 

Het Meel der zelve Witten met eenig nat inge- 
nomen , doed veel water lojfen ; en is goed voor de 
uytteerende Menfchen: doch te veel gebruykt, is zeer 
fchadelijk aan de Darmen en de Blaas. Het zelve Meel 
met Wijn vermengd, en gelegt op de beeten van razen- 
de Menfchen , dolle Honden , en andere fchadcltjke Die- 
ren , helpt de zelve. Met Honig gemengd , neemt 
wech de Sproet elcn en andere ple kj?en dcrHuyd, daarop 
geftreeken. 

Deeze Vit zen , of Wikken, de Paerden onder de 
Haver te eeten gegceven , maken de zelve vet en wei- 
gefield. 



CCCCLXIII HOOFDSTUK. 

DRIE-VERWIGE. 

VIOLETTE. 

En aangenaam en bezienswaardig Ge- 
was, voerd deeze naam in het Nee- 
der landfeh. Word defgelijks , wee- 
gens de cierlijke verfcheydentheyd 
harcr aangename verwen in het Latijn 
geheeten Viola tricolor, of Vio- 
la trinitatis : in het Hoogduytfch Dreyfaltig- 
kf.it Blumen, of ook Kriechf.nde Viole: in 't 
Franfch Pensees, of Menues Pensees: in het Ita- 
liaanfch Fiore di Giove , Minuti pensieri, en 
Jaccea. 

Hier van zijn mij in haren aart eenige veranderlijke 
fborten bekend geworden; te weeten : 

I. Viola tricolor magna , of groot e drie-ver- 
wige Violette. II. Tricolor flore parvo , of 
kleytic drie-verwige Violette. III. Flore albo , of 
met een witte Bloem. IV. Flore purpureo, of met 
een geheel pur pure 'Bloem. V. Flore luteo amplo 
odorato , of met een groote geelc welriekende Bloem, 
VI. Flore luteo amplo odorato variegato , 
of met een groote geel-bonte welriekende Bloem. VIL 
Viola assurgens flore cceRULEo , of opflaande 
Violette met een blauwe venve. Niet alle zijn ze van de 
zelve Bouwing en Waarneeming. 

Echter beminnen ze al te zamen een goede, zandi- 
ge, drooge, ongemeftte; dan ook een vochtige en wel— 
gcmeitte aarde; zoo wel een opene, vrije, luchtige, 
als een fchaduwachtige plaats, veel Reegen, en ook ma- 
tige vochtigheyd. 

Blijven gemeenclijk niet langer dan eene Zomer in 't 
leeven, vermits ze, als ze tecgens de Winter Zaad ge- 
gceven hebben , daar mee verfterven. Worden derhal- 
vcn ieder Voorjaar , met een waflende Maan van Macrt, 
of in September, weer op nieuws gezayd. Komen ook, 



914 




daarze eens geftaan hebben , door het uytgcvallene AanwIn . 
Zaad overvloedig genoeg van zelfs re voorfchijn ; ning. 
niet alleen in de Voortijd , maar ook in de Zomer, ja 
teegens den Herfft : welke dan, de koude der Win, er 
uytftaande, overblijven, en door de gantfche Zomer- 
tijd n\ct (choonc, verluftigende Bloemen vercierd zijn. 
Hier door konnenze genoegzaam aangewonnen en ver- 
meenigvuldigd worden. 

De Viola tricolor flore luteo amplo odo- Wette- 
Rato, of groote drie-vcrwioe qeele welriekende Via. kcnd . dn ' c - 
lette y en Flore luteo amplo odorato varie- violeiicn. 
Gato , of groote geel-bonte welriekende Violette , ver- 
gaan niet in 't eerfte jaar, gelijk de andere, voortgeko- 
men zijnde van Zaad, met een waflende Maan van A- 
pril niet diep gezayd geworden; maar blijven twee, ook 
wel drie jaren in 't leeven. 

De Viola assurgens , of regt-opflaande Violette Regt-op. 
met een blauwe Bloem , blijft lange jaren in 't leeven. J* a " de 
Verdraagd felle koude , en alle andere ongeleegentheeden meteen 
der Winter , zonder fchade. 'Bloeyd ieder Zomer , en blauwe, 
geeft volkomen rijp Zaad; 't welk op de genoemde ^ oem ' 
tijd, en met de gemelde Maan in een Pot, niet bo- 
ven een ftroobrcedte diep gelegt, de aaide word aan- 
bevolen. 

KRACHTEN. 

DRie-verwige Violette , of Viola Tricolor , is DoJ - '• 3» 
matig vocht van aart; ook verzachtende, afva- ci ' 
gende, fcharp van fmaak, en fijn van deelen. 
In Wijn gezoden, en daar van gedronken, of het Lobtl. /. 1. 
Poeder der gedroogde Bladeren met Wijn ingenomen , f oL 7*7- 
is goed teegens de Kramp, en trekking der Leeden; voor ^'""^ ' *' 
de krimping der Darmen , en de vallende ziekte der Maiih. ƒ.4. 
jonge Kinderen. Neemt wech de verflopping van deBorJl c. 117. 
en Longe ; allerle'y Jlijmerige vocht igheeden , en de in- ^ amcrar - 
wendige verhitting. Geneert daarenboven de Schurft- 
heyd, Wonden, Gcfcheurdhcyd, jeukerigheyd der Huyd y 
zeeren , zweeren ; en ook de Spaanfche Pokken , als 
men 'er 's avonds en 's morgens, tien dagen achter 
een , t'clkens drie oneen van inneemt , en daar op 
zweet. 



CCCCLXIV HOOFDSTUK. 

MAERTSCHE VIOLE. 

IJJÖNders ook in 'iNeedcrlandfch Maert- Verfchey- 
sche Violette genoemd, ieder ge- de namen, 
noeg bekend. Word in het Latijn 
geheeten Viola Martia , Viola 
nigra, Viola purpurea, en V10- 
laria: in het Hoogduytfch Mertz- 
violen, of Blaw -violen: in het Franfch Violet- 
tf.s de Mars: in 't Italiaanfch Viola di Marze, 
Viola Pavonazza, Viola Mammola, en Viola 
Porporea. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend vijf onder- Vijf on- 
fcheydene foorten ; namcntlijk: denefoor- 

I. Viola Martia flore simplici cccruleo , tcn> 
of blauwe enkele Maertfche Viole. II. Flore ccc- 
ruleo ple no , of met een dubbele blauwe Bloem. 
III. Flore simplici albo , oi met een enkele wit- 
te Bloem. IV. Flore pleno cinero , of met een 
dubbele gramve Bloem. V. ViolA inodora syl- 
vestris , of 'wilde Maertfche Viole zonder reuk. Al te 
zamen zijnze van eeven de zelve Bouwing en Waar- 

neeming. _ 

Zij beminnen een gemeene zandige, liever gemeit- Grond, 
te als ongemeftte aarde: immers zoo zeer een vrije wel 
ter Zon geleegcne, als een fchaduwachtige plaats; en 
veel Water. 'Blijven eenige jaren lang in 't leeven. 
Bloeyen niet alleenlijk, maar geeven ook ieder jaar vol- 
y komen 




o* < BrsCHRYVtNG DER KrUYDEN , BOLLEN EN BLOEMEN , III BoEK, 9 r6 
komen rijp Zaad; 



en te be- 
waren. 



Aanwin 
niDg. 



t welk niet t'effens, maar met'er 
* ^r>:VZ^ \ Inderlacer, zijne njpheyd b, 
komf beenend? ten halven van de Maand Junm , 
5K?*" -vang van ^-ynd.gende Men 
vind het niet alleen onder zijne B/^^;; , maar ook 
half, ia zelfs zommigc Knoppen bijna geheel onder de 
„oe, aarde en ftcclcn verborgen ^ leggen. Niet voor dat he 
winnen, tot zijne volkomcnc njpheyd is geraakt, mag men c 
afplakken; teweeten, als de Kn oppen, waar in het be- 
llutcnis, zich blauw-verwig , en 't daar binnen zijnde 
Zaad zelfs , 't welk te vooren wit word gezien , zich 
na 't geel trekkende vertoond. Zoo men dan langer 
Wagt, buft de Knop fchiclijk van malkander en tZaad 
vak ter aarden neer. Indien men 't kan afplukken met 
een volle Maan , zoo blijft het langer goed als anders; 
en heeft dan zijne hoogfte volmaaktheyd. Echter blijft 
het, om gebruykt te konncn worden, niet langer als 
een jaar of anderhalf bequaam. 

Het zelve nicuwelijks gewonnen zijnde, moet men 
't drie of vier weeken lang binnens huys leggen op een 
houteBord, of Tafel, luchtig en hol, om te drogen. 
Daar na zuyvcrd men het van de Huysjens , en be- 
waard het op een drooge plaats, op dat het geen fchim- 
meligc reuk mogt krijgen. 

Zij verdragen flerke Vorfi , en alle andere ongelee- 
genthceden des tijds, buy ten (taande. Blijven gedu- 
ri" groen; en worden aangeivonnen , niet alleen door 't 
gedachte haar Zaad; 't welk met een waflende Maan van 
*Maert, niet diep gelcgt , de aarde word aanbevolen; 
maar ook overvloedig door 't neergevallene , 't welk 
van zelfs opflaat, zonder dat men de moeyte van zaying 
behoefd te doen : en dan noch door de aangewaüene 
jonge Looien; welke men, .van zelfs Wortelen gekree- 
gen hebbende ; op de gemelde tijd van de oude af- 
neemt en verplant. 

Dubbele De VlOLA MaRTIA FLORE PLENO CCERULEO,ET 

blauwe en cinereo PLENO , of dubbele blauwe , en grauwe 
grauwe Maertfcbc Viole, krijgen noyt eenig Zaad. Worden 
Violen. ° echter genoegzaam aangcaucekt en vermeenigvuldigd 
door hare jonge aangegroeyde Scheut jens; welke van 
zelfs Wortelen fchieten ; en die men met een wadende 
Maan van Maert, of oolj van Augujlus , of Septem- 
ber , om 't tweede jaar opjieemt, en verplant. Anders 
zouden ze enkel van Bloem worden , of geheel ver- 
gaan. 

KRACHTEN. 

DE "Bladeren en Bloemen deezer Maertfche Vio- 
le , in het Latijn Viola Martin, zijn verkoelen- 
de in den eerften , en vochtmakende van aart in 
den tweeden graad. 
Biofc. /.4. De Bladeren alleen gekookt, en van dit Nat gedron- 
c.m. k cn . f jjg 2e i ve ^j a ndcre Moeskruyden gedaan, en 
gegeeren , verzacht en verkoeld beyde de Maag en 't 
Ligcbaam: maakt ook een lichte Stoelgang. 
Trag.l.i. Eeven 't zelve vermogen ook de Violen of varjfebe 
c. 190. Bloemen zelfs. Neemen daarenboven wech de brand 
Metl '*' ^ er ^°ortz,e/f: de onnatuurlijke hitte der Leever, Lon- 
Mtd. g e > Nieren, Blaas, en anderer inwendige deelen. Ver- 
zachten de rauwigheyd van de Borfl en Keel. Zijn 
goed gebruykt in 't Pleuris, of Ztjdavee. Bedwin- 
gen de bijtende fcharpheyd der Galachtige vochten, en 
ver/laan de Dorft. 
Renealhift. Een of twee Drachmen van 't Poeder der gedroogde 
P/onr. Bloemen met Wijn ingenomen , opend de verfioptheyd 
1I4. ' van de Leever : is goed teegens de Geelzucht : doed 
Mattb.L). de hitte der inwendige Gezwellen fcheyden : genceft de 
f,1, 7- SauinantieoVx.Keel-gez.wel., en andere gebreeken der 

Keel. Purgeert ook zachtelijk het Ligchaam. 
Ruell. I. 3. De purpurc Bladeren der Bloemen voor haar zelven 
1. 127. alleen gedroogd , gepulverifeert , en met het gediflil- 
ieerde Water van Pceonie Bloemen ingenomen, is zeer 
goed teegens de vallende Ziel{tc der kinderen* 



De Syroop, gemaakt van Violen, verkoeld de brand H*fuuh\ t 
der Koortz.cn; verquikt het Hert; verzacht de pijn der Mv.c.u, 
Zijden : fcheyd de inwendige zweeringen , en maakt 
een week, Ligchaam , als men drie of vier oneen daar 

van inneemt. 

Een Conferve van deeze Bloemen gemaakt, en daar 
van gebruykt, heeft een diergelijke uytwerking. 

De Oly van Violen verzacht en verkoeld ook zeer. Dwantti 
In de flapen des Hoofds geftreeken , verwekt flaap. De *ƒ • p/ "«. 
zelve vermengt met de Dooyer van een Ey, en geftree- 7 " '* 1T ' 
ken op den Aarsdarm, of de Speenen aan 't Fondament, 
verzacht de fmerten der zelve. 

Het Zaad van Violen met een houtc Stamper in een Fl '"- Ixf, 
fteene Mortier gefloten; met het Water, daar Peterzclie c ' 19 " 
in gekookt is geweeft, in of door een Zeef uy tgedrukt, 
en zoo gedronken , is een zeer goed hulpmiddel voor 
het Graveel ; ook teegens de Steen der Nieren en der 
BAfctt. «dergelijks teegens de fleeken der Scorpioenen. Ver- 
wekt Stoelgang, en doed wel Water lojfen. 

Gedroogde Violetten zijn zeer dienftig, om gemengt DoJ. I 6. 
te worden bij de Dranken en andere middelen, welke e ' u 
men gebruykt om 't Hert te verfterken , en 't zelve ver- 
quikking toe te brengen. 

De Bladeren worden ook met goed nut gelegt op Uemibii. 
een verhitte Maag , en quade ontftookene Ooaen ; def- 
gelijks op een uytgezonkene Aarsdarm ; doch in het 
eerft ; niet om weer in te drijven , of te doen optrek- 
ken , maar om te verzachten, en te verkoelen , indien ze 
zeer verhit is : 't welk dikmaal voor al noodwendig 
moet gefchieden , eer men ze weer kan doen inkeeren. 

Bij gebrek van de Bloemen , mag men zeer wel 't 
Kruyd van Violen gebruyken ; bijzonderlijk in heete 
Koortzen, en verhitting van de zelve. 



Aart. 




CCCCLXV HOOFDSTUK. 

GULDENROEDE. 

Us in het Neederlandfch genoemd , Namen, 
weegens de zeer fchoone couleur der 
Bloemen, en, mijns weetens, in deeze 
Taal met geencn anderen naam bekend: 
word in 't Latijn gcheeten Virga au- 
rea : in het Hoogduytfch Wund- of 
ook Fedderkraut : in het Franfch Verge d'or : 
in 't Italiaanfch als in 't Latijn. 

Hier van zijn mij in haren aart vier bijzondere foor- Vier bij- 
ten bekend geworden ; namentlijk: zondere 
_ ,, ö ioortcn. 
I. VlRGA AUREA OFFICINARUM LATIFOLIA MA- 
TOR, of groote breed-bladerige Guldenroede, in de win- 
kelen der Apotheekeren gebruy keiijk. II. Officina- 
rum LATIFOLIA minor , of kjeyne breed-bladerige 
Guldenroede, ook^gebruykclijk_in der Apotheekeren win- 
kels. III. Latifolia peregrina, of vreemde breed- 
bladerige Guldenroede. IV. Virga aurea angusti- 
folia peregrina, of vreemde Guldenroede met [malle 
Bladeren. Alle zijn ze van eeven de zelve Bouwing en 
Waarneeming. 

Zij beminnen een gemeene , zandige , welgemeftte Grond, 
grond; een vrije, warme, luchtige, bequaam ter Zon 
geleegenc plaats ; en veel Water. Blijven lange jaren 
in 't, leeven. Bloeyen ieder Zomer zeer fchoon j en 
gecven dikmaal bij goede jaren volkomen rijp Zaad. Zaad. 
Verdragen felle koude, en alle andere ongelecgenthee- 
.dcn der Winter, zonder fchadc. Worden aangewon- Aanwin- 
nen en vermeenigvuldigd , niet alleen door 't gedachte 
haar Zaad, 't welk met een waflende Maan van April, 
immers zoo geernc in een Pot , als op een andere 
plaats , wil in de aarde zijn gelegt , niet boven een 
ftroobrcedte diep; als door hare aangegroeyde jonge 
Wortelen, welke men op de zelve tijd van de oude af- 
neemt en verplant. 

KRACH- 



pz 7 Guldenroede. Vliegenet. Geytenbaart. D uyzendblad & c . 918 
KRACHTEN. 



Dm/./, f* f>\Vldcnroedc , in 't Latijn rïrg* *«rai > is ver* 
t.%6. f ---warmende en verdrogende in den tweeden 

^-^ graad ; ook zuy verende , en een weynig te za<- 

mentrekkende van aart. 
Cnmerar. In Wijn gezoden, of gediftilleert, en daarvan een 
l. 4. c. 34. Roemer gedronken , geneert alle uyt- en inwendige Won- 
Duwt. den ^ y er ^ eeYm g. en , Fiftelcn , of lopende Gaten , We 



_■ ««« , Verkeringen, rijieicn , ui ii///erwtr v«ic« > 
ö Zw;«mrg«7 , Gefcheurdheyd ; de 2«^/<^ , en de 
zwelling van het Tandvleefch , daar mee gewafïchen 
zijnde. Opend daarenboven de verft op theyd van de 
Nieren ; breekt de Nier en-ft een; drijft uyt het Graveel, 
het w/*f*r -ww </* 3/<wj; en de jlijmerige vochtigheid 
der zelve. 

Een Drachma of twee van het Poeder der gedroog- 
de Bladeren met roode Wijn ingenomen , doed op- 
houden allerley Zinkingen, en de Bloedgang, of Roo- 
deloop. 
Unie. 1. 1. Het uytgeparftte Zap der Bladeren geneert de hit- 
sige gezwellen van de Mond, daar op geft reeken ; of 
anders met Wijn gemengt , en daar meê gewafTchen , 
of gegorgeld. 

Guldenroede word gereekend onder de Kruyden , 
welke men pleeg te doen onder de Wond-drankcn t en 
word zoo krachtig gehouden om allerley flag van Won- 
den te geneezen , als het Heydenfch jVondkruyd zelfs. 
Mag derhalven gebruykt worden tot alle dingen, waar 
toe 't gedachte Wondkruyd goed is. 



*.4of. 



Dod. loc. 
c.u. 



Namen. 



Tweede r- 
ley foor- 

tCD. 




ten; 
I. 

roode 



Grond. 



Zaad. 



Aanwin- 
ning. 



Deugden 



deezer 
Plant, 



CCCCLXVI HOOFDSTUK. 

VLIEGENET. 

P het Neederlandfch dus van veele ge- 
noemd; word in het Latijn geheeten 

VlSCARIA, ofLYCHNIS SYLVESTRIS 
VISCOSA. 

Hier van zijn mij in haren aart be- 
kend geworden twee veranderlijke foor- 
als : 

Viscaria flore rubro , of Vliegenet met 
Bloemen. II. Viscaria flore carneo, of 
Vliegenet met een lijfverwige Bloem. Beyde zijn ze 
van de zelve 'Bouwing en Waarneeming. 

Zij beminnen een goede, gemeene, zandige, zoo 
wel ongemeftte als gemeftte grond : een vrije , genoeg- 
zaam ter Zon geleegene plaats : veel Water , en ook 
matige vochtigheyd. Blijven niet langer dan eene Zo- 
mer in 't leeven. Geeven in den Herfft volkomen rijp 
Zaad; en verfterven dan van zelfs, of door een kley- 

ne Rijp. 

Worden derhalven ieder Voorjaar, met een wafTende 
Maan van Maert, op nieuws , niet diep gelegt, weer 
gezayd: of komen ook, daar ze eens geplant zijn, door 
't uytgevallene Zaad van zelfs genoeg te voorfchijn. 
Hier door konnen ze overvloedig vermeerderd , en als 
eeuwigdurend gemaakt worden. 

KRACHTEN. 

VLiegenet, of Vifcaria, met Wortelen en Bloemen 
in Wijn gekookt, en daar van een goede Roe- 
mer vol gedronken , is goed teegens allerley be- 
fmettelijke kiekten; doed genoegzaam wateren : drijft uyt 
de Nierenfteen; en neemd wech de pijn des Hoof ds, daar 
meê gewafTchen zijnde. 

Een Drachma van het Poeder der gedroogde Blade- 
ren en Wortelen met Wijn ingenomen, rtrijd teegens de 
Peft, en allerley Vergif: ook teegens de beet en der dol- 
le Honden, de fteeken der Scorpiocncn, en anderer fcha- 
delijke Dieren. 




De Bladeren gefloten , en op wonden gelegt , genee- tot ge- 
zen de zelve. Trekken ook te gelijk uyc de Doornen, ""smid- 
fchilfferen van Beenderen , en andere daar in zijnde dclcn ' 
dingen. 

Twee Drachmen van het Zaad gefloten , en met 
Wijn ingenomen , ontlaft het Ligchaam van alle heete 
galachtige onreynigheyd. 



CCCCLXV1I HOOFDSTUK* 

GEYTENBAARD. 

Eri welbekend en bezienswaardig Ge Verfchey- 
wo4 i word in het Neederlandfch niet de namen, 
alleen dus, maar ook van veele Rey- 
nette genoemd: in het Latijn ge- 
heeten U1.19AKIA, om dat hare Bla- 
deren die van den Olm of Ipenboom een 
weynig gelijk fchijnen; dan ook noch Regina Pra- 
ti, en BaRbi Capra : in het Hoogdnytfch Wald* 
Geiszbart: in't Franfch Barbe de Chevre: in'c 
Italiaanfch Barba di Capra. Word ook wel in 't 
Latijn gezegt Aruncus. 

Hier van zijn mij in haren aart bekend twee bijzon- Twee bij- 
dere foorten; teweetent zondere 

I. Ulmaria , five Regina Prati flore col- foorccn - 
lecto, of Gcytenbaard met een digte te zaam-geftotene 
Bloem. II. Ulmaria peregrina flore sparso, 
of vreemde Gcytenbaard , met een holle , of van mal- 
kander gefcheydene Bloem; die ook van de geleerde Heer 
Tacobus Theodorus Tabern^emontanus word 
geheeten Drymopogön. Alle zijn Ze van de zelve 
Bouwing en Waarneeming. 

T\) beminnen van naturen een goede gemeene , Grond, 
vochtige , zandige , welgemeftte , of ook een vette , 
kleyige grond. Hebben